Schrijven voor het web

Schrijfstijl

Dynamisch medium, dynamische stijl

Een tekst op het scherm is lastiger te lezen dan een gedrukte pagina. Daarom is het des te belangrijker levendig te schrijven. Elke zin moet dan een actief onderwerp hebben. Dit is bijna altijd mogelijk. De zin: de module wordt afgesloten met een schriftelijk tentamen, is vlotter in de actieve vorm: een schriftelijk tentamen sluit de module af. Liever dus geen lijdende vorm (worden en een voltooid deelwoord). De taal leeft dankzij de werkwoorden. Veel schrijvers maken van die werkwoorden echter zelfstandige naamwoorden door er een lidwoord voor te zetten (naamwoordstijl). Zij schrijven dan: het inhalen van dit tentamen is niet mogelijk, in plaats van: studenten kunnen dit tentamen niet inhalen. Teksten worden niet alleen levendiger als u de actieve vorm en de werkwoordstijl gebruikt. Ook de zinnen worden daardoor korter. Op papier is een wat langere zin - als die goed loopt - geen probleem, van het scherm leest die veel lastiger.

Struikelblokken

Bezoekers mogen niet struikelen over taal- en spelfouten. Controleert u daarom de tekst zorgvuldig voordat die op de site belandt. De meest voorkomende taalfouten zijn: Elke schrijver moet een goed taaladviesboek binnen handbereik hebben. Voor wie toch met taalvragen blijft zitten, kan de Taaladviesdienst uitkomst bieden.

Spelfouten mogen dan minder hinderlijk zijn, zij zorgen er wel voor dat de tekst hapert. Alle schrijvers hebben het Groene boekje nodig, want de Nederlandse spelling is niet logisch of consequent, maar een kwestie van afspraak. Woorden die veel voorkomen in de universitaire wereld vindt u in het stijlboekje.