Terug      Dag 2        Dag 3       Dag 4        Dag 5

Dag 1: Van Relegem (Bogaarden) naar Vendôme

Maandag 24-07-2006  

Routeplan

Relegem (Bogaarden) - Chartres

Chartres - Châteaudun

Châteaudun - Vendôme

R0 - E19 - N14 - N13 - N10 

N10

N10

 

De hittegolf zet door. Het wordt heet, minstens tot donderdag... Lijkt veel leuker dan de regen van vorig jaar. Morgen zullen we er anders over denken.

De Loire ligt nogal ver, daarom starten we tamelijk vroeg, om 6 uur. En om op te schieten nemen we de autoweg tot Chartres. Daarna doen we het rustig aan.

Een autoweg heeft voordelen: je rijdt aan 130 per uur naar je bestemming en er zijn geen obstakels. Maar er is weinig te beleven. Om dat te verhelpen hebben de Franse autoriteiten de wegberm voorzien van allerlei toeristische borden die wijzen op al dan niet interessante bezienswaardigheden, zoals bietenvelden, de aanwezigheid van fazanten en patrijzen, kant van Valenciennes of een abdij die kilometers van de autoweg verwijderd ligt. Kwestie van het vakantiegevoel te stimuleren, mag ik veronderstellen. Veel hebben we niet gezien, behalve een kille, natte mist tussen afrit 12 en 11. Een kop koffie is een welkome afwisseling om de eentonigheid te breken, zelfs al is het brouwsel afkomstig uit een autowegrestaurant.

 

In Parijs missen we de goede aansluiting op de périférique, maar daardoor maken we een gelukkig ommetje langs Versailles waar we van op onze brommers het kasteel bewonderen (zelfs twee keer wegens een omleiding en een duistere uitleg van een gehavende Harley-motard die in ons zielsverwanten zag). Rond de middag halen we onze eerste tussenstop: Chartres. Maar voor we de kathedraal bezoeken, eerst een slaatje met een frisse pint in de Serpente, een gemoedelijke bistro aan het zuiderportaal.

 

De kathedraal is wereldvermaard om haar kleurrijke glasramen. De bouw was een hindernissenloop.

Nadat het oorspronkelijke Karolingische gebouw afbrandde, werd op de fundamenten een gotische kerk gebouwd als schrijn voor het gewaad van Maria dat Karel de Grote zou meegebracht hebben van zijn tocht naar Jeruzalem. Alsof de duivel ermee gemoeid was, brandde de kathedraal opnieuw af in 1194. Alleen de westergevel bleef overeind. Middeleeuwers waren devote (of commercieel aangelegde?) kerkenbouwers en in Chartres ging men weer aan de slag. In 1220 konden de horden pelgrims weer toestromen. De kathedraal heeft daarna de tand des tijds goed doorstaan: oorlogen noch revoluties hebben haar geraakt. 152 van de oorspronkelijke 186 ramen dompelen de kerk nog steeds in een mystiek licht. De beelden in de buitenportalen dienden als voorbeeld voor latere bouwmeesters. Alleen de vroege nogal sobere voorgevel vormt een contrast met het overigens schitterende gebouw.

 

 

http://www.ville-chartres.fr/site/site.php?rubr=120&srubr=122&ssrubr=323

http://www.greatbuildings.com/buildings/Chartres_Cathedral.html

 

De bouw van de kathedraal van Chartres:  http://www.zdf.de/ZDFmediathek/inhalt/23/0,4070,2343159-6,00.html

Over de bouw van een gotische kathedraal: David Macauly, De kathedraal, het verhaal van de bouw, Ploegsma (1981). Duidelijke schetsen.

 

De hitte laat zich voelen. Na een paar flesjes Badoit rijden we naar Châteaudun voor een bezoek aan het kasteel van Dunois (1402-1468), le bâtard d'Orléans, de natuurlijke zoon van hertog Lodewijk van Orléans en kleinzoon van koning Karel V (1364-1380). Hij was de trouwe metgezel en beschermer van Jeanne d'Arc en stond aan haar zijde bij haar optreden aan het einde van de Honderdjarige Oorlog. In 1465 trok hij zich terug in Châteaudun. Een van zijn geliefde gasten was de dichter François Villon (Ballade des pendus, Ballade des dames du temps jadis, Ook nog moeten afdreunen ?).

 

Over de koninklijke bastaarden: http://mboullic.club.fr/bat_roy.htm

Over François Villon: Société François Villon  http://globegate.utm.edu/french/globegate_mirror/villon.html

 

De Honderdjarige Oorlog (1337-1453), een conflict tussen Engeland en Frankrijk over het Engelse leenbezit in Frankrijk en over de Franse koningskroon, was geen periode van voortdurende oorlog, maar van geregeld opflakkerend krijgsgeweld. De Engelse koningen waren erop uit hun leenbezit in Frankrijk in volle eigendom te krijgen, om zich zo te onttrekken aan de feodale verplichtingen ten opzichte van hun leenheer, de Franse koning. Bovendien maakte Edward III (1327-1377) aanspraak op de Franse kroon: hij was immers de zoon van Isabella, een dochter van de Franse koning Filips de Schone (1285-1314), wiens mannelijke nakomelingen allen overleden waren. Om Edward buiten spel te zetten hadden de Franse Staten-Generaal gedecreteerd dat het koningschap niet langer langs vrouwelijke lijn kon overgeërfd worden (de Salische wet). Daardoor kwam de troon in het bezit van het geslacht Valois. Dit was de aanleiding voor de Engelse veldtochten in Frankrijk.

De eerste belangrijke slag was die van Crécy (1346) waar de Fransen het pleit verloren en de toekomstige Franse koning Jan II (1350-1364) werd gevangengenomen. Hoewel de Engelsen numeriek sterk in de minderheid waren - 12 000 krijgers tegenover 20 tot 40 000 - haalden ze het, dank zij hun krijgstactiek. De kern van het Engelse leger vormden niet meer de ridders, maar de 7 000 boogschutters die met hun longbow 12 tot 14 pijlen per minuut konden afschieten. De Franse ridders, die het gros van het leger vormden, en de kruisboogschutters, die een paar minuten nodig hadden om hun schiettuig te laden, waren hier niet tegen opgewassen. In Azincourt (1415) deden de Engelsen het nog eens over (6 000 Engelsen tegenover 20 000 Fransen), waarna ze bijna het volledige deel van Frankrijk boven de Loire in bezit kregen. Bovendien werd de Engelse koning erfgenaam van de waanzinnige Franse koning Karel VI (1380-1422).

Dank zij de legendarische Jeanne d'Arc (1412-1431) kwam alles uiteindelijk terug goed. Zij wekte nationalistische gevoelens op bij de Fransen, versloeg de Engelsen, stak de dauphin een hart onder de riem en liet hem kronen als koning Karel VII (1422-1461). In 1453 waren de Engelsen op Calais na uit geheel Frankrijk verdreven.

 

De rol van de longbow in de Honderjarige Oorlog: http://www.longbow-archers.com

Over Jeanne d'Arc en de relaties met haar mannelijke kompanen: Régine Pernoud (1909-1998), J'ai nom Jeanne la pucelle , Gallimard (1994),

 

De situatie van Frankrijk in de 14e eeuw en de desastreuze gevolgen van de Honderdjarige Oorlog zijn magistraal beschreven door Barbara Tuchman (1912-1989), De waanzinnige veertiende eeuw (A distant mirror), Agon (1990).

 

Het kasteel van Châteaudun toont op overtuigende wijze de overgang van middeleeuwse vesting naar renaissancepaleis. De grote strenge donjon werd gebruikt als fort tot het einde van de Honderdjarige Oorlog.  De Aile de Dunois (1460) en nog meer de Aile de Longueville, zijn rijkversierde woongedeelten met laatgotische en renaissanceornamenten. Het kasteel is ook een Sainte-Chapelle rijk, naar het voorbeeld van de kapel in koninklijk paleis op het Ile de la Cité. Alleen in een Sainte-Chapelle mochten relikwieën van Christus himself ondergebracht worden. 

In de kapel staat een beeld van de heilige Maria van Egypte. Deze dame zou 30 jaar lang in de woestijn in een grot hebben doorgebracht als heremiet, kluizenares, enkel gehuld in haar lange haren. Elke dag - zo wil haar hagiografie geschreven door  bisschop Sophronius van Jeruzalem (550-638), in een tijd toen overdrijving voor het goede doel nog toegelaten was - kwamen engelen uit de hemel om haar te voeden met hemelse spijs en drank. De rest van de tijd was zij bezig met boetedoeningen. Zij kastijdde voortdurend haar mooie maar o zo zondige lichaam, om zich geheel van de wereld te zuiveren. Ze sloeg de schoonheid eraf en de wufte vleselijke begeerte eruit. Tja...Maria van Egypte wordt vaak gezien als een 'reïncarnatie' van de zondige Maria-Magdalena. Voer voor Dan Brown?

De onderlegde kasteelgids bracht haar verhaal op een boeiende manier. Je bezoekt met haar de donjon van voorraadkelder tot zolder en de Sainte Chapelle. Daarna kan je vrij rondlopen in de twee vleugels van het nieuwe kasteel.

 

 

Ook het stadje met zijn nauwe straatjes en de wegens geldgebrek nooit afgewerkte Eglise de la Madeleine (12e eeuw), is een bezoek overwaard. De schoonheid van de abbatiale wordt beklemtoond door haar sobere klare lijn en haar mooie kapitelen.

 

 

 

http://bernard.cathelain.free.fr/Voyages/Vendome/Chateaudun/chateaudun.htm

 

Rond 18 uur nemen we naar goede gewoonte onze rode Michelin ter hand. We kiezen Hôtel Le Capricorne in Vendôme. Het blijkt een hotel te zijn rond een binnenplaats met ruime kamers en excellent sanitair. Ook de tafel mag er best wezen. We dineren met asperges in Parmaham, een struisvogelsteak en daarna kaas. Als eerste kennismaking met de plaatselijke middenstand valt het best mee, zonder dan nog maar te spreken van de twee flesjes Vendôme ...

En daarna volgt nog een avondwandeling door het park naar de abdijkerk. De rest is rustige stilte.

Terug         Dag 2         Dag 3       Dag 4        Dag 5