Hoofdvraag:
Waardoor kunnen sommige bacteriën licht geven en
hoe kan de bacterie en de mens van deze eigenschap gebruik maken?

Conclusie

Lichtgevende bacteriën geven licht in de vorm van bioluminescentie,
dit is het gevolg van een biochemische oxidatie. Het is een chemisch proces,
waarbij het enzym Luciferase een grote rol bij speelt. Zoals we al dachten
is het dus eigenlijk chemische luminescentie met organische stoffen.
Op het moment dat Luciferase als biokatalysator gaat werken en
een groot complex vormt met luciferine, FMN en zuurstof, raken elektronen
in aangeslagen toestand. Die elektronen bevatten veel energie.
Bij het uiteenvallen van het complex vallen deze elektronen terug in
hun grondtoestand waarbij de energie vrijkomt in de vorm van licht.
Je kunt van het licht dat ontstaat gebruikmaken. Dit heeft veel nut voor
de mens, want de lichtgevende bacteriën leven in een streng milieu.
Zo leven ze het liefst in zeer schoon water in een milieu met
een pH-waarde tussen 6 en 8. Ook houden de bacteriën van zout,
want ze komen oorspronkelijk uit de zee. Een 2% NaCl (keukenzout)
oplossing vinden ze dan ook fijn om in te leven. De bacteriën kunnen echter
slecht tegen zware metalen en andere giftige stoffen, zoals
bestrijdingsmiddelen. Daardoor kun je deze bacteriën gebruiken voor
het controleren van allerlei soorten water, zoals zwemwater, drinkwater,
gezuiverd rioolwater en alle type oppervlaktewateren. Uit onze experimenten
kunnen we dan ook de conclusie trekken dat het afvalwater van experiment 4
een positief effect heeft, want de lichtintensiteit neemt toe.
Je kunt dus concluderen dat dit water de beste leefomgeving is voor
de lichtgevende bacteriën ten opzichte van de andere watermonsters.