|
Het Mineralogisch-Geologisch museum beheert een zeer uitgebreide collectie mineralen. Deze mineralen zijn deels systematisch uitgestald waarbij de classificatie van Strunz gevolgd wordt. In deze uitstalling zijn de meeste mineralen die op onze aarde gevonden worden terug te vinden. Naast zoveel mogelijk verschillende mineralen worden ook de variaties in kleuren en vormen per mineraal zoveel mogelijk in kaart gebracht. De collectie heeft een wetenschappelijke referentiewaarde, vandaar dat deze collectie van internationaal belang is. Naast de systematische uitstalling is er een vitrine waarin de mooiste exemplaren liggen, een vitrine met edelstenen en natuurlijk een vitrine met voorbeelden van fluorescerende mineralen! |
![]() Zie ook: Edelstenen |
Een mineraal is niets anders dan een chemische verbinding. Bijvoorbeeld NaCl, SiO2, CaF2, etc. Zo'n chemische verbinding krijgt een mineraalnaam als blijkt dat deze verbinding in de natuur gevormd is en als blijkt dat deze verbinding altijd dezelfde opbouw heeft. D.w.z. als de atomen, ionen of moleculen altijd op dezelfde manier met elkaar verbonden zijn en zo een driedimensionaal patroon vormen dat zich steeds herhaald. De genoemde voorbeelden worden respectievelijk haliet, kwarts en fluoriet genoemd.
Als een mineraal groeit ontstaan vormen met een eindige grootte. Dit worden kristallen genoemd. Kristallen geven informatie over de manier waarop de atomen, ionen, etc. in een mineraal gerangschikt zijn. In elk kristal van een bepaald mineraal is dit identiek. Als een mineraal de ruimte heeft gehad om uit te groeien weerspiegelt de vorm van het kristal op een ideale manier de interne opbouw van het mineraal. Het kristal wordt dan omgeven door vlakken die vaak een symmetrische vorm laten zien. Deze perfecte kristallen geven direct informatie over de interne opbouw. Helaas hebben mineralen vaak niet de ruimte om ongestoord te groeien, deze perfecte kristalvormen komen zelden voor.