De ontstaanswijze en de classificatie van gesteenten wordt in het museum uitgelegd aan de hand van mooie voorbeelden. Zowel de magmatische gesteenten, de sedimentaire gesteenten en de metamorfe gesteenten komen daarbij aan bod.
Sommige gesteenten bestaan uit slechts een mineraal. De meeste gesteenten bestaan echter uit verschillende mineralen. Deze mineralen, die allen hun eigen chemie en structuur hebben, zijn door een geologisch proces samengevoegd en vormen een gesteente. In veel gesteenten zijn kristallen van de mineralen met elkaar vergroeid. In b.v. het gesteente graniet zijn kristallen van kwarts, orthoklaas, plagioklaas en vaak biotiet of muscoviet met elkaar vergroeid. Dezelfde mineralen kunnen ook in b.v. een zandsteen voorkomen. Een zandsteen is opgebouwd uit korreltjes. De kristallen van de mineralen zijn afgerond door transport waardoor het korreltjes geworden zijn. Het gesteente wordt een zandsteen genoemd als de korreltjes gecementeerd zijn.
De processen die een rol gespeeld hebben bij het tot stand komen van een gesteente, en de mineralen die aanwezig zijn, bepalen de naam van het gesteente.
Niet alle gesteenten bestaan echter uit mineralen. Steenkool, dat uit organische verbindingen bestaat, wordt ook een gesteente genoemd.