RAH Schepenbank Lummen nr. 72

Juni 1555 Ė maart 1566

Loons recht buiten

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 1

Henrick Wijnen met zijn huisvrouw Barbara Vaes heeft opgedragen tot behoef van Anna Zwinnen een stuk land in Coersel 'in die Vaes Hoeven' gelegen, grenzend Peter Van Lelen 1), Jaspar Kenens kinderen 2) en Henrick Wijnen zelf 3), als een pand voor 5 halster rogge jaarlijks. De halster kan betaald worden met koren of met 6 stuivers Brabants. Valdag op Sint Jan Baptist. Henrick of zijn nakomelingen mogen deze last kwijten met 22 rinsgulden Brabants. Peter Dillen is in de naam en tot behoef van Anna Swinnen tot de gichte gekomen met recht.

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 1

Merten Vreven met zijn huisvrouw Lijsbeth Dillen heeft opgedragen tot behoef van Peter Dillen het achtste deel van een beemd gelegen in Oversel, geheten 'den Vorsten Baeten Beempt', grenzend de kinderen van Geert Dillen 1), Lijsbeth Moens 2) en Peter Dillen voorschreven 3) en 4). Voor 17 rinsgulden Brabants. Peter Dillen is ter gichte gekomen met recht. Goedspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep.

Merten en zijn huisvrouw stellen als pand en borg 'den vorsten Achelmans Beempt' voor het geval dat Peter problemen zou krijgen door deze koop, zodat hij zijn kosten kan recupereren.

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 1v

Pouwels Vreven met zijn wettige huisvrouw Maria Vaes heeft opgedragen tot behoef van Andries Molders zijn gedeelte van 'den Achelmans Beempt' in Oversel gelegen, palend Pouwels Geerts 1), Peter Dillen 2) en Henrick Vaes 3), als een pand voor 1 rinsgulden jaarlijks vallend op Sinte Peters en Sinte Pouwelsavond. Pouwels Vreven en zijn nakomelingen mogen deze gulden aflossen met 18 rinsgulden Brabants. Goedspenninck een halve stuiver en 10 stuivers lycoep. Andries Molders is ter gichte gekomen met recht.

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 1v

Claes Smeets heeft opgedragen tot behoef van Aert Deckers huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend de kinderen van Herman Croechs 1), Gijsbrecht Pijls 2), sheren straet 3) en Pouwels Otkens 4), als een pand voor 1 rinsgulden jaarlijks eeuwig en erfelijk met valdag op 't hoechtijt van derthienmisse' (Driekoningen) en voor het eerst in 1556. Voor 18 rinsgulden Brabants, 1 oert goedspenninck en 7 stuivers lijcoep. Aert Deckers is ter gichte gekomen.

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 2v

Kathrijn Keeskens met haar geleverde momber Peter Vaes heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen Hubrecht, Jan, Henrick en Peter haar tocht van het vierdedeel van een beemd genaamd 'den Wellens Beempt' in Oversel gelegen, grenzend Claes Beerten 1), Neel Brouwers 2) en 'die Roije Beeck' 3). Hubrecht, Jan, Henrick en Peter zijn ter gichte gekomen met recht.

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 2v

Nu tocht en erflijkheid samen zijn, kwamen Hubrecht, Jan, Henrick en Peter voorschreven en ze hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Peter Hubens het voorschreven vierdedeel voor 20 rinsgulden Brabants boven alle lasten, een halve stuiver goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Peter Hubens is tot de gichte gekomen met recht.

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 3

Gielis Vaes heeft opgedragen tot behoef van Peter Geerts de rinsgulden jaarlijks die hij gelden heeft aan panden van Herman Crouchs, onder Schuelen gelegen, voor 16 rinsgulden Brabants, 1 oert als goedspenninck en 16 stuivers voor lijcoep. Voorwaarde is dat Peter de rente (cheijs) zal trekken die laatst gevallen is. Peter Geerts is ter gichte gekomen.

 

1555, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 3

Rochus Corvers heeft opgedragen met zijn huisvrouw Maria Opt Straet tot behoef van Hubrecht Opt Straet het vierdendeel van een stukje beemd geheten 'den Baeten Beempt', grenzend de kinderen van Peter Jans 1), Reijner Huben 2) en Hubrecht Opt Straet 3) en 4), voor 18 rinsgulden Brabants, een halve stuiver goedspenninck en 10 stuivers lijcoep. Voorwaarde is dat Hubrecht de helft van het geld zal betalen nu op Coerssel kermis eerstkomend en de andere halft Sinte Lucienmisse eerstkomend. Hubrecht is ter gichte gekomen met recht.

 

1555, 11 juli. Folio 6v

Theeus Nesen heeft als momber van zijn huisvrouw Heijloff Baerts ontvangen voor hem en ook voor Thewis, Jan, Maria, Barbara, Margriet en Anna Baerts het versterf dat hen is verstorven na de dood van hun moeder: een stuk broek gelegen in Oversel 'aenden vvallenden put', grenzend Pouwels Beckers 1), Pouwels Schonaerts 2). Theeus kwam voor hem als momber van zijn vrouw en voor zijn megeringen ter gichte.

 

1555, 11 juli. Folio 6v

Peter Vanden Put heeft opgedragen tot behoef van Mathewis der Roije een beemdje met een stuk land gelegen in Castel onder Coersel, grenzend de beek 1), de Broeckstraet 2), Mathewis voorschreven 3) en Henrick Roesboems 4). Belast met 4,5 rinsgulden jaarlijks aan Cristijn Geerts, die te kwijten staan met 75 rinsgulden Brabants; nog met 2 mudde rogge jaarlijks belast die te leggen staan met 50 rinsgulden; nog met 2 halster rogge jaarlijks kwijtbaar met 12 rinsgulden. Opgedragen in ruil, zonder elkaar iets toe te geven, op een stuk broek gelegen 'int Huecken Broeck', hovend 'in onser genedige vrouwen leenhoff'. Mathewis der Roije is ter gichte gekomen. Voorwaarde is dat Peter Vanden Putte het goed binnen het jaar zal vrij maken van alle lasten die eraan staan, op de grondcijns na. Peter draagt ervoor al zijn goederen als borg op, zodat bij enige hinder Matheeus eraan zijn geld kan halen. Matheeus heeft eveneens zijn Loonse goederen opgedragen als een borg aan Peter voor eventuele problemen met het broek voorschreven dat Matheeus aan hem gegicht heeft voor de stadthelder en de leenmannen van de Vrouwe van Lumpmen. Matheeus belooft dat als iemand de weg naar het stuk broek zou sluiten, hij het zal doen openen met recht. Mathewis heeft dat stuk broek verhuurd aan Jannen Hoemans voor een zekere 'touste' (huur) op voorwaarde dat Jan het broek elk jaar 'ten goets mans pryse' goed en degelijk zou bemesten behalve het eerste jaar. Jan heeft dit niet gedaan en daarom belooft Janne Hoemans dat hij dit op zijn kosten voor het recht zal regelen, zonder dat Peter er moet in tussen komen.

Peter en Matheewis hebben aan elkaar hun Loonse goederen opgedragen zoals voorschreven is 'op sheeren boet ende op geleyt der selver guederen'.

 

1555, 19 september. Folio 10v

Lenaert van Loe heeft het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: een stuk broek onder Coersel gelegen, grenzend Henrick Wijnen 1), Jacop Tielens 2); nog een eeuwtken aan het voorschreven stuk broek gelegen, grenzend Maria Convints 1), Henrick Wijnen 2). Lenaert is ter gichte gekomen.

 

1555, 19 september. Folio 10v

Peter Vanden Venne als momber van zijn huisvrouw Elizabeth Kempeners en Maria Kempeners hebben ontvangen de goederen die hen na de dood van hun vader en moeder zijn toegevallen: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheren straet aan 2 zijden, Jan Smeets 3) en Thys Joes 4). Peter als momber van zijn huisvrouw voorschreven en Maria Kempeners zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1555, 03 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 11

Christiaen Hueveners heeft opgedragen tot behoef van Peter Bullekens een stuk broek gelegen onder Coersel 'in smeijers beempden', grenzend Wouter Vanden Hout 1), sheeren straet 2), Jacop Tielens 3) en Pouwels Hueveners 4). Enkel belast met 2 penninck grondcijns. Verkocht voor 175 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck, lycoep 1 gulden. Peter Bullekens is ter gichte gekomen.

 

1555, 03 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 12

Merten Clerx heeft opgedragen tot behoef van Aert Vanden Kerchoff een zille broek gelegen in Worp onder Scuelen, grenzend Jannes Van Mielen 1), Peter Otten 2) en Aert Vanden Kerchoff 3), voor 32 rinsgulden Brabants boven alle aanstaande lasten. Voorwaarde is dat Merten al de achterstallige lasten zal betalen tot 1555 toe. De lasten die in 1555 vallen, zal Aert op zich nemen want hij zal ook de huur optrekken van de zille broek. Merten belooft dat hij zijn huisvrouw voor het recht zal brengen om hiermee in te stemmen. Aert Vanden Kerchoff is ter gichte gekomen.

Op 29 oktober heeft Beater Munters, huisvrouw van Merten voorschreven, ingestemd met deze gichte.

 

1555, 03 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 12

Peter Vanden Venne heeft opgedragen tot behoef van Marie Kempeners, zijn zwagerin, de helft van huis en hof in Scuelen gelegen waar Peter Kempeners zaliger uitgestorven is. Het grenst des heren straet aan 2 zijden, Thijs Joes 3). Verkocht voor 60 rinsgulden Brabants. Daar moet dadelijk 30 rinsgulden contant van betaald worden en voor de overige 30 rinsgulden zal Maria aan Peter 2 rinsgulden jaarlijks geven totdat ze de 30 gulden aan Peter of zijn nakomelingen zal afgelegd hebben. Maria werd in de helft van huis en hof gegicht en is ertoe gekomen met recht. Peter kwam ter gichte in de 2 rinsgulden jaarlijks, die steeds te kwijten staan met 30 rinsgulden Brabants. Maria betaalde alle hofrechten.

 

1555, 11 oktober. Folio 12v

Geleijtenisse voor Jan Convents alias Doven.

Jan Convents alias Doeven heeft het geleytenisse verzocht van een stuk erf in Castel onder Coersel gelegen, geheten 'tDoelmans Bloeck', toebehorend aan Thijs Seijsens. Seijsens is ten achter van zijn pacht van een mud rogge. Thijs Seijsens heeft conde en dach gehad volgens de procedure en tevens tegen dit geleijtenisse. Jan Convents is tot het geleijtenissen en tot het voorschreven goed gekomen met recht.

 

1555, 14 oktober. Folio 12v

De meier heeft in de naam van de Vrouwe van Lumpmen, als heer van Lumpmen, geleijtenisse genomen van een stuk erf onder Coerssel op 'den Hoegen Bossch' gelegen. Dat gaat om een gedeelte van 2 boender, grenzend Wilboert en Jan Zwinnen, sheren aert en 'die Auwe Beeck'. Maria Schuermans van Hoesden met haar erfgenamen hadden er conde en dach van gehad dat ze 7,5 penninck grondcijns moesten betalen en van de klacht en de procedure daar tegen. Ze werden ook op de hoogte gebracht van het geleijtenisse. De meier kwam in de naam van de vrouwe tot het geleijtenisse en tot de gichte.

 

1555, 17 oktober. Folio 13

Willem Geerts heeft in de naam van Willem en Anna Wevers het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders verstorven is: huis en hof in Coersel gelegen, grenzend een Brabantse uutfanck en des heren straet 1), Geert Joris 2) en 3), Pouwels Geerts en Merten Windelen 4); nog een halve bonder broek in Coersel gelegen, grenzend de H. Geest van Coersel 1), Peter Jans erfgenamen 2) en Jan Moens van Geeneijcken erfgenamen 3); nog 2 vaet rogge jaarlijks staande aan Heyloff Houtmans panden in Coerssel gelegen. Willem Geerts kwam in de naam van Willem en Anne ter gichte met recht.

 

1555, 17 oktober. Folio 14

Jan en Michiel Joris hebben ontvangen het versterf dat hen aangestorven is na de dood van hun moeder: een stukje broek in Coerssel gelegen, grenzend de H. Geest van Coersel aan twee zijden, de erfgenamen van Peter Jans 3) en Jan Moens van Geeneijcken erfgenamen 4); nog 2 vate rogge aan Heijloff Houtmans panden in Coersel. Jan en Michiel zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1555, 28 november. Folio 18v

Henrick Coex heeft opgedragen tot behoef van Jan Ghielis 2 stukken land gelegen op 'den Billen Hoeck' onder Schuelen. Het ene heet 'tVenne' en grenst Jan Gielis voorschreven 1), des heren straet 2) en Maria 'metter nasen' 3). Het andere stukje geheten 'Hueveners Hoeffken' grenst Jan Gielis voorschreven 1), Jan Coex 2) en Jan Vernijen 3). Het is belast met 4 rinsgulden en 12 stuivers jaarlijks Brabants en nog met een keur en met 'een herberich coren' en straatlasten, met 3 penninck grondcijns. Henrick staat garant met al zijn goederen voor een goede gicht. Boven de lasten heeft Jan Gielis nog in contant geld 77 rinsgulden Brabants geld gegeven, een halve stuiver goedspenninck, lijcoep nae lantcoep. Jan Ghielis is tot de gichte gekomen 'nae onser bancken recht'.

 

1555, 12 december. Folio 21

Jan Vander Hulst heeft opgedragen tot behoef van Quinten Snollens huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend meester Geert Van Velpen 1), meester Jan van Gelmen 2) en Goijen Geerts 3), des heeren sstraet 4), in een zuivere ruil op een ander huis en hof in Berbrouck gelegen. Quinten geeft nog 7,5 rinsgulden Brabants eens toe en nog 12 stuivers jaarlijks die te kwijten staan met 12 rinsgulden. Quinten is ter gichte gekomen.

Op 9 januari 1556 kweet Jan Vander Hulst aan de panden van Quinten Snollers voorschreven de 12 stuivers jaarlijks. Quinten is ter gichte gekomen. Voorwaarde is wel dat Jan het koren dat nog in de hof gezaaid is bij de oogst zonder kosten zal mogen oogsten.

 

1555, 12 december. Folio 21

Claes Smeets alias Van Coelmont heeft opgedragen tot behoef van Reijner Van Doernick als momber van zijn huisvrouw en als nauwere bloedverwant huis en hof gelegen te Roesen bij 'der Eelst' onder Schuelen, grenzend sheeren straet 1), Jan Crouchs 2), Gijsbrecht Pijls 3) en Pouwels Lodderkens 4), voor 43 rinsgulden 5 stuivers Brabants boven alle aanstaande lasten. Goedspenninck een halve stuiver en lijcoep 35 stuivers. Reijner is als momber van zijn huisvrouw, na bekentenis door eerste koper Aert Deckers, tot de gichte gekomen met recht. Claes mag zijn gebruik hebben van het huis met de warmoeshof tot half maart over een jaar zonder er iets voor te moeten betalen.

 

1556, 09 januari. Op jaergedinge nae derthien dach. Folio 22v

Reyner Van Dornick heeft opgedragen tot behoef van Peter Mechelmans een zille broek op 'den Huven Bampt' gelegen, grenzend 'die Laeck' 1), Thijs Joes 2), Sint Joris Zille 3) en Kathrijn Geerts erfgenamen 4), voor 23 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 ort, lycoep nae lantcoep. Peter Mechelmans is tot de gichte gekomen met recht.

 

1556, 09 januari. Op jaergedinge nae derthien dach. Folio 22v

De kinderen van Peter Van Houte, namelijk Lambrecht Vanden Bossche als momber van zijn huisvrouw Lijsbeth Van Houte heeft voor hem en voor zijn megeringen Jan en Gielis Van Houte, Cornelis Claes als momber van zijn huisvrouw Margriet Van Houte het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stukje heide op 'den Hogen Bossch' gelegen; nog een uutfanck aan het huis gelegen; nog een zille broek in Oversel gelegen, grenzend heer Lucas Van Postel, Jan Leijsen en Jan Hoemans O, Bomaerts kinderen W en des heren aert 3); nog 1,5 dachmael in Coersel gelegen, palend Pouwels Van Houte 1), Gielis Van Hout 2); nog een bloexke in Coersel gelegen, groot omtrent 2 halster zaijens, grenzend Pouwels Van Houte 1), Jan Hoemans 2) en sheren straet 3). Lambrecht kwam voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte.

 

1556, 09 januari. Op jaergedinge nae derthien dach. Folio 23v

Aert Pijls heeft opgedragen tot behoef van Jan Vilters alias Van Loebossch het voorschreven stuk land opt Dornicx Velt gelegen en daarbij nog huis en hof in Heerl gelegen, grenzend Jan Gielis der tummerman 1), de kinderen van Henric Van Heerl 2), sheeren straet 3) en Henrick Dormaels 4), als een pand en onderpand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks erfelijk. Jan Vilters is ter gichte gekomen.

Op 9 juli 1556 is deze rinsgulden erfelijk door Aerdt Pijls afgelegd zoals men op die datum zal vinden.

 

1556, 09 januari. Op jaergedinge nae derthien dach. Folio 24

Jan Aelbrechs alias Mewis heeft opgedragen tot behoef van Maria Iliaes zijn tocht van huis en hof in Scuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Reijner Wellens erfgenamen 2) en 3) en Geert Coex 4), voor de lasten die eraan staan. Henrick Iliaes werd tot behoef van zijn moeder Maria Iliaes in de tocht gegicht en gegoed met recht. Maria heeft de kosten betaald die hiervoor zijn gedaan: boete aan de heer, gerechtskosten en kosten aan de 'voersprecker' enz. Ze belopen samen op 39 stuivers Brabants.

 

1556, 23 januari. Folio 25

Pouwels Vreven met zijn huisvrouw Maria Vaes en Merten Vreven met zijn huisvrouw Lijssbeth Vaes, als mombers van hun huisvrouwen, hebben samen opgedragen tot behoef van Jan Wijnen hun gedeelte van een halve mudde rogge jaarlijk sstaande aan panden van Jaspar Kenens onder Coerssel gelegen, voor 8 rinsgulden 5 stuivers Brabants eens. Jan Wijnen is ter gichte gekomen met recht.

 

1556, 20 februari. Folio 27v

Geert Wellens heeft opgedragen tot behoef van Jan Teggers een stukje broek gelegen in Oversel 'aent Ketelken', grenzend de beek 1), Laureys Witters 2) en Henrick Wellens 3) en 'tGroet Broeck' 4), voor 18 rinsgulden Brabants eens. Jan Teggers is tot de gichte gekomen met recht. Op 3 december 1556 heeft Reyner Opt Straet met deze gicht ingestemd en ze van waarde gehouden.

Op 4 maart 1557 heeft Jan Teggers het voorschreven bloek opgedragen tot behoef van Jan Convents, bekennend hem de naderschap. Jan Convents is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 20 februari. Folio 27v

Matheeus (Thewis) Oijen heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijnkens een stuk broek gelegen in Oversel, geheten 'den Keesken', grenzend Henrick Crompvoets 1), 'den Hogen Bossch' 2) en Lenaert Caesmans 3), en daarbij al zijn andere Loonse goederen onder deze bank gelegen, als een pand voor 3 rinsgulden jaarlijks kwijtrente met valdag op Kerstmis. Matheeus en zijn nakomelingen mogen deze 3 rinsgulden jaarlijks afleggen met 60 rinsgulden Brabants zoals ten tijde van de afkwijting zal gangbaar zijn. Indien Jan Reijnkens wil dat deze 3 rinsgulden afgelegd worden, dan moet hij dat aan Matheeus een half jaar tevoren laten weten. Indien Jan Reijnkens deze 3 rinsgulden jaarlijks met recht zou moeten eisen, dan zal Matheeus voor de drie rinsgulden anderhalf mud rogge moeten geven. Jan Reijnkens is tot de gichte gekomen met recht.

Op 27 mei 1563 heeft Goijvaert Reijnkens aan de panden van de kinderen van Lenaert Caesmans, namelijk Lenaert, Jan, Willem en Margriet Caesmans, deze 3 rinsgulden jaarlijks gekweten. Hij bekende dat hij zowel de hoetpenningen als alle restanten ontving. Jan Bolaerts is tot behoef van de voorschreven kinderen ter gichte gekomen. Govaert belooft dat hij het geld weer zal uitzetten tot behoef van zijn kinderen aan gronden sorterend in het laethof van Ffredericks Van Rijckel gelegen onder de bank van Ham. Is in hoede gekeerd.

 

1556, 20 februari. Folio 28

Merten Vreven met zijn wettige huisvrouw Elisabeth Vaes heeft opgedragen tot behoef van Peter Dillen een beemd gelegen in Oversel, geheten 'den Vorsten Achelmans Beempt', grenzend Peter Dillen voorschreven 1), Pouwels Geerts 2), sheren straet 3) en Pouwels Vreven 4), voor 112 rinsgulden Brabants. De huisvrouw van Merten krijgt voor een 'kermisse' (traktatie) 3 rinsgulden eens. Goedspenninck een stuiver. Peter Dillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 20 februari. Folio 28v

Henrick Slangen heeft opgedragen tot behoef van Jan Teggers een half zilleke broek gelegen in 'den Mesmeker', grenzend Pouwels Beckers 1), Jan Teggers voorschreven 2), Peter Bruggen 3), in ruil voor een ander stukje broek gelegen onder Hechtel. Jan Teggers geeft aan Henrick hierop nog 1 rinsgulden eens toe. Jan Teggers is tot de gichte gekomen.

 

1556, 20 februari. Folio 29

Jan Jacops als H. Geestmeester van Beringen heeft ontvangen de 6 rinsgulden jaarlijks staande aan panden van Goris Vanden Gracht tGenenbossch gelegen, zoals heer Andries Gatoffs aan de H. Geest van Beringen via zijn testament heeft gemaakt. Jan Jacops is tot behoef van de H. Geest van Beringen met recht tot de gichte gekomen.

De eerste gicht hiervan zal men vinden op 23 februari 1553.

 

1556, 20 februari. Folio 29

Laureijs Laukens heeft opgedragen tot behoef van Jan Laukens een stuk land in Coersel gelegen, palend Jan en Loijch Beckers 1), sheren straet 2), Willem Geerts 3) en Henrick Kenens 4), in ruil voor een ander stuk, of heide, in Stal gelegen, hovend onder de laethoff in Coersel. Ze geven elkaar niets toe. Jan Laukens is ter gichte gekomen.

 

1556, 20 februari. Folio 29

Jan Laukens heeft opgedragen tot behoef van Jan Beckers het voorschreven stuk land gelegen in Coersel voor 1,5 rinsgulden Brabants. Jan Beckers is ter gichte gekomen met recht.

 

1556, 20 februari. Folio 30

Augustijn Sionckeren heeft opgedragen tot behoef van Henrick Van Reppel een beemd gelegen op de Herck, grenzend Geert van Kaerl 1), de Herck 2), 'den Schevel' 2), en daarbij nog al zijn andere Loonse goederen als een pand voor 20 halster rogge jaarlijks met valdag op 'Sint Peters dach cathedra'. Augustijn en zijn nakomelingen mogen deze 20 halsters kwijten met 80 rinsgulden Brabants (de karolusgulden voor 21 stuivers, de philippusgulden voor 27 stuivers, de daelder voor 30 stuivers gerekend). Henrick Van Reppel is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 05 maart. Folio 32

Thewis Oijen heeft opgedragen tot behoef van Henrick TCeelen, bekennend hem de naderschap van een stuk broek gelegen in Oversel dat hij heeft gekocht van Thijs Noelens als momber van zijn huisvrouw. Henrick Tceelen is ter gichte gekomen met recht.

 

1556, 05 maart. Folio 32

Sijmon Vranckens met zijn huisvrouw Maria Pijls heeft opgedragen tot behoef van Peter, Bartholomewis en Margriet Tielens, de kinderen van Bartholomeus Tielens, een stuk land gelegen in Coerssel, geheten 'die Herberch', grenzend sheeren straet aan 3 zijden en Bartholomeus Tielens 4), voor 125 rinsgulden Brabants. Die moeten betaald worden tussen nu en Sint-Jansmisse eerstkomend en uiterlijk op Kerstmis daarna. Indien de kinderen niet tijdig betalen, zal Sijmon Vranckens dan de huur van het stuk land mogen trekken, namelijk 5 rinsgulden eens. Na die termijn mag Sijmon het stuk land ook verkopen als hij niet betaald werd. Als de koopsom dan lager zou uitvallen, mag hij de mindergelding halen aan een ander stuk land toebehorend aan Bartholomewis Tielens, vader van de kinderen voorschreven, gelegen vlak naast het land 'den Herberch' voorschreven, westwaarts. Bartholomeus heeft dat goed hiervoor verbonden voor deze schepenen. De kinderen van Bartholomeus Tielens zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1556, 05 maart. Folio 34

Bartholomewis Tielens heeft opgedragen tot behoef van Aert Stevens het vierendeel van 'den Ruijsschen Beempt' in Coersel gelegen aan 'den Esschelen bos' met de weg die hij zo dikwijls mag bevaren als de koper believen zal. Bartholomeus behoudt voor zichzelf nog de helft ervan aan de oosterzijde, grenzend Peter Cloesters 1), Jannes Zmeets 2) en Aert Stevens voorschreven 3). Opgedragen in ruil voor een ander goed hovend in de Brabantse bank zonder dat ze elkaar iets toegeven. Aert Stevens is tot de gichte gekomen met recht. De helft van 'den Ruysschen Beempt' is belast met een halve braspenninck grondcijns.

Bartholomeusí huisvrouw ... na(?) Smeets genaamd, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1556, 05 maart. Folio 34v

Dionijs Wevers heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Geerts een half stuk erf onder Coersel gelegen, gedeeltelijk dries of 'groess wass' en gedeeltelijk land, grenzend Pouwels Geerts O en een Brabantse uutfanck N, Geert Joris W en Z. Tevens opgedragen een half stuk land van omtrent anderhalve halster zaaiens, grenzend Merten Windelen Z, Geert Inden Zavel W, Geert Joris N, Pouwels Geerts O, voor 50 rinsgulden, een halve stuiver goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Pouwels Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 05 maart. Folio 36v

Mathewis die Roije heeft opgedragen tot behoef van Gijsbrecht, Wilboert, Laureijs en Lijsbeth Binnemans, Joachim Uuter Limigen als momber van zijn huisvrouw Lijsbeth Binnemans alias van Loe, Anna en Peter Van Loe de tocht die hij bezat van de goederen die hem gebleven zijn na de dood van zijn eerste huisvrouw zaliger Maria Kijfaerts alias Mathewis. De voorschreven personen zijn tot de gichte gekomen.

Nu tocht en erve samen zijn, kwamen Ghijsbrecht, Wilboert, Laureijs en Lijsbeth Binnemans, Joachim Uuter Limigen met zijn huisvrouw Lijsbeth Van Loe, Anna van Loe met haar verleende momber Peter Lemmens alias Mariens en ze hebben samen opgedragen tot behoef van Mathewis die Roije al de goederen voorschreven voor 75 rinsgulden Brabants. Hierbij is tevens begrepen hetgeen sorteert in de laathof van Coerssel. Dat gaat daar om het grootste gedeelte. Hetgeen hier sorteert wordt gerekend aan het derde deel. 2 stuivers als goedspenninck en de lijcoep 3 rinsgulden. Peter Van Loe heeft eveneens zijn gedeelte van de voorschreven goederen op gedragen, inbegrepen in de voorschreven prijs. Mathewis die Roije is met recht tot de gichte gekomen. Mathewis betaalde als pontgelt 25 stuivers en de hofrechten betaalde hij zowel voor hem als voor de verkopers.

Op 19 maart 1556 kwam Jan Vander Heijden en hij heeft ingestemd met de gichte die zijn huisvrouw Lijsbeth Binnemans hier boven gedaan heeft.

 

1556, 16 maart. Folio 37

Loijch Cronen heeft opgedragen tot behoef van zijn kinderen Jan, Cristijn en Maria Cronen zijn tocht van huis en hof met toebehoren in Schuelen op 'de Stappen Heijde' gelegen, grenzend sheeren straet op 2 zijden, tStappen Heyde 3), Aert Pijls 4). De kinderen zijn met recht tot de gichte gekomen.

Vervolgens heeft Maria Cronen zich vermomberd met haar broer Jan Cronen, die haar met recht werd verleend.

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, kwamen Jan Cronen, Cristijn Cronen met haar wettige momber Jan Van Cannen en Maria Cronen met haar verleende momber Jan Cronen en ze hebben samen opgedragen tot behoef van Ffrans Van Gelmen het voorschreven huis en hof met toebehoren voor 5 rinsgulden jaarlijks erfelijk. Aan deze 45 rinsgulden zullen de jaarlijkse lasten korten waarmee huis en hof belast zijn. Ffrans Van Gelmen is met recht tot de gichte gekomen.

Loych Conen mag het huis met de hof nog gebruiken voor zover het land reikt tot half maart 1557 mits hij aan Ffrans 2 rinsgulden eens geeft.

Op 21 mei 1556 hebben Jan Cronen en Jan Van Cannen met zijn huisvrouw Cristijn Cronen elk apart 1 rinsgulden erfelijk opgedragen - dus samen 2 rinsgulden - tot behoef van Jan Van Gelmen en ze kwijten hem zijn voorschreven panden. Voor elke rinsgulden erfelijk hebben ze 19 rinsgulden Brabants ontvangen, dus samen 38 rinsgulden Brabants. Ffrans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 19 maart. Folio 38

De kinderen van Jan Aelbrechts alias Mewis, namelijk Geertruijt, Maria, Katlijn en Margriet.

Sijmon Blasen en Lenaert Mertens als mombers van hun huisvrouwen hebben als mombers het versterf ontvangen dat hun huisvrouw en hun megeringen aangestorven is na de dood van hun ouders: een zille broek achter de molen gelegen; nog een zille broek Int Schuelens Broeck gelegen; nog 4 vaet rogge en 2 rinsgulden jaarlijks staande aan panden van Dingen Beloerens in Laren; nog een rijder aan Willem Fransens panden; nog 30 stuivers jaarlijks aan panden tGenenboss gelegen en verder alle andere Loonse goederen. Symon Blasen en Lenaert Mertens als mombers van hun huisvrouw zijn voor hen en voor hun megeringen tot de gichte gekomen.

 

1556, 19 maart. Folio 38

Sijmon Blasen heeft het versterf ontvangen dat Aelbrecht, zoon van Jan Mewis alias Aelbrechts, is aangestorven na de dood van zijn vader en moeder: een stuk erf gelegen onder Scuelen 'opt Dameren Veldeken', grenzend Henric Stessens. Sijmon kwam tot behoef van Aelbrecht voorschreven ter gichte.

 

1556, 19 maart. Folio 38v

Aerdt Bogaerts met zijn huisvrouw Margriet Zwinnen heeft opgedragen tot behoef van Jacop Claes alias Reijners drie vierdeel broek aan 'den Hodonck Berch' gelegen, rijdend tegen Willem Mellen, grenzend de Laeck 1), Steven Keysers 2) en 3) en 'den Raven Beempt' 4). Voor 22 rinsgulden Brabants boven alle aanstaande lasten. Goedspenninck een halve stuiver, lycoep nae lantcoep. Jacop Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 19 maart. Folio 39v

Henrick Stessens als momber van zijn huisvrouw Christijn Schuermans heeft het versterf ontvangen dat zijn huisvrouw aangestorven is na de dood van haar ouders: huis en hof in Schuelen gelegen; nog een huis en hof er tegenover gelegen; nog een hof te 'Ruijen' gelegen, grenzend de Ruyerstraet 1), de Laeck 2); nog een driesje bij het voorschreven goed gelegen, grenzend 'den Liendriess'; nog een hof aan het kerkhof in Scuelen gelegen, grenzend het kerkhof 1), 'die Mierstege' 2); nog een stuk land geheten 'den Berbossch', grenzend meester Jan van Gelmen 1), Jan Bouten 2); nog 'die Echeldonck'; 'den Auwen Bampt'; nog een heide aan 'die Wolffs Kele' gelegen; nog een zilleke aan de hof gelegen en verder alle goederen die hier sorteren. Henrick Stessens is als momber van zijn huisvrouw ter gichte gekomen.

 

1556, 19 maart. Folio 40v

Peter Trompeners heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Scepers het vierendeel van een beemd geheten 'den Raven Beempt', palend de Demer 1), Sint Joris Zille 2) en Aert Ginder Achter 3). Niet meer belast dan met een mudde rogge jaarlijks aan Ffrans Scepers voorschreven en met 'des heeren grontcheijs'. Opgedragen in ruil voor een ander stuk erf sorterend onder de Brabantse bank. De ene geeft de andere niets toe. Ffrans Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 19 maart. Folio 40v

Quinten Trompeners heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Scepers het vierendeel van 'den Raven Beempt' voorschreven, palend de Demer 1) Sint Joris Zille 2) en Aerdt Ginder Achter 3), voor 65 rinsgulden Brabants. Op het eerstevolgende jaargeding moet Ffrans 20 rinsgulden betalen en de rest op Lumpmen kermisse daarna. Goedspenninck 1 stuiver, lycoep nae lantcoep. Mocht Ffrans er lasten aan ondervinden, dan mag hij zijn kosten halen aan een beemd in Laeren gelegen aan 't Raven Weechsken'. Ffrans Scepers is tot de gichte gekomen met recht.

 

1556, 16 april. Opt jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 46

Jan Beckers heeft opgedragen tot behoef van Jan Witters en Henrick Van Obbel als momber van zijn huisvrouw Maria Witters zijn tocht van al de goederen waarvan hij de tocht heeft en die hem zijn gebleven na de dood van zijn eerste huisvrouw Kathlijn Witters zaliger. Jan Witters en Henrick Van Obbel als momber van zijn huisvrouw zijn ter gichte gekomen met recht.

1556, 16 april. Opt jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 46

Jan Witters voorschreven heeft opgedragen tot behoef van Jan Beckers een stuk land opt Luelen onder Coersel gelegen, grenzend Jan Leysen 1), Wouter Hoemans 2) en de kinderen van Anna Tielmans 3), voor de goederen waar hij in getochtigd was gebleven na de dood van zijn eerste huisvrouw, zoals beschreven in de voorgaande gichte. Jan Beckers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 16 april. Opt jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 46v

Scheiding en deling tussen Jan Witters en Henricx Van Obbel als momber van zijn huisvrouw Maria Witters.

Jan Witters werd aangedeeld een beemd gelegen in Oversel, geheten 'den Eelkens Beempt', grenzend de kinderen van Jan Joris 1), Jan Moens kinderen en Ffrans Vaes 3). Hij kreeg nog een uutfanck waar de kamer op staat.

Henrick Van Obbel als man en momber van zijn huisvrouw Maria Witters kreeg een beemd gelegen achter Witters onder Beringen en nog een wijer geheten 'den Mewis Wyer'. Ze doen afstand van hun rechten op elkaars deel. Is in hoede gekeerd.

 

1556, 16 april. Opt jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 47

Ffrans Vaes heeft opgedragen tot behoef van Henrick Meijen een stuk land gelegen onder Coersel, geheten 'dat Luelen', grenzend Lambrecht Scepers 1), Anna Dillen 2), Maria Dillen 3) en de pastoor van Coersel 4), voor 25 rinsgulden Brabants boven alle aanstaande lasten. Henrick Meijen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 16 april. Opt jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 47v

Jan Vrancken heeft opgedragen tot behoef van Jan Wevers een stukje broek gelegen aan 'den Raven Beempt', rijdend tegen Steven Keijsers, grenzend 'den Raven Beempt' 1), 'den Scotelmans' 2). Voor 29 rinsgulden Brabants boven alle lasten, een halve stuiver als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jan Wevers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 16 april. Opt jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 47v

Anna Wevers met haar wettige momber Goesen Loijens heeft opgedragen tot behoef van Margriet Pouwels, haar dochter, de tocht van het gedeelte van Margriet van de helft van huis en hof voor zover het onder deze bank sorteert, onder Coerssel gelegen. Het grenst Pouwels Geerts 1), de Brabantse uutfanck 2), Geert Joris 3) en 4). Tevens haar tocht van de helft van een stukje land omtrent het voorschreven huis en hof gelegen, grenzend Merten Windelen 1), Pouwels Geerts 2), Geert Joris 3) en Geert Inden Zavel 4). Margriet is met recht tot de gichte gekomen.

Margriet Pouwels heeft zich vermomberd met Peter Joris en met Geert Joris, die haar met recht verleend zijn.
Dadelijk hierna, nu tocht en erve samen zijn, kwam Margriet Pouwels met haar geleverde mombers en ze heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Geerts haar helft van huis en hof en ook van het stukje land voorschreven voor 75 rinsgulden Brabants. Goedspenninck een halve stuiver, lycoep nae lantcoep. Pouwels Geerts is met recht tot de gichte gekomen. Het Loons goed wordt gerekend op 20 rinsgulden. Margriet heeft beloofd dat ze haar broers voor het recht zal brengen als ze mondig zijn om met deze gicht in te stemmen.

Op 6 april 1559 werd opgedragen als een borg een stuk beemd in Oversel gelegen, grenzend Willem Geerts 1), de beek aan 2 zijden, en verder al de Loonse goederen voor de gichte hiervoor omwille van de onmondige kinderen Michiel en Henrick. De borg zal blijven staan tot de kinderen mondig zijn en deze gichte zullen gelaudeerd hebben. Pas daarna zullen de borgen ontslagen zijn. Michiel Pouwels laudeerde op dat moment deze gichte. Is in hoede gekeerd.

 

1556, 30 april. Folio 49

Op 27 april kwam Willem Paes met zijn huisvrouw Maria Zijbens en hij heeft opgedragen tot behoef van Peter Otten 3 rinsgulden en 5 stuivers Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden in Schuelen gelegen, toebehorend aan Jan Schuermans. Dat gaat om een goed geheten 'die Helle', grenzend 'die Custers Straet' 1), de erfgenamen van Claes Vanden Roije 2), meester Liebrecht Meerhouts 3) en de erfgenamen van jonker Coenraert van Malborch 4). Voor 65 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck en 20 stuiveers voor lijcoep. Peter Otten is op de laatste dag van aapril met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 30 april. Folio 50

Lambrecht Kenens heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Lemmens een stukje erf gelegen in Laeren, grenzend Melchior Vreven 1), Reijner Bogaerts 2) en Mathijs Baens erfgenamen 3), voor de aanstaande last. Belast met 3 vierdelingen rogge jaarlijks aan de rector van het Onser Liever Vrouwen altaer in Coersel. Lenaert Lemmens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 52v

Lenaert Boelaerts heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Vreven het vierendeel van een beemd in Gestel gelegen, geheten 'den Ruijen Beempt', grenzend Henrick Lemmens 1), Juliaen Corvers 2) en Henrick Lemmens voorschreven 3); nog een stuk broek onder Beringen gelegen en nog 2 halster rogge jaarlijks onder Beverloe die staan te kwijten met 5,5 rinsgulden zal Lenaert aan Pouwels gichten voor een stuk broek gelegen in Oversel geheten 'den Achelmans Beempt', grenzend Pouwels Geerts 1), Henrick Vaes 2), Peter Dillen 3) en 4). De ene geeft de andere niets toe. Pouwels Vreven is ter gichte gekomen met recht.

 

1556, 21 mei. Folio 52v

Pouwels Vreven met zijn huisvrouw Maria Vaes heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Boelaerts een beemd geheten 'den Achelmans Beempt' in Oversel gelegen, grenzend zoals in de voorgaande gichte, voor een ander goed zoals boven geschreven is. Lenaert Bolaerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 53

Lenaert Boelaerts heeft opgedragen tot behoef van Peter Dillen de voorschreven Achelmans Beempt, zoals Lenaert die van Pouwels Vreven met boverstaande gichte ontvangen heeft, voor 5 rinsgulden Brabants jaarlijks boven alle aanstaande lasten. Peter Dillen en zijn nakomelingen mogen deze 5 rinsgulden jaarlijks altijd lossen met 82 rinsgulden Brabants. Peter Dillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 53

Peter Dillen heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Boelaerts de voorschreven 'Achelmans Beempt' en daarbij nog 'den Groten Achelmans Beempt, vlakbij de voorschreven beemd gelegen, als een pand en onderpand voor de 5 rinsgulden jaarlijks voorschreven. Te kwijten zoals voorschreven is. Lenaert Boelaerts is met recht tot de gichte gekomen.

In 1573 op 23 april heeft Vincent Hoets zijn tocht opgedragen van de 5 rinsgulden jaarlijks voorschreven tot behoef van Jan en Maria Bolaerts. Deze zijn ter gichte gekomen. Jan Cuijpers heeft de voorschreven panden gekweten van de 5 rinsgulden jaarlijks en Lucas Huben is ter gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 53v

Op 18 mei heeft Peter Daems alias Wintmolders opgedragen tot behoef van zijn kinderen Henrick, Jan en Margriet zijn tocht van al zijn Loonse goederen onder deze bank gelegen. Jan en Margriet kwamen voor hen en voor hun broer Henrick met recht tot de gichte.

Margriet heeft zich vermomberd met haar oom Jan Daemen en Jaspar Nijelis, die haar met recht verleend zijn.

Dadelijk daarna nu tocht en erve samen zijn, kwamen Jan en Margriet met haar verleende mombers voorschreven en ze hebben opgedragen tot behoef van Willem Geerts een stuk heide gelegen in Coersel aan 'die Binnemans Hoeve', grenzend Jan Geerts en Peter Vanden Put 1), Jaspar Zmeets 2), Heijloff Neelis 3) en Jan Geerts voorschreven 4). Opgedragen voor 6 vaet rogge jaarlijks Hesseltse maat. Die staan te kwijten en te lossen met 25 rinsgulden Brabants. Daarboven geeft Willem nog in contant geld 25 stuivers Brabants eens. Willem Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 53v

Willem Geerts heeft opgedragen tot behoef van Peter Daems kinderen het stuk heide voorschreven en daarbij nog al zijn andere Loonse goederen als een pand en onderpand voor de 6 vaet rogge Hesselts jaarlijks voorschreven. Valdag voor het eerst volgende Kerstmis. Jan en Margriet zijn voor hen en voor hun broer Henrick met recht tot de gichte gekomen. Jan en Margriet met haar mombers hebben aan hun vader zijn tocht bekend van de 6 vaten rogge voorschreven.

Jan en Margriet met haar mombers hebben al hun Loonse goederen opgedragen als een borg voor het geval dat Willem Geerts in de toekomst enige hinder zou ondervinden. Eventuele kosten kan hij dan halen aan deze goederen. Ze beloven ook dat ze hun broer Henrick voor het recht zullen brengen om deze gicht van de heide te lauderen. Ze stemmen er tevens mee in dat Willem 'dat stroussel' mag afmaaien en gebruiken dat hij van hun vader Peter Daems heeft gekocht. Dat heeft geen uitstaans met deze koop.

 

1556, 21 mei. Folio 54

Henrick Van Nedercosen heeft opgedragen tot behoef van Peter Mechelmans een halve zille broek gelegen op 'den Hauben Bampt', grenzend Peter Mechelmans voorschreven 1), de Laeck 2), Joris Kelberchs 3) en Henrick Vanden Mortel 4), voor 19 rinsgulden en 5 stuivers Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Peter Mechelmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 54v

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Joris Kelberchs een halve zille broek gelegen op 'den Hauben Bampt', grenzend Henrick Vanden Mortel 1), 'Sint Joris Zille' 2) en Peter Mechelmans 3), voor 19 rinsgulden en 10 stuivers Brabants, goedspenninck een halve stuiver. Joris Kelberchs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 54v

Lijssbeth Puetinx met haar verleende momber Peter Otten heeft opgedragen tot behoef van Kathlyn, haar dochter, haar tocht van een beemd geheten 'den Cleijnen Groeten Beempt' gelegen op 'den Halbeeker Dijck', grenzend de leijtgracht 1), Jannes Raetschaerts 2), Loijch van Halbeeck erfgenamen W en 'den Halbeeker dijck' Z. De dochter Kathlijn is met recht tot e gichte gekomen.

Kathlijn voorschreven heeft zich vermomberd met Peter Vanden Briel, die haar met recht verleend is.

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, kwam Kathlijn met haar verleende momber voorschreven en ze heeft opgedragen tot behoef van Jannes Raetschaerts de voorschreven beemd voor 82 rinsgulden(? geen munt vermeld) Brabants boven alle lasten. Deze lasten zijn 6 rinsgulden jaarlijks aan Jannes voorschreven en des heren grondcijns. Goedspenninck een halve stuiver, lycoep nae lantcoep. Jannes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 21 mei. Folio 55

Lijssbeth Putters met haar geleverde momber Henrick Meijen heeft geleytenisse verzocht van enkele percelen erf onder Coersel gelegen, toebehorend aan Cornelis Houwers alias van Muelstede met zijn consoorten omdat de jaarlijkse pacht van 2 mudde rogge jaarlijks, gevallen in 1554 en 1555, niet werd betaald. De procedure werd erop gedaan en hiervan kregen Cornelis Houwers alias van Muelstede, Jan en Margriet Houwers conde en dach. De gezworen bode Geert Neesen heeft daarvan de eed gedaan. De voorschreven personen zeiden er niets op en daarop werd aan Lijssbeth hout en rissch geleverd in een teken van eigendom en ze is met recht tot de gichte gekomen.

Hierna op 19 juni 1561 is het goed gepurgeerd door Jan en Margriet Houwers alias van Muelstede, zoals men op die datum zal vinden.

 

1556, 11 juni. Folio 55v

Jan Plissis heeft opgedragen tot behoef van Valentijn Vanden Campe een halve beemd op de Herck gelegen, geheten 'den Scevel', grenzend de Herck 1), de kosterij 2) en Aerdt Tummermans 3). Hij is enkel met 5 stuivers jaarlijks belast aan de H. Geest van Herck. Opgedragen voor 60 rinsgulden Brabants, een blanck als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Valentijn Vanden Campe is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 11 juni. Folio 57v

Anna Geerts met haar verleende momber Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van meester Vranck Vanden Hove 16 rinsgulden jaarlijks staande aan panden van de kinderen van Vreeffke van Gulick gelegen in Schuelen, volgens de inhoud van het register, en daarbij nog al haar Loonse goederen onder deze bank gelegen samen als een pand voor 10,5 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente met valdag op Sint Jans Baptisten dach in juni en voor het eerst in 1557, los en vrij (dus netto). Te kwijten met 150 rinsgulden Brabants geld (de gulden aan 20 stuivers Brabants gerekend, de zonnen cronen het stuk voor 40 stuivers Brabants gerekend). Meester Vranck Vanden Hove is met recht tot de gichte gekomen. Voorwaarde is dat Anna Geerts deze rente niet zal afbetalen binnen 6 jaar.

 

1556, 11 juni. Folio 58

Geert Leijs heeft opgedragen tot behoef Jan Geerts, met instemming van zijn huisvrouw Maria Ruttens, een stukje land omtrent Coersel gelegen van omtrent een halster zaaiens groot, grenzend 'dLanck Stuck' 1), Henrick Roesboems 2), Lijssbeth Ruttens 3) en 'dat Nu Bloeck' 4), voor 46 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck en lycoep 6 rinsgulden. Jan moet in contant geld 5 rinsgulden betalen en de rest, 41 rinsgulden, op de dag van verjaren. Jan heeft als een borg daarvoor al zijn Loonse goederen opgedragen. Tevens heeft Geert Leijs met zijn huisvrouw al zijn Loonse goederen opgedragen als een borg voor het geval dat Jan Geerts problemen zou ondervinden vanwege dit stukje land. Jan Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

Daarna, op 21 juni, heeft Jan Geerts naderschap bekend en de gicht opgedragen van het voorschreven stukje land tot behoef van Thijs Ruttens en Thys Huben. Thijs Ruttens en Thijs Huben zijn met recht tot de gichte gekomen en ze hebben hun Loonse goederen opgedragen als een borg tot behoef van Jan Geerts. Thijs Huben heeft beloofd dat hij zijn huisvrouw zal brengen om met deze gicht in te stemmen.

 

1556, 25 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 60

Maria Roesboems heeft de goederen ontvangen die haar zijn toegevallen na de dood van haar 'vrouwe' Heijlken Roesboems: een stuk broek onder Coersel gelegen, grenzend Jan Overlenders 1), Jan Opde Blueck 2). Ze is ter gichte gekomen.

 

1556, 25 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 60

Sebastiaen Bruggen heeft voor hem en voor zijn zuster Aleydt Bruggen het goed ontvangen die hen verstorven zijn na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Mesmeeker'. Sebastiaen kwam voor hem en voor zijn zuster met recht tot de gichte.

 

1556, 25 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 60v

Marten Neesen heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Lemmens een driesje in Laeren gelegen, grenzend Reyner Bogaerts 1), Thijs Baens erfgenamen 2), Melchior Vreven 3) en 'dat Gielis Straetken' 4), voor de aanstaande last. Dat gaat om 3 vierdelinck rogge jaarlijks aan Onder Liever Vrouwen altaer in Coersel. Lenaert Lemmens is tot de gichte gekomen.

 

1556, 11 augustus. Folio 64v

Aert, Kerstiaen en Aelbrecht Cronen en Jan Aerts van Hasselt met zijn wettige huisvrouw Beatrix Cronen hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Maria Couttereels huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend des heeren straet aan 2 zijden, Goris Snijders erfgenamen 3) en Claes Vanden Roije erfgenamen 4). Het is enkel belast met de grondcijns. Opgedragen voor 130 rinsgulden Brabants, een half blanck als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Maria Couttereels is met recht tot de gichte gekomen.

Kerstiaen heeft beloofd dat hij goede borg zal stellen onder Schuelen gelegen binnen het jaar voor zijn broer Thijs Cronen die nu ter tijd buiten het land is, dat zijn broer Thijs deze gicht en guedinge zal doen.

Op 16 september 1557 kwam Thijs Croenen en hij heeft tot behoef van Maria Couttreels voorschreven zijn gedeelte van het voorschreven huis en hof opgedragen. Maria is op 7 oktober 1557 met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 03 september. Folio 65v

Willem Snijers heeft ontvangen het versterf dat hem en zijn zuster Anna Snyers is toegevallen na de dood van hun broer Jan Snijders: een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'Sint Joris Heyde' en nog 1 rinsgulden jaarlijks aan panden van Jan Scheers onder Schuelen. Willem Snijers is voor hem en voor Anna ter gichte gekomen.

 

1556, 03 september. Folio 66

Henrick en Margriet Wintmolders alias Daems hebben de goederen ontvangen die hen na de dood van hun broer Jan Wintmolders zijn aangekomen: 2 stukken land in Coersel gelegen en nog een stukje erf tussen beide stukken land gelegen. Henrick en Margriet zijn ter gichte gekomen.

 

1556, 03 september. Folio 66

Henrick en Margriet Wintmolders alias Daems met haar geleverde momber Jan Daemen hebben samen opgedragen tot behoef van Wouter Moens een stuk land in Coersel gelegen, geheten 'den Roechter', grenzend Jan Van Heijst 1), Thomas Meijntens 2) en Thonis Leijsen 3); nog een stukje broek in Oversel gelegen, hun gedeelte ervan, grenzend het geheel broek de kinderen van Henrick Kenens 1), Henrick Inden Bossch 2), de beek 3) en Heyloff Meelis 4). Belast met een kan wijn aan de kerk van Coersel en met des heeren grondcijns. Verkocht voor 170 rinsgulden Brabants, een half vierijser als goedspenninck en lijcoep 9,5 rinsgulden. Wouter Moens is met recht tot de gichte gekomen op voorwaarde dat hij het geld mag betalen op Sinte Bartholomewis dach 1557. Indien Wouter het geld dan niet betaalt, dan moet hij de last betalen die Henrick en Margriet voorschreven jaarlijks aan Jan Houwen van Hasselt moeten betalen, namelijk voor 50 rinsgulden een mudde rogge Hesselts jaarlijks. Al wat Wouter voor die dag betaalt, zal in mindering komen. Wouter MOens heeft al zijn Loonse goederen opgedragen als een borg om de voorwaarden te voldoen. Is in hoede.

 

1556, 03 september. Folio 67

Henrick en Margriet Wintmolders alias Daems met haar geleverde momber Jan Daemen hebben samen opgedragen tot behoef van Aerdt Reyners een stuk land in Coerssel gelegen, geheten 'dBloeck', grenzend Henrick Bossch 1), Henrick Kenens 2) en sheeren straet 3), voor 220 rinsgulden Brabants. Aerdt Reijners is met recht tot de gichte gekomen op voorwaarde dat hij de som pas mag betalen op Sinte Bartholomeusdag eerstkomend 1557. Indien hij tegen dan niet betaalt, moet hij de last betalen die Henrick en Margriet jaarlijks schuldig zijn aan Jan Houwen van Hasselt, namelijk voor 50 rinsgulden een mud rogge Hesselts jaarlijks. Aerdt heeft al zijn Loonse goederen als borg gesteld om de voorwaarden te voldoen. Wat vooraf betaald werd, komt in mindering.

Op 4 februari 1557 kwam Aert Reijners voorschreven en hij heeft het stuk land voorschreven opgedragen tot behoef van Wouter Moens, bekennend hem de naderschap. Wouter Moens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 24 september. Folio 69

Jaspar Zmeets heeft ontvangen voor hem en voor Maria, Margriet Zmeets en voor de kinderen van Peter Zmeets de nalatenschap aan hen toegevallen na de dood van hun ouders: een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'den Exels Beempt'; nog een beemd geheten 'den Meijgoer'; nog een eussel geheten 'die Scrieck'; nog een stuk erf op 'den Hogen Bossch' gelegen en nog een bloeck geheten 'dat Boven Bloeck'. Jaspar is voor hem en voor zijn megeringen ter gichte gekomen.

 

1556, 24 september. Folio 69v

Quinten Snollens met zijn huisvrouw Maria Vreven heeft opgedragen tot behoef van Maria Van Swertenbroeck als tochtster huis en hof onder Scuelen gelegen, grenzend meester Geert van Velpen 1), meester Jan Van Gelmen 2), meester Goyvaert Vanden Roije 3) en de straat 4), voor 40 rinsgulden boven alle lasten, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep 1 gulden. Voorwaarde is dat de koopster 1 rinsgulden jaarlijks zal betalen die laatst gevallen is. Jan Swalen kwam in de naam van Marie Van Zwertenbroeck, zijn huisvrouw, met recht ter gichte. Het geld hiervoor is gekomen vanwege Marie Van Swertenbroeck en het zal na haar dood komen aan de kinderen van haar eerste man.

 

1556, 08 oktober. Jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 71

Reyner Opt Straet heeft opgedragen tot behoef van Gielis Pelsers een half mudde rogge jaarlijks aan en op een stuk land geheten 'die Paelmans Hoeve' onder Coersel gelegen, grenzend Henrick Opt Sttraet 1), Loijch Beckers 2), des heeren aert 3) en Hubrecht Opt Straet 4). Valdag op Sinte Dionijs dach. Te kwijten met 16 rinsgulden Brabants (20 stuivers voor de rinsgulden gerekend), 1 negenmenneken als goedspenninck. Voorwaarde is dat Reyner het half mudde elk jaar levert ten huize van Gielis voorschreven. Reyner mag het half mudde niet afleggen binnen 2 jaren. Gielis Pelsers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 08 oktober. Jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 74

Jan, Lambrecht, Loijch en Henrick Stapparts hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: een bosje in Schuelen gelegen, grenzend Jan Gatoffs 1), de zusters van Hasselt 2). Ze zijn ter gichte gekomen.

 

1556, 22 oktober. Folio 76

Anthonis Zwinnen heeft voor Willem van Nedercosen ontvangen de nalatenschap na de dood van zijn 'alden vaders' Jan van Nedercosen: een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'die Raueycken'; nog een heike 'tHemelrijck' geheten; nog een beemd geheten 'den Driessch'; nog een beemdje genaamd 'den Duijven Bampt' en al de andere goederen die hier sorteren. Anthonis kwam in de naam van Willem voorschreven met recht tot de gichte.

 

1556, 05 november. Folio 78

Heyloff Kenens heeft zich vermomberd met Wouter Hoemans, Willem Geerts en Geert Neesen, die haar met recht verleend zijn.

Vervolgens heeft Heijloff Kenens met haar geleverde momber Willem Geerts opgedragen tot behoef van Wouter Hoemans als momber van zijn huisvrouw haar tocht van een beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'den Valckenburch', grenzend Willem Stevens 1), Jaspar Seijsens 2) en 3) en Jan Convents 4). Wouter Hoemans als momber van zijn huisvrouw is met recht tot de gichte gekomen. Voorwaarde is dat Wouter de moeder van zijn vrouw geen gebrek laat hebben. Wouter heeft dit aan de moeder van zijn huisvrouw Heijloff Kenens toegezegd voor het part van de huisvrouw want Heijloff heeft nog meer kinderen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, kwam Wouter Hoemans met zijn huisvrouw voorschreven en ze hebben opgedragen tot behoef van Sijmon Beckers de voorschreven beemd voor 6 rinsgulden jaarlijks kwijtrente waarmee het deel van Wouter belast is aan de Bogaerden van Diest. Sijmon moet deze last er af doen op zijn kost en last tussen dit en O.-L.-Vrouw half oogst. De 6 rinsgulden zullen van nu af lopen op Sijmon voorschreven en staan te kwijten met 108 rinsgulden Brabants. Sijmon moet tussen dit en Sint Jansmisse eerstkomend nog 142 rinsgulden Brabants geld betalen en hij moet aan Wouters huisvrouw voor een kermis 1 karolusgulden geven, 2 stuivers goedspenninck en lijcoep 2 croenen. Peter Beckers is tot behoef van Symon Beckers met recht tot de gichte gekomen. 'den Valckenburch' voorschreven is belast met 7 penninck grondcijns. Het pontgelt beloopt op 12 gulden en 11 stuivers.

Op 3 juni 1557 heeft Symon Beckers het voorschreven goed opgedragen tot behoef van Thijs Op de Bleuck als momber van zijn huisvrouw, bekennend hem de naderschap. Thijs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 05 november. Folio 80

Willem Van Thienen heeft opgedragen tot behoef van Anna Van Thienen de 6 rinsgulden jaarlijks die hij gelden heeft aan een beemd gelegen in Coersel, geheten 'dat Buetschot', toebehorend aan de erfgenamen van Henrick Putmans voor 100 karolusgulden (de karolusgulden gerekend aan 20 stuivers Brabants). Voorwaarde is dat Willem of zijn erfgenamen binnen het jaar de 100 karolusgulden zullen mogen teruggeven aan Anna Van Thienen en zo terug aan de 6 rinsgulden jaarlijks komen. Indien ze niet worden terugbetaald, dan zal Anna of haar erfgenamen aan Willem Van Thienen nog 8 rinsgulden eens moeten geven. Eerst valdag zal zijn op derthienmisse 1558. Anna is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 19 november. Folio 81v

Jan Coex heeft opgedragen tot behoef van Geert Stapparts als momber van zijn huisvrouw Margriet Coex zijn tocht van huis en hof in Schuelen gelegen opt Billen Inde, grenzend Jan Gielis 1), Margriet Van Vlaenderen 2) en de voorschreven Jan Coex 3); nog een stukje erf gelegen 'int Hoech Velt', grenzend sheeren straet 1), Wouter Crouchs 2) en 3) en Jan Tummermans 4). Geert Stapparts is als momber van zijn huisvrouw met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

1556, 19 november. Folio 82

Dadelijk daarna, nu vruchtgebruik en goed samen zijn, kwam Geert Stapparts en hij heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Scheers het voorschreven huis en hof met het stukje erf voorgenoemd voor 2 rinsgulden Brabants erfelijk die nooit meer af te leggen zijn en daar boven nog 30 rinsgulden Brabants boven de aanstaande lasten. Het goed is enkel belast met 2,5 vaet rogge jaarlijks aan Willem Scepers; met 18 stuivers jaarlijks aan Reijner Peters; met 6 stuivers jaarlijks aan het 'Heilichs Cruijs altaer' in Schuelen; aan Sint Joris van Scuelen 6 stuivers jaarlijks; aan de pastoor van Berbroeck 5 stuivers jaarlijks; 3 penninck grondcijns en nog met de 'brantschat'. Lambrecht zal dadelijk van de 30 rinsgulden 10 rinsgulden betalen en de overige 20 rinsgulden binnen het jaar. Indien Lambrecht niet binnen het jaar betaalt, moet hij voor die 20 rinsgulden 1 rinsgulden gichten en er onderpand voor stellen. Jan Coex zal alle gevallen lasten betalen en alle lasten die vallen zullen voor Kerstmis. Een halve stuiver goedspenninck en lijcoep 20 stuivers. Lambrecht Scheers is met recht tot de gichte gekomen.

Op 17 december 1556 heeft de huisvrouw van Geert Stapparts voorschreven aangaande deze gichte vrouwenrecht gedaan.

 

1556, 19 november. Folio 82

Lambrecht Scheers heeft opgedragen het voorschreven goed dat hij van Geerd Stapparts ontvangen heeft als een pand voor 2 rinsgulden Brabants erfelijk voorschreven. Geert Stapparts is tot de gichte gekomen.

 

1556, 17 december. Folio 85v

Margriet Knaep met haar geleverde momber Willem Geerts heeft opgedragen tot behoef van haar dochter Marie Knaep haar tocht van een stuk land gelegen onder Coersel opt Luelen, grenzend Aerdt Neelens 1), Peter Dillen 2), Jaspar Smeets 3) en Anna Knaep 4). Maria Knaep is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, kwam Maria Knaep met haar wettige momber Peter Thijs en zij heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Knaep het voorschreven stuk land voor 75 rinsgulden Brabants. Deze som moet betaald worden als Peter Thys voorschreven aan Lenaert Boijlaerts de koop moet betalen die hij van hem heeft gekocht. 1 stuiver als goedspenninck. Pouwels Knaep is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 17 december. Folio 86

Reijner Opt Straet heeft opgedragen tot behoef van Adriaen Opt Straet een stuk land onder Coersel gelegen in 'die Paelmans Hoeve', grenzend Henrick Opt Straet 1), Loych Beckers 2), 'die Scriex Heijde' 3) en Hubrecht Opt Straet 4), voor 50 rinsgulden Brabants boven de lasten, 1 stuiver als godspenninck en lycoep 20 stuivers. Adriaen Opt Straet is met recht tot de gichte gekomen.

 

1556, 17 december. Folio 86v

Vincent Leijten heeft voor hem en voor Gheert en Jannes Leijten de nalatenschap ontvangen na de dood van hun ouders: 2 gulden Hesselts aan Thomas Cremers panden in Coersel gelegen. Vincent kwam voor hem en voor zijn megeringen ter gichte met recht.

 

1556, 17 december. Folio 87

Ghielis Huesdens als momber van zijn huisvrouw Margriet Vernijen heeft de nalatenschap ontvangen die haar en Joris Verneijen aangestorven is na de dood van heer Gijssbrecht Vander Eijcken: 5 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Aerdt Pijls onder Schuelen. Joris en Gielis als momber van zijn huisvrouw zijn tot de gichte gekomen.

 

1556, 17 december. Folio 87v

Dierick Eelsen met zijn huisvrouw Maria Thijs heeft opgedragen tot behoef van Cornelis Slegers huis en hof in Schuelen gelegen aan 'den Habeel', grenzend sheeren straet aan 2 zijden, 'die stege' 3) en Cornelis voorschreven 4), voor 20 rinsgulden Brabants boven de lasten. Deze laasten zijn 28,5 stuivers jaarlijks aan Henrick Vanden Morttel van Diest; aan Reijner Schuermans 12 stuivers Brabants jaarlijks, aan de heer 3 ganzen, 1 capuijn en een hinne. Dierick moet de lasten betalen tot Kerstmis en hij mag huis en wermoeshof nog gebruiken tot half maart e.k. Hij moet de grondcijns betalen tot half maart over een jaar. Cornelis Slegers is met recht tot de gichte gekomen.

Cornelis Slegers heeft voor de schepenen bekend dat na zijn dood en die van zijn huisvrouw dit goed zal succederen op Reijner Schuermans of zijn naaste erfgenamen, indien hij zelf met zijn wettige huisvrouw Margriet Schuermans geen verwekte kinderen achter laat.

 

1556, 17 december. Folio 88

Kathrijn Reijners met haar wettige momber Lenaert Wintmolders heeft opgedragen tot behoef van Reyner, Andries en Anna Paelmans haar tocht van een stuk land gelegen onder Coersel, geheten 'dat Ruijken', grenzend Jannes Opt Straet erfgenamen 1), sheeren straet 2) en Thomas Cremers 3). Reyner, Andries en Anna Paelmans zijn met recht tot de gichte gekomen.

Anna Paelmans heeft zich vermomberd met Willem Geerts, Reijner Paelmans, Lieben Hoelsteens en Peter Vanden Briel, die haar met recht verleend zijn.

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, kwamen Reijner, Andries en Anna Paelmans met haar geleverde momber Willem Geert en ze hebben opgedragen tot behoef van Jaspar Hillen het voorschreven stuk land voor 60 rinsgulden Brabants boven de last, 1 braspenninck als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Jaspar Hillen is met recht tot de gichte gekomen.

Het goed is belast met 1,5 halster rogge jaarlijks aan Ghijs Pouwels; met 4 stuivers jaarlijks aan Sint-Anna altaar in Coersel en met een half vaet grondcijns aan de heer van Lumpmen.

 

1556, 17 december. Folio 88v

Margriet Knapen met haar geleverde momber Pouwels Knaep heeft opgedragen tot behoef van Marie Knaep haar tocht van een stuk broek in Coersel gelegen, geheten 'den Boghaert', grenzend Aerdt Neelens 1), Jacop Vanden Put 2), de Broeckstraet 3) en Anna Knaep 4). Maria Knaep is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna nu tocht en erve samen zijn, kwam Maria Knaep met haar wettige momber Peter Thijs en ze heeft opgedragen tot behoef van Aerdt Neelens het voorschreven stuk broek voor 255 rinsgulden Brabants. Het is enkel belast met 2,5 penninck grondcijns. Deze som moet betaald worden als Peter Thijs voorschreven zijn koop moet betalen aan Lenaert Bolaerts. Aerdt Neelens is tot de gichte gekomen.

 

1556, 17 december. Folio 90v

Margriet Knaep heeft opgedragen met haar geleverde momber Willem Geerts tot behoef van haar zoon Pouwels Knaep haar tocht van een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Van Postel 1), de kinderen van Katherijn Huben 2) en sheeren aerdt 3). Pouwels Knaep is tot de gichte gekomen met recht.

 

1556, 17 december. Folio 90v

Geert Leijs met zijn huisvrouw Maria Rutten heeft opgedragen tot behoef van Thijs der Molder een stuk land onder Coersel gelegen tGenen Stall, groot omtrent een vaet zaijens, grenzend 'dat Groet Bloeck' 1), Lijssbeth Rutten 2) en Thonis Cornelis 3), voor 25 rinsgulden Brabants, 20 stuivers lijcoop en 1 stuiver als goedspenninck. Thijs der Molder is met recht tot de gichte gekomen op 7 januari 1557.

 

1556, 17 december. Folio 91v

Geleijtenisse voor Herman Borgelinx en Jacop Cannarts op Thijs Thijs panden.

Thijs Thijs had beloofd om 4 rinsgulden jaarlijkse rente te betalen, voor het laatst gevallen op 3 oktober 1555, op sheeren boet en geleijtenisse van zijn panden. Herman Borgelinx verzocht recht en vonnis. De schepenen wezen tot betaling of tot het geleijt. De wederpartij had dach gehad tegen het geleyt en de conde ontvangen. Hij zei er niets tegen. Op 23 december werd Herman tot het goed geleid en hij kreeg hout en rissch geleverd in teken van 'possessien'. Dit goed is een huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend des heeren straet 1), meester Philips Vanden Laer erfgenamen 2) en Jan Poelmans 3).

Met instemming van Herman Borgelinx is Jacop Cannarts als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

Op 10 februari 1558 kwam Henrick Van Reppel als laatste cijnsman en hij heeft gepresenteerd om kosten en lasten op te leggen, begerend om tot de gichte van het voorschreven goed te komen. Jacop Cannarts met zijn momber Jaspar Cornelis heeft de voorschreven gichte opgedragen tot behoef van Henrick Van Reppel en hij werd ten volle betaald, maar hij reserveert zich zijn jaarlijkse rente aan het voorschreven goed. Henrick Van Reppel is tot dde gichte gekomen.

Jacop Cannarts met zijn momber Jaspar Cornelis heeft op 10 februari 1558 als een borg opgedragen zijn jaarlijkse rente staande op het voorschreven goed, waarvoor het uitgewonnen is, voor het geval dat Henrick Van Reppel enige hinder bekwam omwille van deze uitwinning.

 

1557, 07 januari. Folio 92

Joris Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Ghielis Huesdeijns de helft van 5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hem aangestorven zijn na de dood van heer Gijssbrecht Vander Eijcken, staande aan panden van Jan Bijnens onder Schuelen gelegen, voor 36 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als godspenninck en 1 gulden als lijcoep. Gielis Huesdeijns is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 07 januari. Folio 93v

Sijmon Blasen met zijn huisvrouw Geertrijt Aelbrechts alias Mewis hebben opgedragen tot behoef van Thys Joes een stuk broek onder Scuelen gelegen, geheten 'die Laeckbampde', grenzend Geert Stapparts 1), 'den Huven Bampt' 2) en beide de Laecken aan de overige twee zijden, voor 43 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Thijs Joes is met recht tot de gichte gekomen.

Sijmon Blasen met zijn huisvrouw heeft opgedragen al zijn Loonse goederen, zowel pachten als renten, als een borg voor het geval dat Thijs Joes hinder zou ondervinden dat hij zijn kosten daaraan kan halen.

 

1557, 07 januari. Folio 94

Henrick Meijen heeft opgedragen tot behoef van Anna Van Thienen alias Vander Beeckt een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'dat Luelen', grenzend ®Peter Dillen 1), Lambrecht Peters alias Ruijtinx 2) en wijer van de pastoor van Coerssel 3) en daarbij nog al zijn andere Loonse goederen hier sorterend, samen als een pand voor 12 halsters rogge jaarlijks Diesterse maat. De pacht moet kosteloos en schadeloos geleverd worden ten huize van Anna voorschreven binnen de stad Diest. Valdag op 'den heijligen derthien dach' (Driekoningen) en voor het eerst in 1558. Deze 12 halsters jaarlijks mogen Henrick Meijen of zijn nakomelingen aflossen met 39 rinsgulden Brabants geld, zoals ten tijde van de afkwijting in Brabant zal gangbaar zijn. Henrik betaalde de pontpenningen. Na de dood van Anna zullen deze 12 halsters toekomen aan haar kinderen van het 'eersten bedde' (uit haar eerste huwelijk). Henrick Meijen heeft hiervan een gezegelde brief toegestaan. Margariet Vander Beeckt is tot behoef van haar moeder Anna Van Thienen met recht tot de gichte gekomen.

Deze 12 halsters rogge jaarlijks zijn gekweten door Lambrecht Boenen zoals blijkt in dit register op 8 november 1565.

 

1557, 21 januari. Folio 95

Jan Schappens als momber van zijn huisvrouw Maria Vogelers heeft voor hem en voor Anthonis en Peter Voegelers het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: 3 beempdekens in Coersel Int Sluijs Broeck gelegen onder Castel. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 21 januari. Folio 95v

Peter, Lijssbeth en Eelen Baten van Hechtel hebben de goederen ontvangen die hen na de dood van Katherijne Baten alias Mellen zijn aangekomen. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 februari. Folio 99

Lenaert Doelmans heeft ontvangen, volgens zijn huwelijksvoorwaarden geproefd voor de bank van Exell, een stuk broek. Hij is met recht tot de gichte gekomen. Lenaert beloofde dat hij de huwelijksvoorwaarden zou binnen brengen.

 

1557, 04 februari. Folio 99

Lenaert Doelmans heeft opgedragen tot behoef van Ghielis Dierix een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'dat Wouters Broeck', grenzend Peter Knaep O, Peter Reijners Z en de kinderen van Peter Witters W, voor 300 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck. Lenaert zal aan Gielis de helft van de pontpenningen in mindering brengen. Gielis Dierix is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 februari. Folio 99v

Peter Vanden Putte heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Van Hout een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'die Laeck Beempdt', grenzend sheeren straet 1), Wouter Moens 2), als een pand voor 2 mudde rogge jaarlijks. Deze moeten los en vrij van kosten geleverd worden. Valdag op Lichtmis. Peter mag de pacht niet afleggen binnen 4 jaar. Daarna mag hij of zijn nakomelingen de 2 mud afeggen met 62 rinsgulden Brabants boven het pongelt. Lenaert Van Hout is met recht tot de gichte gekomen.

Op 7 oktober 1568 heeft Lenaert Van Hout voorgenoemd deze panden gekweten van de 2 mudde rogge jaarlijks. Hij ontving zowel de hoetpenningen als alle restanten en Peter Vanden Putte is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 februari. Folio 100v

Thewis Vernijen met zijn huisvrouw heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Zwinnen een halve zille broek gelegen op 'den Huben Bampt', grenzend 'Sint Joris Zille' 1), Joris Kelberchs 2) en Henrick Meukens 3), voor 16,5 rinsgulden Brabants. Het is enkel belast met de grondcijns. Pouwels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 februari. Folio 101

Margriet Van Vlaenderen en Maria Ruijsschen hebben zich vermomberd met Aerdt Mechelmans, die hen met recht verleend werd.

Margriet Van Vlaenderen met haar verleende momber Aerdt Mechelmans heeft opgedragen tot behoef van haar dochter Maria Ruijsschen haar tocht van een stuk land gelegen opt Wouwen Inde, groot omtrent 3 halster saijens, grenzend de Broeck straet 1), Jan Gielis 2), Jan Coex 3) en nog een stuk heide gelegen opt Roet, grenzend Jan Coex 1), Bastiaen Crouchs 2). Dit is gedeeltelijk gelegen onder Berbroeck. Maria Ruijsschen is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

1557, 04 februari. Folio 101v

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, kwam Maria voorschreven met haar geleverde momber Aert Mechelmans en ze heeft opgedragen tot behoef van Wouter Crouchs het voorschreven stuk land en stuk heide voor 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks boven alle lasten die eraan staan. Valdag op Lichtmis. Wouter Crouchs of zijn nakomelingen mogen deze 1,5 rinsgulden jaarlijks afleggen met 30 rinsgulden Brabants eens, zoals het geld nu in Brabant gangbaar is, en in twee keren. Elke keer 15 stuivers jaarlijks. Op verzoek van Maria moet Wouter de anderhalve rinsgulden kwijten binnen 5 jaar. Margriet en Maria moeten nog de lasten betalen die gevallen zijn tussen nu en Kerstmis eerstkomend. Hierboven moet Wouter nog in contant geld 10 rinsgulden eens geven. Wouter is ter gichte gekomen en Maria kwam aangaande de 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks ter gichte.

Op 2 juni 1561 hebben Margriet Van Vlaenderen en Maria Ruijsschen met haar momber Aert Mechelmans deze panden gekweten van de 1,5 rinsgulden jaarlijks. Ze kregen de hoetpenningen betaald. Is in hoede gekeerd.

 

1557, 04 februari. Folio 102

Cornelis Vaes heeft opgedragen tot behoef van Peter Maechs een stuk broek gelegen in Oversel 'inde Peerre Beempt', grenzend Peter Wintmolders 1), Peter Put 2), Jan Tielens 3) en des heeren straet 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks. Dit half mud mogen Cornelis Vaes of zijn nakomelingen altijd afleggen met 158 rinsgulden Brabants geld zoals het nu in Brabant gangbaar is. Peter Maechs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 februari. Folio 102

Jan Rutten heeft opgedragen tot behoef van Geert Leijs een zille land gelegen in Stall onder Coerssel, geheten 'dNuwe Bloeck', grenzend de kinderen van Maria Valentijns 1), de kinderen van Maria Roesboems 2), Truije en Anna Rutten 3), als een onderpand voor 2 rinsgulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks die Jan Rutten aan Geert voorschreven gegicht heeft in de Brabantse bank. Ze denken dat het hoofdpand niet sterk genoeg is, daarom wordt dit land als onderpand gezet. Ze denken dat het een waarde heeft van 20 rinsgulden Brabants eens. Geert is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 11 februari. Folio 104

Aert Houtmans heeft opgedragen tot behoef van heer Jan Nelens huis en hof in Coerssel gelegen aan 'den Laer Put', grenzend sheeren straet aan 2 zijden, heer Jan Neelens 3) en Henrick Kenens 4). Dit goed werd met 1 koopsom verkocht samen met ander goed hovend in de Brabantse bank. Hetgeen hier sorteert, wordt geschat op 40 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten, godspenninck 2 stuivers Brabants en lijcoep 2 philipsgulden. Heer Jan Neelens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 11 februari. Folio 105

Trudo Kerstens heeft opgedragen tot behoef van Jan Kenens alias Witters een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Henrick Houtmans kinderen W en Z, 'die Auwe Beeck' N en Loijch Beckers 4), als een pand voor een mudde rogge jaarlijks (de halster te betalen met 5 stuivers Brabants of met koren). Dit mud rogge jaarlijks mogen Trudo Kerstens of zijn nakomelingen steeds kwijten met 28 rinsgulden Brabants geld zoals ten tijde van de afkwijting in Brabant zal gangbaar zijn. Jan Kenens is met recht tot de gichte gekomen.

Op 3 juni 1568 heeft Jan Kenens deze panden gekweten van het voorschreven mudde rogge jaarlijks. Hij ontving al zijn geld en Jan Van Postel is tot de gichte gekomen. Het geld werd herbelegd onder de bank van Beringen ter Luijcxer natuur aan panden van de kinderen van Olivier Van Hamel.

 

1557, 11 februari. Folio 106v

Peter Paelmans heeft opgedragen tot behoef van Jan Smeets een beemd in Coerssel gelegen, geheten 'den Langen Beempt', grenzend Jan Leijsen 1), Wouter Vanden Hove 2) en de kinderen van Kathrijn Huben 3), in ruil voor een andere beemd ook in Coerssel gelegen, geheten 'den Sprinck Berch', hovend in de Brabantse bank. Jan Zmeets geeft hierop 75 rinsgulden Brabants toe. Jan Smeets is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 11 februari. Folio 107v

Jan, Anna, Margriet, Kathrijn en Maria Van Creywinckel hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun broer Peter Van Creijwinckel is toegekomen: een stuk land bij Beringen aan 'die Geijtelinge' gelegen, geheten 'den Piepeleer'. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 11 februari. Folio 108

Kathrijn en Geertrijt Wellens met hun geleverde momber Willem Geerts hebben opgedragen tot behoef van Jan Convents hun gedeelte van een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend 'dat Groet Broeck' 1), 'dat Ketelken' 2) en Laureijs Witters 3), voor 18 rinsgulden en 5 stuivers Brabants, godspenninck 1 stuiver en lycoep 10 stuivers. Jan Convents is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 11 februari. Folio 108v

Thijs Hueveners heeft opgedragen tot behoef van Mathewis de Roije een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'den Smeijers Beempt', grenzend de beek 1), Lijssbeth Kenens 2) en Pauwels Hueveners 3), voor 212 rinsgulden Brabants geld. Enkel belast met de grondcijns. 1,5 stuivers als goedspenninck en lijcoep 12,5 rinsgulden. Matheeus de Roije is met recht tot de gichte gekomen. Thijs bekent dat hij in afkorting 70 rinsgulden Brabants heeft ontvangen en Matheeus zal nog aan Thijs 100 rinsgulden Brabants moeten betalen nu op Sint-Gielismisse eerstkomend. De rest moet Matheeus op Kerstmis geven of uiterlijk een maand erna.

Op 23 september 1563 kwam Thijs Hueveners en hij heeft bekend dat hij de bovengeschreven sommen ontvangen heeft.

 

1557, 11 februari. Folio 109

Mathewis De Roije heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Hueveners de voorschreven 'Smeijers Beempt' in ruil voor een land in Castel gelegen, groot omtrent 4 halster zaijens, grenzend Bastiaen Wijnen O, Anna Bolaerts W, Heijloff Wijnen Z en des heeren straet 4). Pouwels Hueveners is met recht in de beemd gegicht en gegoed.

 

1557, 11 februari. Folio 109

Pouwels Hueveners heeft opgedragen tot behoef van Mathewis De Roije het voorschreven stuk land in Castel gelegen met grenzen als hiervoor, in ruil voor de voorschreven beemd. Voorwaarde is dat Pouwels, op beleijtenis van al zijn Loonse groederen, binnen 2 jaren de lasten op dit stuk land zal afdoen met uitzondering van de grondcijns aan de heer. Mathewis de Roije is met recht tot de gichte gekomen. Pouls Hueveners heeft beloofd om Mathewis in het stuk land met zijn kinderen te houden.

 

1557, 11 februari. Folio 109v

Jan Geerts heeft opgedragen tot behoef van Geertruijt Wellens een hoefke onder Coerssel gelegen bij 'den Muggen Berch', grenzend Christiaen Kenens 1) en 2), des heeren straet 3) en de Brabantse uutfanck 4), voor 20 rinsgulden Brabants eens. Jan zet al zijn goederen in borg aan Geertruijt voor eventuele problemen. Geertruijt Wellens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 11 februari. Folio 109v

Lambrecht en Thomas Crijters hebben de goederen ontvangen die hen na de dood van hun ouders zijn aangekomen: een stuk broek in Linchout gelegen, geheten 'den Crommen Worp'; nog een stuk bos ook in Linchout gelegen en verder al hetgeen onder deze bank sorteert. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1557, 11 februari. Folio 109v

Valentijn Vaes heeft opgedragen tot behoef van Jan Beckers een stukje broek in Coerssel gelegen, grenzend 'den Ghielis Beempt' O, Jan Geerts W en Valentijn voorschreven 3), voor 15 rinsgulden Brabants boven alle lasten. Jan Beckers is met recht op 18 maart 1557 tot de gichte gekomen. Godspenninck 2 stuivers, lijcoep 8 stuivers.

 

1557, 04 maart. Folio 110v

Ffrans Vaes heeft opgedragen tot behoef van Matheeus Hueveners een beemd gelegen in Oversel, geheten 'den Koelhase', grenzend Mathewis voorschreven 1), Peter Melis 2), sheeren straet 3) en de beek 4), als een pand voor een mudde rogge jaarlijks met valdag op datum van gichten. Dit mud mogen Ffrans Vaes of zijn nakomelingen altijd kwijten met 31 rinsgulden Brabants geld zoals het nu gangbaar is. Mathewis Hueveners is met recht tot de gichte gekomen. Ffrans Vaes betaalde het pontgelt.

 

1557, 04 maart. Folio 111

Aert Hoets alias Meeukens van Schuelen heeft opgedragen tot behoef van Thijs Joes een stukje broek op de Laeck gelegen, grenzend 'den Huben Bampt' 1), 'den Grauwels Bampt' 2) en 'die Willens Broeck Voert' 3), voor 22 rinsgulden Brabants boven de aanstaande lasten, een halve stuiver goedspenninck en lycoep 10 stuivers. Thijs Joes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 maart. Folio 111v

Jan Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Willem Snijders huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Henrick Stessens 2) en de erfgenamen van Jan Alen 3), als een pand voor een mud rogge jaarlijks met valdag op datum van gichten. Dit mud rogge jaarlijks mogen Jan Vernijen en zijn nakomelingen kwijten en aflossen met 30 rinsgulden Brabants geld zoals het nu gangbaar is. Willem Snijers is tot de gichte gekomen met recht.

Op 19 november 1562 heeft Willem Snijers deze panden van het voorschreven mud rogge jaarlijks gekweten. Jan Vernijen is tot de gichte gekomen.

 

1557, 04 maart. Folio 112v

Henrick, Christijn, Margriet en Anna Swinnen hebben ontvangen een stuk land gelegen onder Coersel te Stall, groot omtrent een half boender, grenzend de aard 1), hun eigen erf 2) en Hubrecht Moens 3), dat hen verstorven is na de dood van hun ouders. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 maart. Folio 115

Jan Ghijsen heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Doelmans een beemdje in Oversel gelegen, geheten 'dat Cleijs Bemptken', grenzend Jan Reijners 1), de beek 2), Eel Oijen 3) en Lenaert Bolaerts 4), voor 119 rinsgulden Brabants, 3 stuivers als goedspenninck en lycoep 2 gulden. Lenaert Doelmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 maart. Folio 115

Sebastiaen Lemmens alias Keeskens met zijn wettige huisvrouw Maria Keeskens heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Doelmans een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Halven Quinten', grenzend Gerit Witters 1), de beek 2), Sebastiaen voorschreven 3) en Eel Oijen 4) voor 195 rinsgulden Brabants, 4 stuivers als goedspenninck en lijcoep 4 rinsgulden Brabants. Lenaert Doelmans is met recht tot de gichte gekomen. Voorwaarde is dat op Sint-Jansmisse eerstkomend alles betaald moet zijn.

Op 23 september 1557 kwam Sebastiaen Lemmens voorschreven, die bevestigde dat alles werd betaald.

 

1557, 01 april. Folio 119r

Jan Leijsen heeft opgedragen tot behoef van Jan Hoemans een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'die Schoenden', grenzend Jan Hoemans voorschreven 1), Aerdt Leelens 2), Gielis van Houte 3) en de beek 4), voor 125 rinsgulden Brabants. Enkel belast met 'des heeren grontcheijs'. 1 stuiver als godspenninck en 2 gulden lijcoep. Jan Hoemans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 april. Folio 119r

Gielis Gaethoffs met zijn wettige huisvrouw Margriet van Obbel heeft opgedragen tot behoef van Reijner Opt Straet een stuk land in Coerssel gelegen 'int Groet Bloeck', grenzend Anna Jans 1), de kinderen van Merten Windelen 2) en 'die Schrieck Heije' 3), voor 53 rinsgulden Brabants, een halve stuiver goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Reijner Opt Straet is tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 01 april. Folio 119v

Jan Luijten heeft de nalatenschap ontvangen op hem verstorven na de dood van zijn ouders: 'den aenseel metten hove' in Schuelen gelegen opt Schuermans Inde. Hij is tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 april. Folio 119v

Joris Luijten heeft het versterf ontvangen hem aangestorven na de dood van zijn vader en moeder: een stuk land onder Schuelen gelegen 'dat Nu Landt', grenzend Joris Kelberchs 1), de straat verder rondom. Hij is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 april. Folio 119v

Maria Luijten heeft ontvangen het versterf dat haar vanwege haar ouders is verstorven: huis en hof 'opte Stappe' gelegen onder Schuelen, grenzend Jan Scheers 1), sheeren straet 2) en meester Philips Vanden Laer erfgenamen 3). Ze is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 april. Folio 120r

Jan Tielens heeft opgedragen tot behoef van zijn dochter Iken Tielens zijn tocht van een zille broek in Oversel gelegen, grenzend Reijner Pelsers 1), 'dat Hoenre Beemken' 2), de beek 3) en Bartholomeus Tielens 4). Iken Tielens is tot tocht en erfelijkheid gekomen met recht.

Nu tocht en erve samen zijn, kwamen Iken Tielens voorschreven en haar wettige man en momber Peter Peelenders en ze hebben opgedragen tot behoef van Claes Oems alias Jueten de voorgenoemde zille broek voor 90 rinsgulden Brabants geld zoals het nu in Diest koers en loop heeft, 1 stuiver goedspenninck en lijcoep 2 gulden. Claes Oems alias Jueten (Iveten?) is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 april. Folio 1120v

Thewis Baerts heeft opgedragen tot behoef van Willem Goesens een beemdje in Oversel gelegen, geheten 'die Cuijl', grenzend Jan Van Postel 1), Pouwels Baerts 2), in ruil op een ander goed onder Hechtel gelegen. De ene geeft de andere niets toe. Het gaat om huis en hof in Hechtel gelegen. Willem Goesens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 april. Folio 121

Liebrecht Van Zuetendale (Suetendael) heeft opgedragen tot behoef van Gheert Schats een zille broek gelegen 'op die cleijn Stockbeempden', grenzend Lambrecht Kenens 1), Servaes Lambrechts kinderen 2) en Aerdt Freelens 3). Enkel belast met 2 penninck grondcijns. Verkocht voor 29 rinsgulden Brabants, een halve stuiver goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Mocht blijken dat er meer lasten aan staan, daarvoor zet Liebrecht als borg een rinsgulden jaarlijks staande aan panden van Jan Gaetoff onder Schuelen gelegen, geheten 'den Roije'. Librecht belooft om zijn huisvrouw te brengen om in te stemmen. Geert Schats is met recht tot de gichte gekomen.

Op 29 april 1557 heeft Kathrijn Hueveners, huisvrouw van Liebrecht voorschreven, deze gichte gelaudeerd.

 

1557, 01 april. Folio 123

Aerdt Deckers heeft opgedragen tot behoef van joncheer Willem vander Marck, heer in Lumpmen, drie rinsgulden Brabants jaarlijks erfelijk die hij gelden heeft aan panden van Reijner Van Doernick onder Schuelen gelegen, volgens de inhoud van het schepenregister. Aerdt Deckers heeft opgedragen een half boender land onder Schuelen gelegen te Roesendael, grenzend sheeren straet aan 2 zijden en het bos van joncker Coenraerdt van Malborch erfgenamen 3), als een borg voor het geval dat men zou vinden dat de 3 rinsgulden niet erfelijk zijn of dat er andere hinder zou optreden.Aerdt heeft beloofd dat hij als borg nog 6,5 rinsgulden jaarlijks zal stellen die hij gelden heeft aan panden van Merten Vanden Inde alias Stapparts hovende in het hof van meester Geert Van Velpen. Heer Gielis Sceels, pastoor van Lumpmen en Henrick Windelen, meier, zijn in de naam van en tot behoef van de heer van Lumpmen met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 123v

Henrick en Kathrijn Braens hebben het versterf ontvangen dat hen is toegevallen na de dood van hun oom Goesen Maes: een stuk broek op de Herck gelegen, grenzend Augustijn Sionckeren 1), Jan Swarts 2). Peter Kenens is tot behoef van Henrick en Kathrijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 124v

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Scepers een stuk broek onder Schuelen gelegen, 'die Nu Linde' geheten, grenzend Geert Pijls aan twee zijden en de Laeck 3). Niet verder belast dan met 14 stuivers jaarlijks aan het klooster van Sinte Marien Dalle binnen Diest en met een halve penninck grondcijns. Opgedragen als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Wouter Coex en zijn nakomelingen lossen met 36 rinsgulden Brabants in twee keren, elke keer 18 rinsgulden. Elke rinsgulden Brabants wordt gerekend aan 20 stuivers Brabants. Een halve stuiver als goedspenninck en als lycoep 12 stuivers. Ffrans Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

Op 22 januari 1573 heeft Peter Vanden Briele opgedragen tot behoef van Wouter Coex, kwijtend zijn panden. Wouter kwam erna op 5 februari tot de gichte.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 125v

Jan Boelaerts heeft ontvangen het versterf dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: 1/3 van een half boender broek gelegen in Oversel tussen 'tGroet Broeck' en Laureijs Witters. Jan is tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 125v

Henrick Van Postel heeft opgedragen tot behoef van Jan Dierix een stuk broek in Oversel gelegen, palend Willem Geerts 1), sheeren straet 2), Hubrecht Opt Straet 3) en Jan Van Postel 4), als een pand voor 6 halster rogge jaarlijks met valdag op Sint-Jorisdag. Deze 6 halsters mogen Henrick Van Postel en zijn nakomelingen steeds kwijten met 24 rinsgulden Brabants gevalueerd geld. Jan Dierix is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 126v

Henrick en Maria Boelaerts hebben het verssterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: 1/3 van een half boender broek in Oversel gelegen, grenzend 'dat Groet Broeck' 1) en Laureys Witters 2). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 126v

Henrick Van tZeerzel (tSeirsel) met zijn huisvrouw Dinghen Witters hebben opgedragen tot behoef van Aerdt Witters een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend de abt van Everboede 1), Gielis Dierix 2) en Jan Reijners 3), voor 35 rinsgulden Brabants. Aerdt Witters is tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 126v

Goijvaert, Brigida en Anna Goijens hebben de nalatenschap ontvangen die hen aangestorven is na de dood van hun ouders: een stuk erf in 'den Hoghen Bossch' gelegen, grenzend Goijen Gijsen 1), Willem Geerts 2) en sheeren aerdt 3). Ze zijn ter gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 126v

Goijvaert Goijens heeft het versterf ontvangen dat hem na de dood van zijn ouders is aangestorven: een stuk broek geheten 'dat Walmerscoer', grenzend 'den Exterman' 1), Jan Meijen 2) en Geert Inden Zavel 3). Hij is ter gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 127

Peter Vanden Put als momber van zijn huisvrouw Anna Goijens heeft ontvangen een stuk broek onder Coersel gelegen 'inde Stuck', grenzend Jan Huben 1), Jaspar Zeijsens 2) dat zijn huisvrouw verstorven was na de dood van haar ouders. Hij kwam als momber van zijn huisvrouw ter gichte.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 127v

Peter Pelsers heeft opgedragen tot behoef van Reijner Van Heijse een stukje land op 'de Scrieck Heije' gelegen, grenzend Valentijn Inde Moelen 1), Geert Neesen 2) en sheeren aerdt 3), voor 8 rinsgulden 7 stuivers, 1 stuiver als goedspenninck en lijcoep 8 stuivers. Reijner van Heijst is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 127v

Lijssbeth Mertens heeft zich vermomberd met Willem Geerts, die haar met recht verleend is.

Lijsbeth Mertens heeft met haar momber voorschreven opgedragen tot behoef van Anna Zeijsens een stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'den Hoenderboem', grenzend de abt van Floreff 1), Anna Zeijsens 2), de beek 3) en Reijner Pelsers 4), voor 27 rinsgulden Brabants. Anna Zeijsens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 127v

Jan Wijmans als momber van zijn huisvrouw heeft ontvangen het versterf dat hem aangestorven is na de dood van de ouders van zijn huisvrouw: 2 stukjes land onder Scuelen op de Stap gelegen. Het ene grenst Geert Inden Spoel 1), sheeren straet 2) en Jacop Cannarts 3). Het tweede stukje grenst sheeren straet 1) en Wouter Croechs 2). Jan is ter gichte gekomen.

 

1557, 29 april. Opt jaergedinge nae beloken Paesschen. Folio 128v

Goijvaert Svroijen en Lenaert Van Loe hebben het versterf ontvangen dat hen an de dood van Thomas Cuppens is verstorven: een stuk broek onder Coerssel gelege, grenzend Henrick Wijnen 1), Pouwels Hueveners 2). Ze zijn ter gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 131

Tielen en Dinghen Sgreven hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun broer Loijch Sgreven is aangekomen: het vijfdedeel van een boender broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Beckers 1), en Aerdt Witters 2); nog het vijfde deel van een bloeck in Stall gelegen, grenzend sheeren O en Aerdt Witters aan de overige zijden. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 131v

Anna Gaethuijs heeft ontvangen na de dood van haar ouders een stuk broek onder Schuelen gelegen; nog een stuk land en huis en hof ok onder Schuelen gelegen. Ze is tot de gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 131v

Jan Vanden Boeck als momber van zijn huisvrouw Christijn Gaethuijs heeft het versterf ontvangen dat haar na de dood van haar ouders is verstorven: huis en hof, een stuk broek en een stuk land onder Schuelen gelegen. Jan is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 131v

Reijner en Lijssbeth Cremers hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk land op 'de Scrieck Heije' gelegen, grenzend Gielis Scriex 1), Thijs Hueveners 2) en sheeren straet 3). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 131v

Maria en Lijsbeth Bogaerts hebben na de dood van hun ouders huis en hof op de Stap gelegen ontvangen, grenzend Reyner Peters 1) en Geert Stapparts 2). Ze zijn ter gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 132

Heer Aerdt Vander Burch met zijn momber Willem Roeselers gicht Jannes Creijten 1 rinsgulden Brabants jaarlijks die hij gelden heeft aan panden van Geert Coex in Schuelen gelegen. Jan Creijten moet er niets voor geven. Jannes Creijten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 20 mei. Folio 133

Heijloff Reijners heeft zich vermomberd met haar zoon Peter en met Peter Reijners, die haar met recht verleend werden. Heijloff Reijners draagt op met haar geleverde mombers tot behoef van Peter Reijners een eeuwt in Coerssel gelegen, grenzend Geert Neesen O, Bastiaen Wijnen 2) en Peter Reyners voorschreven 3), in ruil voor een schuur met de plaats waar ze op staat in Coerssel gelegen. Dat goed hooft in de Brabantse bank. Peter Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 134v

Aerdt, Kathrijn en Margriet Pouwels hebben het versterf ontvangen die hen aangestorven is na de dood van hun broer Pouwels Pouwels: een heide onder Schuelen gelegen, geheten 'dat Put Velt', grenzend de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 1), sheeren straet 2). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 135

Goevaert Joes alias Lantmeeters met zijn huisvrouw Erme Van Doernick heeft opgedragen tot behoef van Reijner Schuermans 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Geert Stapparts in Schuelen gelegen, grenzend de erfgenamen van Dinghen Joes 1), 'die Laeck' 2); nog een half mudde rogge jaarlijks staande aan panden van de kinderen van Peter Busschelkens in Schuelen opt Schuermans Inde gelegen. Dat gaat om huis en hof, grenzend de straat aan 2 zijden en Ffrans Van Gelmen 3). Opgedragen voor 23 rinsgulden Brabants, een halve stuiver goedspenninck, lijcoep 5 stuivers. Reyner Schuermans is tot de gichte gekomen met recht. Deze 1 rinsgulden jaarlijks is gekweten zoals men zal vinden op 14 maart 1560 op Reijner Schuermans en Geert Cilien.

 

1557, 03 juni. Folio 135

Kaerl Vanden Campe heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Lemmens een zille broek gelegen over de Demer, grenzend Herman Borgelinx. Enkel belast met 1 penninck grondcijns. Verkocht voor 38 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck, lijcoep nae lantcoep. Pouwels Lemmens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 135v

Ghoris Houtmans heeft ontvangen het versterf dat hem na de dood van zijn zuster Lijssbeth Houtmans is verstorven: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Margriet Van Praet 1) en Pouwels Swinnen 2). Hij is tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 136

Peter Adriaens heeft opgedragen tot behoef van Peter Reijners zijn gedeelte van een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'die Hoeve aen die Binnemans Roije', grenzend Willem Geerts 1), Jan Hoemans 2) en sheeren straet 3), als een pand voor een mudde rogge jaarlijks Diesters met valdag op 1 april. Peter Adriaens en zijn nakomelingen mogen dit mud jaarlijks afleggen met 26 rinsgulden Brabants. Peter Reyners is met recht tot de gichte gekomen. De partijen hebben het pontgelt half en half betaald.

 

1557, 03 juni. Folio 136v

Heer Peter Willems heeft voor hem en voor zijn zuster Barbara Willems het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: huis en hof in Schuelen Opt Wouwen Inde gelegen, grenzend sheeren straet 1), Jacop Cannarts 2); nog een zilleke broek 'opt Roijen Broeck' gelegen, grenzend de beemd van Herman Pijpen 1) en Ffrans Van Gelmen 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 136v

Katherijn Van Creijwinckel heeft zich vermomberd met Aerdt Van Stapel en Liebrecht Hoelsteens, die haar met recht verleend zijn. Kathrijn heeft met haar mombers voorschreven opgedragen tot behoef van Mathewis Tummermans een halster land ongeveer gelegen in Haexelaer, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Adriaen der Smet 3) en 'die Geijtelinge' 4), voor 25 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als goedspenninck, lijcoep nae lantcoep. Matheewis Tummermans is met recht tot de gichte gekomen op voorwaarde dat Katherijn alle lasten zal betalen ttot Sint Peters dach ad vincula. Matheeus zal de 25 rinsgulden pas betalen op de dag van verjaren.

 

1557, 03 juni. Folio 136v

De meier heeft in de naam van de heer de 2 rinsgulden jaarlijks ontvangen die staan aan panden van de erfgenamen van Jan Luijten. Ze zijn aan de heer verstorven na de dood van Goert Lacu en zijn echtgenote Margriet. Hij is tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 137

Claes Nijelis van Helchteren heeft opgedragen tot behoef van Jan Int Vosschken alias Van Utriecht wonend in Webbecom 2 mudde rogge jaarlijks Diesters zoals hij gelden heeft aan panden van de erfgenamen van Henrick Huben in Coersel gelegen. De gicht daarvan zal men vinden op datun van 28 juni 1537 in het schepenregister. Verkocht voor 51 rinsgulden Brabants. Jan Int Vosschken anders Van Utreicht is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 03 juni. Folio 137

Jan Severijns heeft voor hem als momber van zijn huisvrouw Cecilie Van Erpecom en ook voor meester Geert Laenen en zijn zuster Heijloff, voor Anthonis Van Erpecom 'canoninck van Sinte Cruijs te Ludick', voor Maria en Aleijdt van Erpecom het versterf ontvangen dat hen na de dood van Goijvaert Lacu en zijn huisvrouw Margriet toekomt: 2 rinsgulden jaarlijks aan panden van de erfgenamen van Jan Luijten. Ze zijn tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 03 juni. Folio 137v

Jan Boelaerts heeft opgedragen tot behoef van Jan Convents het derdedeel van een halve boender broek in Oversel gelegen, grenzend 'dat Groet Broeck' 1), Laureijs Witters 2) en Peter Hubens 3), voor 50 rinsgulden Brabants. Jan Convents der Jonge is tot behoef van zijn vader Jan Convents tot de gichte gekomen op 1 juli 1557.

 

1557, 01 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 138

Valentijn, Mathijs, Agatha en Dimpna Valentijns hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stukje land gelegen onder Coersel, grenzend Goijvaert Goijens 1), Thijs Valentijns 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 139v

Goris Houtmans gicht Joris Luijten huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Pouwels Zwinnen 1), Margriet Van Praet 2) en sheeren straet 3), voor 2 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente. Deze staat te kwijten met 32 rinsgulden Brabants. Daar bovenop betaalt Joris nog 18 rinsgulden eens in contant geld, boven alle aanstaande lasten, een halve stuiver als godspenninck en Lycoep nae lantcoep. Joris Luijten is tot de gichte gekomen.

Op 21 april 1569 kwam Reijner Schuermans en hij heeft aan Katharijn Otten en haar panden deze 2 rinsgulden Brabants gekweten. Hij ontving zowel het kapitaal als alle overige bedragen. Katharijn is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 01 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 140

Henrick Grommen als rector van Sint Joes altaer in de kerk van Berbrouck heeft na de dood van heer Aerdt Vander Burch 5 rinsgulden jaarlijks ontvangen, staande aan panden van Lambrecht Gathuys in Schuelen, en hij is sterfelijke momber geworden voor het altaar.

 

1557, 01 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 141v

Peter Lanckvelts heeft voor zijn kinderen Jan en Lijssbeth het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van Jan Luijten en zijn huisvrouw, hun grootvader en grootmoeder: een 'aensel metten hoeve' gelegen opt Schuermans Inde in Schuelen; nog 'dat Nuwe lant', grenzend Joris Kelberchs erfgenamen 1) en verder de straat rondom; nog huis en hof op de Stappe gelegen, palend Jan Scheers 1), meester Philips vanden Laer erfgenamen 2) en de straat 3). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1557, 09 augustus. Folio 144

De meier had in de naam van de heer geklaagd op een stuk broek geheten 'dat Sperveldonck' toebehorend aan de rector van Sinte Marien Magdalenen altaer van Donck waarop hij eiste dat de rector aan de heer een sterfelijke gichtdrager zou stellen. De meier had geprocedeerd tot de op de vierde genachte, dus oud genoeg van genachte. Omdat de rector hier niet op inging hoewel hij werd 'geheijst', werd aan de meier in de naam van de heer tot het geleijtenisse gewezen. De tegenpartij kreeg conde tegen dit geleijtenisse en daarna op 9 augustus 1557 verzocht de meier volgens het vonnis het geleijtenis. Hiertegen hadden Jan Gielis en Wouter Eeckelmans als huurders en gebruikers van het voorschreven stuk broek conde en dach gehad om dit verder te kondigen aan de rector. De tegenpartij verscheen niet en daarop werd aan de meier in de naam van de heer hout en rissch geleverd in tegen van possessie. Hij is ook met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 144v

Peter Witters van Hechtel heeft opgedragen tot behoef van Peter Beerten een beempt in Oversel gelegen, grenzend de beek 1), Lijssbeth Ceuwis (?) 2), de kinderen van Peter Eelen 3) en Jan Beerten 4), voor 84 rinsgulden boven de lasten, een halve stuiver goedspenninck. Peter Beerten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 144v

Gielis Tielens met zijn huisvrouw Maria Van Creijwinckel heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Creijwinckel een stukje land van een halster zaaiens groot ongeveer in Haexelaer gelegen, grenzend Kathrijn Adriaens 1), Matheeus Ketelbueters 2), Jan Van Creijwinckel 3) en sheeren straet 4), voor 26 rinsgulden boven de lasten. Jan Van Creijwinckel is tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 26 augustus. Folio 144v

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Henrick Stapparts een hof in Schuelen gelegen achter het huis van Jan Joris, grenzend Jan Joris 1) en 2), 'die voert' 3) en 'dat Erpels Goet' 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks met vadag op datum van gichten. Dit half mud rogge moeten Wouter of zijn nakomelingen aflossen met 12 rinsgulden Brabants, 1 oert als goedspenninck en lijcoep 12 stuivers. De halster koren mogen ze jaarlijks kwijten met 6 stuivers of met koren, volgens hun belieft. Henrick Stapparts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 145

Jan, Cristijn, Brigida en Maria Moens hebben de nalatenschap ontvangen die hen na de dood van hun ouders is toegevallen: een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Witters 1), de kinderen van Peter Van Hout 2), de beek 3); nog een stuk land onder Coerssel gelegen, grenzend sheeren aerdt rondom. Ze zijn tot de gichte gkomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 145v

Henrick, Maria en Brigida Wijnen hebben ontvangen het versterf dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: een stuk land in Haexelaer gelegen achter hun huis, grenzend 'die Broeck Straet'; nog een stukje broek daarbij gelegen. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 145v

Aleijdt Kimps heeft het versterf ontvangen dat haar verstorven is: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'dat Wijghaerts Venne', grenzend Jan Bolaerts 1), Peter Peelenders 2) en Jan Nobels 3). Ze is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 146

Jan, Anna en Brigida Neelens hebben ontvangen het versterf dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: een stuk land in Stall gelegen, grenzend Mathijs Valentijns 1), sheeren straet 2); nog een stuk broek in Stall gelegen, geheten 'dat Cranenvoert', grenzend heer Jan Neelens 1) en Jan Neelens 2). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 146

Aerdt Bormans heeft na de dood van zijn ouders 4 rinsgulden jaarlijks ontvangen, staande aan panden van de erfgenamen van Jan Vander Eijcken onder Schuelen gelegen. Aert is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 26 augustus. Folio 146v

Anthonis Vogelers als momber van zijn huisvrouw Aleydt Haechdoerens heeft het versterf ontvangen dat zijn huisvrouw verstorven is na de dood van haar 'moije' Maria Haichdoerns: 2 stukken erf in Castel gelegen, grenzend Wouter Blueckmans 1), Anthonis voorschreven 2). Anthonis is als momber van zijn huisvrouw ter gichte gekomen.

 

1557, 09 september. Folio 147

Gheert, Cristijn, Elizabeth, Maria en Anna Thewis van Beringhen hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: een stuk land in Coerssel gelegen 'Int Groet Bloick'. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 09 september. Folio 147

Jan Van Eerdenwech heeft ontvangen het versterf dat hem na de dood van zijn ouders is verstorven: huis en hof in Coerssel gelegen, grenzend Cornelis Claes 1), Peter Bullekens 2); nog een beemd geheten 'den Mertens Beempt', palend de kinderen van Jan Vanden Putte 1) en de vroenten 2). Jan is tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 09 september. Folio 147

Ffrans Aerdts heeft na de dood van zijn ouders ontvangen huis en hof onder Coersel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Hubrecht Dillen 2) en Thomas Cremers 3); nog een stukje broek geheten 'tBuetscot' grenzend de kinderen van Kathrijn Vanden Put 1) en Maria Joris 2). Hij is tot de gichte gekomen.

 

1557, 09 september. Folio 148

Thijs, Maria en Lijssbeth Ruttens hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: een stuk land in Stall gelegen, geheten 'dLanck Stuck', grenzend Thonis Cornelis 1) en de kinderen van Ffrans Rutten 2); nog een eussel in Oversel gelegen, grenzend sheeren aerdt 1) en Henrick Roesboems 2). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 09 september. Folio 149

Deling tussen Jan Vanden Boeck als momber van zijn huisvrouw Christijn Gaethuijs en Anna Gaethuijs.

Aan Anna Gaethuijs kwam voor haar deel huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), de kinderen van Jan Luijten 2) en Jan Gaethuijs 3); nog een beemd op de Laeck gelegen, grenzend Jannes Wijmans 1) en de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 2). Met de last en grondcijns. Anna moet hierop 14 rinsgulden eens toegeven aan Christijn.

Aan Jan Vanden Boeck als momber van zijn huisvrouw Christijn Gaethuijs viel voor het kindsgedeelte een huis met een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'den Weijberch', grenzend sheeren straet 1) en Jannes Wijmans 2); nog een stukje land geheten 'dat Busschken', grenzend meester Jan Van Gelmen erfgenamen 1), Jan Gaethuijs 2) en Ffrans van Gelmen 3). Ook met de last en de jaarlijkse grondcijns die uit dit gedeelte gaan.
Anna Gaethuijs met haar geleverde momber Ffrans Scepers en Jan Vanden Boeck met zijn huisvrouw Christijn Gaethuijs hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel.

 

1557, 09 september. Folio 149v

Anna Gaethuijs met haar verleende momber Ffrans Scepers heeft opgedagen tot behoef van Reijner Schuermans het voorschreven huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Jan Luijten erfgenamen 2) en Jan Gaethuijs 3) als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze rinsgulden jaarlijks mag Anna of haar nakomelingen altijd afleggen met 15 rinsgulden Brabants, 1 oert als godspenninck en als lijcoep 5 stuivers. Reyner Schuermans is met recht tot de gichte gekomen.

Op 26 januari 1559 kwam Reijner Schuermans en hij heeft het voorschreven pand gekweten van de ene rinsgulden jaarlijks. Hij bekende dat hij zijn geld ontving. Melchior Van Schoenbeeck als momber van zijn huisvrouw is tot de gichte gekomen.

 

1557, 09 september. Folio 149v

Ida Buysen met haar geleverde momber Liebrecht Hoelsteens heeft opgedragen tot behoef van Geert Neesen alias Zwinnen een gedeelte van een opheldinge aan 'die Scrieck Heijde' gelegen, grenzend Jan Van Obbel 1), sheeren straet 2) en Geert verder rondom, voor 3 rinsgulden Brabants eens. Geert Neesen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 23 september. Folio 151v

Kaerll Zwalen (gecorrigeerd naar Zwanen) heeft opgedragen tot behoef van Peter Adriaens huis en hof onder Coerssel gelegen, grenzend Jan Hoemans 1), Peter Huets 2), sheeren straet 3) en Jaspar Zmeets 4), voor 4 rinsgulden en 5 stuivers Brabants jaarlijks. Die staan te kwijten in twee keer: 3 rinsgulden jaarlijks met 50 rinsgulden Brabants en de resterende rinsgulden en 5 stuivers met 25 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als goedspenninck, lijcoep 10 stuivers. Peter Adriaens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 23 september. Folio 152

Peter Adriaens heeft opgedragen tot behoef van Kaerl Zwalen/Zwanen huis en hof in de voorgaande gicht beschreven als een pand voor 4 rinsgulden en 5 stuivers Brabants, die te kwijten staan zoals boven beschreven. Kaerl Zwalen/Zwanen werd in de 4 rinsgulden 5 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met recht. Peter Adriaens heeft beloofd om een onderpand te stellen in de Brabantse bank.

Op 8 februari 1560 heeft Peter Adriaens een onderpand gesteld onder deze bank sorterend, zoals men op die datum zal vinden.

 

1557, 07 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 153

Henrick, Anna, Cristijn en Margriet Haichdoerns hebben een 'heye euwssel' ontvangen onder Coerssel gelegen in Stall, grenzend Wouter Blueckmans aan 2 zijden en Thonis Vogelers aan de 2 andere zijden. Ze zijn tot de gichte gekomen van dit goed dat hen verstorven is na de dood van hun ouders.

 

1557, 07 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 153

Jan Vossch heeft voor hem en voor zijn zuster Maria Vossch het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: 2 mudde 'terven' Hessels staande aan panden van Claes Aelbrechts onder Schuelen gelegen. Jan kwam voor hem en voor zijn zuster met recht tot de gichte.

 

1557, 07 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 153v

Jan Nobels heeft voor Kathrijn en Anna Beerten een stuk broek ontvangen in Oversel gelegen, grenzend Peter Mommen 1), Wouter Jueten 2), dat hen verstorven is na de dood van hun ouders. Jan Nobels is voor de kinderen ter gichte gekomen.

 

1557, 07 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 154

Jan Wouters heeft opgedragen tot behoef van Mathewis De Roije een half boender broek gelegen onder Coerssel in 'den Convents Hoeck', grenzend Mathys Valentijns kinderen 1), Jaspar Tielmans 2) en de beek 3) en 4), voor een ander stuk broek onder Beverloe gelegen. Matheeus geeft hierop 100 rinsgulden Brabants eens toe, een stuiver als goedspenninck, lijcoep 6 rinsgulden. Matheeus De Roye is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 07 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 154

Jan Vanden Boeck heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Neven een stuk land onder Scuelen gelegen op 'den Waijeberch', grenzend Jannes Wijmans 1), Reijner Van Doernick 2) en sheeren straet 3); nog een bosje ook onder Schuelen gelegen, grenzend de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 1), Ffrans Van Gelmen 2) en Jan Gathis 3), als een pand voor 26 stuivers Brabants jaarlijks erfelijk, die nooit kunnen afgelegd worden. Jan bekende dat hij ervoor 31 rinsgulden Brabants ontvangen heeft. Jan belooft om zijn huisvrouw te brengen om deze gicht te lauderen. Lambrecht Neven is met recht tot de gichte gekomen. Jan stemt in met een gezegelde brief.

Op 24 oktober 1557 kwam Jan Vanden Boeck voorschreven en hij heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Neven voorschreven 4 stuivers jaarlijks erfelijk. Dus samen met de vorige 26 stuivers jaarlijks is hij nu 30 stuivers jaarlijks erfelijk schuldig. Christijn Gaethuijs, huisvrouw van Jan, heeft hiermee ingestemd. Jan bekende dat hij boven de 31 rinsgulden hiervoor nog 4 rinsgulden Brabans ontvangen heeft, dus in toaal 35 rinsgulden Brabants voor de hoetpenningen. Lambrecht Neven is tot de gichte gekomen op 25 oktober. Valdag is op Sint-Remeijsdag.

 

1557, 04 november. Folio 156v

Heer Jan Joes heeft ontvangen al de goederen die het H. Geestaltaar in de kerk van Westherck onder deze bank heeft liggen. Hij is sterfelijke gichtdrager geworden van deze goederen waar heer Henrick Heijmans zaliger is uitgestorven. Heer Jan is er met recht toe gekomen als gichtdrager van deze goederen.

 

1557, 04 november. Folio 157v

Jan Convents heeft voor hem en voor zijn zuster Maria Convents het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een dachmael broek onder Coerssel gelegen in Stall, grenzend Jan Dierix 1), Jaspar Tielmans 2); nog een beemd in Overssel gelegen, geheten 'den Peerse Beempt', grenzend Thewis Hueveners 1), Aert Van Hamme 2); nog een heije in Stall gelegen, palend sheeren aerdt 1), hun eigen erf 2). Jan is voor hem en voor zijn zuster met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 november. Folio 160

Herman Borgelinx heeft in de naam van Jan Scepers en Zieger Swolffs als momber van zijn huisvrouw Maria Scepers het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: 9 vaet rogge jaarlijks staanden aan panden van de kinderen van Doermael onder Schuelen gelegen. Herman is tot behoef van Jan en Zieger als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 november. Folio 160v

Meester Dierich Van Heeze heeft in de naam van Peter Vanden Laer zoon van meester Philips Vanden Laer het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van Mathewis Heijmans zaliger: een stuk broek geheten 'die Ukens Donck', grenzend de Herck 1). Meester Dierick voorschreven is tot behoef van Peter Vanden Laer met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 november. Folio 160v

Jan en Joris Gaethuijs, kinderen van Lambrecht Gaethuijs, hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: een gedeelte van een bos bij 'die Tiegelrije' gelegen, geheten 'den Mortelmans Bossch'; nog een zille broek opt Roijer Broeck gelegen, grenzend 'die Doncken' 1) en Jan Coex 2); nog 1 rinsgulden jaarlijks staande aan panden van de erfgenamen van Jan der Weuwen alias Luijten onder Schuelen gelegen. Jan en Joris Gaethuijs zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 november. Folio 161

Willem Stevens heeft in de naam van zijn kinderen Ghijsbrecht, Maria en Lijssbeth het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun 'alde vader' Ghijssbrecht Pouwels: een stuk broek onder Coerssel gelegen in Stalle, grenzend Thijs Blueckmans 1), Maria Dillen 2); nog een stukje erf onder Stall gelegen, grenzend Willem Stevens voorschreven 1), sheeren straet 2). Willem Stevens is tot behoef van zijn kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 18 november. Folio 161

Pouwels en Cristijn Palmaerts hebben ontvangen het versterf dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: 12 roijen beemd op de Zeelbeempde gelegen, grenzend Aerdt Creijten 1) en de goederen van Halbeeck 2). Pouwels en Cristijn zijn tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 18 november. Folio 161v

Geleijtenisse voer Jan Geerts.
Jan Geerts had een stuk erf onder Coerssel gelegen gekocht van Geert Leijsen als momber van zijn huisvrouw Marie Ruttens. Conditie was dat Jan Geerts aan Geert de som van 41 rinsgulden zou betalen op de dag van verjaren. Jan Geerts had ervoor al zijn Loonse goederen als borg gesteld, zoals men zal vinden op 11 juni 1556. Op 16 juni 1556 kwamen Thijs Ruttens en Thijs Huben en ze hebben deze koop vernaderd. Jan Geerts had hen de vernadering bekend op voorwaarde dat Thijs Rutten en Thijs Huben aan Jan Geerts ook borg zouden stellen voor de betaling van die 41 rinsgulden voorschreven, zoals hij aan zijn koopman (verkoper) Geert Leysen had gedaan opdat hij niet bedrogen zou worden. Toen hebben Thijs Ruttens en Thijs Huben al hun Loonse goederen opgedragen als een borg voor die 41 rinsgulden en ook tot ontlasting van Jan Geerts zoals men zal vinden op 11 juni 1556. Nu kwam Gheert Leijsen betaling verzoeken van die 41 rinsgulden. Hem werd gewezen tot betaling of tot het geleijt van de goederen van Jan Geerts, volgens de borgtocht. Jan Geerts verzocht ook verder recht op de goederen van Thijs Ruttens zodat hij alle lasten en schaden die hij, Jan, vanwege deze zaak zou oplopen, zou kunnen halen aan de Loonse goederen van Thijs Ruttens. Omdat Thijs Ruttens aan Geert goederen als borg had gesteld die nog niet aan hem waren toegekomen, hopend daarin tot het geleijt van de goederen te komen omdat men volgens de 'Loensscher reformatien' en volgens het Loonse landrecht geen kwade gichte of gelofte bedriegen mag. Jan is daarmee tekort gedaan en Thijs Ruttens heeft het gekochte goed nu al twee keer 'ontblaijt ende ontfroempt'. Geert hoopt dat hij tot het geleijt van de goederen mag komen die Thijs Ruttens bekomen heeft na de voorschreven borgtocht. Thijs Ruttens zegt dat Jan Geerts kwalijk gefundeerd was om de goederen te beleijen die hem sedert deze gedane belofte zijn aangekomen omdat die hem nog niet toebehoorden. De schepenen wezen door manisse van de meier 'ende op corpt' dat indien de voor 'verloeffde' niet sterk genoeg zijn voor de som van de gichte of belofte, dat Jan Geert wel gefundeerd is om te komen tot het geleijtenisse van de goederen die Thijs Ruttens na de belofte zijn aangekomen, met kosten en interest. Aan Jan Geerts werd hout en rissch geleverd in teken van possessie en Jan Geerts is ook met recht tot de gichte gekomen.

Daarna kwam Thijs Ruttens en hij heeft afstand gedaan van zijn rechten op het uitgewonnen erfgoed dat hij tot borg had gesteld tot behoef van de voor genoemde 'Govaert Goijens(?!). Is in hoede gekeerd.

 

1557, 18 november. Folio 162

Meester Jacop Munters, rector van het Sinte Juliaens altaar, heeft de goederen ontvangen die het Sinte Juliaens altaar in de kerk van Beringhen en de kosterij van Beringen onder deze bank liggen hebben. Hij is sterfelijke gichtdrager geworden van deze goederen waar Willem Van Jesseren zaliger uitgestorven is. Mr. Jacop Munters is met recht gekomen tot gichtdrager van de voorschreven goederen.

 

1557, 29 november. Folio 164v

Bartholomeus, Dionijs, Herman, Jan, Willem en Maria Claes en Bartholomeus Alen in de naam van zijn moeder Cathrijn Van Doernick hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van Margriet Claes alias Van Praet, hun 'moijen'. Dat gaat om een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 't Vossvelt', grenzend sheeren straet 1), de kinderen van Jan Alen 2); nog een euwt gelegen aan den Moelenwech, palend Geert Stapparts 1) en Geert Coex 2); nog 'dat Libens Velt', grenzend Bartholomeus Claes 1), Geert Coex 2); nog een bosje onder Schuelen gelegen, geheten 'die Wolffs Keele', grenzend sheeren straet 1), de kinderen van Jan Alen 2); nog 'den Echtersten Bossch', grenzend de heer van Lumpmen 1), de erfgenamen van Jan Van Nedercosen 2); nog een stuk erf gelegen boven Lumpmen op 'die Twee Cruijsen', grenzend de kinderen van Magdaleen Beckers 1) en Ffrans Scepers 2); nog een stuk erf geheten 'dat Cleijn Roest' en nog een zille broek in 'den Huben Beempt' gelegen, grenzend Henrick Meukens erfgenamen 1), de kinderen van Jan Alen 2). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 november. Folio 166

Margriet Vernijen heeft het versterf ontvangen dat haar aangestorven is na de dood van vader en moeder: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend 'dat Erpels Goet' 1), Reyner Wellens erfgenamen 2) en sheeren straet 3); nog een bloexke onder Schuelen gelegen op 'den Billen Hoeck', grenzend Jan Ghielis de 'tummerman' 1) en 'Dolinger Velt' 2). Margriet is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 november. Folio 166v

Lambrecht Scheers als momber van zijn huisvrouw Marie Vernijen heeft het versterf ontvangen dat hem als haar momber is aangestorven na de dood van haar ouders: een stuk broek geheten 'dat Hazen Broeck', grenzend 'het Roijen Broeck' 1) en 'den Sannen Bampt' 2); nog een stuk land van omtrent een halster saijens groot gelegen in Jacop Cannarts hoff, grenzend 'die Manen Straet' 1); nog een heike onder Schuelen gelegen, grenzend meester Liebrecht Meerhoets 1), Reijner Schuermans 2). Lambrecht is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 november. Folio 166v

Peter Poelmans heeft ontvangen het versterf dat hem verstorven is na de dood van zijn zuster Heijloff Poelmans: huis en hof onder Schuelen gelegen op de Stappe, grenzend Maria Bruijninx 1) en Jannes Wijmans 2); nog een bloeck 'opte Stappe' gelegen, palend Jannes Wijmans 1), sheeren straet 2). Hij is ter gichte gekomen.

 

1557, 29 november. Folio 166v

Lambrecht Hoeffmans heeft in de naam van de kinderen van Wilboerdt Hoeffmans, namelijk Thijs, Maria en Lijssbeth, het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een beemd 'opt Auwe Sluijse' gelegen, geheten 'dAelst', grenzend Theeus Frederix 1) en Jan Huijts kinderen 2); nog een half mudde rogge en 1 rinsgulden jaarlijks staande aan panden van de kinderen van Pouwels Clockluijers in Laren gelegen. Lambrecht Hoeffmans is voor de kinderen tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 november. Folio 168

Thijs Op de Blueck heeft voor hem en voor Jan en Brigida en voor de kinderen van Claes Op de Blueck en ook voor Gheert, zoon van Lijssbeth Op de Blueck het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: huis en hof onder Coersel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Thonis Vogelers 2), de kinderen van Jan Op d Blueck 3); nog een stukje broek aan de voorschreven hof gelegen. Thijs is voor hem en voor zijn consorten met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 29 november. Folio 168v

Gheert Leijsen/Leijs heeft na vonnis van de schepenen het geleijt verzocht van al de Loonse goederen die Jan Geerts verbonden had. Geert betaalde de som van 41 rinsgulden Brabants eens niet van een erfkoop die hij had gedaan van Geert Leijs, zoals men zal vinden geregistreerd op 11 juni 1556. Jan Geerts had hiertegen conde en dag gehad en hij werd 'ingeheijst', maar zei niets tegen het geleijt. Daarop werd aan Geert hout en rissche geleverd in een teken van possessie. Hij werd tevens in de goederen gegicht en gegoed met recht.

 

1557, 16 december. Folio 168v

Valentijn Reyners als H. Geestmeester van Coerssel heeft de goederen ontvangen die Jan Aerts en zijn huisvrouw Kathrijn zaliger in hun testament aan de H. Geest van Coerssel gelaten hebben. Dat testament werd hier vandaag voldoende geproefd. Valentijn Reyners is in de naam van de H. Geest met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 16 december. Folio 169

Jan Zwinnen heeft als momber van zijn huisvrouw Marie Naggen en ook voor Sebastiaen Naggen het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is aangestorven: een bosje 'opte Stap' gelegen, grenzend Jan Gielis 1) en Maria Bruijninx 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1557, 16 december. Folio 169

Lambrecht Scheers heeft als momber van zijn huisvrouw Maria Vernijen ontvangen een stuk broek onder Schuelen gelegen, grenzend Geert Pijls 1), 'die Vorste Laeck' 2), dat hem verstorven is na de dood van Jan Coex en zijn huisvrouw. Hij is tot de gichte gekomen met recht.

 

1557, 16 december. Folio 169v

Valentijn Vaes heeft ontvangen het versterf dat hem na de dood van zijn ouders is aangestorven: een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'den Grammaert', grenzend Vaes Kenens 1), Vaes Vaes met zijn consorten 2); nog een stuk land aan 'den Hegperre' gelegen, grenzend de straat aan 2 zijden; nog een stuk broek achter 'dMoelen erve', palend de beek 1), Thys Ruttens met zijn megeringen 2); nog een stukje broek ook bij 'dmoelen erve' voorschreven gelegen, grenzend 'dMoelen Goet' aan 2 zijden en 'die Geijtelinge' 3); nog een stuk erf geheten 'die Put Hoeve', grenzend sheeren straet aan twee zijden. Valentijn is tot de gichte gekomen.

 

1557, 16 december. Folio 169v

Servaes Vaes heeft voor hem en voor Anna Vaes en de kinderen van de Jonge Jan Vaes het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: een stuk broek geheten 'den Grammart', grenzend Valentijn Vaes 1), Trudo Knaeps 2); nog een bloeck aan 'den Heg Perre' gelegen, grenzend Valentyn Vaes 1), sheeren straet aan twee zijden; nog een stukje broek gelegen achter 'die Broeck Straet', geheten 'die Donck', grenzend Jaspar Seijsens 1), Michiel Peermans 2). Servaes is voor hem en voor zijn megeringen ter gichte gekomen.

 

1557, 16 december. Folio 169v

Steven Wijnen heeft het versterf ontvangen dat hem aangestorven is na de dood van zjn ouders: huis en hof te Haexelaer gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden en 'tgoet vander motten' 3); nog een stuk broek gelegen in 'Langen Eijcken', grenzend Wouter Hoemans 1), Jaspar Tielmans 2); nog een stuk land geheten 'die Blueck', grenzend Vaes Vaes 1) en Steven Wijnen voorschreven 2). Hij is met recht tot de gichte gekomen.

 

1557, 16 december. Folio 170v

Henrick, Pouwels, Maria en Margriet Cremers hebben het versterf ontvangen na de dood van hun ouders: een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'dAuwe Groeff', grenzend Valentijn Vaes 1), Thonis Leijsen 2); nog huis en hof te Coersel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Ffrans Aerts 2) en Jannes Opt Straet erfgenamen 3); nog een stuk land geheten 'dRoijeken', grenzend Thonis Leysen 1), Jaspar Tielmans 2) en sheeren straet 3). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 13 januari. Opt jaergedinge nae Derthien dach. Folio 171v

Jan Beckers van Coerssel heeft opgedragen tot behoef van Jacop Gheerts huis en hof in Coerssel gelegen en daarbij nog een bloeck aan de voorschreven hof gelegen. Huis, hof en bloeck grenzen Willem Geerts 1), Loijch Beckers 2), sheeren straet 3) en 4). Samen opgedragen als een pand voor 7 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente met valdag op datum van gichten. Jan Beckers en zijn nakomelingen mogen deze 7 rinsgulden jaarlijks aflossen met 100 rinsgulden Brabants gevalueerd geld, in goede munten, en daarbij een ongevallen rente en nog 3 rinsgulden die Jacop heeft in afkorting van het pontgelde. Jacop heeft ook alle andere hofrechten betaald. Jacop Geerts is met recht tot de gichte gekomen. Jan Beckers heeft hiervan een gezegelde brief toegestaan.

 

1558, 13 januari. Opt jaergedinge nae Derthien dach. Folio 172v

Henrick, Goijvaert, Ghielis en Juet Houtmans hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversell gelegen, grenzend Loijch Beckers 1) en Daem Wintmolders kinderen 2); nog een bloeck aan 'die Postelmans Strate' gelegen, grenzend Jan Van Postel 1) en des heeren straet 2). Ze zijn ter gichte gekomen.

 

1558, 13 januari. Opt jaergedinge nae Derthien dach. Folio 173

Margriet Van Hamme heeft zich vermomberd met Hubrecht Van Pael, die haar met recht verleend is.

Margriet Van Hamme met haar verleende momber Hubrecht van Pael heeft opgedragen tot behoef van meester Goijvaert Vanden Roije, haar oom, al haar goederen die onder Schuelen gelegen zijn of onder de heerlijkheid van Lumpmen die haar verstorven zijn na de dood van haar moeder Marie Vanden Roije zaliger, voor 4 vaet rogge jaarlijks erfelijk. Hiervoor werd onderpand gesteld voor de schepenen onder Herck op 10 januari 1558. Opgedragen onder de voorwaarden zoals ze gesloten zijn en geregistreerd onder Herck. Hubrecht Van Pael is in de naam en tot behoef van meester Goijvaert Vanden Roije met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 13 januari. Opt jaergedinge nae Derthien dach. Folio 173

Jan, Henrick, Isabel, Anna, Maria en Margriet Vernijen hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun moije Ida Vernijen: een stuk broek van 3 zillen groot ongeveer gelegen aan 'den Huven Beempt', grenzend Geert Pijls 1), Thijs Joes 2) en 'die Laeck' 3). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 20 januari. Folio 175v

Margriet Stapparts heeft het versterf ontvangen dat haar aangestorven is na de dood van haar ouders: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), meester Geert Van Velpen 2); nog een beemd op 'den Moelen Wech' gelegen, palend sheeren straet 1), Claes Vanden Roije erfgenamen 2); nog een beemdje 'in Erpels Brouck' gelegen, grenzend Thijs Joes 1), Claes Vanden Roije erfgenamen 2); nog een heike 'inde Wolffs' gelegen, grenzend Gheert Coex 1), Reijner Schuermans 2); nog een stukje land opde Stap gelegen, grenzend sheeren straet 1) en Henrick Vandenbroeck 2); nog een bos opde Stap gelegen, palend sheeren straet 1), Henrick Vanden Broeck 2); nog een heike gelegen 'opt Stappen Heijken', grenzend sheeren straet 1), Reijner Schuermans 2); nog een zille broek 'op Roijen Broeck' gelegen, palend 'die Hoechdoncken' 1), Merten Van Diepenrijt 2), nog een stuk land 'opden Billen Hoeck' gelegen, palend Wouter Naggen en de erfgenamen van Bruijnen Baert 2); nog de helft van een heide geheten 'die Roe Heyde', grenzend Reijner Schuermans 1), Maria Bruyninx 2); nog een bos op 'den Billen Hoeck' gelegen, palend Maria Bruijninx 1) en de erfgenamen van Bruijnen Baerts 2); nog een beemd op de Laeck gelegen, geheten 'den Gruwels Bampt', palend die Laeck 1) en 'die Willems Broeck Voert' 2); nog 2 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Lambrecht Scheers, namelijk aan huis en hof onder Schuelen. Margriet Stapparts is tot de gichte gekomen.

 

1558, 27 januari. Folio 176

Peter Pelsers heeft de gerechtigheid ontvangen van huis en hof onder Coerssel gelegen, hem verstorven na de dood van zijn ouders. Hij is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 27 januari. Folio 176v

Peter en Lijssbeth Pelsers hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van Mathewis Pelsers: elk de helft van een euwt onder Coerssel gelegen, grenzend Peter Reijners 1) en Jan Vanden Hove 2) en verder wat er nog tot dat versterf mag behoren. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 27 januari. Folio 177

Gheert, Cristijn, Lijssbeth en Anna Van Gruenendale hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun zuster Maria Van Gruenendale: een gedeelte van een stuk land in Coerssel gelegen achter de kerk, grenzend Thonis Leijsens 1), sheeren aerdt 2). Geert Van Gruenendale is voor hem en voor zijn megeringen ter gichte gekomen.

 

1558, 27 januari. Folio 177v

Vranck, Geertruijt, Lijssbeth en Maria, de kinderen van Mathijs Valentijns uit zijn tweede huwelijk ('tweede bedde') hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een stuk erf 'inden Hogen Bossch' gelegen, grenzend Jaspar Tielmans 1), de beek 2) en 'den Droegen Wijer' 3); nog een bloeck geheten 'dWevers Bloeck', grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Peter Kenens kinderen 3); nog een stuk erf in Genenstall gelegen, grenzend Maria Valentijns 1), sheeren aerdt rondom; nog een stuk land grenzend Mathijs Valentijns kinderen 1), 'tGeerken Landt' 2) en 'die Moelen Strate' 4); nog een stuk land tGenenstall gelegen, grenzend Thonis Voegelers 2) en sheeren straet aan 3 zijden. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 27 januari. Folio 178

Heer Ghielis Cornelis heeft voor Cornelis Cornelis en voor de kinderen van Jan Gheerts, namelijk Henrick, Kathlijn, Cristijn, Anna en Maria Geerts, het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van heer Henrick Cornelis zaliger: een beemd onder Coerssel gelegen tussen de beken, grenzend Goris Jaspars O en Gielis Van Houte W. Heer Gielis voorschreven is tot behoef van Cornelis en de kinderen van Jan Gheerts met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 10 februari. Folio 179

Mathewis, zoon van Henrick Oijen, heeft opgedragen tot behoef van Sebastiaen Keeskens een stukje broek in Oversel gelegen 'in den Keesken', grenzend Henrick Crompvoets 1), 'den Hogenbossch' 2), Lenaert Cautzmeets 3) en 4), voor 30 rinsgulden Brabants boven alle aanstaande lasten, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep 28 stuivers. Sebastiaen Keeskens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 17 maart. Folio 187v

Sebastiaen Ketelbueters heeft in de naam van Marie Ketelbueters het versterf ontvangen dat haar na de dood van haar ouders is verstorven: een stuk broek onder Coerssel gelegen, geheten 'tZonnen Broeck'. Sebastiaen kwam in de naam van Marie, dochter van Thijs Ketelbueters, tot de gichte met recht.

 

1558, 17 maart. Folio 187v

Jeronijmus de Piper als momber van Maria Van Houte dochter van Ffranchoijs van Houte, Anthonis Van Houte voor hemzelf en als gemachtigde van Cornelis Van Bijlant en zijn huisvrouw Lijssbeth Van Houte.

Jeronijmus de Piper toonde een machtiging of procuratie van de weesmeesters van de stad Antwerpen, bezegeld met een groen zegel, waaruit bleek dat hij gemachtigd was vanwege Maria Van Hout dochter van Ffrancois Van Houte. Eveneens toonde Anthonis van Houte een procuratie of machtiging gepasseerd voor de burgemeesters en schepenen van de stad Antwerpen dat hij gemachtigd was door Cornelis van Bijlant en zijn huisvrouw Lijssbeth Van Houte. In de machtigingen stond dat Jeronijmus en Anthonis gicht en guedinge mochten doen van gronden en erven waar ook gelegen.

Jeronijmus en Aerdt hebben als gemachtigden en tevens Anthonis voor hemzelf gelijkerhand opgedragen tot behoef van Trudo Kerstens geboren in Helchteren een stuk broek in Coerssel gelegen bij 'den Goesens Wijer', grenzend heer Lucas van Postel erfgenamen 1), Jan Boenaerts 2), de beek 3) en sheeren straet 4), voor 87 rinsgulden Brabants. Die moeten op de dag van verjaren betaald worden, een halve stuiver godspenninck en als lijcoep 3 rinsgulden 1 stuiver. Trudo Kerstens is tot de gichte gekomen met recht.
Trudo Kerstens heeft het voorschreven stuk broek opgedragen en daarbij nog een stuk broek ook in Oversel gelegen, grenzend Henrick Hoemans kinderen 1), de kinderen van Adam Wintmolders en de zoon van Loijch Beckers 3) als een borg voor het geval dat hij niet zou betalen; De verkopers zullen dan hun geld aan deze goederen kunnen halen.

 

1558, 31 maart. Folio 189

Dionijs Claes heeft opgedragen tot behoef van Goijvaert Lantmeters als momber van zijn huisvrouw Ermtruijt Van Doernick - als gevolg van een deling gemaakt tussen Dionijs Claes met zijn megeringen - 1 rinsgulden jaarlijks Brabants kwijtrente aan en op een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'dat Vosschen Velt', grenzend meester Jan Van Gelmen erfgenamen 1), sheeren straet 2) en Kathrijn Van Doernick 3). Deze rinsgulden jaarlijks staat te kwijten en te lossen met 17 rinsgulden Brabants. Goijvaert is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

Op dezelfde dag heeft Goijvaert Lantmeters als momber van zijn vrouw Ermtruijt Van Doernick het pand gekweten van de rinsgulden voorschreven. Ze hebben zowel de hoetpenningen als alle restanten ontvangen. Dionijs Claes is tot de gichte gekomen van de 1 rinsgulden jaarlijks boven geschreven.

 

1558, 31 maart. Folio 189v

Jan Claes heeft opgedragen tot behoef van Herman Claes zijn gedeelte van een stuk erf onder Schuelen gelegen 'int Liebens Velt', grenzend sheeren straet 1), Geert Coex 2) en Herman voorschreven 3); nog zijn gedeelte van een stuk erf onder Lumpmen, gelegen boven 'den Langen Wech', palend Magdalena Beckers kinderen W, Ffrans Scepers O, Lambrecht Neven Z en N. Opgedragen voor 40 rinsgulden eens boven de lasten. Herman Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 31 maart. Folio 189v

Reijner en Hubrecht Opt Straet (Op State) hebben aan de panden van Andries Valentijns het mudde rogge jaarlijks gekweten dat ze daaraan gelden hadden. Ze kregen alles betaald en Andries Valentijns is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 31 maart. Folio 190

Gheert Coex heeft opgedragen aan Ffrans Scepers huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Pouwels Hagels 2), 'den Boeter Hoff' 3) en sheeren straet 4); nog huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Pouwels Hagels 2) en Jan Beckers 3) en daarbij nog al zijn andere Loonse goederen als een pand voor 6 halster rogge jaarlijks vallend op Sinte Geertruijen avond. Deze 6 halster rogge mogen Gheert Coex en zijn nakomelingen altijd aflossen met 18 rinsgulden Brabants geld, een halve stuiver als godspenninck en lijcoep 10 stuivers. Ffrans Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

In 1567 op 23 januari heeft Anna Van Gele met haar momber mr. Jan Van Gele deze panden gekweten van de 6 halster rogge jaarlijks voorschreven. Ze kreeg de hoetpenningen en alle restanten betaald. Maria weduwe van Geert Coex, is tot de gichte gekomen.

 

1558, 31 maart. Folio 190

Reyner Van Doernick heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Joes een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Weijeberch', palend Jannes Wijmans aan 2 zijden en sheeren straet 3) voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Lijssbeth Houtmans onder Schuelen gelegen. Deze rinsgulden staat te kwijten met 15 rinsgulden Brabants. Daar boven geeft Lambrecht Joes nog 10 rinsgulden eens in contant geld. Voorwaarde is dat Reyner alle lasten moet betalen tot op de dag van vandaag. Reijner zal aan zijn koper Lambrecht 5 rinsgulden eens 'onderlaten' van de bovengeschreven rinsgulden jaarlijks die Merike Van Doernick jaarlijks aan het voorschreven goed heeft gelden. Lambrecht en Reyner zullen het koren dat er nu staat bij de oogst 'op den stock' gelijk delen. Lambrecht Joes is tot de gichte gekomen.

Lambrecht Joes heeft opgedragen tot behoef van Reyner Van Doernick 1 rinsgulden Brabants jaarlijks voorschreven. Reyner is tot de gichte gekomen.

 

1558, 23 april. Folio 192v

Jaspar Smeets heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een stukje broek in Oversel gelegen 'inde Exelssche Beempde', palend Wouter Vaders 1), Jan Geerts 2) en Jan Reijners voorschreven 3). Jaspar Zeijsens 4), voor 85 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als godspenninck. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 23 april. Folio 192v

Aerdt Zauwen heeft als momber van zijn vrouw Maria Boghaerts de goederen ontvangen die haar met testament werden gemaakt tot schuldbehoef door haar eerste man Willem Lantzenrijts zaliger. Dit testament werd vandaag geproefd. Aerdts Zauwen is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 23 april. Folio 192v

Peter Vaes heeft in de naam van Peter, zoon van Peter Ghielis, het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: een beemd in Oversel gelegen, grenzend de kinderen van Aerdt Vaes 1), Sijmon Beckers 2); nog een hof met een uutfanck in Coerssel gelegen, grenzend de kinderen van Aerdt Vaes 1) en de kinderen van Adam Wintmolders 2). Peter Vaes is tot behoef van Peter voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 23 april. Folio 193

Peter Vaes heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wijnen een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Tielens 1), Cornelis Mertens 2), 'die Auwe Beeck' 3) en Peter Vanden Putte 4). Dit werd opgedragen in ruil op een ander broek, vernoemd in de volgende gichte. Henrick Wijnen is met recht tot de gichte gekomen.

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Peter Vaes een stuk broek gelegen 'inden Langen Eijcken', grenzend Kathrijn Ariaens 1), de kinderen van Wouter Claes 2) en de beek 3). Peter Vaes is tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 23 april. Folio 193

Joris Van Creijewinckel heeft opgedragen tot behoef van Peter Dillen een beemd in Oversel gelegen, die hij vroeger in erfcijns genomen heeft van meester Jan Didden (op hypotheek gekocht van Jan Dillen). De beemd grenst Peter Dillen voorschreven aan 2 zijden, Bartholomeus Tielens 3) en de beek 4). Opgedragen voor de aanstaande last aan meester Jan Dillen, met 15,5 stuivers Brabants jaarlijks aan de H. Geest van Coersel en met sheeren 'grontcheijs'. Peter Dillen is met recht tot de gichte gekomen.

Op 11 december 1572 kwamen Willem en Henrick Swilden, Thijs Vaes met zijn huisvrouw Dingen Swilden en Margriet Swilden met haar verleende momber Peter Vanden Briele en ze hebben hun rechten op deze beemd opgedragen tot behoef van Peter Dillen voor 3 rinsgulden jaarlijks die Peter zal afnemen van hun andere goederen. Deze 3 rinsgulden zijn, volgens verklaren van de partijen, te kwijten met 54 rinsgulden. Peter is ter gichte gekomen.

 

1558, 23 april. Folio 194v

Lambrecht Joes van Schuelen heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Jan Clockluijers zaliger, namelijk Aerdt, Jan en Heijloff, het mudde rogge jaarlijks dat hij gelden heeft aan panden van Peter Kenens en Henrick Reijners alias Weerdekens in Groelaren gelegen. Dit mud is Lambrecht aangekomen na de dood van Lijsbeth Houtmans. Verkocht voor 26 rinsgulden Brabants. Voor het geval dat de panden ontoereikend zouden zijn in de toekomst, heeft Lambrecht als een onderpand een stuk erf onder Schuelen opgedragen, geheten 'den Berbossch', grenzend de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen aan 2 zijden, meester Geert Van Velpen 3). Peter Clockluijers en Geert Claes zijn tot behoef van de kinderen voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 20 mei. Folio 195v

Peter Neven heeft ontvangen tot behoef van Ursel Rutinx het versterf dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: anderhalve rinsgulden jaarlijks staande aan panden van Katherijn Van Doernick onder Schuelen gelegen. Peter is tot behoef van Ursule Ruijtinx tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 26 mei. Folio 196

Maria Opt Straet heeft ontvangen het versterf dat haar na de dood van haar broer Adriaen Opt Straet is verstorven: een stuk land onder Coerssel gelegen 'inde Paelmans Hoeve', grenzend Loijch Beckers 1), Valentijn Vaes 2); nog een stukje broek geheten 'dAst', grenzend Peter Opt Straet 1) en Valentijn Vaes 2). Maria is tot de gichte gekomen.

 

1558, 26 mei. Folio 196v

Henrick Doermaels met zijn huisvrouw Maria Smoers hebben opgedragen tot behoef van Lijssbeth Jacops huis en hof onder Schuelen gelegen 'op de Stappe', grenzend sheeren straet 1), de kinderen van Jan Van Buelen 2), Jan Gielis 3) en Peter Geerts 4), als een pand voor 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Herman en zijn nakomelingen mogen deze 1,5 rinsgulden aflossen met 20 rinsgulden Brabants geld, 1 oert als goedspenninck en als lycoep 5 stuivers. Lenaert Van Heze is tot behoef van Lijssbeth voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 26 mei. Folio 196v

Jan Convents heeft het versterf ontvangen dat hem aangestorven is na de dood van zijn zuster Maria Convents: een beemd in Oversel gelegen, grenzend Thewis Hueveners 1), Aerdt Van Hamel 2); nog een stuk broek tGenenstall gelegen, grenzend Jan Dierix 1, Jaspar Tielmans 2); nog een uutfanck palend sheeren aerdt rondom. Jan Convents is tot de gichte gekomen.

 

1558, 16 juni. Folio 198v

Maria, de weduwe van Gheert Mewis zaliger, heeft zich vermomberd met haar zoon Geert Mewis en met Geert Neesen, die haar met recht verleend zijn.
Ze heeft met haar verleende momber Geert Neesen opgedragen tot behoef van haar zoon Gheert Mewis haar tocht van een zilleke broek in Oversel gelegen, geheten 'den Keesken', grenzend Peter Baten, 1), Henrick Keeskens 2), 'den Hoghen Bossch' 3) en Henrick Crijns 4). Geert Mewis is tot tocht en erfelijkheid gekomen met recht.

Nu tocht en erfelijkheid samen zijn, heeft Gheert Mewis opgedragen tot behoef van Peter Baten het voorschreven zilleken broek voor 70 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck, lijcoep nae lantcoep.. Het goed is enkel belast met 6,5 stuivers jaarlijks aan het gasthuis van Diest. Peter Baten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 16 juni. Folio 199

Jannes Hubrechts met zijn huisvrouw Cristijn Van Gruenendale heeft opgedragen tot behoef van Peter Vrancken een stuk land in Coerssel gelegen 'int Groet Bloeck', grenzend Anna Wijnen 1), Merten Windelen kinderen 2), sheeren straet 3) en Thomas Mentens 4), voor 51 rinsgulden Brabants. Het is enkel belast met des heeren grondcijns. 4 stuivers als goedspenninck en lijcoep 1 gulden. Peter Vrancken is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 16 juni. Folio 199

Jan van Rubergen heeft opgedragen tot behoef van Peter Vaes het half mudde rogge jaarlijks dat hij gelden heeft aan panden van Lijssbeth Wijnen onder Coerssel gelegen. Dit was Jan aangestorven na de dood van zijn zuster Anna Van Rubergen zaliger. Verkocht voor 12 rinsgulden Brabants. Peter Vaes is tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 30 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 200v

Aerdt en Jan Van Hamme en de kinderen van Peter Joris, namelijk Thijs en Margriet, hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is toegevallen: een beemd onder Coerssel gelegen 'den Goer Beempt' geheten, grenzend Sinte Peters Bossch van Beringhen 1), Jan Van Ham 2); nog een zilleke broek onder Haexelaer gelegen, grenzend tGemeijn Broexke 1) en Peter Van Ham 2); nog een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'den Heckperre', palend Kathrijn Van Heijst 1), sheeren straet 2); nog 1 dachmael broek onder Coersel gelegen, grenzend 'die personagie van Coerssel' 1) en Lijsbeth Mentens 2); nog een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'dLanck Stuck', grenzend Aert Van Ham 1) en Peter Mutsen 2); nog 1 heijthove op de Scrickheije gelegen, palend Peter Vaes 1) en Gielis Scriex 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 30 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 200v

Willem Claes heeft opgedragen tot behoef van zijn zuster Marie Claes een stukje land in Schuelen gelegen, waarvan Marie de wederhelft heeft, grenzend Joris Luijten 1) en Maria Claes voorschreven aan de overige drie zijden. Verkocht voor 30 rinsgulden Brabants eens. Maria Claes is tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 30 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 201

Heer Peter Willems met zijn momber Peter vanden Briele heeft opgedragen tot behoef van Lijssbeth Jacops een zille broek gelegen opt Roijen Broeck, grenzend Jannes Wijmans 1), Herman Pijpen 2) en Jan Gaethuijs 3) en Henrick Deckers 4), voor 25 rinsgulden Brabants, 1 oort als goedspenninck, lijcoep nae lantcoep. Enkel belast met de grondcijns. Lenaert Van Hese is tot behoef van Lijssbeth Jacops tot de gichte gekomen.

 

1558, 01 september. Folio 203v

Aerdt Heijloven heeft in de naam van zijn moeder Lijssbeth Heijloven het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar zuster Margriet Beckers: de helft van huis en hof met toebehoren gelegen onder Schuelen opde Stap. Aert Heijloven is tot behoef van zijn moeder met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 01 september. Folio 203v

Jan Beckers heeft voor hem en voor zijn zuster Oda en Cristijn Beckers het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van Margriet Beckers voorschreven: de wederhelft van het voorschreven huis en hof met toebehoren. Jan Beckers is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1558, 01 september. Folio 204

Gheert Bortsis heeft het versterf ontvangen dat hem is aangestorven na de dood van zijn ouders: 3 halster rogge jaarlijks aan panden van de erfgenamen van Goevaert Vanden Bossche in Laeren gelegen; nog een stuk land gelegen in Laeren bij de woning van de kinderen van Lucas Bogaerts; nog 1 rinsgulden Brabants jaarlijks aan panden van Jan Couttreels alias Van Coesen; nog 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Maria Iliaes onder Schuelen gelegen, namelijk aan een beemd. Gheert is tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 206

Lenaert Moens heeft het versterf ontvangen dat de kinderen van Henrick tCeelen, namelijk Maria, Aleydt, Anna en Lijsbeth, verstorven is na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Endtman', palend Henrick Crompvoets 1) en Lenaert Cautsmeets 2). Lenaert Moens is tot behoef van de kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 206v

Herman Mulaerts heeft opgedragen tot behoef van Melchior Laureten huis en hof onder Schuelen gelegen op de Stap, grenzend heer Peter Willems 1), Jan Wijermans erfgenamen 2) en sheeren straet aan de overige 2 zijden, als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente met valdag op half maart. Herman Mulaerts en zijn nakomelingen mogen de drie rinsgulden Brabants jaarlijks afkwijten met 50 rinsgulden Brabants geld, 20 stuivers voor de rinsgulden gerekend. Willem Rouben kwam in de naam en tot behoef van Melchior Laureten met recht tot de gichte.

Op 5 december 1558 heeft Barbara Willems, de huisvrouw van Herman voorschreven, aangaande deze gichte vrouwenrecht gedaan.

 

1558, 22 september. Folio 206v

De kinderen van Peter Baten van het eerste huwelijk, namelijk Henrick en Thijs, hebben de goederen ontvangen die hen na de dood van hun ouders zijn toegevallen: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'dat Hovere Broeck' en nog een zille broek gelegen in 'den Keesken'. De kinderen zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 206v

De kinderen van Peter Baten uit zijn tweede huwelijk, namelijk Peter en Jan, hebben na de dood van hun ouders een stuk broek in Oversel gelegen ontvangen, geheten 'den Keesken', grenzend 'den Haghen Bossch' 1) en de kinderen van Peter Baten hiervoor 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 207

Thewis Oijen heeft opgedragen tot behoef van Jan Witters een stukje erf gelegen in Oversel, grenzend Henrick Crompvoets aan drie zijden, voor 26 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als godspenninck en lycoep nae lantcoep. Jan tCeelen is tot behoef van Jan Witters met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 207v

Tielman Van Schoenbeeck heeft opgedragen tot behoef van zijn dochter Aleydt zijn tocht van 1 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Marie Claes onder Schuelen. Aleydt van Scoenbeeck is met recht tot de gichte gekomen.

Tocht en erve zijn nu samen en Aleydt Van Schoenbeeck met haar wettige man en momber Servaes Creijten heeft de bovenstaande rinsgulden jaarlijks opgedragen tot behoef van Marie Claes en kwijt de panden. Ze kreeg zowel het kapitaal als alle restanten betaald. Marie Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 207v

Dinghen Hultemans heeft voor haar en voor Aecht Hultemans het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van Jannes Wijmans en zijn huisvrouw Dinghen Van Gestel: de helft van een stuk broek achter Hagelsteen gelegen, grenzend Peter Wellens 1), Gheert Mommen 2); nog de helft van een beemd onder Schuelen gelegen, geheten 'Jan Luijten Bampt'; nog de helft van een stuk land op de Stap onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet aan twee zijden en 'die Tiegelrije' 3); nog de helft van een heike gelegen bij het voorschreven goed, palend 'die Tiegelrije' 1) en Jan Goris 2); nog de helft van 9 karolusgulden jaarlijks staande aan panden van Juliaen Gebelen in Gestel gelegen. Dinghen is voor haar en voor Aechte Hultemans tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 22 september. Folio 208

Jan Hosen en zijn wettige huisvrouw Christijn Rummens hebben opgedragen tot behoef van Peter Blueckmans hun gedeelte van de goederen van Jan Op de Blueck die aan hen gevallen mogen zijn. Ze stellen Peter Blueckmans in hun plaats voor een ander goed gelegen onder de bank van Hamme, zonder dat de ene iets aan de andere toegeeft. Peter Blueckmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 208

Henrick Meijen heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Scepers een stuk land onder Coersel gelegen opt Luelen, grenzend Lambrecht voorschreven 1), Peter Dillen 2) en sheeren straet 3), voor 16 rinsgulden Brabants eens boven alle aanstaande lasten, een braspenninck als godspenninck en lycoep nae lantcoep. Lambrecht Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 208

Peter Smeets heeft voor hem en voor zijn kinderen Margriet, Maria, Jeronijmus en Lijsbeth het versterf ontvangen na de dood van Govaert zoon van Govaert Thijs, van heer Servaes Gressens en Dimpna Leijsens. Dat kan gaan om legaten van een testament of op een andere manier. Peter Smeets kwam voor hem en voor zijn kinderen met recht tot de gichte.

 

1558, 22 september. Folio 208v

Thewis Hueveners heeft als momber van zijn huisvrouw het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar zuster Margriet Sceperss: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'die Peerse Beempde', grenzend de kinderen van Frans Vaes 1), Aerdt Van Ham 2); nog een zil broek 'int Lanckhout' gelegen, grenzend de H. Geest van Coersel aan 2 zijden; nog een stuk land in Stall gelegen, grenzend sheeren straet 1), zijn eigen erf 2). Claes Thijs is tot behoef van Thewis Hueveners als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 22 september. Folio 208v

Laureijs Dillen heeft als momber van zijn huisvrouw Maria Schuijlens en voor Michiel, Jan, Joes, Thonis, Peter en Maria Schuijlens het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Schuijle', grenzend Jan Bolaerts 1) en Jan Gintis 2). Laureijs Dillen kwam voor hen allen ter gichte met recht.

 

1558, 22 september. Folio 209v

Lenaert Bolaerts heeft ontvangen voor de zes kinderen van Joris Scepers een hof met een 'berghe' daar achteraan gelegen in Coersel, grenzend Pouwels Geerts 1), Peter Cleersnijders kinderen 2) en een Brabantse uutfanck 3) en verder alles wat hen verstorven is na de dood van hun oom Geert Schepers. Lenaert Bolaerts is tot behoef van de voorschreven kinderen tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 210

Jan Nobels heeft ontvangen voor Aleijdt Laureysen het versterf dat haar na de dood van haar zuster is aangestorven: een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend sheeren aerdt 1) en Henrick Thijs 2). Jan Nobels kwam in de naam van Aleijdt met recht tot de gichte.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 210

Jan Nobels heeft het versterf ontvangen dat Jan Teggers 'der smet' als momber van zijn huisvrouw Maria Thijs is toegevallen na de dood van haar ouders: een zil broek in 'Svoechs Bampt' gelegen, palend Willem Geerts 1) en Henrick Ermen 2). Jan Nobels is tot behoef van Jan Teggers met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 210

Thewis Rutten heeft het versterf ontvangen dat hem en zijn consorten Geert Rutten en Peter Wellens als momber van zijn huisvrouw Kathrijn Rutten is aangestorven na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend 'dat Ketelken' 1), Henrick Thijs 2) en 'de Hoever Broeck' 3). Thewis is voor hem en voor zijn consoten met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 210v

Jan Kenens heeft ontvangen tot behoef van Aleydt en Margriet Ginttis het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een stukje broek in Oversel gelegen. Jan Kenens kwam in de naam van Aleijdt en Margriet ter gichte met recht.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 211

Sijmon Beckers heeft voor hem als momber van zijn huisvrouw Maria Huben en voor Jeronijmus Huben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: huis en hof in Coerssel gelegen, palend sheeren straet 1), Reijner Huben 2) en Peter Jans 3); nog een heide genaamd 'die Mathijs Hoeve', grenzend sheeren aerdt rondom; nog een beemdje genaamd 'dBruckelen'; nog een beemd geheten 'den Nuwen Beempt', grenzend Jaspar Seijsens 1), Jannes Zmeets 2); nog een gedeelte 'int Groet Bloeck' gelegen, grenzend Henrick Opt Straet 1) en Hubrecht Opt Straet 2); nog een gedeelte in 'den Baten Beempt', grenzend Claes Neelen 1) en Hubrecht Opt Straet 2); nog een gedeelte 'int Reijners Broeck' gelegen, grenzend Pouwels Knaep 1) en Lambrecht Scepers 2). Symon is voor hem als momber van zijn vrouw en voor Jeronijmus met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 211v

Hubrecht Opt Straet heeft het versterf ontvangen hem aangestorven na de dood van zijn dochter Maria: een stuk land 'int Groet Bloeck' gelegen, grenzend de kinderen van Merten Windelen 1), Anna Jans kinderen 2). Peter Opt Straet is tot behoef van Hubrecht Opt Straet met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 211v

Adriaen Van Hamme / Ham heeft ontvangen na de dood van zijn ouders een 'heije euwt' gelegen in Oversel, grenzend die Maelbeeck 1), Jan Neelens 2) en sheeren straet 3). Adriaen is tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 211v

Reijner en Jan Huben en Maria Dillen hebben ontvangen de goederen die Jan Huben zaliger hen met testament heeft gemaakt. Ze zijn tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 211v

Henrick en Geertruijt Thijs hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: 25 stuivers jaarlijks staande aan panden van Juet Vaes in Coersel gelegen; nog 20 stuivers jaarlijks aan panden van heer Jan Neelens. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 212

Sijmon Beckers als momber van zijn huisvrouw Maria Huben en Jeronijmus Huben hebben de goederen ontvangen die hun neef Jan Huben zaliger hen met testament gemaakt heeft. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 210v

Willem Geerts heeft ontvangen voor Cristijn dochter van Jan Rutten het versterf dat haar verstorven is na de dood van haar 'alde vader' en moeder: haar gedeelte van 2 stukken broek in Oversel gelegen. Willem Geerts is tot behoef van Crstijn tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 212

Henrick Meijen heeft ontvangen tot behoef van de kinderen van Cornelis Rutten het versterf dat hen aangestorven is na de dood van hun 'alde vaders ende moeders': 2 stukken broek in Oversel gelegen. Henrick Meijen is tot behoef van Willem en Truijke Rutten met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 06 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeys dach. Folio 212v

Jan Huben heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Hubrecht Huben zijn tocht van een stukje broek 'inden Baten Beempt' gelegen in Oversel, grenzend Claes Neelens 1), Reijner Huben 2), Peter Opt Strate 3) en Maria Dillen 4). Hubrecht Huben is hiermee tot tocht en erfelijkheid gekomen met recht.

Nu tocht en erve samen zijn, heeft Hubrecht Huben opgedragen tot behoef van Reijner Huben het stukje broek voorschreven voor 50 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als godspenning en lijcoep nae lantcoep. Reijner Huben is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 13 oktober. Folio 212v

Wouter Vanden Hove heeft ontvangen voor de kinderen van Henrick Zwinnen, namelijk Vranck, Maria, Brigida, Juet en Anna, het versterf dat hen aangestorven is na de dood van hun neef Jan Huben. Wouter Vanden Hove is tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 13 oktober. Folio 212v

Lenaert Scriex heeft voor zijn kinderen Maria en Margriet het versterf ontvangen dat hen na de dood van Jan Huben, hun neef, is verstorven. Hij kwam tot behoef van zijn kinderen tot de gichte.

 

1558, 10 november. Folio 214

De kinderen van Hubrecht Thijs alias Jannes, namelijk Willem, Maria, Beatrix en Cristijn, hebben het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren strate 1), de erfgenamen van Jan Vernijen 2), Maria Iliaes 3) en 4); nog huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Jan Beckers 2) en Jan Vernijen 3); nog een hof bij de kerk van Schuelen gelegen, grenzend 'die Mier Stege' 1), het kerkhof 2) en de erfgenamen van Leijs Hamers 3); nog een stuk land geheten 'den Berch Bossch', grenzend meester Jan Van Gelmen erfgenamen 1), 'die steghe' 2), Thijs Joes 3) en de erfgenamen van Henrick Claes 4); nog een beemd geheten 'die Echeldonck', grenzend 'die Voert' 1), de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 2) en Joris Vander Eijcken erfgenamen 3); nog een hof 'te Roijen' gelegen, grenzend Reijner Schuermans 1), Jan Gatoffs 2), 'die Voert' 3) en 'die Laeck' 4); nog een heide palend Jan Gathis 1), Geert Coex 2), Merten van Diepenrijt en sheeren straet 4); nog een stuk land 'opt Olinger Velt' gelegen, reengenoten Michiel Ruebens 1), tgoet van Vlaendere 2) en Aerdt Pijls 3); nog een beemd geheten 'den Auwen Beempt', grenzend Maria Iliaes 1), die Voert 2) en Geert Pijls 3). De kinderen zijn tot de gichte gekomen.

 

1558, 10 november. Folio 215

Henrick Wijnen met zijn wettige huisvrouw Barbara Vaes heeft opgedragen tot behoef van Jan Tielens een stuk land gelegen in Coersel 'inden Vaes Hoeck', grenzend de kinderen van Peter Van Leelen 1), de kinderen van Jaspar Kenens 2) en 'die Schrieck Heije' 3), voor 10 rinsgulden Brabants eens, als goedspenninck 1 stuiver, boven alle uitgaande lasten. Jan Tielens is tot de gichte gekomen.

 

1558, 10 november. Folio 216

Jan Reijners van Coerssel heeft 12 rinsgulden Brabants jaarlijks ontvangen staande aan panden van Jan Beckers in Coerssel, omwille van een huwelijksvoorwaarde gemaakt tussen Jan Reijners en zijn huisvrouw Margriet Smeets. Met deze huwelijksvoorwaarde had Hubrecht Reijners ingestemd op 6 oktober 1558 en ze werd vandaag als voldoende gepoefd erkend. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 10 november. Folio 216v

Dionijs Kelbrechts heeft opgedrageen tot behoef van het klooster van Sinte Mariendale binnen Diest gelegen een beemd onder Schuelen gelegen, geheten 'Her Loijchs Bampt', grenzend Hubrecht Thijs erfgenamen 1), Gheert Coex 2), de erfgenamen van Jan Van Nedercosen 3) en Dionijs voorschreven 4), als een pand voor 4 halster rogge jaarlijks en 20 stuivers Brabants jaarlijks. Dit gebeurde omwille van een 'peijs' (verzoening) gemaakt tussen de pater van het 'goeds huijse' van Sinte Mariendale en Dionijs Kelbrechs voorschreven. Voor het geval dat het pand niet voldoende zou zijn, stelt Dionijs Kelbrechs nog al zijn Loonse goederen als onderpand ervoor. Deze 4 halster rogge en 20 stuivers Brabants jaarlijks mogen Dionijs en zijn nakomelingen aflossen met 40 rinsgulden Brabants geld. Dionijs belooft om zijn vrouw te brengen om hiermee in te stemmen. De gemachtigde van het godshuis is tot de gichte gekomen met recht.

Op 14 maart 1560 kwam Eelen Vernijen, huisvrouw van Dionijs Kelbrechs, en ze heeft deze gicht gelaudeerd.

 

1558, 24 november. Folio 217v

Joris Luijten heeft opgedragen tot behoef van Jan en Frans Stapparts huis en hof opde Stap onder Schuelen gelegen, geheten 'dat Luijten Goet', grenzend heer Govaert Snoex erfgenamen 1), Jan Scheers 2) en sheeren straet 3), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks Diester maat met valdag op Sinte Amdriesdag apostel. Voorwaarde is dat Joris Luijten of zijn nakomelingen de halster rogge mogen kwijten met de prijs zoals de rogge dat jaar zal gelden op de markt van 15 dagen voor Sint-Andries tot 15 dagen daarna. Joris Luijten of zijn nakomelingen mogen het half mud rogge jaarlijks afleggen met 12 rinsgulden Brabants en een halve stuiver als goedspenninck. Ffrans Stapparts is tot behoef van Jan en Ffrans Stapparts met recht tot de gichte gekomen.

Op 8 mei 1561 hebben Ffrans Stapparts en Jan Swalen als mombers van de voorschreven kinderen het half mud rogge jaarlijks gekweten. Ze kregen zowel het kapitaal als alle restanten betaald. Joris is met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 24 november. Folio 218

Jan Zwalen heeft het versterf ontvangen dat Jan en Ffrans Stapparts voorschreven is verstorven na de dood van hun ouders: 28 stuivers jaarlijks staand aan panden van Marie Bruijninx onder Schuelen gelegen. Jan Swalen kwam tot behoef van Jan en Ffrans met recht tot de gichte.

 

1558, 24 november. Folio 218v

Henrick Vanden Bossche heeft voor hem en voor Peter, Margriet en Dinghen Vanden Bossche het versterf ontvangen dat hen is aangekomen na de dood van hun neef Henrick Vanden Bossche zaliger: een bloeck geheten 'dat Nuwe Bloeck', gelegen beneden 'tHoeffken', grenzend Jan Hagels 1) en 'die Velt Strate' 2); nog een bloeck gelegen bij Laren, geheten 'den Witten Driessch', grenzend Willem Lantzenrijts 1), de erfgenamen van Peter Hagels 2) en de 'Veltstraet' 3); nog een stuk broek in Laren gelegen, geheten 'die Cuijlen', palend Ffrans Peelenders 1), Herman Kennepmekers 2) en 'dat Creijen Broeck' 3); nog 10 stuivers jaarlijks staande aan panden van de erfgenamen van Gheert Creijten onder Schuelen gelegen. Henrick Vanden Bossche is voor hem en vor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1558, 15 december. Folio 221

Gheert IJen heeft voor hem en voor zijn megeringen Henrick, Hubrecht en Lijssbeth IJden het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Henrick Crijns 1) en Jan Beerten 2). Gheert IJen is voor hem en voor zijn consorten tot de gichte gekomen.

 

1558, 15 december. Folio 221

Valentijn Convents heeft na de dood van zijn ouders ontvangen de helft van een huis onder Coerssel te Stall gelegen met de gehele hof daarbij gelegen, met ook een dries daaraan gelegen. Dit grenst sheeren straet aan 2 zijden en Henrick Zwinnen 3) en 4). Valentijn is tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 15 december. Folio 221v

Henrick Houtmans heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wijnen een stuk land in Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Peter Vaes 2) en 'dat Roet' 3), voor een stuk broek in Oversel gelegen, zoals in de volgende gichte gespecificeerd staat, in ruil zonder dat de ene de andere iets toegeeft. Henrick Wijnen is met recht tot de gichte gekomen.

1558, 15 december. Folio 221v

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Henrick Houtmans een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Tielens O, Peter Putmans en Cornelis Merrens W, in ruil voor een stuk land in Coersel gelegen, zoals het in de voorgaande gichte beschreven staat. Henrick Houtmans is tot de gichte gekomen met recht.

 

1558, 15 december. Folio 222

Henrick Houtmans heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel een stuk broek in Oversel gelegen, groot omtrent 2 zillen, grenzend Henrick Houtmans kinderen 1), Ghielis en Juet Houtmans 2) en Loijch Beckers 3), voor 90 rinsgulden Brabants, als goedspenninck een halve stuiver, lijcoep 6 stuivers. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

Henrick Houtmans heeft opgedragen tot behoef van Jan van Postel het voorschreven stuk broek, dat hij van Henrick Wijnen met de gichte hierboven ontvangen heeft, als een borg voor het geval dat Jan Van Postel problemen zou krijgen betreffende de voorschreven 2 zillen broek.

 

1558, 15 december. Folio 223v

Henrick Slegers heeft voor hem en voor de andere kinderen van Henrick Slegers, namelijk Agnees en Maria het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk land in Linchout gelegen, grenzend de straat aan 2 zijden, de gemeijn heije 3) en 4); nog een zille bos ook in Linchout gelegen, grenzend Aerdt Van Zonhoven 1) en heer Jan Gielis 3); nog een beemd op de Herck gelegen, grenzend de Herck 1), Kaerl Gielis dochter 2) en Henrick Van Reppel 3). Henrick Slegers is voor hem en voor zijn megeringen voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 12 januari. Opt jaergedinge nae derthiendag. Folio 226

Jan Scheers heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Swinnen en zijn huisvrouw 'die hem Godt noch te verleenen heeft' 32 stuivers Brabants 'lijffpensien' staande op Pouwels en op het lijf van zijn toekomstige huisvrouw. Van deze 32 stuivers Brabants jaarlijks zal Jan Scheers betalen aan het zusterklooster binnen Hasselt 16 stuivers Brabants en aan de kerk van Schuelen 16 stuivers Brabants, dus samen 32 stuivers. De panden van Pouwels zijn hiermee belast. Jan Scheers heeft als pand gesteld huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Katherijn Van Doernick 3) en Joris Luijten 4). Pouwels Zwinnen is tot de gichte gekomen op conditie dat de 32 stuivers jaarlijks voorschreven ook zullen teniet zijn na de dood van Pouwels en zijn huisvrouw. Jan Scheers bekende dat hij ervoor 15,5 rinsgulden ontvangen heeft. Valdag is op Sinte Dionijsdag.

 

1559, 12 januari. Opt jaergedinge nae derthiendag. Folio 226

Heer Andries Moens heeft voor hem en voor zijn broers en zusters het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders verstorven is: 2 stukjes broek onder Coersel gelegen in 'de Herns Haghe'. Heer Andries is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 12 januari. Opt jaergedinge nae derthiendag. Folio 226v

Henrick, Maria en Cristijn, kinderen van Henrick Kenens, hebben het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: een hof in Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden en Joachim Vanden Put 3); nog een stuk broek in Coersel gelegen, geheten 'den Laeck Beempt'; nog een stuk broek geheten 'tBuetschot'; nog een dries in Castel gelegen, nog een 'torff broexken' bij 'den Hogen Bossch' gelegen; nog een stuk erf op 'den Hogen Bossch' gelegen. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1559, 12 januari. Opt jaergedinge nae derthiendag. Folio 226v

Loijch Beckers, zoon van Jan, heeft opgedragen tot behoef van Dionijs Vander Ramen een beemd onder Coersel in Oversel gelegen, geheten 'den Knoeps Beempt', grenzend Loijch voorschreven aan twee zijden, Peter Jans O en Jan Beckers W, als een onderpand voor 2 mudde rogge jaarlijks zoals Loijch aan Dionijs gegicht heeft aan panden sorterend buiten ten Brabants recht, zoals men daar op deze datum zal vinden. Wouter Vanden Hove is tot behoef van Dionijs Vander Ramen in het onderpand gegicht met recht.

 

1559, 26 januari. Folio 228v

Cecilia Vander Moelen met haar geleverde momber Willem Roeselers heeft opgedragn tot behoef van Peter Scepers het vierendeel van een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Boijen', grenzend 'die Heirstraet', Mathijs Joes en Lambrecht Zeekers, in ruil voor 25 stuivers of 1 philippusgulden jaarlijks erfelijk staand aan panden van Reijner Van Doernick onder Schuelen gelgen. Cecilia geeft nog in contant geld 3 rinsgulden Brabants eens toe. Peter Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

Dezelfde dag heeft Peter Scepers met zijn huisvrouw Anna Ruebens opgedragen in ruil tot behoef van Cecilia Vander Moelen 25 stuivers of 1 philippusgulden jaarlijks staande aan panden van Reijner Van Doernick. Cecilia Vander Moelen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 26 januari. Folio 228v

Willem Ikens heeft ontvangen na de dood van Anna Bolaerts huis en hof met een dries in Stall onder Coerssel gelegen, grenzend Henrick Stevens 1), Mathewis de Roije erfgenamen 2). Willem is tot de gichte gekomen.

 

1559, 26 januari. Folio 229

Matheewis Binnemans met zijn huisvrouw Margriet van Creijwinckel heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Creijwinckel een stuk land in Haexelaer gelegen, omtrent 2 halster zaaiens groot, grenzend Jan Hoemans 1), 'die Geijtelinge' 2), sheeren straet 3) en de kinderen van Wouter Op de Blueck 4), voor 1 rinsgulden jaarlijks staande aan panden van Joes Geerits onder Beringhen gelegen. Deze staan te kwijten met 15 rinsgulden. Daar boven geeft Jan nog in contant geld 38 rinsgulden, een halve stuiver als godspenninck. Jan Van Creijwinckel is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 26 januari. Folio 229

Claes Thijs heeft ontvangen na de dood van zijn ouders een uutfanck in Stall onder Coerssel gelegen, grenzend zijn eigen erf 1), sheeren straet 2); nog een heijthoeve in Stall gelegen, grenzend sheeren aerdt 1) en Jaspar Zeijsens 2). Claes Thijs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 26 januari. Folio 229v

Thewis en Peter Beckers hebben het versterf ontvangen dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: 2 beemden in Oversel gelegen. De ene grenst sheeren straet 1), Dierick Voets 2) en de andere paalt sheeren straet 1) en Henrick Crijns 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1559, 26 januari. Folio 230

Peter Poelmans heeft opgedragen tot behoef van Henrick Stessens huis en hof onder Schuelen gelegen op 'te Stappe', grenzend sheeren straet aan twee zijden, Maria Bruijninx 3) en de erfgenamen van Jannes Wijmans 4); nog een stuk land 'opte Stappe' gelegen, grenzend Jannes Wijmans erfgenamen 1), Henrick Van reppel 2), meester Philips Vanden Laer erfgenamen 3) en sheeren straet 4), voor 10 rinsgulden Brabants erfelijk en nooit aflegbaar. Aan deze 10 rinsgulden erfelijk zullen alle aanstaande lasten in mindering komen behalve de 'cuer' en 'herberch coeren'. Henrick Stessens belooft aan Peter Poelmans binnen het jaar onderpand te stellen waar Peter mee tevreden zal zijn. Voorwaarde is dat Henrick Stessens het voorschreven goed zal bezaaien 'ten haven vaet' en daarom zal Henrick het volgende jaar geen 'cheijs oft rente' geven voor zover Peter voorschreven de helft van de vruchten heeft. Peter zal mogen kiezen of hij de rente of de helft van de vruchten wenst. Valdag voor de 10 rinsgulden jaarlijks voorschreven is op datum van gichten. Henrick Stessens is met recht tot de gichte gekomen.

Henrick Stessens heeft opgedragen tot behoef van Peter Poelmans het voorschreven huis en hof met het stuk land opte Stappe gelegen als een pand voor 10 rinsgulden Brabants erfelijk. Aan de voorschreven 10 rinsgulden erfelijk zullen in mindering komen alle lasten aan het goed voorschreven met uitzondering van de keur en het 'herberch coren'. Peter Poelmans is met recht tot de gichte gekomen.

Dit voorschreven goed is weer door Henrick Stapparts als momber van Henrick Stessens kind opgedragen tot behoef van Peter Poelmans zoals men hierna op 14 maart 1560 zal vinden.

 

1559, 09 februari. Folio 231

Joris Luyten heeft opgedragen tot behoef van Jan Croenen huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Pouwels Hagels 1), sheeren strate 2) en Maria Claes 3) en 4), voor 18 rinsgulden 5 stuivers Brabants boven alle aanstaande lasten, een oert als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jan Croenen is met recht tot de gichte gekomen.

Op 8 februari 1560 bekende Jan Cronen aan Pouwels Swinnen de naderschap. Jan kreeg zijn geld terug en Pouwels Zwinnen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 februari. Folio 233

Michiel Aerdts heeft tot behoef van zijn moeder Heijloff Aerdts het versterf ontvangen dat haar na de dood van haar zuster Dimpna Aerdts is toegevallen: een gedeelte van een beemd onder Coersel gelegen, geheten ''Buetschot'. Michiel kwam in de naam van zijn moeder tot de gichte.

 

1559, 09 februari. Folio 233v

Liebrecht Wijmans heeft ontvangen tot behoef van Jan en Wilboerd Wijmans het versterf dat hen aangestorven is na de dood van hun zuster Maria Wijmans: 2 stukjes erf onder Schuelen gelegen. Liebrecht kwam voor Jan en Wilboert met recht tot de gichte.

 

1559, 09 februari. Folio 234

Scheiding en deling tussen de kinderen van Kathrijn Huben: Symon Beckers als momber van zijn huisvrouw Maria Huben en Jeronijmus Huben.
Sijmon Beckers als momber van zijn huisvrouw Maria Huben kreeg voor haar kindsgedeelte: den aensel met de hof in Coersel gelegen, met een stuk land achter deze hof gelegen, het geheel broek achter het bos gelegen, nog een euwt geheten 'dat Plueger Velt', 'den Baten Beempt' en 'dat Reijners Broeck', zoals alles aan Kathrijn Huben zaliger heeft toebehoord.

Jeronijmus Huben kreeg voor zijn kindsgedeelte: een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'Smolders Beempt'; nog een beemd onder Coersel geheten 'tBoender' of 'Shogen Beempt', die beide leen zijn onder de heer van Lumpmen; 'den Nuwen Beempt'; 'dat Groet Bloeck'; 'die Haexelaer Hoeve'; nog het gedeelte in 'den Hoeven Bossch'.

Sijmon Beckers als momber van zijn huisvrouw en Jeronijmus Huben hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel en deze regeling zal definief zijn.

 

1559, 09 februari. Folio 234v

Maria Mewis heeft zich vermomberd met Hubrecht Van Scaffen en Jacop Mewis, die haar met recht verleend zijn.

Maria Mewis met haar geleverde mombers voorschreven en eveneens met haar wettige momber Jan Van Reijns hebben opgedragen tot behoef van Peter Frederix alias Bosmans een beemd onder Schuelen gelegen, geheten 'die Plesse', grenzend meester Jan van Gelmen erfgenamen 1), 'die Laeck' 2) en 'die Commoinge Beempde' 3). Deze is belast met 3,5 rinsgulden en 1,5 stuivers Brabants jaarlijks aan 'dat boemgasthuijs' in Diest en met grondcijns en meer niet. Verkocht voor 28 rinsgulden Brabants eens. Deze beemd is 'versat oft beleent' (verhuurd) aan Peter Mechelmans voor een termijn of 'gethouste' van 7 jaren. Peter Frederix alias Bosmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 23 februari. Folio 234v

Sebastiaen Keesskens (Kesskens) heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Cautsmeets een stukje broek in Oversel gelegen 'inden Keesken', grenzend Henrick Crompvoets 1), 'den Hogen Bossch' 2) en Lenaert Cautsmeets 3) en 4), voor 30 rinsgulden Brabants boven alle lasten. Lenaerdt Cautsmeets is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 maart. Folio 238

Jan Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Tielen, zoon van Ffrans Scepers, 16 stuivers Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Joris Luijten in Schuelen gelegen, voor de som van 10 rinsgulden en 1,5 stuivers. Ffrans Scepers is tot behoef van zijn zoon Tielen tot de gichte gekomen met recht. Loych en Henrick Stapparts hebben afstand gedaan van hun rechten op de rente van 16 stuivers jaarlijks. Is in hoede gekeerd.

Op 19 november 1573 heeft heer Lambrecht Stapparts met zijn momber meester Dierick de Wuest afstand gedaan van de voorschreven 16 stuivers jaarlijks en nog van 1 rinsgulden jaarlijks zoals op die datum blijkt.

 

1559, 09 maart. Folio 238

Peter Gatoffs heeft voor hem en voor zijn megeringen Thewis en Joris Gatoffs, de kinderen van Merten Van Diepenrijts en de kinderen van Jan Gatoffs het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Herman Pijpen 1), Lambrecht Stapparts erfgenamen 2); nog huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Ffrans Van Gelmen 1), Lambrecht Gatoffs erfgenamen 2) en verder al hun andere goederen onder deze bank hovend. Peter Gatoffs is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 maart. Folio 238v

Henrick Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Lijssbeth Jacops een halve mudde rogge Diesterse maat zoals hij gelden heeft aan panden van Wouter Coex in Schuelen gelegen, volgens de eerste gichte geregistreerd op 26 augustus 1557, voor 12 rinsgulden. Lijssbeth Jacops os met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 maart. Folio 239

Steven Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Laureijs Jonckeren een halve zille broek gelegen in Haexelaer, grenzend Peter Vaes 1), de kinderen van Kathrijn Ariaens 2) en 'het goet vander Boeckt' 3), voor 10 rinsgulden Brabants eens. Laureijs Jonckeren is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 maart. Folio 239

Adriaen, Maria en Katherijn Laureijs hebben het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van hun nicht Anna Laureijs: een stuk erf gedeeltelijk land en gedeeltelijk beemd in Castel onder Coerssel gelegen, grenzend Mathewis De Roije kinderen 1), Henrick Convents 2); nog een stuk erf gelegen 'in de Stalle Heije', grenzend sheeren aert. Adriaen, Maria en Katherijn zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 maart. Folio 239v

Thewis en Margriet Wellens hebben het versterf ontvangen dat hen is toegekomen na de dood van hun ouders: een stuk land in Stall onder Coersel gelegen, grenzend sheeren straet 1) en Henrick - 2). Thewis en Margriet zijn tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 april. Opt jaergedinge nae Beloeken Paesschen. Folio 243v

Jan Binnemans heeft tot behoef van Wouter, Jan en Barbara, de kinderen van Wilboerdt Binnemans, het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: huis en hof onder Coerssel gelegen in Castel, grenzend Thijs Zeijsens 1), sheeren straet 2); nog een stuk broek achter de voorschreven hof gelegen; nog een beemd in Gestel gelegen, grenzend de erfgenamen van Juliaen Corvers 1), Henrick Peters alias Lemmens erfgenamen 2). Jan Binnemans is tot behoef van de kinderen van Wilboerdt Binnemans voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 april. Opt jaergedinge nae Beloeken Paesschen. Folio 243v

Jan Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Jan Alen het zevende deel van een half boender broek op 'den Bullens Bampt' gelegen, grenzend 'den Huben Bampt' 1), 'die Laeck' 2) en Geert Pijls 3); nog 1/7 van een zille op 'den Huben Bampt' gelegen, grenzend de Laeck 1), 'die Cleijn Bullens Beempde' 2), voor 18 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jan Alen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 april. Opt jaergedinge nae Beloeken Paesschen. Folio 244

Lijssbeth van Liere en Lijssbeth Hamers met hun geleverde momber Aerdt Van Stapel hebben opgedragen tot behoef van Jacop Cannarts een huis met een warmoeshof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet W, Beatrix Wellens erfgenamen O en N en het kerkhof Z, voor 4 rinsgulden Brabants jaarlijks erfelijk die aan goede panden moeten gesteld worden, boven alle lasten die op het huis en hof staan. Jacop Cannarts is met recht tot de gichte gekomen.

Op 20 april 1559 kwam Maria Hamers met haar geleverde momber Peter Vanden Briele en ze heeft opgedragen tot behoef van Jacop Cannarts haar gedeelte van het bovengeschreven huis en hof zoals Lijssbeth Van Liere en Lijjsbeth Hamers het opgedragen hebben. Jacop Cannarts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 april. Opt jaergedinge nae Beloeken Paesschen. Folio 244v

Jan Beckers heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel een stuk land onder Coerssel gelegen 'dat Luelen' geheten, grenzend de kinderen van Maria Hoemans 1), Aerdt Neelens 2), sheeren aerdt en Jan Leijsen 3); nog een stuk land onder Coersel gelegen 'inden Vaes Hoeck', grenzend Peter Dillen 1) en sheeren aerdt aan 3 zijden; nog een beemd geheten 'den Knoeps Beempt', palend de kinderen van Peter Jans 1), de beek 2) en de kinderen van Merten Windelen 3), samen als een pand voor 5 rinsgulden Brabants jaarlijks. Deze mogen afgelegd worden door Jan en zijn nakomelingen met 75 rinsgulden Brabants geld (50 rinsgulden in 'goeden bescheijden Brabants paijment' en 25 zinsgulden in geld zoals het nu in Diest koers en loop heeft). Valdag op O.-L.-Vrouw Lichtmis. Jan Beckers heeft het pontgelt betaald. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

Op 13 juni kwam Maria Van Postel weduwe van Jan Nelens met haar verleende momber Valentijn Valentijns en ze heeft de panden gekweten van de 5 rinsgulden jaarlijks voorschreven. Ze kreeg het kapitaal en alle restanden betaald. Willem Huben is als momber van de kinderen van Reijner Svoechs tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 april. Opt jaergedinge nae Beloeken Paesschen. Folio 244v

Lieben en Gielen Wijermans en Lenaert Vander Roeren mombers van de kinderen van Jan Wijermans zaliger, aangesteld door de heer officiaal, hebben opgedragen tot behoef van Jacop Cannarts de helft van een bloexke opte Stappe gelegen onder Schuelen, waarvan de wederhelft aan Jacop toebehoort. Het grenst Peter Geerts aan 2 zijden, sheeren straet 3). Verkocht voor 13 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jacop Cannarts is met recht tot de gichte gekomen. De aanstelling als mombers door de heer officiaal van Ludick volgt op folio 249v, bij een andere gichte.

 

1559, 20 april. Folio 246v

Lambrecht Scheers heeft opgedragen tot behoef van Wouter Croechs huis en hof onder Schuelen gelegen 'opden Billen Hoeck', grenzend Jan Gielis aan 2 zijden en Wouter Croechs 2); nog 2 heikens met de 'halver Billen Stegen opt Billen Inde gelegen', grenzend sheeren straet 1), Jan Gielis 2) en Wouter Croechs voorschreven 3), voor een halve rinsgulden erfelijk zoals Wouter voorschreven die gelden heeft aan panden van de erfgenamen van Laureijs Willems onder Schuelen gelegen. En daarbij nog 15 rinsgulden Brabants eens boven de aanstaande lasten. Goedspenninck een halve stuiver en lycoep nae lantcoep. Wouter Croechs werd met recht in het voorschreven huis en de twee heikens gegicht en gegoed.

Lambrecht Scheers werd gegicht in de halve rinsgulden erfelijk voorschreven met recht.

 

1559, 20 april. Folio 247v

Henrick Moens heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Aerdts zijn gedeelte van een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'die Hertshage', grenzend 'die Breedonck' 1), Thonis Leijsen 2), de erfgenamen van Jan Moens 3) en Jan Huben 4); nog zijn gedeelte van 'den Torffbroexken' voor 7,5 rinsgulden Brabants eens, 1 oert als goedspenninck, lijcoep nae lantcoep. Ffrans Aerdts is tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 249v

Liebrecht Wijermans als momber van de onmondige kinderen van Jan Wijermans is gedeputeerd door de E.H. officiaal van Ludick (Luik) en hij heeft opgedragen tot behoef van Jan Vanden Boeck een heike onder Schuelen opte Stap gelegen, grenzend sheeren straet 1), Jannes Wijmans erfgenamen 2) en de erfgenamen van Leijs Willems 3), voor 12 stuivers Brabants jaarlijks boven alle aanstaande lasten. Jan Vanden Boeck is met recht tot de gichte gekomen.

Vervolgens heeft Jan Vanden Boeck met zijn huisvrouw Cristijn Gathis opgedragen tot behoef van de kinderen van Jan Wijermans voorschreven een stuk land ook opte Stap gelegen, geheten 'den Weijeberch', grenzend de erfgenamen van Jannes Wijmans 1), Lambrecht Joes 2) en sheeren straet 3), als een pand voor 12 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze 12 stuivers jaarlijks mogen Jan Vanden Boeck of zijn nakomelingen aflossen met 12 rinsgulden Brabants geld. Liebrecht Wijermans is tot de behoef van de kinderen van Jan Wijmans met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 249v

Kopie van de aanstelling van de mombers voor de kinderen van Jan Wijermans.

Deze aanstellingsbrief is in het Latijn geschreven. De heer officiaal van Luik (Leodiensis) stelt mombers aan over de kinderen Johannes 17 jaar, Marie 9, Leonardus 6, Wilbrordus 2 jaar natuurlijke en wettige kinderen van wijlen Johannes Wijermans en Anna Bogaerts van Wuestherck, echtpaar tijdens hun leven. Dat worden Libertus Wijermans en Egidius Wijermans van vaderszijde en Leonardus Mielis oom. Opgemaakt in aanwezigheid van de heer Wilhelm Schoeffkens 'curie nostre notario' en commissaris in Hasselt. 1558 20 november 'hora prime vel circiter demane'. Ondertekend door Johannes Brictij Dwe de Dolhen de Oerschot voor de heer officiaal. Onder voorbehoud. Te lezen door iemand met kennis van de taal.

 

1559, 11 mei. Folio 251

Pouwels Vander Moelen heeft ontvangen tot behoef van Jan, Kerst, Oda en Maria Wilsens het versterf dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: 3 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan huis en hof toebehorend aan Wouter Coex, onder Schuelen gelegen. Pouwels is tot behoef van Jan, Kerst, Oda en Marie met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 2451

Katherijn en Brigida Wijnen hebben ontvangen na de dood van hun ouders de helft van een huis onder Coerssel gelegen met een gehele hof achter dat huis gelegen; nog een beemd geheten 'den Moelen Beempt'; nog een stuk broek 'int Lanck Houdt' gelegen; nog een stuk land geheten 'die Langhoeve'. Katherijn en Brigida Wijnen zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 251v

Michiel, Jan en Andries Wijnen hebben ontvangen na de dood van hun ouders een stuk broek onder Coersel gelegen, grenzend Wouter Hermans 1), Jan Vanden Hove 2); nog een stuk broek 'int Lanckhout' gelegen, geheten 'de Cremer'. Michiel, Jan en Andries zijn tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 251v

Vranck Oems met zijn wettige huisvrouw Maria Opde Hoeve heeft opgedragen tot behoef van Jan Opde Hoeve het derdedeel van huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, de erfgenamen van Herman Pijpen 3) en Merten Diepenrijts 4); nog het derdedeel van een bloeck geheten 'Scusters Velt', grenzend sheeren straet aan 2 zijden, 'die Swart Beeck' 3) en de erfgenamen van Goris Snijers 4), voor 20 rinsgulden Brabants eens boven alle aanstaande lasten. Jan Opde Hoeve is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 252

Jan en Lambrecht Opde Hoeve hebben opgedragen tot behoef van Lambrecht Joes een bloeck geheten 'Scusters Vent', grenzend sheeren straet aan 2 zijden, de Swart Beeck 3) en Goris Snijers 4), voor 50 rinsgulden Brabants boven alle lasten, een halve stuiver goedsgeld. Lambrecht Joes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 11 mei. Folio 252

Peter en Jan Cornelis hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een beemd geheten 'dWouters Broeck', grenzend 'tgoet van Floreff', de beek en de kinderen van Peter Reijners; nog een stuk land onder Coersel gelegen, grenzend Valentijn Valentijns, de kinderen van Aert Dierix en Valentijn Convents; nog een uutfanck, grenzend hun eigen erf, Valentijn Valentijns, de kinderen van Maria Dierix en sheeren straet. Peter en Jan zijn tot de gichte gekomen.

 

1559, 01 juni. Folio 253

Margriet Vernijen met haar geleverde momber Reijner Schuermans heeft opgedragen tot behoef van Jan Alen 1/7 van een halve boender broek geheten 'den Bullens Bampt', grenzend de Laeck 1), Geert Pijls 2) en 'den Huben Bampt' 3); nog 1/7 van een zille broek naast de voorschreven 'Bullens Bampt' gelegen, grenzend de erfgenamen van Jan Alen 1), de Laeck 2) en Tielen Van Schoenbeeck 3), voor 17 rinsgulden Brabants eens, 1 ort als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jan Alen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 01 juni. Folio 253v

Peter Mielis en Lambrecht Scepers als momber van zijn huisvrouw Lijssbeth Mielis hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'tVenne', grenzend sheeren straet 1), een Brabantse aenseel 2) en Peter Reijners 3); nog 2 dachmael broek 'inde Peerre Beempde' gelegen, grenzend Peter Vanden Put 1), de kinderen van Ffrans Vaes 2) en sheeren straet 3); nog een stukje broek met nog een stukje erf daarbij gelegen, grenzend Jan Van Postel en sheeren straet 1), de kinderen van Peter Kenens en Peter Vanden Put 2); nog een stuk land 'inden Vaes Hoeck' gelegen, grenzend de kinderen van Geert Dillen 1) en de kinderen van Jaspar Kenens 2). Peter Mielis en Lambrecht Scepers als momber van zijn huisvrouw zijn ter gichte gekomen.

 

1559, 15 juni. Folio 254

Peter Van Houte heeft ontvangen als momber van zijn huisvrouw het versterf dat haar verstorven is na de dood van Reyner Huben, haar oom: een stuk land 'in Groet Bloeck' in Coersel gelegen. Peter Van Houte is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 15 juni. Folio 254v

Jan Huben heeft het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van Reijner Huben, zijn broer: huis en hof in Coersel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Aerdt Neelens 2) en Jan Leijsen 3); nog een stukje broek 'inden Baten Beempt' gelegen. Jan Huben is tot de gichte gekomen.

 

1559, 15 juni. Folio 255

Heer Andries Moens met zijn geleverde momber Willem Geerts heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Cremers zijn gedeelte van een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'die Hernshage', grenzend Jan Huben O, Thonis Leijsen W, de gemeijnte van Coerssel Z. Verkocht voor 7,5 rinsgulden Brabants eens. Ffrans Cremers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 257v

Herman Mulaerts heeft opgedragen tot behoef van Joerden Ulsselinx huis en hof onder Schuelen gelegen, groot omtrent 9 vaet zaijens, met nog twee heiden daarnaast gelegen, grenzend Jacop Cannarts 1), de erfgenamen van Wilboerdt Bogaerts 2) en sheeren straet 3) en 4); nog een half bonder bos gelegen onder Lumpmen, grenzend de erfgenamen van Jacop Vanden Bogaerde 1) en de erfgenamen van Jan Tielens 2), samen als een pand voor 2 mudde rogge jaarlijks Hessels pacht en maat. Het graan moet in Hasselt geleverd worden op valdag 1 maart. Deze 2 mudden rogge jaarlijks mogen Herman Mulaerts en zijn nakomelingen altijd aflossen met 100 rinsgulden Brabants geld (de rinsgulden voor 20 stuivers gerekend) in stuivers, dobbel stuivers en in penningen van 4 stuivers. Lijcoep, goedspenninck, hoeffrecten en pontgelt zijn in de 100 rinsgulden meegerekend. Daarbij moet nog een ongevallen pacht betaald worden met alle verlopen pachten.

Herman belooft dat indien deze 2 mudde rogge jaarlijks voor de valdag zou 'affbeschudt worden' (vernaderd), dan zal hij aan Joerden een ongevallen pacht betalen. Herman moet nog als bijpand stellen huis en hof waarin hij momenteel woont en dat hij binnen het jaar verkregen heeft in Westherck, genaamd 'den Valck'. Mochten deze panden in de toekomst onvoldoende gevonden worden voor de pacht, dan verbindt Herman daarvoor al zijn andere erfgoederen, roerend en onroerend. Herman stemt in met een gezegelde brief en hij belooft ook om zijn huisvrouw hier te brengen om met deze gicht in te stemmen. Willem Ulsselinx is tot behoef van Joerden Ulsselinx met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 259

Jan Huben heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Hubrecht zijn tocht van een gedeelte, een half boender, broek gelegen in 'den Baten Beempt', grenzend Hubrecht en Peter Opt Strate 1), de kinderen van Claes Neelens 2) en Maria Dillen 3), Sijmon Beckers 4). Hubrecht Huben is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, kwam Hubrecht Huben en hij heeft opgedragen tot behoef van Sijmon Beckers het voorschreven half boender broek in 'den Baten Beempt' gelegen, zoals hiervoor beschreven. Voor 50 rinsgulden Brabants eens, goedspenninck 2 stuivers en lycoeep nae lantcoep. Sijmon Beckers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 06 juli. Opt jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 259v

Geleijtenisse voor Lenaert Moens op goederen van Henrick Vernijen.

Henrick Vernijen had al zijn Loonse goederen opgedragen voor eventuele onterechte kosten die hij zijn tegenpartij Lenaert Moens zou kunnen aandoen, op sheeren boet en op geleijt, alsof de procedure voor het recht was aangespannen. Ze stonden tegen elkaar in het recht voor de beide buitenwetten van het land van Lumpmen en Lenaert Moens haalde in deze zaak zijn gelijk. Daarom heeft hij zijn kosten ingediend om ze te taxeren. De schepenen van beide buitenbanken hebben ze getaxeerd op 4 rinsgulden en 14 stuivers Brabants. Aangezien Henrick Vernijen van het gelijt conde heeft gehad, volgens verklaring van de gezworen bode, maar er niets tegen zei, werd aan Lenaert Moens hout en een graszode geleverd in een teken van eigendom en hij is met recht tot de gichte gekomen. Er werd op verzoek van Lenaert tevens een 'afgebot' gewezen aan Henrick.

Het geleijtenisse is 'gepurgeert' door Thewis Van Doerne zoals men zal vinden op 30 mei 1560.

 

1559, 28 augustus. Folio 260v

Met instemming van de rentmeester van de heer van Lumpmen werd 'ingesat' in tegenwoordigheid van meier en schepenen een sluis onder Schuelen op een erve toebehorend aan Jan Alen. Dat gaat om een stukje broek geheten 'tSluijsken', grenzend de Laeck 1), 'die Padde Straet' 2), 'die Langdonck' toebehorend aan Katherijn Van Doernick 3) en 'die Langdonck' toebehorend aan de weduwe van Aerdt Van Scaffen van Linckhout 4). Jan Alen heeft aan de heer van Lumpmen aan het stukje broek geheten 'tSluijsken' voor de sluis voorgenoemd 2 penningen grondcijns bekend. Die zal hij alle jaren betalen 's maandags na Sinte Remeijsdag op de gewone cijnsdagen. In Schuelen in de kerk is de zondag hiervoor geroepen tegen deze 'insettinge' van deze sluis, in het openbaar, dat indien er iemand is die hier iets tegen wilde inbrengen dat hij dan om 7u 's morgens op die dag en plaats moest komen. Omdat er op die dag een uur later nog niemand iets tegen had ingebracht, werd de sluis 'van sheeren wegen gebannen nae recht'.

 

1559, 31 augustus. Folio 261

Servaes Vanden Putte heeft ontvangen voor de kinderen van Jan Vaes de Jonge, namelijk Thijs, Maria en Heijloff, het versterf dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: een stuk land in Stall onder Coerssel gelegen, geheten 'dat Stall Bloeck'. Vaes Vanden Putte is tot behoef van de kinderen ter gichte gekomen.

 

1559, 31 augustus. Folio 262

Jan Van Aetroije heeft opgedragen tot behoef van Thijs Vanden Bossche alias Cuijpers een zille broek onder Schuelen gelegen, grenzend heer Andries Alen 1), Pouwels Hagels 2) en Sint-Joris van Schuelen 3), voor 14 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Thijs Vanden Bossche is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 14 september. Folio 263

Jan Vanden Boeck heeft opgedragen tot behoef van Gheert Peters huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), de erfgenamen van Jannes Wijmans 2) en Lambrecht Joes 3); nog een bloexke omtrent 'den Habeel' gelegen, palend Ffrans Van Gelmen aan twee zijden, de erfgenamen van Jan Gathuijs 3) en de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 4), als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze rinsgulden jaarlijks mogen Jan Vanden Boeck en zijn nakomelingen altijd kwijten met 20 rinsgulden Brabants geld. Geert Peters is met recht tot de gichte gekomen.

Op 28 september 1559 heeft Christijn Gathis, huisvrouw van Jan Vanden Boeck, met deze gicht ingestemd.

 

1559, 14 september. Folio 263v

Jan Hueveneers (Convents!) heeft opgedragen tot behoef van Mathewis Hueveners de halve 'Peerre Beempt' in Oversel gelegen, grenzend Aerdt Van Ham 1), de beek 2), Mathewis voorschreven 3) en Christijn Joris 4); nog een stukje broek 'inden Convents Hoeck' gelegen, grenzend Jaspar Tielmans 1), Jan Dierix 2), de beek 3) en Jaspar Tielmans voorschreven 4), omwille van een 'peys' (vrede, overeenkomst) tussen Jan Convents en Mathewis Hueveners voorschreven aangaande het versterf van Margriet Scepers zaliger, die 'onnoesel' was. Na het opdragen van Jan Convents is Mathewis Hueveners met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 14 september. Folio 263v

Mathewis Hueveners heeft opgedragen tot behoef van Jan Convents een halve zille broek 'int Lanck Hout' gelegen, waarvan Jan de wederhelft heeft, grenzend de H. Geest van Coersel 1), Anna Stevens 2) en de kinderen van Sebastiaen Wijnen 3), ook omwille van de peys vernoemd in de vorige gichte. Jan Convents moet aan Mathewis tussen nu en Lichtmis eerstkomend 20 rinsgulden Brabants eens betalen of dan daarvoor 25 stuivers jaarlijks Brabants gichten. Op 7 december daarna is Jan Convents met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 05 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 265

Peter Poelmans heeft opgedragen tot behoef van Marten IJliaes 2,5 rinsgulden Brabants jaarlijks en erfelijk zoals hij die gelden heeft aan panden van Henrick Stessens onder Schuelen gelegen. Deze panden heeft Henrick Stessens verkregen voor 10 rinsgulden Brabants erfelijk, zoals men hiervoor op 26 januari zal vinden. Merten geeft voor deze 2,5 rinsguden erfelijk 50 rinsgulden Brabants eens. Merten IJliaes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 05 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 265v

Katherijn en Cristijn Geerts hebben zich vermomberd met Servaes Kenens en Valentijn Vaes, die hen met recht verleend zijn. Katherijn en Christijn Geerts met hun verleende mombers hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Jan Kenens 1/4 van een stuk broek onder Coerssel gelegen, geheten 'dat Waterschap'. Dat was hen aangekomen na de dood van heer Henrick Cornelis zaliger, hun oom. Het gehele stuk broek grenst de beken aan 2 zijden, Goris Hillen 3) en de kinderen van Gielis Laukens 4), voor 145 rinsgulden Brabants. Jan Kenens is met recht tot de gichte gekomen.

Jan Geerts heeft opgedragen tot behoef van zijn twee dochters Katherijn en Christijn Geerts zijn tocht van al zijn goederen hier sorterend, voor zover het hun kindsgedeelte betreft. Katherijn en Christijn zijn met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk hierna kwamen Katherijn en Christijn Geerts met hun geleverde mombers en ze hebben opgedragen tot behoef van Jan Kenens voorgenoemd hun kindsgedelte hiervoor als een borg voor het geval dat Jan Kenens enige hinder zou overkomen betreffende de voorschreven koop. Eventuele kosten kan hij dan aan hun kindsgedeelte halen. Ze beloven tevens dat ze hun broer Henrick Geerts voor het recht zullen brengen als hij oud genoeg zal zijn om de gicht voorschreven te lauderen. Mocht Henrick deze verkoop niet goedkeuren, dan staat Jan Kenens aan Christijn en Katherijn toe dat hun broer weer tot dit goed kan komen als hij het geld terugbetaalt dat Jan heeft uitgegeven. Is in hoede gekeerd.

 

1559, 19 oktober. Folio 266

Joachim Clutinx met zijn huisvrouw Dinghen Vanden Moelen heeft opgedragen tot behoef van meester Govaerts Vanden Roije 6 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Jan Prijs onder Schuelen gelegen voor 90 rinsgulden Brabants. Hubrecht Van Pael kwam in de naam van meester Govaert Vanden Roije met recht tot de gichte.

 

1559, 19 oktober. Folio 266v

Reijner Van Dornick heeft opgedragen tot behoef van meester Dierick de Wuest huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Geert Pijls 1), Jan Hermans 2), sheeren straet 3) en Pouwels Lodderkens 4), als en pand voor een half mudde rogge jaarlijks Diesterse maat. Reijner Van Dornick en zijn nakomelingen mogen dit halve mudde rogge jaarlijks altijd aflossen met 13 rinsgulden Brabants eens. Meester Dierick is met recht tot de gichte gekomen.

Op 11 december 1567 kwam meester Dierick de Wuest en hij heeft deze panden voorschreven van het halve mudde rogge jaarlijks gekweten. Hij kreeg de hoetpenningen en alle restanten betaald. Sebastiaen Buelinxs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 09 november. Folio 269v

Jan Tielens heeft opgedragen tot behoef van Thewis zoon van Peter Wellens een beemd in Oversel gelegen, geheten 'den Peerre Beempt', grenzend Henrick Houtmans 1), Peter Van Lelen erfgenamen 2), de beek 3) en Cornelis Vaes 4), als een pand voor een mudde rogge en 24 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Voor 50 rinsgulden Brabants, waarmee de last ook te kwijten staat. Aert Neelens is tot behoef van Thewis Wellens met recht tot de gichte gekomen.

Omdat het geld gekomen is van een 'zoen' (verzoening) en Thewis momenteel nog onmondig is, is voorwaarde en conditie dat indien Thewis als hij meerderjarig wordt deze 'zoene' gemaakt door zijn familie niet wil houden, dan zal Jan Tielens het kapitaal moeten afleggen binnen een kwartaal nadat Thewis hem dit zal gekondigd hebben en wel in handen van de mombers. De mombers moeten dan Jan Tielens en zijn panden kwijten. Jan Tielens heeft beloofd om dit zo te doen 'op sheeren boet ende op geleijtenisse van allen zijnre Loenssche gueden'. Maria Vaes, huisvrouw van Jan Tielens heeft met het voorgaande ingestemd.

Op 9 februari 1570 zijn deze panden door de voorschreven mom... (stopt)

 

1559, 09 november. Folio 270

Maria en Margriet Swinnen met hun verleende momber Reyner Schuermans hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van hun broer Pouwels Swinnen hun kindsgedeelte onder Schuelen gelegen. Dat gaat om huis en hof grenzend sheeren straet 1), Geert Coex 2) en 'den Cruls Hoff' 3); nog een half boender broek onder de laethoff Shoijeters gelegen. Verkocht voor 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks erfelijk en eeuwig met valdag half maart en voor het eerst in 1561 . Pouwels Zwinnen is met recht tot de gichte gekomen. Pouwels heeft opgedragen tot behoef van zijn zusters Marie en Margriet Zwinnen het voorschreven huis en hof en het half boender broek en daarbij zijn hele kindsgedeelte als een pand en onderpand voor de voorschreven rente van 4,5 rinsgulden Brabants erfelijk. Maria en Margriet Swinnen zijn tot de gichte gekomen met recht.

 

1559, 23 november. Folio 272v

Meester Andries Clingers en Philips Joes hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van de H. Geest van Westherck 8 roijen broek gelegen op 'de Groet Herck', grenzend 'die Groet Herck' 1), de heer van Lumpmen 2) en Marie Drossaten erfgenamen 3), voor de aanstaande last. Ffrans Neven als H. Geestmeester van Herck is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 07 december. Folio 273v

Peter Scepers heeft opgedragen tot behoef van de H.Geest van Berbroeck een mudde rogge jaarlijks kwijtpacht met valdag op Sinte Dionijsdag 'om tzelve gespint te werden te Berbroeck op alder sielen dach' daarna (dus verdelen onder de armen) aan en op een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Boedem', grenzend 'die heir strate' 1), Thijs Joes 2) en Lambrecht Zeekers 3). Dit mudde rogge jaarlijks mogen Peter Scepers en zijn nakomelingen aflossen met 30 rinsgulden Brabants en met een ongevallen pacht, een halve stuiver als godspenninck en lijcoep 12 stuivers. Peter Scepers betaalde het pontgelt. Henrick Dormaels kwam in de naam van de H. Geest van Berbroeck met recht tot de gichte. Peter Scepers belooft om zijn huisvrouw te brengen om deze gichte te lauderen. Het kapitaal waarmee dit mud rogge jaarlijks werd gekocht, werd gelaten door Jannes Coems zaliger en zijn huisvrouw.

Op 3 december 1573 kwam Jan Vanden Roeckhout als H. Geestmeester van Berbroeck en hij heefet de panden van Peter Scepers gekweten van het mudde rogge jaarlijks. Hij kreeg alles betaald en Peter Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

Het geld werd weer aangelegd aan panden van Jan Opde Hoeve, die daarvoor 6 vaet rogge jaarlijks heeft gegicht.

 

1559, 07 december. Folio 274

Pouwels Cremers heeft opgedragen tot behoef van zijn broer Henrick Cremers een stuk land onder Coersel gelegen, omtrent 2 halster zaaiens groot, grenzend Thonis Leijsens 1), Jaspar Tielmans 2), 'dat Groet Bloeck' 3) en sheeren straet 4), voor de aanstaande last. Henrick Cremers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1559, 14 december. Folio 274v

Katherijn Kauberchs (Cauberchs) met haar verleende momber Hubrecht van Pael heeft opgedragen tot behoef van Jan Swalen huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Loijch Stapparts aan 2 zijden, Lambrecht Joes 3), Jan Schuermans 4), mr. Jan van Gelmen erfgenamen 5), voor 5 rinsgulden Brabants jaarlijks erfelijk met valdag op de hoogdag van Kerstmis. Het goed is enkel belast met 1 rinsgulden jaarlijks aan de erfgenamen van mr. Philips Vanden Laer, met 44 stuivers Brabants jaarlijks aan de begijnen van Diest, met sheeren grondcijns en met straatlasten. Hubrecht Van Pael heeft beloofd om Jan Swalen in het voorschreven huis en hof 'te halden'. Jan Swalen is op 17 december tot de gichte gekomen. Jan Swalen heeft bekend dat na zijn dood en die van zijn huisvrouw Marie Van Swertenbroeck het huis en hof moeten versterven op de kinderen van zijn huisvrouw met haar eerste man omdat deze kinderen hem en zijn vrouw trouw helpen 'winnen ende werven'.

 

1560, 11 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 276

Steven Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wijnen een stuk boek onder Coerssel gelegen 'in Langen Eijcken', grenzend Wouter Hoemans aan 2 zijden, Maria Wouters 3) en Steven Wijnen voorschreven 4), voor 12 rinsgulden Brabants eens boven alle aanstaande lasten, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep 10 stuivers. Henrick Wijnen is met recht tot de gichte gekomen. Conditie is dat Henrick Wijnen en zijn erfgenamen zullen mogen varen en drijven zo dikwijls als ze willen, zonder dat er iemand hier iets tegen mag zeggen, over het erf van Steven dat voor dit stuk broek gelegen is.

 

1560, 11 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 276

Valentijn Vaes heeft opgedragen tot behoef van Henrick Joris een stuk broek achter de molen van Willem Geerts in Coerssel gelegen, grenzend de kinderen van Jan Rutten 1), de beek 2), Jan Convents 3) en Willem Geerts 4). Tevens een stuk broek ook achter de molen gelegen, palend Jan Doven 1), Gielis Van Houte 2), Willem Geerts 3) en 4), voor een beemd in Oversel gelegen waarvan de regenoten hieronder beschreven staan. Henrick Joris geeft hierop nog 75 rinsgulden Brabants eens toe. Henrick Joris is met recht tot de gichte gekomen.

1560, 11 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 276

Henrick Joris heeft opgedragen tot behoef van Valentijn Vaes een beemd in Oversel gelegen, geheten 'den Beempt Ginder Boven', grenzend Jan Witters 1), Peter Dillen 2), sheeren aerdt 3) en Pouwels Knaep 4), in ruil voor 2 stukken broek zoals beschreven in de vorige gichte. Valentijn Vaes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 11 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 276

Valentijn Vaes heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Knaep de voorschreven beemd gelegen in Oversel, zoals hij die hiervoor met gichte verkregen heeft van Henrick Joris, voor 150 rinsgulden Brabants. Pouwels Knaep is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 11 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 277

Lambrecht Clerx heeft opgedragen tot behoef van Gheert Claes de helft van een stukje land onder Coersel gelegen, geheten 'tGheerken', waarvan de wederhelft toebehoort aan de kinderen van Mathijs Valentijns van het laatste bed. Het grenst de Veltstraet 1), de kinderen van Mathijs Valentijns 2) en Geert Claes voorschreven 3). Verkocht voor 20 rinsgulden Brabants eens, een stuiver als godspenninck en lijcoep 9 stuivers. Gheert Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 08 februari. Folio 278

Loijch Beckers heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Knoep', grenzend de kinderen van Peter Jans 1), Jan Beckers 2), Jaspar Kenens 3) en Loijch voorschreven 4), voor 75,5 rinsgulden Brabants boven alle lasten die eraan staan, 2 stuivers als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 08 februari. Folio 278v

Michiel Ruebens heeft opgedragen tot behoef van Jan Gielis 'der tummerman' een stukje land 'op Olinger Velt' gelegen, grenzend Henrick Doermaels 1), Aert Pijls 2) en Christijn Welres erfgenamen 3), voor 36 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jan Gielis is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 08 februari. Folio 278v

Peter Van Ham als momber van zijn huisvrouw Lijssbeth Reijners en Hubrecht Dillen als momber van zijn vrouw Marie Reijners hebben na de dood van hun ouders een beemd ontvangen onder Coersel gelegen, grenzend de H. Geest van Coersel 1); Joachim Vanden Putte 2); nog een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'die Hommel Laeck', grenzend Thonis Leijsens 1), Juet Vaes 2); nog een hoeve opde Schrick Heijde gelegen, grenzend Loijch Op Scrick 1), Jan Van Obbel 2); nog een eeussel op 'de Breedonck' gelegen, palend de kinderen van Marie Hoemans 1), 'die Breedonck' 2). Peter Van Ham en Hubrecht Dillens zijn beiden als momber van hun huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 08 februari. Folio 279

Deling tussen Peter Van Ham als momber van zijn vrouw Lijssbeth Reijners 1) en Hubrecht Dillen als momber van zijn vrouw Marie Reijners 2).

1) kreeg 'den aensel metten hove' daaraan gelegen; nog een stuk broek geheten 'den Nuwen Beempt'; nog 2 dachmael broek geheten 'die Bruckelen'; nog die hoeve op de 'Schrick Heije' gelegen; nog de helft van een bloeck geheten 'die Hommel Laeck' op de westerzijde gelegen.

2) kreeg een stuk land achter de kerk van Coersel gelegen; nog de wederhelft van de 'Hommel Laken' op de oosterzijde gelegen; nog een beemd aan 'tgemeijn broeck' gelegen; nog 'dat euwt op 'de Breedonck' gelegen; 10 stuivers jaarlijks staande aan panden van Bartholomeus Moens.

Elk zal zijn lasten met de grondcijns op zijn gedeelte betalen. Ze doen afstand van hun rechten op elkaars deel en houden deze deling voor vast en onverbrekelijk.

 

1560, 08 februari. Folio 280

Thewis Gatoffs heeft opgedragen tot behoef van Peter Gatoffs een huis met een hove in Schuelen opt Schuermans Inde gelegen, grenzend Ffrans Van Gelmen aan 2 zijden, de kinderen van Lambrecht Gatoffs 3) en de straat 4); nog een bloexcke op 't Schuermans Inde gelegen, grenzend de straat 1), Geert Stapparts erfgenamen 2) en het goed van Vlaenderen 3), voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks. Drie rinsgulden daarvan zullen erfelijk zijn en niet te kwijten. De ander drie zijn te kwijten tegen 'den penninck twintich', dus voor de drie rinsgulden jaarlijks met 60 rinsgulden Brabants. Deze 6 rinsgulden moeten jaarlijks betaald worden boven alle lasten, een halve stuiver als goedspenninck en lijcoep 30 stuivers. Peter Gatoffs is met recht tot de gichte gekomen.

De 3 rinsgulden kwijtrente zijn afgelegd zoals men zal vinden op 27 november 1561.

 

1560, 08 februari. Folio 281

Peter Oriaens heeft opgedragen tot behoef van Kaerll Zwanen het vijfde deel van een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Loijch Beckers 1), Jaspar Zmeets 2) en Peter Dillen 3), als een onderpand voor een jaarlijkse rente van 4 rinsgulden en 5 stuivers Brabants die Peter Oriaens aan Kaerl voorschreven gegicht heeft op 23 september 1557. Kaerl Zwanen is in het onderpand gegicht en gegoed met recht.

 

1560, 09 februari. Folio 282

Christiaen, Jan, Pouwels, Lambrecht en Ida Vrancken met haar geleverde momber Lambrecht Vrancken hebben opgedragen tot behoef van Hubrecht Opt Straet de helft van een stukje erf onder Coersel gelegen 'int Groet Bloeck', grenzend Peter Neven 1), de kinderen van Peter Jans 2), 'dat Hulenteren Bloeck' 3) en 'die Schrickheijde' 4), voor 24 rinsgulden Brabants eens. Hubrecht Opt Straet is op de laatste dag van februari met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 09 februari. Folio 282

Jan Geerts heeft opgedragen tot behoef van Peter Neven een stuk land gelegen in Castel, grenzend Thonis Cornelis kinderen 1), Ffrans Rutten 2) en de kinderen van Lijssbeth Rutten 3), voor 80 rinsgulden Brabants. Voorwaarde is dat Thijs Rutten binnen het jaar weer tot het stuk land mag komen mits hij aan Peter Neven de voorschreven som en 2 philipsgulden eens voor 'die ontvrominge' geeft, lijcoep nae lantcoepe. Peter Neven is op 28 maart 1560 met recht tot de gichte gekomen.

Dit werd vernaderd door Goovaert Goijens zoals men zal vinden op 20 februari 1561.

 

1560, 09 februari. Folio 282v

Gielis de Rijck, als onherroepbare gemachtigde van zijn huisvrouw Elisabeth Pasmans en van Anna Moens, heeft opgedragn tot behoef van Ffrans Aerdts een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'die Hernshage', grenzend Anthonis Leijsen 1), Jan Huben 2), 'die Breedonck' 3); nog een turfbroekje onder Coerssel gelegen, grenzend Wouter Moens 1), Henrick Bossch 2), voor 15 rinsguldden Brabants eens., lijcoep nae lantcoepe. Ffrans Aerdts is met recht tot de gichte gekomen op de laatste dag van februari.

Hierna volgt de machtiging van Gielis de Rijck door Anna Moens dochter van Sijmon en door Elisabeth Pasmans huisvrouw van Gielis de Rijck. Opgemaakt door notaris†††††††††† heer Gielis de Leuw priester in aanwezigheid van heer Adriaen Hals kapelaan en Jan Beke, beiden inwoners van Melsele in 'Flaenderen den Lande van Waes' op 15.02.1559. Ondertekend aldus Egidius Leonis notarius.

 

1560, 09 februari. Folio 283

Herman Vanden Beck met zijn huisvrouw Katherijne Moens heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Aerdts zijn gedeelte van de voorschreven goederen beschreven in de voorgaande gicht voor 7,5 rinsgulden Brabants eens. Ffrans Aerts is op de laatste dag van febuari met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 11 februari. Folio 283v

Meester Peter Bohon heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wijnen een stuk land geheten 'den Cleijnen Orenvaren Stock' gelegen achter 'den Groten Orenvaren Stock', grenzend de straat 1), de Winterbeeck 2), joncker Philips Losson 3) en Thijs Blueckmans 4), voor 16 rinsgulden Brabants eens. Henrick Wijnen bekent de heer hieraan 1 penninck grondcijns. Henrick Wijnen is met recht tot de gichte gekomen. Mocht men vinden dat het voorgaande goed een leen is, dan belooft meester Peter dat hij dat aan Peter zal goedmaken op zijn kosten.

Op 21 januari 1563 heeft de huisvrouw van meester Peter, namelijk Lijsbeth Del Vaulx, deze gichte gelaudeerd.

 

1560, 14 maart. Folio 284

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Michiel Alen een stuk broek onder Schuelen gelegen, geheten 'tReucken', grenzend Geert Pijls 1), Jan Alen 2), sheeren straet 3) en 'die Laeck' 4), als een pand voor 2 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze 2 rinsgulden Brabants jaarlijks mogen Wouter Coex en zijn nakomelingen afleggen met 33 rinsgulden Brabants eens, 1 stuiver als goedspenninck en als lijcoep 15 stuivers Brabants. Michiel Alen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 14 maart. Folio 285v

Henrick Stapparts als momber van het onmondig kind van Henrick Stessens zaliger heeft opgedragen tot behoef van Peter Poelmans huis en hof onder Schuelen 'opte Stappe' gelegen en nog een stuk land daar gelegen, zoals Henrick Stessens zaliger deze op 26 januari 1559 gekocht had van Peter Poelmans. Het onmondige kind was niet 'gestelt' om in de voorwaarden gemaakt tussen Henrick Stessens zaliger en Peter Poelmans te voldoen. Peter Poelmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 14 maart. Folio 286v

Jan Beckers heeft opgedragen tot behoef van Reijner Schuermans 1 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Jan Swalen gelegen onder Schuelen, volgens de inhoud van het schepenregister, voor 15,5 rinsgulden Brabants. Reijner Schuermans is tot de gichte gekomen met recht.

 

1560, 28 maart. Folio 287v

Dionijs Claes heeft opgedragen tot behoef van zijn broer Bartholomewis Claes 1/6 deel van een stuk erf gelegen 'int Liebens Velt' onder Schuelen, groot omtrent 4 halster zaaiens, voor 34 rinsgulden Brabants. Voorwaarde: indien Barholomewis zou sterven zonder wettige nakomelingen, dan moet het goed versterven op Dionijs. Mocht Dionijs overleden zijn voor Bartholomeus, dan zal het toekomen aan zijn zuster Merike Caes. Bartholomewis is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 28 maart. Folio 287v

Jan Boelaerts (Bolaerts) heeft opgedragen tot behoef van Willem Ghielen een zille broek in Oversel gelegen in 'den Voechs Beempt', grenzend Jan Teggers 1), Henrick Ermen 2) en Geert Stussen 3), voor 81 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als godspenninck. Het is enkel belast met de grondcijns. Willem Gielen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 28 maart. Folio 288

Trudo Kerstens heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel een stuk broek in Oversel gelegen 'inde Peerre Beempt', grenzend Gielis en Juet Gielis Houtmans 1), Loijch Beckers 2) en Jan Van Postel voorschreven 3), voor 64 rinsgulden Brabants boven de last, een halve stuiver als goedspenninck en 10 stuivers als lycoep. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 28 maart. Folio 288

Claes en Aerdt Neelens, Jan, Maria, Katherijn en Anna Neelens, Jan Convents, Thewis Beerten als momber van zijn huisvrouw Anna Vanden Eertwech, Sebastiaen Ketelbueters als momber van zijn huisvrouw Brigida Vanden Eertwech en de kinderen van Jan Kenens, namelijk Jan en Kathrijn, hebben het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van heer Jan Neelen: huis en hof in Coersel gelegen; nog een euwt; nog een stuk broek geheten 'tGesuere'; nog 1 stuk land 'den Vlassart' geheten; 'den Putmans Hoff' en het goed dat heer Jan Neelens zaliger vroeger van Aert Houtmans heeft gekocht. De partijen zijn tot de gichte gekomen.

 

1560, 09 mei. Folio 292

Jaspar Zmeets heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wilboerts een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Leekermans', grenzend Aert Neelens 1), Truydo Kerstens 2), Goris Jaspars 3) en Henrick Wilboerts voorschreven 4), in ruil voor een ander stuk broek in Coersel gelegen, hovend in de Brabantse bank. Henrick geeft nog 26 rinsgulden Brabants eens toe. Elk zal zijn lasten dragen tot de gichte toe. Henrick Wilboerts is met recht tot de gichte gekomen. In de ruil was overeengekomeen dat Henrick Wilboerts op hem 3 rinsgulden jaarlijks zou nemen waarmee de panden van Jaspar Smeets belast zijn aan Dionijs Vander Ramen en daarom heeft Henrick tot behoef van Jaspar Smeets het voorschreven stuk broek in Oversel gelegen opgedragen als een borg voor het geval dat Jaspar daarmee in de toekomst problemen zou krijgen. Is in hoede van schepenen gekeerd.

 

1560, 30 mei. Folio 294

Jan Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Ghielis Cilien huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Dionijs Claes 2), de erfgenamen van Jan Alen 3) en Lijssbeth Naeldemans 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks met valdag op datum van gichten. Jan Vernijen en zijn nakomelingen mogen dit half mud jaarlijks afkwijten met 15 rinsgulden Brabants en met pacht volgens verloop van tijd. Ghielis Cilien is met recht tot de gichte gekomen.

In 1569 op 15 december heeft Lambrecht Joes het voorschreven half mud rogge gekweten. Hij kreeg alles betaald en Maria Peters is tot de gichte gekomen.

 

1560, 30 mei. Folio 294

Margriet en Jan Berben hebben ontvangen na de dood van hun ouders een stukje erf onder Coersel te Stal gelegen, grenzend hun eigen erve 1) en sheeren aerdt 2). Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1560, 30 mei. Folio 294v

Jacop Cannarts als momber van zijn huisvrouw Marie Borgelinx heeft het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: een stukje land onder Schuelen gelegen, geheten 'dat Manen Lant'; nog 'dat Hasen Bossken', 'die Mortelmans Bossch'; 'dat Haveren Bemptken'; nog 30 stuivers jaarlijks staande aan 'dat Filien Laer' bij Moelem gelegen; nog aan panden van de erfgenamen van Reijner Coenraerts onder Schuelen gelegen 3 rinsgulden jaarlijks en nog aan panden van dezelfden 10 stuivers jaarlijks; nog 1 philipsgulden jaarlijks aan panden van Jan Hermans in Meldelaer; nog aan Geert Merckdens panden een halve mud rogge jaarlijks; nog aan panden van Peter Van Berbroeck onder Schuelen 2,5 rinsgulden jaarlijks en verder al hetgeen hier nog sorteert. Jacop Cannarts is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 30 mei. Folio 295

Wouter Vanden Hout heeft ontvangen in de naam van de kinderen van Peter Joris, namelijk Mathijs, Christiaen, Dionijs en Christijn, het versterf dat hen aangestorven is na de dood van hun ouders: een 'aensel' met de halve hof in Coerssel gelegen en met een halve beemd ook aan het voorschreven goed gelegen; nog een perceel broek geheten 'dLanck Venne'; nog een stuk land 'opt Velt' gelegen. Wouter kwam voor de kinderen met recht tot de gichte.

 

1560, 30 mei. Folio 295v

Pouwels Knaep heeft opgedragen tot behoef van meester Vranck Vanden Hout een beemd gelegen in Oversel, zoals hij die gekocht heeft van Henrick Joris. Hij grenst de kinderen van Jan Kenens O, Peter Dillen W, Pouwels Knaep voorschreven N en sheeren straet Z. Opgedragen als een onderpand voor 7 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals Pouwels aan meester Vranck gegicht heeft in de Brabantse bank. Meester Vranck werd in het onderpand gegiicht en gegoed met recht.

 

1560, 30 mei. Folio 296

Na de dood van hun ouders Jan Gathis en Dinghen Hueveners delen de volgenden hun achtergelaten erfgoederen in overleg met 'goede mannen' en met de mombers: Mathewis Gathis, de kinderen van Lambrecht Gathis met hun verleende mombers Dionijs Kelberchs en Jan Schuermans, de kinderen van Jan Gathis met hun mombers Reyner Schuermans en Thewis Van Doerne, Peter Gathis en de kinderen van Stijn (Christijn) Gathis met hun vader Merten Van Diepenrijcx.

Aan Mathewis Gathis is voor zijn deel gevallen huis en hof in Schuelen gelegen opt Schuermans Inde met zijn lasten; nog een stukje erf gelegen naast de erfgenamen van Gheerke Lemmens, grenzend met twee zijden, ook opt Schuermans Inde.

Aan de kinderen van Lambrecht Gathis viel voor hun portie het huis met de hof achter het bakhuis te Ruije gelegen; nog een stukje van omtrent een vaet saeijens gelegen in Ruije achter de schuur, geheten 'dat Schuer Hoeffken'; nog een beemd gelegen aan 't Ruijer Broeck' op de Laeck; nog een stuk zowel bos als beemd geheten 'den Govaerts Driessch', elk met zijn lasten. Deze kinderen zullen aan de kinderen van Jan Gathis jaarlijks 6 rinsgulden betalen.

Voor de kinderen van Jan Gathis zijn 6 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan huis en hof en de andere goederen vernoemd in het tweede deel hierboven van de kinderen van Lambrecht Gathis.

Het vierde deel is voor Peter Gathis: een bos gelegen in 'de Boem Strate', geheten 'die Camer'; nog een stuk land gelegen 'op de hoeve' in Berbrouck; nog een stuk land gelegen in Berbroeck op 'de Rattenroet'; nog 1 gulden Brabants jaarlijkse rente gezet op het deel van de kinderen van Cristijn Gathis, hierna volgend; nog 1 gulden Brabants jaarlijkse rente gezet op het gedeelte van Mathewis, hiervoor in de eerste deling voor vernoemd (Dit staat daar niet).

De kinderen van Cristijn Gathis en Merten van Diepenrijts kregen voor hun deel een stuk land gelegen naast Eelken Pijpen goed in Ruyen gelegen en de zusters van Hasselt; nog een stuk land gelegen in Ruijen achter in de hof, geheten 'het Velt', grenzend Reijner Schuermans alias Peters en de zusters van Hasselt. Van dit gedeelte moeten de kinderen het voorschreven huis ter hulp komen met 1 stuiver Brabants aan grondcijns.

Ze zijn overeengekomen dat elk zijn lasten zal betalen aan zijn deling. Ze doen afstand van hun rechten op elkaars deel. Is in hoede gekeerd.

 

1560, 31 mei. Folio 298

Geleijtenisse voor Lijssbeth Jacops alias Claes op panden van Jan Stapparts.

De meier en de laten van het hof van Wauwenroede hebben aangebracht dat Willem Roeselers als gemachtigde momber van Lijsbeth Jacops voor hen geprocedeerd heeft op een pand gelegen onder Schuelen 'opt Wauwen Inde' toebehorend aan Jan Stapparts, geheten 'tDornix Velt', grenzend de straat aan 2 zijden, Merten Stapparts 3), Jan Vilters 4) en Maria Bruijninx 5), wegens gebrek van betaling van een jaarlijkse rente van 3 rinsgulden en 2 stuivers Brabants gevallen van 2 jaren 1558 en 1559. Er was zover geprocedeerd dat door de laten gewezen werd dat Lijssbeth tot het geleijt van de panden kon komen en om de tegenpartij te kondigen tegen het geleijt. Jan Stapparts werd 'ingeheijsscht' of hij tegen het geleijt iets wou zeggen, maar dat deed hij niet. Door manis van onze meier en vonnis van onze schepenen werd Willem Roeselers in de naam en tot behoef van Lijssbeth Jacops tot de panden geleid. Hem werd hout en rissch geleverd in een teken van eigendom. Willem werd eveneens voor Lijssbeth door de meier en de laten in de panden gegicht en gegoed met recht. Op verzoek van de partij werd ook afruiming gewezen op 7 stuivers.

Op 27 juni kwam Aerdt Vanden Dwije, onze gezworen bode, en hij heeft op zijn eed verklaard dat Jan Stapparts voor hem heeft verklaard, toen Aerdt hem de afruiming kondigde, dat hij de voorschreven panden afstond. Is in hoede van schepenen gekeerd.

 

1560, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 298v

Jan Zmeets heeft ontvangen voor de kinderen van Thijs Hueveners, namelijk Jan, Oriaen, Katherijn, Maria en Anna, het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een heijthoeve op de Schrick Heyde in Coerssel gelegen, grenzend Geert Neesen erfgenamen 1), 'die Zmeets Hoeven' 2) en sheeren straet 3). Jannes Smeets is tot behoef van de voorschreven kinderen ter gichte gekomen met recht.

 

1560, 27 juni. Opt jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 299v

Henrick Vernijen heeft opgedragen aan Jan Alen het zevende deel van 'den Bullens Bampt', grenzend die beemd de Laeck 1), Geert Pijls 2) en 'den Huven Bampt' 3) en daarbij nog het gehele versterf dat hem na de dood van Jan Coex verstorven is, voor 15 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als goedspenninck en lijcoep nae lantcoep. Jan Alen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 14 augustus. Folio 303

Ida Gaermans heeft zich vermomberd met Wouter Vanden Hove, Jan Kenens en Jan Reijners, die haar met recht verleend zijn.

Ida Gaermans heeft opgedragen aan de H. Geest van Coersel de helft van huis en hof in Coersel gelegen, waarvan de wederhelft al toebehoort aan de H. Geest. Het geheel huis en hof grenst Aert Van Ham O, 'die Heusdens Strate' W, Hubrecht Reijners Z en sheeren straet N, op conditie dat Ida de helft zal gebruiken van huis en hof toebehorend aan de H. Geest zolang ze leeft, met de helft die ze nu transporteert en overgicht. Na haar dood zal het huis en hof samen aankomen aan de H. Geest voorschreven. Jaspar Hillen is tot behoef van de H. Geest voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 05 september. Folio 303v

Pouwels van Hout heeft ontvangen tot behoef van Juet Houtmans na de dood van haar broer Gielis Houtmans een stuk erf in Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden; nog een stuk land in 'den hoff' gelegen, grenzend Jan Van Postel 1), sheeren straet 2); nog een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Van Postel 1), sheeren straet 2). Pouwels kwam in de naam van Juete met recht tot de gichte.

 

1560, 05 september. Folio 304

Jan, Thewis, Maria, Anna en Katherijn Jans hebben na de dood van hun ouders 2 mudde rogge jaarlijks ontvangen staande aan panden in Coersel van Peter Opt Straet; nog 1 mudde rogge aan panden van Andries Valentijns in Coersel; nog aan panden in Geeneijcken van Jan Claes alias Reijners 30 stuivers jaarlijks. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1560, 05 september. Folio 304v

Gheert Pouwels als momber van zijn huisvrouw, Peter en Anna Van Heijst, de kinderen van Katherijn Van Heijst namelijk Anna en Brigida, Maria dochter van Cornelis Van Heijst hebben het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun neef Peter Custers: een stuk land in Coerssel gelegen, grenzend Geert Pouwels 1) en Peter Pouwels 2). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 03 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 308

Jan Beckers heeft opgedragen tot behoef van Wouter Stapparts zijn gedeelte van huis en hof onder Schuelen 'opte Stappe' gelegen, grenzend Jacop Cannarts 1), Ffrans van Gelmen 2), sheeren straet 3) en 'dat Heroens Bosschken' 4). Het is belaast met 2 rinsgulden jaarlijks aan de heer van Lumpmen. Opgedragen als een gift, zonder er iets voor te geven. Wouter Stapparts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 17 oktober. Folio 312v

Steven Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Wouter Pelsers een eussel gelegen onder Coerssel 'inde Roet', grenzend Henrick Wijnen 1), Jaspar Tielmans 2), Joes Zweerts 3) en 'die Roet' toebehorend aan Thewis Rijcken 4), als een pand voor 10 halsters rogge jaarlijks met valdag 'te Liechtmisse'. Deze 10 halster rogge jaarlijks mogen Steven Wijnen en zijn nakomelingen aflossen met 37 rinsgulden Brabants geld en met een ongevallen pacht. Wouter Pelsers is met recht tot de gichte gekomen en hij heeft het pontgelt betaald en 5,5 stuivers voor de hofrechten.
Op 30 april 1562 heeft Woouter Pelsers de bovenstaande panden gekweten van de 10 halsters rogge jaarlijks. Hij kreeg de hoetpenningen en alle restanten betaald. Henrick Wijnen is tot de gichte gekomen.

 

1560, 31 oktober. Folio 314v

Henrick Crompvoets heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Sijmon Crompvoets zijn tocht van een stuk broek in Oversel gelegen, namelijk een gedeelte. Het geheel broek grenst Crijn Witters 1), Lenaert Cautsmeets 2), de beken 3) en 4). Sijmon Crompvoets is met recht tot tocht en erve gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, heeft Sijmon Crompvoets opgedragen tot behoef van zijn broer Geerit Crompvoets het bovenstaande gedeelte broek voor 40 rinsgulden Brabants eens. Geerit Cormpvoets is tot de gichte gekomen met recht. Gerit Crompvoets heeft zijn vader Henrick Crompvoets weer in de voorschreven tocht van het gedeelte broek gesteld.

 

1560, 14 november. Folio 317v

Jeronijmus de Piper als momber en gemachtigde van Maria Van Houte dochter van Ffranchois Van Houte en Cornelis Van Beijlant als momber van zijn huisvrouw Lijssbeth Van Houte en ook als gemachtigde van Anthonis Van Houte hebben vanwege hun machtiging en procuratie, hieronder volgend, opgedragen tot behoef van Peter Vaes een stukje land onder Coersel gelegen opt Steenvelt, genaamd 'den Pijpaert', grenzend Jan Hoemans 1), de strate 2), Pouwels Van Houte 3) en Joris Scepers erfgenamen 4), voor 27 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Tussen halm en heer (voor het gichten) kwam Pouwels van Houte en hij heeft de naderschap gepresenteerd van de voorschreven koop. Peter Vaes bekende die aan Pouwels Van Houte voorschreven behalve zijn uitgegeven geld. Pouwels Van Houte is met recht tot de gichte gekomen. Jeronijmus en Cornelis voorschreven hebben aan Pouwels Van Houte beloofd om voldoende borg te stellen voordat Pouwels geld uitgeeft. Omdat het goed niet 'verscheijst' is, bekent Pouwels daaraan 1 penninck grondcijns.

Machtiging en onweerlegbare procuratie.

De burgemeesters, schepenen en raad van de stad Antwerpen verkondigen dat voor hen verschenen zijn Anthonis van Houte zoon van Jan, ingezeten poorter, en zijn zuster Elisabeth Van Houte en wettige echtgenote van Cornelis van Beijlant met een vreemde momber die haar met recht en met instemming van haar man werd verleend en ze hebben machtig gemaakt en stelden in hun plaats mits deze akte Cornelis Van Beijlant. Ze geven hem speciaal bevel om in hun naam te gaan waar nodig om iemand te goeden en te vestigen in 2 derdedelen van al hun recht op een stuk land met de grond en toebehoren genaamd 'tSteenvelt', anders geheten 'de Pijpere', gelegen tussen Beringen en Koersele. Dit goed is hen verstorven van wijlen Peter Van Houte. Cornelis mag ook alle andere roerende en onroerende goederen verkopen volgens een prijs die hij goed acht, gichten en geld ontvangen. Het zegel van de stad Antwerpen werd aan deze oorkonde gehangen op 11.09.1560.

Voor burgemeesters, schepenen en de raad van de stad Antwerpen verscheen Lijssbeth Van Houte, dochter van Jan en van Marie Sroije, met haar wettige man en momber Cornelis Van Bijle, Jan Van Houte en Jeronimus Pijpen in de naam en als mombers met recht geleverd van Marie Van Houte dochter van Francois, die ze met instemming van de weesmeesters van deze stad hierin 'vermagen en geloofden te vernane' en ze hebben wettelijk machtig gemaakt en in hun plaatst gesteld door deze akte Anthonise Van Houte en Cornelis Van Bijle man van Lijsbeth om in hun naam alle roerende en onroerende goederen te verhandelen die wijlen hun grootvader en oude vader Peter Van Houte verstorven zijn. Ze mogen kwijting geven en akten laten verlijden in hun naam, voor alle hoven waar het nodig is. Gezegeld met het zegel van de stad Antwerpen op 16 maart 1556 'nae stijl shoffs van Brabant.'

 

1560, 28 november. Folio 320v

Querijn Kenens heeft in de naam van Margriet Ginttis het versterf ontvangen dat haar is verstorven na de dood van haar zuster Eelen: een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend 'dat Schuijlens Broeck' 1), de beek 2). Querijn is tot behoef van Margriet met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 28 november. Folio 320v

Kerst Van Ham en Pouwels Metten hebben opgedragen tot behoef van Aerdt Neelens een stuk land in Coerssel gelegen 'int Groet Velt', grenzend Geert Inden Zavel 1), de kinderen van Katherijn Joris 2), Aert Neelens voorschreven 3) en de kinderen van Jan Moens 4), voor 140 rinsgulden Brabants eens. 40 rinsgulden moeten nu contant betaald worden en de rest binnen 2 jaren na vandaag. Enkel belast met cijns aan de heer. Godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Aert Neelens is met recht tot de gichte gekomen. Aangaande deze gicht heeft Eelen Beckers, huisvrouw van Kerst Van Ham, vrouwenrecht gedaan en tevens Maria Beckers de huisvrouw van Pouwels Metten.

Op 25 oktober 1561 heeft Hubrecht Beckers de voorgaande gichte gelaudeerd en van machte gehouden.

 

1560, 12 december. Folio 322

Anna en Anna Van Heijst hebben zich vermomberd met Jan Kenens, Cornelis van Heijst en Peter Vanden Briele, die hen met recht verleend zijn.

Peter Van Heijst, Lenaert Van Linde met zijn huisvrouw Brigida Van Heijst, Anna en Anna Van Heijst met hun verleende mombers boven geschreven hebben opgedragen tot behoef van Gheert Pouwels anders Inden Savel een stukje erf in Coerssel gelegen, zoals hen dat verstorven is na de dood van Peter Van Heijst zaliger. Het grenst Geert voorschreven W, Peter Pouwels alias Inde Zavel O en sheeren straet N. Belast met 2 penninck grondcijns maar niet meer. Verkocht voor 57 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als godspenninck en lijcoep 10 stuivers. Geert Pouwels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1560, 12 december. Folio 322v

Jan Zmeets/Smeets heeft opgedragen tot behoef van Thomas Meijntens een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'den Echtersten Langen Beempt', grenzend Jan Zmeets voorschreven O, Jan Leijsen Z, 'die Scrickbeempdekens' 3) en Jan Convents 4), in ruil zonder elkaar iets toe te geven op een andere erf hovend onder de Brabantse hof. Dat gaat om een stuk land bij Witters gelegen en nog om een euwt bij 'den Stock Wijer' gelegen in Coersel. Thomas Meijntens is tot de gichte gekomen.

Hiervan zijn voor pontgelt 9 rinsgulden 9 stuivers betaald 'overmidts den bedroege inder mengelinge voerschreven bevonden'.

 

1561, 09 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 324v

Gheert Coex heeft opgedragen tot behoef van Dionijs Kelberchs een stuk broek onder Schuelen gelegen, geheten 'de Plesse', grenzend 'den Spaijen Dijck' 1), sheeren straet 2) en Dionijs voorschreven 3), voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks hovend in de Brabantse bank. Die rinsgulden jaarlijks staat te kwijten met 18 rinsgulden Brabants. Daar boven moet in contant geld nog 10 rinsgulden Brabants eens worden neergeteld. Dionijs Kelberchts is tot de gichte gekomen. Een halve stuiver als godspenninck en als lijcoep 10 stuivers Brabants.

 

1561, 09 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 325

Peter Scepers heeft opgedragen tot behoef van Andries Valentijns een stuk land onder Coersel gelegen te Castel, grenzend Andries voorschreven 1), sheeren straet 2) en de kinderen van Reijner Wijnen 3), voor 108 rinsgulden Brabants boven alle daaraan staande lasten, 1 stuiver voor een godspenninck en als lijcoep 3 rinsgulden. De som moet betaald worden op de dag van verjaren 'op sheeren boet ende op beleijtenisse' van het stuk land. Andries Valentijns is tot de gichte gekomen.

Op 26 juni 1561 heeft Andries Valentijns de naderschap van deze koop bekend aan Jan Scepers, die na het opdragen van Andries met recht tot de gichte is gekomen. Andries ontving zijn geld terug.

 

1561, 09 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 327

Jan Vanden Eerdenwech heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Scepers een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend Willem Geerts 1), Lambrecht Scepers voorschreven 2) en sheeren aerdt 3), voor 14 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en lycoep nae lantcoep. Lambrecht Scepers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 09 januari. Opt jaergedinge nae derthien dach. Folio 327

Cristijn Joris heeft zich vermomberd met Wouter Vanden Hove die haar met recht verleend is.

Cristijn Joris met haar voorschreven verleende momber heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen Peter, Jan en Cristijn haar tocht van een stuk land in Coerssel gelegen, geheten 'de Swanen Hoeve', namelijk de helft daarvan. De wederhelft behoort toe aan Peter Jans. Peter Zmeets en Jan Reijners zijn tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

Aan de voorschreven kinderen zijn vanwege de heer als mombers gesteld Peter Zmeets en Jan Reijners van Coerssel, 'die met gereckten vingeren ten heijligen geswoeren hebben' dat ze de kinderen het meeste profijt zullen bezorgen en dat ze van hun ontvangsten een goede rekening zullen maken.

Peter Smeets en Jan Reijners als mombers van de voorschreven kinderen (geen familienaam genoteerd) hebben opgedragen tot behoef van Peter Jans de helft van een stuk land in Coersel gelegen, genaamd 'den Zwanen Hoeve', zoals hiervoor beschreven staat, voor 90 rinsgulden Brabants eens. Peter Jans is met recht tot de gichte gekomen. Voor eventuele problemen die Peter Jans of zijn nakomelingen zouden kunnen ondervinden, werd er 'verwaringe' gedaan in de Brabantse bank.

 

1561, 16 januari. Folio 329

Jan Vanden Boeck met zijn huisvrouw Cristijn Gathis heeft opgedragen tot behoef van Melchior Van Schoenbeeck een stukje land onder Schuelen gelegen omtrent 'den Habeel', grenzend mr. Jan Van Gelmen erfgenamen 1), Ffrans van Gelmen 2) en Peter Gathis 3). Het is enkel met grondcijns belast. Verkocht voor 20 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goidspenninck en als lijcoep 5 stuivers. Melchior Van Schoenbeeck is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 16 januari. Folio 329

Geleijtenisse voor mr. Dierick De Wuest als momber van zijn huisvrouw Ingelke Snoex op panden van Henrick van Coelmont.

Meester Dierick De Wuest als momber van zijn huisvrouw, of zijn gemachtigde Willem Rouben, had geprocedeerd op panden toebehorend aan Henrick van Coelmont onder Schuelen gelegen omdat de laast gevallen rente van 3 rinsgulden Brabants jaarlijks niet werd betaald. Er was zover geprocedeerd dat aan meester Dierick voorschreven gewezen is tot betaling of tot het geleijt van de panden. De tegenpartij kreeg conde van dit geleijt, verklaarde de bode op zijn eed. Henrick van Coelmont was ingeŽist, maar zei niets. Aan meester Dierick werd als momber van zijn huisvrouw hout en rissch geleverd als een teken van eigendom. Meester Dierick werd in de panden gegicht en gegoed met recht.

Op 6 februari kwam Dierick de Wuest en hij heeft het voorschreven goed opgedragen tot behoef van Ambrosius Vander Eijcken, met uitzondering van zijn rente van 3 rinsgulden jarlijks. Ambrosius is met recht tot de gichte gekomen.

Op 6 maart daarna kwamen Jan en Henrick Stapparts en ze hebben afstand gedaan van de voorschreven panden.

Op 20 maart kwam Henrick Zmeets en hij heeft eveneens afstand gedaan van het voorschreven goed.

 

1561, 23 januari. Folio 330v

Goris Coex heeft voor hem en voor zijn megeringen Lieben, Goris en Cristijn Coex het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: de helft van 'den Custers goede' in Schuelen gelegen; nog een half boender broek geheten 'de Plesse'; nog 5 stuivers jaarlijks staande aan panden van Jan Schuermans en nog 1 gulden jaarlijks staande aan panden van Willem Snijers. Goris Coex is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 23 januari. Folio 331v

Peter Jans heeft opgedragen tot behoef van Margriet Van Creijwinckel zijn tocht van huis en hof in Coerssel gelegen, grenzend Hubrecht Opt Straet W, Katherijn Huben erfgenamen O en sheeren straet N; nog een stuk broek gelegen bij 'den Stock Wijer', grenzend sheeren aert Z, de beek N, Jan Beckers en zijn broer Loijch W, Lijssbeth Opt Straet erfgenamen O. Henrick Lindtmans als man en momber van zijn huisvrouw Margriet Van Creijwinckel is met recht tot de gichte gekomen.

Nu tocht en erfelijkheid samen zijn, heeft Henrick Lindtmans opgedragen tot behoef van meester Vranck Vanden Hoven het voorschreven huis en hof met het stuk broek aan de Stock Wijer gelegen als een pand voor 10,5 carolusgulden jaarlijks (de carolusgulden gerekend aan 20 stuivers Brabants), die kosteloos en schadeloos moeten betaald worden op Sinte Pauwels bekeringendag en voor het eerst in 1562. Henrick Lindtmans of zijn nakomelingeen mogen deze 10,5 carolusguden aflossen met 150 rinsgulden Brabants gevalueerd geld en met een ongevallen rente. Als meester Vranck erom vraagt, moeten ze binnen het jaar terugbetalen met verlopen en hofrechten. Henrick staat een gezegelde brief toe. Margriet van Cryewinckel, huisvrouw van Henrick voorschreven, heeft het voorgaande gelaudeerd. Meester Vranck Vanden Hove is met recht tot de gichte gekomen. Het pontgelt hebben de partijen half en half betaald.

Henrick Lindtmans heeft Peter Jans weer in zijn tocht gesteld.

 

1561, 06 februari. Folio 332v

Anthonis Leijsens heeft als momber van Sint-Anna-altaar in Coerssel aan de panden van Peter Dillen als momber van zijn huisvrouw het mud rogge jaarlijks gekweten dat het altaar jaarlijks gelden had. Anthonis ontving voor hoetpenningen 16 peters met de verlopen. Peter Dillen is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen op voorwaarde dat het mud rogge niet hoger was dan 16 peters. Mocht dat het geval zijn, dan moeten ze dat effen maken.

 

1561, 23 januari. Folio 334v

Herman Mulaerts met zijn huisvrouw Barbara Poelmans heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Lompen huis en hof gelegen onder Schuelen 'opte Stappe' voor 19 rinsgulden Brabants jaarlijks en erfelijk. Hieraan zullen alle lasten in mindering komen die aan het goed staan met uitzondering van de grondcijns aan de heer. Lenaert zal voor pand en onderpand stellen de 2 rinsgulden Brabants erfelijk die hij heeft gelden aan panden van Mathijs Joes. Lenaert zal binnen het jaar nog 1 rinsgulden jaarlijks moeten afleggen met 20 rinsgulden Brabants eens. Tevens moet Lenaert als onderpand stellen 2 rinsgulden staande aan panden van Loijch Stapparts, die erfelijk is. Mocht blijken dat deze rente kwijtbaar is, dan belooft Lenaert om deze te voldoen volgens het landrecht. Lenaert Lompen is met recht tot de gichte gekomen.

Lenaert heeft opgedragen tot behoef van Herman Mulaerts als momber van zijn huisvrouw het voorschreven huis en hof als een pand voor de bovenstaande renten. Herman Mulaerts is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

Hierna kwam heer Peter Poelmans en hij heeft met zijn momber de voorschreven gichte gelaudeerd zoals men zal vinden op 17 november 1563.

 

1561, 20 februari. Folio 335

Jan Beckers van Coerssel heeft opgedragen tot behoef van Henrick Vanden Valgaijer zoon van Wouter huis en hof met het land daaraan gelegen onder Coerssel, groot omtrent een half boender, grenzend Loijch Beckers 1), sheeren straet Z en W en Jan Beckers voorschreven 4); nog een half boender erf vast aan het voorstaande gelegen, grenzend Henrick Kenens O, Willem Geerts N en sheeren straet 3); nog een kalverdries geheten 'tPeeper Coexken', grenzend sheeren straet 1) en verder Peter Vanden Putte rondom; nog een boender land met een schuur en een schaapstal achter 'den Vaes Hoecke' gelegen, grenzend Peter Dillen O, de kinderen van Jan Moens N en sheeren straet aan de andere zijden; nog een beemd ook onder Coerssel gelegen 'int Nederbroeck', geheten 'den Gielis Beempt', grenzend Jan Leijsen O en Z, Peter Neven N en Jan Beckers voorschreven W en verder al zijn andere Loonse goederen hier sorterend en zijn overige have en erve die hij nu heeft of in de toekomst zal verkrijgen waar ze ook mogen gelegen zijn. Deze goederen zijn enkel belast met 7 rinsgulden jaarlijks aan Jacop Geerts van Meldert en met cijns aan de heer. Samen opgedragen als een pand voor 4 mudden rogge jaarlijks Diesterse maat goed leverbaar graan met valdag op datum van gichten. Het moet kosteloos en schadeloos geleverd worden binnen de stad Diest. Jan mag per halster ook 5 stuiver Brabants betalen indien hij wenst. Jan Beckers en zijn nakomelingen mogen deze 4 mudden jaarlijks aflossen met 100 carolusgulden eens Brabants geld en met volle pacht en ook met een heel ongevallen jaar (de carolusgulden gerekend voor 20 stuivers en de philipsgulden voor 25 stuivers, de gouden gulden voor 28 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants gerekend). Jan Beckers stemde in met een gezegelde brief. Henrick Vanden Valgaijer is met recht tot de gichte gekomen. Jan belooft dat indien Henrick of zijn nakomelingen vragen om het geld terug te geven, hij dit zal doen. Hij zal tevens zijn huisvrouw hier brengen om met deze gicht in te stemmen. Jan Beckers betaalde het pontgeld.

Maria Geerts, huisvrouw van Jan Beckers heeft met deze gicht ingestemd.

Op 3 maart 1569 heeft Henrick Vanden Valgaijer de panden van Michiel Heijns van de voorschreven 4 mudde rogge jaarlijks gekweten. Hij kreeg zowel het kapitaal als alle restanten betaald en Michiel is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 20 februari. Folio 336

Dionijs Kelbrechts heeft het versterf ontvangen dat hem na de dood van zijn vader Joris Kelbrechts is toegevallen: een beemd geheten 'dat Grieten Broeck' onder Schuelen gelegen; nog een hof onder Schuelen gelegen, geheten 'den Stap Hoff'. Dionijs Kelbrechs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 20 februari. Folio 336

Peter Neven met zijn momber Henrick Windelen heeft opgedragen tot behoef van Govaert Goijens een stuk land in Castel onder Coerssel gelegen, bekennend hem de naderschap ervan. De gicht zal men hiervoor vinden op 9 februari 1560 als Jan Geert gicht Peter Neven in dit stuk land. Govaert Goijens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 20 februari. Folio 336v

Jan Moens, voor hem en voor Peter Alen, Joachim Lambrechts, Peter en Jan Cornelis heeft ontvangen het versterf aan hen verstorven na de dood van hun ouders: huis en hof in Groelaren gelegen, grenzend Jan Spunx 1) en Maria Vanden Bossch 2); nog een beemd geheten 'den Auwen Beempt'; nog een beemdje geheten 'tVinneken'; nog een beemd geheten 'den Busschers Beempt'; nog een stuk land geheten 'den Groenen Wech'; nog een stuk broek 'opte Voert tGeeneijcken' gelegen, grenzend Joachim Lambrechts 1), Jacop Van Heerl 2); nog een beemd in Coerssel gelegen, geheten 'den Orenvaren', grenzend Ffrans Aerts 1) en tgemeijn broeck 2); nog een halve beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'dMoelen Broeck', palend de kerk van Coersel en verder al de andere Loonse goederen die hier sorteren. Jan Moens is voor hem en voor zijn consorten tot de gichte gekomen met recht.

 

1561, 20 februari. Folio 338

Peter Alen heeft voor hem en voor zijn megeringen heer Andries, Henrick, Michiel en Bartholomewis Alen en voor Willem Vander Biesemen als momber van zijn huisvrouw Erne Alen en voor Agnees dochter van Wouter Alen het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: 'het Cleijn Poppen Goet', grenzend Reijner Schuermans, Wouter Coex en Henric Vanden Broeck; nog 'die Merskens Heijde', palend Jan Luijten 1) en de gemeijn straet aan 2 zijden; nog een halve zille broek geheten 'tRietken', grenzend de erfgenamen van Henrick Claes en het Sint Aechten altaer in Herck; nog 2 zillen broek gelegen in 'den Huben Bampt'; nog 2 zillen broek gelegen bij 'tWillems Broeck', grenzend e erfgenamen van Aert Stapparts en de Voert Straet; nog een zille broek 'opten Huben Bampt' gelegen, grenzend Sint Joris van Schuelen en de erfgenamen van Henrick Vanden Mortel van Diest; nog een stuk land onder Lumpmen gelegen bij 'den Kriekel', palend Ffrans Neven W, de weg waar men naar Laren toegaat O, Peter Clockluijers Z; nog een euwsel bij den Voerslach' gelegen, grenzend 'de gemeijn Heijde' Z en N en de erfgenamen van Thewis Buwens W; nog een hof in Schuelen gelegen, geheten 'den Billen Hoff'; nog een hof 'opte Stappe' gelegen, grenzend de gemeijn straet en 'Stappen Heijken'.

 

1561, 20 februari. Folio 338v

Peter Alen heeft voor hem en voor zijn megeringen heer Andries, Henrick, Michiel en Bartholomewis Alen en voor Willem Vander Biesemen als momber van zijn huisvrouw Erne Alen ontvangen het versterf dat hen is aangestorven na de dood van hun broer Jan Alen zaliger. Peter is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 06 maart. Folio 339

Steven Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wijnen een stukje broek onder Coerssel gelegen, grenzend 'de Roet' 1), de straat 2) en Henrick voorschreven 3), Joes Sweerts 4); nog een stukje land onder Coerssel, palend sheeren straet 1), Joris Van Creijwinckel 2), Servaes Wijnen 3) en Henrick Wijnen voorschreven 4). Dit is belast met 10 halster rogge jaarlijks die te kwijten staan met 40 rinsgulden; nog met 18 stuivers jaarlijks en met heeren cijns. Boven de last geeft Henrick nog 12 rinsgulden Brabants eens, 1 stuiver als godspenninck en lycoep nae lantcoep. Henrick Wijnen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 06 maart. Folio 340

Jan Baten als momber van zijn huisvrouw Geertruijt Kempeneers en voor Hubrecht Kempeners heeft het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een stuk broek gelegen onder Coerssel, omtrent 2 dachmael groot. Jan is voor hem en voor Hubrecht Kempeners tot de gichte gekomen.

 

1561, 20 maart. Folio 342

Henrick van Reppel heeft opgedragen tot behoef van Jan Croenen huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), 'de Stappe' 2) en 'Troelen Bloeck' 3), voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks onder Donck hovend. Die staat te kwijten met 23 rinsgulden. Verkocht boven alle lasten die aan huis en hof staan. Jan Croenen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 20 maart. Folio 342v

Dierick Scabben heeft opgedragen met zijn huisvrouw Margriet Thijs tot behoef van Art Thijs de helft van een bosje onder Schuelen gelegen, grenzend Jan Luijten 1), de kerk van Lumpmen 2) en Frans van Gelmen 3); nog een halve zille broek gelegen 'int Ffraesen Broeck', grenzend Thijs Joes 1); Henrick Vanden Broeck 2) en Dingen Snijers 3); nog zijn gedeelte in een bos in Meldelaer gelegen, waarin Jan Spuncx de wederhelft toebehoort, voor 4 rinsgulden Brabants eens boven de last. Aerdt Thijs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 20 maart. Folio 345

Scheiding en deling tussen de erfgenamen van Jan Moens alias van Coerssel. Dat gaat om Jan Moens; Joachim Lambrechts als momber en 'alde vader' van Joachim, de zoon van Sijmon Lambrechts zaliger; de kinderen van Anthonis Cornelis namelijk Peter en Jan; Peter zoon van Pouwels Alen; Odilia Cuijpers weduwe van Peter Moens zaliger. Ze delen de goederen achtergelaten door hun ouders in vijf kavels. Omdat Jan Moens het kindsgedeelte van zijn broer Peter Moens met gichte verkregen had als blijkt op 9 februari 1561, werden aan hem twee kavels toegekend. Zijn broer Peter Moens is ondertussen overleden.

Aan Jan Moens viel voor zijn kindsgedeelte het huis met de hove in Groelaeren gelegen, grenzend Jan Spuncx 1), sheeren straet 2) en Maria Vanden Bossch 3): nog een euwt geheten 'dBroexken', grenzend Jan voorschreven 1), Jan Schijven 2) en sheeren straet 3); nog een zilleke broek geheten 'dMeeken', grenzend Maria Vanden Bossch 1), de beek 2) en de erfgenamen van Herman Borgelinx 3); nog een stuk erf geheten 'dOversten Linen Mortel', grenzend Servaes Lambrechts erfgenamen 1), heer Gijsbrecht Beeck 2) en Peter Clockluijers 3). Dit gedeelte is belast aan de weekmis gefundeerd door Henrick Moens zaliger in de kerk van Lumpmen met 10 stuivers jaarlijks, met nog 5 stuivers jaarlijks aan de anniversariŽn van Lumpmen en met sheeren cijns.

Aan Jan Moens viel voor het kindsgedeelte van zijn broer Peter Moens een stuk broek gelegen onder Coerssel, 'den Orenvaren' geheten, grenzend Ffrans Aerts 1), 'die Pluegers Donck' 2); nog een stuk land geheten 'dLanck Stuck', palend de kinderen van Jan Ruttens 1), Dries Valentijns 2) en de kinderen van Thijs Valentijns 3). Dit deel is enkel met de grondcijns belast.

Joachim, zoon van Sijmon Lambrechts, ontving voor zijn deel een beemd geheten 'den Busschers Beempt', grenzend Eelen Schijven 1), Jan Spuncx 2) en Jacop sVroijen kinderen 3); nog een stuk broek geheten 'dBeempdeken', grenzend Jan Spuncx aan 2 zijden en 'den Gunters beempt' 3); nog een heike gelegen bij het voorschreven stuk broek; nog een stuk land geheten 'den Groenen Wech', grenzend de kinderen van Aert Postelmans 1), Henrick Hoetzelen 2) en Eelen Schijven 3); nog een stuk land geheten 'den Linden Mortel', grenzend Cornelis Moens alias Willekens 1), Eelen Schijven 2) en sheeren straet 3). Het voorschreven gedeelte is belast met een weekmis in de kerk van Lumpmen met 35 stuivers jaarlijks en met grondcijns.

De kinderen van Anthonis Cornelis, namelijk Peter en Jan, kregen een stuk land geheten 'den Eekeleren Wech', grenzend Lijssbeth Willems 1), Maria Van Heerl 2) en 3); nog 'den Eechstersten Beempt' op de Voert gelegen, grenzend Joachim Lambrechts 1) en de erfgenamen van Aert Reijners 3); nog een stuk land geheten 'de Zille', grenzend Thewis Frederix 1) en 2), Peter Alen 3). Het gedeelte is belast met sheeren cijns.

De vijfde kavel viel aan Peter Alen, zoon van Pouwels Alen, voor het kindsgedeelte van zijn moeder: een bloeck tGeeneijcken gelegen, grenzend Thewis Frederix 1), Maria Vanden Bossch 2) en 'die Veltstrate' 3); nog het beemdeke waar 'den voetpat doer geet', grenzend Thijs Hueveners 1), 'die Voert' 2) en de erfgenamen van Aert Reijners 3); nog een beemdje 'opte Voert' gelegen, grenzend Henrick Hoetzelen 1), Eelen Schijven 2) en 'die Voert' 3); nog een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'dMoelen Broeck', grenzend Heijl Meelis 1), de kerk van Coersel 2). Peter moet alle lasten betalen waarmee deze goederen belast zijn.

De partijen doen afstand van hun rechten op elkaars deel en zullen er nooit nog over spreken.

 

1561, 20 maart. Folio 347

Deling tussen Marie en Margriet Scriex 1) en Brigida en Maria Zwinnen 2).

Maria Scriex heeft zich vermomberd met Henrick Swinnen en Jan Reijners die haar met recht verleend zijn.

Aan Margriet Scriex werden vanwege de heerlijkheid als mombers gesteld, omdat ze nog onmondig is, Henrick Zwinnen en Jan Reijners voorschreven. Henrick en Jan hebben beloofd en met 'gerckden vingeren ten heiligen' gezworen dat zij voor de voorschreven kinderen zullen doen wat hen het meeste profijt oplevert, voor zover ze dat kunnen beoordelen.

Brigida en Maria Zwinnen hebben zich vermomberd met Wouter Vanden Hove die hen met recht is verleend.

Aan Brigida en Maria Zwinnen met hun megeringen werd voor hun deel gegeven: een stuk land onder Coersel gelegen tegenover Wouter Moens, grenzend Thomas Meijntens O, heer Jan Neelens erfgenamen W en sheerenstraet Z; nog een perceel beemd omtrent het voorschreven stuk land gelegen, grenzend Thomas Meijntens 1), de kinderen van Jan Vanden Put W en 'die Breedonck' N.

Voor hun deel kregen Maria en Margriet Scricx: een beemd geheten 'die Stucke' en daarbij nog 75 rinsgulden eens in contant geld. Hiervan zal dadelijk 50 gulden betaald worden en de rest binnen het jaar. Elk moet de lasten betalen aan de percelen die hen gevallen zijn, maar lasten die reeds gevallen zijn tot de dag van vandaag toe, zullen ze gelijk betalen. Marie Scricx met haar mombers heeft beloofd om haar zuster voor het recht te brengen als ze mondig zal zijn om hiermee in te stemmen. Als een borg daarvoor draagt ze daarom met haar mombers al haar Loonse goederen op.

Ze doen met hun mombers afstand van hun rechten op elkaar deel en zullen er nooit nog over spreken.

Omdat het goed waarop geld werd toegegeven Brabants is, is hiervoor de heer geen pontgelt verschenen.

 

1561, 17 april. Opt jaergedinge nae Beloken Paesschen. Folio 349v

Andries Vekemans heeft zich vermomberd met zijn vader Lambrecht Vekemans, die hem met recht verleend is.

Jan en Andries Vekemans met zijn momber voorschreven en Peter Schoelmeesters hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Ffrans Aerdts hun gedeelte van een stuk broek in Coerssel gelegen, geheten 'de Hernshage' met hun gedeelte in 'den Custers Beempt', grenzend Jan Huben 1), Thonis Leijsens 2), sheeren aerdt 3) en de kinderen van Jan Moens 4), voor 5,5 rinsgulden eens. Ffrans Aerdts is tot de gichte gekomen.

 

1561, 17 april. Opt jaergedinge nae Beloken Paesschen. Folio 350

Merten Clercx heeft opgedragen tot behoef van Joes Van Heese als tochter van zijn kinderen, volgens een proclamatie verleend door de E.H. officiael volgens ze zeiden, de 16 stuivers erfelijk die hij gelden heeft aan panden van Geert Coex in Schuelen gelegen, voor een ander erf omtrent Hasselt gelegen volgens de proclamatie. Joes Van heese is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 17 april. Opt jaergedinge nae Beloken Paesschen. Folio 350v

Joris Luijten heeft opgedragen tot behoef van Henrick Swinnen van Kermpt huis en hof onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend sheeren straet 1), de erfgenamen van Philips Vanden Laer 2) en Jan Scheers 3), als een pand voor een mudde rogge Diesters jaarlijks met valdag op datum van de gichte. Dit mud rogge jaarlijks mogen Joris Luijten en zijn nakomelingen altijd afleggen met 32 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als goedspenninck en als lijcoep 10 stuivers. Henrick Swinnen is met recht tot de gichte gekomen. Joris Luijten mag het voorschreven mud rogge jaarlijks altijd betalen voor de oogst. Joris kreeg het geld.

 

1561, 26 april. Folio 351

Jan Moens heeft opgedragen tot behoef van Jan Kenens een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'dat Lanck Stuck', grenzend Govaert Goijens 1), Dries Valentijns en Michiel Beckers 2), sheeren straet 3) en de kinderen van Mathijs Valentijns 4), voor 135 rinsgulden Brabants geld, goedspenninck 2 stuivers en lycoep nae lantcoep. Bij dit goed hoort een 'dweerssen gracht', gelegen aan de zijde van het goed van de kinderen van Mathijs Valentijns uit het laatste bed. Jan Kenens is met recht tot de gichte gekomen. Jan Moens heeft al zijn Loonse goederen opgedragen als een borg voor eventuele problemen die Jan Kenens zou kunnen krijgen vanwege deze koop.

 

1561, 08 mei. Folio 351v

Steven Wijnen heeft opgedragen aan Henrick Houtmans huis en hof in Haexelaer gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Thijs Blueckmans 3) en jonker Philips Losson 4), voor 29 rinsgulden Brabants boven de aanstaande last, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Henrick Houtmans is tot de gichte gekomen met recht.

 

1561, 08 mei. Folio 352

Jan Moens alias Van Coerssel heeft opgedragen tot behoef van Jan Mueren een stuk broek onder Coerssel gelegen, genaamd 'den Orenvaren', grenzend het gemijn broeck O, 'die Stucke' W en Ffrans Aerts 3), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Jan Moens of zijn nakomelingeen aflossen met 50 rinsgulden Brabants, 2 stuivers als godspenninck en als lijcoep 10 stuivers. Jan Mueren is met recht tot de gichte gekomen. Jan Mueren heeft het pontgelt met de andere hofrechten betaald.

 

1561, 08 mei. Folio 352v

Meester Dierick de Wuest heeft als rentmeester van de Cathuijsers van Rumunde opgedragen 1 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals de Karthuizers gelden hadden op een hof gelegen bij Schalbroeck, toebehorend aan Aerdt Vanden Bogaerde alias Gueris. Hij kwijt de panden ervan. Meester Dierick ontving 19 rinsgulden eens ervoor. Aert Vanden Bogaerde is met recht tot de gichte gekomen.

Ffrans Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Aert Vanden Bogaerde een stuk land onder Schuelen gelegen 'opt Olinger Velt', grenzend Aerdt Pijls 1), Jan Gielis 2) en de erfgenamen van Maria Bruijninx 3), als een borg voor het geval dat Aerdt in de toekomst hinder zou ondervinen betreffende de kwijting van deze ene rinsgulden jaarlijks.

 

1561, 08 mei. Folio 353v

Peter en Jan Cornelis hebben opgedragen tot behoef van Claes Thijs als momber van zijn huisvrouw en aan Thijs Hueveners een stuk broek in Oversel gelegeen, genaamd 'dat Wouters Broeck', grenzend de abt van Floreff 1), de beek 2) en 3), Jan Teggers 4), voor 205 rinsgulden Brabants, 3 stuivers 1 oord als godspenninck en 2,5 rinsgulden als lijcoep. Claes Thijs als momber van zijn huisvrouw en Thijs Hueveners zijn met recht tot de gichte gekomen.

Peter en Jan Cornelis hebben al hun Loonse goederen opgedragen tot behoef van Claes Thijs en Thijs Hueveners als een borg voor het geval dat ze enige hinder zouden ondervinden betreffende dit stuk broek.

Op 30 april 1562 hebben Claes Thijs en Thijs Huveners de gicht opgedragen tot behoef van Aert en Jan Witters, bekennend hen de naderschap van het 'Wouters Broeck'. Op 14 mei daarna zijn Aert en Jan Witters met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 08 mei. Folio 354

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Dionijs Kelbrechts, onder vorm van ruil, een stuk erf gelegen onder Schuelen, geheten 'den Berbossch', grenzend 'Ons Lieve Vrouwe' van Herck 1), Joris Meeukens 2) en Henrick Vernijen 3). Belast met 1 penninck grondcijns. Draagt nog een hoefke met een beemdje op, grenzend sheeren straet 1), 'dat Erpels Goet' 2) en 'die Hagels Voert' 3). Dit is belast met 7 stuivers Brabants jaarlijks. Draagt nog op een hoefke, gelegen bij het goed van de erfgenamen van Jan Joris, belast met 3 vierdel van een capuijn grondcijns. Hiervan moet Dionijs aan Ffrans Scepers 3 rinsgulden jaarlijks betalen die te kwijten zijn met 36 rinsgulden Brabants, zoals te vinden is hiervoor op 29 april 1557 en daar boven in contant geld 44 rinsgulden Brabants. Daarboven moet Dionijs nog de hierna beschreven goederen transporteren. Dionijs Kelbrechts is met recht tot de gichte gekomen. Goedspenninck een halve stuiver en lijcoep 44 stuivers. Betreffende de bovengeschreven 3 rinsgulden jaarlijks aan Ffrans Scepers heeft Wouter Coex bekend dat deze aan zijn panden staan, zoals men hierna op 2 oktober 1561 zal vinden.

1561, 08 mei. Folio 354v

Dionijs Kelbrechts voorschreven heeft opgedragen tot behoef van Wouter Coex een hof onder Schuelen 'opte Stappe' gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden en Jan Scheers 3), belast met 30 stuivers jaarlijks, met een hoen en 1 penninck grondcijns. Het voorschreven goed werd opgedragen in ruil voor het goed beschreven in de voorgaande gicht. Wouter Coex is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 08 mei. Folio 355v

Adriaen Claes heeft opgedragen tot behoef van Jan Hoesen zijn tocht van al de goederen waarin hij is getochtigd gebleven is na de dood van zijn huisvrouw Anna Blueckmans zaliger: het derdedeel van huis en hof onder Coerssel gelegen, grenzend Ida Thewis 1), sheeren straet 2), Thijs Blueckmans 3) en de kinderen van Wilboerdt Binnemans 4); nog 1/3 van een bloexke geheten 'den Groeten Hoff', grenzend Henrick Convents 1); nog een stukje broek. Jan Hoesen is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, heeft Jan Hoesen opgedragen tot behoef van de kinderen van Peter Van Hamme, namelijk Jan, Peter en Lijssbeth van Hamme, het bovengeschreven goed voor de som van 112 rinsgulden, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep 28 stuivers. Thewis Beerten en Wouter Moens zijn tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen. Het geld moet betaald worden binnen 15 dagen hierna, volgens een gemaakte 'peijs'. Wat betaald is, zal in mindering komen.

 

1561, 08 mei. Folio 356v

Meester Dierick de Wuest, in de naam en tot behoef van Peter Vanden Laer, heeft het versterf ontvangen dat Peter verstorven is na de dood van zijn ouders: een stuk erf 'opte Stappe' gelegen, groot omtrent 1 boender, grenzend de straat, de erfgenamen van Jan Luijten en de erfgenamen van Thijs Thijs; nog 1 zille bos opt Olinger Velt gelegen, grenzend de H. Geest en Ons Lieve Vrouwe van Berbroeck en de Winterbeeck; nog 'die Ukens Donck' en 'die Teppe', grenzend de Laeck, Vincent van Hese en de Herck.

 

1561, 12 juni. Folio 359v

Thijs Van Ham met zijn huisvrouw Brigida Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Govaert Goijens een stuk land onder Coersel te Castel gelegen, grenzend de kinderen van Heijloff Wijnen 1), Henrick Convents 2), Jan Kenens 3) en sheeren straet 4). Het is enkel belast met 5 penninck grondcijns. Verkocht voor 119 rinsgulden Brabants, 2 stuivers als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Govaert Goijens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 12 juni. Folio 360v

Lijssbeth Reijners en haar wettige man en momber Govaert Claes hebben opgedragen tot behoef van Aerdt Reijners haar tocht van een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Cromphals', grenzend 'de Roije Beeck' 1), 'den Quinten' 2), 'de Schuijlen' 3) en 'den Cleijs Beempt' 4); nog een stukje broek in Oversel gelegen bij 'den Hoegen Bossch', grenzend Henrick Beerten 1), Jan Basten 2), Willem Geerts 3) en Jan Ghijsen 4). Aerdt Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

1561, 12 juni. Folio 361

Dadelijk daarna, nu tocht en erve samen zijn, heeft Aerdt Reijners opgedragen tot behoef van Jan Loijchs het voorschreven stuk broek 'den Cromphals' zoals hiervoor beschreven. Het is belast met sheeren cijns alleen. Verkocht voor 50 rinsgulden Brabants eens, 1 stuiver als godspenninck en 20 stuivers als lijcoepe. Jan Loijchs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 12 juni. Folio 361v

Aerdt Reijners heeft opgedragen tot behoef van Jan Basten een stukje broek in Oversel gelegen bij 'den Hoegen Bossch', grenzend Henrick Beerten 1), Jan Basten voorschreven 2), Willem Geerts 3) en Jan Ghijsen 4). Enkel belast met grondcijns. Verkocht voor 40 rinsgulden Brabants eens, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep 10 stuivers. Jan Basten is tot de gichte gekomen met recht.

 

1561, 12 juni. Folio 361v

Quinten Hueveners met zijn huisvrouw Maria Bogaerts heeft opgedragen tot behoef van Jan Pouwels zijn gedeelte van huis en hof onder Schuelen 'opte Stappe' gelegen, grenzend Reijner Schuermans 1), de kinderen van Geert Stapparts 2), Peter Otten 3) en sheeren straet 4), voor 15 risgulden eens boven alle lasten die eraan staan, 1 oort als godspenninck en als lycoep 10 stuivers. Jan Pouwels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 12 juni. Folio 362

Lijssbeth Bruijnens heeft zich vermomberd met Aerdt Van Stapel en Liebrecht Hoelsteens, die haar met recht verleend zijn. Lijssbeth Bruijnen met haar geleverde mombers heeft opgedragen tot behoef van Aerdt Heijloven, haar zoon, een stuk erf in Schuelen gelegen, grenzend Jacop Cannarts 1), 'Teroens Landt' 2) en Quinten Hueveners 3); nog een half bosje onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), de kerk van Schuelen 2), Jacop Cannarts 3) en 4), als een gift zonder dat hij er iets voor moet geven. Aerdt Heijloven is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 12 juni. Folio 362

Ida Beckers met haar geleverde momber Wouter Stapparts, haar zoon, en Wouter Stapparts hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Quinten Hueveners de helft van huis en hof 'opte Stappe' onder Schuelen gelegen, grenzend Ffrans Van Gelmen 1), Quinten voorschreven 2) en sheeren straet 3); nog de helft van een bosje onder Schuelen gelegen, grenzend de straat 1), de kerk van Schuelen 2), Jacop Cannarts 3) en 4). Voor 30 stuivers Brabants jaarlijks zoals volgt in de volgende gicht, een halve stuiver als godspenninck en als lijcoep 12 stuivers. Het voorschreven gedeelte van huis en hof met het half bosje is mee aangedeeld zoals de partijen verklaren. De houders zullen ook de put mogen gebruiken die staat op het gedeelte van Aert Heijloven. Quinten Hueveners is met recht tot de gichte gekomen.

1561, 12 juni. Folio 362v

Quinten Hueveners heeft opgedragen de helft van huis en hof met het half bosje voorschreven als een pand voor 30 stuivers Brabant jaarlijks met valdag op Sint-Jan Baptist 'geboerten dach' en voor het eerst in 1562. Deze 30 stuivers jaarlijks mogen Quinten Hueveners of zijn nakomelingen altijd kwijten met 30 rinsgulden Brabants. Ida Beckers en Wouter Stapparts zijn tot de gichte gekomen.

 

1561, 19 juni. Folio 365

Margriet Houwers alias Van Muelstede heeft zich vermomberd met Jaspar Cornelis en Liebrecht Hoelsteens, die haar met recht verleend zijn.
Jan en Margriet Houwers met haar mombers hebben opgedragen tot behoef van Willem Geerts hun gedeelte van de molens in Coerssel gelegen, met de toebehoorten zoals land en broek als andere goederen. Deze zijn slechts belast met 2 muddde rogge jaarlijks staande zowel aan de Brabantse als aan de Loonse panden, zoals staat in de schepenbrief. Verkocht voor 145 rinsgulden Brabants eens boven de 2 mudde rogge jaarlijks voorschreven. Mochten er toch nog lasten aan het goed gevonden worden, dan zal Willem die mogen halen aan de roerende en onroerende goederen van Margriet. Willem Geerts kwam op 10 juli met recht tot de gichte. Het pontgelt werd hier geteld op 72,5 stuivers vermits er ook Brabants goed bij is.

 

1561, 12 augustus. Folio 369

Willem Geerts heeft ontvangen voor Willem, Jan en Heijloff van Muelstede alias Houwers het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: hun gedeelte van de molens in Castel met het goed dat erbij hoort. Ze zijn tot de gichte gekomeen.

 

1561, 12 augustus. Folio 369

Ffrans Van Muelstede alias Houwers heeft ontvangen voor hem en voor zijn zuster Maria het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun zuster Margriet; het 6de gedeelte van de helft van de molen met het goed dat erbij hoort in Castel onder Coerssel gelegen. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 12 augustus. Folio 369

Ffrans van Muelstede alias Houwers heeft opgedragen tot behoef van Willem Geerts het 1/6 en de helft van 1/6 gedeelte in de helft van de molen met het goed daarbij van de voorschreven molens gelegen in Castel onder Coerssel, voor 150 rinsgulden Brabants geld, 2 stuivers als goidspenninck en lycoep nae lantcoepe. In deze koop is inbegrepen hetgeen onder de Brabantse bank sorteert. Willem Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna kwam Willem Geerts en hij heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Van Muelstede alias Houwers het voorschreven 1/6 gedeelte en de helft van 1/6 gedeelte van de helft van de molens met het goed erbij, hierboven vermeld, en daarbij nog het gedeelte van de molens met het goed dat Willem Geerts op 19 juni laatstleden van Jan en Margriet van Muelstede alias Houwers met gichte kocht, met nog al hetgeen dat Geert Willems in de toekomst nog verkrijgen mag, samen als een pand en onderpand voor 3 mudde rogge goed leverbaar koren, jaarlijks vallend op Sint Gielisdag. Deze 3 mudde rogge moeten binnen de stad Diest kosteloos en schadeloos geleverd worden. Willem Geerts of zijn nakomelingen mogen deze 3 mud aflossen met 150 rinsgulden Brabants (de karolusgulden voor 22 stuivers, de philipsgulden voor 27 stuivers, de daelder voor 30 stuivers, de philipsdaelder voor 35 stuivers en al het ander geld na advenant). Ffrans Van Muelstede is met recht tot de gichte gekomen. Conditie is dat Willem Geerts binnen het jaar 2 mudde rogge jaarlijks moet afkwijten zoals Lijssbeth Keesmans jaarlijks gelden heeft aan een gedeelte van deze molens.

 

1561, 04 september. Folio 371(1)v

Lambrecht Zeekers heeft voor hem en voor zijn megeringen de kinderen van Lijssbeth Zeekers en de kinderen van Anna Zeekers het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), de H. Geest van Kermpt 2) en Peter Alen 3); nog een stuk erf onder Schuelen gelegen, grenzend Thijs Van Ham 1), Aert Vanden Kerchoff 2). Lambrecht is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1561, 04 september. Folio 371(2)v

Pouwels Vrancken heeft opgedragen tot behoef van zijn kinderen Christiaen, Jan, Pouwels, Lambrecht en Ida Vrancken zijn tocht van een beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'tGesuere', grenzend 'die Breedonck' aan twee zijden, Jan Zmeets 3) en 'dAst' 4). Christiaen, Jan, Pouwels, Lambrecht en Ida zijn met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna kwamen Christiaen, Jan, Pouwels, Lambrecht en Ida Vrancken met haar verleende mombers Peter Zmeets en Wouter Vanden Hove en ze hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Jan Reijners de voorschreven beemd voor 300 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen. Binnen het jaar heeft Jannes Zmeets als momber van zijn huisvrouw de voorschreven beemd vernaderd, zoals men zal vinden op 10 september 1562.

1561, 04 september. Folio 372

Jan Reijners heeft opgedragen tot behoef van Christiaen, Pauwels, Lambrecht en Ida Vrancken de 12 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Jan Beckers onder Coerssel gelegen, die te kwijten staan met 200 rinsgulden Brabants. Christiaen, Pouwels, Lambrecht en Ida Vrancken zijn met recht tot de gichte gekomen. Deze 12 rinsgulden jaarlijks zijn gegicht door Jan Reijners aan Christiaen, Pouwels, Lambrecht en Ida voorschreven in afkorting van de 300 rinsgulden voorschreven. In de voorschreven rente van 12 rinsgulden participeert Jan Vrancken niet omdat hij zijn geld al heeft ontvangen. Jan Reijners draagt als onderpand de bovengeschreven beemd op voor de voorschreven rente.

De eerste gicht van 12 rinsgulden jaarlijks zal men vinden op 21 februari 1555.

 

1561, 02 oktober. Opt jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 375

Heijloff Maechs met haar geleverde momber Willem Geerts heeft opgedragen tot behoef van Peter Maechs, haar broer, haar gedeete van een stukje broek in Coerssel gelegen, geheten 'dLanck Vonderken'. De hele beemd grenzend de kinderen van Peter Joris 1), Peter Maechs voorschreven met zijn megeringen 2) en Jeronijmus Schoeven 3), voor 40 rinsgulden Brabants eens. Enkel belast met 1 penninck grondcijns. Peter Maechs geeft nog twee schapen met een waarde van 30 stuivers, een halve stuiver als godspenninck en lijcoepe nae lantcoepe. Peter Maechs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 16 oktober. Folio 376v

Geert Schats heeft opgedagen tot behoef van Jacop Cannarts een hof in Schuelen gelegen aan het kerkhof, grenzend het kerkhof 1), 'die stege' 2) en 3) en Jacop Cannarts voorschreven 4). Hij is belast aan diverse personen met 28 stuivers jaarlijks erfelijk en nog met twee alde groot grondcijns. Conditie is dat indien in de toekomst mocht blijken dat de hof zwaarder belast is dan hiervoor geschreven, dan zal Jacop voor elke stuiver 1 gulden mogen korten. Mocht hij minder zwaar belast zijn, dan moet Jacop voor elke stuiver 1 gulden bijleggen. Conditie is tevens dat Jacop tot zijn last zal nemen de 4 rinsgulden jaarlijks waarmee de beemd van Geert genaamd 'die Echeldonck' belast is aan de erfgenamen van Henrick Vanden Morttel van Diest. Die staan te kwijten met 72 rinsgulden. Hiervan moet Geert het verloop betalen voor 1561. Jacop zal aan Geert nog gichten aan de voorschreven hof 6 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente met valdag op Sinte Dionijsdag en voor het eerst in 1563. Omdat voorwaarde is dat van deze rente elke rinsgulden af te leggen staat met 18 rinsguldeen, maakt dit een kapitaal van 108 rinsgulden Brabants. Godspenninck 1 stuiver en lijcoep 5,5 rinsgulden. Jacop Cannarts is met recht tot de gichte gekomen. Maria Thijs, huisvrouw van Geert Schats, heeft aangaande deze gicht vrouwenrecht gedaan.

1561, 16 oktober. Folio 377

Jacop Cannarts heeft opgedragen tot behoef van Gheert Schats als momber van zijn huisvrouw de voorgeschreven hof als een pand voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente op alle manieren zoals voorschreven is. Geert Schats werd als momber van zijn huisvrouw in de 6 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht.

Op 2 oktober 1567 heeft Geert Schats de voorschreven panden van de 6 rinsgulden jaarlijks gekweten. Maria Borgelinx weduwe van Jacop Cannaerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 30 oktober. Folio 378v

Peter Vanden Briele heeft voor hem en voor meester Nijs Vanden Briele het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun zuster Katherijn Vanden Briele zaliger: een beemd bij 'sHoijeters' gelegen, grenzend 'tGemeijn Schaveije' N en de Laeck Z; nog 4 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Wouter Coex in Schuelen gelegen; nog 1 rinsgulden Brabants jaarlijks aan panden van de erfgenamen van Thijs Thijs onder Schuelen gelegen; nog een bloeck bij Moelem gelegen, geheten 'dat Liemelaer Bloeck', palend het kind van Gielis Coex 1), de erfgenamen van Anna Dries en de straat 2); nog 'dat Schom Bloeck', grenzend het 'Liemelaer Bloeck' O, de erfgenamen van Jan Oijen Z en de straat N; nog een stukje land boven 'Geert Coenen Hoff' gelegen, grenzend Geert Coenen O, de straat W; nog een bloeck gelegen 'inde Moelems Dellen', grenzend Thewis Aerts en Gielis Coex kind Z; nog een mudde rogge Diesters jaarlijks aan panden van de erfgenamen van Jan Eelens in Moelem gelegen en alle andere goederen die onder de heer van Lumpmen vallen. Peter Vanden Briele is voor hem en voor meester Nijs voorschreven tot de gichte gekomen met recht.

 

1561, 27 november. Folio 383v

Ffrans Scepers heeft opgedragen tot behoef van Anna Van Geel de 6 halster rogge jaarlijks die hij gelden heeft aan panden van Geert Coex onder Schuelen gelegen. Deze staan te kwijten met 18 rinsgulden Brabants. Anna Van Geele is met recht tot de gichte gekomen. Godspenninck een halve stuiver. Ffrans stelt als onderpand een stuk broek achter de molen gelegen 'opte Demer': een stuk broek geheten 'den Ravenbeempt'.

 

1561, 11 december. Folio 384v

Aerdt Heijloven heeft opgedragen tot behoef van Henrick Swinnen een stuk land onder Schuelen gelegen, grenzend Jacop Cannarts 1), sheeren straet 2) en 'Teroens Lant' 3); nog een bosje ook onder Schuelen gelegen, grenzend Jacop Cannarts aan twee zijden, de kerk van Schuelen 3) en de straat 4), samen opgedragen als een pand voor een mudde rogge jaarlijks Diester mate met valdag op Sinte Andriesdag. Aerdt staat met al zijn andere goederen garant voor het geval dat het pand niet sterk genoeg zou zijn. Aerdt Heijloven en zijn nakomelingen mogen dit mud rogge jaarlijks aflossen met 34 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. en met pacht volgens verloop van de tijd. Indien Aerdt binnen het jaar zou afleggeen, dan moet hij toch een volle pacht betalen aan Henrick. Henrick Zwinnen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1561, 11 december. Folio 385

Peter Cornelis heeft opgedragen tot behoef van Thijs Hueveners de helft van een stuk broek onder Coerssel gelegen, geheten 'den Baeckelman', grenzend Thonis Naelden 1), Lambrecht Scepers 2), de beek 3) en Peter Melis 4), voor 95 rinsgulden, 1 stuiver als godspenninck en als lijcoep 5 stuivers. Het goed is enkel met grondcijns belast. Thijs Hueveners is tot de gichte gekomen.

 

1562, 08 januari. Jaergedinge nae Derthien Dach. Folio 387

Goris Houtmans heeft opgedragen tot behoef van Reijner Schuermans de 2 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Pouwels Zwinnen alias Hagels onder Schuelen gelegen, voor 29 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als godspenninck en als lijcoep 10 stuivers. Reijner Schuermans is met recht tot de gichte gekomen.

Deze 2 rinsgulden jaarlijks zijn gekweten door Reyner Schuermans voorschreven zoals blijkt hiervoor op 1 juli 1557 als Goris Houtmans aan Joris Luyten huis en hof gicht voor 2 rinsgulden jaarlijks.

 

1562, 22 januari. Folio 389

Jan Convents heeft opgedragen tot behoef van Aert Neelens een stukje land in Coersel gelegen 'inde kercken straet', geheten 'den Vlassaert', grenzend Valentijn Vaes 1), 'de Kerckstraet' 2) en heer Jan Neelens erfgenamen 3). Enkel belast met de grondcijns. Verkocht voor 90 rinsgulden Brabants, 1,5 stuivers als godspenninck. Aert is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 05 maart. Folio 394v

Thewis Beerten heeft opgedragen tot behoef van Henrick Buwens 2 philipsgulden jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Peter en Lijssbeth Pelsers onder Coerssel gelegen, volgens de inhoud van ons register. Deze 2 philipsgulden zijn te kwijten met 50 rinsgulden Brabants. Opgedragen in ruil voor een goed onder de bank van Ham gelegen. Henrick Buwens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 05 maart. Folio 395v

Willem Mulaerts met zijn huisvrouw Marie Van Heijlesom heeft opgedragen tot behoef van Adriaen Hermans een halve zille broek gelegen 'inden Doutsaert', grenzend 'die Nuwe Beempde' 1), de Herck 2) en de kinderen van Henrick Braens 3) en het gemeijn broeck 4), voor 1 philipsgulden jaarlijks die Willem jaarlijks geldt van zijn goederen onder Linchout gelegen aan Henrick Bervoets. Die staan te kwijten met 20 rinsgulden. Adriaen belooft dat hij de philipsgulden jaarlijks binnen het jaar zal afleggen, zodat Willem en zijn panden er geen last meer van zullen hebben. Adriaen Hermans is met recht tot de gichte gekomen.

Op 22 april 1563 heeft Henrick Bervoets opgedragen tot behoef van Adriaen Hermans en hij kwijt hem de philipsgulden jaarlijks voorschreven. Hij ontving het kapitaal.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 400

Michiel Alen heeft als momber van zijn huisvrouw het versterf ontvangen dat haar is aangestorveen na de dood van haar moije Lijssbeth Jacops: een zille broek op 'den Huijven Bampt' gelegen en 2 zillen broek 'opt Roijer Broeck' gelegen; nog 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks aan panden van Henrick Doermaels; aan panden van Nijs Kelbrechs een half mud rogge jaarlijks; aan de panden van de erfgenamen van Henrick Vander Eijcken 5 rinsgulden 5 stuivers jaarlijks; aan 'het Haesen Broeck' 2 rinsgulden jaarlijks, aan panden van Jacop Cannarts 4 rinsgulden jaarlijks; nog aan panden van de erfgenamen van Henrick Stessens 1 rinsgulden jaarlijks; nog een stuk land geheten 'den Kenen'; nog een boske opt Schuermans Inde gelegen; nog een bosje aan 'die Maenen Straet' gelegen en wat hier verder nog mocht sorteren. Michiel is als momber van zijn huisvrouw voorschreven tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 401

Jan Witters heeft opgedragen tot behoef van Henrick Witters een stuk land onder Coersel gelegen, grenzend Loijch Rutten 1), Peter Wellens 2), Henrick Witters voorschreven 3), voor 57 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als goedspenninck en als lijcoep 9 stuivers. Henrick Witters is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 401

Jan Croenen heeft opgedragen tot behoef van Jacop Cannarts huis en hof met toebehoren opte Stappe onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, 'het Bruijninx Goet' 3), zoals hij dat heeft verkregen van Peter Poelmans. Draagt nog op een huisje met een hof onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), de erfgenamen van Jan Wijmans 2), zoals hij het heeft gekocht van Henrick Van Reppel. Jan draagt deze percelen op als een pand voor 9 halster rogge jaarlijks met valdag op half maart. Ze staan te kwijten met 34 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als godspenninck en als lijcoep 34 stuivers. Tot versterking van het pand stelt Jan Croenen als onderpand de 14 stuivers Brabants jaarlijks die hij gelden heeft aan panden van Ffrans van Gelmen opte Stappe gelegen. Voorwaarde is dat indien Jan Croenen 1 rinsgulden jaarlijks zal afleggen die Peter Poelmans jaarlijks aan die panden heeft, dat dan het onderpand vrij zal zijn. Jacop is met recht tot de gichte gekomen.

De voorschreven rinsgulden jaarlijks is afgekweten door Jacop Cannaerts zoals men zal vinden in 1560 op 14 maart. De kwijting is geschreven onder de gichte als Peter Poelmans aan Jan Croenen huis en hof gicht. Ze gebeurde op 8 november 1565.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 401v

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Henrick Houtmans een stuk broek in Haexelaer gelegen, grenzend Wouter Hoeffmans 1) en 2), Joes Sweerts 3) en Henrick Wijnen voorschreven 4). Belast met 4,5 rinsgulden Brabants erfelijk. Opgedragen in ruil voor een ander stuk broek, zoals hierna volgt. Henrick Wijnen staat aan Henrick Houtmans een erfweg toe over zijn ander goed, gelegen naast het vorige, ter minste schade. Hij mag die gebruiken om te varen, te drijven zo dikwijls als het hem belieft. Henrick Houtmans is met recht tot de gichte gekomen.

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 402

Henrick Houtmans heeft opgedragen in ruil met het voorschreven stuk broek aan Henrick Wijnen een stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'die Streep', grenzend Jan Tielens 1) en Cornelis Martens 2). Henrick Wijnen is tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 402

Johanna Moens met haar geleverde momber Willem Moens, haar broer, heeft opgedragen tot behoef van Thijs Hoenderboems 25 stuivers Brabants jaarlijks zoals zij die gelden heeft aan panden van Peter Oriaens onder Coerssel gelegen. Voor 18 rinsgulden Brabants eens, 12 stuivers als lijcoepe. Thijs Hoenderboems is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 402

Willem van Muelstede alias Houwers heeft opgedragen tot behoef van Willem Geerts zijn gedeelte van de molens met de erfgoederen die bij deze molens behoren onder Coerssel gelegen. Dit deel is hem verstorven na de dood van zijn ouders. Verkocht voor 35 rinsgulden Brabants eens boven de last, zowel Brabantse als Loonse, een halve stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Willem Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 402v

Heijloff Houwers alias Van Muelstede met haar verleende momber Jan Kenens heeft opgedragen tot behoef van Willem Geerts haar gedeelte van de molens met de erfgoederen die erbij horen onder Coerssel gelegen, voor 35 rinsgulden Brabants eens boven de last. Godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep. Dat gaat zowel om Loonse als Brabantse delen en lasten. Willem Geerts is tot de gichte gekomen met recht.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 403

Jan Witters heeft opgedragen tot behoef van Henric Valgaijers, zoon van Wouter, al zijn Loonse goederen onder deze bank sorterend als een onderpand voor 4 muddde rogge jaarlijks zoals Jan Witters vandaag aan Henrick Valgaijers heeft gegicht in de Brabantse bank. Henrick Valgaijers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 403v

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Wouter Hoeffmans een stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'die Streep', grenzend Jan Tielens 1), Cornelis Martens 2), voor 54 rinsgulden Brabants eens, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Wouter Hoeffmans is met recht tot de gichte gekomen.

Op 18 maart 1563 heeft Wouter Hoeffmans tot behoef van Jan Tielens de voorschreven beemd opgedragen, bekennend hem de naderschap. Jan Tielens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 404

Bartholomeus Claes heeft het versterf ontvangen dat hem is aangestorven na de dood van Henrick Claes, waar Lijssbeth Jacops als tochtster is uitgestorven: 1 rinsgulden jaarlijks staande aan 'tLiebens Velt' onder Schuelen gelegen. Bartholomeus is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 09 april. Als jaerdinge nae beloeken Paesschen. Folio 404

Geleijtenisse door de weduwe van Jan Van Utriecht alias Inden Vossch in Webbecom op panden van Katherijn Van Heijst onder Coerssel gelegen.

Jan Vanden Bussche had als gemachtigde van Metten, de weduwe van Jan Van Utriecht voorschreven, geprocedeerd op panden toebehorend aan Katherijn Van Heijst omdat de pacht van 2 mudde rogge jaarlijks niet betaald werd gedurende 2 jaren. De schepenen hadden gewezen dat de gemachtigde tot betaling of tot geleijt van de panden kon komen en de wederpartij moest konde krijgen tegen het geleijt. Katherijn Van Heijsscht werd 'ingeheijst' maar zei er niets tegen. Daarom werd aan meester Jan de Busscher in de naam van de weduwe risch en hout geleverd in een teken van eigendom en hij is ook in die naam tot de gichte gekomen met recht. Aan Katherijn van Heist is afruiming gewezen op 7 stuivers.

 

1562, 11 april. Folio 405

Peter Pelsers heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een uutfanck onder Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet 1) en Jan Reijners 2), voor 4 rinsgulden Brabants eens. Dit is samen verkocht met een ander goed sorterend onder de Brabantse bank. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 11 april. Folio 405v

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van jofr. Lijssbeth Vanden Velde een stuk broek in Oversel gelegen, groot omtrent 6 zillen, grenzend Peter Dillen aan 2 zijden, de beek 3) en sheeren aerdt 4), als een pand voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op 31 maart. Deze moeten kosteloos en schadeloos geleverd worden in Diest in het huis van jofr. Lijssbeth, vrij van alle schattingen, beden en 'exactiŽn' die er nu zijn of in de toekomst zullen gesteld worden. Deze 6 rinsgulden Brabants jaarlijks mogen Pouwels Geerts of zijn nakomelingen altijd aflossen met 100 rinsgulden Brabants geld en met volle pacht. Jan Karridder is in de naam en tot behoef van jofr. Lijssbeth voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 11 april. Folio 406

Barthelmewis Claes heeft opgedragen tot behoef van zijn zuster Maria Claes een stuk land onder Schuelen gelegen 'bij den aensel' met zijn gedeelte in 'den aensel' waar hun moije Merike Claes zaliger uitgestorven is; nog een stuk broek geheten 'tGroet Roest'; nog 1 rinsgulden erfelijk staande aan 'tCleijn Roet', in ruil voor haar gedeelte van het leen genaamd 'dLeen van Corthijs' onder Schuelen gelegen. Dat is op haar verstorven na de dood van Henrick Claes zaliger en waar Lijssbeth Jacops als tochtster is uitgestorven. Maria Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 11 april. Folio 406v

Jan Willems heeft opgedragen tot behoef van Leijs Maechs een beemd tGeeneijcken gelegen, geheten 'dMeer Stuck Beempt', zoals hij die verkregen heeft met gicht van Cristijn Lambrechts zoals te vinden in de gichte van 17 april 1561. Jan bekent aan Leijs de naderschap ervan en Jan Willems bekende dat hij alles betaald kreeg. Leijs Maechs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 11 april. Folio 406v

Leijs Maechs heeft opgedragen tot behoef van Wouter Opt Vinneken de voorschreven beemd, die hij 'affbeschudt' heeft van Jan Willems, voor 35 rinsgulden Brabants eens boven alle aanstaande lasten. Wouter Opt vinneken is tot de gichtee gekomen met recht.

 

1562, 11 april. Folio 407

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Adriaen Cuijpers een stuk broek gelegen te Haexelaer, grenzend Henrick Houtmans 1), Aert Neelens 2), Joes Sweerts 3) en Leijs Wijnen 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks met valdag op Sint-Servaesdag. Het half mud rogge moet kosteloos en schadeloos betaald worden. Henrick of zijn nakomelingen moeten het half mud rogge jaarlijks steeds aflossen met 19 rinsgulden Brabants. Adriaen Cuijpers is met recht tot de gichet gekomen. Dit half mudde rogge jaarlijks is gekweten door de mombers van de kinderen van Govaerdt Reijnkens van Beverloe zoals men zal vinden op 25 juni 1587.

 

1562, 11 april. Folio 407v

Lambrecht Clerx heeft opgedragen tot behoef van Jan Bossmans 1 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van de erfgenamen van Niel Wouters onder Coerssel gelegen, namelijk aan 'dat Stall Bloeck'. Verkocht voor 18 rinsgulden Brabants, een halve stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Jan Bossmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 11 april. Folio 408

Gielis Vander Hoeven heeft met zijn huisvrouw Margriet Stapparts opgedragen tot behoef van Katherijn Van Herck 2 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Wouter Croexs onder Schuelen 'opten Billen Hoeck' gelegen. Verkocht voor 30 rinsgulden Brabants, 1 stuiver als goedspenninck en 1 rinsgulden als lijcoep. Henrick Stapparts is in de naam en tot behoef van Katherijn Van Herck met recht tot de gichte gekomen op volgende conditie. Indien Katherijn deze 2 rinsgulden jaarlijks niet uit noodzaak moet verkopen, zal ze na haar dood succederen op de wettige kinderen van haar zuster Geertruijt. Gielis met zijn huisvrouw staat hiervan een gezegelde brief toe.

 

1562, 11 april. Folio 408v

Jacop Cannarts met zijn momber Jaspar Cornelis heeft opgedragen tot behoef van Gheert Scats als momber van zijn huisvrouw Maria Thijs huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend 'den kerckhoff' 1), 'die schutter camer' 2) en sheeren straet 3); nog een hof ook aan het kerkhof in Schuelen gelegen, die Jacop voorschreven op 16 oktober laatstleden van Geert Scats kocht en daarbij nog al zijn andere Loonse goederen samen als een pand voor 12 halster rogge jaarlijks. Valdag is dezelfde als de 6 rinsgulden jaarlijks die Jacop aan Geert voorschreven gegicht heeft op 16 oktober laatstleden. Jacop of zijn nakomelingen mogen deze 12 halster rogge niet afzonderlijk van de 6 rinsgulden jaarlijks aflossen. Dat zal in een keer moeten gebeuren met nog eens 50 rinsgulden erbij zodat de hoetpenningen in hun geheel 158 rinsgulden bedragen.

Aangaande de 4 rinsgulden jaarlijks, staande 'op dEchel Donck' en jaarlijks te betalen aan de erfgenamen van Jan Vanden Morttel van Diest, die Jacop had beloofd om ze eraf te doen of tot hem te nemen, dat moet niet doorgaan. Geert moet die blijven betalen of ze afleggen. Geert Scats is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen. Het pontgelt van de 12 halster rogge jaarlijks, namelijk 2,5 rinsgulden, heeft Jacop Cannarts betaald.

Op 2 oktober 1567 heeft Geert Schats de bovenstaande panden gekweten van de 12 halsters rogge voorschreven en ook van de 6 rinsgulden jaarlijks voorschreven. Hij kreeg het kapitaal en alle restanten betaald. Maria Borgelinx is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 14 mei. Folio 409

Lambrecht Opde Hoeve met zijn huisvrouw Margriet Hagels en Lambrecht Hagels hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Henrick Van Reppel een stuk broek onder Schuelen gelegen, geheten 'die Langdonck'. In dit stuk broek reserveert Margriet Hagels zich een halve zille omdat ze deze met haar eerste man Aert van Scaffen zaliger verkregen heeft via koop van Lambrecht Vanden Berge. Verkocht voor 103 rinsgulden en 5 stuivers Brabants eens boven alle aanstaande lasten. Indien mocht blijken dat deze lasten erfelijk zijn, dan zal de erfelijkheid aan Henrick in mindering gebracht worden. Betalen voor Kerstmis eerstkomend. In deze som is ook het geld voor Lambrecht Hagels begrepen. Henrick Van Reppel is met recht tot de gichte gekomen. Goedspenninck 2 rinsgulden en lijcoep 4 rinsgulden.

 

1562, 14 mei. Folio 410v

Jan Geerts heeft opgedragen zijn tocht van huis en hof onder Coerssel gelegen, geheten 'den Roscamp', grenzend Anna Knapen O, Henrick Kenens 2) en sheeren strate 3), tot behoef van zijn kinderen namelijk Michiel Semmers als momber van zijn huisvrouw Katherijn Geerts, Bartholomeus Bullekens als momber van zijn huisvrouw Cristijn Geerts en Henrick Geerts. De kinderen van Jan zijn met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

1562, 11 april. Folio 410v

Nu tocht en erfelijkheid samen zijn, kwamen Michiel Semmers als momber van zijn huisvrouw Katherijn Geerts, Bartholomeus Bullekens als momber van zijn huisvrouw Cristijn Geerts en Henrick Geerts en ze hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Heijloff Vander Straten weduwe van Jan Vanden Berge het voorschreven huis en hof als een pand voor 3,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op 14 mei. Deze rente mogen de kinderen en hun nakomelingen afleggen met 60 rinsgulden Brabants eens. Ze staan elk apart garant voor een sterk pand. Michiel en Bartholomewis beloven om hun echtgenotes hier te brengen om in te stemmen met deze gichte. De kinderen hebben deze rente opgedragen om aan de belofte te voldoen die hun vader Jan Geerts had gedaan aan Jan Vanden Berge voor de Brabantse schepenen van Lummen.

Deze belofte luidt als volgt. Op 9 maart 1556 kwam Jan Geerts van Coerssel voor de schepenen van Brabants recht van Lummen en hij bekende dat hij aan Jan Vanden Berge de som van 60 rinsgulden Brabants geld schuldig is. Voor deze som zal hij aan Jan Vanden Berghe jaarlijks 3,5 rinsgulden geven, drie jaar lang. De eerste valdag zal half maart 1557 zijn. Na deze 3 jaar zal hij het geld teruggeven aan Jan Vanden Berge met de jaarlijkse cijns of goede panden ervoor stellen aan Jan. Hiervoor heeft Jan Geerts al zijn Brabantse goederen opgedragen als een borg op voorwaarde dat indien Jan zijn jaarrente niet betaalt en de drie jaren verstreken zijn, Jan Vanden Berge deze Brabantse goederen zal mogen 'beleijen ende uutwinnen' en daartoe komen met recht. Jan Geerts staat ervoor garant. Deze tekst is van de hand van Ffranck Vanden Hove en komt overeen met het origineel

Op 16 juli 1562 heeft Katherijn Geerts, de huisvrouw van Michiel Semmers en eveneens Cristijn Geerts huisvrouw van Bartholomeus Bullekens de voorgaande gichte gelaudeerd en van macht gehouden.

Heijloff Vander Staten is op 22 oktober 1562 met recht tot de gichte gekomen. De voorschreven 3,5 rinsgulden zijn te kwijten met 60 rinsgulden zoals in de borgtocht staat.

 

1562, 04 juni. Folio 411v

Geert Peters heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Peter zijn tocht van 1 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Jan Vanden Boeck onder Schuelen gelegen. De eerste gicht dateert van 14 september 1559. Peter Peters is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

 

1562, 04 juni. Folio 413

Jan Smeets alias Kimps heeft opgedragen tot behoef van heer Dionijs Cremers een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'dat Groet Broeck', grenzend Bartholomewis Tielens 1), Jan Leijsen 2) en de straat 3); nog 2 stukken broek geheten 'de Ruijsschen Beempde', grenzend Bartholomeus Tielens 1), Anna Stevens 2) en 3), 'sHeijlichs Geests Broeck', Peter Pelsers en Cristijn Geerts 4) als een pand voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten, los en vrij binnen de stad Diest te leveren. Deze 6 rinsgulden jaarlijks mogen Jan Zmeets of zijn nakomelingen steeds aflossen met 100 rinsgulden Brabants lopend geld en met rente naar verloop van tijd. Jan staat hiervan een gezegelde brief toe. Heer Dionijs Cremers is met recht tot de gichte gekomen. Jan Smeets heeft het pontgelt betaald. De huisvrouw van Jan, genaamd Katherijn Smeets, heeft met deze gicht ingestemd. Heer Dionijs heeft de andere hofrechten betaald.

 

1562, 04 juni. Folio 413v

Loijch Beckers heeft opgedragen tot behoef van Peter Pelsers als momber van zijn huisvrouw Anna Beckers huis en hof in Coerssel gelegen, grenzend Jan Beckers aan 2 zijden, Henrick Kenens 3) en sheeren straet 4). Peter Pelsers moet hiervoor van zijn 'sweer' (schoonvader) lasten afnemen waar zijn andere goederen mee belast zijn aan diverse personen, voor een totaal van 100 rinsgulden Brabants eens. Deze lasten staan zowel aan Loonse als aan Brabantse goederen. Voorwaarde is tevens dat Loijch Beckers en zijn huisvrouw hun gebruik van dit huis en hof zullen hebben en hun in- en uitgaan hun leven lang zonder dat iemand er iets kan tegen zeggen. Indien Geert, zoon van Jan Neesen, zoveel lasten inbrengt als Peter Pelsers, zal hij ook zoveel goed daar tegen hebben als het voorschreven huis en hof waard is, na de dood van Loijch Beckers en zijn huisvrouw. Peter Pelsers is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen. Het Loonse goed wordt gewaardeerd op 60 rinsgulden.

 

1562, 04 juni. Folio 413v

Voorwaarden van de verkoop van goederen door het godshuis van Rothem aan Jan Peters.

Op 14 maart 1562 Luikse stijl werd de handslag gegeven van de goederen in Goerselaer gelegen vanwege het 'goidtshuijs van MariŽn Roede' aan Jan Peters zoon van Gielis voor 300 rinsgulden eens, los geld boven alle lasten 'commeren, heerlijcke' en andere rechten erop. De koper moet binnen 2 maanden 112 rinsgulden eens betalen en de rest op het voorschreven goed bekennen in erfelijke kwijtrente tegen den penninck 18. Te kwijten in twee keer en met volle rente. Alle gevallen renten en commeren zullen tot de datum van gichten door het godshuis betaald worden en daar tegen zullen ze de huur trekken de gevallen is. De koper moet de lijcoep van 4 rinsgulden eens betalen en als schrijfgeld 2 rinsgulden eens. De aanstaande lasten staan tot last van de koper of ze kwijtbaar zijn of niet, zonder korting aan de koopsom. Goidspenninck 1,5 stuiver. Getuigen: Jan Struijvens en Adriaen Van Vinckevorst, in Rotthim. Ondertekend door P. de Palude.

Machtiging door de abdis en het convent van Rotthem.

Zuster Susanna Van Bree abdis van het klooster van Rotthem in het bisdom van Luik gelegen, zuster Maddaleen Brusfaert priorinne, zuster Margareta Dierix, zuster Ffranssose Deniquet, zuster Clara Vander Roost, zuster Joanna van Merode, zuster Elisabeth Claes, zuster Mari Seuerdonck, zuster Mari Vanden Kerchoff, zuster Catlijn Ouwers, zuster Margareta Vander Merrssen, zuster Barbara van Meerchem, zuster Leonora Paijs, zuster Ffranssoes Abrame, allen conventualen van het godshuis voorschreven hebben een akkoord gesloten en kwamen overeen dat ze aan Jan Peters huis, hof, land en broek hebben verkocht liggend in Goerselaer onder Lummen, zowel onder Brabant als onder het land van Luik en Loon. Alles gebeurt volgens de condities opgemaakt door Pouwels Vanden Broecke als notaris (de Palude). De zusters moeten deze goederen verkopen omwille van grote achterstand in betaling van beden, imposten (belastingen) en tiende penningen. Ze geven macht aan hun trouwe dienaars broeder Jan Vanden Bossche en meester Pauwels Vanden Broecke om in hun naam voor recht gichte en guedinge te doen en de zusters te ontgichten, tot profijt van de koper en zijn nakomelingen. De abdis en het convent hebben het zegel van het convent aan deze brief gehangen. Ze hebben aan de heer prelaat van Villeers als overste en visitator van het voorschreven godshuis verzocht om hetgeen voorschreven is te lauderen en te ratificeren. Actum 1562, 12 april.

 

Op 16 april 1562 kwamen heer Jan Vanden Bossche en Pouwels Vanden Broeck als gemachtigden en afgevaardigden van het godshuis van Rottem en ze hebben volgens de bovenstaande voorwaarden opgedragen tot behoef van Jan Peters goederen in Goersselaer gelegen voor 300 rinsgulden Brabants eens boven allle lasten. Heer Jan Vanden Bossche bekent dat hij 112 rinsgulden Brabants heeft ontvangen en voor de resterende 188 rinsgulden bekent Jan Peters een jaarlijkse rente als hier na volgt tegen den penninck 18. Jan Peters is op 4 juni 1562 met recht tot de gichte gekomen.

1562, 04 juni. Folio 415

Jan Peters heeft opgedragen tot behoef van het godshuis van Rottem al de goederen vernoemd in de voorgaande gichte als een pand voor 10,5 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente met valdag op datum van gichten. Deze rente mogen Jan Peters of zijn nakomelingen altijd aflossen tegen den penninck 18 in twee keer en met volle rente volgens verloop van tijd in geld zoals het dan in Brabants loop zal hebben. Heer Jan Vanden Boosche is in de naam van het godshuis van Rottem tot de gichte gekomen. Hiervan werd tevens gichte gedaan in de Brabantse bank omdat hier maar het derde deel van de verkochte goederen sorteert. Pontgelt 5 rinsgulden.

 

1562, 04 juni. Folio 412v

Peter Peters heeft opgedragen tot behoef van Geert Schats 1 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Jan Vanden Boeck onder Schuelen gelegen. De eerste gichte daarvan is te vinden op 14 september 1559. De rinsgulden staat te leggen met 20 rinsgulden. Geert Scats is op 25 juni met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 416

Gielis Cilien heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Joes een half mudde rogge jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Jan Int Waelpot alias Vernijen onder Schuelen gelegen voor een ander half mud rogge jaarlijks hovend in de laethoff van Malepeert, staande aan panden van Gielis Cilien voorschreven. Dat pand is een stuk land geheten 'Dessen Lant'. Het half mud rogge staat te kwijten met 15 rinsgulden eens. Lambrecht Joes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 416

Gielis Cilien heeft als momber van zijn huisvrouw Margriet Stapparts het versterf ontvangen dat haar aangestorven is na de dood van haar moije Maria Coex en waar Jan Van Nedercosen als tochter is uitgestorven: 2 hoefkens 'opt Schuermans Inde' achter het aensel van Reijner Schuermans gelegen; nog een stuk erf gelegen inde Miere, geheten 'den Smautbampt'; nog een stukje broek geheten 'Doijen Donck' en nog een stukje broek geheten 'Deechtken'. Gielis is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 416v

Jan Zentens heeft opgedragen tot behoef van Peter Neelis een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'Dauwe Groeff', grenzend Thonis Leijsens 1), Peter Neelis voorschreven 2) en sheeren straet 3). Het is belast met een mudde rogge jaarlijks aan de weduwe van Henrick Vanden Morttel van Diest. Hier boven zal Jan Sentens aan Peter nog schuldig zijn om van zijn andere goederen een mudde rogge jaarlijks af te nemen. Daarvan is de halster te kwijten met 5 stuivers Brabants staande aan Peter Leenen met zijn megeringen in Linchout. Dit mudde rogge staat te kwijten met 20 rinsgulden Brabants eens. Mocht het voor minder dan 20 rinsgulden te kwijten staan, dan zal Jan Sentens aan Peter bijleggen. Mocht het hoger te kwijten staan, dan zal Peter Neelis aan Jan bijleggen. Jan moet alle verlopen pachten betalen, ook die dit jaar vallen zullen. Hiervoor zal Jan de vruchten krijgen die op het veld staan. Peter Neelis is met recht tot de gichte gekomen. Godspenninck 1,5 stuivers en lijcoep 13 stuivers. Margriet Cremers, huisvrouw van Jan Zentens, heeft aangaande deze gichte vrouwenrecht gedaan.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 417

Peter Vanden Putte heeft opgedragen tot behoef van Jan Scepers een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Cornelis Vaes 1), Peter Meelis 2), Cornelis Martens 3) en sheeren aerdt 4). Het is belast met 9 penninck grondcijns en met een blanck of daaromtrent aan de H. Geest van Coersel. Verkocht voor 175 rinsgulden Brabants eens en voor een kermis aan de huisvrouw van Peter voorschreven 3 rinsgulden eens, als godspenninck 1 stuiver en als lijcoep 6,5 rinsgulden. Peter Scepers is in de naam en tot behoef van Jan Scepers met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 417

Valentijn Convents als momber van de H. Geest van Coerssel heeft, na proclamatie en met instemming van de geestelijke heer, opgedragen tot behoef van Peter Pouwels een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'tBuetschot'. Het grenst Peter voorschreven 1), Peter Jans 2) en 3), Jan Vanden Putte 4). Verkocht voor 4 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente. Peter Pouwels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 417v

Peter Pouwels heeft opgedragen tot behoef van de H. Geest van Coerssel het bovengeschreven stuk broek genaamd 'tBuetschot' en daarbij nog een stuk broek vlak naast het voorschreven stuk broek gelegen, ook geheten 'dBuetschot', samen als een pand en onderpand voor 4 rinsgulden Brabants jaarlijks. Deze 4 rinsgulden jaarlijks mogen Peter Pouwels of zijn nakomeligen altijd aflossen met 71 rinsgulden Brabants geld. Valentijn Convents is in de naam en tot behoef van de H. Geest van Coersel tot de gichte gekomen met recht. De confirmatie verleend voor deze gichte door de bisschop van Ludick volgt hierna op 6 mei 1563.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 420

Bartholomewis Zmeets heeft opgedragen tot behoef van heer Jan Kelbergen 2 risgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Lambrecht Vander Hoeven alias De Molder of van zijn erfgenamen onder Schuelen gelegen omtrent 'den Gijsskens Hueven' tussen Westherck en Berbroeck. Dat gaat om een grootte van omtrent 2 boender, zowel land als bos als heide, grenzend Wouter Coex erfgenamen aan 2 zijden, Katherijn Zelkaerts 3) en de erfgenamen van Henrick Van Heerl 4). Enkel belast met de grondcijns. Verkocht voor 32 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 stuiver, lijcoep 1 gulden. Mochten er meer lasten gevonden worden, dan belooft Bartholomewis die te vergoeden. Liebrecht Hoelsteens is in de naam en tot behoef van heer Jan Kelbergen met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans dach. Folio 420v

Katherijn weduwe van Henrick Vanden Morttel met haar geleverde momber Thijs Minbiers heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen, namelijk heer Michiel, Lijssbeth, Katherijn en Sophia Vanden Morttel haar tocht van 4 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan een stuk broek onder Schuelen gelegen, geheten 'Dechel Donck', toebehorend aan Geert Scats. De kinderen voorschreven zijn met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erflijkheid samen zijn, hebben heer Michiel, Lijssbeth, Katherijn en Sophia Vanden Morttel elk apart met hun verleende momber Thijs Minbiers aan de panden van Geert Scats deze 4 rinsgulden Brabants jaarlijks gekweten. Ze kregen zowel de hoetpenningen als alle restanten betaald en kwijten het pand. Geert Scats is als momber van zijn huisvrouw Maria Thijs met recht tot de gichte gekomen.

De weduwe en haar kinderen dragen samen al hun goederen op onder deze bank gelegen als een borg voor het geval dat Geert Scats of zijn nakomelingen hinder zouden ondervinden vanwege deze kwijting.

 

1562, 09 juli. Folio 421v

Aerdt Deckers heeft opgedragen tot behoef van Jan Tceels een bloeck onder Schuelen ter Eelst gelegen, grenzend Marten Swilden 1), de straat 2) en de erfgenamen van joncker Coenraerts van Malborch 3), voor 30 stuivers Brabants jaarlijks en erfelijk met valdag op datum van gichten, boven alle aanstaande lasten. Aert moet de verlopen lasten betalen tot op de dag van gichten toe. Jan Tceels is met recht tot de gichte gekomen.

Daarop heeft Jan tCeels opgedragen het voorschreven bloeck tot behoef van Aerdt Deckers voorschreven als een pand voor de voorgenoemde 1,5 rinsgulden Brabants erfelijk. Jan Tceels moet aan Aert voor een onderpand op Kerstmis eerstkomend 5 rinsgulden Brabants eens betalen en nog op de dag van verjaren 5 rinsgulden Brabants eens. Dan moet Jan aan Aerdt ook de rente van de 10 rinsgulden eens voorschreven betalen volgens verloop van tijd en lantcoep. Aerdt Deckers is met recht tot de gichte gekomen. 1 ort als godspenninck en 10 stuivers voor lijcoepe.

 

1562, 09 juli. Folio 422

Aerdt Baustmekers heeft opgedragen tot behoef van de kerk of de fabriek van Herck zijn tocht van 3,5 rinsgulden Brabants jaarlijks staande aan panden van Peter Alen, nog van 1 hornsgulden jaarlijks staande aan panden van Marten Swilden onder Schuelen en dat vanwege het testament dat hij en zijn huisvrouw Geertruijt Heijloven zaliger gemaakt hebben. De registratie daarvan is in het testamentboek te vinden op deze datum. Willem Rouben(?) is in de naam en tot behoef van de kerkfabriek van Herck tot de gichte gekomen met recht.

 

1562, 09 juli. Folio 422

Lambrecht Kempeners heeft voor hem en voor Jan, Peter en Geertruijt Kempeners het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun broer Hubrecht Kempeners zaliger is aangekomne: een stuk broek onder Coerssel gelegen, geheten 'de Stucke', grenzend de beek 1), Peter en Heenrick Voegelers 2). Lambrecht is voor hem en voor zijn megeringen tot de gicchte geekomen.

 

1562, 09 juli. Folio 422v

Maria Claes met haar geleverde momber Liebrecht Hoelsteens heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Willem Droechmans een stuk broek opte Kriekels Laeck gelegen, geheten 'dat Groet Roest', grenzend Bartholomeus Claes erfgenamen 1), Henrick Meuwkens erfgenamen 2), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Maria Claes of haar nakomelingen altijd aflossen met 52 rinsgulden en 10 stuivers Brabants geld. Willem Droechmans is met recht tot de gichte gekomen. Maria voorschreven heeft het pontgelt betaald.

De 52,5 rinsgulden zijn gekomen uit handen van Pouwels Zwinnen betreffende de 'soenen' (verzoening, overeenkomst) van het ongeval dat Pouwels (geperpetreert) veroorzaakt heeft aan Jan Droechmans zaliger. Hiermee kwijt Thomas Droechmans, als momber en naaste vriend van vaderswegen van Willem Droechmans voorschreven, Pouwels Zwinnen van deze zoen van achter tot voor. Maria Claes heeft eveneens als moeder van Willem voorschreven met haar momber Liebrecht Hoelsteens kwijting gedaan aan dezelfde Pouwels aangaande de zoen voor vermeld en ze bekent van alles voldaan te zijn. Maria met haar momber voorschreven heeft beloofd om de naaste vrienden (familie) van haar zijde ook kwijting te laten doen.

 

1562, 09 juli. Folio 423v

Peter Vanden Briele heeft in naam van Adam Vander Stucken als momber van zijn huisvrouw Maria Joes, Jan Van Lamijns als momber van zijn huisvrouw Anna Joes, Henrick Cannarts als momber van zijn huisvrouw Geertruijt Joes, Philips, Aerdt en Cecilia Joes het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: een stuk erf geheten 'd Meer', grenzend mr. Geert Van Velpen 1) en 'den Berbossch' 2); nog een veldeke ook onder Schuelen gelegen, grenzend Reijner Van Malborch erfgenamen 1), 'die Veltstege' 2); nog een hof geheten 'den Bloemen Hoff', palend de straat 1) en Peter Kempeners erfgenamen 2); nog een stuk erf grenzend de straat aan 2 zijden en de heer van Lumpmen 3); nog een stuk broek 'int Ffraesenbroeck' gelegen, grenzend de Laeck 1), Claes Vanden Roije de Jonge erfgenamen 2); nog een beemdje geheten 'dat Laeck Beempdeke', grenzend de Laeck 1), en 'den Huven Bampt' aan 2 zijden en alle goederen die nog onder deze bank sorteren. Peter Vanden Briele is in de naam van de voorschreven partijen met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 27 augustus. Folio 426

Aert Deckers heeft opgedragen tot behoef van Reijner Van Buijlen een stuk erf gelegen achter de kerk van Berbroeck, geheten 'dat Hornix Velt', groot omtrent 2 vaet zaaiens, grenzend Jan Brosus 1), Peter Geerts alias Inde Spoel 2) en Jan Tummermans 3) als een pand voor 6 halsters rogge Diesterse maat met valdag op Sint Jans Baptisten avondt en voor het eerst in 1563. Te leveren in het huis van Reijner. Aert Deckers of zijn nakomelingen mogen de 6 halsters afleggen met 24 rinsgulden Brabants, elke rinsgulden gerekend voor 20 stuivers Brabants, godspenninck 1 oert en 1 gulden als lijcoep en een ongevallen pacht. Reijner Van Buijlen is met recht tot de gichte gekomen. Aert staat ervoor garant dat de panden goed genoeg zijn. De pontpenningen met alle andere hoeffrechten zijn door Reijner betaald.

 

1562, 27 augustus. Folio 427

Jan Nesen als momber van zijn huisvrouw Dingen Wellens, Anthonis Veltgaijers als momber van zijn huisvrouw Anna Wellens en de kinderen van Peter Wellens, namelijk Thewis en Margriet Wellens, hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een uutfanck in Stall voor hun erf gelegen en Jan Nesen is als momber van zijn huisvrouw en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 27 augustus. Folio 427v

Jan Neesen heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Peter Wellens, namelijk Thewis en Margriet, zijn gedeelte van de voorschreven uutfanck in Stal gelegen voor 3 rinsgulden en 6 stuivers 16 groet eens. Jan Nelens is tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen. Jan Nesen belooft om zijn huisvrouw hier te brengen om hetgeen voorschreven is te lauderen.

 

1562, 27 augustus. Folio 427v

Lambrecht Scepers heeft opgedragen tot behoef van Jacop Goijens een beemd in Oversel gelegen, geheten 'den Bertmans Beempt', grenzend Henrick Bossch 1), Sijmon Beckers 2), sheeren aert 3) en de beek 4); nog een stukje broek ook in Oversel gelegen, grenzend Lambrecht Scepers voorschreven 1), Cornelis Claes en Willem Geerts 2), de beek 3), samen als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint Jacops apostel dach in juli en voor het eerst in 1563. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Lambrecht Scepers of zijn nakomelingen altijd aflossen met 50 rinsgulden Brabants geld en daarbij het pontgelt met de andere hofrechten. Jacop Goijens is tot de gichte gekomen. Deze 3 rinsgulden zal Jacop los en vrij trekken.

 

1562, 03 september. Folio 429

Henrick Thijs, voor hem en voor zijn megeringen Peter en Thijs Thijs, heeft ontvangen het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders, namelijk een stuk erf onder Schuelen 'opten Billen Hoeck' gelegen, grenzend Wouter Crouchs 1), de kinderen van Geert Claes 2) en Maria Bruijninx erfgenamen 3). Henrick is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 10 september. Folio 430

Willem Van Erpecom als momber van zijn huisvrouw Lijssbeth Scricx en Jan Van Oerdt als momber van zijn huisvrouw Margriet Scricx hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 10 september. Folio 430

Willem Van Erpecom als momber van zijn huisvrouw Lijssbeth Scricx en Jan Van Oerdt als momber van zijn huisvrouw Margriet Scricx hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Cristijn Geerts hun gerechtigheid van een stuk broek in Coersel gelegen, geheten 'dLanck Hout', grenzend Wouter Vanden Hove 1), Jannes Smeets 2), voor 16,5 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten die eraan staan, godspenninck 1 ort en als lijcoep 1 daelder. Cristijn Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 10 september. Folio 430v

Jan Claes heeft opgedragen tot behoef van Jan De Coninck de helft van een bosje onder Schuelen gelegen, dat vroeger toebehoorde aan Henrick Claes zaliger. Dit bosje is geschat op 25 stuivers erfelijk mits dat met dit goed ook nog ander goed verkocht is, gelegen onder het leenhof van de heer van Lumpmen. Jan De Coninck is met recht tot de gichte gekomen. Hiervan werd als pontgeld 25 stuivers betaald.

 

1562, 24 september. Folio 432v

Jannes Smeets alias Kimps heeft opgedragen tot behoef van heer Dionijs Cremers een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'tGesuere', grenzend 'die Breedonck' aan 2 zijden, Jannes voorschreven 3) en 'Dast' 4); nog een beemd geheten 'dat Vorsten Gesuere', grenzend 'die Breedonck' aan 2 zijden, 'dat Echtersten Gesuere' 3) en Aert Neelens 4), als een pand voor 9 rinsgulden Brabants jaarlijkse rente. Elke rinsgulden wordt gerekend voor 20 stuivers Brabants. Valdag op Sinte Gielis dach. Deze 9 rinsgulden jaarlijks mogen Jannes Smeets of zijn nakomelingen afleggen met 150 rinsgulden Brabants geld. Jan staat een gezegelde brief toe. Heer Dionijs Cremers is met recht tot de gichte gekomen. Jannes heeft de pontpenningen betaald en heer Dionijs de andere hofrechten. Katherijn Zmeets, huisvrouw van Jan, heeft deze gichte gelaudeerd.

 

1562, 05 oktober. Folio 434v

Reijner Grauwels heeft opgedragen tot behoef van Jan Loijens van Kermpt 6 rinsgulden en 5 stuivers Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Aerdt Van Nedercosen in Schuelen gelegen, volgens de inhoud van het register. Voor 100 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 stuiver en lijcoepe 5 rinsgulden. Reijner kreeg alles betaald en stemt in met een gezegelde brief. Jan Loijens is met recht tot de gichte gekomen. De eerste dichte zal men vinden op 6 juli 1553.

 

1562, 22 oktober. Folio 435v

Lambrecht Hubens heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Willem Hubens zijn tocht van een stukje bos aan 'den Belick' onder Schuelen gelegen, grenzend de erfgenamen van Peter Tielens 1), Jannes Rausschaerts 2) en Ffrans Stappaerts 3). Willem is tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Willem Hubens opgedragen tot behoef van Servaes Creijten het voorschreven stukje bos dat belast is met 30 stuivers jaarlijks en met grondcijns. Verkocht voor 25 rinsgulden Brabants eens boven de last voorschreven, godspenninck 1 stuiver en lijcoepe nae lantcoepe. Servaes Creijten is met recht tot de gichte gekomen. Willem belooft aan Servaes Creijten om een onsterfelijke borg te stellen onder Herck.

 

1562, 22 oktober. Folio 436v

Heijloff Vander Straten met haar verleende momber Aert Van Stapel heeft opgedragen tot behoef van het kapittel van Sint-Jan in Diest de 3,5 rinsgulden Brabants die ze gelden heeft aan de panden van Jan Geerts en zijn kinderen onder Coerssel gelegen. Verkocht voor 60 rinsgulden Brabants eens. Heer Mathijs Beeka is in de naam en tot behoef van het voorschreven kapittel met recht tot de gichte gekomen. Heer Mathijs heeft als pontgelt 3 rinsgulden betaald en de andere hofrechten 11,5 stuivers. Hij verzoekt om een gezegelde brief. De eerste gichte van deze 3,5 rinsgulden jaarlijks zal men hiervoor vinden op 14 mei 1562.

 

1562, 05 november. Folio 438

Jan Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Marie Couttereels de helft van een stuk broek gelegen onder Schuelen op de Laecke, geheten 'tDeijnsbroexken', grenzend Thijs Joes erfgenamen 1), de Voert 2), de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 3) en 'de Laeck' 4). Belast met 1 penninck grondcijns en meer niet. Verkocht voor 48 rinsgulden Brabants eens, een halve stuiver als godspenninck en lijcoepe nae lantcoepe. Maria Couttereels is tot de gichte gekomen met recht.

 

1562, 05 november. Folio 438

Sijmon Reekens met zijn huisvrouw Geertruijt Ruttens heeft opgedragen tot behoef van Jan Kenens een stuk land onder Coersel gelegen 'int Groet Bloeck', grenzend Govaert Goijens 1), Jan Ruttens 2) en 3). Belast met 1 halster rogge jaarlijks aan de H. Geest van Beringen en met een vaet evenen grondcijns. Verkocht voor 106 rinsgulden Brabants, volledig in joachimdaelders het stuk aan 30 stuivers Brabants gerekend, boven de last voorschreven, 1 stuiver als godspenninck en lijcoep nae lantcoepe. Jan Kenens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1562, 19 november. Folio 438v

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Michiel Joris als momber van zijn huisvrouw Maria Beckers het versterf ontvangen dat haar is verstorven na de dood van haar ouders: 2 stukken land in Stall onder Coersel gelegen. Het ene stuk grenst sheeren straet 1), 'die Lanck Stucken' 2). Het tweede stuk land grenst sheeren straet 1, de erfgenamen van Daniel Wouters 2). Peter Vanden Briele is tot behoef van Michiel als momber van zijn vrouw tot de gichte gekomen.

 

1562, 03 december. Folio 439v

Joachim Wellens heeft voor hem en voor zijn zuster Ida Wellens het goed ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun zuster Dingen Wellens: 2,5 rinsgulden jaarlijks staande aan een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'die Leem Cuijleen'. Joachim is voor hem en voor zijn zuster tot de gichte gekomen.

 

1562, 03 december. Folio 439v

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Herman Van Utriecht het versterf ontvangen dat hem na de dood van zijn ouders is verstorven: 2 mudde rogge jaarlijks staande aan panden van Lenaert Van Heijst onder Coersel gelegen. Herman Van Utriecht is tot de gichte gekomen.

 

1562, 03 december. Folio 440

Kerst Van Ham heeft voor hem en voor zijn megeringen Hubrecht Beckers en Margriet Metten het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 't Stall Boeck', grenzend Thijs Voegelers en sheeren straet. Kerst van Ham is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 443

Jan Jans heeft ontvangen na de dood van zijn ouders een mudde rogge jaarlijks, staande aan panden van Dries Valentijns onder Coerssel gelegen. Jan is tot de gichte gekomen met recht.

 

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 443v

Jan Jans heeft in de naam van Anna Jans het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: 2 mudde rogge jaarlijks staande aan panden van Peter Opt Straet onder Coerssel gelegen. Jan Jans is tot behoef van Anna voorschreven tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 443v

Pouwels Swinnen alias Hagels heeft opgedragen tot behoef van Dionijs Kelberchs een zille broek onder Schuelen gelegen, grenzend 'de Kriekels Laeck' 1), 'de Crommen Eijck' 2) en Dionijs voorschreven 3), voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks 'lijfpensien' tijdens het leven van Pouwels maar niet langer. Pouwels moet tijdens zijn leven er 1 rinsgulden jaarlijks af doen zoals Ambrosius Vander Eijcken aan de zille broek gelden heeft of er goede borg voor stellen. Dionijs Kelberchs is met recht tot de gichte gekomen.

Dionijs Kelberchs heeft opgedragen tot behoef van Pouwels Zwinnen voorschreven het voorschreven stuk broek met nog een half boender broek ook onder Schuelen gelegen, geheten 'de Plesse', grenzend sheeren straet 1), 'den Spaijen Dijck' 2) en Dionijs voorschreven 3), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks lijfrente zoals voorschreven is, met valdag op datum van gichten. Pouwels Zwinnen is met recht tot de gichte gekomen. De voorschreven zille broek is vernaderd door Jan Luijten en de panden van Dionijs Kelberchts zijn door Pouwels Zwinnen ontslagen. Jan Luyten heeft een ander onderpand gesteld, zoals te zien is op 23 maart 1564.

 

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 444

Jacop Cannarts met zijn verleende momber Jaspar Cornelis heeft opgedragen tot behoef van heer Marten Vanden Bossch een stuk erf onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Willem Snijers 2) en 3), Aert Heijloven 4), voor een hof ook in Schuelen gelegen, die leen is onder de heer van Lumpmen zoals men in het leenregister zal vinden op deze datum. Heer Marten Vanden Bossch is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 444

Heer Marten Vanden Bossche met zijn momber Aert Van Stapel heeft opgedragen tot behoef van Jacop Cannarts het bovenstaande stuk erf 'opt Dreijers Inde' gelegen, voor 8 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente met valdag op Kerstmis. Deze 8 rinsgulden jaarlijks mogen Jacop Cannarts of zijn nakomelingen altijd aflossen met 20 rinsgulden Brabants eens per rinsgulden jaarlijks. Dit moet in twee keer gebeuren: telkens 4 rinsgulden jaarlijks met 80 rinsgulden Brabants. Jacop Cannarts is met recht tot de gichte gekomen.

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 444v

Dadelijk daarna heeft Jacop Cannarts met zijn momber Jaspar Cornelis opgedragen tot behoef van heer Marten Vanden Bossch het voorschreven goed opt Dreijers Inde gelegen en daarbij nog huis en hof onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Reijner Schuermans 3) en meester Liebrecht Meerhouts 4), samen als een pand voor de voorschreven 8 rinsgulden Brabants jaarlijks, zoals voorschreven is. Heer Marten is tot de gichte gekomen. Jacop stemde in met een gezegelde brief. Jacop betaalde een halve stuiver als godspenninck en als lijcoep 5 rinsgulden, daarbij de pontpenningen en hofrechten.

Op 16 juni 1569 heeft Philips Clingers als 'executuer' van het testament van heer Marten Vanden Bossche de voorschreven panden gekweten vaan de 8 rinsgulden jaarlijks. Hij kreeg alles betaald.

 

1563, 07 januari. Als jaergedinge nae derthien dach. Folio 444v

Geert Scats heeft opgedragen tot behoef van Lucas Cuijpers 1 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Jan Vanden Boeck onder Schuelen gelegen, voor een stuk erf hovend onder de Brabantse bank. De rinsgulden jaarlijks staat te kwijten met 20 rinsgulden. Lucas Cuijpers is tot de gichte gekomen. Voor het geval dat het pand in de toekomst onvoldoende blijkt voor de rinsgulden jaarlijks, belooft Geert dat altijd goed genoeg te maken.

 

1563, 21 januari. Folio 446

Reijner Gathuijs/Gaethuijs heeft opgedragen tot behoef van Sijmon Beckers een stukje land onder Coerssel gelegen, grenzend Thonis Leijsen 1), Anna Wijnen 2), sheeren straet 3) en Thomas Meijntens 4). Samen met dit land werd voor een som nog een stukje broek verkocht ook gelegen onder Coerssel, hovend in de Brabantse bank voor 82,5 rinsgulden. Het stukje land dat hier sorteert is geschat op 35 rinsgulden omwille van de pontpenningen. Goedspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Sijmon Beckers is met recht tot de gichte gekomen. Op 22 januari daarna heeft Anna Thewis, huisvrouw van Reijner, deze gicht gelaudeerd.

 

1563, 21 januari. Folio 446v

Pouwels Zwinnen alias Hagels heeft opgedragen tot behoef van Aert Vanden Dwee huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Maria Claes 2) en Geert Coex 3); nog huis en hof ook in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Geert Coex 2), 'de Spoede' 3) en 'den Croels Hoff' 4); nog een halve zille broek 'opten Huven Bampt' gelegen, grenzend heer Andries Alen 1), de erfgenamen van Thijs Joes 2). Kaerl Dries heeft ook nog zijn gerechtigheid opgedragen van het voorschreven goed voor 15 rinsgulden Brabants jaarlijks. Aan deze rente zullen alle lasten korten waarmee het voorschreven goed is belast op de grondcijns, de schattingen en een halve kan smout aan de kerk van Schuelen na. Het goed is belast aan de anniversariŽn van Herck met 2 rinsgulden jaarlijks, aan Reijner Schuermans met 2 rinsgulden jaarlijks, aan de kinderen van Lambrecht Neven met 1 rinsgulden jaarlijks, aan de kerk van Schuelen met 16 stuivers jaarlijks, 16 stuivers jaarlijks aan het zusterklooster van Haselt, aan Michiel Alen 45 stuivers jaarlijks en nog met 45 stuivers jaarlijks aan Margriet Zwinnen, waarvan de rinsgulden jaarlijks te kwijten staat met 18 rinsgulden. Hier boven heeft Aert Vanden Dwee in contant geld als voor 1 rinsgulden jaarlijks betaald 18 rinsgulden, die Kaerl bekent ontvangen te hebben. Zo blijft er nog 2 rinsgulden en 18 stuivers jaarlijks over met valdag op datum van gichten. Deze 2 rinsgulden 18 stuivers jaarlijks mogen Aert Vanden Dwee of zijn nakomelingen altijd aflossen met 18 rinsgulden per gulden jaarlijks in twee keer. Kaerl belooft dat hij zijn huisvrouw zal inbrengen om in te stemmen. Voorwaarde is dat Pouwels nog de verlopen lasten zal betalen tot vandaag toe. Daarvoor zal hij de huur trekken die op half maart eerstkomend vallen zal. Aert Vanden Dwee is met recht tot de gichte gekomen. Pouwels werd in de 2 rinsgulden en 18 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met recht.

 

1563, 21 januari. Folio 447v

Gielis Drossaten met zijn huisvrouw Barbara Willems alias Poelmans heeft opgedragen tot behoef van Joerden Ulselinx burger van Hasselt zijn gerechtigheid en actie van een jaarlijkse rente die hij gelden heeft aan huis en hof onder Schuelen gelegen opt Stappe, toebehorend aan Lenaert Lompen, en omtrent 9 vaet zaaiens groot; daarbij nog 2 heiden daaraan gelegen, grenzend Jacop Cannarts 1), de erfgenamen van Wilboert Boegaerts 2), sheeren straet 3) en 4), die Lenaert Lompen verkregen heeft op 6 februari 1561 van Herman Mulaerts zaliger, voorzaat van Gielis voorschreven - Barbara voorschreven was in die tijd zijn huisvrouw - voor een jaarlijkse rente van 19 rinsgulden Brabants volgens de inhoud van dit register. Het goed is belast aan heer Peter Poelmans met 2 gulden 8 stuivers jaarlijks; aan de rentmeester Melchior Laureten met 3 gulden Brabants kwijtrente; aan Wouter Croechs 10 stuivers Brabants; nog met 20 stuivers aan diverse personen; nog aan Joerden Ulselinx met 2 mudde rogge jaarlijks Hessels. Lenaert Lompen heeft als een onderpand op afkorting 2 rinsgulden Brabants afgelegd en nog aan Loijch Stapparts 2 rinsgulden Brabants 'over bewesen'. Deze lasten gaan af van de voorgenoemde 19 rinsgulden Brabants op het surplus of overdeel met hun actie en gerechtigheid die Gielis met zijn huisvrouw voorschreven daarop hebben 'verthijende'. Joerden Ulselinx is met recht tot de gichte gekomen. In afkorting van de 10 gulden en 2 stuivers Brabants jaarlijks en erfelijk die Gielis voorschreven bekende aan Joerden verkocht te hebben. Gielis kreeg zijn geld. Indien het verkochte goed meer belast zou zijn dan voor vernoemd met uitzondering van de grondcijns, of dat ook de panden niet goed genoeg bevonden worden voor de 19 gulden Brabants, waarvan de voorschreven lasten afgetrokken zijn, beloven Gielis en Barbara dat ze Joerden zullen genoegdoening geven en ze zullen bijpand stellen in Westherck of op andere plaatsen om aan Joerden de 10 gulden en 2 stuivers Brabants voorgenoemd te voldoen. (zeer moeilijk geformuleerd en onduidelijk)

Het 'overdeele' van de voorgenoemde rente is 3 rinsgulden 2 stuivers jaarlijks, dus heeft Joerden voor pontpenningen 3 rinsgulden 2 stuivers betaald.

 

1563, 04 februari. Folio 449

Thijs Van Ham heeft opgedragen tot behoef van Jan Vilters een gedeelte van een bosje gelegen onder Schuelen. Het geheel bos grenst sheeren straet 1), de erfgenamen van Peter Mechelmans 2), Ffrans Van Gelmen 3) en Jan Beckers 4). Dit deel is belast met 2 alde groot aan de erfgenamen van Pouwels Vander Moelen, meer niet. Jan Vilters is tot de gichte gekomen en hij betaalde hiervoor 6 rinsgulden Brabants eens.

 

1563, 04 februari. Folio 449

Rombout Govaerts als momber van zijn huisvrouw Heijloff Van Hamel en ook voor Pouwels Van Hamel heeft het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: 13 stuivers jaarlijks aan panden van Jan Schuermans in Schuelen; nog aan panden van Lambrecht Hoeffmans van Meldelaer 25 stuivers jaarlijks. Rombout is als momber van zijn huisvrouw en ook voor Pouwels Van Hamel met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 18 februari. Folio 452

Anna Rutten met haar verleende momber Willem Geerts heeft opgedragen tot behoef van Jan Kenens alias Witters haar gedeelte van een stuk land gelegen in Stall onder Coerssel 'int Nuwe Bloeck', grenzend Jan Rutten aan 2 zijden, Govaert Goijens 3) en de kinderen van Jan Roesboems 4). Belast met een halster rogge jaarlijks aan de H. Geest van Beringen en met grondcijns, meer niet. Verkocht voor 119 rinsgulden Brabants. Hiervan moeten 19 rinsgulden betaald worden in contant geld en de overige 100 moeten op de dag van verjaren worden neergeteld. Lijcoep nae lantcoep. Jan Kenens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 24 februari. Folio 453

Anthonis Martens heeft als momber van zijn huisvrouw Kathlijn Vaes - en die ook door haar gemachtigd werd voor drossaard en mannen van leen van het leenhof en de jurisdictie van Mercxhem en Dambrugge - opgedragen tot behoef van Hubrecht Dillen een stuk broek in Oversell gelegen, grenzend Jan Kenens 1), de kinderen van Jan Moens 2) en 3) en sheeren straet 4), voor 41,5 rinsgulden Brabants. Het stuk broek is belast met 1 mudde rogge jaarlijks, dat te kwijten staat met 30 rinsgulden, godspenninck 10 stuivers en als lijcoep 3 rinsgulden. Hubrecht Dillen is met recht tot de gichte gekomen. Anthonis heeft beloofd om zijn huisvrouw te brengen om met het voorgaande in te stemmen. Op 3 mei 1563 heeft Kathlijn Vaes deze gicht gelaudeerd.

 

1563, 24 februari. Folio 453v

Anthonis Martens als momber van zijn huisvrouw Kathlijn Vaes en als wettelijk door haar gemachtigd, zoals hierna volgt, heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Houte een stuk erf gelegen onder Coerssel aan 'den Stock Wijer', grenzend Jan Tielens 1), Jaspar Smeets 2) en Lambrecht Scepers 3), voor 17 rinsgulden eens, 6 stuivers als godspenninck en als lijcoep 5 stuivers. Jan Van Houte is tot de gichte gekomen. Anthonis heeft beloofd om zijn huisvrouw te brengen om in te stemmen.

1563, 24 februari. Folio 453v

Lijssbeth Zentens met haar verleende momber Adriaen Van Ham heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Jan Sentens haar tocht van zijn kindsgedeelte. Jan Sentens is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, heeft Jan Sentens het voorschreven kindsgedeelte opgedragen als een borg voor het geval dat Hubrecht Dillen en Jan Van Houte voorschreven enige hinder zouden ondervinden betreffende de kopen uit deze en de voorgaande gichte. Jan Sentens stelde hierna zijn moeder weer in haar tocht van zijn kindsgedeelte. Op 3 mei 1563 heeft Kathlijn Vaes deze gicht gelaudeerd.

 

1563, 24 februari. Folio 454

De machtiging vermeld in de voorgaande gichten.

Voor de heer drossaard en de mannen van leen van de heer Anthonis Van Stralen in zijn leenhof en jurisdictie van Mercxhen en Dambrugge verscheen Kathlijn Vaes met een vreemde momber die haar met instemming van haar man was gegeven met recht. Ze machtigde haar wettige man en momber Anthonis Mertens om in haar naam, en mits deze machtiging, goederen te transporteren die ze liggen heeft in de heerlijkheid en jurisdictie van Coorzele, om de koper daarin te goeden, geld te ontvangen en er kwijting van te geven. Ze zal de overeenkomst die hij ervoor maakt erkennen en verbindt er al haar goederen voor. 16.02.1562, volgens de schrijfstijl van het hof van Brabant. Getekend Van Zevordonck.

 

1563, 04 maart. Folio 455v

Lenaert Doelmans de Jonge heeft ontvangen in de naam en tot behoef van de kinderen van Lenaert Doelmans, namelijk Jan, Willem, Lenaert en Margriet, het versterf dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Hubrecht Mewis erfgenamen 1), Henrick Crompvoets 2). Lenaert kwam in de naam van de voorschreven kinderen tot de gichte.

 

1563, 04 maart. Folio 455v

De kinderen van Henrick Roesboems, namelijk Jan, Wouter, Maria en Lijssbeth, hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een stuk broek onder Coerssel in Castel gelegen, grenzend Govaert Goijens 1), de kinderen van Thijs Valentijns 2); nog een stukje land in Castel gelegen, grenzend de kinderen van Thewis de Roije 1), Henrick Convents kinderen 2); nog een stuk broek bij Beringen gelegen, grenzend Thijs Martens 1), Maria Roesboems 2). De kinderen zijn tot de gichte gekomen.

 

1563, 04 maart. Folio 456

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Michiel Heijns een stuk broek in Haexelaer gelegen, geheten 'den Thewis Beempt', grenzend Aert Neelens 1), Henrick Houtmans 2), Joes Sweerts 3) en Leijs Wijnen 4); nog een hof in Haexelaer gelegen, grenzend sheeren straat aan 2 zijden, Servaes Vaes 3) en Joris van Creijwinckel 4), samen als een pand voor 5 halster rogge en 2 rinsgulden jaarlijks met valdag op half maart. Deze last mogen Henrick Wijnen en zijn nakomelingen afleggen met 50 rinsgulden Brabants en daarbij 2,5 rinsgulden voor het pontgelt en de hofrechten. Michiel Heijns is tot de gichte gekomen.

 

1563, 04 maart. Folio 456

Jan Goris heeft met zijn huisvrouw Lijsbeth Cremers tot behoef van Peter Cremers een stuk land opgedragen aan de 'Scrick Heije' gelegen, grenzend Jannes Zmeets 1), Gielis Scricx 2) en sheeren aerdt 3), voor 6 rinsgulden Brabants eens. Peter Cremers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 04 maart. Folio 456v

Katherijn Onder Deijck heeft zich vermomberd met Thijs Van Ham en met Jaspar Cornelis, die haar met recht verleend zijn. Vervolgens heeft ze opgedragen met haar voorschreven mombers tot behoef van Jan Vilters alis Loebossch een half boender land onder Schuelen 'opden Belick' gelegen, grenzend de heer van Lumpmen 1), Peter IJliaes 2) en sheeren straet 3), voor 45 rinsgulden Brabants eens. Enkel belast met een halve capuijn grondcijns. De helft van deze som moet binnen het jaar betaald worden en voor de andere helft, 22,5 rinsgulden, zal Jan Vilters jaarlijks 23 stuivers Brabants geven.

Jan Vilters is met recht tot de gichte gekomen.

Thijs van Ham heeft opgedragen tot behoef van Jan voorschreven al zijn Loonse goederen als een borg voor het geval dat Jan hiervan enige problemen zou krijgen.

Op 9 maart 1564 heeft Katherijn met haar voorgenoemde mombers bekend dat ze 22,5 rinsgulden heeft ontvangen.

 

1563, 04 maart. Folio 456v

Jan Vilters heeft opgedragen tot behoef van Katherijn Onder Deijck voorschreven het half boender land bovengeschreven 'opden Belick' gelegen als een pand voor 23 stuivers Brabants jaarlijks die te kwijten zijn met 22,5 rinsgulden Brabants. Katherijn Onder Deijck is met recht tot de gichte gekomen. Jan betaalde de pontpenningen en de hofrechten.

Op 17 april 1586 heeft Gielis Lemmens met zijn huisvrouw Margriet Van Ham deze panden gekweten van de 23 stuivers Brabants jaarlijks. Ze ontvingen de hoetpenningen en alle restanten. Aerdt Juechmans is met recht tot gichte gekomen.

 

1563, 04 maart. Folio 457

Gielis Cilien heeft opgedragen tot behoef van Ambrosius Vander Eijcken een stukje land onder Schuelen 'opt Billen Inde' gelegen, grenzend Wouter Crouchs aan 3 zijden en Thijs Inden Moelen 4); nog een stuk broek 'opt Roijer Broeck' gelegen, grenzend 'die Hoech Doncken' 1), Marten Diepenrijts 2) en Thewis Quintens 3). Enkel met grondcijns belast. Verkocht voor 70 rinsgulden, godspenninck een halve stuiver en als lijcoep 6 stuivers. Ambrosius is tot de gicht gekomen.

Op 9 maart 1563 heeft Margriet Stapparts, huisvrouw van Gielis Cilien, aangaande deze gicht vrouwenrecht gedaan.

 

1563, 04 maart. Folio 459v

Lenaert Van Loe en Govaert Svroijen hebben opgedragen tot behoef van Thijs Hueveners, elk apart, hun gedeelte van 2 beempden onder Coerssel 'int Esselen' gelegen, grenzend Peter Jans 1), Pouwels Hueveners 2), Peter Beckers 3), Wouter Vanden Hove 4) en de beek 5), met de behoorlijke weg. Belast met 28 stuivers sjaars en met 7 penninck grondcijns. Verkocht voor 25 rinsgulden Brabants eens. Te betalen in 100 daelders contant en de rest op de dag van verjaren, godspenninck 1,5 stuivers en als lijcoep 2 rinsgulden. Thijs Hueveners is met recht tot de gichte gekomen.

Op 30 april 1564 hebben Lenaert Van Loe, Govaert Svroijen en Henrick Gijbels bekend dat ze deze koop betaald kregen.

Op 8 juni 1564 heeft Thijs de naderschap bekend van de twee beemden aan Pouwels Vanden Houte met zijn zoon Peter Van Houte, die met recht tot de gichte zijn gekomen.

 

1563, 18 maart. Folio 461v

Jan Baeten met zijn huisvrouw Gertruijt Kempeners heeft opgedragen tot behoef van Thonis Voegelers een beemd onder Coerssel gelegen 'int Sluijs Broeck', grenzend Jan Voegelers 1), 'den Ceuleman' 2) en de kinderen van Henrick Convents 3), voor 225 rinsgulden Brabants eens. Van deze som moet 25 gulden dadelijk betaald worden in contant geld, 100 rinsgulden op Lichtmis eerstkomend en de andere 100 rinsgulden op Lichtmis daarna 1565. Godspenninck 4 stuivers en als lijcoepe 3 rinsgulden. Thonis Voegelers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 466

Jan Croenen heeft opgedragen tot behoef van Henrick Van Reppel huis en hof onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend Philips Vanden Laer erfgenamen 1), sheeren straet 2), 'dat Coelen Bloeck' 3) en daarbij nog al zijn andere Loonse goederen als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks met valdag op Sint-Jorisavond. Jan mag de halster koren jaarlijks kwijten met 5 stuivers Brabants.

Conditie is dat indien deze panden verkocht worden, dan zal Henrick jaarlijks koren mogen heffen. Henrick van Reppel is met recht tot de gichte gekomen. Dit half mud rogge jaarlijks staat te kwijten met 23 rinsgulden Brabants.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 466v

Lijssbeth Rutten met haar verleende mombers Thijs Rutten en Jan Kenens heeft opgedragen tot behoef van Govaert Goijens een stukje land onder Coersel te Castel gelegen, voor Govaerts erf, grenzend Thijs Blueckmans 1), Jan Kenens 2), Govaert Goijens 3). Omdat dit land verkocht is met andere goederen die niet onder deze bank vallen, wordt dit goed omwille van de pontpenningen gerekend aan 30 rinsgulden Brabants. Deze som moet binnen het jaar betaald worden ofwel moet er een jaarlijkse rente aangelegd worden aan goede panden. Godspenninck 2 stuivers, lijcoep nae lantcoep. Govaert Goijens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 467

Jan Frederix heeft opgedragen tot behoef van Marie Couttereels de helft van een beemdje onder Schuelen gelegen op de Laeck, grenzend Dingen Joes 1), de Laeck 2), de Voert 3) en 'den Schoepen Bampt' 4). Enkel belast met cijns aan de heer. Verkocht voor 47 rinsgulden Brabants gevalueerd geld, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Maria Couttereels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 468

Peter Neelis met zijn huisvrouw Maria Cremers draagt op een stuk land gelegen in Coersel in de 'Zavelstraet', geheten 'die Alde Groeve', palend Valentijn Vaes 1), Thonis Leijsens 2), sheeren straet 3) en 4), als een pand voor een mudde rogge jaarlijks, vallend op Sint-Jorisdag, tot behoef van Goris Convents. Dit mud mogen Peter Nelis of zijn erfgenamen afleggen met 36 rinsgulden Brabants. Goris Convents is met recht tot de gichte gekomen. Goris betaalde het pontgelt en de hofrechten.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 468v

Lenaert Lompen heeft opgedragen tot behoef van Claes Roijens van Kermpt huis en hof onder Schuelen gelegen en nog een heide daaraan gelegen, groot omtrent 2,5 boender, grenzend sheeren straet 1), Jacop Cannarts 2) en sheeren straet 3), als een pand voor 8 halsters rogge Diesterse maat jaarlijks met valdag op Sint-Andriesdag. Deze 8 halsters rogge jaarlijks mogen Lenaert Lompen of zijn erfgenamen aflossen met 30,5 rinsgulden Brabants geld zoals in Diest koers en loop heeft en met pacht volgens verloop van tijd. Lenaert moet de pacht jaarlijks leveren ten huize van Claes voorschreven. Dan moet Claes aan Lenaert kost en drank geven. Godspenninck 1 stuiver, lijcoep 20 stuivers Brabants. Lenaert staat met al zijn goederen garant. Claes Roijens is tot de gichte gekomen met recht.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 468v

Michiel Alen heeft opgedragen tot behoef van Jan de Coninck de helft van een bosje onder Schuelen gelegen opt Schuermans Inde, waarvan de wederhelft aan Jan voorschreven toebehoort. Deze helft van het bosje wordt geschat op 10 rinsgulden eens want er zijn nog meer goederen samen verkocht, die leen zijn onder de heer van Lumpmen. Jan De Coninck is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 22 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 469

De mombers van de kinderen van Peter Vaes, namelijk Henrick Meijen en Loijch Wijnen, hebben met uitgang van de brandende kaars uitgegeven een stuk broek in Haexelaer gelegen, nadat de verkoop verkondigd was door de dienaar in de kerk van Coerssel drie zondagen van 15 dagen tot 15 dagen en zei dat de verkoop zou doorgaan onder de voorwaarde dat degene die het meeste bood ook de 'naaste' zou zijn. Henrick Wijnen bood voor het broek 50 rinsgulden Brabants eens boven alle aanstaande lasten, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep. De mombers deden hun eed dat ze alles zouden doen tot beste profijt van de kinderen en dat ze van hun ontvangsten en uitgaven zouden rekening afleggen indien ze erom werden verzocht. Daarop werd op verzoek van de mombers de kaars ontstoken voor de schepenen en de dienaar riep af in het openbaar dat de kaars was ontstoken op de voorgaande conditie. Bij het uitgaan van de kaars bleef de koop aan Henrick Wijnen voor 50 rinsgulden zoals voorschreven is. Daarop hebben de mombers het stuk broek opgedragen tot behoef van Henrick Wijnen. Het goed werd verkocht omdat de kinderen aan hun ander goed nog lasten hebben: 2 rinsgulden aan de Bogaerden van Diest. Met het geld van de verkoop gaan ze dat kapitaal met de verlopen afleggen. Henrick Wijnen is tot de gichte gekomen. Voor pontpenningen betaalde Henrick 50 stuivers en voor gerechtskosten 20 stuivers.

Op 14 april laatstleden kwam Jan Vaes, een van de voorschreven kinderen, en hij heeft ingestemd met hetgeen de mombers zouden doen in hun naam betreffende het uitgeven van het voorschreven broek.

 

1563, 06 mei. Folio 469v

Jan Vernijen heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Jan Gathis de Jonge, namelijk Jan en Loijch, huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Geert Schats O, de erfgenamen van Jan Alen W, de straat N, als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met 15 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 ort. Reijner Schuermans is tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 06 mei. Folio 470

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Michiel Alen een stuk broek geheten 'tCoerken', grenzend sheeren straet 1), Geert Pijls 2) en de Laeck 3), als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op 14 maart. De rinsgulden staat te kwjten met 16,5 rinsgulden Brabants. Michiel Alen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 06 mei. Folio 470

Joachim Vanden Put heeft opgedragen tot behoef van Thijs Vanden Bossche alias Cuijpers een stuk land in Coersel gelegen, geheten 'dat Luelen', grenzend Peter Dillen aan twee zijden, de kinderen van Giel Kenens 3) en 'die Scrick Heije' 4), als een pand voor 1 rinsgulden Brabants. Deze staat te kwijten met 18 rinsgulden Brabants. Het stuk land is enkel belast met grondcijns. Thijs Vanden Bossch is met recht tot de gichte gekomen.

Op 20 april 1589 heeft Mathijs Seysens opgedragen tot behoef van Sebastiaen Van Houte en hij kwijt hem zijn panden van de rinsgulden voorschreven. Mathijs kreeg alles betaald en Sebastiaen is ter gichte gekomen.

 

1563, 06 mei. Folio 470v

Lambrecht Kempeners heeft opgedragen tot behoef van Andries Valentijns een stuk broek onder Coersel in Stall gelegen, geheten 'de Cleijn Stuck', grenzend Jan Spieckers 1), Gielis Van Hout 2), de kinderen van Maria Van Cuelen 3) en Thonis Vogelers 4). Enkel met grondcijns belast. Verkocht voor 133 rinsgulden Brabants, volledig in philipsdaelders, godspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Andries Valentijns is tot de gichte gekomen.

Op 17 april 1564 heeft Andries het voorschreven stuk broek opgedragen tot behoef van de kinderen van Rochus Corvers, bekennend hen de naderschap. Maria Opt Straet is tot behoef van haar kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 06 mei. Folio 470v

Henrick Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Wouter Hoeffmans een stukje broek gelegen 'in Langen Eijcken', geheten 'den Thewis Beempt', grenzend Henrick Houtmans O, Aert Neelens W, Geert Thewis Z en de kinderen van Aert Srijcken N, voor de aanstaande last. Henrick moet de pacht betalen die op Sinte Servaesdag eerstkomend zal vallen. Wouter Hoeffmans is met recht tot de gichte gekomen. Dit goed werd vernaderd door de kinderen van Henrick Wijnen zoals hierna blijkt op 27 mei.

 

1563, 06 mei. Folio 471

Jan Smeijers van Geijnick met zijn huisvrouw Maria Moens heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend de kinderen van Jan Kenens 1), Cristijn Moers 2), Hubrecht Dillen 3) en de beek 4). Het is enkel belast met cijns aan de heer. Voor 61 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

Jan Van Postel heeft hierna de gicht opgedragen tot behoef van Willem Huben, bekennend hem de naderschap. Willem Huben is tot de gichte gekomen op 18 mei 1564.

 

1563, 06 mei. Folio 471v

Peter Alen heeft opgedragen tot behoef van Peter Knapen een beemd onder Coersel te Castel gelegen, geheten 'den Bakelman', grenzend de beek 1), de pastoor van Coerssel 2), Thonis Gijsens 3) en Lambrecht Scepers 4). Hij is enkel belast met de grondcijns. Verkocht voor 79 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 22 stuivers. Peter Knapen is tot de gichte gekomen met recht.

 

1563, 06 mei. Folio 472

Henrick Vaes heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een stukje broek gelegen in Oversel, namelijk 1/3 daarvan, grenzend de beek 1), Peter Dillen 2) en 3), Pouwels Geerts 4). Het is enkel belast met de grondcijns. Verkocht voor 75 rinsgulden Brabants eens, volledig in philisdaelders en andere daelders, godspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen. Conditie is dat Jan voorschreven 'een roije moers' zal hebben om te turven.

Op 27 januari 1564 heeft Jan Reijners het voorschreven stukje broek opgedragen tot behoef van Peter Dillen, bekennend hem de naderschap. Peter Dillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 06 mei. Folio 472v

De kinderen van Heer Gijssbrecht Beeck, namelijk meester Joes, Peter, Margriet en Aleijdt Beeck.

Peter Beeck heeft voor hem en voor zijn megeringen voorschreven het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders. Peter is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 06 mei. Folio 473

Confirmatie verleend door de heer 'busschop van Ludick' betreffende een koop gedaan door de H. Geestmeester van Coerssel en Peter Pauwels waarvan de gicht gedaan is anno 1562 op 25 juni. Deze instemming is in de Latijnse taal. Te lezen door iemand met kennis van de taal indien interesse. Robertus de Berghis (Robert van Bergen), bisschop van Luik, hertog van Bouillon en graaf van Loon. Gezegeld op 1563 op 10 februari. Valentijn Convents momber van de H. Geest van Coerssel.

 

1563, 27 mei. Folio 474v

Jan Geerts heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Henrick Geerts zijn tocht van al de goederen onder deze bank sorterend, voor zover het kindsgedeelte van Henrick reikt. Dat gaat om een beemd geheten 'den Exelsschen Beempt', grenzend de beek 1), Servaes Kenens 2), Valentijn Vaes 3) en Jan Reijners 4); nog huis en hof geheten 'den Rosscamp', grenzend Henrick Kenens 1), Anna Knaep kinderen 2), sheeren straet 3) en Henrick Wilboerts 4); nog huis en hof waar Henrick Goijens zaliger uitgestorven is, grenzend sheeren straet 1) en Peter Joris kinderen 2) en verder al zijn Loonse goederen onder ons sorterend. Henrick Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Henrick Geerts opgedragen tot behoef van het klooster of godshuis van Peer al de bovenstaande goederen samen als een pand voor 5,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Jan Baptist geboortedag. Deze rente moet los en vrij, kosteloos en schadeloos binnen het klooster in Peer geleverd worden. Henrick Geerts of zijn nakomelingen mogen deze 5,5 rinsgulden jaarlijks aflossen met 90 rinsgulden Brabants geld (de philipsgulden aan 25 stuivers gerekend, de goudgulden voor 28 stuivers Brabants en de stuiver als stuiver). Hiervan werd een gezegelde brief toegestaan. Zuster Margriet Dries is in de naam en tot behoef van het godshuis voorschreven met recht tot de gichte gekomen. Zuster Margriet betaalde het pontgelt met de andere hofrechten.

Henrick Geerts belooft om zijn vader weer in zijn tocht te stellen als Jan voorschreven de 5,5 rinsgulden jaarlijks zal afgelegd hebben of als hij aan Henrick de hoetpenningen ervan teruggaf. (De zoon leende dus voor de vader.)

 

1563, 27 mei. Folio 475v

Gielis Cilien heeft opgedragen tot behoef van Jan Luijten de helft van een heide gelegen onder Schuelen, waarvan de wederhelft toebehoort aan Geert Coex. Ze grenst Reijner Schuermans 1), sheeren straet 2) en de erfgenamen van Jan Gaethuijs 3). Enkel belast met 2 penninck grondcijns. Verkocht voor 18 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jan Luijten is met recht tot de gichte gekomen. Gielis heeft een hoefke opgedragen, geheten 'dat Cleijn Hoeffken', Reijner Schuermans 1), sheeren straet 2) en Ffrans Van Gelmen 3). Nog een hoefke geheten 'die Zille', grenzend Ffrans Van Gelmen en de erfgenamen van Jacop Raijmekers als een borg voor het geval dat Jan Luijten of zijn nakomelingen enige hinder zouden ondervinden vanwege deze heide, zodat ze hun kosten daaraan kunnen halen.

 

1563, 01 juli. Als jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 476

Michiel Van Huesden heeft in de naam van zijn kinderen, die hij nu heeft van zijn huisvrouw en later eventueel verkrijgt, ontvangen 2 rinsgulden jaarlijks als hun grootvader Heer Jan Kelberchs aan hen heeft gemaakt met testament, staande aan de panden van Lambrecht Opde Hoeve onder Schuelen gelegen. Michiel is tot behoef van zijn kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 01 juli. Als jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 476v

Adriaen Van Ham heeft in de naam van de kinderen van Peter Blueckmans, namelijk Jan, Peter en Lijssbeth, het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: huis en hof in Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Thijs Blueckmans 2); nog een uutfanck in Stall gelegen, grenzend sheeren straet 1), Peter Voegelers 2); nog een heijthoeve, grenzend Jaspar Reijners 1), de abt van 'Everboede' 2). Adriaen Van Ham is tot behoef van de kinderen tot de gichte gekomen met recht.

 

1563, 01 juli. Als jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 476v

Heer Michiel Vanden Boegaerde heeft met zijn geleverde momber Peter Vanden Briele opgedragen tot behoef van zijn zwager Aert Hulshagen zijn gedeelte van een stuk land 'opt Hoeffken' gelegen, grenzend de kinderen van Hubrecht Van Scaffen Z, Quinten Hoelsteens erfgenamen O, Frans Neven N; nog zijn gedeelte van 28 stuivers Brabants jaarlijks staande aan panden van de erfgenamen van Jan Luijten onder Schuelen gelegen. Deze stukken zijn verkocht met nog andere goederen sorterend onder de Brabantse bank voor 80 rinsgulden eens boven de last. Hetgeen hier sorteert, wordt gerekend aan 22 rinsgulden. Aert Hulshagen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 15 juli. Folio 476v

Pouwels Zwinnen alias Hagels heeft ontvangen na de dood van zijn zuster Margriet Zwinnen de helft van 2 rinsgulden en 5 stuivers Brabants jaarlijks, staande aan panden van Aert Vanden Dweije onder Schuelen gelegen. Pouwels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 15 juli. Folio 477

Zeger Wolffs met zijn huisvrouw Maria Scepers en Jan Scepers hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Ambrosius Vander Eijcken 14 halster rogge jaarlijks Diesterse maat, zoals ze die gelden hebben aan Wouter Croechs en Jan Gielis alias der Tummerman panden onder Schuelen gelegen. Elf halster staan aan panden van Wouter Croechs en de 3 overige aan panden van Jan Gielis. Voor 76 rinsgulden Brabants, godspenninck een halve stuiver en lijcoepe 10 stuivers. Ambrosius Vander Eijcken is met recht tot de gichte gekomen.

Op 14 september 1564 heeft Ambrosius Vander Eijcken de naderschap bekent aan Wouter Croechs van de helft van de 14 halster rogge jaarlijks voorschreven. Wouter is tot de gichte gekomen.

 

1563, 20 augustus. Folio 478

Henrick Van Postel heeft voor hem en voor Anna en Coen Van Postel het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een beemd in Oversel gelegen, grenzend Aert Nelens O, sheeren straet 2) en Henrick voorschreven 3); nog een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'den Brije Beempt', grenzend Willem Geerts aan 2 zijden, Hubrecht Opt Straet 3); nog een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'die Roije Hoeffe', palend Jan Van Houte 1), sheeren straet 2) en Jan Tielens 3). Henrick Van Postel is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1563, 26 augustus. Folio 478

Peter, Jan en Reijner Pouwels hebben het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van hun ouders: een stuk land in Coersel aan hun 'aensel' gelegen, grenzend Joris Scepers O en Aert Neelens W; nog een stuk broek geheten 'dat Huecken Broeck', grenzend de kinderen van Peter Custers 1), de kinderen van Thijs Valentijns 2). Peter is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen met recht.

 

1563, 26 augustus. Folio 478

Maria Pouwels heeft het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: een stukje land in Coersel aan 'den aensel' gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden en haar eigen erf 3); nog een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Van Houte 1), Cornelis Claes 2); nog een stukje broek geheten 'tZonnen Broeck', grenzend Adriaen Jans 1), de erfgenamen van Thijs Ketelbueters 2). Maria is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 26 augustus. Folio 478v

Jan Jacops met zijn huisvrouw Aleijt Vander Horst heeft de panden van de kinderen van Christiaen Wijnen, namelijk Michiel, Jan en Andries, gekweten van de 2 rinsgulden Brabants jaarlijks die hij daaraan gelden had. Hij kreeg de hoetpenningen en alle restanten betaald. Wouter Hoeffmans is in de naam van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 26 augustus. Folio 478v

Peter Gueris heeft opgedragen tot behoef van Wouter Opt Venneken een beemdje gelegen onder Genenbossch bij Straembroeck, grenzend de erfgenamen van Anthonis Jacops 1), Wouter voorschreven 2), Goris Vanden Gracht 3) en de beek 4). Enkel belast met 4 penninck heeren cijns. Verkocht voor 136 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep. In afkorting van deze som zal Peter Gueris in de Brabantse bank 1,5 rinsgulden jaarlijks overgichten die staan aan panden van Jan Fransens in Coerssel. WouterOpt Venneken is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 23 september. Folio 482

Geert Coex heeft opgedragen tot behoef van Peter Vanden Laer huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Thewis Vernijen 1), sheeren straet 2) en Aerdt Vanden Dwee 3), als een pand voor 2 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Liechtmisse en voor het eerst in 1564. Deze 2 rinsgulden jaarlijks zullen Geert Coex of zijn nakomelingen altijd mogen afbetalen met 32 rinsgulden Brabants en 1 rinsgulden als lijcoepe. Meester Dierick de Wuest is in de naam en tot behoef van Peter Vanden Laer met recht gekomen tot de gichte.

 

1563, 23 september. Folio 482

Jacop Geerts alias Lemmens heeft opgedragen tot behoef van Wouter Winters als momber van zijn huisvrouw Lijsbeth Geerts zijn tocht van een stuk broek 'opt Lutkensoer' gelegen, grenzend 'de Laeck' 1), Magdaleen Beckers 2) en Reijner Schuermans en de kinderen van Marc Minbiers 3). Willem Roeselers is in de naam en tot behoef van Wouter Winters als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 483

Heer Jan Cleijs, als rector van Sint-Joris- en Sinte Lucienaltaar in Helchteren heeft met zijn momber Jaspar Cornelis opgedragen tot behoef van Henrick Keeskens - volgens de proclamatie en de confirmatie - een stuk erf in Oversel gelegen, groot een zille, grenzend Henrick Keeskens 1), de gemeijnte 2).

De proclamatie en de confirmatie, in het Latijn, volgt erna. Te lezen door iemand met kennis van de taal. De proclamatie gebeurde zowel in de kerk van Hechtel als die van Koersel. Het gaat om een goed gelegen onder Hechtel en om een sille ongeveer onder Coersel ten Loons recht gelegen. Gedateerd 1560 op 15 september. Getekend Sijmon Balthis 'pro brictij'. De confirmatie volgt daarna en werd afgeleverd op 20 november 1560, gezegeld door 'de Dolheij'.

Henrick Keeskens, die door Jacob Hoegenbossch in zijn plaatst werd gesteld, is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 484v

Cornelis Van Loenet met zijn huisvrouw Lijsbeth Rutten heeft gegicht Thijs Rutten in 2,5 halster rogge jaarlijks staande op panden van Aert Laureijsen in Castel gelegen, voor 6 rinsgulden eens. Thijs zal ook de twee laatst gevallen pachten hebben. Mocht de pacht niet twee keer gevallen zijn, dan mag Thijs het geld halen bij de broer van Lijsbeth. Thijs Rutten is met recht tot de gichte gekomen.

Op 18 oktober heeft Thijs Rutten deze opgedragen tot behoef van Willem Geerts. Thijs kreeg de hoetpenningen betaald en Willem is tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 484v

Wouter Winters heeft opgedragen met zijn huisvrouw Lijsbeth Geerts tot behoef van Geert Schats een stuk broek 'opt Lutkensoere' gelegen, grenzend de Laeck 1), Magdaleen Beckers 2), Reijner Schuermans en Marc Minbiers kinderen 3). Dit goed werd met nog andere verkocht. Hetgeen hier sorteert, wordt gewaardeerd op 65 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Geert Schats is met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 07 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 485

Jan Meuwkens heeft ontvangen voor hem en voor Heer Henrick, Ffrans, Katherijn en Maria Meuwkens het versterf dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: een stukje erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Gruijter'; nog een bloexke 'opt Prets Inde' gelegen en al wat nog onder deze bank gelegen is. Jan is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 21 oktober. Folio 486

Henrick Vanden Broeck heeft opgedragen tot behoef van zijn kinderen Henrick en Govaert Vanden Broeck zijn tocht van een halve boender land gelegen onder Schuelen 'sHoijeters', grenzend meester Jan Van Gelmen erfgenamen aan 2 zijden, de erfgenamen van Jan Alen 3) en 'dat Put Velt' 4). Henrick en Govaert zijn hiermee tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, hebben Henrick en Govaert Vanden Broeck voorschreven opgedragen aan het klooster van de Bogaerden in Diest het bovenstaande half boender land als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Bartholomewisdag en voor het eerst in 1564. Deze rinsgulden kan gekweten worden met 18 rinsgulden Brabants. Heer Jan Goijens, pater van het voorschreven klooster, is tot behoef van het klooster met recht tot de gichte gekomen. De vader Henrick Vanden Broeck betaalde het pontgelt met al de andere hofrechten.

27 juni 1566 kweet heer Jan Goijens met zijn momber Willem Roeselers deze panden van de rinsgulden jaarlijks voorschreven. Hij kreeg zowel de hoetpenningen als alle restanten betaald.

 

1563, 04 november. Folio 487

Jan Vanden Boeck heeft opgedragen tot behoef van Henrick Deckers huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Lambrecht Joes 1), sheeren straet 2) en Jannes Wijmans erfgenamen 3), als een pand voor 10 stuivers Brabants vallend jaarlijks op 'Sinte Sijmon ende Jude Dach'. Te kwijten met 9 rinsgulden Brabants. Tevens is medepand al de andere goederen van Jan Vanden Boeck. Henrick Deckers is met recht tot de gichte gekomen.

Op 22 juni 1564 heeft Cristijn Gaethuijs, de huisvrouw van Jan Vanden Boeck, deze gicht gelaudeerd.

 

1563, 04 november. Folio 487v

Peter Vanden Venne heeft opgedragen tot behoef van Joes Coegen huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Dingen Snijers alias Joes 1), Jan Van Nedercoesen de Jonge erfgenamen 2), joncker Jan van Rijckel 3) en sheeren straet 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks vallend op datum van gichten. Peter staat met al zijn andere goederen garant. Dit half mud mogen Peter Vanden Venne of zijn nakomelingen aflossen met 18 rinsgulden Brabants. Peter betaalde het pontgelt. Joes Coegen is met recht tot de gichte gekomen. Peter zal het voorschreven half mud kosteloos en schadeloos aan het huis van Joes moeten leveren.

Op 24 februari 1564 heeft Joes Coegen de voorschreven panden van dit half mudde rogge jaarlijks gekweten. Hij kreeg alles betaald.

 

1563, 17 november. Folio 489v

Heer Peter Poelmans met zijn geleverde momber Peter Vanden Briele heeft ingestemd met de gichte die Herman Mulaerts met zijn huisvrouw Barbara Poelmans, wettige zuster van heer Peter voorschreven, in 1561 op 6 februari heeft gedaan tot behoef van Lenaert Lompen van een huis en hof gelegen onder Schuelen Opte Stappe, voor 19 rinsgulden Brabants jaarlijks. Heer Peter doet afstand van zijn eventuele rechten op dat goed.

 

1563, 18 november. Folio 490

Maria Claes met haar wettige momber Aert Thijs heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen Jan, Gielis en Katherijn Vernijen haar tocht van de helft van een bosje onder Schuelen gelegen. Het gehele bosje grenst Jan Luijten 1), de kerk van Lumpmen 2) en Ffrans van Gelmen 3). Jan en Katherijn Vernijen zijn voor hen en voor hun broer Gielis Vernijen met recht tot de gichte gekomen.

1563, 18 november. Folio 490

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, hebben Jan en Katherijn Vernijen met haar verleende mombers Dionijs Kelbrechs en Reijner Schuermans de helft van het voorschreven bosje opgedragen en eveneens heeft Aert Thijs de wederhelft opgedragen van dit bosje tot behoef van Jan Luijten voor de som van 9 rinsgulden Brabants eens boven de lasten. Het is belast met 9 stuivers jaarlijks en met 1 penninck grondcijns. Jan Luijten is met recht tot de gichte gekomen. Jan Vernijen en zijn zuster Katherijn met haar mombers hebben gesproken met hun broer Gielis Vernijen en ze beloven om hem voor 't recht te brengen om met deze gicht in te stemmen.

Op 30 mei 1566 heeft Gielis Vernijen zijn gedeelte van het voorschreven bosje opgedragen tot behoef van Jan Luyten en stemt in met het voorgaande. Jan Luijten is tot de gichte gekomen.

 

1563, 18 november. Folio 490

Jan Luijten heeft opgedragen tot behoef van Peter en Govaert Vanden Wijer huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Ffrans Van Gelmen aan 2 zijden en sheeren straet 3), als een pand voor 15 stuivers Brabants jaarijks met valdag op datum van gichten. Af te leggen met 11 rinsgulden Brabants. Reijner Schuermans is in de naam van Peter en Gobaert Vanden Wijer met recht tot de gichte gekomen.

 

1563, 18 november. Folio 490v

Marten Rausschaerts heeft voor hem en voor zijn megeringen Wouter, Aleijdt, Anna en Johanna Rausschaerts en voor de kinderen van Jan Rausschaerts namelijk Jan, Lambrecht, Marten en Cecilia Rausschaerts het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: de helft van 45,5 boender broek 'int Roesbroeck' gelegen; nog 'den Tweeden Groeten Beempt' gelegen 'opden Leijt gracht'; nog 'den Vorsten Groeten Beempt' ook op 'den Leijt Gracht' gelegen; nog een half boender broek grenzend Peter Otten 1), Robeert Motten erfgenamen 2) en Loijch van Halbeeck erfgenamen 3). Marten is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1563, 18 november. Folio 490v

Sebastiaen Van Heese met zijn wettige huisvrouw Maria Nijs heeft opgedragen tot behoef van Aert Duijnen een beemd gelegen op de Laeck, geheten 'de Pruijsschen Beempt', grenzend Henrick Bervoets 1), de Laeck 2) en Gijsbrecht Bervoets 3); nog een beemd geheten 'den Conincx Beempt', grenzend de Demer 1), Wilboerdt Gielis 2) en 'die gemeijn Conincx Beempden' 3); nog een bloeck geheten 'dat Smoers Bloeck', grenzend de gemeijn heijde 1), Jan Gielis 2) en Aert Kenens 3), samen als een pand voor 4 rinsgulden Brabants jaarlijks en 9 halster rogge jaarlijks. Valdag op datum van gichten. Altijd kosteloos en schadeloos te leveren ten huize van Aerdt binnen de stad Diest. Deze last mogen Sebastiaen Van Heese of zijn nakomelingen altijd aflossen met 100 rinsgulden Brabants lopend geld en daar nog 5 rinsgulden bij voor het pontgelt dat Aert betaald heeft. Aert Duijnen is met recht tot de gichte gekomen. Aert betaalde ook de andere hofrechten.

 

1563, 09 december. Folio 493

Jan Prijs heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Mathewis Prijs zijn tocht van een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'die Lange Weije', grenzend Aert Vanden Kerckhoff 1), Lambrecht tZeekers 2), Thijs Van Ham 3) en meester Jan Van Gelmen erfgenamen 4). Nog een bloeck grenzend Aert Vanden Kerckhoff 1), meester Govaerts Vanden Roije 2) en Jan Prijs voorschreven 3); nog omtrent een half boender land geheten 'dat Bosschken', grenzend Aert Vanden Kerckhoff aan 2 zijden en Peter Otten 3); nog een bosje op 'de heistraet' gelegen, grenzend de straat 1), Cornelis Hermans 2). Mathewis is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Mathewis Prijs opgedragen tot behoef van Kaerl Weelden de voorschreven percelen samen als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sinte Lambrechtsdag en voor het eerst in 1564. Deze 3 rinsgulden jaarlijks zijn te kwijten met 40 rinsgulden Brabants, in geld zoals het ten tijde van de kwijting in Diest zal gangbaar zijn. Godspenninck een halve stuiver en 20 stuivers als lijcoep. Kaerle Weelden is met recht tot de gichte gekomen.

Mathewis Prijs heeft de goederen weer opgedragen tot behoef van zijn vader Jan Prijs, stellend hem weer in zijn tocht. Jan is tot de gichte gekomen met recht.

 

1563, 16 december. Folio 493v

Willem Oijen heeft met zijn huisvrouw Aleijdt Kimps opgedragen tot behoef van Peter Gijbels een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Thewis Beckers 1), Jan Bolaerts 2) en Peter Thonis 3), voor 142 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 6 rinsgulden. Peter Gijbels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 13 januari. Jaergedinge na derthien dach. Folio 495

Anna Corvers met haar wettige momber Rombout Van Ranst heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Juliaen Gaethuijs haar tocht van een half mudde rogge en 10 stuivers jaarlijks staande aan panden van Christiaen Clerx, die vroeger toebehoorden aan Jan Nijs. De eerste gicht hiervan gebeurde op 12 januari 1548. Juliaen Gaethijs is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Juliaen Gathuijs opgedragen tot behoef van Christiaen Clerx het half mudde rogge met de 10 stuivers jaarlijks en kwijt hem zijn panden. Hij bekende dat hij zowel de hoetpenningen als alle restanten betaald kreeg. Christiaen Clerx is met recht tot de gichte gekomen. Met dit geld zijn 31,5 stuivers jaarlijks afgelegd staande aan huis en hof onder Beringen gelegen.

 

1564, 13 januari. Jaergedinge na derthien dach. Folio 495

Jan Kenens alias Smeets heeft opgedragen tot behoef van zijn dochter Maria Kenens een beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'dat Echterste Gesuere', grenzend Jan Kenens voorschreven, Thonis Leijsens, Peter Opt Straet, Wouter Moens en 'de Breedonck', in 'goeder gichte ende gunsten' (dus schenking). Peter Martens is als momber van zij huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 13 januari. Jaergedinge na derthien dach. Folio 496v

Heer Jan Goens, pater van het godshuis van de Bogaerden binnen Diest, met zijn momber Willem Roeselers heeft opgedragen tot behoef van Jaspar Cornelis 5 rinsgulden erfelijke rente zoals het godshuis gelden had aan de panden van Jaspar. De eerste gichte daarvan is te vinden op 9 februari 1525. Hij draagt deze rente op voor een andere jaarlijkse rente erfelijke zoals Jaspar ze gelden heeft onder Schuelen aan panden die vroeger toebehoorden aan Reijner Van Malborch. Jaspar Cornelis is met recht tot de gichte gekomen.

1564, 13 januari. Jaergedinge na derthien dach. Folio 497

Jaspar Cornelis heeft opgedraagen tot behoef van het godshuis van de Bogaerden binnen Diest 5 rinsgulden Brabants erfelijk zoals hij die zelf gelden heeft aan panden van Reijner Van Malborch erfgenamen onder Schuelen gelegen. De eerste gicht hiervan is gepasseerd op 17 mei 1526. Hij draagt ze op in ruil voor een andere rente van 5 rinsgulden zoals het godshuis jaarlijks aan zijn panden had gelden. Heer Jan Goens, pater, kwam in de naam en tot behoef van het godshuis van de Bogaerden binnen Diest tot de gichte met recht. Agnes Thijs, huisvrouw van Jaspar Cornelis, heeft ingestemd met deze gicht.

 

1564, 27 januari. Folio 498

Henrick Haechdoerns met zijn huisvrouw Brigida Opde Blueck heeft opgedragen een stuk erf in Castel onder Coerssel gelegen, grenzend Thonis Voegelers 1), Thijs voorschreven 2), sheeren straet 3) en de kinderen van Maria Van Cuelen 4). Het is niet meer belast dan met cijns aan de heer, voor 148 rinsgulden Brabants eens. Thijs Op de Blueck is met zijn recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 27 januari. Folio 498v

Maria Luijten heeft met haar verleende momber Henrick Windelen opgedragen tot behoef van Aerdt Vanden Bossche 30 stuivers Brabants jaarlijks aan en op haar kindsgedeelte onder Schuelen gelegen, als een onderpand voor de rente waarmee hij jaarlijks huis en hof binnen vrijheid gelegen voor begeven heeft aan Aerd Van Reeck. Aerdt Vanden Bossche is tot de gichte gekomen. Aert Van Reeck belooft Marie voorschreven 'goede bewaringe' te stellen waarbij ze niet bedroegen wordt.

 

1564, 10 februari. Folio 499

Gielis Cilien alias Vander Hoeven met zijn huisvrouw Margriet Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Reijner Schuermans 2 stukken erf bij elkaar gelegen onder Schuelen opt Schuermans Inde, grenzend sheeren straet 1), Reijner voorschreven 2), Ffrans Van Gelmen 3) en Peter Vanden Wijer 4), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Gielis mag deze 3 rinsgulden jaarlijks niet afbetalen voor er 3 jaren verstreken zijn. Daarna mogen Gielis of zijn nakomelingen die 3 rinsgulden aflossen met 45 rinsgulden Brabants, godspenninck een halve stuiver en als lijcoep 10 stuivers. Deze 3 rinsgulden mogen in twee keer afgelegd worden, 1,5 rinsgulden jaarlijks per keer. Reijner Schuermans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 24 februari. Folio 502

Jan Beckers heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Meijtsen Bampt', grenzend Loijch Beckers 1), Jeronijmus Hogen 2), de kinderen van Jaspar Kenens 3) en 'dat Joerdens Euwt' 4). Het is belast met 3 rinsgulden jaarlijks aan Lijsbeth Scepers, die te kwijten staan met 50 rinsgulden. Hier boven geeft Jan Reijners nog 96 rinsgulden volledig in philipsdaelders die het stuk gerekend worden aan 35 stuivers Brabants, godspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoepe. Jan Beckers en zijn huisvrouw Maria hebben al hun Loonse goederen opgedragen als een borg. Jan Reijners is tot de gichte gekomen.

 

1564, 24 februari. Folio 503

Willem Boijen en Wouter Srijcken als momber van zijn huisvrouw hebben ontvangen na de dood van hun broer Andries Molders 2 rinsgulden jaarlijks: 1 rinsgulden staat aan panden van Henrick Hoetzelen in Groelaren en de andere aan panden van Peter Dillen onder Coerssel gelegen. Willem Boijen en Wouter Srijcken als momber van zijn huisvrouw voorschreven zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 24 februari. Folio 503v

Op 4 februari had de heer van Lumpmen voor meier en schepenen en ook als laten van het hof dat men 'Schelen Hoff' heet een beemd opgedragen onder Schuelen gelegen, geheten 'Sint Jans Bampt', grenzend de erfgenamen van Jan Wijmans 1), 'die Alde Herck' 2), Ffrans van Gelmen 3) en meester Geraert 4); nog een stuk land 'op den Belick' gelegen, grenzend de straat 1), Philips Bolgri 2) en de vrouwe van Herckenroede 3); nog een bloexke gelegen omtrent 'det Swert Beecken', grenzend de straat 1), Jan Vilters 2) en Michiel Ruebens 3). Voorwaarde was dat meester Geraert voortaan 5 rinsgulden Brabants erfelijk zou betalen aan Sint-Jansaltaar in Herck; nog 2 rinsgulden Brabants jaarlijks aan Peter Otten; nog 2 mudde rogge jaarlijks aan de H. Geest van Herck. Boven deze lasten moet meester Geraert nog 400 rinsgulden Brabants eens betalen. Hiervoor zal meester Geraert op hem 18 rinsgulden jaarlijks nemen waarmee 'des heeren Roeten' belast zijn aan de Bogaerden van Diest, in afkorting van de 400 gulden voorschreven, indien deze 18 rinsgulden kwijtbaar zijn en anders niet. Indien meester Geraert deze 18 rinsgulden jaarlijks af wil leggen, 'soe sal mijns heeren van Lumpmen officier den selven als dan hant ende mont lenen' en meester Geraert zal aan de heer voldoende borg stellen zodat de voorschreven lasten niet aan de goederen van de heer gehaald worden. De grondcijns zal eraan blijven: 5 vierdelinck mout en 12 penninck. Meester Geraert moet wel geen pontpenningen betalen. Meester Geraert Van Velpen is op 24 februari 1564 met recht tot de gichte gekomen.

In 1597 op 22 december verscheen broeder Valetijn Stevens, procurator van de Bogaerden van Diest, en hij heeft uit kracht van constitutie, die op die datum door de schepenen geregistreerd werd, de voorschreven en de originele panden gekweten die in 1542(?) op 30 maart werden gesteld door Wilhelmus Oijen. Hij kreeg de 'hoeftpenninck' betaald van de 18 rinsgulden Brabants erfelijk met de verlopen. Joffr. Aleijdt Van Velpen is tot de gichte gekomen en de gezegelde brieven zijn geanuleerd.

 

1564, 24 februari. Folio 503v

Deling tussen de kinderen van Jan Geerts van Coerssel: Henrick Geerts, Michiel Heyns als momber van zijn huisvrouw en Berthel Bullekens.

Jan Geerts heeft opgedragen tot behoef van Michiel Heijns en Berthel Bullekens, beiden als momber van hun huisvrouw, zijn tocht van al zijn goederen voor zover ze het kindsgedeeltee uitmaken van de voorschreven huisvrouwen. Michiel en Berthel zijn als mombers van hun huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

Henrick Geerts, de zoon, kreeg voor zijn kindsgedeelte de herberg geheten 'den Rosscamp', 'die geheel huijsen oft aenseel metten hove' daaraan gelegen, grenzend Henrick Kenens kinderen 1), Henrick Kenens 2), sheeren straet 3) en Henrick Opt Straet 4); nog een euwsel palend Peter Vanden Putte 1), Loijch Beckers 2); nog 2 eusselen bijeen gelegen aan 'die Binnemans Hoeve' achteraan gelegen, grenzend Berthel Bullekens 1), Kathrijn Oriaens 2), zijn eigen erf 3) en Wouter Hoeffmans 4); nog 'die Binnemans Hoeve' oostwaarts gelegen 'alsoe die onder graven leet', grenzend Michiel Heijns 1), sheeren aerdt 2), zijn eigen erf 3) Jaspar Smeets, Peter Oriaens en Willem Geerts 4); nog een beempdeke geheten 'dat Varen Beempdeken', grenzend Jan Beckers 1). Dit deel zal belast bijven aan Joachim Vanden Hout alias Cangieter met 2,5 rinsgulden erfelijk; nog aan de H. Geest van Coerssel met 5,5 rinsgulden jaarlijks die met 100 rinsgulden Brabants te kwijten staan; nog aan Wouter Joesten in Exell met 2 rinsgulden die te kwijten zijn met 36 rinsgulden Brabants; nog aan een persoon van Aerschot met 3,5 rinsgulden Brabants die met 60 rinsgulden Brabants te kwijten zijn.

Voor Michiel Heijns als momber van zijn huisvrouw Katherijn Geerts is voor zijn kindsgedeelte gegeven 'den aenseel' waar Henrick Geerts zaliger uitgestorven is, met de hof en de beemd bij de andere liggend, grenzend de kinderen van Peter Joris 1), Jan Convents 2), sheeren straet 3), de kinderen van Aert Van Ham en Servaes Kenens 4); nog 'die Binnemans Hoeve' westwaarts gelegen, grenzend Henrick Geerts aan 2 zijden, sheeren aerdt 3), Willem Geerts en Katherijn Oriaens 4). Dit deel zal belast blijven aan Lijssbeth Michiels met 9 halster rogge jaarlijks die te kwijten staan met 25 rinsgulden Brabants; nog met 3 rinsgulden en 17,5 stuivers aan Hubrecht Dillen die te kwijten zijn met 75 rinsgulden; nog aan Peter Vanden Putte met 6 rinsgulden jaarlijks die kunnen afgelost worden met 100 rinsgulden Brabants; nog aan de H. Geest van Coerssel met 1 halster rogge jaarlijks en daarvoor is gekort 5 rinsgulden eens. Dit staat aan huis en hof.

De derde kavel is voor Berthel Bullekens als momber van zijn huisvrouw (nergens vernoemd) voor haar kindsgedeelte: 'den Echtersten Exelsschen Beempt', grenzend de beek 1), Servaes Keenens 2), Valentijn Vaes 3) en Jan Reijners 4); nog een stuk land gelegen bij Pouwels Knaep, grenzend Pouwels Knaep 1), Willem Geerts 2), Peter Jans 3) en sheeren straet 4). Dit deel is belast aan Jan Moens van Beverloe met 1,5 rinsgulden jaarlijks die te lossen is met 25 rinsgulden; nog aan de celbroeders van Diest met 6 rinsgulden jaarlijks die te kwijten zijn met 100 rinsgulden; nog aan Jaspar Hillen met 3 rinsgulden jaarlijks die te kwijten staan met 50 rinsgulden; nog aan Geert Overlenders van Diest met 30 stuivers jaarlijks die met 25 rinsgulden zijn te kwijten; nog aan Bartholomewis Moens met een mudde rogge jaarlijks dat te kwijten staat met 27,5 rinsgulden. Hiervan moet Michiel Heijns van zijn gedeelte aan dit derde gedeelte te hulp komen met de helft van het mudde rogge jaarlijks voorschreven.

Henrick Geerts, Michiel Heijns en Berthel Bullekens voorgenoemd hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel en ze zullen deze deling voor vast houden. Mochten er nog meer lasten worden gevonden of als de sommen anders zijn dan voor geschreven, zullen ze dat samen dragen of delen.

Daarna hebben Michiel Heijns en Berthel Bullekens voorschreven de tocht van de voorschreven twee kindsgedeelten weer opgedragen tot behoef van Jan Geerts, die tot de gichte is gekomen met recht.

 

1564, 09 maart. Folio 505v

Crijn Kenens heeft in de naam van Sebastiaen Kenens zoon van Henrick na de dood van zijn ouders 2 stukken broek ontvangen in Oversel gelegen. Crijn is voor Sebastiaen Kenens met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 09 maart. Folio 505v

Thijs Vanden Bossch alias Cuijpers heeft in de naam van en voor begijn Maria Hoets het versterf ontvangen dat haar is aangekomen na de dood van Lijsbeth Heijtens alias Ruelens: 10 stuivers Brabants jaarlijks staande aan panden van Ffrans Van Gelmen onder Schuelen gelegen. Thijs Vanden Bossch is voor Marue Hoets met recht tot de gichte geekomen.

 

1564, 09 maart. Folio 506

Thomas Van Leuwe met zijn huisvrouw Lijssbeth Naeldemans heeft opgedragen tot behoef van Peter Vanden Laer 30 stuivers Brabants jaarijks met valdag zoals de andere 2,5 rinsgulden jaarlijks die ook aan deze panden staat: huis en hof met toebehoren onder Schuelen gelegen, grenzend Jan Vernijen 1), sheeren straet 2) en de heer van Lumpmen 3). Deze panden zijn ook pand voor deze 30 stuivers Brabants jaarlijks. Deze 30 stuivers jaarlijks zijn af te lossen zoals de voorschreven 2,5 rinsgulden jaarlijks voor zover ze kwijtbaar zijn en anders niet. In een som en niet afzonderlijk. Meester Dierick de Wuest is in de naam en tot behoef van Peter Vanden Laer met recht tot de gichte gekomen. Hiervan zijn 30 stuivers betaald als pontgelt.

 

1564, 23 maart. Folio 507v

Jan Vander Hulst heeft opgedragen tot behoef van Aleijdt Peeten van Balen een mudde rogge jaarlijks en 12,5 stuivers Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Sijmon Bogaerts. De eerste gicht daarvan dateert van 1560 op 28 maart. Verkocht voor 34 rinsgulden Brabants eens. Willem Bouwens is in de naam van en voor Aleydt Peeten met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 09 maart. Folio 508v

Aert Witters heeft het versterf ontvangen dat hem na de dood van zijn ouders is verstorven: een beemd in Oversell gelegen 'aenden mesmeker', grenzend Jan Slangen 1), Jan Leijsen 2) en Neel Brouwers 3). Aert is tot de gichte gekomen met recht.

 

1564, 09 maart. Folio 508v

Joes Vanden Venne heeft ontvangen een beemd omtrent Beringen gelegen, geheten 'den Hueveler oft Wissel Bampt', die hem via het testament van Joes Van Houtem was gemaakt, zoals hij zei. Joes Vanden Venne is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 09 maart. Folio 509

Dionijs Kelbrechs heeft opgedragen tot behoef van Jan Luijten een zille broek onder Schuelen gelegen, zoals hij die zelf op 7 januari 1563 met gichte verkregen heeft van Pouwels Zwinnen alias Hagels. Hij bekent aan Jan Luijten de naderschap ervan mits Jan voorschreven er met vonnis toe gewezen was. Jan Luijten is ter gichte gekomen met recht.

Pouwels heeft het pand en onderpand van Dionijs Kelbrechs ontslagen en in de plaats daarvan heeft Jan Luijten opgedragen de voorschreven zille met zijn huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Ffrans van Gelmen aan 2 zijden en sheeren straet 3), als een pand en onderpand voor de 3 rinsgulden Brabants jaarlijks 'lijffpensien'.

 

1564, 13 april. Als jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 509v

Lenaert Doelmans de Jonge heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Lenaert Doelmans zaliger, namelijk Jan, Willem, Lenaert en Margriet Doelmans, 2 stukken broek in Oversel gelegen. Het ene heet 'den Quinten' en het ander 'den Cleijs Beempt'. Deze twee stukken werden aan Lenaert gemaakt met testament van zijn huisvrouw tot schuldbehoef. Dat zal men met de schuld geproefd vinden op het testamentenboek op 22 april 1563. De stukken worden opgedragen als een pand voor 12 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sinte Remeijsdag. Lenaert Doelmans of zijn nakomelingen mogen deze 12 rinsgulden Brabants jaarlijks aflossen in twee keer met 225 rinsgulden Brabants geld en met rente naar verloop van tijd. Jan Bolaerts is in de naam en tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen. Lenaert betaalde het pontgelt.

 

1564, 13 april. Als jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 509v

Peter Pelsers gicht Jan Nesen in een eussel onder Coerssel gelegen, grenzend Jan Vanden Hove 1), Peter Reijners 2) en sheeren straet 3), voor 7,5 rinsgulden Brabants eens boven de aanstaande lasten. Jan belooft om binnen het jaar het onderpand van Peter te lossen van 1 rinsgulden jaarlijks waarvan dit eussel het hoofdpand is. Jan Nesen is met recht tot de gichte gekomen. Godspenninck 2 stuivers en lijcoep 2 stuiver.

 

1564, 13 april. Als jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 510

Peter Convents heeft voor hem en voor zijn megeringen Valentijn, Aert en Cristijn Convents het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een bloeck in Castel gelegen, geheten 'dat Rueken'; nog een stuk land geheten 'dat Stalmans Stuck'; nog een bloeck gelegen bij Geerts Claes, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Peter Hoets 3) en Jan Fransens 4). Peter is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 13 april. Als jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 510v

Geert Schats heeft opgedragen tot behoef van Joris Luijten een heide gelegen 'aen die Wolffs Kele', grenzend Geert Coex 1), sheeren straet 2), Marten van Diepenrijt 3) en Geert Schats voorschreven 4). Enkel belast met 1 penninck grondcijns. Verkocht voor 2,5 rinsgulden Brabants jaarlijks, die te kwijten staan zoals hierna vermeld. Joris Luijten is met recht tot de gichte gekomen. Maria Thijs, huisvrouw van Geert Schats voorschreven, heeft hiermee ingestemd.

1564, 13 april. Als jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 510v

Joris Luijten heeft de bovenstaande heide weer opgedragen tot behoef van Geert Schats als een pand voor de 2,5 rinsgulden Brabants jaarlijks voorvernoemd. Die staan te lossen met 40 rinsgulden Brabants. Joris heeft ook huis en hof in Schuelen opgedragen, grenzend Jan Sceers aan 2 zijden, sheeren straet 3) en Peter Vanden Laer 4), als een onderpand voor de voorschreven rente. Geert Schats is met recht tot de gichte gekomen.

Op 14 februari 1608 heeft Peeter Lambrechs als armenmeester aan Jan Corthouts en zijn panden deze 2,5 rinsgulden jaarlijks gekweten. Hij ontving als armenmeester zowel het kapitaal als alle verlopen renten. Jan is ter gichte gekomen. Het geld werd herbelegd aan panden van Vincent Pontmans onder Schuelen op deze datum, zoals uit het register blijkt.

 

1564, 17 april. Folio 513

Barbara weduwe van Geert Nesen met haar verleende mombers Willem Geerts en Jan Kenens, heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Jan Nesen haar tocht van al haar goederen waar ze in betochtigd is gebleven na de dood van haar man Geert Nesen zaliger.Geert Nesen is met recht tot de gichte gekomen.

1564, 17 april. Folio 513

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Jan Nesen opgedragen tot behoef van Wouter Vanden Hove de voorschreven goederen als een borg voor het geval dat Wouter in de toekomst enige hinder zou ondervinden vanwege een erfkoop waarvan de gichte gedaan is in de laethof van Everboede in Coerssel. Hij kan de kosten dan daaraan halen.

1564, 17 april. Folio 513

Jan Nesen heeft weer opgedragen tot behoef van zijn moeder voorschreven de tocht van de voorschreven goederen. Barbara is tot de gichte gekomen.

 

1564, 27 april. Folio 513

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van Jan Dierix/Diericx een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'den Muggen Berch', grenzend Jan Beckers en Peter Neven 1), Peter Joris 2), een Brabantse uutfanck en sheeren straet 3), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Jorisdag. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Pouwels Geerts of zijn nakomelingen aflossen met 50 rinsgulden Brabants. Pouwels heeft het pontgelt betaald. Jan Dierix is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 27 april. Folio 517

Jan Bruijnen heeft voor hem en voor zijn megeringen, namelijk Wilboerdt, Michiel en Ida Bruijnen het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: 3 beemden bijeen onder Coerssel gelegen, grenzend 'den Copis Beempt', de beek, Geert Van Zuetendale, Rochus Corvers kinderen en 'die Stuck'; nog 1,5 mudde rogge jaarlijks en 10 stuivers jaarlijks staande aan panden van de kinderen van Olivier van Hamel. Jan is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen.

 

1564, 27 april. Folio 518

Marten en Henrick Diepenrijts hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is an de dood van vader en moeder: een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Leijen Driessch'; nog een half boender broek achter Luije gelegen; nog een beemd 'opten Drossaten Colck' gelegen; nog een stuk land in Soerl gelegen; nog een hoeffke achter Peter Stapparts gelegen; nog een rinsgulden jaarlijks staande aan panden van Henrick Bruijnenbaerts. Marten en Henrick Diepenrijts zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 27 april. Folio 518

De kinderen van Marten Diepenrijts van het laatste bed, namelijk Dingen en Maria Diepenrijts.

Marten Diepenrijts heeft voor hem en voor zijn zusters Dingen en Maria het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk land in Roijen gelegen, grenzend de erfgenamen van Jan Gathuijs 1), de zusters van Hasselt 2). Marten Diepenrijts is voor hem en voor zijn zusters voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 18 mei. Folio 520

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van Jan Jacops 'gelaesmaker' een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'den Muggen Berch', grenzend Peter Neven en Jan Beckers 1), Peter Joris 2), een Brabantse uutfanck 3) en Margriet Maechs kinderen 4), als een pand voor 5 rinsgulden Brabants jaarlijkse rente met valdag op datum van gichten. De rente moet netto geleverd worden binnen de stad Diest. Deze 5 rinsgulden Brabants jaarijks mogen Pouwels Geerts of zijn nakomelingen altijd aflossen met volle rente, volgens de verstreken tijd. Jan Jacops is met recht tot de gichte gekomen. Pouwels heeft het pontgelt betaald.

 

1564, 18 mei. Folio 520v

Aert Heijloven heeft opgedragen tot behoef van Henrick Opt Straet, een stuk erf onder Schuelen gelegen, grenzend Jacop Cannarts 1), tHeroens Lant 2) en sheeren straet 3), als een pand voor 14 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met een ongevallen cijns en met 12 rinsgulden Brabants, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 12 stuivers. Henrick Opt Straet is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 08 juni. Folio 521v

Gielis Cilien met zijn huisvrouw Margriet Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Jan Luijten een heike onder Schuelen opt Stappen Heijken gelegen, grenzend sheeren straet 1), Peter Otten 2), Katherijn Van Heerle kinderen 2) en de erfgenamen van Thijs Bogaerts 4), in een ruil voor de helft van een heike gelegen in 'de Wolffs Keele', waarvan de wederhelft toebehoort aan Geert Coex, grenzend sheeren straet 1), Reijner Schuermans 2) en de kinderen van Marten Van Diepenrijt 3). Hiervoor geeft Jan Luijten 8 rinsgulden Brabants eens toe. Lijcoep nae lantcoepe. Jan Luijten is met recht tot de gichte gekomen.

Jan Luijten heeft opgedragen tot behoef van Gielis Cilien de helft van de heide boven geschreven. Gielis Cilien is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 08 juni. Folio 522

Loijch Loijchs met zijn huisvrouw Cristijn Moens heeft opgedragen tot behoef van Willem Huben een stuk broek in Oversell gelegen, namelijk zijn gedeelte daarvan. De hele beemd grenst de kinderen van Jan Kenens 1), Trudo Zmeets 2), sheeren aerdt 3) en 'die Roije Beeck' 4). Enkel belast met heeren cijns.Verkocht voor 60 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Willem Huben is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 08 juni. Folio 522v

Willem Huben heeft opgedragen tot behoef van Clara Sweerts weduwe van Peter Vander Laenen een stuk broek in Oversell gelegen, grenzend de kinderen van Jan Kenens, Trudo Zmeets 2), sheeren aerdt 3) en 'die Roije Bloeck' 4), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze rente moet kosteloos en schadeloos binnen de stad Diest geleverd worden. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Willem Huben of zijn nakomelingen altijd aflossen met 50 rinsgulden Brabants geld. Willem Huben heeft het pontgelt betaald. Anthonis van Geertberge is in de naam en tot behoef van Clara Sweerts met recht tot de gichte gekomen. Brigida Moens, huisvrouw van Willem Huben, heeft aangaande deze gicht vrouwenrecht gedaan.

 

1564, 08 juni. Folio 522v

Jan Bossmans heeft opgedragen tot behoef van Jan Van tZeire 1 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Wouter Moens met zijn megeringen onder Coerssel gelegen, zoals Jan die onlangs met gichte heeft verkregen van Lambrecht Clerx. Verkocht voor 19 rinsgulden Brabants. Jan Van tZeire is tot de gichte gekomen met recht.

 

1564, 08 juni. Folio 523

Katherijn Van Herck met haar verleende momber Henrick Stapparts heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Truijke Vanden Inde, haar zuster, 2 rinsgulden jaarlijks zoals zij die gelden heeft aan panden van Wouter Croechs onder Schuelen gelegen 'opten Billen Hoeck'. Henrick Stapparts is in de naam en tot behoef van de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 08 juni. Folio 523

Jan de Coninck heeft opgedragen tot behoef van Marie Coex een bosje opt Schuermans Inde gelegen, grenzend Maria Coex voorschreven 1), sheeren straet 2), Jan Beckers 3) en de kinderen van Henrick Meeukens 4). Belast enkel met cijns. Verkocht voor 18 rinsgulden Brabants eens waarvan in contant geld 6 rinsgulden moeten betaald worden. Van de overige 12 rinsgulden zal Maria jaarlijks 12 stuivers geven, die met de 12 rinsgulden te kwijten staan. Valdag op datum van gichten. Maria Coex is met recht tot de gichte gekomen.

Op 18 september 1567 heeft Jan De Coninck de voorschreven panden geweten van de 12 stuivers jaarlijks. Hij kreeg zowel de hoetpenningen als alle restanten betaald.

 

1564, 22 juni. Folio 526

Peter Vanden Briele heeft in de naam en tot behoef van Thomas, Herman en Mechtelt Wouters het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun broer Jan Wouters: een stukje erf, gedeeltelijk houtwas en gedeeltelijk weide onder Schuelen gelegen. Het grenst Aert Vanden Kerchoff 1), Jan Prijs 2) en Thijs Van Ham 3); nog 33 stuivers en 8 groot jaarlijks staande aan panden van de erfgenamen van Anna Zeekers ook onder Schuelen gelegen. Peter Vanden Briele is voor de voorschreven personen met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 22 juni. Folio 527

Jan Witters en Lenaert Moens hebben zich vermomberd met de kinderen van Henrick tCeelen van Hechtel en ze hebben 'met gereckden vingeren ten heijligen geswoeren' dat ze alles zullen doen tot meeste profijt van de kinderen.

Daarna hebben de mombers te kennen gegeven dat in de kerk van Hechtel geboden is geweest tot 3 maal toe van 15 dagen tot 15 dagen dat men met uitgang van de brandende kaars zu verkopen in de aanwezigheid van het gerecht daar een erfgoed dat aan de voorschreven kinderen toebehoort. Jan Bolaerts bood 530 rinsgulden Brabants eens, volgens de condities vermeld in het schepenregister in Exell. Het goed bleef aan Jan Bolaerts bij het uitgaan van de kaars. Een gedeelte van deze goederen sorteert hier en daarom hebben de mombers opgedragen tot behoef van Jan Boelaerts 3 stukken broek in Oversell gelegen, grenzend Eelen Hubens 1), Peter Crijns 2) en Henrick Crompvoets 3). Het goed dat hier sorteert, wordt verrekend aan 100 rinsgulden eens. Jan Bolaerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 06 juli. Als jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 527v

Henrick Van Postel heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Peter Biermans, namelijk Dingen en Katherijn, een beemd in Oversell gelegen, geheten 't Jaspers Beempdeken', grenzend Aert Nelens kinderen 1), Trudo Knapen 2), sheeren straet 3) en Henrick voorschreven 4), als een pand voor 5 rinsgulden Brabants jaarlijks met vadag op 'Sint Jans Baptisten geboerten dach' en voor het eerst in 1565. Deze 5 rinsgulden jaarlijks mogen Henrick Van Postel of zijn nakomelingen altijd aflossen met 75 rinsgulden Brabants. Willem Geerts is tot behoef van de voorschreven kinderen van Peter Biermans met recht tot de gichte gekomen. De kinderen betaalden ook het pontgelt met alle hofrechten.

 

1564, 14 september. Folio 529v

Wouter Croechs heeft opgedragen tot behoef van Heer Peter Poelmans 7 halster rogge jaarlijks zoals hij die 'affbeschudt' (vernaderd) heeft van Ambrosius Vander Eijcken, zoals men hiervoor zal vinden op 15 juli 1544, voor 38 rinsgulden. Wouter Croechs voorschreven is in de naam en tot behoef van Heer Peter Poelmans met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 14 september. Folio 530

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Henrick Stapparts een hof onder Schuelen gelegen, geheten 'den Staphoff', grenzend Jan Scheers aan 2 zijden en sheeren straet verder rondom, als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze 3 rinsgulden jaarlijks mogen Henrick Stapparts of zijn nakomelingen altijd aflossen met 48 rinsgulden brabants, godspenninck 1 stuiver en rente volgens verloop van de tijd. Henrick Stapparts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 14 september. Folio 530v

Louijch Stapparts gicht aan Reijner Schuermans een heike in Roeijen onder Schuelen gelegen, grenzend 'tBagijnen Goet' 1), sheeren straet 2) en Joris Gathis 3). Belast met 2 penninck grondcijns en niet meer. Verkocht voor 15 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en 10 stuivers als lijcoep. Reijner Schuermans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 14 september. Folio 530v

Lijssbeth Zmeets met haar geleverde momber Gielis IJliaes heeft opgedragen tot behoef van Sebastiaen Buelinx huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend Geert Pijls 1), 'die Roesen Straet' 2) en de kinderen van Jan Vander Burch 3), voor 30 stuivers Brabants jaarlijks die te kwijten staan zoals in de volgende gichte blijkt, boven alle lasten, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 10 stuivers. Sebastiaen Buelinx is met recht tot de gichte gekomen.

1564, 14 september. Folio 530v

Sebastiaen Buelinx voorschreven heeft opgedragen tot behoef van Lijssbeth Smeets voorschreven huis en hof zoals hij het van Lijssbeth met gichte heeft ontvangen als een pand voor 30 stuivers Brabants jaarlijks. Sebastiaen of zijn nakomelingen mogen deze 30 stuivers steeds afleggen met 24 rinsgulden Brabants. Sebastiaen betaalde het pontgelt. Lijssbeth is ter gichte gekomen met recht.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 531v

Willem Huben heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel een stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'die Schoende', grenzend Willem voorschreven 1), Jan Kenens 2) en de beek 3), in ruil voor een ander stukje broek 'int Huesdens Broeck' gelegen, zonder dat de ene aan de andere iets toegeeft. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

Op 6 september 1565 bekende Jan Postel dat hij het stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'die Schoende', betaald heeft in geld: 76 rinsgulden 11 stuivers Brabants. Hij betaalde voor het pontgelt 3 rinsgulden 16 stuivers en 13 groot.

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 531v

Jan Van Postel heeft opgedragen tot behoef van Willem Huben het derdedeel van een stuk broek int Huesdens Broeck gelegen, geheten 'tRoijeken', grenzend Jan Reijners 1) en Henrick Brijkens 2), voor het stukje broek boven geschreven. Willem Huben is met recht tot de gichte gekomen.

Op 6 september 1565 bekende Jan Postel dat hij het stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'die Schoende', betaald heeft in geld: 76 rinsgulden 11 stuivers Brabants. Hij betaalde voor het pontgelt 3 rinsgulden 16 stuivers en 13 groot. Dus waarschijnlijk is deze bovenstaande gichte teniet.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 532

Jan Moens heeft voor hem en voor zijn megeringen Steven, Peter, Geertruijt en Heijloff Moens het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: 3,5 rinsgulden jaarlijks staande aan panden onder Coersel gelegen. Jan is voor hem en voor zijn megeringen ter gichte gekomen.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 532

Thomas IJliaes heeft voor hem en voor zijn megeringen Peter, Marten, IJliaes en Henrick IJliaes kind het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: 'den Boeter Hoff' en 'den Alden Bampt' onder Schuelen gelegen. Thomas is voor hem en voor zijn megeringen met reecht tot de gichte gekomen.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 532

Henrick Bervoets heeft in de naam en tot behoef van Thewis, Henrick en Geertruijt Bervoets het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een beemd geheten 'den Pruijsschen Beempt', gelegen op de Laeck; nog de helft van 'den Roijen Eusselken'; nog de helft van een stuk land geheten 'den Steenberg'; nog huis en hof te Vennen gelegen met een beemd; nog 3 bluecken ook omtrent Vennen gelegen; nog 'die hoeve metten wijerkens'. Henrick is voor Thewis, Henrick en Geertruijt Bervoets met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 532

Reijner Stessens heeft ontvangen na de dood van zijn grootouders Jan Vilters en Beater Wellers alias Stapparts de helft van huis en hof in Schuelen 'opden Pleijn' gelegen. Reijner is ter gichte gekomen met recht.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 532v

Hubrecht Dillen heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend Jan voorschreven 1), Jan Kenens 2), Willem Huben 3) en de straat 4). In deze koop zijn nog 3 rinsgulden jaarlijks en 5 halster rogge jaarlijks begrepen, sorterend onder Brabant. Ze zijn te kwijten met 70 rinsgulden. Het stukje dat hier sorteert wordt gerekend aan 35 rinsgulden. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

Op 4 oktober 1565 heeft Jan Van Postel de naderschap bekend aan Peter Maechs, bekennend dat hij alles betaald kreeg. Peter Maechs is tot de gichte gekomen met recht.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 533

Aert Meerhouts gicht Willem Wijgaerts als momber van zijn huisvrouw zijn tocht van een half mudde rogge jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Henrick Thijs onder Schuelen gelegen. Willem Wijgaerts is als momber van zijn huisvrouw tot tocht en erfelijkheid gekomen met recht.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 533

Jannes Meukens met zijn momber Gielis IJliaes gicht Heer Henrick Meukens 2 rinsgulden erfelijk zoals hij gelden heeft aan panden van Henrick Doermaels onder Schuelen gelegen, voor een hoefke onder Herck gelegen, grenzend Thijs Duchtinx en de straat, volgens het schepenregister van Herck. Heer Henrick, broer van Jan, is tot de gichte gekomen met recht.

 

1564, 05 oktober. Als jaergedinge nae Sinte Remeijsdach. Folio 533v

Jannes Meukens met zijn momber Gielis IJliaes heeft opgedragen tot behoef van meester Dierick De Wuest een bloexke in Schuelen omtrent 'den Habeel' gelegen, grenzend Heer Andries Alen 1), de straat 2), 'dat Vossen Velt' toebehorend aan Dionijs Claes 3) en Herman Claes 4), voor 74 rinsgulden Brabants eens. Meester Dierick de Wuest is op 7 december 1564 met recht tot de gichte gekomen.

 

1564, 19 oktober. Folio 535v

Geert Schats als momber van zijn huisvrouw Maria Thijs en ook voor Willem, Beatrix en Cristijn Thijs heeft het versterf ontvangen dat hen is aangestorven na de dood van Beater Wellers alias Stapparts, waar Jan Vilters alias Loebossch uitgestorven is als vruchtgebruiker: de helft van huis en hof onder Schuelen op 'den Pleijn' gelegen. Geert kwam als momber van zijn vrouw en voor zijn megeringen met recht tot de gichte.

 

1564, 16 november. Folio 537

Henrick Thijs alias Bruijnebaerts heeft opgedragen tot behoef van Henrick Deckers een stuk erf 'opten Billen Hoeck' onder Schuelen gelegen, grenzend Wouter Croechs 1), Ambrosius Vander Eijcken 2) en Jan Gielis der tummerman 3), voor 10 stuivers jaarlijks staande aan panden van Jan Vanden Boeck onder Schuelen gelegen, die te kwijten staan met 9 rinsgulden; nog 10 stuivers jaarlijks staande op panden van Lijssbeth Bogaerts hovend onder Steijvordt, die te kwijten staan met 9 rinsgulden, en nog op panden van Jannes de Custer in Berbroeck 6 stuivers erfelijk en nog in contant geld 12 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep. Henrick Deckers is tot de gichte gekomen. Henrick Thijs werd tevens in de 10 stuivers jaarlijks staande op panden van Jan Vanden Boeck gegicht en gegoed met recht.

 

1564, 07 december. Folio 538

Peter IJliaes heeft opgedragen tot behoef van Thijs Van Hamme een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'dat Hulten Cruijs', grenzend Thijs voorschreven aan 2 zijden, het 'gasthuijs' van Halen 3) en Aert Vanden Kerchoff 4); nog een stuk land 'opden Beelick' gelegen, grenzend de H. Geest van Herck 1), de erfgenamen van Jan Vilters 2), 'mij vrouwe' van Herckenroede 3) en de straat 4); nog een zille land hovend onder Schelen Hoff, samen in ťťn koop. Hetgeen hier sorteert wordt gerekend aan 82 rinsgulden. Het is enkel belast met de grondcijns. Thijs Van Ham is met recht tot de gichte gekomen. Peters huisvrouw Maria Van Ham heeft met deze gichte ingestemd. Godspenninck een halve stuiver en lijcoep 4 rinsgulden.

 

1564, 07 december. Folio 538v

Thewis Oijen heeft opgedragen tot behoef van Jan Witters een stukje goed in Oversell gelegen, grenzend Hubrecht Mewis kinderen 1), Lenaert Cautsmeets kinderen 2) en 'die gemeijn heijde' 3), voor 4 rinsgulden Brabants eens, lijcoep 8 stuivers. Jan Witters is tot de gichte gekomen.

 

1565, 11 januari. Als jaergedinge nae derthiendach. Folio 539

Henrick Van Pael heeft als momber van zijn huisvrouw Maria Goesens het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: 2 rinsgulden 15 stuivers jaarlijks staande op panden van Jaspar Zmeets onder Coerssel gelegen. Henrick is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

 

1565, 11 januari. Als jaergedinge nae derthiendach. Folio 540

Willem Thijs, Geert Schats met zijn huisvrouw Maria Thijs, Willem Bervoets met zijn huisvrouw Cristijn Thijs en Beater Thijs met haar verleende momber Jaspar Cornelis hebben gelijkerhand opgedragen tot behoef van Maria, dochter van Jan Vilters alias Van Loebossch die nog minderjarig is, hun gedeelte van huis en hof onder Schuelen gelegen, zoals Jan Vilters het tijdens zijn leven en in huwelijk met zijn vrouw Beater Wellens alias Stapparts verkregen had en daarbij nog een stukje land in dezelfde hof gelegen; nog hun gedeelte in de helft van een stuk land geheten 'die Cleijn Tiegelrije', waarvan de andere helft toebehoort aan Willem Thijs; nog hun gedeelte van een stuk land geheten 'tDoernicks Velt'. Het eerste stuk land sorterend in 'Malepeerts Hoff', en het ander in de 'hoff van Wauwenroije. Verkocht voor 8 rinsgulden Brabants jaarlijks, boven de lasten, met valdag op datum van gichten. De lasten belopen op 13 rinsgulden. Mochten de lasten hoger zijn, dan zullen de verkopers dat vergoeden en in het andere geval moet de koper aan de verkopers bijpassen. Maria Vilters of haar nakomelingen mogen deze 8 rinsgulden jaarlijks aflossen met 144 rinsgulden Brabants en met 2 rinsgulden jaarlijks per keer. Hier boven moet Maria in contant geld nog 28 rinsgulden geven op 'Liechtmisse', lijcoep 5 rinsgulden. Gielis IJliaes en Thomas Vanden Kerchoff als mombers van het kind zijn met recht tot de gichte gekomen. Het pontgelt dat hier sorteert, is gerekend op 4 rinsgulden 6 stuivers.

1565, 11 januari. Als jaergedinge nae derthiendach. Folio 540v

Anna, weduwe van Jan Vilters, heeft met haar verleende momber Thomas Vanden Kerchoff opgedragen tot behoef van haar dochter met mombers Gielis IJliaes en Thomas Vanden Kerchoff haar tocht van de wederhelft van huis en hof met de andere percelen in de voorgaande gichte vermeld. De mombers zijn voor het onmondige kind met recht tot tocht en erf gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, droegen de mombers Gielis en Thomas voorschreven tot behoef van Willem Thijs, Geert Schats als momber van zijn huisvrouw Maria Thijs, Willem Bervoets als momber van zijn huisvrouw Cristijn Thijs en Beater Thijs de voorschreven helft van huis en hof met de andere goederen en ook de wederhelft van huis en hof met het gedeelte van de andere goederen gespecificeerd in de eerste gichte op samen als een pand voor de voorschreven 8 rinsgulden Brabants jaarlijks, die te kwijten staan zoals voorschreven staat. Willem Thijs, Geert Schats, Willem Bervoets beiden als mombers van hun huisvrouw en Beater Thijs zijn met recht tot de gichte gekomen.

De mombers voorschreven hebben Anna, moeder van het kind, weer in haar tocht gesteld. Ze is tot de gichte gekomen.

Op 23 januari 1567 heeft Geert Schats de voorschreven panden gekweten van 2 rinsgulden jaarlijks. Hij kreeg alles betaald. Het geld was gekomen van het kindsgedeelte van Merike Vilters in Coesen.

 

1565, 01 februari. Folio 541v

Aelbrecht zoon van Jan Mewis en Henrick Moers als naaste bloedverwant van Aelbrecht hebben verkocht, nadat er in de kerk geroepen was dat er een verkoop zou zijn met uitgaan van de kaars in presentie van meier en schepenen van huis met een hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Willem Thijs 2) en Geert Coex 3), en dat degene die het meeste zou geven de 'naaste' zou zijn, aan Henrick Coex. Boven alle lasten bij het uitgaan van de kaars verkocht voor 50 rinsgulden Brabants eens boven de rechtskosten, godspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Henrick Coex is met recht tot de gichte gekomen.

Henrick Coex heeft opgedragen tot behoef van Aelbrecht Mewis voorschreven het huis en hof en daarbij nog een half boender bos onder Schuelen gelegen vlakbij 'den Wijen', grenzend Jan Schuermans 1), meester Geert van Velpen 2) en 'den Mortelmans Bossch' 3), samen als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Henrick Coex of zijn nakomelingen mogen deze 3 rinsgulden jaarlijks afkwijten met 50 rinsgulden Brabants. Aelbrecht is met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 01 februari. Folio 542

Nadat in de kerk was geroepen dat men in presentie van meier en schepenen en met uitgang van de brandende kaars zou verkopen een half boender land gelegen onder Schuelen 'opt Olinger Velt', toebehorend aan Aelbrecht Mewis en dat degene die het meeste ervoor zou geven, de naaste zou zijn, bood Aert Deckers in presentie van het gerecht 10 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Bij het uitgaan van de kaars bleef de koop aan Aert Deckers. Albrecht Mewis met zijn momber Henrick Moers heeft tot behoef van Aert Deckers het voorschreven stuk land opgedragen zoals voorschreven is. Aert is met recht tot de gichte gekomen.

Aerdt Deckers voorschreven heeft het voorschreven stuk land en daarbij nog 6 vaet rogge jaarlijks die hij op dit stuk land gelden heeft opgedragen als een borg voor het geval dat Aert de 10 rinsgulden met 6 stuivers verloop op Pinksteren eerstkomend niet zou betalen, dat men dan daar alles zal aan kunnen halen.

 

1565, 15 februari. Folio 542v

Jan Van Postel heeft voor hem en voor de kinderen van Claes Neelens, namelijk Jan en Truijke, Katherijn Van Postel en Anna Wouters het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: huis en hof onder Coersel gelegen; nog een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'den Perre Beempt'; nog een stukje broek naast de vorige beemd gelegen; nog een stuk broek ook in Oversel gelegen, geheten 'den Baten Beempt'; nog een stuk erf 'inden Postelmans Hoeck' gelegen, geheten 'die Hoeve'; nog 3 rinsgulden jaarlijks aan panden van Peter Melis en nog 2 rinsgulden jaarlijks aan panden van Jaspar Kenens. Jan Van Postel is voor hem en voor zijn megeringen voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 15 februari. Folio 543v

Jan Schepkens heeft opgedragen tot behoef van Henrick Voegelers een stuk broek onder Coerssel gelegen 'int Sluijs Broeck', grenzend 'die Auwe Beeck' 1), Andries Valentijns 2) en Willem Geerts 3), de kinderen van Henrick Convents 4). Het is enkel belast met 3,5 penninck grondcijns, godspenninck een halve stuiver en 20 stuivers als lijcoep. Het is verkocht voor 150 rinsgulden Brabants boven de grondcijns. Henrick Voegelers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 15 februari. Folio 544

Heer Henrick Meukens met zijn momber Peter Geerts heeft opgedragen tot behoef van meester Dierick de Wuest 2 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van Henrick Doermaels onder Schuelen gelegen, die hij verkregen heeft van zijn broer Jan Meukens. Meester Dierick zal hiervoor aan Heer Henrick 2 gulden 'lijffpensien' gichten en hier boven heeft Heer Henrick nog goede waren onvangen voor een bedrag van 21 gulden. Meester Dierick is met recht tot de gichte gekomen. Hiervan zijn 2 gulden pontgelt betaald.

 

1565, 15 februari. Folio 544

Peter Vaes heeft ontvangen na de dood van zijn ouders een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'die Roije Beeck', grenzend Jan Witters 1), Aert Neelens 2), Lenaert Bolaerts 3) en 'Schuijlens Beempt' 4). Peter Vaes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 15 februari. Folio 544

Dadelijk daarna heeft Peter Vaes opgedragen tot behoef van Servaes Gielis het voorschreven stuk broek onder vorm van ruil met ander goed onder Balen gelegen. Servaes Gielis is tot de gichte gekomen op voorwaarde dat indien mocht blijken dat het stuk broek meer dan eens verkocht of getransporteerd werd en waarvan het pontgelt niet werd betaald aan de heer, dan is dit onder voorbehoud en blijft het broek beschikbaar om tot het geleijt te komen. Peter Vaes heeft voor 1 keer 12,5 rinsgulden pontgeld betaald omdat zijn vader het broek had geruild 'waer inne der heer bedroegen' is geweest.

 

1565, 01 maart. Folio 545

Adriaen Cuijpers heeft opgedragen tot behoef van Govaert Reijnkens een half mud rogge jaarlijks zoals hij zelf gelden heeft aan panden van Henrick Wijnen onder Coersel gelegen, waarvan de eerste gicht gedaan is op 30 april 1562. Verkocht voor 19 rinsgulden Brabants eens. De eerstvolgende pacht zal vallen op Goert (Govaert) voorschreven. Govaert Reijnkens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 01 maart. Folio 545

Henrick Vanden Broeck gicht Bartholomewis Van Buijlen een heike onder Schuelen gelegen, grenzend meester Jan Van Gelmen erfgenamen aan 2 zijden en de erfgenamen van Jan Alen 3). Belast met 1 rinsgulden jaarlijks aan de Bogaerden van Diest en met grondcijns aan de heer. Verkocht voor 10 rinsgulden Brabants eens boven de voorschreven last. Bartholomeus Van Buijlen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 01 maart. Folio 545

Lambrecht Beertens heeft in de naam van de kinderen van Gielis Van Hout, namelijk Goris, Michiel en Lijssbeth, het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een uutfanck aan hun aensel te Voertken gelegen; nog een stukje land in 'den Esselen Bossch' gelegen, grenzend Jan Vanden Hove en Ffrans Aerts; nog een stukje broek grenzend 'die persoenagie' (pastoor) van Coerssel aan 2 zijden en Thomas Mentens 3). Lambrecht Beertens is tot behoef van de voorschreven kinderen tot de gichte gekomen met recht.

 

1565, 01 maart. Folio 545v

Servaes Giels heeft opgedragen tot behoef van Henrick Beerten een stuk broek in Oversel gelegen, genaamd 'die Roije Beeck', zoals hij onlangs verkregen heeft van Peter Vaes. Het grenst Jan Witters 1), Aerdt Neelens 2) en Lenaert Bolaerts 3) en ĎSchuylens Beemptí 4), voor 250 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Op 24 mei daarna is Henrick Beerten met recht tot de gichte gekomen.

 

1565, 29 maart. Folio 547v

Maria Claes met haar wettige man en momber Aert Thijs heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Gielis Vernijen haar tocht van een stuk land in Schuelen achter de kerk gelegen, geheten 'de Mier', grenzend 'die Mier Stege' 1), 'den Smaut Bampt' 2) en Jan Goris 3). Gielis Vernijen is tot tocht en erf gekomen met recht.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Gielis Vernijen opgedragen tot behoef van Jan Van Nuffel het bovengeschreven stuk land als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met 15 rinsgulden Brabants en met rente volgens het verloop van tijd, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep. Gijsbrecht van Nuffel is tot behoef van zijn zoon Jan Van Nuffel met recht tot de gichte gekomen. Gielis heeft zijn moeder Maria Claes voorschreven weer in haar tocht gesteld.

 

1565, 12 april. Folio 548

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van meester Pelgrems een stuk erf onder Coerssel gelegen, geheten 'den Muggen Berch', grenzend Peter Neven en Jan Beckers 1), sheeren straet 2), de kinderen van Michiel Loijens 3) en Peter Inden Zavel 4), als een pand voor 6,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Puwels draagt als een onderpand nog een stuk broek op in Oversel gelegen, geheten 'den Boven Beempt', grenzend Peter Dillen 1), Jan Giels 2), Jan Beckers 3) en Peter Dillen 4), als een onderpand voor de voorschreven rente. Pouwels en zijn nakomelingen mogen de rente van 6,5 rinsgulden voorschreven aflossen met 100 rinsgulden Brabants. Elke rinsgulden gerekend aan 20 stuivers Brabants. Pontgelt met andere hofrechten komen erbij. Meester Pelgrem is met recht tot de gichte gekomen. De hoetpenningen zijn gekomen van 6 rinsgulden jaarlijks die afgekweten zijn door Henrick Vanden Morttel en hier weer aangelegd omdat meester Pelgem maar tochter was.

Op 16 december 1568 heeft meester Pelgrem voorschreven deze rente van 6,5 rinsgulden jaarlijks gekweten. Hij kreeg alles betaald en Servaes Kenens is tot de gichte gekomen. Het geld werd op die dag weer aangelegd aan panden van Jan Tielens.

 

1565, 12 april. Folio 548v

Margriet Jannes heeft met haar momber Philips Jannes opgedragen tot behoef van Peter Van Cuelen als momber van zijn huisvrouw Lijsbeth Jannes haar tocht van een erf onder Coersel gelegen: een stuk land gelegen 'inde Lange Hoeve', grenzend de kinderen van Anna Jans 1), Peter Van Ham 2); nog een stuk land naast het voorschreven goed gelegen, grenzend Anna Jans kinderen aan 2 zijden, de kinderen van Gielis Van Hout 3) en Thijs Van Ham 4); nog een beemd geheten 'den Moelen Beempt', grenzend de erfgenamen van Jan Binnemans O, 'die Cleijn Beeck' N en de erfgenamen van Goris Van Eerdenwech 3). Peter Van Cuelen is als man en momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.