RAH Schepenbank Lummen nr. 69

Gichten Loons recht buiten vrijheid

1537 - 1542

 

Titelblad

N 3

 

Virtutem fortuna et livor

J Neven

Nihil ingrati animi vitio turpius

fide omnia

 

Nota. Anno 1537 den 15 octobris schoutet ende schepenen van Herck bringen aen seecker proceduer aen meijer ende schepenen van Lummen als hoich gericht om hout ende risch te leveren ende een afgebot te wijssen.

Anno 1541 prima julij schoutet ende schepenen bringen aen seecker proceduer opde guederen van Halbeeck gedaen bije den rentmeester des heeren van Luijck

 

Nota. Pro domino gelijt genomen te Schuelen vanden Poel Frans ende Machiel Hoens voir twee gansen grondtceijs ende is weder gepurgeert anno 1541 den 17 novembris

 

Virtute Semper

 

1537, 01 augustus. Folio 1

Heylwich Wijnen van Coersel met haar geleverde momber Joris Wijnen heeft opgedragen haar tocht van een palinge, die haar vroeger gepaald werd, tot behoef van haar zoon Jan. Jan is hiermee tot tocht en 'erflicheit' gekomen met recht.

Nu vruchtgebruik en erf samen zijn, heeft Jan dit goed opgedragen tot behoef van Lijsbeth Wijnen voor 4,5 rinsgulden eens. Lijsbeth is tot de gichte gekomen met recht.

1538 op 5 september kwam Elsbrecht Wijnen met haar geleverde momber Laureijs Wijnen en ze heeft aan Peter Broeckmans naderschap bekend van de voorschreven koop. Peter is ter gichte gekomen met recht.

 

1537, 18 oktober. Folio 5v

Jan Zybrechts met zijn huisvrouw Eelen Brouckmans heeft opgedragen de 4 stuivers jaarlijks die Eelen in haar weduwlijke staat (wewelycken stoel) verkregen heeft van Marten Wagemans, staande aan huis en hof te Heerl gelegen, grenzend sheren straet 1), Lemmen Op die Hoeve 2), Gilis Pypen 3). Voor 3 rinsgulden Brabants geld tot behoef van Geert Pijls, die tot de gichte is gekomen met recht.

 

1537, 18 oktober. Folio 6v

Art Pouwels (Pouls) met zijn huisvrouw Katlijn Stapparts heeft opgedragen zijn vierde deel van 'den Pinten Brouck' en zijn vierde gedeelte van een stuk beemps int Fraesenbrouck gelegen. 'Den Pinten Brouck' palend 'die Laeck' 1), 'die Teppe' 2) en 'die Biesemen' 3). 'Het Frasenbrouck' grenst 'mijn heer van Everboer' 1), 'die Pruyssenbeempt' 2). Voor 36 rinsgulden (de karolusgulden aan 20 stuivers, de philipsgulden aan 25 stuivers gerekend, Gelderse ryders voor 24 en 3 croenen voor 40 stuivers het stuk). Opgedragen tot behoef van Symon Bervoets, die tot de gichte is gekomen met recht.

 

1537, 08 november. Folio 7v

Govaert Vander Hoeven met zijn huisvrouw Eelen Joes hebben opgedragen een hof in Scuelen gelegen, grenzend sheren straet op twee zijden, Lenart Van Gelmen erfgenamen 3), Goris Snyders erfgenamen 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks Diester pacht en mate. Voor 12 rinsgulden Brabants geld eens daarvoor te geven (10 karolusgulden in gouden munten en nog 30 stuivers erbij). Te kwijten met gelijk geld. Opgedragen tot behoef van heer Govart Snoecx, die tot de gichte is gekomen met recht. Heer Govart heeft erin toegestemd dat het koren mag betaald worden de halster met 4,5 stuivers Brabants of met goed hard graan.

Op 14 september 1559 heeft meester Dierick de Wuest deze bovengeschreven panden gekweten en hij heeft bekend dat hij volledig betaald werd. Lambert Joes is tot de gichte gekomen.

 

1537, 22 november. Folio 8

Frans Scepers met zijn huisvrouw Katlijn van Heerle hebben opgedragen in meiers hand een stuk erf geheten 'den Hazeren Beempt', palend sheren straet 1), Lambrecht Op die Hoeve 2), Claes Munters 3); nog twee vaet land gelegen in den aenseel tegen Henric Van Heerl, grenzend sheren straet op 2 zijden en Lambrecht voorschreven 3). Tevens nog omtrent 3 vaet zeijens gelegen omtrent de voorschreven aenseel, grenzend Henric van Heerl 1), Lambrecht Op die Hoeve 2) en de straat 3). Al deze goederen worden opgedragen als pand voor 3 rinsgulden jaarlijks Brabants geld (een karolusgulden aan 21 stuivers) die te kwijten staan voor 54 rinsgulden Brabants. Valdag op Sinte Mertensmisse. Opgedragen tot behoef van heer Govart Snoex, die ter gichte kwam met recht.

Op 3 oktober 1567 kwam Peter Vanden Laer met zijn 'voergenger' Dierick de Wuest en hij heeft deze panden van de drie rinsgulden jaarlijks gekweten. Hij heeft de hoetpenningen en alle restanten ontvangen en Ambrosius Vander Eijcken is tot de gicht gekomen met recht.

 

1537, 14 december. Folio 12

Heilwich van Postel alias Muggeberchs met haar geleverde momber Joris Thijs heeft opgedragen haar tocht van huis en hof en kindsgedeelte in Coersel gelegen, grenzend Henrick Geerts kinderen 1), Henrick Scepers 2) en een Brabantse hofstat 3), tot behoef van haar kinderen Jan en Michiel, die hiermee tot tocht en erfelijkheid gekomen zijn met recht.

Nu tocht en erve samen zijn, hebben Jan en Michiel deze goederen weer opgedragen tot behoef van Dyonijs, Anna en Lijnke, hun broer en zusters, voor 60 rinsgulden Brabants Diesters geld eens. Nijs, Anne en Lijnke zijn tot de gichte gekomen met recht.

 

1538, 10 januari. Jaergedinghe nae derthiendach. Folio 13

Wouter Naggen heeft opgedragen huis en hof te Scuelen Opt Billen Eynde gelegen, grenzend Jan Coecx 1), Jan Joris 2) en Symon Crouchs 3), voor 2 rinsgulden erfelijk Brabants geld en nog 1 rinsgulden jaarlijks die zal mogen afgelegd worden binnen drie jaren eerstkomend met 20 rinsgulden Brabants geld eens. Opgedragen tot behoef van Peter Slegers, die ter gichte is gekomen.

Op 3 oktober kwam Peter Slegers en hij heeft bekend dat hij Wouter Nagghen hier 'inder comenscappe' voorschreven nog 1 rinsgulden afgenomen heeft die de H. Geest van Berbroeck gelden had aan het voorschreven pand en Peter voorschreven belooft die ook te betalen.

 

1538, 10 januari. Jaergedinghe nae derthiendach. Folio 13

Mathijs Bogaerts heeft opgedragen huis en hof op die Stappe gelegen waarin hij woont, palend sheren straet 1), Geert Stapparts 2) en Geert Kannarts 3), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks Diester mate. Voor 12 rinsgulden Brabants geld eens, waarmee het ook te kwijten staat. Opgedragen tot behoef van Jan Scurmans, die ter gichte is gekomen met recht.

Het koren mag jaarlijks betaald worden met hard graan of met 5 stuivers daarvoor.

 

1538, 10 januari. Jaergedinghe nae derthiendach. Folio 13v

Henrick Vaes heeft een stuk broek opgedragen, gelegen 'int gesuer' in Coersel, palend Peter Van Hamme 1), Ariaen der Smeet 2), Jan Hoefmans 3). Opgedragen voor 28,5 rinsgulden zoals dat in Diest gangbaar is tot behoef van Matewis Van Hamme die tot de gichte is gekomen met recht.

 

1538, 07 maart. Folio 18v

Servaes Jorys heeft opgedragen zijn vierde gedeelte van 30 stuivers jaarlijks die hij gelden heeft aan pand van Thes Jacops erfgenamen te Scuolen gelegen voor 5 rynsgulden eens Brabants (de carolusgulden aan 21 stuivers, de philipsgulden aan 26 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants). Jan Clocluyers werd erin gegicht en gegoed met recht.

 

1538, 07 maart. Folio 19

Jan Postelmans alias Wilboerts heeft opgedragen een stuk erf te Castel gelegen, geheten 'Ariaen Duncops Dries', grenzend de kinderen van Vouter Tielens 1), Jan Lokermans 2), Wouter Clerx 3) voor 15 rinsgulden boven de lasten die eraan uitgaan. Henric Kenens werd erin gegicht en gegoed met recht. Jan staat garant met al zijn andere Loonse goederen voor het geval dat Henric last zou krijgen betreffende deze verkoop.

 

1538, 07 maart. Folio 19

Jan Van Postel van Coursel heeft opgedragen een bempt geheten 'den Diepenbempt' voor 3 rinsgulden eens boven de uitgaande lasten eraan staand. Dat is 4 mud rogge jaarlijks aan Wouter Nelis. Opgedragen tot behoef van Jan Vogelers, die erin gegicht werd met recht.

 

538, 04 april. Folio 23

Peter Meyen heeft opgedragen een stuk erf of bos te Castel gelegen, grenzend Jan Lokermans 1), Henric Kenens 2), tot behoef van Jan Wilboerts. Op 2 mei van dit jaar kwam Jan Wilboerts en hij heeft de gichte ontvangen uit handen van de meier en hij werd erin gegicht met recht.

 

1538, 04 april. Folio 24

Peter Smets van Coersel zoon van Jan Smets heeft opgedragen met zijn wettige huisvrouw de helft van 30 stuivers jaarlijks staande aan pand van Aert Peter Oems voor 14 rinsgulden tot behoef van Gowaert Brucmans, zijn zwager, die ter gichte kwam met recht.

 

1538, 02 mei. Folio 25

Jan Wilboerts van Coersel heeft opgedragen een bloeck te Coersel gelegen, geheten 'den Choermans Hoeff', grenzend Jan Lokermans 1), Wouter Tielens kinderen 2), als een onderpand voor de gicht en koop die hij aan Pauls Van Hout in de laethoeff te Coersel gedaan en gegicht heeft. Pauls Van Hout werd erin gegicht met recht als een onderpand.

 

1538, 02 mei. Folio 25

De kinderen van Wilhem Swerts. Mari Swerts van Diest heeft ontvangen voor haar en voor Anna, Clere (?) en Gertruyt de goederen die hen verstorven zijn na de dood van hun ouders. Ze werden erin gegicht met recht.

 

1538, 16 mei. Folio 27

Aert Loes wonend te Mallecom in Vlaenderen, geboren te Hechtel, heeft zijn hele kindsgedeelte, dat hem aangekomen is vanwege zijn ouders en onder deze bank gelegen, opgedragen tot behoef van Henric This voor 40 rinsgulden Diester 'paye'. Peter This zoon van Henrick This kwam tot behoef van zijn vader ter gichte met recht.

 

1538, 16 mei. Folio 27

Ghorys Yueten van Hechtel heeft voor en tot behoef van zijn kinderen Jan, Henric, Claes, Lisbeth, Chaeryn en Marike de goederen ontvangen die hen verstorven zijn na de dood van hun oom Claes Meynen. Ze werden erin gegicht met recht.

 

1538, 15 juni. Folio 29

Ghielis Coex heeft opgedragen een stuk land geheten 'Custers Bloeck' gelegen te Scuelen, palend 'dije Custers Straet' op twee zijden, Jan Sijbens O, en Lieben Merhouts 4), voor 100 rinsgulden gevalueerd geld en 35 rinsgulden Brabants boven lasten en pontpenningen. Enkel belast met grondcijns. Opgedragen tot behoef van Claes Vanden Roeye, die erin gegicht werd met recht. Chatlijn Joes, de huisvrouw van Ghielis Coex, heeft met deze gicht ingestemd. Lijcop nae lantcoep met 2,5 stuivers goidspenninck.

 

1538, 27 juni. Folio 29v

Mathis Vaes van Coersel heeft opgedragen een stuk broek geheten 'dye Stoeck' tot behoef van Henrick Huben als 'naeder gebloet'. Mathis had dit goed binnen het jaar gekocht van Henrick Huben. Henrick is ter gichte gekomen met recht.

 

1538, 05 september. Folio 33v

Peter Broxmans van Coersel heeft al zijn Loonse goederen opgedragen als pand voor een vaet koren jaarlijks, met valdag op datum van gichten, tot behoef van Anna Van Ruberge. Anna is ertoe gekomen met recht. Indien Peter of zijn erfgenamen de twee vaten willen afleggen, kunnen ze dat doen met 5 rinsgulden (de carolusgulden aan 21 stuivers).

Op 10 mei 1571 heeft Wouter Hoeffmans in de naam van Jan Vaes deze panden gekweten, bekennend dat het kapitaal en alle restanten voldaan zijn. Loych Coenen is ter gichte gekomen.

 

1538, 19 september. Folio 34v

Peter Cremers heeft een stuk erf opgedragen, gelegen op 'die Scrycheij', palend Marten Buysen 1), Gilis Scrijcx 2) en de gemeijn heide 3), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks. Opgedragen voor 12,5 rinsgulden Brabants 'Diester paijen' tot behoef van Marie Nijs die ter gichte is gekomen met recht. Voorwaarde is dat elke halster zal mogen betaald worden met goede harde rogge of met 5 stuivers. Valdag is jaarlijks op Sinte Lambrechtsdag.

1570 op 7 december heeft Maria Nijs met haar wettige momber Kerst Vanden Put dit pand gekweten van de halve mudde rogge jaarlijks en Jan Reyners is tot behoef van de kinderen van Gerets Scricx tot de gichte gekomen.

Marge: Geert Vanden Putte heeft dit geld aangeslagen en verpand, gelijk men vinden zal op 7 december 1570.

 

1538, 19 september. Folio 34v

Remeijs Miwis met zijn huisvrouw Cornilis Clocluijers hebben opgedragen hun gedeelte van 30 stuivers jaarlijks die ze gelden hebben aan pand van Thijs Jacops van Scuelen voor 5 rinsgulden en 5 stuivers Brabants gevalueerd geld. Opgedragen tot behoef van Jan Clocluijers die tot de gichte is gekomen met alle manieren van recht.

 

1538, 26 september. Folio 35

Peter Newe der Jonghe meier van de heer van Lummen heeft in de naam van de heer geleytenis genomen van de goederen van Peter Castelmans te Coersel gelegen, volgens de compositie en de gelofte die eerder gebeurd zijn. Er werd hem rijs en hout geleverd en hij is tot de gichte gekomen. Er werd 'gewalt gewesen ende gesclagen' op 7 stuivers 'ende is gepurgeert'.

 

1538, 03 oktober. Folio 36

Brigida Tax heeft met haar geleverde momber Peter Kenens opgedragen haar tocht van haar Loonse goederen aan haar zoon Jan toebehorend. Haar zoon Jan Wijnen is hiermee tot tocht en erve gekomen met recht.

Nu tocht en erve vergaderd zijn, heeft Jan Wijnen de goederen opgedragen die hij hiervoor ontvangen heeft. Dat gaat om een Loonse plaats met een schuur zoals door de heer gepaald is, grenzend Brabans N en Z. Opgedragen voor 4 rinsgulden tot behoef van Michiel Goens van 'Helterren', die ter gichte is gekomen met recht.

 

1538, 14 november. Folio 38v

Jan Vrancken heeft opgedragen een stukje land gelegen op 'die Scryck Heije', palend Jan Binnemans 1), Peter Cremers 2), tot behoef van Jan Van Postel alias Wilbarts voor een 'busken' (bosje) gelegen in Castel, palend Heyn Kenens 1), Heil Blueckmans 2), in ruil zonder elkaar iets toe te geven. Jan van Postel is tot dde gichte gekomen met recht.

Jan van Postel heeft heeft het bosje ook opgedragen en Jan Vrancken is ertoe gekomen volgens hun ruil voorschreven.

 

1538, 28 november. Folio 41

Jan Opt Straet heeft opgedragen huis en hof met de beemd in Coersel aan elkaar gelegen, palend Jan Goyens 1), Willem Goeijens en sheren straet op twee zijden. Opgedragen tot behoef van zijn broer Peter Op Straet voor het kindsgedeelte van Peter dat ter Brabantse aarde sorteert voor het grootste gedeelte. Ze geven elkaar niets toe. Peter is ertoe gekomen met recht.

 

1538, 28 november. Folio 41

Marie Opt Straet met haar geleverde momber Peter Kenens heeft opgedragen haar tocht van al haar goederen die hier hoven tot behoef van haar zoon Peter, voor zover zijn kindsgedeelte reikt. Peter Opt Straet is hiermee tot tocht en erve gekomen met alle vormen van recht.

Nu tocht en erf samen zijn, heeft Peter zijn kindsgedeelte opgedragen tot behoef van Jan Opt Straet die tot de gichte is gekomen.

 

1538, 12 december. Folio 41v

De Hof Vanden Dyck.

De meier en laten van de Hoef Vanden Dyck hebben aangebracht dat vandaag voor hen als gerecht Jan Van Cleve heeft opgedragen de jaarlijkse en erfelijke rente die hij gelden heeft aan 'den Caetsen Beempt' toebehorend aan Goris Snijers kinderen in Scuelen gelegen, als pand voor 2 mudde koren Diester maat en Diester pacht. Deze moeten altijd in Diest of Halen geleverd worden waar het de koper belieft. Opgedragen tot behoef van Herbericht en Kaerle Vanden Putte, broers, voor 50 rinsgulden Brabants gevalueerd geld (philipsgulden voor 25 stuivers, karolusgulden voor 20 stuivers, stuivers voor 3 placken Brabants). Te kwijten met dezelfde som en met een ongevallen pacht. Kaerle kwam voor hem en voor Herbericht ter gichte met recht. Voorwaarde is dat Jan of zijn nakomelingen dit koren mogen betalen elke halster met 5 stuivers Brabants of met goede harde rogge. Tevens is voorwaarde dat Dijonijs Diricx en zijn huisvrouw Martijne Vreven deze rente hun levenlang gebruiken zullen en in de tocht zullen blijven. Valdag zal zijn op Sint-Andriesmisse. Jan stond aan de broers een gezegelde brief toe.

 

1538, 12 december. Folio 43v

Mathijs Tijs heeft opgedragen zijn tocht van huis en hof te Scuelen gelegen, grenzend sheren straet 1), Art Princen 2) en Jan Aelen erfgenamen 3), tot behoef van zijn twee kinderen Art en Magriet. Tevens afstand van tocht van een stuk op 'den Meer' gelegen, palend Herman Borgelins 1), Jan Van Neercosen 2), Jan Scurmans 3). Aert en Magriet zijn ter gichte gekomen met recht van tocht en 'erflicheit'.

Dadelijk hierna nu tocht en erve samen zijn, kwamen Art Thijs en Grietke Thijs met haar geleverde momber Mathijs Tijs en ze hebben het voorschreven goed opgedragen als pand voor een mudde rogge jaarlijks met valdag op Sinte Andriesmisse. Opgedragen voor 24 rinsgulden Brabants lopend geld (cronen 2 rinsgulden) tot behoef van Tielman IJliaes die met alle manieren van recht ter gichte is gekomen op voorwaarde dat deze rente zal afgelegd worden met dergelijk geld en met een ongevallen pacht.

4 oktober 1554 heeft Tielman van Scoenbeeck met zijn huisvrouw Maria het voorschreven mud rogge opgedragen tot behoef van Jan Beckers en ze kwijten hem en zijn panden van het voorschreven mud rogge. Al het kapitaal en al de restanten werden betaald.

 

1538, 12 december. Folio 44

Jan Philips van Wijer heeft ontvangen de goederen die hem aangestorven zijn na de dood van Lijske Lenarts zaliger. Omdat het meer dan 40 dagen geleden is, krgijt hij 1 boete.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 45

Peter Busselkens heeft opgedragen huis en hof gelegen op Scurmans Eynde, grenzend de gemeyn straet op twee zijden, Beatrix Stappers 3), als een pand voor een half mud rogge jaarlijks met valdag op 'derthienmisse'. Hij heeft ervoor ontvangen de som van 12,5 rinsgulden Diester 'paye' (de carolusgulden 21 stuivers, de philipsgulden 26 stuivers, de croen 2 rinsgulden en de erarduspenninck 3 stuivers min 1 oort). Te kwijten met gelijk geld. Opgedragen tot behoef van heer Barthelmeus van Dornick die erin gegicht werd met recht.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 45v

Henric Vernijen alias Vander Eycken heeft opgedragen huis en hof in Scholen gelegen, palend Peter Baerts kinderen O, de gemeyn straet 2), als een pand voor een half mud rogge jaarlijks, vallend te derthiemisse. Te kwijten met 12 rinsgulden eens (de carolusgulden aan 21 stuivers, de croen 2 rinsgulden, de halve reael 32 stuivers, de erarduspenninck een oort minder dan 3 stuivers). Henrick heeft het opgedragen tot behoef van Jorijs Kelberchs die erin gegicht werd met recht.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 45v

Jorys Vernijen heeft opgedragen een stuk broek gelegen in her Lowichs Bampt, grenzend Reyner Vellers kinderen 1), Ghert Coex 2), voor de som van 35 rinsgulden Brabants geld Diester paije (de carolusgulden 21 stuivers, de gouden gulden 31 stuivers, de croen 2 rinsgulden). Henrick Vernyen werd erin gegicht en gegoed met recht.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 46

Jan Vilboerts heeft opgedragen het hoefke dat hij ontvangen heeft met gichte van Jan Vrancken, gelegen op 'den Scriex', palend des heren straet 1), Peter Cremers 2) en Merten Buysen 3), voor 6,5 rinsgulden Diester paye. Frans Vaes is erin gegicht en gegoed met recht.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 46

Jan Bosmans als momber van zijn huisvrouw Lisbeth Sclegers en Ghert Vanden Venne als momber van zijn huisvrouw Anna Sclegers hebben de goederen ontvangen die hen verstorven zijn na de dood van Chatlijn Vander Eycken. Ze zijn erin gegicht en gegoed met recht.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 46

Mari Hoemans van Coersel en haar dochters Brigida en Mari hebben een momber begeerd. Hen werd Peter Kenens geleverd met alle punten van recht.

Mari voorschreven heeft opgedragen met haar momber Peter Kenens de tocht die zij heeft van een bempt geheten 'den Buscop' en nog van 1 rinsgulden die zij gelden heeft aan pand van Henrick Hoemans kinderen. De kinderen zijn hiermee tot tocht en erf gekomen, namelijk Vouter, Aert, Adriaen, Anthonis, Christijn, Brigida en Mari.

Nu tocht en erve vergaderd zijn, kwamen Vouter, Aert, Adriaen, Cristijn met haar wettige momber Gielis Janen, Brigida en Mari voorschreven met hun geleverde momber Peter Kenens en ze hebben een bempt opgedragen geheten 'den Buetscop', grenzend Henrick Gheerts kinderen O, Jan Aerts kinderen W, des heeren straet Z en de heithoeve van de kinderen N, voor de lasten die eraan staan. Deze lasten zijn aan Bastiaen Van Beveren drie mud rogge jaarlijks, aan Gorys Van Erwich 'hun coepman' 1 mud rogge en 1 rinsgulden jaarlijks. Opgedragen tot behoef van Gorys van Eerwich voor 1 rinsgulden eens te geven. Gorys werd erin gegicht met alle vormen van recht. Vouter en Gielis beloofden aan Gorys dat ze ook Anthonis en hun zuster Anna zullen laten komen om met deze gicht in te stemmen als ze mondig zijn. Nadien zal Gorys hun andere Loonse goederen die pand zijn van de lasten kwijten.

Op 8 januari 1540 kwam Gorys van Eerwich en hij heeft naderschap bekend aan Henrick Vanden Put en Gorys heeft hem de bempt overgegicht. Henrick kwam ter gichte met recht.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 46v

Vouter, Aert, Adrien en Gielis Janen met zijn huisvrouw Christijn, Brigida en Mari met haar geleverde momber Peter Kenens hebben opgedragen 1 rinsgulden jaarlijks voorschreven staande aan pand van de kinderen van Henrick Hoemans tot behoef van Sebastiaen van Beveren voor 20 rinsgulden eens. Bastiaen werd erin gegicht met recht. Dat pand werd aan de kinderen van Henrick Hoemans gelaten via het testament van Jueten Hoemans dat geproefd werd op 4 november 1529 door Henrick Hoemans.

 

1539, 09 januari. Op jaergedinghe. Folio 47

Pauls Jorys heeft opgedragen de 7,5 stuivers die hij gelden heeft aan pand van de erfgenamen van Mathis Jacops in Scholen gelegen tot behoef van Jan Van Vinnen alias Clockluyers voor 5,5 rinsgulden eens Diester paye. Jan Clockluyers werd erin gegicht en gegoed met alle vormen van recht.

 

1539, 23 januari. Folio 48

Peter Kenens als momber van de vroegmis van Coersel heeft opgedragen de stukken broek, die vroeger volgens hun register aan de vroegmis werden gelaten door Jan Lijnen, met 1 penninck grondcijns. Jaarlijks moet Jan Voegelers van Coersel daarvoor 27 stuivers betalen. In dezelfde koop gaan nog goederen onder Coersel gelegen die sorteren in 'den hoeff van Everbode'. Jan Voegelers kwam ter gichte met recht, volgens de onderstaande proclamatie. Voor deze proclamatie werd ruimte vrijgehouden, maar ze werd niet genoteerd.

 

1539, 23 januari. Folio 49

Reyner Scurmans heeft ontvangen de goederen die hem als momber van zijn huisvrouw en ook aan Mari Claes de zuster van zijn huisvrouw zijn toegevallen na de dood van Ghielis Claes. Ze zijn erin gegicht en gegoed met recht.

 

1539, 30 januari. Folio 49v

Magriet IJen, dochter van Peter IJen, heeft een momber begeerd. Haar werd Peter Kenens met alle formaliteiten van recht geleverd.

Magriet voorschreven heeft met haar geleverde momber Peter Kenens opgedragen haar gedeelte van een bempt gelegen in Oversel, namelijk het vijfde deel. De bempt grenst Pauwels Beckers 1), Gheret Van Briel 2), tot behoef van haar broer Gheret voor 15 rinsgulden Diester paije (de carolusgulden voor 21 stuivers, de goudgulden 31 stuivers). Gheret is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 06 februari. Folio 50

Jan Smets van Coersel heeft opgedragen zijn tocht tot behoef van zijn kinderen Rener, Peter, Heylwich, Anna, Chatlijn, Mari en de kinderen van Cristijn namelijk Peter en Jan. De kinderen zijn hiermee tot tocht en erve gekomen op voorwaarde dat ze aan Jan jaarlijks de tocht en trek geven van 5 rinsgulden jaarlijks Diester paije. Als ze hem niet binnen het jaar betalen, dan zal hij hun gedeelte aanvaarden om tot zijn volle betaling te komen.

Nu tocht en erve vergaderd zijn, kwamen de kinderen voorschreven en ze hebben afstand gedaan van hun recht op elkaars deel van hun deling, hierna volgend.

Aen Reyner is gevallen 'den aenseel' in Coersel gelegen met de halve 'hoeve' en met de lasten, 'de Mathis Heyde' en de wijers van Everbode en nog 4 rinsgulden eens aan Jannes.

Aan Peter is gevallen de halve 'Boven Bloeck' met de last en het voorste 'Groet Broeck' met het halve 'toerff broeck' en nog 5 rinsgulden aan Jan Leysen.

Pauwels Vrancken met zijn huisvrouw Heywich hebben voor hun kindsgedeelte 'dat Achterste Gesuer' en daarvan geeft hij 5 rinsgulden eens aan de kinderen van Dries (Paelmans).

Jannes Smets alias Wils als man en momber van Chatlijne Smets is gevallen 'den Achtersten' Rusenbempt' en hij heeft nog van Paul Vrancken 30 rinsgulden ontvangen. En nog voor Jan Smets kaveling van Linchout 'dat Voerste 'Gesuer' dat hij vroeger van hem gekocht had en 'sijn vvaren ende drijven van advincula Petry tot haeff meye' door het voorschreven 'Groet Broeck'.

Aan Berthelmeus Tielens met zijn wettige huisvrouw Mari Smets is als kavel gevallen 'den Voersten Rusenbampt' en hij heeft nog van Pauwels Vrancken voorschreven 25 rinsgulden ontvangen.

Jan Kenens met zijn huisvrouw Anna Smets is gevallen 'dat haelff Boven Bloeck' met de halve last en 'dat Achterste Groet Broeck' en 'dat haelff toerf broeck gingher boven'.

Aan de kinderen van Cristijn is gevallen in deling, omdat het goed gedeeld was tijdens haar leven en dat van haar wettige man Andries Paelmans, 'den Langen Bampt', 12 rinsgulden van Pauwels Vrancken, nog aan Peter Smets en Jan Leysen alias Kenens als momber van zijn huisvrouw 5 rinsgulden eens. De kinderen behouden hun weg door 'dat Achterste Groet Bloeck' van 'ad vincula Petri' tot half mei toe. Omdat deze twee kinderen Peter en Jan onmondig waren, kwamen Andries Paelmans, vader van de kinderen, en Wilhem Heyluwen als oom en naaste erfgenamen van vaderszijde en Jan In Broeck als erfgenaam van moeders zijde en ze hebben erkend dat deze kaveling gebeurd is toen ze in hun volle stoel zaten (gehuwd waren, beiden levend). Ze bekennen tevens dat deze kinderen niet misdeeld zijn volgens hun beste kunnen.

De partijen hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel zoals voorschreven is met hun mombers. Jannes Smets beloofde zijn huisvrouw in te brengen om in te stemmen. Voorwaarde is dat indien iemand enige hinder ondervond vanwege deze kavel zonder hun toedoen, dan zullen ze de last gelijk dragen. Op verzoek van de partijen zullen ze elkaar voldoen voor alle banken waar grond en goed gelegen is.

Op 26 april 1540 kwam Chatrina de huisvrouw van Jannes Smets voorschreven en ze heeft de voorschreven overeenkomst door haar man gedaan van waarde gehouden.

 

1539, 06 februari. Folio 52

Jan Plissis van Beringen heeft opgedragen een stuk land gelegen in 'dye Heeghe', grenzend 'des Hagboss' 1), Jannes Wigghers 2), tot behoef van Berthelmeus Van Hamel in ruil voor een stuk land gelegen onder Beringhen. Berthelmeus werd erin gegicht en gegoed met recht.

 

1539, 06 februari. Folio 52

Ida Op Straet met haar geleverde momber Peter Kenens heeft opgedragen haar tocht van een stuk land gelegen in 'Boven Bloeck' tot behoef van haar zoon Henrick, die hiermee tot tocht en erve is gekomen van zijn kindsgedeelte van het land.

Nu tocht en erve samen zijn heeft Henrick voorschreven het stuk land voor 46 rinsgulden Diester paije opgedragen tot behoef van Merten tSoghen, die erin gegicht werd met recht.

 

1539, 06 februari. Folio 52v

Jan Moens heeft met instemming en bijzijn van de familie met Dijonijs Moens het kindsgedeelte gedeeld. Dijonijs is tochter en zijn kinderen zijn onmondig en daarom heeft Jan aan Dijonijs en zijn kinderen de keuze gegeven. Dijonijs heeft gekozen met raad van zijn familie de tweede kavel: 'den Paelmans Bampt' en de bampt in Castel en drie voorste bloken van de Lanck Stucken.

Jan heeft voor zijn kindsgedeelte 'den Oerrewaren' met de twee achterste bloken te Castel gelegen en met de halve cijns.

Daarna hebben Dyonis en Peter Smets als vrienden vanwege Dyonis en Thielman van Heerl als oom van moeders zijde verklaard, in plaats van eed, dat volgens hun beste kunnen de kinderen niet misdeeld zijn en dat ze afstand doen van hun rechten op de deling van Jan als mombers. Jan deed afstand van het gedeelte van de kinderen.

 

1539, 20 februari. Folio 53

De kinderen van Peter Maech van Coersel.

Michiel Maech heeft ontvangen voor hem en voor Jan en Heylwich Maech de goederen die hen verstorven zijn na de dood van hun ouders. Ze zijn ertoe gekomen met recht.

 

1539, 20 februari. Folio 53

Jan Wellens van Hechtel heeft ontvangen de goederen die hem verstorven zijn na de dood van zijn broer Dionijs. Hij werd erin gegicht met recht.

 

1539, 20 februari. Folio 53v

Jan Joes der Jonghe heeft opgedragen twee percelen broek, zijn gedeelte. De eerste grenzend Gheret Stappers 1), Jan Pouwels 2), 'die Voerste Laeck' 3). De tweede grenst Jan Hoens 1), 'die Backhuys VVoert' 2). Opgedragen voor 40 rinsgulden Brabants Diester paije boven de lasten die eruit gaan (de carolusgulden 21 stuivers, die sonnen croen 2 rinsgulden). Heer Baerthelmeus van Dornick werd erin gegicht en gegoed met recht.

Deze renten gaan jaarlijks uit dit goed in het geheel: 2 rinsgulden aan de kerk van Lumpmen, 8 auwe groet te Herckenroeij, 5 stuivers jaarlijks aan Lemmens Joes, noch 3,5 stuivers 'ter brantschettinghe'.

In 1539 op 8 mei kwam Jan Joes der Auwe en hij wenste deze koop te vernaderen. Heer Barthelmeus heeft hem deze naderschap bekend en zich ontgicht. Jan is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 20 februari. Folio 54

Jan Luyten heeft opgedragen een stuk land geheten 'den Dries', grenzend Jan Vernijen 1), Aert Meukens 2) en de gemeyn steghe 3), voor 17 rinsgulden Brabants geld (de carolusgulden 21 stuivers, de sonne croen 2 rinsgulden). Jan Vernijen is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 06 maart. Folio 55v

Elisabeth Van Heyst heeft opgedragen met haar geleverde momber Peter Kenens haar tocht van een bempt in Oversel gelegen tot behoef van haar dochter Anna. Hij grenst Iken Huben en Peter Jans 1), Mathis Eermen 2) en Jan Cnaep 3). Anna is hiermee tot tocht en erve gekomen om daar 1 rinsgulden op te zetten maar niet meer.

Nu tocht en erf samen zijn, kwam Aert Fiers met zijn wettige huisvrouw Anna Van Heyst en hij heeft het stuk broek opgedragen als een pand voor 1 rinsgulden jaarlijks met valdag op datum van gichten tot behoef van Jan Cnaep van Coersel. Jan werd erin gegicht en gegoed met recht. Indien Aert of zijn erfgenamen deze rinsgulden willen afleggen mogen ze dat doen met 18 rinsgulden Brabants Diester paije (de carolusgulden 21 stuivers, de philipsgulden 26 stuivers, die sonne croen 2 rinsgulden).

 

1539, 06 maart. Folio 56

Heylwich Roesboems met haar geleverde momber Peter Kenens heeft opgedragen haar tocht van haar Loonse goederen tot behoef van haar kinderen Jan en Anna, die hiermee tot tocht en erve gekomen zijn.

Nu tocht en erf samen zijn, kwamen Jan Roesboems en Anna Roesboems met haar geleverde momber Peter Kenens en hebben opgedragen een stuk broek genaamd 'den Viers Hoff', grenzend Digna SDoven kinderen 1), des heren straet op twee zijden en 'dat Roecken' 4), voor 105 rinsgulden voor wat hier sorteert. Waarde van de munten: de philipsgulden 26 stuivers, de goutgulden 31 stuivers, die croen 2 rinsgulden. Opgedragen tot behoef van Jan Van Ham, die erin gegicht en gegoed werd met recht.

Jan en Anna met haar momber hebben beloofd omdat hun broer Bric... buiten het land is, dat hij als hij binnen het land zal komen, zal komen zijn kindsgedeelte overgichten gelijk zij gedaan hebben. Ze staan ervoor garant met hun andere Loonse goederen. Voorwaarde is dat Jan van Ham hen zal geven om af te leggen 3 mud rogge hoetpenningen en 11 stuivers jaarlijks aan de kerk van Coersel, zoals deze verbonden staan (3 mud en 10 stuivers) en het ander geld zoals voorschreven staat. Jan en Anna hebben vervolgens hun moeder weer in haar tocht gezet.

 

1539, 06 maart. Folio 57

Govaert Op die Hoeve met zijn huisvrouw Aleyt Joes hebben opgedragen een hof gelegen achter Gorys Snyders in Scholen, 2,5 vat zaaiens groot, grenzend de gemeyn straet op twee zijden, Gorys Snyders 3) en de kinderen van Lenaert Van Gelmen 4), als een pand voor een half mud rogge Diesters met valdag op Lichtmisse. Opgedragen tot behoef van heer Govaert Snoex. De halster jaarlijks te betalen met 4,5 stuivers Brabants. Te kwijten met 13 carolusgulden of 21 stuivers voor de carolusgulden. Heer Govaert werd erin gegicht met recht.

Op 14 september 1559 kwam meester Dierick de Wuest en hij heeft de bovengeschreven panden gekweten van het half mud rogge jaarlijks. Hij ontving de hoetpenningen en alle restanten. Lambrecht Joes is tot de gichte gekomen.

 

1539, 20 maart. Folio 59

Peter Kenens heeft ontvangen voor Gertruijt Wijnen de goederen die haar verstorven zijn na de dood van haar ouders en Peter is tot behoef van Gertruyt ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 20 maart. Folio 59

Heer Hubrecht Claes met zijn geleverde momber Peter Neven der Jonge heeft opgedragen twee percelen heide gelegen te Thienwinckel, geheten 'die Roenyen'(?), grenzend 'die gemeyn heyde' 1), Peter Van Hamel 2) voor een ruil met een bempt gelegen onder Styvoert, geheten 'den Wolkerbampt' en nog 15 stuivers jaarlijks aan 'dat panhuys' geheten 'den Anthonis Gelege', grenzend de kerk van Beerbroeck. Opgedragen tot behoef van Ghert Claes die ter gichte is gekomen met recht.

 

1539, 20 maart. Folio 60v

Mathis Moens van Hoesden heeft opgedragen een stukje broek gelegen in Oversel, grenzend Jan Vitters op twee zijden, voor 20 rynsgulden Diester paije, tot behoef van Jan Vitters. Jan is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 20 maart. Folio 60v

Jan Scuremans(?) heeft opgedragen huis en hof gelegen te Scholen op die Stap, palend des heren straet op twee zijden, Jan Luycx 3), tot behoef van Sijmoen Droechmans voor 110 rinsgulden Diester paije. Sijmoen blijft voor 90 rinsgulden 4,5 rinsgulden jaarlijks betalen, die hij met 20 rinsgulden per keer kan afleggen. Valdag jaarlijks op Sint Jacopsmisse en voor het eerst in 1540. Symoen werd erin gegicht en gegoed met recht.

 

1539, 17 april. Folio 61v

Jan Coex heeft opgedragen de tocht die hij heeft van een eusel in Castel onder Coersel gelegen tot behoef van zijn twee kinderen. Vouter Clerx kwam tot tocht en erf tot behoef van de kinderen Ghielis en Chatlyn met alle vormen van recht.

Nu tocht en erf samen zijn, kwam Vouter voorschreven en hij heeft bekend dat hij dit voorschreven euwit heeft verkocht tot behoef van Frans Rutten voor 2,5 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Jorisdag. Het euwit grenst O Jan Voegelers en W Frans Rutten. Frans is ter gichte gekomen met recht op voorwaarde dat Frans als een onderpand het stuk land genaamd 'dat Lanck Stuck' heeft opgedragen, dat paalt W Jan van Coersel en Frans Rutten zelf O. Het moet garant staan voor de kinderen voor het geval dat het euwit onvoldoende waarborg biedt voor de kinderen dat ze ze alle twee kunnen 'belien'. Jan Coex en Wouter Clerx hebben aan Frans beloofd dat ze de twee kinderen voor het recht zullen brengen om met deze gichte in te stemmen en dat ze tevens instaan voor alle problemen die hem hierdoor eventueel mochten overkomen. Als Frans of zijn erfgenamen deze 2,5 rinsgulden voorschreven willen afleggen, mogen ze dat doen met 50 rinsgulden Brabants Diester paije die in die tijd gangbaar zijn.

 

1539, 17 april. Folio 64

Gherit Pijls heeft bekend dat hij in erfcijns uitgenomen heeft van Jorys Vander Eycken een huis en hof aan 'die Hagels VVoert' gelegen, grenzend 'die Beerbboss stege' 1), Reyner Coenaerts erfgenamen 2), voor 35 stuivers erfelijk. Voor onderpand geeft hij 10 rinsgulden. Gherit heeft daarvan de gichte opgedragen tot behoef van Jorys voorschreven, die ter gichte is gekomen met recht.

 

1539, 08 mei. Folio 67

This Rutten heeft opgedragen zijn gedeelte, het zesde, van een eusel gelegen in Oversel, geheten 'die Donck', grenzend de beek 1), Danel Wouters zoon van Jan Mekens 2), tot behoef van Jan Ruttens voor 35 stuivers eens boven pontpenningen en lasten. Jan Ruttens is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 08 mei. Folio 67v

Heer Anthonis Nijs alias Hoefmans heeft opgedragen zijn gedeelte van de bempt gelegen in Coersel, namelijk het derdedeel, palend Aert Hagendoeren 1), de kinderen van Peter Cornelis 2), de beek 3), tot behoef van Jan Cnaep van Coersel voor 50 rinsgulden Diester payen (de carolusgulden 21 stuivers, de philipsgulden 26 stuiver, die sonne crone 2 rinsgulden). Na afstand door heer Anthonis met zijn momber Peter Kenens kwam Jan Cnaep ter gichte met recht.

Op 29 april 1540 bekende Jan Cnaep de naderschap van deze koop aan Ffranck Smets en hij heeft zich ontgicht. Ffranck kwam ter gichte als man en momber van zijn huisvrouw Mari Jorys met recht.

Op 17 februari 1541 kwamen Peter Jans met zijn huisvrouw Anna Jorijs, Henrick Vanden Put met zijn huisvrouw Chatlijn, Peter Jorys, Mathis Jorijs, Cristijn Jorys met haar geleverde momber Peter Jans en Dieli Jorys met haar geleverde momber Peter Jans en ze hebben ingestemd met de voorschreven vernadering omdat Mary Jorys wettige huisvrouw van Vranck Smets samen de goederen verkregen hadden die Jan Cnaep van heer Anthonis Nys gekocht had en ook van Henrick Struvens zoals zal blijken op 22 mei 1539(folio 71). Het geld hiervoor ontleenden Mari en Vranck aan goede vrienden omdat ze de hele bempt wilden betalen. De familie zal er nooit nog over spreken.

 

1539, 08 mei. Folio 69

Jan Goens van Coersel heeft opgedragen zijn gedeelte van 'den Loelen', het derdedeel, en het derdedeel van 'den Lanck Vonderken' en het derdedeel van 'den Chocht Ewet' tot behoef van Jan Cnaep, volgens voorwaarden tussen hen eerder gesloten. Goens doet er afstand van volgens de inhoud van hun deling.

 

1539, 22 mei. Genachtendag. Folio 69v

Agnees Riensclegers(?) heeft met haar geleverde momber opgedragen haar tocht van een mud rogge jaarlijks, staande aan Jan Loebos pand dat toebehoord heeft aan Aert Stappers. Dat gaat om huis en hof in Schulen gelegen. Opgedragen tot behoef van haar dochter Genneke Couteyels, die hiermee tot tocht en erf is gekomen en ook met de restanten.

 

1539, 22 mei. Genachtendag. Folio 69v

Henrick Vaes heeft opgedragen zijn huis en hof te Coersel gelegen 'bij nae die keerck', grenzend des heren straet op twee zijden, Jan Vaes 3), tot behoef van heer Jan Nielens voor 88 rinsgulden 13 stuivers en 16 groet Diester paeije boven de aanstaande lasten (de carolusgulden 21 stuivers, de philipsgulden 26,5 stuivers, de soenne crone 38 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants gerekend). Heer Jan is ter gichte gekomen van de voorschreven hoeve en ook van de bempden op die Briedonck gelegen. Henrick heeft deze ook mee verkocht. Heer Jan is ter gichte gekomen met recht.

26 juni 1539 kwam heer Jan Nielens met zijn geleverde momber Peter Kenens en hij heeft de naderschap van deze koop bekend aan heer Henrick Kenens, die erin gegicht werd op 21 mei 1540.

 

1539, 22 mei. Genachtendag. Folio 70

Liebrecht Criten heeft opgedragen twee percelen van een bos. Het ene ligt aan de boom en grenst de boom 1), Peter Latbouwers 2). Het ander bosje is gelegen aan 'die Padde Poels Strate', palend de heren van Ruermunde 1), Gielis Coex 2). Opgedragen tot behoef van Lambrecht Op die Hove voor de cijns die Liebrecht daaruit geldt aan Barthelmeus 'gelaesmeker' van Sint Truyen. Liebrecht heeft er afstand van gedaan met recht. Lambrecht is ter gichte gekomen met recht. Lambrecht belooft aan Lieben dat hij binnen het jaar zijn pand zal lossen.

 

1539, 22 mei. Genachtendag. Folio 70v

Vranck Maech alias Conen met zijn wettige huisvrouw Heylwich Maech hebben opgedragen hun Loonse goederen onder Coersel gelegen, palend huis en hof 1) Michiel Maech, Chatlijn Gheerts 2) en Jan Maris Z. Het land 'op tvelt' grenst Jan Maech 1), Ghiel Maech 2). De beemd genaamd 'dat Lanck Vonderken' grenst Jan Maech 1), Ghiel Maech 2). Alles wordt opgedragen als een pand voor 2 mud rogge jaarlijks Diester paije, in Diest te leveren kosteloos en schadeloos van schattingen en alle ongelden. Tot behoef van Jannes Keesmans van Diest, die ter gichte is gekomen met recht. Als Vranck of de zijnen deze 2 mud believen af te leggen, mogen ze dat doen met 52 rinsgulden. Vranck heeft ontvangen 2 rosen nobels van 32 'int maerckt' en nog 8 angelotte van 59 'int maerckt' en 1 'gemoenten hoernsgulden'. Te kwijten met dergelijke munten. Jannes wou een gezegelde brief hiervan.

Op 4 mei 1542 kwam Jannes Keysmans en hij heeft deze rente gekweten en hij bekende dat hij het kapitaal en de renten ontvangen heeft en hij kweet de panden.

 

1539, 22 mei. Genachtendag. Folio 71

Henrick Struijvers heeft een derdedeel opgedragen van een bampt genaamd 'Wilboert Nijs Bampt', grenzend Aert Hagendoren O, Henrick Gheerts kinderen W, tot behoef van Jan Cnaep voor 50 rinsgulden Brabants. Opgedragen voor 50 rinsgulden Brabants (de carolusgulden voor 21 stuivers, de philipsgulden 26 stuivers, de zilveren gouden gulden voor 30 stuivers, de sonne croen 2 rinsgulden, de snaphaen Gelders 6 stuivers, 'den Luijckts' 5,5 stuivers en 1 ort). Jan Cnaep is ter gichte gekomen met recht.

Op 3 juni 1540 kwam Jan Cnaep en hij heeft de naderschap bekend aan Franck Smets en hij heeft zich ontgicht. Franck is ter gichte gekomen met recht als nadere bloedverwant en als momber van zijn huisvrouw Mari Jorys.

 

1539, 22 mei. Genachtendag. Folio 71

Michiel Briers heeft opgedragen zijn gedeelte van 'den Hoghen Boss', grenzend Wilboert Swinnen 1), Henrick Kenens 2), tot behoef van Michiel Maech voor 4 rinsgulden Diester paijen. Ghiel Maech is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 26 mei. Folio 72v

Joncker Johan vander Maerckt kwam voor meier en schepenen en hij heeft afstand gedaan van het erfgoed dat de heer van Lummen aangestorven was na de dood van Jan Van VVelpen, natuurlijk, gelegen te 'Pollaerts aen die VVoert', grenzend die' Lvv(?) straet' 1), Peter Tummermans 2), voor de som van 60 rinsgulden aan Jan Spunx. De meier heeft dit gekeerd in hoede van schepenen.

 

1539, 26 juni. Folio 74v

Jan Goens van Coersel heeft opgedragen een stuk land genaamd 'den Bogaert', palend VValentijn Reyners W, Jan Cnaep O en Z 'dat Pluechers Eeuwet' als een pand voor een mud rogge jaarlijks Diester mate. Te leveren in Diest op Sint Jans dach. Te kwijten met 25 rinsgulden Brabants (de carolusgulden 21 stuivers, de Gelderse rijder 22 stuivers, de sonne croen 28 stuivers). Opgedragen tot behoef van Wouter en Peter Van Lancvvelt alias Costers. Matheus Bogaerts kwam in de naam van de voorschreven kinderen ter gichte met recht. Jan Goens staat met zijn andere goederen garant voor een goede gichte en hij beloofde om zijn huisvrouw in te brengen om met deze gicht in te stemmen. Matheus begeerde in de naam van de kinderen een gezegelde brief; Jan Goens stemde toe.

20 april 1541 heeft Mathis Bogaerts voorschreven bekend dat hij het kapitaal van het mud rogge ontvangen heeft en dat Jan Cnaep alles voldaan heeft. Matheus kwijt de panden van Jan Cnaep, die nu houder ervan is.

 

1539, 26 juni. Folio 75v

De meier en de laten 'Vanden Dyck' hebben aangebracht dat voor hen in de hof gekomen is voor hun meier en laten Jan Van Cleem op 21 juni 1539. Hij heeft opgedragen een bempt geheten 'den Kaetsenbempt' als een pand voor een mud rogge jaarlijks Diester maat. Valdag op Sint-Jan Baptist. Te kwijten met 15 rinsgulden Brabants gevalueerd geld (carolusgulden 20 stuivers, de philipsgulden 25 stuivers). Opgedragen tot behoef van Dionijs Dierix van Halen, die ter gichte is gekomen met recht. Dit mud moet jaarlijks in Diest of Halen geleverd worden. Omdat de meier en laten geen zegel gebruiken en de partijen een gezegelde brief wensten, hebben ze ons om een gezegelde brief verzocht. Martijn, de huisvrouw van Dionijs, werd meegegicht.

 

1539, 04 september. Folio 81

Jan Van Loebossch heeft opgedragen huis en hof 'tSchoelen' gelegen waarin hij woont. Het grenst Lyeben Merhouts 1), de gemeyn straet 2), als een pand voor 30 stuivers Brabants jaarlijks. Te kwijten met 27 rinsgulden gevalueerd Brabants geld (de carolusgulden 20 stuivers, het vuerijser 9 oorden en stuiver voor Brabantse stuiver). Valdag op datum van gichten. Op gedragen tot behoef van heer Goert Snoex, die ter gichte is gekomen met recht.

1587 op 25 juni heeft Peter Vanden Laer, na toestemming verleend door de heer officiaal van Luyck, deze panden gekweten en Aerdt Juechmans is ter gichte gekomen.

 

1539, 04 september. Folio 82

Aert Henkens met zijn huisvrouw Iken Duijfkens heeft opgedragen 1,5 rinsgulden jaarlijks staande aan een goed gelegen in Scholen geheten 'den Wetsaert', tot behoef van Jorys Kelberch voor 28 rinsgulden Brabants. Jorys is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 04 september. Folio 82

Reyner Bossmans als geleverde momber voor Magriet (Grietke) Mommen bekent dat hij verkocht heeft een stuk broek onder Coorsel gelegen, grenzend Peter Vaes 1), Aert Vaes 2), tot behoef van Peter Wintmolders voor 60 rinsgulden (de carolusgulden 21 stuivers, de rijder 24 stuivers, de 'nuuen' penninck 11 placken). Peter is ter gichte gekomen met recht. Reyner heeft beloofd, en daarbij 'ten heylighen gesworen' dat hij de 60 rinsgulden het eerst zal gebruiken voor het afleggen van 2 mud rogge aan Jan Van Meert en de rest aanleggen tot profijt van het kind Griet. Reyner heeft aan Peter beloofd dat hij het meisje voor het recht zal brengen om in te stemmen als ze mondig zal zijn.

 

1539, 18 september. Folio 82v

Peter Kenens heeft ontvangen voor Jan, Mari en Chatlijn Witters alias Kenens de goederen die hen verstorven zijn na de dood van 'huns wroukens' Cristina Kenens. Hij kwam ter gichte met recht tot behoef van de partijen en ook voor Clara Kenens.

 

1539, 18 september. Folio 82v

Michiel Kenens heeft ontvangen de goederen die zijn kinderen van Mari Kenens zaliger aangestorven zijn. Deze kinderen zijn Henrick, Cristiaen en Jasper Kenens. Michiel kwam in hun naam ter gichte.

 

1539, 18 september. Folio 83

Henrick Kenens heeft voor zijn zuster Elisabeth Kenens de goederen ontvangen die haar verstorven zijn na de dood van haar ouders. Hij is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 20 september. Folio 84

Gowaert Vanden Gracht heeft gereleveerd vanwege de Bogaerden van Diest en ze hebben hun goederen ontvangen tot behoef van het godshuis na de dood van broeder Adriaen Convins (Quins?) zaliger.

 

1539, 20 september. Folio 84

Gowaert Vanden Gracht, gemachtigd door de procurator, en broeder Henrick hebben geleytenis genomen van de goederen van de kinderen van Peter Witters: Aert Witters, Elisabeth en Digen Vitters. Ze zijn gekomen tot rijs en hout en zijn ter gichte gekomen met recht tot behoef van het godshuis. Hun 'waert gevalt geweesen' en het werd gekondigd.

 

1539, 18 september. Folio 85

Henrick Valentyns alias Convins heeft de heer van Lumpmen gepurgeerd van de compositie die Peter Castelman gemaakt heeft aan de heer van Lumpmen. Peter had daarvoor zijn goederen opgedragen tot behoef van zijn 'coepluyden' zoals men zal vinden op 22 juli 1538. Hij had aan de heer beloofd de compositie te betalen op geleytenis van zijn goederen, die hij opgedragen had en de gichte zou overgaan. Betaling bleef uit en daarom kwam de meier in de naam van de heer en hij heeft geleytenis genomen zoals zal vinden op 26 september 1538. Nu heeft de meier bekend dat hij volledig betaald werd door Henrick voorschreven, als nadere bloedverwant, van de compositie voorschreven. De heer heeft zich ontgicht en Henrick is ter gichte gekomen met recht van 'den Roeken' en 'Haseler' in Castel onder Coersel gelegen.

Peter Beckers alias Castelmans heeft afstand gedaan van de actie die hij op deze goederen zou kunnen hebben tot behoef van Henrick voorschreven en hij zal er nooit nog over spreken.

 

1539, 02 oktober. Folio 85v

Mari Schevels heeft ontvangen de goederen die haar verstorven zijn na de dood van haar ouders en ze kwam ter gichte met recht.

 

1539, 02 oktober. Folio 85v

Wilhem Vander Heyden heeft opgedragen zijn huis en hof te Goerselaer gelegen, palend des heren straet O, Jan Bosmans 2); tevens een eusel daar achter gelegen, palend Jan Bosmans 1), Wilhem voorschreven aan de andere zijden. Opgedragen als pand voor 1 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sinte Remeysdach. Te kwijten met 18 rinsgulden Brabants gevalueerd geld en met volle pacht. Wilhem heeft het opgedragen met instemming van zijn vrouw Magens tot behoef van de kerk van Zeelum. Heer Jan Van Balen kwam tot behoef van de kerk ter gichte met alle vormen van recht.

Bijpand is nog een stuk land geheten 'dat Bloecksen' palend O Jan Bruesselmans kinderen, Wilhelm voorschreven W, en nog 18 stuivers jaarlijks die Wilhem gelden heeft aan panden van Aert Ffrans in Genenbos.

 

1539, 11 oktober. Folio 86

Heer Jan Scampers heeft opgedragen met zijn geleverde momber Jan Joerdens een bos in Roeijen gelegen, palend Gielis Coex 1), Wouter Stappaers erfgenamen 2), tot behoef van Peter Neven (Newen) der Jonge voor 42 rinsgulden boven de pontpenninck. Peter Neven is ter gichte gekomen met recht.

 

1539, 11 oktober. Folio 86

Wilhem Cannaerts heeft de goederen ontvangen waar Jacop Kannaerts de gicht van heeft en die gebruikt worden door Peter Van Gulick. Wilhem is ter gichte gekomen met recht volgens de inhoud van de huwelijksvoorwaarde die geproefd werd door Herman in de naam van zijn dochter.

 

1539, 11 oktober. Folio 86v

Ida Op Straet heeft met haar geleverde momber Peter Kenis haar tocht opgedragen van het gedeelte van haar dochter Mari in 't Groet Bloeck' gelegen. Mari is hiermee tot tocht en erf gekomen.

Nu tocht en erf vergaderd zijn, kwam Gerit Dillen met zijn huisvrouw Mari Huben en hij heeft opgedragen haar kindsgedeelte int Groet Bloeck gelegen te Corsel tot behoef van Marten Schoghen voor 46 rinsgulden los boven alle pontpenningen en hoefrechten. Gerit is tot de gichte gekomen met recht.

 

1539, 27 oktober. Folio 87v

Peter Kenens heeft ontvangen voor Henrick en Magriet, kinderen van Anna Kenens zaliger, de goederen die hen verstorven zijn na de dood van Cristina Kenens. Peter is tot behoef van de kinderen ter gichte gekomen.

 

1539, 30 oktober. Folio 87v

Peter Brocmans heeft opgedragen een stukje erf gelegen op 'Scricx Heye', grenzend Geret Niesen (Mesen?) 1) Theus Peelsers 2) tot behoef van Reyner Smets voor 6 rinsgulden boven de aanstaande laten. Reymer Smets is ter gichte gekomen met recht.

Op 13 november 1540 kwam Elisabeth Wynen en ze heeft de naderschap geboden aan Reyner Smets van de voorschreven koop omdat ze het goed vroeger gehad heeft. Reyner stemde in en heeft zich ontgicht en Elisabeth kwam tot de gichte.

 

1539, 13 november. Folio 88v

Jan Goens van Coersel heeft aan Jan Cnaep van Coersel, zijn zwager, zijn deling bekend vanwege zijn huisvrouw, de zuster van Jan Goens. Ze hebben gedeeld in 1510. Jan Goens heeft afstand gedaan van zijn rechten op de hoeve waar Jan Cnaep op woont en zijn bunder land daar achter gelegen, nog van een boske gelegen bij 'Put Hoeffken' en dat nu een euwit is; nog van de voorste 'Bogaert' en daar nog een bunder achter geheten 'Lanckvvonderken', ongeveer 3 dachmael groot.

 

1539, 02 december. Folio 91

De meier en laten van het hof Vanden Dyck.

De meier en de laten voorschreven hebben aangebracht aan ons, hun wettig hoofd, dat voor hen Aert Brosis is gekomen op 1 februari 1537 en heeft opgedragen een half mud rogge jaarlijks, dat hij gelden had aan een pand van Lambrecht Vanden Berge, tot behoef van Peter Vanden Kerckhoeve van Diest. Peter Boerch werd erin gegicht in de naam van Peter Vanden Kerckhoeve, zijn meester. Hij is ertoe gekomen met recht.

 

1539, 11 december. Folio 91v

Mari Stevens (Steners) met haar wettige momber Aert Valentijns heeft haar tocht opgedragen van al haar Loonse goederen tot behoef van Wilhem en Aert Stevens, haar kinderen, die hiermee tot tocht en erf gekomen zijn met recht.

Nu tocht en erf vergaderd zijn, kwamen Wilhem en Aert Stevens en ze hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel van hun deling, zoals ze dat met hun familie gedeeld hebben als volgt.

Wilhem heeft voor zijn deel een stuk land gelegen 'in Bloeck' te Stal westwaarts zoals ze het gescheiden hebben op twee 'hulskens'. Het grenst de 'Molenstraet' W en zijn broer Aert O. Hij zal nog 12 rinsgulden hebben van de deling van Aert, namelijk van het huis.

Aan Aert voor zijn kindsgedeelte is gevallen 'den aensel metten uutffanck'' tegenover Dionijs Stevens erf en verder de ander helft van de hof zoals ze gescheiden hebben.

Wilhem en Aert hebben hun moeder weer haar tocht bekend met alle vormen van recht.

 

1539, 11 december. Folio 92v

Claes Brosis met zijn huisvrouw Anna Stalmans hebben opgedragen de helft van de bempt genaamd 'dat Waterscap' onder Coersel te Genen Stal gelegen. De hele bempt grenst Jasper Hillen kinderen O en Gielis Wouters kinderen W, 'de Aude Beeck' Z en 'die Mael Beeck' N. Opgedragen tot behoef van Gerit Claes van Coersel voor 175 carolusgulden goed van goud en zwaar van gewicht. Gerit Claes werd erin gegicht met recht. Geert zal 75 carolusgulden tussen dit en O.-L.-Vrouwen Liechdach eerstkomend geven en de andere honderd binnen het jaar, voor 'licop' 6 carolusgulden en 1 stuiver goidspenninck. Als er niet tijdig betaald wordt, kan de verkoper met een geleytenis komen tot de grond, zowel van de eerste of van de tweede termijn. Deze gichte is 'gecassert' (teniet gedaan) zoals men zal vinden op 17 februari 1541.

 

1539, 11 december. Folio 93

Jan Wilboerts heeft opgedragen het goed in Castel gelegen waar Oriaen Duncops placht in te wonen, grenzend Jan Loeckermans 1), Digen Tielens 2). Opgedragen tot behoef van Niel Cornelis voor 100 rinsgulden boven de last: een mud rogge jaarlijks aan de kinderen van Digen sDoven, 6 halster jaarlijks aan de H. Geest van Coersel, een halster jaarlijks aan het O.-L.-Vrouwaltaar, 5,5 stuivers jaarlijks aan het 'Sinter Claes autaer', aan Nys Ketelboeters van Beverloe 20 stuivers jaarlijks. Niel der Sceper voorschreven en zijn zwager Mathis (geen familienaam) zijn tot de gichte gekomen met recht.

9 april 1540 kwam Neel Cornelis en hij bekende de naderschap aan Mathis Mertens van deze koop en hij heeft zich ontgicht. Mathis kwam ter gichte met recht.

 

1539, 11 december. Folio 93

Peter Kenens heeft onvangen tot behoef van Gerit Brocmans de goederen die hem verstorven zijn na de dood van zijn zuster Anna. Peter is ter gichte gekomen tot behoef van Geerd met recht.

 

1539, 11 december. Folio 93v

Chatlijn Vrancken weduwe van wijlen Leys Wouters met haar geleverde momber Wilhem Thijs heeft opgedragen haar tocht van al haar Loonse goederen tot behoef van haar kinderen Mathijs Wouters, Elisabeth Wouters, Chatrina Wouters en Stijn Wouters, die hiermee tot tocht en erf gekomen zijn met recht.

Nu tocht en erf 'vergaderd' zijn, hebben Mathis Wouters, Elisabeth Wouters met haar geleverde momber Wilhem Thys, Stijn Wouters met haar geleverde momber Jan Tielens en Chatryn Wouters met haar wettige man en momber Peter Van Losen opgedragen de voorschreven goederen als pand en borg voor zekere voorwaarden en overeenkomst gemaakt met Michiel Coex 'moentmiester van Hassel'. Indien hem enige hinder overkwam, dan beloven ze dat Michiel ze kan 'beleyen'. De muntmeester wou dit geregistreerd hebben en daarna volgt die tekst van de buitenbank van Hasselt. Op verzoek van Peter Van Loosen met de megeringen en ter consenteringe van Michiel Koexs de muntmeester werd een kopie verleend uit hun gichtregister. 1539 op 29 juli kwam Katryne Vrancken huisvrouw van wijlen Leijs Wouters met haar 'gesadden' momber Steven Hermans en ze heeft haar tocht opgedragen van ongeveer 4 bonder 3 of 4 kort roeden met een huisje en stal daarbij, gelegen in Runxt, het huis en de hof of 'kanephoff'. Tevens een stuk land daaraan grenzend Wouter Cleyren 1), sheren straete 2), Maes Hamers 3) en Gherit Meynen 4). De beekbampt grenst Gherit Meynen 1), 'die Wambeecke' 2), Dries Roeselers of Hubrecht Roeselers erfgenamen 3). 'Den Lanckstert' grenst Jan Nunne, Mercken Kempeners erfgenamen, Gherit Meynen op drie zijden. Ze draagt de tocht op tot behoef van haar vijf kinderen Heyn Wouters, Mathis Wouters, Elisabeth Wouters, Katrina Wouters met haar huisheer Peter van Losen en Stijn Wouters. Zo vergaren de kinderen de tocht met de erfdom van deze goederen en ze werden erin gegicht met recht. Deze kinderen Heyn Wouters, Mathis Wouters, Elisabeth Wouters weduwe van Jan der Smet, Peter van Losen met zijn huisvrouw Katrijne en Stijn Wouters met haar momber Steven Hermans hebben opgedragen de voorschreven goederen in erfcijns voor 8 gulden Brabants, of de waarde ervan, jaarlijks. Te betalen op Kerstmis en voor het eerst op Kerstmis over een jaar. Ten eeuwigen dage. Voorwaarde is dat Michiel Koex deze 8 rinsgulden ook mag zetten aan andere panden en op volgende manier. Hij mag ze op vijf verschillende percelen zetten volgens hem belieft om zijn pand los te maken. Michiel stelt als onderpand 3 gulden Brabants min 1 oort op een bampt gelegen bij Hilst, geheten 'die Lange Streepe oft beecke', grenzend met een zijde aan 'dwoerffuelt' (?) en op de andere zijde Aert Herttens erf of bampt en de overige twee zijden aan het goed van Michiel voorschreven. Volgens dat Michiel aflegt, zal ook het onderpand zich evenveel los en vrij maken. Nog is voorwaarde dat indien de kinderen van Elisabeth Wouters enige rechten zouden hebben in de voorschreven goederen, zodat ze Michiel enige hinder deden, of dat er aan het goed andere nadelen of lasten zouden zijn, dan beloven de kinderen voorschreven om dit Michiel te vergoeden en hem schadeloos te stellen. Michiel mag het goed dadelijk aanvaarden als zijn eigen goed. Het goed is nog belast met 10 vat rogge en met omtrent 25 stuivers Brabants en die zullen niet in mindering komen van de som van 8 gulden voorschreven. De kinderen staan aan Michiel een brief toe.

Op dezelfde dag bekende Henrick Wouters zijn compositie aan de drossaard van het land van Loon. Hij heeft beloofd aan zijn voorschreven megeringen dat ze hun part en verhaal zullen hebben aan andere goederen die hem toebehoren tot de som van 60 gulden Brabants. Mocht blijken dat Henrick mits deze compositie teveel heeft gehad voor zijn part dan de goederen die hij hier overgegicht heeft aan de muntmeester, dan zal hij dat aan zijn megeringen vergoeden aan andere goederen die hem toebehoren.

Er werd nog een kopie van een andere gichte voorgelegd. Op 1539, 5 september, kwamen voor meier en schepenen van buiten Hasselt Thys Wouters, Heyn Wouters, Peter Van Losen wettige huisheer van Katherijne Wouters - hij beloofde haar voor het recht te brengen om vrouwenrecht te doen - Lijsbeth Wouters en Stijn Wouters met hun geleverde momber Steven der Scoenmeker en ze hebben opgedragen de 8 gulden Brabants jaarijks die ze gelden hebben op goederen gelegen in Runxt. Ze hebben deze goederen op 29 juli laatstleden bewezen volgens het register tot behoef van Michiel Coex de muntmeester. Michiel zal voor elke gulden 20 gulden moeten geven. Hiervan mag Michiel in mindering brengen hetgeen hij heeft moeten uitgeven (verleggen) en nog moet verleggen voor hun broer Heyn Wouters. Indien er overschot is, moet hij die hen uitbetalen. Michiel werd erin gegicht en gegoed met ban en vrede. 1 stuiver gegeven voor de goidspenninck en 1 gulden voor lycop.

19.09.1539 heeft Lijne, de huisvrouw van Peter Van Losen, ingestemd met deze gicht.

Afschriften uit het schepenregister van Hasselt buiten werden gezegeld met hun zegel op 21.11.1539.

De kinderen voorschreven met hun momber hebben Elisabeth weer haar tocht bekend 'sonder argelist'.

 

1540, 04 januari. Folio 97

De kinderen van Joris Van Ryveren van Beringen, namelijk Peter, Loych Meynen als momber van zijn afwezige huisvrouw, Jorys, Lenaert, Heylwich met haar geleverde momber Loych Meynen en Cenlie(?) met haar geleverde momber haar broer Jorys van Rijveren hebben opgedragen een bos geheten 'den Hegge Boss' tot behoef van Jan Van Miert van Beringen voor 75 karolusgulden. Jan Van Miert is tot de gichte gekomen met recht.

Op 3 juni 1540 kwam Cristijn van Ryvieren en ze heeft met de voorschreven gicht ingestemd en van waarde gehouden wat haar man Loych hiervoor gedaan had aan Jan Van Miert.

Op dezelfde datum kwam Henrick Kenens en hij heeft het onderpand gekweten dat stond aan dit bos zoals men zal vinden in 15.. (niet aangevuld).

 

1540, 08 januari. Op jaergedinge. Folio 98v

De meier en laten van de hof geheten 'Malipers', namelijk Philips Vander Hulst als meier, Lemmen Stappaerts, Gielis Coex, Herman Croechs, Claes Geerts en Hermans Borghers laten van dit hof, brachten aan dat voor hen als gerecht gekomen is Mathis Vanden Poele op 30 april 1526 en hij heeft opgedragen een bampt van omtrent 7 sillen als pand voor 3 rinsgulden jaarlijks Brabants. De bampt heet 'den Heerkeroderbampt'. Opgedragen tot behoef van Aert Van Steijvvoert van Diest met valdag op Sinte Andriesavond. Mathis of zijn nakomelingen mogen deze 3 rinsgulden ten eeuwigen dage kwijten met 54 rinsgulden (de philipsgulden voor 25 stuivers, de goutgulden voor 28 stuivers). Op 1 juni werd Aert van Steyvoert voorschreven erin gegicht en gegoed met recht.

Op 25 september 1540 kwam Lisbeth Cupers de huisvrouw van Mathis Vanden Poelle alias Snijders en ze heeft de voorschreven gichte gelaudeerd. Is in hoeden van laten gekeerd.

 

1540, 08 januari. Op jaergedinge. Folio 99v

Thijs Bogaerts heeft opgedragen een stuk land gelegen te Scolen aan die Stap, grenzend Thys zelf 1), de gemeijn straet 2), tot behoef van Reyner Scurmans voor 10 rinsgulden boven de lasten. Thys heeft er afstand van gedaan met recht en Reyner is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 08 januari. Op jaergedinge. Folio 100

Gerit Brocmans heeft opgedragen zijn tocht van zijn gedeelte dat hem van zijn vader verstorven is tot behoef van zijn dochter Lynke Vanden Broeck. Peter Kenens kwam in de naam van het kind tot tocht en erf.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf vergaderd zijn, kwam Peter Kenens in de naam van Lynke voorschreven en hij heeft opgedragen het huis met de halve hof te Corsel gelegen waar Henrick Brouckmans uitgestorven is, tot behoef van Joris Scepers voor 29 rinsgulden Brabants. Tevens heeft Gerit Brouckmans opgedragen in dezelfde gicht het versterf van zijn zuster Anna Brouckmans, begrepen in dezelfde som. Joris Scepers van Coersel is tot de gichte gekomen 'nae onser bancken recht'. Peter Kenens heeft beloofd om Lijnke voor het recht te brengen om in te stemmen als ze mondig is. Joris zal voor de voorschreven som jaarlijks blijven gelden 22 stuivers aan Lijnke voorschreven voor de 22 gulden voorschreven. De rest heeft Gerit ontvangen.

Op 29 maart 1543 kwam Chatlyn Vanden Brock en ze heeft met haar geleverde momber gelaudeerd de voorschreven gichte die Peter Kenens voor haar gedaan heeft en nu is ze mondig.

Op 1 juli 1550 heeft Geert Brouckmans zijn dochter Lijnke gegicht in zijn tocht van de 22 stuivers jaarlijks. Dadelijk daarna heeft Lijnke zich vermomberd met Jan Clercx die haar met recht verleend was. Daarna heeft ze met haar momber gegicht Jan Kenens in die 22 stuivers jaarlijks. Ze heeft het kapitaal ervan ontvangen.

 

1540, 08 januari. Op jaergedinge. Folio 100v

Reyner Huben heeft opgedragen de halve hof in Coersel gelegen waar Henrick Brocmans uitgestorven is en die Reyner Huben vroeger van Jan Brocmans via gichte verkregen heeft, tot behoef van Jorys Scepers voor de som van 27 rinsgulden Brabants. Jorys is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 08 januari. Op jaergedinge. Folio 100v

Ffrans Vaes heeft opgedragen een stukje erf gelegen op 'den Scrieck Heijde' tussen zijn regenoten gelegen, tot behoef van Jan Van Put, die ter gichte is gekomen met recht in de ruil voor een bunder land gelegen ter Brabantser aarde.

 

1540, 22 januari. Folio 101

Mari Scurmans van Scoelen heeft opgedragen de goederen die haar verstorven zijn na de dood van haar broer Jan Scurmans en ze is ter gichte gekomen met recht. Het gaat om een half mud koren aan Lambrecht Goens, een half mud aan Jorijs Vernijen en 3 rinsgulden aan pand van Jorys Vander Eycken en 1 rinsgulden aan pand van Jan der Wever.

 

1540, 22 januari. Folio 101

Jan Gintins heeft ontvangen voor hem en als momber van zijn huisvrouw Chatlijn en Aert, Jan, Wilhem, Aleyt en Gerit, kinderen van Niesen (Mees?) Oeyen. Hij kwam ter gichte met recht voor hem en voor zijn megeringen.

 

1540, 22 januari. Folio 101v

Peter van Moelstede alias Houwers met zijn geleverde momber heeft opgedragen zijn gedeelte van de Loonse goederen onder Coersel gelegen als een pand voor 2 mud rogge jaarlijks Diester mate, in Diest te leveren kosteloos en schadeloos, schatteloos en bedeloos, met valdag op 8 januari, tot behoef van Henrick Bonen alias Waelwijns (Boonen alias Waluwijns) voor 2 mud die hij en zijn erfgenamen mogen afleggen met 50 carolusgulden eens (de carolusgulden voor 20 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants) en met volle pacht. Deze twee mud roggen zijn ook in de Brabantse bank gegicht aan Peters Brabantse goed, zodat voor de pontpenningen hier 3 delen van de koopsom betaald zijn. Jan Van Groendonck kwam in de naam van Henrick ter gichte met recht. Jan verlangde in de naam van Henrick een gezegelde brief en Peter stond hem die toe.

In 1543 op 11 januari kwam Jan Van Groendonck en hij heeft de voorschreven panden gekweten van de 2 mud rogge jaarlijks. Hij bekende dat hij de hoetpenningen en de renten ontvangen had van Cornelis Van Moelstede en hij kweet de panden.

 

1540, 22 januari. Folio 102

Reyner Scurmans heeft voor hem en voor Elisabeth Scurmans ontvangen de goederen die hen verstorven zijn na de dood van Jan Scurmans. Reyner is ter gichte gekomen voor hem en voor zijn zuster.

 

1540, 22 januari. Folio 102

Jan Gorys heeft ontvangen voor de kinderen van Meus Kenens, namelijk Mari en Aleyt Kenens. Jan kwam tot behoef van deze kinderen ter gichte met recht.

 

1540, 22 januari. Folio 102

Jan Tielens met zijn huisvrouw Elisabeth Swerts hebben opgedragen een bampt in Oversel gelegen, grenzend de beek Z, Anthonis Witters W en Jan Kenens O, als een pand voor 2 mud rogge jaarlijks Diester mate. Valdag op Sinte Pauwels avont, in Diest kosteloos en schadeloos leveren tot behoef van Herman Berteleyns. Kwijten kan met 50 rinsgulden Brabants (de carolusgulden 20 stuivers, de philipsgulden 25 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants). Herman is ter gichte gekomen met recht. Jan en zijn huisvrouw hebben beloofd om dit pand niet minder goed te maken en ervoor garant te staan. Herman wenste een gezegelde brief en dit werd door Jan toegestaan.

In 1550 op 12 juni kwam Herman Berteleyns en hij heeft het voorschreven pand gekweten van deze last van 2 mudde rogge jaarlijks. Bertolomeus Giebels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1540, 22 januari. Folio 102v

Marike Thijs heeft de goederen ontvangen die haar verstorven zijn na de dood van haar ouders. Ze is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 22 januari. Folio 102v

Aert Merhouts heeft de goederen ontvangen die hem verstorven zijn na de dood van Jan Scurmans. Hij kwam ter gichte.

 

1540, 22 januari. Folio 102v

Sijmon Vaes alias Croex van Scolen heeft opgedragen een perceel van een bos gelegen in Scholen tegen zijn 'uutganck', grenzend Jan Van Beerbrock 1), des heren straet 2), tot behoef van Wilhem Kannaerts. Hij draagt hem tevens de schuur van de warmoeshof op en nog 3 zillen heyde grenzend Mari Claes 1), des heren straet 2), voor 6,5 rinsgulden eens. Wilhem is ter gichte gekomen met recht. Hiermee werd nog opgedragen een half zyl heyde grenzend des heren straet 1), Lambrecht Stappaerts 2).

 

1540, 30 januari. Folio 104

Jan Vitters van Coersel heeft geleytenis genomen van de goederen van Jan Moons alias Bomers als gemachtigde van Anna Tielemans. Omdat de partijen voor het recht geist zijn, maar niet kwamen, hebben de schepenen de zaak oud genoeg van genachten gewezen en de heer heeft hen rijs en hout geleverd en hij heeft gicht en goedinge ontvangen in de naam van Anna voorschreven. Er werd 'gevalt' gewezen en het werd gekondigd op 7 stuivers. Op 13 februari 1541 kwam Anna Tielmans met haar geleverde momber Jan Witters en ze heeft bekend dat ze voldaan is van het geleytenis en ze heeft zich ontgicht tot behoef van Jan Moons, die ter gichte is gekomen met recht behalve dat hij de jaarrente moet blijven betalen waarvoor het goed ingewonnen was. Nu trekken ze die van Wilhem Swerts kinderen van Diest.

 

1540, 30 januari. Folio 104v

Heylwich Dillen met Peter Kenens, haar geleverde momber, heeft opgedragen haar tocht van een bampt genaamd 'den Achelmansbampt' tot behoef van haar zoon Anthonis die hiermee tot tocht en erf gekomen is met recht.

Nu tocht en erf samen zijn, kwam Anthonis voorschreven en hij heeft de bampt voorschreven opgedragen tot behoef van Jan Gierts voor de som van 200 rinsgulden Brabants; op voorwaarde dat 100 gulden blijft staan om er jaarlijks 6 rinsgulden van te geven. Te kwijten met 100 gulden eens. Van de andere 100 gulden zal Jan de pontpenningen betalen in afkorting en van de andere 100 rinsgulden zal Jan de pontpenningen betalen binnen het jaar als die 100 rinsgulden afgerekend zijn. Jan Gierts met zijn huisvrouw Anna Cornelis hebben hiervoor opgedragen 'den Exceelsche Bampt' en hij belooft de pontpenningen te voldoen 'nae uut wysen der comenscapen ende op geleytenis der selver gueden sonder argelist'. Anthonis bekende zijn moeder haar tocht aan de voorschreven 6 rinsgulden jaarlijks.

Op 24 juni 1540 kwam Jan Gierts en hij heeft Peter Dillen naderschap bekend van de voorschreven koop en zich ontgicht. Peter is als naderman tot de gichte gekomen met recht. Peter heeft al zijn Loonse goederen opgedragen voor een onderpand voor de gichte hierboven voor het geval dat Anthonis met recht de bempt zou inwinnen voor zijn jaargulden of hoetpenningen. Peter stond toe dat Anthonis het onderpand van Jan Geerts zal kwijten.

Op 13 januari 1541 kwam Jan Cnaep van Coersel en hij heeft opgedragen al zijn Loonse goederen als gevolg van een peys gemaakt tussen hem en Peter Dillen. Peter zal behouden 50 rinsgulden, 3 crone en 1 angelot die hij van Jan Cnaep ontvangen had en waar Peter zijn huisvrouw 'affgestorven' was en verkregen hebben de voorschreven bempt en andere goederen die Peter behouden zal zonder dat Jan Cnaep of zijn kinderen enige verkregen goederen eisen na de dood van Peter voorschreven. Ze kwijten Peter daarvan en tevens heeft Peter Jan Cnaep of zijn erfgenamen gekweten van de huwelijksvoorwaarden en het geld die hem toegezegd waren en hij zal er nooit nog iets van eisen. (correcte interpretatie?)

 

1540, 31 januari. Folio 105

Jannes Wymans heeft opgedragen al zijn Loonse goederen tot behoef van Geret Claes en Diliam Corvers en dat omwille van een borgtocht die Geret en Diliam aan Jannes gedaan hebben ter Brabantse aarde voor de meier van Beringhen. Indien het gebeurde dat hen door de borg hinder overkwam, tot de som van 1000 carolusgulden eens, en alle onkosten die daarvan kunnen komen, dat ze dan deze goederen daarvoor mogen beleyden. Ze hebben ook borg onder Beringen en daarom zullen ze de kosten half halen onder Beringen en half onder Lumpmen. Gerit wenste hiervan een gezegelde brief voor hem en Dilian, die Jannes op zijn kosten toestond.

 

1540, 05 februari. Folio 106

Jan Alebrechts heeft opgedragen een stuk broek of gedeelte van een bampt te Scolen gelegen, grenzend Aert Meukens, tot behoef van Jan Muijskens alias Vanden Gracht opdat Jan daaraan 2 rinsgulden jaarlijks mag verzetten (belasten met). Jan Vanden Gracht zal hem die betalen binnen 3 jaren en hij belooft dat 'op uutpenninck buyten ende bynnen shuys'. Jan Vanden Gracht is ter gichte gekomen van de twee rinsgulden voorschreven en hiervan is geen pontgeld gevallen.

 

1540, 19 februari. Folio 109v

Jannes Smets alias Kimps van Coersel met zijn geleverde momber Peter Kenens heeft opgedragen 'het Voerste Gesuer', grenzend 'die Bredonck' 1), Cristijn Geerts 2), als een pand voor 3 rinsgulden jaarlijks met valdag op Onser Liever Wrouwen Lich dach. Te kwijten met 50 rinsgulden. Peter Neven der Alde is ter gichte gekomen met recht.

Hierbij heeft Jannes nog al zijn Loonse goederen opgedragen met zijn momber voorschreven en hij belooft dat hij zijn huisvrouw zal brengen om in te stemmen hiermee. Zij kwam op 8 april 1540 en heeft gelaudeerd en van waarde gehouden de voorschreven gichte door haar man gedaan.

 

1540, 19 februari. Folio 109v

Peter Neven der alde heeft gekweten aan Lambrecht Dierix alias Thys de helft van 400 rinsgulden die Lambrecht van hem geleend heeft en dat volgens de brief die Peter ervan heeft, zoals men zal bevinden op 1 juli 1539. Hij is voldaan van hoetpenningen en rente, maar Lambrecht moet hem jaarlijks nog voor de resterende 200 gulden de som vn 12 rinsgulden geven. Peter is tevreden van het onderpand dat Lambrecht hem onder Beringen gezet heeft en hij heeft dit in Beringen gekweten, zoals ze gezegd hebben. Voor pand houdt hij nog hetgeen hier hooft.

 

1540, 19 februari. Folio 110v

Anna en Gertruijt Swerts, kinderen van Wilhem Swerts zaliger, begeerden een momber en hen werd met recht Peter Kenens toegewezen.

Peter Vander Lamen met zijn huisvrouw Clara Swerts en Eeveraert Van Capellen met zijn huisvrouw Mari Swerts, Anna en Gertruyt Swerts met hun geleverde momber Peter Kenens hebben opgedragen hun bampt in Oversel gelegen, geheten 'den Loesman', grenzend Henrick Aenden Bos O en Jan Tielens en Wilboert van Postel W. Opgedragen tot behoef van Jan Witters als man en momber van zijn huisvrouw Mari, Jasper en Cristijn Hillen, kinderen van Anna Tielmans die ze behouden heeft van Jan Hillen zaliger, voor 420 rinsgulden los. Jan Witters met zijn huisvrouw zal in afkorting van deze som overgichten 5 mud rogge jaarlijks en 5 rinsgulden staande aan Andries Cuels pand sorterend onder de laethoff gelegen te Coersel. Jan Witters kwam in de naam en tot behoef van hemzelf als man en momber van Mari, voor Jasper en Cristyn ter gichte met recht met uitzondering van de tocht voor Anna Tielmans, moeder van de voorschreven kinderen, aan 'den Loesman'.

Op 21 juni 1542 kwamen Peter Vander Lanen met zijn huisvrouw Clara Swerts, Everaert Van Capellen met zijn huisvrouw Mari Swerts, Joechim Vanden Hoeve met zijn huisvrouw, Wilhem van Thienen en Jherom Van Thienen hebben allemaal samen bekend de hoetpenningen van 100 rinsgulden ontvangen te hebben die Anna Tielmans met haar kinderen hen gaven. Ze zijn betaald en kwijten Anna en haar kinderen. Wilhem heeft gesproken en zich partij gemaakt voor heer Pauls Van Thienen, zijn broer.

 

1540, 19 februari. Folio 111

Anna Tielmans met haar geleverde momber Jan Vitters heeft opgedragen haar tocht van 3 mud rogge jaarlijks, waarvan er twee staan aan Jan Moens alias Bomers pand en een mud aan Peter Bollekens pand, tot behoef van haar drie kinderen Jan, Mari en Cristijn voorschreven (zie gichte hiervoor). Van het ene mud is hier een brief gemaakt. De kinderen zijn hiermee tot tocht en erf gekomen.

Nu tocht en erf vergaderd zijn, kwamen Jan Witters en zijn huisvrouw Mari en ze hebben van deze 3 mud rogge jaarlijks opgedragen tot behoef van Everaert Van Capellen het ene mud staande aan pand van Peter Bollekens als man en momber van Mari Swerts. De overige twee mud staande aan Jan Moens pand voorschreven hebben ze opgedragen aan Peter Vander Lanen als man en momber van zijn huisvrouw Clara. Peter kwam ter gichte van de twee mud en Everaert in de ene mud. Van deze twee mud werd een brief gemaakt. Jan Vitters staat garant, op beleytenis van zijn Loonse goederen, voor eventuele problemen hieromtrent. Hij zal tevens zijn zwager vragen om met zijn vrouw Cristina Hillen de voorschreven gicht te lauderen. Hier blijft 120 rinsgulden staan en die zullen ze tussen dit en 'vastelavont' betalen.

 

1540, 19 februari. Folio 111v

Deling tussen de kinderen van Wilhem Swerts van Diest.

Deze kinderen, namelijk Mari met haar wettige man Everaert van Capellen en Clara Swerts met haar wettige man Peter Vander Lamen en Gertruyt en Anna Swerts met hun geleverde momber Peter Kenens hebben afstand gedaan van elkaars deel van hun deling, die gedaan werd als volgt.

Peter Vander Lamen en zijn vrouw: een stuk land en daarbij een bampt gelegen onder Diest, een huisje ook onder Diest gelegen, een zyl broek gelegen onder Beringhen, een mud rogge te Coersel en nog twee mud in Coersel aan Jan Moens pand.

Everaert Van Capellen met zijn vrouw Marie: 6 rinsgulden te Coersel aan de winning die aan hun ouders placht toe te behoren, een bempt onder Hoesden gelegen, een mud rogge jaarlijks aan de voorschreven winninge, een huisje in Diest, een mud staande aan Peter Bollekens.

Gertruyt: 5 rinsgulden jaarlijks aan pand van de kinderen van Henrick Goens in Coersel, een bampt genaamd 'dat Walmerscoer', een bampt gelegen onder Beringen, twee bossen onder Beringen gelegen.

Het kindsgedeelte van Anna: 36 stuivers in Diest, een bempt in Coersel, een bampt in Coersel (zo!), twee zillen onder Beringen.

 

1540, 19 februari. Folio 112v

Govaert Op die Hoeve met zijn wettige huisvrouw Aleyt Joes hebben opgedragen een hof gelegen in Scholen, grenzend Lenaert Van Gelmen kinderen 1), Gorys Snyers kinderen 2) en de gemeyn strate op de andere twee zijden, als een pand voor 4 halster rogge jaarlijks Diester maat. Valdag op O.-L.-Vrouw lichtmis. Govaert mag de halster jaarlijks kwijten met 4,5 stuivers Brabants of met koren, evenals zijn nakomelingen. Opgedragen tot behoef van heer Govaert Snoex. Kwijten kan met 12,5 rinsgulden Brabants (de carolusgulden aan 20 stuivers, de philipusgulden 25 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants). Heer Govaert Snoex werd erin gegicht met recht.

Op 14 september 1559 kwam meester Dierick de Wuest en hij heeft de voorschreven panden gekweten van het half mud rogge voorschreven. Hij heeft kapitaal en alle restanten ontvangen. Lambrecht Joes is tot de gichte gekomen met recht.

 

1540, 19 februari. Folio 113v

Jorys Vander Eycken heeft opgedragen een huisje met een hofke te Scholen gelegen, palend 'Berchbos Steyge' 1), Reyner Conaerts erfgenamen 2), tot behoef van Gerit Pyls voor de jaargulden die Gerit vroeger uitgegeven had aan Jorys voorschreven. Jorys doet er afstand van met recht en Gerit is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 19 februari. Folio 115

Jan Vanden Put heeft opgedragen een stuk land op 'die Scriex Heyde' gelegen, grenzend Peter Cremers 1), Merten Buysen 2), tot behoef van van Geret Mesen (Niesen) voor 6 rinsgulden die hier hoven. Gerit is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 18 maart. Folio 119

Reijner Smets heeft opgedragen de heide geheten 'die Mathis Heyde', palend des heren straet op twee zijden, Henrick Hillen O en de kinderen van Jan Kenens Z. Tot behoef van Marten tShogen in ruil voor een heithoeve gelegen bij 'die Bynnemans Hoeven'. Merten werd erin gegicht en gegoed met recht.

 

1540, 18 maart. Folio 119

De erfgenamen van Jan Reijners borgemeester in de Stad van Diest.

Jan Reyners alias Miesters heeft ontvangen voor hem en voor Cristijn Reyners alias Peters, en Henrick Int Molenijser heeft ontvangen voor hem, heer Lambrecht van Thienwinckel, Jan van Thienwinckel, Henric en Wilhem Lansenryts, Heylwich, Mari en de kinderen van zijn broer Jan, de kinderen van Peter Reyners van Coersel als Peter, Jan en Heylwich, Cristiaen Reyners kinderen te weten Peter, Gertruyt, Stijn, Mari en Jan, de kinderen van Mari Vander Houeycken zoals Jan, Henrick, Gertruyt, Genneken en Elisabeth en Jan Spunx momber van zijn huisvrouw Cristijn Reijners. de kinderen van Mathis Scinen die hij heeft van Jan Peters dochter namelijk Peter, Jan, Aleyt en Mari, de kinderen van Aert Reyners namelijk Magriet en Mari, Dionijs Werdekens voor hemzelf, de kinderen van Jan Werdekens namelijk Magriet, Mari, Jan, Aert, Peter en Cristijn, de kinderen van Jan Bogaerts van Diest namelijk Jan, Wouter, Aert en Mari, de kinderen van Reyner Bogaets van Diest te weten Matheus, Reyner en Digen Bogaerts, Merten Sciermans in de naam van zijn dochter Magriet. Ze zijn allen ter gichte gekomen. Tevens hebben nog ontvangen Jan Bogaers, Lucas Bogaers, Jan Clockluyers, Aert Ffreix, Mari Frerix, Jan Frerix, Lijsken Bogaers, Aert Frerix en Jan Frerix der Jonge. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 18 maart. Folio 120

Nadat het vorige is gebeurd, kwamen Jan Reyners alias Meester en Cristijn Peters met haar geleverde momber Peter Vanden Eertvech en ze hebben als naaste erfgenamen van Jan Reyners van Diest zaliger het testament bekend dat hij gemaakt had aan heer Lambrecht van Thienwinckel en Henrick. (stopt)

 

1540, 18 maart. Folio 120v

Sebastiaen van Heese heeft opgedragen een stuk land genaamd 'Iken Pouls Hoff', grenzend Gorijs Vanden Stappe O, Mari Pouls W, tot behoef van Jan Gielis voor een jaarrente in de hof van 'Landick', kwijtpacht. Jan is ter gichte gekomen met recht onder vorm van ruil van goederen. Het pontgeld bedraagt 45 stuivers.

 

1540, 08 april. Jaergedinge nae paeschen. Folio 125v

Jan Sculens heeft verkocht aan Jan Nobels (Noebels) een bampt gelegen in Oversel, palend Peter Van Ham 1), een bampt geheten 'den Cwynten' 2), voor 125 rinsgulden en een schaap. Jan Nobels is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 08 april. Jaergedinge nae paeschen. Folio 125v

Jorys Stevens van Heechtel Op die Hoeve heeft opgedragen 1,5 zil broek gelegen in Oversel, grenzend Gerit Iden 1), Peter Elen 2), als een pand voor 30 stuivers jaarlijks vallend op Liechmisse. Te kwijten met 28,5 rinsgulden. Opgedragen tot behoef van Iken Jueten wettige huisvrouw van Tielman Lenaerts zaliger, die ter gichte is gekomen met recht.

 

1540, 08 april. Jaergedinge nae paeschen. Folio 126v

Palinge van Coersel voor Jasper Wellens en Matheus Convins.

Geen tekst. Ook folio 127 is leeg.

 

1540, 22 april. Genachtendach. Folio 128

Gertruyt Daniels met haar wettige momber Philips Bossmans heeft opgedragen haar tocht van een hof te Heerle gelegen en daaraan een bos en eusel, grenzend des heren straet op drie zijden en Lambrecht Vander Hoeven 4). Opgedragen tot behoef van heer Jan Keelbrijchs, Jorys Kelbrychs, Lisbeth en Phincxt Kelberchs, die hiermee tot tocht en erf gekomen zijn met recht.

Nu tocht en erf samen zijn, kwamen heer Jan voorschreven met Jan Van Nedercosen zijn geleverde momber, Phinxt Kelberchs met dezelfde momber en Jorys Kelberchs en ze hebben bekend dat het voorschreven goed gevallen is bij deling aan Elisabeth Kelberchs en ze doen met recht afstand van hun rechten op haar kindsgedeelte.

 

1540, 03 juni. Genachtendag. Folio 136

Jan Aerts van Coerssel heeft ontvangen de goederen die hem verstorven zijn na de dood van zijn ouders en hij is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 03 juni. Genachtendag. Folio 136v

Ffranck Smets heeft opgedragen een bampt geheten 'Thonis Hoemans Bampt', grenzend Aert Hagendoeren O, Jan Geerts W. Het gaat om twee delen van de beemd en het derde deel hoort toe aan Henrick Swaerts of zijn kinderen. Opgedragen als een pand voor 2 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint Jans dach. Te kwijten met 36 rinsgulden (de carolusgulden 20 stuivers, de philippusgulden voor 25 stuivers). Ffranck heeft hierop vertegen met recht tot behoef van Mari huisvrouw van wijlen Jorys Jannes. Jan Jannes werd in de twee rinsgulden gegicht en gegoed tot behoef van Mari Jannes voorschreven.

Deze twee rinsgulden jaarlijks werden afgelegd door Jan Reijners van Coersel en Wouter Opt Venneken heeft de panden hiervan gekweten zoals men zal vinden op de laatste dag van februari 1560.

 

1540, 03 juni. Genachtendag. Folio 138

Gerit Peters met zijn huisvrouw Elisabeth Kelberchts hebben opgedragen het goed in Heerl gelegen, palend de gemeyn straet W, Lambrecht Op die Hoeve 2), Jorys Kelberchs 3), als een pand voor 2 mud rogge jaarlijks vallend op datum van gichten. Te kwijten in twee keren met voor elke mud 25 rinsgulden gevalueerd geld (de carolusgulden 20 stuivers, de philippusgulden 25 stuivers, de stuiver voor 3 placken). Jorys is ter gichte gekomen met recht.

24 februari 1559 heeft Katlijn Van Doernick met haar momber Peter Alen deze panden gekweten en bekend dat hij de hoetpenningen en alle restanten ontvangen heeft. Peter Geerts is ter gichte gekomen.

 

1540, 01 juli. Jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 138v

Iken Smets van Coersel, die woont in het begijnhof van Diest, met haar momber Peter Kenens heeft opgedragen het half mud rogge jaarlijks dat ze gelden heeft aan pand van de kinderen van Jan Gaermans van Coersel, zoals men zal vinden op 20 oktober 1530. Gertruyt Commeclaes is ter gichte gekomen met recht voor 18,5 rinsgulden gevalueerd geld (waarde zie hiervoor).

Deze rente is afgelegd door Daem Wintmolders op 20 juni 1543 en Gertruyt Claes met haar geleverde momber Jannes Vogelsanck kwijt de panden en zegt dat ze alles betaald kreeg.

 

1540, 01 juli. Jaergedinge nae Sint Jansmisse. Folio 139

Jan Vander Eycken heeft opgedragen een stukje land met een bos gelegen onder Schoelen omtrent den Berboss, grenzend Aert Meubens 1), de kerk van Heerck 2) en Jan Vander Eycken zelf 3), als een pand voor 30 stuivers jaarlijks. Te kwijten met 22,5 rinsgulden Brabants. Opgedragen tot behoef van Herman Borgelinx die ter gichte is gekomen met recht.

In 1559 op 9 november heeft Herman Borgelinx zijn tocht van de bovengeschreven rente opgedragen tot behoef van Jacop Cannarts als momber van zijn huisvrouw. Die is hiermee tot tocht en erve gekomen met recht. Nu tocht en erf samen zijn, heeft Jacop voorschreven deze rente van 30 stuivers jaarlijks opgedragen tot behoef van Nijs Kelberchs en hij kwijt hem zijn panden. Hij verklaart dat hij volledig voldaan is zowel van kapitaal als van renten. Jacop beloofde om zijn vrouw te brengen om in te stemmen.

 

1540, 26 augustus. Genachten dach. Folio 141

Henrick Stalmans van Beverloe heeft opgedragen de halve bempt genaamd 'dat Waterscap', grenzend Gielis Laukens kinderen W, de kinderen van Jasper Hillen O, tot behoef van Aert Stevens voor 182 rinsgulden gevalueerd geld. Aert is ter gichte gekomen met recht. Contant werden 15 rinsgulden betaald en op Kerstmis eerstkomend nog eens 15 rinsgulden en de resterende som op Sint-Jansmisse erna.

Op 17 februari 1541 kwam Gertruyt Jans met haar geleverde momber Peter Jans en ze heeft haar tocht opgedragen van de voorschreven bampt en Claes Brosis kwam in de naam van Jan Stalmans ter gichte met recht.

Op 12 mei 1541 kwam Henrick Stalmans en hij bekende dat hij de gicht hierboven niet heeft kunnen doen omdat hij niet ontvangen had en de tochtster nog leefde. Ze heeft daarna haar tocht afgestaan en hij heeft ontvangen. Dus houdt hij de gichte hierboven gedaan toch van waarde 'sonder fraude ende argelist'.

Aert Stevens heeft de naderschap bekend aan heer Henric Cornelis en Jan Cornelis van de voorschreven bampt. Stevens heeft zich ontgicht. Jan Cornelis is ter gichte gekomen voor hem en voor heer Henrick voorschreven.

 

1540, 09 september. Genachten dach. Folio 142v

Heer Jan Nielens van Coersel heeft ontvangen de goederen die verstorven zijn aan de kinderen van Gorys Van Eertwich, namelijk aan Maria, Catharina, Anna, Joannes en Brigida. Heer Jan is ter gichte gekomen.

 

1540, 09 september. Genachten dach. Folio 142v

Henrick Vanden Mortel van Diest heeft ontvangen de goederen die hem verstorven zijn na de dood van zijn ouders en hij is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 23 september. Genachten dach. Folio 145

Govaert Goens heeft ontvangen de goederen die hem verstorven zijn na de dood van zijn ouders en hij is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 23 september. Genachten dach. Folio 145

Henrick Thys heeft ontvangen voor hem en Reyner Thys en voor de kinderen van Jan Thys, namelijk Ida en Anneke Thys, de goederen die hen verstorven zijn na de dood van Henrick Thys. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 23 september. Genachten dach. Folio 145v

Gowaert Goens heeft opgedragen al zijn Loonse goederen in Coersel gelegen, namelijk een stuk land gelegen bij Jan Cnaep geheten 'die Hoeve', groot omtrent 5 halster, waarvan Wilhem Gheerts of zijn zusters en broers de wederhelft hebben. Het grenst Mathis Jorys kinderen O, Jan Cnaep W, des heren straet N en Jan Cnaep Z. Draagt nog op twee beemden genaamd 'Buetscopen' van omtrent drie dachmael groot met een eusel daaraan gelegen, nog een halve zyl broek geheten 'den Clerck', grenzend Henrick Aenden Boss W en Wilhem Gierts O. Samen opgedragen als een pand voor 6,5 rinsgulden jaarlijks met valdag op Remigij. Opgedragen tot behoef van Reijner Burgers kinderen. Peter Kenens kwam tot hun behoef ter gichte met recht. Het gaat om Jan, Henrick, Reyner en Iken Burgers alias Homberge die ter gichte zijn gekomen met recht maar hun moeder Mari Van Hombergh behoudt haar tocht zolang ze leeft. Indien Gowaert of zijn erfgenamen deze rente willen afleggen, kunnen ze dat doen met 130 rinsgulden gevalueerd geld (de philippusgulden 25 stuivers, de goudengulden 28 stuivers, de stuiver voor 3 placken Brabants). Hier is nog bij opgedragen 'dat Jonckeren Vvenne' gelegen achter 'den Hoge Boss', de Loonse grond. Verder zijn deze goederen enkel belast met 3 rinsgulden min 5 stuivers aan de H. Geest van Coersel en met des heren cijns.

1540 op 7 oktober kwam Iken Burgers met haar geleverde momber Lambrecht Vander Boercht en ze heeft aan heer Jan Nielens deze rente als borg gezet voor het geval dat heer Jan problemen zoou ondervinden betreffende de kwijtschelding die aan hem is gedaan op 19 november 1534. Voorwaarde is dat men heer Jan of zijn erfgenamen zal kondigen als men deze bovenstaande rente wil afleggen.

 

1540, 23 september. Genachten dach. Folio 146

Gowaert Goens heeft bekend dat hij verkocht heeft aan Wilhem Gierts zijn kindsgedeelte aan hem verstorven van zijn vader en moeder, zowel ter Loonse als Brabantse aarde en ook in de laathof van Everbode onder Coersel gelegen, voor 450 rinsgulden ('vijffdalff hondert') in het geheel. Het Loonse gedeelte beloopt op 70 rinsgulden boven de lasten. Zijn neef Wilhem Ghierts is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 07 oktober. Genachten dach. Folio 147

Aleyt Thys wettige huisvrouw van Henrick Thys heeft met haar geleverde momber Peter Kenens haar tocht opgedragen van een bempt gelegen in Oversel, grenzend 'dat Groet Brock' W, meester Jan Liebens bempt O, tot behoef van haar zoon Peter die hiermee tot tocht en erf is gekomen.

Nu tocht en erf samen zijn kwamen Peter Thys en Wilhem Hollenders met zijn zuster Ariaen en met haar geleverde momber Peter Kenens en ze hebben bekend dat ze de voorschreven bempt verkocht hebben aan Jan Cromvoets van Hechtel voor 151 rinsgulden Brabants geld. Jan kwam ter gichte met recht.

 

1540, 05 november. Genachten dach. Folio 150v

Jan Mentens dochter van Coersel. Claes Magrieten heeft ontvangen als momber van zijn huisvrouw Elisabeth Mentens de goederen di haar verstorven zijn na de dood van haar vader Jan Mentens. Claes is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 06 november. Op buyten genachten. Folio 152

Jacob Kannaerts zoon van Gerit Kannaerts met zijn geleverde momber Jan Tielens heeft opgedragen tot behoef van zijn broer Wilhelm Kannaerts de goederen en het versterf dat Jacobus aangekomen is na de dood van zijn vader en moeder met een goed waar Jacob voorschreven gicht van heeft gekregen, geheten den Belick' 'metten buschen'. Dat houdt momenteel Peter Bammens. Het is enkel belast aan Aert Inden Baert van Hasselt met '12 rogge'', de anniversarien, en nog aan het godshuis van Everbode 4 gulden. Mochten er meer lasten aan staan, dan zullen Jacob en Wilhem ze samen dragen. Hij draagt zijn hele kindsgedeelte op dat hem aangestorven is na de de dood van zijn ouders, gelegen onder de bank van Lummen. Opgedragen voor 11 gulden Brabants jaarlijks met valdag op Kerstmis en voor het eerst in 1541. Wilhem mag alle renten innen maar hij moet ook de verlopen cijnzen betalen die aan het goed staan en de huur aan Jan Van Berbroeck die gevallen is. Wilhem zal ook het klooster van de Augustijnen van Hasselt tevreden stellen vanwege zijn broer heer Gerit Cannaerts.

 

1540, 18 november. Genachten dach. Folio 153

Jan Scurmans als momber van zijn huisvrouw en Jan Gorys als momber van zijn huisvrouw hebben ontvangen de goederen die hen verstorven zijn na de dood van Henrick Peters kinderen. Zij zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 18 november. Genachten dach. Folio 153v

Jan Joes heeft opgedragen twee stukken broek in Scholen gelegen, grenzend van het ene Gerit Lemmens 1), Gerit Cocx 2) en Jan Pauls 3). Het andere grenst Jan Puls 1), des heren straet op twee zijden en Jannes Hoens 4), tot behoef van Jan Inden Boem voor 72 rinsgulden. Deze moeten betaald worden in 3 termijnen, met 30 rinsgulden contant, op Paeschen 21 rinsgulden en op Sint Jansmisse 21 rinsgulden, boven de lasten. die eraan staan. Deze zijn 3 rinsgulden jaarlijks. De koper zal de pontpenningen nu 'verleggen' en ze in mindering brengen bij de laatste betaling. Opgedragen tot behoef van Jan Van Nedercosen.

Dadelijk daarna, nog terwijl de gicht was 'staende in des heren hant', kwam meester Jan Van Gelmen en hij heeft de naderschap geboden en begeerd om de gicht te ontvangen. Jan Van Nedercosen heeft hem de naderschap bekend. Meester Jan is ter gichte gekomen met recht als nader 'gebloet'.

Op 2 juni 1541 heeft Jan Joes bekend dat hij goed betaald werd van het voorschreven geld door meester Jan.

 

1540, 18 november. Genachten dach. Folio 154

Henrick Gijsens van Loe heeft ontvangen als momber van zijn huisvrouw Heywich Wellens en Jannes Wellens die goederen die hen verstorven zijn na de dood van Wilhem Peters alias Vander Eycken. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 18 november. Genachten dach. Folio 154v

Peter Bosmans en zijn zwager Matheus Van Viemeringhe hebben opgedragen een buske gelegen te Scholen, grenzend Mari Claes 1), Jorys Vernyen 2) en Peter Winters 3), tot behoef van Jorys Van Viemeringe voor 17 rinsgulden Brabants. Jorys (Vernyen Van Wiemeringen, volgens de aanhef) is ter gichte gekomen met recht. Peter en Matheus hebben beloofd om nog een 'meytsken' te brengen, Mari Van Viemeringe, en Peters huisvrouw om met deze gicht in te stemmen. Dat hebben ze gedaan.

 

1540, 18 november. Genachten dach. Folio 155

Wilhem Cannaerts heeft uitgegeven aan Jan Gielis alias Heymelers een erf geheten 'dat Roet', gelegen te Scholen, met meer andere goederen gelegen onder de heer van Luije (Loye) en nog een heide geheten 'die Vliegen VVelt' en 'die Vliegen Boss' tussen hun regenoten gelegen. Opgedragen voor 3 rinsgulden en 7,5 stuivers jaarlijks die Art Vanden Velde daarop erfelijk heft. Wilhem doet er afstand van met recht en Jan is ter gichte gekomen met recht. Hierbij is nog een heike uitgegeven en gegicht gelegen in Scholen, grenzend 'die Bonaers Straet' 1) en Jan Van Loebos 2).

 

1540, 18 november. Genachten dach. Folio 155v

Elisabeth Wynen met haar geleverde momber Jorys Wynen heeft opgedragen een plekje erf gelegen op 'die Scriex Heyde', grenzend Gerit Niesen 1), des heren aert op 3 zijden, Mathis Pelsers 4), als een pand voor 2 halster koren jaarlijks, vallend te Coersel kermisse. Te kwijten met 7 rinsgulden Brabants gevalueerd geld. Opgedragen tot behoef van Anna Van Ruberge met haar voorschreven (geen vernoemd) momber en ze is ter gichte gekomen met recht. Voorwaarde is dat Elisabeth aan Anna een onderpand zal stellen gelegen op Brabantse aarde.

10 mei 1571 heeft Wouter Hoeffmans in de naam van Jan Vaes deze panden gekweten en hij bekende dat hij volledig betaald was van hoetpenningen en van de restanten. Reyck is ter gichte gekomen.

 

1540, 16 december. Op genachten dach. Folio 160

Peter Smets, zoon van Jan Smets van Coersel zaliger, heeft ontvangen als man en momber van Pinxt Brucmans de goederen die haar verstorven zijn na de dood van haar broer Gowaert. Hij is ter gichte gekomen met recht.

 

1540, 16 december. Op genachten dach. Folio 160v

De erfgenamen van Pauls Jordens. Claes Van Thienwinckel met zijn huisvrouw Baet Vanden Hulst hebben opgedragen 3 rinsgulden jaarlijks staande aan Magriet Poelmans pand. Het betreft huis en hof te Scholen op 'die Stap' gelegen. Opgedragen tot behoef van Heer Peter Poelmans voor 50 hornsgulden. Heer Peter is ter gichte gekomen met recht. Claes beloofde om in te brengen Pauls en Peter Jordens en hun zuster Stijn om in te stemmen met deze gicht zoals hij gedaan heeft. Pauls en Peter voorschreven hebben deze gicht gedaan door Claes gelaudeerd en ze bekenden dat dit goed aan Claes was toegevallen bij deling. Claes met zijn huisvrouw en zijn zwager Pauls hebben afstand gedaan van hun rechten op de deling die aan hun broer Peter is toegedeeld: 1 rinsgulden jaarlijks staande aan pand van meester Jan Van Gelmen.

 

1540, 16 december. Op genachten dach. Folio 161

Aleyt Brucmans met haar wettige momber Jan Sybens heeft opgedragen haar tocht van huis en hof te Heerl gelegen tot behoef van haar kinderen Aert en Marie Brucmans, die ter gichte gekomen zijn met recht. Het gaat om huis en hof grenzend Lambrecht Op die Hoeffe 1), Gielis Pipen 2), des heren straet 3). De kinderen zijn tot tocht en erf gekomen met recht.

Nu tocht en erf samen zijn kwamen Aert en Mari en ze hebben, met haar momber Geret Coex, het goed opgedragen tot behoef van Aert Pyls voor 5 rinsgulden boven de lasten die eraan staan. Dat gaat om 2 vaet koren aan de kinderen van Lenaert Van Gelmen, een vaet aan Heer Hubrecht Claes en 24 stuivers aan Gheert Pyls. Aert is ter gichte gekomen met recht.

 

1541, 02 januari. Folio 162

Jan Tielens met zijn huisvrouw Elisabeth Sweerts hebben opgedragen een bempt gelegen in Oversel, grenzend Anthonis Witters op 2 zijden en 'die Roeye Beeck' Z en Jan Kenens van Heechtel O, tot behoef van Berthel Gijbels voor 28 rinsgulden boven de last die eraan staat. Last: aan Herman Bertheleyns 2 mud rogge en een derdedeel van 2 philipsgulden jaarlijks. Berthel is ter gichte gekomen met recht. Berthel beloofde aan Jan om van zijn goed onder Hechtel aan Jan Cleys 26 rinsgulden min 4 stuivers af te leggen. De rest heeft Bertel betaald, zoals Jan bekende.

 

1541, 13 januari. Op jaergedinge. Folio 164

Jan Pouwels heeft opgedragen een stuk beempts te Scholen gelegen aan 'die Backhuys VVoert', palend meester Jan Van Gelmen op drie zijden en heer Berthelmeus Van Dornick 4), tot behoef van meester Jan Van Gelmen voor 6 rinsgulden erfelijk 2 stuivers minder, die meester Jan voorschreven gelden heeft aan Philipus Philipus pand onder Donck en die meester Jan zal gichten aan Jan Pouwels. Voorwaarde is dat Jan 55 stuivers jaarlijks zal aftrekken zoals hij of zijn broer Pauwels aan het pand van meester Jan in Scholen gelegen gelden hebben binnen een jaar of twee. Jan zal de lasten betalen die gevallen zijn en vallen zullen van deze 55 stuivers jaarlijks. Opgedragen tot behoef van meester Jan die ter gichte is gekomen met recht.

 

1541, 27 januari. Genachten dach. Folio 166

Jan Tielens van Heechtel heeft opgedragen zijn tocht van een halve bunder beempt in Oversel gelegen, tot behoef van zijn drie kinderen Jasper, Tielman en Iken. De kinderen zijn hiermee tot tocht en erf gekomen volgens de inhoud van hun voorwaarden in Hechtel gemaakt.

Nu tocht en erf samen zijn, kwamen Jasper en Tielman en ze hebben bekend dat ze hun bempt in Oversel gedeeld hebben met Merten Didden. De beemd was eerst in de lengte gedeeld, lang geleden, en nu dwars. Merten heeft de zuidzijde die ze met stenen hebben afgetekend. Jasper en Tielman hebben hem die 'bekant' en ze hebben er afstand van gedaan met recht behalve dat ze hun varen behouden van een 'royen toerff' (een roede turf) jaarlijks door de beemd van Merten en hun drijven zoals de andere aangelanden. Peter Kenens heeft voor Merten gesproken 'dat thenden den tijt uutwaerts geet dat sal comen Anna Moens tochterse van Mertens gedeelte ende sal tocht derffen ende als dan Merten hon sal doen van gelycken op deese deylinge'. Jasper en Tielman hebben beloofd om hun zuster Iken te brengen om in te stemmen met hetgeen ze gedaan hebben.

 

1541, 27 januari. Genachten dach. Folio 166v

Jan Pondenoies heeft ontvangen voor hem, Cristijn Pondenoies en Mari Pondenoies de goederen die hen verstorven zijn na de dood van Iken Pondernoies. Jan kwam ter gichte met recht voor hem en voor zijn zusters.

 

1541, 10 februari. Genachten dach. Folio 168v

Geret Pelsers heeft opgedragen zijn tocht van een stuk broek gelegen in 'den Pelsers Beempt' of zijn kindsgedeelte, tot behoef van zijn kinderen Jan, Laureys, Mari en Anna. Dezen zijn hiermee tocht tocht en erf gekomen met recht.

Nu tocht en erf samen zijn, kwamen Jan, Laureys, Mari en Anna voorschreven en ze bekenden dat ze dit broek geruild hebben op 1,5 mud rogge jaarlijks staande onder de bank van Excel, erfelijk. Opgedragen tot behoef van Nel Oyen die ter gichte is gekomen met recht.

 

1541, 17 februari. Folio 169 (2)r

Jan Beckers van Coersel heeft opgedragen 2 percelen broek. Het ene is genaamd 'die Donck' en grenst This Waes O, Merten Shagen W. Het andere gelegen in 'die stoeck' paalt Jan Goens O, Henrick Kenens W. Opgedragen voor 123 rinsgulden gevalueerd geld tot behoef van Wouter Hoeffmans, koster in Coersel. Wouter is ter gichte gekomen met recht.

Op 9 februari 1542 kwam Wouter Hoeffmans voorschreven en hij heeft aan Jasper Seysens de naderschap bekend van de voorschreven goederen en zich ontgicht. Seysen, zoon van Jasper, is ter gichte gekomen met recht tot behoef van zijn vader Jasper.

 

1541, 03 maart. Op genachten dach. Folio 170v

De procurator van Diest uit het klooster van de Bogaerden, genaamd 'brueder Wouter ende brueder Engel', heeft bekend dat hij voldaan is van het geleytenis dat hij heeft van de kinderen van Peeter Witters. Hij heeft de gicht opgedragen tot behoef van de drie kinderen van Peter Witters namelijk Aert, Elisbeth en Dimpna en er afstand van gedaan. Aert, Elisabeth en Dimpna zijn ter gichte gekomen met recht.

Op de laatste dag van maart 1541 verklaarden de bogaarden dat ze de hoetpenningen en de rente ontvangen hebben en ze kwijten de panden.

 

1541, 17 maart. Genachten dach. Folio 172

Jan Goens heeft opgedragen twee stukken beemd geheten 'den Bogaert' met de straten en dat uit kracht van een testament gemaakt door zijn huisvrouw Mari Pipers zaliger. Dit testament werd bewezen in 1541. Opgedragen tot behoef van Aert Cnaep voor 47 rinsgulden boven een mud rogge die eraan staat. Jan Cnaep is ter gichte gekomen met recht.

 

1541, 31 maart. Genachten dach. Folio 175v

Aert, zoon van Peter Witters, en Elisabeth Witters met haar geleverde momber Peter Kenens hebben beloofd aan Jan Ruttens van Hechtel dat ze hem de som van 75 rinsgulden zullen betalen. Dimpna Witters met haar geleverde momber Peter Kenens beloofden mee de voorschreven som te betalen 'bynnen uutgaen honre hueringen die zy met Jan begrepen hebben' en dat op geleytenis van hun Loonse goederen. Alles volgens hun voorwaarden.

 

1541, 07 april. Op Buyten genachten dach. Folio 178

Gijsen Anckers met zijn huisvrouw Anna Buschers hebben opgedragen een bos gelegen te Scuelen, grenzend Henrick Inden Boem 1), Gorys Van Gulyck erfgenamen 2), Henrick Vander Eycken en Geert Pyls 3) en Coenraert Van Malbrock 4). Opgedragen tot behoef van Herman Borgelinx voor 30,5 rinsgulden en 5 stuivers. Herman is ter gichte gekomen met recht.

Gijsen behoudt hierin 3 'houteren die noch staen in wasschen', die Herman niet krijgt. Hiervan is lijcop nae lantcoep gegeven.

 

1541, 12 mei. Op genachten dach. Folio 182

Peter Smets zoon van Jan Smeets van Coersel heeft opgedragen een stuk broek gelegen in Coersel aan 'die Bredonck', geheten 'dat Groet Gesuer', grenzend Jan Leysen 1), Meus Tielens 2) en Peter Cloesters 3), des heren straat 4). Opgedragen tot behoef van Jannes Van Balen voor 87 rinsgulden. Voor de gichte kwam Meus Tielens en hij wenste erin mee te parten omdat hij even na is. Jannes stemde toe. Daarop zijn Jannes en Meus ter gichte gekomen met recht op voorwaarde dat Jannes van zijn gedeelte aan Peter met Kerstmis 14 rinsgulden zal geven 'op geleytenis' van zijn Loonse gederen. Jannes zal de noordzijde hebben en Meus de zuidzijde.

 

1541, 30 juni. Folio 184

Meus Tielens heeft opgedragen de 30 stuivers jaarlijks die hij gelden heeft op goederen gelegen in Coersel, broek en land zoals men zal vinden op 24 september 1517. Opgedragen tot behoef van Everaert Van Capellen en zijn huisvrouw Mari Swerts. Everaert is ter gichte gekomen met recht op voorwaarde dat deze rente na de dood van Everaert en zijn huisvroouw Mari zullen regres hebben op de erfgenamen en nakomelingen van Mari, of aan degene aan wie ze ze zal laten. Het geld is immers gekomen van haar kindsgedeelte. Hiervoor is gegeven 27 rinsgulden eens.

 

1541, 30 juni. Folio 184v

Merten Schogen heeft opgedragen een bluexken gelegen te Geestel aan 'den VVeltgader', grenzend Jan Wilhems 1), 'die VVelt Straet' op twee zijden. Draagt nog op een euselke geheten 'Calver Evet', de helft daarvan, tot behoef van Aert Van Erwicht voor een hoeve en drieske te Voertken onder Coersel gelegen. De huisvrouw Anna is ter gichte gekomen met recht voor haar man Aerd. Merten geeft aan Aerd 30 rinsgulden toe bij het voorschreven goed.

 

1541, 30 juni. Folio 185

Ghert Pijls heeft opgedragen een huisje met een hoefke gelegen te Schuelen aan 'die Hagels VVoert', grenzend des heren straet 1), Conraert van Malbrock erfgenamen 2), tot behoef van Gijsbrecht zoon van Geert Pijls voorschreven. Gijsbrecht is ter gichte gekomen met recht. Dit is overgegicht zonder er iets voor te geven.

 

1541, 30 juni. Folio 185v

Deling tussen de kinderen van Jan Sybens.

Jacop Sybens met zijn zusters Meye en Ida met hun mombers hebben een scheiding aangegaan als volgt. Aan Jacop met zijn zuster Meye is toegedeeld het goed in Scholen gelegen, zoals het hen vanwege hun vader en moeder aangestorven is. Dyonis Lemmens met zijn wettige huisvrouw Ida Sybens hebben hiermee ingestemd op voorwaarde dat zij aan hen ook de goederen in Vliermael gelegen zullen toewijzen zonder fraude of argelist. De deling van Schoelen zal aan de deling van Vliermael twee philipsgulden toegeven eens, elk een, en nog 'VIII die alre beesten houters die op eerff van Schoelen staen', te weten staande op Bosken te Roeijen.

 

1541, 01 juli. Folio 186v

De schout en de schepenen van de stad van Heerck hebben aangebracht dat heer Gowaert Snoex als rentmeester van de heer van Ludick gekomen is en dat hij geklaagd heeft op zekere gronden toebehorend aan Mathis van Halbeeck wegens gebrek van betaling van de grondcijns. Er werd zover geprocedeerd dat de schepenen gewezen hadden het geleytenis van de gronden. Die gronden zijn gelegen onder deze schepenbank en heer Govaert begeerde als rentmeester dat onze meier de schepenen zou manen. Dat gebeurde en onze schepenen wezen dat men heer Gowaert zou leiden tot het goed en hem rijs en hout leveren. Dat is gebeurd en aan de partijen 'waert gevalt gesclagen ende gecondicht'.

 

1541, 01 juli. Folio 186v

De rentmeester heeft uitgegeven aan Ghert Coex voor zijnen 'aensel', grenzend des heren straat op drie zijden. Hij moet er jaarlijks 1 penninck grondcijns voor betalen. De palen werden gebannen met alle vormen van recht.

 

1541, 01 juli. Folio 187

Mari Sybens met haar geleverde momber Jan Inden Boem hebben opgedragen haar kindsgedeelte onder het land van Lumpmen gelegen tot behoef van Jan Scurmans voor 3 rinsgulden en 5 stuivers jaarlijks, eeuwig en erfelijk te betalen met valdag op Kerstmis, voor het eerst in 1542. Jan Scurmans is ter gichte gekomen met recht.
Daarna kwam Jan Scurmans met zijn huisvrouw Mari Coex en ze hebben opgedragen een bos op 'Rueen Heycken' gelegen als een onderpand voor het geval dat hun betaling in gebreke bleef, zodat het eventueel met het hoofdpand kan ingewonnen worden.

 

1541, 01 juli. Folio 187

Jacop Sybens heeft zijn goederen ook opgedragen voor 2,5 rinsgulden Brabants jaarlijks, erfelijk en eeuwig te betalen, los boven alle lasten. Tussen dit en half vasten moet er nog 15 rinsgulden gegeven worden. De rente valt jaarlijks ook met Kerstmis. Opgedragen tot behoef van Jan Scurmans, die ter gichte is gekomen met recht.

Jacop Scurmans heeft hier voor een onderpand opgedragen 'het Bachuijs VVelt', grenzend Lieben Merhouts 1), Claes Joes kinderen 2), des heren straet 3).

 

1541, 14 juli. Folio 187v

Henrick Custers van Heerck heeft opgedragen de 2 rinsgulden jaarlijks die hij gelden had aan het zusterklooster geheten Sinte Chatlijnendael, voor 36 rinsgulden. Zuster Jenneke Vander Beeck is ter gichte gekomen tot behoef van het godshuis met recht. Deze twee rinsgulden staan aan goed te Royen gelegen, grenzend de Laeck 1), 'Pipen Goet' 2).

 

1541, 14 juli. Folio 187v

Mathis Bogaers heeft opgedragen huis en hof gelegen aan 'Stappen Heye', grenzend Reyner Schurmans 1), Ghert Lemmens 2), als een pand voor een half mud rogge jaarlijks. Steeds te kwijten de halster met 5 stuivers of met koren. Valdag op Sinte Magrieten dach. Te kwijten met 12 rinsgulden gevalueerd geld (de philippusgulden 25 stuivers, de carolusgulden 20 stuivers, de stuiver voor drie placken Brabants). Digen Pauls kwam ter gichte met recht.

 

1541, 06 oktober. Op jaergedinge nae Remigij. Folio 191v

Jheronimus Valkers heeft opgedragen zijn tocht van het schuurtje (den scuerken) in Coersel gelegen, grenzend des heren straet Z en Ghiel Kenens op drie zijden, voor 25 rinsgulden. Daarvan wordt de helft geteld voor de Brabantse aarde. Opgedragen tot behoef van zijn zoon Henrick die hiermee tot tocht en erf is gekomen met recht.

Nu tocht en goed samen zijn, kwam Henrick voorschreven en hij heeft het voorschreven schuurke opgedragen tot behoef van Jan Gheerts voor de voorschreven som. Jan is ter gichte gekomen met recht. Henrick heeft ook gesproken voor zijn zuster dat ze zal afstand komen doen van het voorschreven huis.

 

1541, 06 oktober. Op jaergedinge nae Remigij. Folio 191v

Jan Gheerts heeft opgedragen een schuurke te Coersel gelegen en met de plaats daar onder, tot behoef van Jan Moens van Hechtel, niet wonende te Coersel voor en om (stopt hier).

 

1541, 06 oktober. Op jaergedinge nae Remigij. Folio 192

Jan Vanden Put heeft opgedragen een hoeff in Coersel gelegen, geheten 'den Pachuys Hoff' als een pand voor 1 rinsgulden jaarlijks. (Stopt.) In de aanhef: Jan Vanden Put ende Peter Coex.

 

1541, 14 oktober. Folio 194v

Jan Greven heeft opgedragen zijn tocht van al zijn Loonse goederen tot behoef van zijn dochter Lijnen. Het betreft huis en hof in Schoelen gelegen, grenzend 'die Beerboss Steyge' 1) en Vreve van Gulyck 2), 'Malbrock Goet' 3). Tevens betreft het een bampt in Scholen gelegen, Jan Vander Eycken W, 'die VVoert' O, des heren straet W. Lijn is hiermee tot tocht en erf gekomen.

Nu tocht en erf vergaderd zijn, kwam Chatlijn voorschreven met haar geleverde momber Ghert Coex en ze hebben opgedragen het voorschreven goed tot behoef van Henrick Vernyen voor 60 Brabantse gulden boven alle lasten en pontpenningen die eraan uitgaan. Henrick werd erin gegicht en gegoed met recht.

 

1541, 14 oktober. Folio 194v

De kinderen van Jan Truyens van Beverloe.

Peter Kenens heeft in de naam van de kinderen van Jan Truyens de goederen ontvangen die hen verstorven zijn na de dood van Henrick Hoeveners en zijn huisvrouw. Peter kwam in de naam van de kinderen Henrick, Grtruyt, Anna, Elisabeth en Mari ter gichte met recht.

 

1541, 10 november. Folio 198v

Jan Vanden Put heeft opgedragen een huis met de hof te Coersel gelegen, geheten 'den Backhuys Hoff', O Peter Kenens, die VVelt straet W, des heren straet N, als een pand voor 27,5 stuivers jaarlijks. Te kwijten in twee keren: 13,5 rinsgulden voor 15 stuivers jaarlijks. Te kwijten met gevalueerd geld. Met 10 rinsgulden wordt de rente van 12,5 stuivers jaarlijks afgelegd. Valdag op Sinte Mathis dach. Jan Leysen is met recht ter gichte gekomen tot behoef van de vroegmis. Op grondcijns na is het pand los en vrij.
Deze penningen heeft Peter Kenens afgelegd en Jan Mentens placht de som te gelden en de andere Aert Dirix. Deze 12,5 stuivers vallen jaarlijks op Sinte Peter en Pauls dach.

Op 7 juni 1548 kwam Wouter Hoeffmans als rentmeester van Sint Anna altaar en hij kweet aan Cathlijn Joris, houder van het pand, tot behoef van haar kinderen die haar zijn gebleven van Henrick Vanden Put.

 

1541, 24 november. Op genachten dach. Folio 200

Wilhem van Ghint met zijn wettige huisvrouw Styn Pondernoes hebben opgedragen een bluexken gelegen bij na 'den Balx Wijer', grenzend des heren straet op twee zijden, joncker Coenraert van Malbrock 3), tot behoef van Henrick Meggelen voor 22 rinsgulden Brabants. Enkel belast met grondcijns. Henrick kwam ter gichte met recht. Hiervan is gegeven '1 oert stuiver' als goedspenninck en lycop nae lantcoep.

 

1541, 24 november. Op genachten dach. Folio 201

Jan Nobels met Clara zijn huisvrouw hebben opgedragen een stuk broek geheten 'dat Buetscop' in Coersel gelegen, dat eerder gegoed is geweest ter Brabantse aarde. Met het recht is door de twee wetten bewezen dat in 1475 het onder de Loonse aarde lag. Opgedragen tot behoef van Gielen Kenens in de naam van zijn kinderen Henrick, Kenen en -. Michiel kwam in de naam van zijn kinderen ter gichte met recht voor 75 rinsgulden. De pontpenningen beliepen op 3,5 rinsgulden en 2,5 stuivers Diester paye.

 

1541, 24 november. Op genachten dach. Folio 201

Henrick Vanden Moertel heeft opgedragen al zijn Loonse goederen, namelijk een hof in Schoelen gelegen, Mari Claes 1), des heren straet 2), als een pand voor een half mud rogge en 1 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sinte Chatlijne avond tot behoef van Jan Afflyssen. Te kwijten met 31 rinsgulden in dobbele stuivers en in ander goed geld. Jan is ter gichte gekomen met recht. Henrick staat garant met zijn Loonse goederen.

24 januari 1555 kwam Katlijn Vanden Zavel weduwe van Jan Afflissen en ze heeft opgedragen tot behoef van Dries Zmeets als momber van Geertruyt Afflissen haar tocht van het voorschreven half mud rogge en 1 rinsgulden jaarlijks. Dries kwam als momber van zijn huisvrouw tot tocht en erve. Nu tocht en erve samen zijn, heeft Dries Smeets met zijn huisvrouw het voorschreven half mud rogge en de rinsgulden jaarlijks opgedragen tot behoef van meester Jan Van Gelmen. Ze kwijten het pand en bekennen dat ze het kapitaal en alle renten ontvangen hebben van meester Jan. Meester Jan is ter gichte gekomen.

 

1541, 15 december. Op genachten dach. Folio 203

Symon Moens en Jan Moens, kinderen van Henrick Moens van Coersel, hebben voor hen en voor Chatlijn en Bric Moens, hun zusters, de goederen ontvangen die hen na de dood van Henrick zoon van Dionys Moens, hun broers zoon, zijn verstorven. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.

 

1541, 15 december. Op genachten dach. Folio 204

Wilboert Lemmens heeft opgedragen een dachmael broek gelegen in 'die Auwe Beempden' onder Oversel, grenzend meester Wilboerts erfgenamen O, 'den Stevens Bampt' W, Magriet Lemmens 3), tot behoef van Jan Lemmens voor 20 rinsgulden los en vrij boven de uitgaande lasten. Tevens opgedragen een half bloek daarbij gelegen bij 'Hollans Venne', grenzend Magriet Royen kinderen O, de gemeynen weech op twee zijden en Marie Jorys 4). Jan is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 12 januari. Op jaergedinge. Folio 205

Peter Van Moelstede heeft zijn kindsgedeelte opgedragen en Loonse goederen gelegen onder Coersel tot behoef van Cornelis van Moelstede voor de aanstaande last en de verlopen ervan. Cornelis kwam ter gichte met recht. Voor het verloop werden 4 stuivers pontpenningen gegeven.

 

1542, 26 januari. Op genachten dach. Folio 206

Jannes Claes en Magriet Claes hebben de goederen ontvangen die hen verstorven zijn na de dood van hun zuster Marike Claes. Ze zijn ter gichte gekomen met recht.

Daarna heeft Magriet Claes met haar geleverde momber Henrick Meukens bekend dat ze het versterf van haar zuster zaliger voorschreven aan niemand anders zal geven of zal maken, noch verkopen, dan laten na haar dood aan de kinderen van Jannes Claes, de eersten ende laatsten. Dat doet ze volgens het testament van Mari Claes zaliger.

 

1542, 26 januari. Op genachten dach. Folio 206

Jannes Claes voorschreven en Griet Claes voorschreven met haar geleverde momber Henrick Meukens - en Jannes heeft afstand gedaan van zijn 'clerckscap' - en ze hebben samen opgedragen a) een half bunder broek geheten 'dat Zekers Stuck', grenzend de begijnen van Diest 1), de Demer 2); b) twee roijen broek gelegen op 'die Crickels Laeck', palend de Crickels Laeck 1), Gertruijt Meukens 2). Ze dragen deze goederen op 'in propere gifften' zonder er iets van te geven aan heer Baerthelmeus van Dornick. Heer Baerthelmeus is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 26 januari. Op genachten dach. Folio 206v

Jannes Claes en Grietke Claes voorschreven met haar momber Henrick Meukens hebben opgedragen hetzelfde voorschreven goed, waar heer Barthelmeus voorschreven de helft van heeft, tot behoef van Jorys Kelberchts. Joris is ter gichte gekomen met recht. Prijs?

 

1542, 26 januari. Op genachten dach. Folio 206v

Cornelis Van Moelstede alias Houwers heeft opgedragen al zijn Loonse goederen onder Coersel gelegen, namelijk a) het zesde deel van twee molens onder Coersel gelegen waar Wouterus Rogiers de helft van heeft; b) het vijfde gedeelte van de helft van de voorschreven goederen die hij onlangs verkregen heeft en gekocht heeft van zijn broer Peter Houwers, dat hun samen verstorven was na de dood van hun ouders Jan en Magriet van Moelstede. c) alle andere percelen broek en land gelegen onder Coersel tussen hun regenoten, zowel de stockgoederen als de goederen die hij verkregen heeft van zijn broer Peter. Alles samen wordt opgedragen als een pand voor een mud rogge jaarlijks, vallend op datum van gichten. Opgedragen tot behoef van Jannes Keysmans (Keesmans) poorter van de stad Diest. Dit mud kunnen Cornelis of zijn erfgenamen afleggen met 25 rinsgulden Brabants geld (de carolusgulden 20 stuivers, de philippusgulden 25 stuivers, de gouden gulden voor 28 stuivers de stuiver voor 3 placken Brabants). Dit mud moet jaarlijks geleverd worden in Diest bij Jannes of zijn nakomelingen, los en vrij van alle belastingen, beden en onkosten. Jan kwam in het mud rogge ter gichte met recht. Jan begeerde hiervan zegel en brief en dat werd door Cornelis toegestaan.

 

1542, 26 januari. Op genachten dach. Folio 207

Wouter Thys heeft met zijn wettige huisvrouw Anna Claes opgedragen een stuk erf geheten 'die Scomme', gelegen op 'Heechelen', grenzend des heren straet 1), Jan Gielis Z, tot behoef van Jan Tielens voor 2 gouden gulden eens. Jan Tielens is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 26 januari. Op genachten dach. Folio 207

Wouter Thys heeft opgedragen een bloeck geheten 'dat Lindekens Bloeck', grenzend Peter Jans O, Wouter Brusselmans 2), tot behoef van Lambrecht Truyens. Voor 8,5 rinsgulden. Lambrecht is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 30 januari. Folio 208

De rentmeester heeft uitgegeven een hostaet aan Chatlijn Wellens voor haar aensel, grenzend des heren straet op 3 zijden, op 4 penninck grondcijns met valdag Remigij. Het is gebannen volgens de costumen der bancken recht en ze heeft de gicht ontvangen.

 

1542, 30 januari. Folio 208

De rentmeester heeft uitgegeven een hostaet aan Henrick Berben te Coersel op 3 penninck grondcijns, voor zijn erf, grenzend des heren aert O, Z en N. De paling werd gebannen en er is gicht gedaan 'nae onser bancken recht'.

 

1542, 20 februari. Op genachten dach. Folio 209

Mathis Thys van Schuelen heeft opgedragen zijn tocht van zijn Loonse goederen tot behoef van zijn twee kinderen Aert en Magriet om hen daar een mud rogge te laten aanstellen en niet meer. Aert en Magriet zijn tot tocht en erf gekomen.

Nu tocht en erf vergaderd zijn, kwamen Magriet voorschreven met haar geleverde momber Peter Sannen en Aert haar broer en ze hebben opgedragen huis en hof gelegen te Scuelen, grenzend Aert Van Dornick 1), des heeren straet W; tevens een zyl broek gelegen op 'den kant vander Laken', grenzend Aert Meukens kinderen O, de gemeyn vvoert W, als een pand voor een mud rogge jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met 26 rinsgulden Brabants gevalueerd geld. Opgedragen tot behoef van Peter Van Hamel, die ter gichte is gekomen met recht van het mud rogge.

In 1554 op 28 juni draagt Lambrecht Neven met zijn geleverde momber Willem Geerts het voorschreven mud rogge op tot behoef van Jan Vernyen en hij kwijt de panden. Neven werd goed betaald.

 

1542, 20 februari. Op genachten dach. Folio 209

Wilhem Mommers met zijn wettige huisvrouw Magriet Bogaers hebben hun gedeelte opgedragen in een beempt te Coersel gelegen 'daermen giet nae Aleyt Seijsens', palend Henrick O, de kinderen van Iken Huben W. Dragen tevens op 3 halster koren aan Thomas Cremers panden. Hierbij is nog een goed verkocht sorterend onder de Laethof van de heer van Everbode onder Coersel gelegen. Voor het Loons gedeelte voor 25 rinsgulden. Opgedragen tot behoef van Gijsbrecht Metten. Gijsen is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 09 maart. Op genachten dach. Folio 211v

Lemmen Dierix en Jan Metten hebben ontvangen de goederen die hen verstorven zijn na de dood van Anna Cleresnyders. Lemmen is ter gichte gekomen als momber van zijn huisvrouw voor hem en voor Jan met recht.

 

1542, 09 maart. Op genachten dach. Folio 212

Lambrecht Dierix met Juete Houtmans alias Clersnyers en Jan Metten hebben opgedragen een stuk land gelegen in Coersel, geheten 'die Paelmans Hoeve', grenzend Philippus Op Straet W, 'den hergracht' O, 'die Scricx Heyde' Z en Anthonis Mulders N, tot behoef van Chatlijn Ghierts alias Boeyen voor 116 rinsgulden en 13 stuivers boven de uitgaande lasten. Chatlijn is ter gichte gekomen met recht. Drie stuivers godspenninck, 1 rinsgulden lycop.

 

1542, 23 maart. Folio 215v

Mieuwis Tielens van Coursel heeft opgedragen de rinsgulden jaarlijk die hij gelden had aan pand van de kinderen van Henrick Goeyens van Coursel, namelijk aan een blookske gelegen bij die 'Buschoppen', zoals men zal vinden op 6 maart 1511, tot behoef van Peeter Kenens voor 18 rinsgulden Brabants. Peeter Kenens is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 23 maart. Folio 216v

Gowaert Op die Hoeve met zijn huisvrouw Aleyt Joes hebben opgedragen een hof gelegen te Scuelen, palend des heren straet op 2 zijden en 'die Swert Beeck' 3), VVreff van Gulick 4), als een pand voor een half mud rogge jaarlijks. Te kwijten jaarlijks met het half mud of met 4,5 stuivers Brabants per halster. Af te leggen met 12,5 rinsgulden gevalueerd geld. Valdag op Lichtmis. Heer Gowaert Snoex is ter gichte gekomen met recht.

Op 14 september 1559 heeft meester Dierick de Wuest de bovengeschreven panden gekweten van het half mud rogge jaarlijks. Hij is goed betaald van kapitaal en alle restanten en Lambrecht Joes is tot de gichte gekomen met recht.

 

1542, 23 maart. Folio 217

Gowaert Ruttens heeft opgedragen zijn Loonse goederen met zijn huisvrouw Mari Tielens. Het gaat om hun gedeelte gelegen onder Coersel. Ze zetten het als pand voor een half mud rogge en 12,5 stuivers jaarlijks met valdag op 'Onser VVrouwen Dach' in maart. Te kwijten met 25 rinsgulden gevalueerd geld (de carolusgulden aan 20 stuivers, de philippusgulden 25 stuivers). Opgedragen tot behoef van Peter Perduns van Beverloe. Andries Cuelts en Reyner Rutten kwam als mombers van Peter ter gichte met recht op voorwaarde dat de moeder van Peter voorschreven in het half mud en de 12,5 stuivers zal getochtigd blijven haar leven lang. Het geld is gekomen van de kinderen van Jan Baten van Beverloe die dit vroeger aan Jan Perduns zaliger, de vader van Peter, 'gegouwen' heeft.

Op 13 april 1553 heeft Peter Perduyns deze panden gekweten van het half mud rogge en de 12,5 stuivers jaarlijks.

 

1542, 20 april. Op jaergedinge nae Paeschen. Folio 218v

Chatlyn Drosseten met haar geleverde momber Herman Borgelinx heeft opgedragen een stuk broek gelegen int Scuelen Brock, geheten 'den Prusenbeempt', grenzend Theus Heerien 1), Jan Inden Boem 2), Henrick Inden Boem 3). Opgedragen tot behoef van Jan Clockluyers voor 100 carolusgulden Brabants gevalueerd geld. Jan kwam ter gichte met recht.

Chatlyn staat ervoor garant dat het pand onbelast is op grondcijns na.

Op 5 april 1543 kwam Jan Cluckers voorschreven en hij heeft naderschap bekend aan Symon Bervoets van de voorschreven koop en hij heeft zicht ontgicht. Symon is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 20 april. Op jaergedinge nae Paeschen. Folio 220

Gowaert Ruttens met zijn wettige huisvrouw hebben opgedragen al hun Loonse goederen tot een pand voor een half mud rogge jaarlijks en 12,5 stuivers jaarlijks met valdag op Onser Liever VVrouwen dach in maart. Te kwijten met 25 rinsgulden Brabants gevalueerd geld. Enkel rogge en geld samen af te leggen.

Gegicht op 23 maart 1542 (zie folio 217). De gehele som bedraagt 50 rinsgulden gevalueerd geld. Andries Cuelts is ter gichte gekomen als momber van Peeterke Perduns met recht. De moeder van Peeter moet haar leven lang de tocht krijgen van koren en geld. De mombers bekenden dat zij het geld ontvangen hadden van de kinderen van Jan Baten van Beverloe, die daarvoor aan de vader van Peterke een mud rogge en 25 stuivers jaarlijks aflegden.

Op 13 april 1553 heeft Peter Vernyns deze panden gekweten van het half mud rogge en de 12,5 stuivers jaarlijks. Is in hoede gekeerd.

 

1542, 20 april. Op jaergedinge nae Paeschen. Folio 221

Segher Van Heer met zijn huisvrouw Mari Jacops en Jan Metten met zijn huisvrouw Elisabeth Jacops hebben opgedragen de 6 halster koren die ze gelden hebben aan een pand van Mathis Thys van Schuelen tot behoef van Jan Wevers voor 15 hoernsgulden eens. Jan Wevers is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 20 april. Op jaergedinge nae Paeschen. Folio 221v

Jacop Vanden Bogaert heeft opgedragen een stuk broek geheten 'dat Haelff Husen Beempken', grenzend de Laeck 1), Baet Willers erfgenamen 2), voor 25 rinsgulden Brabants tot behoef van Herman Borgelinx. Herman is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 20 april. Op jaergedinge nae Paeschen. Folio 221v

Jan - als momber van zijn huisvrouw heeft de goederen ontvangen die zijn huisvrouw verstorven zijn na de dood van haar vader Theus Mertens van Coersel en die haar versterven zullen na de dood van haar moeder. Jan is ter gichte gekomen als momber met recht.

 

1542, 27 april. Op buyten genachten. Folio 222

Gowaert Vanden Boss heeft kwijting gewenst van Henrick Bervoets. Henrick heeft Gowaert voorschreven een half mud koren jaarlijks gekweten, staande aan pand van Gowaert. Henrick ontving de hoetpenningen met de renten en kwijt de panden.

 

1542, 04 mei. Folio 222v

Symon Moens wonend in Meerhout heeft opgedragen het goed of het gedeelte dat hem verstorven is na de dood van zijn neef Henrick, zoon van Dyonis Moens zaliger, tot behoef van Anthonis Coernelis van Coersel voor 50 rinsgulden los Brabants geld Diester paye. Anthonis is ter gichte gekomen met recht. Godspenninck een halve stuiver, lijcop 20 stuivers.

 

1542, 04 mei. Folio 222v

Henrick Eermen zoon van Mathis Eermen van Heechtel heeft de goederen ontvangen die hem verstorven zijn na de dood van zijn vader. Hij kwam ter gichte met recht.

 

1542, 04 mei. Folio 222v

Lijn (Chatlijn) Gaermans met haar geleverde momber Michiel Garmans en Jan Garmans hebben al hun Loonse goederen onder Coersel gelegen opgedragen die hen vanwege hun vader en moeder zijn aangestorven tot behoef van Daem Wintmolders voor 70 rinsgulden Brabants geld. De helft daarvan wordt genomen als hier hovend, dus op 35 rinsgulden. Hiervoor zal Daem hen jaarlijks 2 rinsgulden geven met valdag op datum van gichten. Te kwijten met dezelfde som, 35 rinsgulden.

Voor meer 'vveesticheyt' voor Daem kwamen Michiel Garmans en Michiel Op die Hoeve en ze hebben beloofd dat ze het kind van Jan Garmans, dat hij behouden heeft van Heylwich Ghielts van Helchteren, zullen laten instemmen. Jan heeft dat ook beloofd en de rente van de hoetpenningen zal zolang aan het pand berusten tot dat dit gedaan is.

Daem heeft als een onderpand voor de jaargulden opgedragen zijn Loonse goederen die hij vroeger van Jan Gheerts van Coersel verkregen heeft, voor het geval dat het pand zou ingewonnen worden.

Op 2 juni 1552 hebben Jan Gaermans en Mathys Gaermans deze panden gekweten van 1 rinsgulden van de twee die er jaarlijks aan staan. Ze hebben ervoor 17,5 rinsgulden Brabants geld eens voor ontvangen. Adam Wintmolders is tot de gichte gekomen. De voorschreven personen hebben verder ingestemd met de bovenstaande gicht en ze van waarde gehouden.

Op 23 maart 1553 hebben Jan Gaermans en Michiel Gaermans dit 'tweedeel' van de 1 rinsgulden jaarlijks voorschreven gekweten. Adams Daems is ter gichte gekomen.

 

1542, 25 mei. Folio 225

De kinderen van Jan Truyens. Henrick Truyens, Peter Meukens met zijn huisvrouw Marie Truyens en Anna, Elisabeth en Gertruyt Truyens met hun geleverde mombers hun omen Adriaen Jans en Peter Truyens, hebben opgedragen een beempt geheten 'den Keerweech' in VVoertken gelegen onder Coersel, palend Thomas Coppens O, Reyner Op Straet erfgenamen W, tot behoef van hun oom Peter Jans voor 100 rinsgulden. Peter Jans is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 25 mei. Folio 225v

De kinderen van Jan Truyens. Henrick Truyens, Peter Meukens met zijn huisvrouw Marie Truyens en Anna, Elisabeth en Gertruyt Truyens met hun geleverde mombers hun omen Adriaen Jans en Peter Truyens, hebben opgedragen het derdedeel van 'den Wijghers Bloeck' in Voertken onder Coersel gelegen, grenzend Henrick Aenden Boss W, Jan Jorys erfgenamen O, tot behoef van Henrick Aenden Boss voor 50 rinsgulden. Henrick is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 25 mei. Folio 225v

Henrick Truyens, Peter Meukens met zijn huisvrouw Marie Truyens en Anna, Elisabeth en Gertruyt Truyens met hun geleverde mombers hun omen Adriaen Jans en Peter Truyens, hebben opgedragen, samen en elk apart, een beempdeke in Voertken onder Coersel gelegen, palend Peter Jans O en W, voor 53 rinsgulden 'lichts geelts' (den yserman 10 stuyvers). Clara Op Straet moeder van Henrick Op Straet is ter gichte gekomen voor haar zoon Henrick, maar de tocht is voor haar. Hiervan werden 2,5 rinsgulden Diester paije betaald voor pontpenningen.

 

1542, 25 mei. Folio 226

Gijsen Pylts heeft opgedragen met zijn geleverde momber Jan Van Nedercosen, een huiske met een hoefke gelegen te Schuelen. Het grenst Magriet Conradts 1), des heren straet op twee zijden. Opgedragen tot behoef van Aert Van Dornick voor 2 rinsgulden jaarlijks. Hiervan moeten binnen het jaar 10 stuivers afgelegd worden voor een onderpand. Dan blijven er dus nog 30 stuivers jaarlijks aan staan. Aert is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 05 juni. Folio 227v

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' aan Peter Reyners van Coersel, achter zijn hof, grenzend de kinderen van Mari Wynen W, des heren straet O en Z, Peter Reyners N. Op twee penningen grondcijns jaarlijks te betalen op St.-Remigius. De palen werden gebannen 'naerder alder costumen'. Peter Kenens is ter gichte gekomen tot behoef van Peter Reyners voorschreven.

 

1542, 05 juni. Folio 227v

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' op Scriex Heyde aan Ghert Niesen van Coersel aan zijn erve, op twee penningen grondcijns vallend Remigij. De gicht werd gedaan aan Ghert na het bannen en volgens 'onser bancken recht'.

 

1542, 05 juni. Folio 227v

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' aan Elisabeth Wynen van Voertken onder Coersel op Scriex Heyde, op twee penningen grondcijns. De paling grenst Matheus Pelsers W, Elisabeth voorschreven N. De paling werd gebannen en ze werd erin gegicht met recht.

 

1542, 05 juni. Folio 227v

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' aan Gielis Scriex op Scriex Heyde oostwaarts naast zijn erve, op vier penninck grondcijns. De rentmeester heeft de palen gebannen en Gielis werd erin gegicht en gegoed met alle formaliteiten van recht.

 

1542, 05 juni. Folio 227v

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' aan Matheus Pelsers op 1 penninck grondcijns. De paling grenst Elisabeth Wynen O, Matheus zelf Z, des heren straet W en N. De meier heeft de palen gebannen en Pelsers werd erin gegicht met recht.

 

1542, 05 juni. Folio 228

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft gepaald een 'hostaet oft hoeve' aan Ghert Niesen (Mesen?) op Scriex Heyde gelegen, grenzend 'die Bynnemans Hoeven' Z en Peter Reyners W, des heren straet O en Gielis Scriex N, op 6 penninck grondcijns. 'Ende tselve is Ghert uutgegeven dat hij tselve wilt laten liggen inden gemeynen aert ende heeft geloeft tselve nu noch nimmermeer te begraven'.

 

1542, 05 juni. Folio 228

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft gepaald een 'hostaet' voor Jan Wilboerts op die Scriex Heyde, grenzend Ghert Niesen en Elisabeth Wynen N, des heren aert rondom op 3 zijden. Op 4 penningen grondcijns. De rentmeester heeft de palen gebannen en Jan werd erin gegicht en gegoed met alle vormen van recht. De cijns valt Remigij.

 

1542, 05 juni. Folio 228

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft gepaald een 'hostaet' voor Jan Wilboerts van Coersel onder VVoertken, voor zijn 'gelege', grenzend des heren straet N en O, dezelfde Jan Z. Op 1 penning grondcijns. Na het bannen van de palen is hij ter gichte gekomen met recht. De cijns valt Remigij.

 

1542, 10 juni. Folio 228

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' voor Jan Moens van Hechtel gelegen achter Daem Wintmolder, aan zijn aensel, grenzend des heren aert op drie zijden en zijn eigen erf W. Op 4 penninck grondcijns. De rentmeester paalde hem nog een hostaet voor zijn aensel westwaarts op 2 penninck grondcijns. (Er staat hier niets bij over bannen en gichten.)

 

1542, 10 juni. Folio 228

De rentmeester van onze genadige heer van Lumpmen heeft uitgegeven een 'hostaet' voor Mari Wynen op 3 penninck grondcijns. Het is haar gepaald en gebannen en ze is ter gichte gekomen met recht.

 

1542, 15 juni. Op genachten dach. Folio 228v

Jan Gheerts van Coersel heeft aan Daem Wintmolders en zijn panden een half mud rogge jaarlijks gekweten. Hij bekende dat hij volledig werd betaald van hoetpenningen en rente.

 

1542, 29 juni. Jaergedinge nae Sint Janssmisse. Folio 229v

Peter Cremers heeft opgedragen een bluexken op 'Scriex Heyde' gelegen, grenzend Gielis Scriex Z. Zou volgens de aanhef en het register verkocht worden aan Gielis Scriex, maar de gicht stopt hier.

 

1542, 13 juli. Op genachten dach. Folio 231

Aert Custers heeft de rinsgulden jaarlijks opgedragen die hij gelden heeft aan Marten Cnoeps panden en nog 1 rinsgulden die hij gelden heeft aan Mathis Bogaerts panden onder Scoelen, tot behoef van Michiel Coex van Hasselt gewezen 'moentmiester' voor 36 rinsgulden Brabants. Michiel is ter gichte gekomen met recht.