R.A.H. Schepenbank Lummen nr. 78

Gichten Loons recht buiten vrijheid

11.1609 Ė 10.1617

 

1609, 19 november. Folio 1v

Oriaen Oriaens als armenmeester van Coirsel, in aanwezigheid van heer Andries Kenens pastoor daar en Peeter Leijsen Brabants schepen, kwijt Jan Claes en zijn panden, namelijk huis en hof, van een halster koren die de armen daarop trokken. Voor deze halster ontving Oriaen 25 gulden en nog 2 gulden van verloop. Oriaen zal het geld opnieuw beleggen of gebruiken voor het herstel van het Sint-Annakoor in Koersel. Jan Claes kwam ter gichte.

 

1609, 03 december. Folio 3

Jan Vander Eijcken had voorheen een huis en hof uitgewonnen gelegen op den Stap, dat vroeger toebehoorde aan Jan Scheers. Nu komt Henrick Tijs, die voor zichzelf en voor zijn "metgeringe", in naam van zijn huisvrouw en zo als "nae vrinden" het recht pretenderen van te mogen "die evictie purgeren". Jan Vander Eijcken admitteert zich tot purgement van het goed tot behoef van Henrick Tijs en zijn metgeringe namelijk Maria Coex. Het goed grenst Gielis Coex, "die Stappen Heij" en Jan Corthouts. Tijs geeft Vander Eijcken voor de kosten van evictie, visitatie, "nootbouwe ende notelicke deboursementen" 90 rinsgulden 10 stuivers. Jan ontving 84 rinsgulden 4 stuivers en zal er voortaan zijn vroegere rente zowel in geld als in koren op blijven trekken. Jan zal alle voorgaande lasten tot Sint-Huijbrechtsdach betalen. Henrick kwam voor zichzelf en voor Marie Coex ter gichte.

 

1610, 07 januari. Folio 4(1)

Huijbrecht Bogaerts draagt op tot behoef van Frans Convents zijn deel, of een vierde, van 2 beemden gelegen in Coirsel achter de molen van Castel. Hierin heeft Frans Convents de overige, onverdeelde, 3 delen. De gehele beemden grenzen Jacob Beckers alias tSricken 1), de Maelbeeck 2), de Alde Beeck 3) en Frans Convents' huis 4). Voor 120 rinsgulden en een halve ducaet voor een kermis met een paar muilen (pantoffels) voor de huisvrouw van de verkoper. Lijcop nae landtcoop, godts penninck een reael. Anna Vande Kerckhoff (dus de echtgenote van Bogaerts) was aanwezig en stemde met deze gichte in. Frans Convents kwam met recht ter gichte.

 

1610, 21 januari. Folio 7

Reijnder Van Buijlen momber van Maria Coex en Henrick Tijs momber van zijn vrouw Anna Coex dragen op tot behoef van Geert Cannaerts huis en hof gelegen op de Stap, palend Jan Corthouts aan twee zijden, Gielis Coex 3), tsheeren straet 4). Voor 165 rinsgulden eens boven alle uitgaande lasten. Godtspenninck 2 blancken , lijcop 6 rinsgulden. Geert Kannaerts kwam met recht ter gichte. Maria en Anna Coex hebben deze gichte gelaudeerd.

 

1610, 04 februari. Folio 9

Vincent Spralants heeft, uit kracht van procuratie aan hem gegeven door Catharina Paesmans met haar momber mr. Aerdt Vuskens en hierna geregistreerd, opgedragen tot behoef van het klooster van MariŽndael binnen Diest 15 rinsgulden jaarlijks spruitende uit een grotere rente van 20 rinsgulden jaarlijks. Deze rente wordt tegenwoordig betaald door Lenaerdt Van Swartebroeck van Schuelen, waar ook de belaste panden gelegen zijn. Heer Philips Vanden Wouwere, als pater van het voorschreven klooster, kwam met recht ter gichte.

Contract. Catharina Paesmans, begijntje binnen het begijnhof van Hasselt 1) en heer Philips Vanden Wouwere pater van het klooster van Mariendael binnen de stad Diest 2) in naam van het klooster hebben een akkoord gesloten als volgt. Catharina Paesmans zal transporteren, en dat doet ze hiermee, als donatie inter vivos 15 rinsgulden erfelijk uit een grotere rente van 20 gulden zoals zij heft aan panden huis en hof en land van 2 halsters zaaiens groot gelegen in Schuelen, tot behoef van het klooster. Hiervan moet een schepenbrief gemaakt worden. Ze doet deze overdracht omwille van een "recompens" vermits haar zuster Elisabeth Paesmans in het klooster geprofest is, op conditie dat Catharina Paesmans deze rente van 15 gulden jaarlijks tijdens de rest van haar leven nog zelf mag optrekken. Ze zal jaarlijks aan het klooster 12 gulden geven zolang ze leeft. Opgemaakt op 26 oktober 1609 in het klooster voorschreven in presentie van Jan Marien Michiels zoon en Willem Hermans als getuigen. Getekend Joannes de Groenendonck notaris. Voor de kopie tekent notaris Peeter Van Hamme residerend in Diest.

Daaronder stond nog dat de schepenen en burgemeesters van Diest certificeren voor waarheid dat mr. Peeter Van Hamme, burger en inwoner van Diest die deze bovenstaande akte afschreef ,een publiek en erkend notaris is. Op 15 november 1609 drukten ze hun zegel "opt spatie" onder deze akte in groene was.

Procuratie. 18 november 1609 verscheen Catharina Paesmans, begijn in Hasselt, met haar geleverde momber mr. Aerdt Vueskens bij de notaris. Ze geeft volmacht aan en vaardigt af mits deze Vincent Spralants om te compareren voor de schepenen in Lumpmen ter Loons recht om daar een rente van 15 gulden jaarlijks over te dragen, uit een grotere rente van 20 gulden jaarlijks, zoals Catharina Spralants trekt op huis en hof en een land van 2 halsters zaaiens groot gelegen in Schuelen. Lenaerdt Van Swartebroeck heeft deze panden in zijn bezit. Hij moet de rente overdragen aan het klooster van MariŽndael binnen Diest, maar Catharina zal de rente nog gedurende haar leven zelf optrekken. Ze zal jaarlijks aan het klooster 12 gulden Brabants geven of hen deze som gichten aan goede panden. Alles conform het akkoord dat beschreven werd door de E.H. deken Jan Groenendonck van 26 oktober laatstleden en op 11 november 1609 door meester Peeter Van Hamme gekopieerd. Opgemaakt binnen Hasselt in "den Gulden Leeuwe" in presentie van Jan Lingmans en Simon Vueskens als getuigen. Ondertekend door notaris Robertus Ziegers.

 

1610, 04 maart. Folio 15v

Jan Bleuckmans draagt op tot behoef van Reynder Pouls huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend tsheeren straet 1), jonker Niclaes de Voecht 2), de erfgenamen Vanden Roeij aan de andere twee zijden. Voor 75 rinsgulden eens en 4 gulden 10 stuivers als kermis en een half bussel "kennepinnen" en twee vat boekweit boven alle lasten. Deze lasten zijn: 22 rinsgulden jaarlijks aan "mije vrouwe van Rothem", 4,5 vat koren aan de H. Geest van Herck, 10 stuivers jaarlijks aan Jan Van Buijlen, met 1 gulden jaarlijks na de dood van Geeraerdt Geerts aan de kerk van Schuelen, met tsheeren chijns en brantschat. Mochten er nog lasten opduiken, dan zal Jan Reynder schadeloos stellen. Reijnder stelt als onderpand een stuk land van omtrent 4 vat zaaiens gelegen op 't Oniger Velt, grenzend Peeter Stessens 1), Mathees Hueveners 2), de erfgenamen Philips Jans 3). Godtspenninck 1 stuiver, lijcop na landtcoop. Reijnder kwam met recht ter gichte. Jan ontving zijn geld.

Dit is vernaderd door Henric Everaerts op 18 november 1609. (!?)

 

1610, 04 maart. Folio 19v

Lenaerdt Vander Eijcken en Jan Luijten als mombers van het onmondige kind van Ambrosius Vander Eijcken en Catharina Luijten zaliger, genaamd Lenaerdt Vander Eijcken, hebben opgedragen tot behoef van Margriet Vanden Hove een "heijken onwinbaer landt" gelegen op de Stap, grenzend "die Stappen Heij" 1), Loich Gathis 2), Robeert Van Elsrack 3) en Philips Jans 4) in erfcijns voor 3 rinsgulden jaarlijks. De gulden wordt op 20 stuivers gerekend. Valdag steeds op half maart. Margriet en haar nakomelingen mogen deze rente steeds afleggen met den penninck twintich (5%). Binnen het jaar kan ze 1 rinsgulden afleggen en de resterende twee rinsgulden in twee keer volgens haar wens. Het goed is enkel belast met "des heeren chijns". Mochten er toch nog lasten aanstaan, dan zullen de mombers haar van deze ontlasten. Margriet zal de rente het eerste jaar mogen betalen met 20 stuivers, het tweede jaar met 2 rinsgulden en het derde jaar met drie rinsgulden. De volgende jaren zal ze telkens 3 rinsgulden moeten neertellen. Godtspenninck 1 stuiver, lijcop nae landtcoop. Margriet Vanden Hove kwam met recht ter gichte.

 

1610, 18 maart. Folio 20v

Heer Aerdt Crijters heeft voor zichzelf en voor zijn metgeringen, van wie hij procuratie heeft gepasseerd voor notaris Jan Boeijens op 17 maart 1610, opgedragen tot behoef van Maria Gathis Jeuris dochter een half boender broek gelegen onder Schuelen op den Vauder(?) Wech int Frasen Broeck. Het grenst Henrick Vander Hoiffen 1), de begijnen van Diest 2), Hans Van Buijlen 3) en Joris Wijns 4) of de Laeck. Condities voor verkoop zijn geschreven door mr. Cornelis Vander Straten op 27 februari 1610. Verkocht voor 95 gulden en 5 hogen volgens onderstaande condities. Godtspenninck 2,5 stuivers. Maria Gathis kwam ter gichte.

Conditie. De erfgenamen van Thomas Crijters en Henric Van Boechout, verkopers, en Joris Gathis wonend in Schuelen, koper, sloten een overeenkomst betreffende de koop van een half bonder broek gelegen in het Freijs Broeck onder Schuelen, grenzend Henrick Vander Hoeffven 1), de begijnen van Diest 2), Hans Van Buijlen 3) en Joris Weijns 4) of de Laeck. De verkopers wensen een kaarsbranding, daarom moet de koper hogen stellen van 2 gulden en 10 stuivers per hoge. 30 stuivers hiervan zijn voor de verkopers en de resterende 20 stuivers voor de koper of hoger. De lijcop nae landtcoop staat tot last van de koper: van elke gulden 1 stuiver. Al het andere ongeld (kosten zoals recht op proclamatie, branden van de kaars, gicht en goeding met het gontgeld, conditiegeld 2 gulden) staat tot last van de koper, zodat de verkopers los en vrij geld krijgen. Eventuele grondcijns zullen de verkopers tot dag van gichten tot hun last nemen en indien er andere lasten gevonden worden, nemen ze deze op zich. Koopsom dient betaald te worden in contante Brabantse munten volgens de koers en loop van Diest op dag van gichten. De kaarsbranding zal plaatshebben op woensdag 17 maart en de gichte de dag erna.

Joris Gathis nam op 27 februari 1610 de slag tegen heer Aerdt Crijters en Henrick Van Boechout voor 95 gulden. Hij stelde nog 5 hogen. Getuigen: Henrick Van Bree, Pouwels Coels de jonge, Jan Wagemans alias Mercdens en Aerdt Menten. Getekend Cornelis Vander Straten notaris.

Op 17 maart 1610 werd de kaars door de gerechtsdienaar Henric Everaerts ontstoken. De koop bleef aan Joris Gatis voorschreven in presentie van Jan Wagemans, Geeraert Geeraerts en Claes Swinnen.

 

1610, 18 maart. Folio 26

Huijbrecht Selckaerts met zijn momber Loich Gatis draagt op tot behoef van Geert Coex huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Geert Coex voorschreven aan twee zijden, Thijs Peeters 3) en de straat 4). Het goed is belast met "drijhalven" guldens (2,5) brantschat en "sekere alde grotens". De verkoper staat garant voor verdere lasten. Verkocht voor 170 rinsgulden boven de voorschreven lasten en de grondcijns. Godtspenninck 1 reael, lijcop nae landtcoop. Geert Coex kwam ter gichte.

 

1610, 22 maart. Folio 26v

Huijbrecht Selckaerts met zijn momber Loich Gatis draagt op tot behoef van Jan Van Schoenbeeck een stuk broek gelegen op "den Houwen Beempt" voor 40 rinsgulden Brabants eens, los en vrij met uitzondering van grondcijns. Godstpenninck 1 oord, lijcop nae landtcoop.

 

1610, 05 juni. Folio 26v

Jan Pouls draagt op tot behoef van Jan Van Schoenbeeck zijn recht en deel in "den Bullens Beempt", samen omtrent een half boender groot. De wederhelft behoort toe aan Loich Gatis. De hele beemd grenst Willem Geerts 1), de Laeck 2), dezelfde Jan en Loich Gatis onverdeeld 3) en de erfgenamen van mr. Jan Alenus 4). Hij draagt nog op de helft van een sille naast "den Bullens Bampt" voorschreven, ook voor de helft toebehorend aan Loich Gatis voorgenoemd. Ze grenst de voorschreven Bullens Bampt 1), de Laeck 2) en de erfgenamen Alenus 3). Draagt nog op een pint broek of het virendeel van een sille, grenzend St.-Jeuris van Schuelen 1), "de Laeck Beempt" 2), de erfgenamen Jan Alenus 3). Deze goederen zijn enkel belast met 3 rinsgulden jaarlijks aan Henrick Berinx, denkt men, en met de grondcijns. Verkocht voor 65 rinsgulden Brabants eens en twee jaren verloop omdat de gichte nu eerst gedaan wordt en de partijen het twee jaren geleden eens werden. Lijcop nae landtcoop, godts penninck 2 blancken. Jan Van Schoenbeeck kwam met recht ter gichte.

Op 22 februari 1614 verscheen Jan Huveners als gemachtigde van Jan Pouls en heeft bekend dat hij het geld van Jan Van Schoenbeeck heeft ontvangen.

 

1610, 14 juni. Folio 28

Geert Van Veerl en Henrick Vanden Eijnde met zijn metgeringen releveren na de dood van Elisabeth Nijs een stuk land op den heirgracht achter den Asberch onder Coorsel gelegen. Het grenst Peeter Oriaens 1), Jan Vasters 2). Ze kwamen met recht ter gichte.

 

1610, 14 juni. Folio 28v

Pouls Vander Biesemen als momber van zijn vrouw Maria Vermeijen releveert na de dood van Cristina Vermeijen huis en hof met aanhang in Schuelen gelegen, grenzend tsheeren straet 1), Jacop Schats 2) en Pouls voorschreven 3).

 

1610, 14 juni. Folio 29

Henrick Vinckades releveert na de dood van Lucia Garis, de moeder van zijn vrouw, 4 vaten koren staande aan Peeter Aerdts, 12 alde groot staande op twee boender broek in 't Roeijer Broeck toebehorende Philips Vander Leucken, 13 alde groot sorterend in Schelen Hoff staande op panden van Pentecosters Multers (Nulters, Milters). Henrick kwam met recht ter gichte.

 

1610, 17 juni. Folio 29

Jan Morren en zijn aanwezige en instemmende echtgenote Elisabeth Naelten(?) dragen een dachmael broek op onder Coorsel gelegen, grenzend Valentijn Claes 1), Huijbrecht voorschreven 2), Peeter Leijsen 3). Voor 75 rinsgulden Brabants eens en een philips daelder als kermis voor de huisvrouw. Jan staat ervoor garant dat het goed enkel belast is met 1 stuiver cijns. Lijcop nae landtcoop, godtspenninck een halve reael.

 

1610, 17 juni. Folio 31

Pouls Vander Biesemen met instemming van zijn echtgenote Elisabeth Vermeijen, aanwezig, draagt op tot behoef van Maria Vermeijen huis en hof gelegen in Schuelen in de Beerstraet, grenzend Jacop Schats 1), Pouls voorschreven 2), Henrick Everaerts 3) en tsheeren straet 4). Voor 80 rinsgulden Brabants eens boven alle uitgaande lasten, godtspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop.

 

1610, 17 juni. Folio 32v

Geertruijt Pontmans draagt op tot behoef van Maria Gathis huis en hof met aanhang in Schuelen gelegen in de Neer Straet, grenzend tsheeren straet 1), Jacop Schats 2) en Mathijs Peeters 3), tot pand en onderpand voor 2 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Jorisdag (23 april). Te kwijten met 30 rinsgulden Brabants eens, godtspenninck 1 stuiver.

 

1610, 17 juni. Folio 33v

Mathijs Peeters draagt op tot behoef van Lenaerdt Vander Eijcken een hof gelegen in Schuelen genaamd "den Boterhoff", grenzend des heeren straet 1), Geerteijdt Pontmans 2), Jan Scabben 4). Draagt het op als pand voor 3 rinsgulden 10 stuivers jaarlijks met valdag op Sint-Servaesdach. Terug te betalen met 50 gulden Brabants eens. Lijcop 10 stuivers, godts penninck een halve stuiver. Na het opdragen van Mathijs Peeters met instemming van zijn vrouw Maria Coex kwam Lenaerdt Vander Eijcken met recht ter gichte.

 

1610, 01 juli. Folio 37v

Jacob Schats draagt op tot behoef van Peeter Stessens huis en hof met zijn aanhang gelegen in Schuelen, grenzend tsheeren straet 1), Jan Lemmens 2), Jan Pontmans 3), Cornelis Cuepers 4). Nog een silleke daaraan gelegen, palend als voor. Voor 35 rinsgulden jaarlijks vallend op Sint-Jans Baptisten dach (24 juni). Af te betalen met 500 rinsgulden eens, met 100 gulden per keer minimuum. Met elke honderd rinsgulden wordt een rente van 7 gulden jaarlijks gekweten. Los en vrij boven alle lasten. Lijcop nae landtcoop, godts penninck een halve reael. Peeter Stessens kwam ter gichte met recht.

Vervolgens draagt Peeter Stessens het voorschreven goed op tot behoef van Jacob Schats als pand voor 35 rinsgulden jaarlijks, volgens de voorgaande gichte. Verder stelt hij als onderpand nog huis en hof tegenover Pouls Vander Biessemen gelegen, grenzend tsheeren straet 1), Henrick Everaerts 2), mr. Jan Alenus erfgenamen 3), maar dit staat slecht voor 100 gulden als onderpand.

Op 4 juni 16011 werd 11 rinsgulden afgelegd, zoals verder blijkt.

Op 11 januari 1618 heeft Jacob Schats nog aan de panden van Peeter Stessens 17 rinsgulden jaarlijks gekweten. Er blijft dus nog een jaarlijkse rente over van 7 rinsgulden.

Jacob Scats kweet Peeter Stessens op 10 mei 1618 de resterende 7 rinsgulden jaarlijks waarvoor hij 100 gulden ontvangen heeft. Alles is afbetaald.

 

1610, 16 september. Folio 41

Marten Creijten (Creten) draagt op tot behoef van Baltis (Balthasar) Smeets een stuk land onder Schuelen gelegen, grenzend de zusters van Hasselt 1), Philips Jans erfgenamen 2), Balthis voorschreven 3) en tsheeren straet 4). Voor 46 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Deze lasten zijn: 6 vaten koren jaarlijks aan dezelfde Balthis en tsheeren chijns. Baltis had het goed momenteel in huur en indien hij zou vernaderd worden, zal hij zijn huurtermijn mogen uitdoen. De verkoper reserveert zich nog zijn recht dat hij heeft moeten betalen aan de justitie van Steijvordt (Stevoort) om het bijpand van deze korenrente voorschreven te lossen.

 

1610, 07 oktober. Folio 43v

Mathijs Persoons draagt op tot behoef van Servaes Joupen huis en hof in Schuelen op de Stap gelegen. Het paalt aan Servaes voorschreven 1), Jan Van Schoenbeeck 2), tsheeren straet 3). Draagt nog op 20 stuivers jaarlijks staande op huis en hof van Bijnen Teewis. Dit grenst de erfgenamen van mr. Jan Alenus 1), Jan van Buijlen 2), de steeg 3). Voor 66 rinsgulden Brabants eens en 15 stuivers boven lasten. De koopsom werd voldaan. Servaes zal aan Mathijs op de dag van "voljaeren" 10 rinsgulden geven. Godtspenninck een halve reael, lijcop 4 rinsgulden.

 

1610, 21 oktober. Folio 45v

Frans Baten draagt met instemming van zijn vrouw Margriet Cronen tot behoef van Jan Damen een stuk land op gelegen in Coorsel aan de kerk. Het grenst Mees Smeets 1), Jan Damen voorschreven aan twee zijden. Voor 50 rinsgulden Brabants eens. Het is enkel belast met grondcijns.

 

1610, 21 oktober. Folio 46v

Henrick Convents als momber van zijn huisvrouw Maria Jeuris, die hij hier voor het gerecht zal brengen om ratificatie te geven, draagt op tot behoef van mr. Gielis Beerten een stuk broek genaamd "het Venne", grenzend Henrick voorschreven 1), de Broeckstraet 2), Huijbrecht Maechs 3) en Brigida Cleersnijers 4). Voor 40 rinsgulden Brabants boven alle lasten. Het goed is belast met 4 halster rogge aan de armen van Coorsel en met cijns. Godtspenninck een "copstuck", lijcop naar gelieven.

 

1610, 21 november. Folio 50v

Reijnder Pouls draagt op tot behoef van Henrick Everaerts, en bekent hem de naderschap, huis en hof met de aanhang die hij op 4 maart 1610 kocht van Jan Blueckmans. Pouls kreeg zijn geld terug. Henrick Everaerts draagt tot onderpand en ontlasting van Reijnder een blook op genaamd "Vaeckens Bloeck" omtrent 2 vat saeijens groot. Het grenst joffr. Fonteniers 1), tsheeren straet 2), mr. Govaert Vanden Roeij erfgenamen 3) en Jan Van Gelmen 4). Henrick Everaerts kwam met recht ter gichte.

 

1610, 04 december. Folio 52

Henrick Wijgaerts, Henrick Van Heerl momber van zijn vrouw Anna Wijgaerts, Jan Van Geertruijen die getrouwd is met de weduwe van Jan Wijgaerts dragen op tot behoef van Henrick Everaerts de helft van een blook in Schuelen aan den Abeel gelegen, grenzend sheeren straet aan twee zijden, die Mierstege 3) en het godshuis van Everbode 4). Voor 36 rinsgulden onder hen gelijk te delen. Godspenninck 11 oord, lijcop 2 gulden. Alles boven de originele koop zoals men die in het register bevinden mag. Na het opdragen van de partijen voorschreven, is Henric Everaerts in "die actie deser partijen gegicht onbelet malix goet recht".

 

1611, 27 januari. Folio 55v

Marck Korstens draagt op tot behoef van Frans Wijnen een stukje "hoeffs" in Vuertken onder Coorsel gelegen, voor Mercdens erf met nog 2 fruitbomen, namelijk een appel- en een perenboom, inbegrepen. Hij geeft dit aan Frans ter goeder trouw opdat Frans daarop een schuur zou zetten en Geert Claes zou tussenkomen voor een vierde van die schuur die Frans zal zetten. Frans werd erin gegicht met recht.

 

1611, 27 januari. Folio 56

Marck Korstens draagt op tot behoef van Frans Luijten een stuk land achter het voorschreven plaatsje gelegen. Het grenst Lambrecht Claes erfgenamen 1), Mees Smeets 2). Voor 150 rinsgulden en een dobbele Albertus voor de huisvrouw van de verkoper als kermis. Godtspenninck 11,5 stuivers, lijcop nae landtcoop. Het goed is enkel met cijns belast.

 

1611, 27 januari. Folio 57

Geert Kannaerts draagt op en bekent de naderschap aan Jan Lemmens van het huis en hof gelegen op de Stap dat hij via gicht verkregen heeft van Maria Coex met haar momber Reijnder Van Buijlen en van Henrick Tijs als momber van zijn vrouw Anna Coex. Hij kreeg zijn uitgegeven geld terug. Jan Lemmens kwam met recht ter gcihte.

 

1611, 27 januari. Folio 57

Margriet Vanden Hove draagt op en bekent de naderschap aan Henrick Vander Eijcken betreffende een koop die ze gedaan heeft van Lenaert Vandereijcken en Jan Luijten als mombers van de onmondig kind Lenaerdt Vander Eijcken, namelijk van een heike gelegen op de Stap. Henrick kwam met recht ter gichte.

 

1611, 17 februari. Folio 63

Huijbrecht Vogelers draagt een stuk broek op genaamd "het Butschot", grenzend sheerenstraet 1), de pastoor van Coorsel 2) en de erfgenamen Andries Goosens 3). Tot behoef van Jan Willems voor de last van 4 rinsgulden Brabants zoals de erfgenamen van mr. Jan Neven daarop jaarlijks trekken. Jan Willems kwam met recht ter gichte. Huijbrecht zal de verlopen tot datum van gichten betalen.

 

1611, 17 februari. Folio 63v

Jan Muijters, Willem Meijen, Jan tSroeijen en Henric Meijen, samen en elk apart, hebben opgedragen tot behoef van Peeter Neelens een driesje in Coorsel gelegen, grenzend Huijbrecht Huijben 1) en verder de straat rondom. Voor 30 gulden Brabants eens en verder volgens de teneur van de conditiŽn die hierna volgen. Peeter Neelens kwam ter gichten.

Condities waarop Jan Muijters, Willem Meijen, Jan tSroeijen die zich sterk maakt voor zijn zwagers Jan en Henrick Meijen zullen verkopen met uitgang van de brandende kaars een driesje gelegen in Coorsel aen de Veltgaer. Het goed wordt verkocht met palmslag en hogen. De palmslag verkrijgen betekent 2 gulden ontvangen en iedere hoge geldt 30 stuivers: 20 stuivers voor de verkopers en 10 stuivers voor de hoger. Degene die de palmslag krijgt, zal zoveel hogen mogen zetten als hij verlangt voor een ander mag hogen. Het verkochte goed wordt onbelast verkocht met uitzondering van een oort grondcijns en mocht er iets meer aan de rentmeester van de evictie moeten gegeven worden, dan zullen de verkopers dit vergoeden. De koper moet alle onkosten dragen zoals pontgelt, lijcop, godtspenninck 1 reael, schrijfgeld en het geld van de koop op de gicht.

Peeter Neelens zet 25 gulden op het goed en hij krijgt ervoor de palmslag. Hierop zet hij 5 hogen. Het goed bleef aan hem.

 

1611, 03 maart. Folio 65

Jan Hueveners en Gielis Coex dragen op tot behoef van Joris Gatis een stuk broek gelegen opt Ruer Broeck, palend Servaes Joup 1), Jan Weijens 2), Joris voorschreven in twee zijden en Philips Vander Luecken 5). Voor 60 rinsgulden Brabants eens. Het is enkel belast met grondcijns. Lijcop nae landtcoop, godtspenninck 2 stuivers. Indien het goed vernaderd wordt, zal Jeuris intrest trekken van zijn uitgegeven geld volgens verloop van tijd. Joris Gatis kwam met recht ter gichte.

 

1611, 03 maart. Folio 65v

Maria Teewis releveert het versterf dat haar na de dood van haar ouders is aangekomen: huis en hof in Schuelen gelegen met alles wat erbij hoort. Ze kwam ter gichte met recht.

 

1611, 03 maart. Folio 65v

Catharina Reijnders met haar geleverde momber Jan Hueveners kwijt de panden van Aerdt Jeuris, namelijk huis en hof in Schuelen gelegen en palend aan jofr. Fontenies, de Broeckstraet en Godefroij van Blockhum, van 6 gulden jaarlijks uit een grotere rente van 12 rinsgulden jaarlijks. Aerdt Jeuris kwam ter gichte.

 

1611, 03 maart. Folio 67

Jan Vossch, borger van Hasselt, voor zichzelf en als gemachtigde van zijn zwagers Jan Verhaijck en Cornelis Verhaeijck, volgens de onderstaande consitutie, heeft opgedragen tot behoef van Gielis Coex wonend in Schuelen het ongedeeld goed dat zij in Schuelen liggen hebben. Het gaat om een stuk land grenzend Gielis Coex, Mathees Peeters en tsheeren straet; een zille broek daarachter gelegen. Voor 26 rinsgulden en 10 stuiver Brabants jaarlijks, de gulden twintig te kwijten (5%). Niet belast, enkel grondcijns te betalen. Gielis mag deze rente kwijten met minstens een derde per keer. Hierop kweet Gielis het derdedeel van Jan Verhaeijck voor de som van 176 rinsgulden 6 stuivers Brabants eens. De rente van de resterende 2/3 delen zal als valdag half maart hebben en voor het eerst vallen in 1612. Gielis kwam met recht ter gichte en de verkopers staan garant voor een goede gicht.

Constitutie. 18 februari 1611 verscheen voor de schepenen van Hasselt Jan Verhaijck Jans Zoon. Hij constitueerde onwederroepelijk en maakte machtig door deze akte Jan Vossch zijn zwager om de goederen te verhandelen die hij cum suis onder Schuelen ongedeeld liggen heeft. Hij mag ze verkopen en de koper gichten en het geld ontvangen. Vossch moet zijn rekening opmaken. De secretaris ondertekende deze akte: Henrick Gielkens.

 

1611, 14 maart. Folio 69

Maria Van Sichem draagt op tot behoef van haar zoon Willem Vander Locht de tocht van een sille broek in Schuelen gelegen, grenzend de Laeck 1), Godefroeij Van Blockem 2), "den Riet Gracht" 3). Willem kwam ter gichte.

Aansluitend draagt Willem Vander Locht alias Tijs tot behoef van Godefroeij Van Blockum de voorschreven sille broek op voor 27 rinsgulden Brabants eens. Het goed is enkel belast met des heeren chijns. Lijcop nae landtcoop, godtspenninck 1 stuiver. Godefroeij kwam met recht ter gichte.

 

1611, 28 april. Folio 76

Jan Van Ham draagt op en bekent aan Marten Kenens de naderschap van een stuk broek in Coorsel gelegen zoals hij onlangs verkregen heeft van Bartholomees Smeets. Marten Kenens kwam met recht ter gichte. (niet in dit register.)

 

1611, 28 april. Folio 76

Deling van Maria Smeets met haar zoon Jan Verneijen en Godefroeij van Blockum.

Maria Smeets met haar zoon Jan Verneijen en Godefroeij Van Blockum als momber van zijn huisvrouw Geertruijt Kelberchs hebben een deling gemaakt van erfgoederen die Maria tot nog toe heeft gebruikt en die hen zijn aangekomen na de dood van Maria Vander Eijcken alias Tijs: een bloexken met een beemdje in Schuelen gelegen, grenzend Godfre van Blockum 1), de Broecstraet 2), Henric Everaerts 3) en Catlijn Ruelens 4). Ze hebben deze goederen dwars door het midden gedeeld en het stuk van Maria Verneijen is bij beide gelegen aan de straatkant. De uitgaande lasten zullen ze gelijk dragen met uitzondering van 2 stuivers brantschat die Godefroeij jaarlijks zal betalen en nog 1 verdel of een halve capuijn cijns omdat zijn deel zoveel beter is. Maria moet de cijns van het beemdje betalen. Ze moeten de goederen gelijk "vreden".

 

1611, 19 mei. Folio 77

Peeter Van Reppel releveert en daarna draagt op tot behoef van Jan Goeswijns (Goesens) het derdedeel van de goederen hem aangestorven na de dood van zijn moeder Maria Schepers in Coorsel gelegen, voor 14 rinsgulden los geld. Lijcoop 20 stuivers. Jan Goeswijns kwam met recht ter gichte. Dit is vernaderd door de kinderen van Mathijs Van Reppel; zie verso.

 

1611, 19 mei. Folio 77v

Mathijs Van Reppel releveert na de dood van zijn moeder en daarna draagt op tot behoef van Jan Goosens zijn derdedeel van de goederen hem na haar dood aangekomen, voor 18 rinsgulden los geld. Lijcop 20 stuivers, godtspenninck 2 stuivers. Jan Goosens kwam met recht ter gichte.

Op 17 mei 1612 heeft Jan Goesens aan de kinderen van Mathijs Van Reppel de naderschap van deze goederen bekend. Jan Goesens kreeg zijn geld terug en Mathijs Van Reppel kwam in de naam van zijn kinderen ter gichte.

 

1611, 19 mei. Folio 77v

Jan Goosens heeft ontvangen na de dood van zijn moeder Elisabeth Van Reppel zijn deel van deze goederen, waarvan hij de 2 delen hiervoor via gichte verkregen heeft. Jan kwam met recht ter gichte. (Er stond Goeswijns, maar dat werd veranderd naar Goosens.)

 

1611, 19 mei. Folio 78v

Jheronimus Vilter met zijn huisvrouw Maria Vanden Hout draagt op tot behoef van Jan Van Ham de helft van een goed gelegen in Coorsel onder Stal. Het grenst de kinderen van Henric Kenens 1), Gielis Wouters 2), Gielis Bluex 3) en Thijs Pijpers 4) en ook enigszins "de heerbane". De wederhelft behoort toe aan Jan Van Ham voorschreven. Voor 100 rinsgulden. Lijcop nae landtcoop, godtspenninck 1 ernestus. Jan Van Ham kwam met recht ter gichte.

 

1611, 04 juni. Folio 79

Jacop Schats kwijt Peeter Stessens 11 rinsgulden jaarlijkse rente uit een grotere rente van 35 rinsgulden jaarlijks. De jaarlijkse rente zal voortaan nog 24 rinsgulden bedragen. Jacop trekt deze rente op huis en hof in Schuelen gelegen. De hoetpenningen en verlopen van de 11 rinsgulden voorschreven heeft Schats volledig ontvangen.

 

1611, 04 juni. Folio 79

Margriet Vanden Hove met Joris, Lijsken en Lijnken Vanden Broeck, haar kinderen met mombers Govaert Vanden Broeck en Jan Corthouts, dragen op tot behoef van Peeter Stessens een stuk land in Lummen gelegen, grenzend de Veltstraet 1), Herman Hoelsteens aan de andere zijden. Ze dragen het op en ruilen het met een perceel land in Schuelen genaamd "die Stout", grenzend des heeren straet aan twee zjden, Baltis Smeets 3) en Mathees Hueveners 4). Margriet moet aan Peeter jaarlijks nog 3,5 rinsgulden geven. Deze rente zullen Margriet of haar nakomelingen steeds mogen afleggen met 36 rinsgulden lopend geld. Deze rente stelt Margriet op het voorschreven stuk land dat ze in mangeling heeft ontvangen. Aleth Coenen, de huisvrouw van Peeter, heeft deze gicht gelaudeerd. Godtspenninck 1 stuiver, lijcop nae landtcoop.

 

1611, 28 mei. Folio 80v

Voor Jan Vander Eijcken werd gerechtelijk een perceel vroente gepaald aan zijn huis in Schuelen, met instemming van de buren. Het werd met twee stenen afgepaald: een tegen Velmans' winninge en de andere tegen het goed van Vander Eijcken naar Lumpmen toe. Vander Eijcken moet in het vervolg jaarlijks op Sint-Remigius (Remigii) 2 penningen cijns betalen zoals ander "boetchijnsen". Jan werd in de palinge gegicht met recht.

 

1611, 07 juli. Folio 81v

Henrick Boechouts draagt op tot behoef van Jan Clerx een stuk gemeijn broek in Schuelen op den "Huijven Beempt"(?) gelegen, groot omtrent een half boender. Hij grenst de erfgenamen van mr. Jan Alen zaliger1).

Voor 155 rinsgulden eens. Het goed is enkel belast met cijns. Godspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Jan Clerx kwam ter gichte met recht, bekennende alle heren en hoven hun recht voor zover het goed hier niet was "moverende".

 

1611, 07 juli. Folio 81v

Goris Schuermans, met instemmming van zijn echtgenote Maria Vande Kerchoff, draagt op tot behoef van Jan Lenaerdts huis en hof met zijn aanhang in Worp gelegen met nog een weide daaraan gelegen; bovendien een sille land "opt Hulten Cruijs" gelegen, alles volgens condities hierna. Jan Lenaerdts kwam met recht ter gichte. Pontpenningen 34 gulden mits de helft onder Steijvordt valt.

Conditie van 31 mei 1611. Gregorius Schuermans en Jan Lenaerdts verklaren dat zij een overeenkomst sloten betreffende de koop van goederen gelegen in Worpt, namelijk: a) huis en hof met aanhang en een weide daaraan gelegen. Grenzend Peeter Bogaerts 1), de weduwe Jan Taelmans 2), de Grote Herck 3), de steeg 4) en de erfgenamen Peeter de Wuest 5); b) een sille land gelegen opt Hulten Cruijs, grenzend "den Beelen Driessch" 1), de erfgenamen van Peeter de Wuest 2), de erfgenamen mr. Govaerts Vanden Roeij 3) en Peeter Bogaerts 4).

Voor deze goederen zal Jan aan Gregorius boven alle uitgaande lasten 1300 gulden Brabants eens geven en 60 gulden als kermis voor Gregorius en zijn vrouw. Jan Lenaerdts zal 500 gulden Brabants eens hiervan moeten betalen op datum van gichten. Het goed is niet hoger belast dan met 6 vaten koren aan de H. Geest van Herk, met 6 gulden jaarlijks aan iemand van Sint-Truiden genaamd Pavonis(?), met 30 stuivers jaarlijks aan de anniversarien van Herck en met des heeren grontchijns. Er is een proces aanhangig tussen Gregorius voorschreven en Philips Vande Laer betreffende een rente. Indien Gregorius daarin komt "te succumberen", zal Jan Lenaerdts ze in mindering brengen van de nog te betalen som. Jan Lenaerdts zal voor dit jaar de vruchten hebben met reserve dat Peeter Schuermans voor dit jaar de helft van de beemd nog mag gebruiken. Jan moet de lasten betalen. Gregorius zal boven de vermelde 500 gulden blijven trekken een rente van 40 gulden Brabants jaarlijks, te kwijten tegen den penninck 20 (5% van 800 gulden). Per keer mag Jan niet minder dan 100 gulden kapitaal van de rente afleggen of 5 gulden jaarlijks. Lijcop 30 gulden, godtspenninck 1 reael. Opgemaakt in het huis van Jan Lenaerts in presentie van Henrick Vleminx, Niclaes Creten en Peeter Schuermans, getuigen. Attestor Peeter Neven.

 

1611, 07 juli. Folio 83v

Jan Lenaerdts heeft opgedragen tot behoef van Gregorius Schuermans het voorschreven gekochte goed als pand en onderpand voor de resterende 800 gulden, 40 rinsgulden jaarlijks die te kwijten staan tegen den penninck twintig. Volgens de voorwaarden hiervoor te kwijten. Valdag jaarlijks op Sint-Jansmisse (24 juni). Goris Schuermans werd in de 40 gulden jaarlijks gegicht met recht.

 

1611, 20 augustus. Folio 84

Jan Aerdts van Hasselt draagt op tot behoef van Mathees Menten een stuk land gelegen in Schuelen genaamd "die Mier". Het grenst Jan Van Gelmen 1), de erfgenamen Bernaert Meijnen 2), Fontenies erfgenamen 3) en Jan Schuermans 4). Voor 600 rinsgulden Brabants eens lopend geld. Het goed is enkel met cijns belast. Godtspenninck 6 stuivers, lijcop nae landtcoop. Mathees kwam met recht ter gichte.

 

1611, 25 augustus. Folio 84v

Mathees Mechelmans voor zichzelf en voor zijn metgeringen Mathees Berinx en Cristina Scabben dochter van Ida Mechelmans, releveert na de dood van Mathees Mechelmans de goederen waar Anna Prijs als tochtster is uitgestorven: een bloeck op de Stap gelegen, een stuk weide onder Schuelen grenzend Joris Gatis, een derdedeel van een stuk broek waarvan de andere delen toebehoren aan de erfgenamen Aerdt Meerhouts (namelijk Henric Van Heerl cum suis). Releveert wat hier verder nog sorteert. Mathees kwam voor zichzelf en voor zijn consorten ter gichte.

 

1611, 06 oktober. Folio 86v

Mathees Berinx, Cristina Scabben en Mathees Mechelmans releveren na de dood van Mathees Mechelmans en Anna Prijs 3 gulden jaarlijks op panden van Quinten Hueveners, 25 stuivers jaarlijks op panden Peeter Frelens; 25 stuivers op panden van Loich Gatis; 10 stuivers op panden Geert Coex daarvoor Huybrecht Selckaerts; 2,5 gulden jaarlijks op panden Henrick Everaerts; twee delen in een beemd aan de Haex Brugge grenzend de Laeck, den Molenwech en Oriaen Minbiers. De partijen kwamen ter gichte.

 

1611, 06 oktober. Folio 86v

Peeter Menten releveert in de naam van zijn vrouw na de dood van Anna Prijs huis en hof in Schuelen gelegen. Het grenst Frans Stappaerts, de erfgenamen mr. Jan Neven zaliger en de straat in twee zijden. Releveert nog een half boender land op "den Belick", grenzend Fonteniers erfgenamen, Bernaert Meijnen en de erfgenamen Genoveva Van Ham en de straat. Peeter Menten kwam ter gichte.

 

1611, 24 november. Folio 92v

Bartholomees Smeets draagt op tot behoef van Cristijn Geuris een eussel in Coorsel gelegen, grenzend Margriet Hillen 1), Jan Knapen 2), Peeter Pelsers 3) en tsheeren straet 4). Voor 6 rinsgulden jaarlijks. Te kwijten met 100 rinsgulden eens in geld zoals bij de afkwijting zal gangbaar zijn. Valdag Sint-Andries en voor het eerst in 1612. Het goed is enkel met cijns belast. Jan Van Ham kwam als momber van Cristijn Geuris met recht ter gichte. De partijen hebben het pontgeld half en half betaald.

 

1612, 12 januari. Folio 99v

Jan Lemmens releveert na de dood van Catrijn Claes alias Geuris een rente van 5 gulden staande op zijn eigen panden in Schuelen; twee halsters saeijens op "den Billen Hoeck" gelegen grenzend Servaes Joupen aan twee zijden; een half halster saeijens genaamd "den Cleijnen Billen Hoeck" palend Peeter Stessens 1) en Servaes Joupen aan drie zijden. Jan Lemmens kwam met recht ter gichte.

 

1612, 12 januari. Folio 100

Peeter Leijsen, afgevaardigd en gevolmachtigd door Maria Coelmont via schrift van 17 oktober 1611 ondertekend door notaris Henrick Munters, draagt op tot behoef van Franco Corselius de tocht van een dries in Coorsel gelegen. Franco voorschreven, de zoon van Maria, kwam met recht ter gichte.

Als vruchtgebruik en eigendom in dezelfde handen zijn, heeft Franco Corselius opgedragen tot behoef van Peeter Smeets de voorschreven dries die grenst aan sheeren straet 1), de erfgenamen Oriaen Vander Banck 2), Jan Pastoirs 3) en Mathees Vanden Eerdewech 4). Voor 140 rinsgulden waarop 100 rinsgulden betaald werden. De rest zal vallen op datum van voljaren. Peeter Smeets kwam met recht ter gichte.

 

1612, 12 januari. Folio 102

Mathees Berinx draagt op tot behoef van Jan Corthouts een goed op volgende condities. Op 9 januari 1612 verscheen bij de notaris Mathees Berinx die verklaarde mits deze akte dat hij wettig verkocht heeft aan Jan Corthouts, present en accepterend, een bloeck van ongeveer 5 vat saeijens onder Schuelen, gelegen in zijn grachten. Het grenst Jan Corthouts voorschreven, Jan Lemmens alias Aende Voert, de erfgenamen Loich Gatis en tsheeren straet. Draagt nog de helft op van een heike waarvan de wederhelft toebehoort aan Henrick Swijns Het gehele heike grenzend Lenaerdt Van Swartebroeck, de erfgenamen Quinten Hueveners, de pastorij van Schuelen, Jan Corthouts en Mathees Stappaerts. Draagt nog een heike op gelegen naast "die Keescamer", palend Thijs Jans, de voorschreven Keescamer, Aerdt Lambrechs alias Scrijnemeker en Balthasar Smeets. Voor 320 gulden Brabants eens, gangbaar en koers hebbend in het land van Luijck. Te betalen in munten op dag van goedinge 200 gulden in dobbele ducaten en roosenobels. De rest, 120 gulden, moet binnen het jaar in gangbaar geld betaald worden. Jan zal aan de huisvrouw van Matheii een halve ducaet geven voor kermis. Jan zal de opgaande eikjes houwen die op de boskes staan, waarmee hij belooft een "hameije"(hekwerk, poort) te maken aan het bloek voorschreven waar die nodig is. Als het goed vernaderd wordt, is conditie dat degene die vernadert (mits noodbouw) zal terugbetalen het maakloon "die sopkens scenct de vercoper den cooper voir sijn moeijten" (sopkens: toppen van boompjes). Het koren dat momenteel op het veld staat, zal Corthouts krijgen, het derde vat delen tegen de huurder (den winne), voor het uitgeven van zijn geld. Het hout dat houwbaar is, mag de koper dadelijk afhouwen. Godtspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Het goed is enkel belast met 3 blancken(?) cijns die niet in mindering komen aan de koopsom. Opgemaakt binnen Herck ten huize Mathei Stevens in aanwezigheid van Petrus Menten, Mathei Cauberchs, Joannes Goris, Jan Gathis, Mathei Mechelmans en meer anderen als getuigen. Ad. Cauberchs, notaris.

Jan Corthouts kwam met recht ter gichte.

 

1612, 20 januari. Folio 103v

Frans Schepers draagt op tot behoef van Reijnder Stappaerts een stuk land in Schuelen gelegen, grenzend Loich Stappaerts 1), Jacop Smeets 2), Reijnder Fontenis 3) en Reijnder voorschreven 4), als pand voor 2 rinsgulden jaarlijks. Te kwijten met 30 rinsgulden BB, valdag te Lichtmisse (2 februari) en voor het eerst in 1613. Godtspenninck 1 stuiver, lijcop 12 stuivers. Na het opdragen van Frans Schepers met zijn aanwezige en instemmende huisvrouw kwam Reijnder Stappaerts ter gichte met recht.

 

1612, 26 januari. Folio 105

Gielis Wouters draagt op tot behoef van Henrick Convents een stuk broek gelegen in Oversel, omtrent anderhalf sille groot. Het grenst Henrick voorschreven O, Jan Huijbens N, Jan Pelsers W. Voor 190 rinsgulden Brabants eens en als kermis voor de huisvrouw van de verkoper 6 rinsgulden. Het goed is enkel belast met 1 rinsgulden jaarlijks en met cijns. Godtspenninck 12 stuivers, lijcop nae landtcoop. Henrick Convents kwam met recht ter gichte.

 

1612, 09 februari. Folio 105v

Balthasar Smeets draagt op tot behoef van Peeter Teggers en bekend hem de naderschap van een stuk land in Schuelen gelegen, zoals hij het verkregen heeft van Marten Creten op 16 september 1610. Balthasar reserveert zich de korenpacht en de gerechtigheid volgens de gichte. Peeter belooft dat hij Balthasar altijd tegen iedereen zal "indemniseren"(schadeloos stellen), kosteloos en schadeloos. Peeter Teggers kwam met recht ter gichte.

 

1612, laatste februari. Folio 112

Henrick Swijns kwijt de panden van Aerdt Lambrechs van 2 halster koren en 10 stuivers jaarlijks zoals hem met testament gemaakt waren door Geert Coex zaliger en Catharina Van Reppel, de zuster van zijn huisvrouw. De rente stond aan een stuk erf gelegen op de Stap. Het grenst tsheeren straet 1), Jan Van Buijlen 2) en de erfgenamen Peeter Vande Laer 3). Alles werd voldaan.

 

1612, 01 maart. Folio 112

Dionijs Knapen draagt op tot behoef van Margriet, Ida en Pouls Knapen, zijn kinderen, de tocht van beemden gelegen in Oversel. Pouls Knapen, Peeter Jourbous momber van zijn vrouw en Geert Salans zijn ter gichte gekomen.

 

1612, 01 maart. Folio 112v

Pouls Knapen, Peeter Jourbous en Geert Salans, mombers van hun vrouwen, dragen op tot behoef van Henrick Buskens beemden gelegen in Oversel. De ene grenst Geert Moens 1), de erfgenamen Henrick Gielens 2) en Jacop Slangen 3). De tweede grenst Aerdt Van Postel 1), de gemeijn heij 2), Meeuwis Smeets 3). De derde paalt de beek 1) en dezelfde aan de andere zijden. Voor 450 rinsgulden. Enkel belast met cijns. Godtspenninck 10 stuivers, lijcop nae landtcoop. Henrick Keeskens(!) kwam er gichte. De huisvrouwen van de verkopers hebben deze gicht gelaudeerd zoals blijkt uit een akte gepasseerd voor de schepenen van Nieu Cappellen op 20 februari 1612, ondertekend Vander Avoort.

 

1612, 05 april. Folio 117v

Tielman Smans draagt op tot behoef van Jan Van Weddingen 4 rinsgulden jaarlijks staande bevestigd op panden van Vincent Pontmans op de Stap gelegen, grenzend Balthasar Smeets 1), Henrick Neven 2) en tsheeren straet 3). Voor 66 rinsgulden Brabants eens, die Tielman bekent ontvangen te hebben. Godtspenninck 1,5 stuivers, lijcop 20 stuivers. Tielman staat garant voor een goede gicht. Jan Van Weddingen kwam ter gichte.

 

1612, 05 april. Folio 119

Marck Korstens draagt op tot behoef van Marten Kenens een stuk land van een vat saeijens groot in Coorsel gelegen, grenzend Peeter Wijnen 1), Mees Smeets 2) en tsheeren straet 3). Voor 40 rinsgulden. Het goed is enkel belast met cijns. Godts penninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Marten Kenens is ter gichte gekomen.

 

1612, 05 april. Folio 119

Servaes Scuppen draagt op tot behoef van Peeter Jans een hof genaamd "den Lichtmans Hoff", grenzend des heeren straet in 3 zijden en Simon Picken 4). Voor 89 rinsgulden Brabants zoals het hem met uitgang van de brandende kaars is gebleven. Servaes heeft de helft van de koopsom ontvangen en de rest moet de koper betalen op de dag van voljaren. Het goed is niet belast boven 2 rinsgulden 14 stuivers aan de Armen van Coorsel. Voor eventuele andere lasten of problemen draagt Servaes tot borg een beemd op aan de schans gelegen, grenzend Mees Smeets, mr. Jan Winters en Wouter Moens. Slechts de helft van het goed sorteert onder deze bank, daarom is het pontgeld slechts 2 gulden 7 stuivers.

 

1612, 05 april. Folio 119v

Mathees Berinx draagt op tot behoef van Henrick Wijgaerts het vierde part van een beemd gelegen op den Molenwech, grenzend den Molenwech 1), die Krieckels Laeck 2) en Jacop Schats 3). Voor 84 rinsgulden Brabants. Het goed is enkel met cijns belast. Godts penninck 1,5 stuivers, lijcop 3 rinsgulden. Henric Wijgaerts kwam met recht ter gichte.

 

1612, 05 april. Folio 120

Mathees Mechelmans draagt op tot behoef van Mathees Wintmolders een heike opt Wouwen Eijnde onder Schuelen gelegen, palend Peeter Stessens 1), Balthasar Smeets 2), Jan Van Buijlen 3) en Gielis Aerdts 4). Voor 38 rinsgulden Brabants. Enkel belast met cijns. Godtspenninck 1 stuiver, lijcop nae landtcoop. Mathees is ter gichte gekomen.

 

1612, 28 juni. Folio 124v

Gielis Gatis heeft opgedragen tot behoef van Agneta Gatis, zijn dochter, en haar kinderen verwekt met haar eerste man Jan Beckers zaliger en aan de mombers van de kinderen, namelijk Bartholomees Gatis, Reynder Custers en Cornelis Loens(?), zijn tocht van een beemd onder Coorsel gelegen, groot omtrent 4 dachmael, grenzend Geert Claes erfgenamen 1), Jaspar Tielmans aan de andere zijden. De partijen kwamen ter gichte en de mombers hebben te kennen gegeven dat de kinderen uit hun goederen diverse lasten moeten betalen, terwijl ze de cedule ervan tonen. Daarom vinden ze dat het beter zou zijn dat de beemd verkocht wordt voor het afleggen van de lasten. Ze verzoeken toestemming voor de voorgenomen verkoop. De schepenen stemmen ermee in en willen dat het geld voor de kinderen wordt gebruikt en daarvan bewijs geleverd.

 

1612, 28 juni. Folio 125

Als vervolg op voorgaande gichte, nu tocht en "erffve" vergaderd zijn, hebben Govaert Voegen als man en momber van Ida Beckers en de voorschreven mombers met de voorschreven weduwe het goed opgedragen tot behoef van Wouter Moens, Bernaerdt Ceysens en Valentijn Claes als mombers van Margriet, Catlijn en Gielis Moens voor de som vermeld in het volgende contract. De laatste mombers kwamen ter gichte.

Contract. Op 12 april 1612 verschenen bij de notaris Agnees Gathoffs met Govaert Veugen als momber van zijn vrouw en Margriet Beckers met Gijsbrecht Beckers, en Vincent Beckers met Anna Beckers met de mombers van de voorschreven kinderen 1) en Wouter Moens met Margriet, Catrijn en Gielis Moens met hun mombers 2). Ze verklaren dat ze een akkoord sloten betreffende de koop van een beemd van 4 dachmael groot, gelegen in Coorsel. Hij grenst Geert Claes O, W Jaspar Tielmans. Agnees Gathoffs met de haren 1) bekent mits deze akte de beemd verkocht te hebben aan de kinderen van haar zuster voorschreven met hun mombers 2) voor 550 rinsgulden en voor Agnees eens 10 rinsgulden voor een kermis. Wouter Moens cum suis zullen op datum van gichten 220 gulden geven van de voorschreven koop en de 200 gulden van de koop voorschreven zullen onbetaald blijven tot de aflijvigheid van Gielis Gathoffs. Ze zullen na zijn dood 200 gulden betalen aan de kinderen van Jan Beckers, die Gielis Gathoffs voorschreven in huwelijkse voorwaarden overgegeven heeft aan ieder kind 10 gulden jaarlijks. Betreffende de resterende 100 gulden van deze koop, zal Gielis Gatis jaarlijks trekken voor zijn tocht 5 gulden of na de dood van Gielis Gathoffs de kinderen van Agnees Gathoffs voorschreven. Deze som van 100 gulden blijft tot borg staan voor de minderjarige kinderen van Agnees Gathoffs met dien verstande dat indien deze kinderen "tot honnen jaren sullen gecomen sijn" en deze koop ratificeren, de voorschreven kinderen van Andries Moens die 100 rinsgulden zullen betalen aan Jan Beckers kinderen. Godtspenninck 1 philips daelder tot profijt van de kerk van Coorsel en Huesden samen. Lijcop na landtcoop. Getuigen: Petrus Laurentij, Jacop Hermans, Peeter Swinnen. Notaris Jan Bertenins (?). (220 gulden + 200 gulden + 100 gulden= 520 gulden ipv 550 koopsom + 10 gulden kermis; heeft het iets te maken met de huwelijksvoorwaarde?)

 

1612, 07 augustus. Folio 126v

Goris Schuermans draagt op tot behoef van Philips Vande Laer, in ruil, 10 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij trekt op panden van Jan Lenaerts gelegen in Worpt. Ze komen van een goederenoverdracht van Gregorius aan Jan Lenaerdts, zowel hier als in Steijvordt gelegen, van 7 juli 1611.

Philips kwijt Gregorius of de panden van Jan Lenaerdts van zijn gepretendeerd recht en actie op deze goederen en de kosten daarvoor gedaan. Hierbovenop geeft Vande Laer aan Gregorius 50 gulden Brabants eens. Godtspenninck 2 stuivers. Iedere partij kwam met recht ter gichte en Goris belooft dat hij zijn echtgenote zal inbrengen om in te stemmen.

 

1612, 23 augustus. Folio 127

Laureijs Clerx releveert na de dood van Anna Van Buijlen, zijn huisvrouw. Uit kracht van haar testament en contract dat hij zal inbrengen, draagt hij op tot behoef van Dierick Palmaerts als hoogste bieder en op wie de kaars is uitgegaan 7 roeijen broek grenzend de lieden van Herck 1), Dierick voorschreven 2), Taelmans Vloetbeempden 3). Niet belast boven ten hoogste met 1 penninck cijns. Voor 75 gulden 10 stuivers en 10 hogen waarvan iedere hoge 30 stuivers opbrengt voor de verkoper. De koper moet bovendien alle onkosten betalen, lijcop nae landtcoop, voor de klerk 2 gulden, godtspenninck 2 blancken. Alles volgens de condities beschreven door mr. Henric Alen. Dierick Palmaerts kwam ter gichte met recht.

 

1612, 04 oktober. Folio 127v

Dierick tShogen, met instemming van zijn vrouw Brigida Oriaens, draagt op tot behoef van Peeter Oriaens een stuk broek in t Boven Broeck in Coorsel gelegen, grenzend Frans Luijten 1), Ambrosius Bellens 2), Oriaen 3) en de gemeente 4). Voor 150 rinsgulden; te betalen binnen het jaar 50 gulden en voor de 100 gulden draagt Peeter de beemd op tot pand voor 6 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Remigius, los en vrij van belastingen, lijcop nae landtcoop, godtspennink 1 ernestus. De partijen kwamen ter gichte.

 

1612, 18 oktober. Folio 128v

Philips Vande Laer draagt op tot behoef van Joris Swijns een bloeck in Schuelen gelegen, groot omtrent 2 halster saeyens, grenzend tsheeren straet 1), Joris voorschreven 2), Jan Van Schoenbeeck 3) en de erfgenamen Jan Alen 4). Voor 15 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met 250 rinsgulden, namelijk tegen het 10 zes rinsgulden jaarlijks (6%). Het pand is enkel belast met des heeren cijns. Onderpand: 2 vat saeijens gelegen in " t Bossch Velt". Godtspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Na het opdragen van de partijen is eenieder in het zijne gegicht met recht.

 

1612, 08 november. Folio 129

Heer Gielis Paesmans, pastoor van Herck, in de naam van de anniversarien van Herck kwijt Geert Cannaerts en zijn panden van twee stuivers Brabants en 22 schellingen die de anniversarien op zijn panden trokken. Alles werd voldaan. De pastoor belooft dat hij het geld opnieuw zal beleggen voor de anniversarien.

 

1612, 13 december. Folio 131

Jan Vleminx, Peeter Kenens momber van zijn vrouw Catharina Vleminx en Joris Vander Schommen momber van zijn vrouw Maria Vleminx, present en toestemmend, dragen op tot behoef van Joris Swijns een stuk land genaamd "het Bossch Landt" in Schuelen, Frans Stappaerts 1), Jan Van Buijlen 2), des heeren bossch 3), Reijnder Wouters erfgenamen 4). In deze goederen komt hun broer Cornelis Vleminx de vierde part toe. Voor 300 rinsgulden Brabants eens, waarvan Jan en Jeuris ieder hun contingent, 100 gulden, zullen ontvangen bij Pasen e.k. Voor de 100 gulden voor Peeter Kenens draagt Joris Swijns 6 rinsgulden jaarlijks op met valdag op Sint-Andries ("Andree"), afbetaalbaar in gelijke som lopend geld en met rente naar verloop van tijd, los en vrij van alle belastingen. Godtspenninck 11 oord, lycop nae landtcoop en een dobbele albertus voor een kermis.

 

1613, 10 januari. Folio 134

Willem Geerts draagt op tot behoef van Ambrosius Vander Eijcken, Aerdt, Lenaerdt Vandereijcken met zijn metgeringen 2 gulden 10 stuivers jaarlijks zoals hij verkregen heeft van Jan Van Ham, staande op panden van Quinten Hueveners. Voor goederen die Willem verkregen heeft met Catharina Luyten, de moeder van de voorschreven kinderen. Derze goederen zouden voor de helft vervallen op de kinderen voorschreven na de dood van Willem Geerts. Daarenboven heeft Willem nog gegeven 50 rinsgulden Brabants eens. Hiermee zijn alle geschillen gemortificeerd tussen Willem en de voorschreven onmondigen. Willem heeft in Copis Hoff nog een bampt opgedragen geheten "den Bollis Bampt". Lenaerdt Vander Eijcken en Jan Luyten als mombers van de kinderen voorgenoemd kwamen ter gichte.

Op 16 december 1616 verscheen Willem Geerts voor meier en schepenen en bekende "voir goet te halden" het contract dat tussen hem en de kinderen van Ambrosius Vander Eijcken werd gemaakt en dat beschreven werd door heer Jacob Servartij, pastoor van Schuelen, op 22 november 1616. Als betaling ontving Willem 66 rinsgulden en hij kwijt de erfgenamen voorschreven van alles. Het contract hiervan zal men vinden in het notoriael register van Peeter Aerdts.

 

1613, 04 februari. Folio 135

Willem Bortsis draagt op tot behoef van Jan Heijtmeijers 30 stuivers jaarlijks zoals hij die trekt op panden van Aerdt Cuepers, staand op een stuk broek in de Zeelbeempden, grenzend e commandeur van Bernesum 1), de lieden van Spalbeeck 2) en Aerdt Smolders 3) voor 26 gulden Brabants eens. Willem staat garant voor een goede gicht. Godtspenninck 1 stuiver, lijcop nae landtcoop en Jan Heijtmeyers is ter gichte gekomen.

 

1613, 04 februari. Folio 135

Jacob Vande Briel releveert in naam van Aerdt Gielis als momber van zijn huisvrouw een stuk broek in Oversel gelegen, hem aangekomen na de dood van hun ouders. Het grenst Henrick Gielis 1), de erfgenamen Korst Crompvoets aan de andere zijden.

 

1613, 14 maart. Folio 142

Jacop Beckers en Henrick Wijnen hebben ontvangen na de dood van Catrijn Wijnen, hun moeder, een hof in Coorsel gelegen. Hij grenst Jan Stevens 1), Peeter Wijnen 2), mr. Gielis Beerten 3). Releveert nog twee stukken broek grenzend Frans Convents 1), Valentijn Convents 2), tsheeren beek 3). De partijen kwamen ter gichte.

 

1613, 14 maart. Folio 144v

Maria Gielis draagt op tot behoef van Jan Van Postel, haar zoon, de tocht van een stuk broek on Oversel gelegen, grenzend Reynder Eldermans 1), Jan Scepers 2), de beek 3) en de hei 4). Jan Van Postel kwam ter gichte.

Nu vruchtgebruik en eigendom in dezelfde handen zijn, heeft Jan Van Postel deze beemd opgedragen tot behoef van Reijnder Eldermans voor 50 rinsgulden BB, te betalen op datum van voljaren en voor de huisvrouw van de verkoper 4,5 rinsgulden en 12 dagen metsen gerekend aan 12 rinsgulden. Godtspenninck 5 stuivers, lijcop nae landtcoop. De beemd is enkel belast met cijns.

Op 26 januari 1617 heeft Jan Van Postel bekend dat hij van alles voldaan is.

 

1613, 18 april. Folio 148v

Cornelis Vleminx draagt op tot behoef van Joris Swijns zijn deel van een stuk land gelegen in Schuelen genaamd "het Bossch Landt", grenzend Frans Stappaerts 1), de sheeren bos 2), Joris voorschreven 3) en Maria Teewis alias Bijnen 4). Voor 100 rinsgulden Brabants. Godtspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Joris Swijns kwam ter gichte.

 

1613, 18 april. Folio 148v

Mr. Wouter Taelmans en Frans Convents, afgevaardigden van het "choir tot Herck" hebben in naam van de Armen van Herck de panden van Peeter Aerdts gekweten van 26 stuivers jaarlijks. Ze stonden op een stuk broek genaamd "het Scaven"(?) aan het goed van Lauw gelegen. Ze hebben 26 rinsgulden daarvoor ontvangen en hebben het geld in Herck aangelegd tot behoef van de Armen aan meerdere renten.

 

1613, 23 mei. Folio 149v

Servaes Scuppen draagt op tot behoef van Henrick Putt een stuk broek genaamd "den Eelkens Beempt", grenzend Jan Noep 1), Jan Van Postel 2) en tsheeren aerdt 3). Voor 46 rinsgulden Brabants eens en 3 gulden voor een kermis. Het goed is belast met 3 rinsgulden jaarlijks aan Laureijs Weijns van Diest en met cijns. Mochten er meer lasten aanstaan dan staat Servaes garant met een stuk broek gelegen in Coorsel aan de schans, grenzend Bartholomees Smeets 1), Jan Winters 2) en tsheeren straet 3). Henric Put kwam ter gichte. Godtspenninck 6 stuivers, lijcop nae landtcoop.

 

1613, 13 juni. Folio 150

Lenaerdt Vandereijcken der alde als momber van Lenaerdt Vander Eijcken der jonge kwijt de panden van Henric Vander Eijcken van 3 rinsgulden jaarlijks. Lenaerdt de jonge trok deze rente op "den Linden Stock gelegen opde Stappe". Hij is van kapitaal en intresten voldaan. Het geld werd gebruikt voor het afleggen van een rente hovend in de Hoff van Malepeert. Henrick Vander Eijcken kwam met recht ter gichte.

 

1613, 12 juli. Folio 151v

Bernaerdt Ceijsens, voor zichzelf en voor zijn metgeringen, releveert de nalatenschap die hen na de dood van Jan Put is aangekomen. Deze was vroeger getrouwd met hun tante Maria Ceijsens. Het gaat om een stuk broek int Boven Broeck, grenzend Jan Van Postel, Anna Moens en de Alde Beeck, en al wat hier sorteert. Bernaerdt is voor zichzelf en voor zijn metgeringen ter gichte gekomen.

 

1613, 05 september. Folio 153v

Gielis Cornelis heeft opgedragen tot behoef van het convent van Everbode (Averbode) een stuk land in Castel onder Coorsel gelegen, grenzend Michiel Sweerts aan twee zijden; een beemdje daar in de buurt gelegen, grenzend Henrick Convents 1), de erfgenamen van Valentijn Convents aan de andere zijden. Deze goederen zet Cornelis tot onderpand voor een rente van 20 gulden jaarlijks die hij het klooster gegicht heeft in de Brabantse bank. Peeter Leijsen kwam in de naam van het convent voorschreven met recht ter gichte.

Dit is gekweten in 1619 zoals in het volgende register is te zien.

 

1613, 19 oktober. Folio 157v

Jan Momboirs draagt op tot behoef van Reynder Pouls huis en hof in Schuelen op den Pleijn gelegen, grenzend mr. Govaert Vanden Roeij aan twee zijden en t'sheeren straet 3). Voor 200 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Deze lasten zijn: 22,5 rinsgulden aan het klooster van Rottem, 4,5 vat koren aan de Armen van Herck, 10 stuivers jaarlijks aan Jan Van Buijlen en de "brant schat". Godts penninck een halve reael, lycop nae landtcoop. Reynder Pouls is met recht ter gichte gekomen.

 

1613, 22 oktober. Folio 158v

Jan Van Schoenbeeck draagt op tot behoef van Lenaerdt Vander Eijcken een stuk land in Schuelen genaamd "het Vossch Velt", grenzend tsheeren straet 1), Joris Swijns 2), mr. Jan Alen 3) en Servaes Joupen 4). Draagt het op als pand voor 3 rinsgulden 5 stuivers jaarlijks met valdag op Sint-Andriesdag. Te kwijten met 50 rinsgulden lopend geld. Godtspenninck 1 stuiver, lycop 10 stuiver. Melchior Van Schoenbeeck mede ook Pouls en Mathees van Schoenbeeck met hun verleende momber Jan Vande Bueckenberch stemmen erin toe dat hun vader Jan Van Schoenbeeck 50 gulden ophaalt tot voldoening van een koop, door hem gedaan tijdens het leven van hun moeder, van Jan Pouls alias Cobus(?). Lenaert Vander Eijcken kwam met recht ter gichte.

 

1613, 22 oktober. Folio 159

Jan Jans alias Teewis en Maria Teewis alias Smans met haar geleverde momber Jacop Corthours releveren na de dood van hun ouders en daarna dragen ze op tot behoef van Lenaerdt Vander Eijcken huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend de stege 1), Jan Van Buijlen 2), Joris Swijns 3) en de erfgenamen van mr. Jan Alen 4); een hei in Rue gelegen, tsheeren straet 1), Joris Gatis 2) en 3), Marten Bolgri 4); een beempt bij "den Duijtsen Beempt" hovende in den hoff Vander Smissen waar de partijen gicht zullen doen. Voor 600 rinsgulden "lopende paeij" boven alle lasten. Conditie: Lenaerdt moet aan Jan Smans zijn deel contant betalen, namelijk 300 rinsgulden. Het deel van Maria Teewis alias Smans, 100 rinsgulden, moet binnen de twee maanden worden voldaan en dan moet Maria dit geld weer beleggen. Voor de resterende 200 rinsgulden zal Lenaerdt aan Maria jaarlijks 10 rinsgulden gelden (5%) en die mogen afleggen met 100 gulden per keer en met rente naar verloop van tijd.

Lasten. Het huis is belast met 2 rinsgulden jaarlijks aan Jan Vande Laer, met 1 rinsgulden aan Henric Swijns, 1 rinsgulden aan Ida Stas en 2,5 stuivers brantschat en tsheeren chijns. De beemd is met 3 rinsgulden belast aan het altaar in Viversel of Zuijlre. Godtspenninck 3 stuivers, lijcop nae landtcoop. Lenaerdt kwam met recht ter gichte voor het goed en Maria Bijnens voor de rente.

Op 5 december daarna heeft Maria Teewis bekend 100 gulden ontvangen te hebben en ze heeft ze uitgezet in Laren op huis en hof van Peeter Lemmens.

1616 op 7 juli heeft Maria Teewis aan Lenaerd Vander Eijckens panden 5 rinsgulden uit de voorschreven rente gekweten. De resterende 5 rinsgulden jaarlijks werd gekweten op 28 mei 1626, zoals in het schepenregister te zien is.

 

1613, 12 november. Folio 161

Jan Gathoffs, als rentmeester en voorganger van het godtshuijs van Everbode, draagt op uit kracht van volle procuratie aan hem verleend op 20 november 1613, waarvan het document bezegeld is met het kloosterzegel in groene was, tot behoef van Willem Van Swartebroeck een stuk land in Schuelen omtrent den Habeel, grenzend tsheeren straet 1), Jan Corthouts 2), de stege 3) en Henrick Everaerts 4). Voor 3 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Andriesdag. Te kwijten de 2 rinsgulden tegen den penninck twintich (5%) en 1 rinsgulden erfelijk jaarlijks aan het klooster. Het goed is enkel belast met grondcijns. Lycop nae landtcoop, godtspenninck 1 ort, "des rentmeesterswijn" een halve ducaet. Willem kwam met recht ter gichte. Jan Gathoffs heeft in de naam als boven Willem voorschreven van de twee rinsgulden jaarlijks gekweten. Het klooster heeft daarop dus nog 20 stuivers jaarlijks onkwijtbaar.

 

1613, 12 november. Folio 162

Jan Tijs releveert na dood van zijn moeder Elisabeth Tijs een virendeel (1/4) van een stuk broek in Oversel gelegen. Jacop Vanden Briel kwam in de naam van Jan Tijs ter gichte met recht.

 

1614, 06 februari. Folio 171v

Joorden Uselinx met zijn metgeringen releveren na dood van hun ouders 11 rinsgulden 2 stuivers jaarlijks staande op panden van Peeter Stessens in Schuelen; 2 rinsgulden op panden van Reynder Stapparts. Ze kwamen ter gichte.

 

1614, 20 februari. Folio 172

Catlijn Ruelens met haar momber Mr. Niclaes Swinnen, hiertoe geassumeerd, draagt op tot behoef van Jan Vander Hoeffven de tocht van een goed gelegen in Schuelen, genaamd "den Berbossch", joncker Jan Van Gelmen aan twee zijden en Jan Vander Hoeffven kwam met recht ter gichte. Nu zijn vruchtgebruik en eigendom in dezelfde handen en Jan Vander Hoeffven heeft het voorschreven goed opgedragen, volgens de hierna beschreven condities, tot behoef van Jan Meijnen. Tegelijkertijd belooft Jan Vander Hoeffven een goed op te dragen sorterend in Herck, genaamd "het Vinneken". Jan Meijnen kwam met recht ter gichte.

De conditie dateert van 12 februari 1614. Jan Vander Hoeffven, borger van de stad Diest, heeft verklaard dat hij minnelijk is overeen gekomen met Jan Meijnen zoon van Bernaert en Catharina Rueles op de volgende manier. Jan pretendeert na de dood van Catharina voorschreven A) een part van een stuk land gelegen in Schuelen, genaamd "den Berbossch", grenzend joncker Gelmen in twee zijden, "het Guijlicker Velt" 3) en 4); B) een stukje genaamd "het Vinneken" in Schuelen gelegen, grenzend de voorschreven Gelmen aan twee zijden, t' Guijlicker Velt 3). Om alle geschillen te vermijden na de dood van Catharina voorschreven en Jan Vander Hoeffven voorschreven of zijn nakomelingen, heeft Jan afgegaan en 'gedesisteert' (afgestaan) al zijn recht, actie en pretentie die hem in de voorschreven goederen mocht competeren en hem succederen na de dood van Catharina voorschreven, hem aangekomen vanwege zijn vader en aflijvige oom, om eeuwelijk en erfelijk door Jan Meijnen bezeten te worden als zijn eigen goed. Jan Meijnen belooft mits deze aan Jan Vander Hoeffven en zijn nakomelingen te bekennen een jaarlijkse rente van 12 gulden. Deze kan gelost worden met 200 gulden gevalueerd Brabants geld zoals het in Diest ten tijde van afkwijting zal gangbaar zijn en ook de rente moet in die munt betaald worden. Los en vrije rente te bevestigen op deze goederen en andere panden volgens de wens van het recht. Jan Vander Hoeffven stemt erin toe dat de lening in twee keer kan afgelegd worden met volle rente. Beide partijen zullen deze overeenkomst als vast beschouwen. Opgemaakt binnen Diest ter presentie van Melchoir Zaels en Fogaen(?) Delmans(?) als getuigen. Getekend opendaar notaris Dierick Fierens.

 

1614, 20 februari. Folio 174

Jan Meijnen heeft opgedragen tot behoef van Jan Vander Hoeffven het voorschreven goed genaamd "den Berbossch" en gesteld tot pand voor 12 rinsgulden jaarlijks. Hij belooft dat hij ook "het Venne" in Herck tot pand zal stellen. De rente zal pas beginnen te lopen na de dood van Catharina Ruelens, die in deze goederen moet getochtigd blijven. Jan Vander Hoeffven kwam met recht ter gichte. Jan Meijnen heeft zijn moeder weer in haar tocht gesteld.

 

1614, 06 maart. Folio 175

Jan Beckers releveert na de dood van Jan Coppens een huisje met een huefke in Coorsel gelegen, grenzend Peeter Scroeijers 1), tsheeren straet 2), het Broecstraetken 4); een stuk broek achter de Broecstraet gelegen en al wat hier nog meer sorteert. Jan Sruijnens kwam als momber van Jan Beckers met recht ter gichte.

 

Los blad. Waar hoort dit bij?

Conditie en voorwaarden waarop de gezworenen van Coersel met instemming van de gemeijnten en van beide heren zullen verkopen percelen uit de gemene aard, zowel in Coersel, Stal als Voirtken, tot profijt van de gemeente om daarmee hun lasten af te betalen die ze jaarlijks moeten dragen.

Men zal de percelen verkopen aan de meestbiedende en iedereen zal mogen hogen zowel voor als tijdens het branden van de kaars tot ze uitgaat. De hoger zal er geen profijt van hebben, want alle hogen zijn volledig voor de gemeente. Wordt een goed toegewezen bij het uitgaan van de kaars, dan valt het toe aan de koper behalve als het een stuk betreft dat vůůr het goed van iemand anders ligt. Die persoon krijgt nog de kans om het goed aan te kopen voor dezelfde prijs als die bij het uitgaan van de kaars gesteld werd. Indien hij door dezelfde plaats wegt en zijn vaart daar heeft, moet hij zeggen voor de kaars op een ander goed zal ontstoken worden dat hij het neemt voor die prijs. Doet die persoon dit niet, dan is zijn kans verkeken. Betalen binnen de 6 weken na de kaarsbranding. Als dit niet gebeurt, wordt de kaars opnieuw ontstoken op kost van degene die in fout bleef en het eventueel verlies door verschil in prijs komt ook op zijn rekening en dat moet dadelijk betaald worden. De gemeente zal geen kosten moeten dragen, maar ze zullen los en vrij geld moeten krijgen. Van elke 100 gulden moet er 2,5 gulden Lijcoop gegeven worden. De klerk krijgt van elk perceel, klein of groot, 10 stuivers.

 

1614, 06 maart. Folio 176

Cornelis Coex als armenmeester van Berbroeck draagt op tot behoef van Geert Cremers heide en bos onder Schuelen gelegen, grenzend de pastorij van Berbroeck 1), Claes Palmaerts 2), Marten Bolgri 3), Philips Vande Laer 4). Voor 2 rinsgulden 6 stuivers erfelijk met valdag voor het eerst kerstmis 1614. Onderpand: 1 gulden Brabants jaarlijks die hij trekt onder Berbroeck. Dat pand grenst Jan Stapparts 1), de gemeijn straet 2) en de gemeijn heijde 3). Godts penninck een halve stuiver. Geert Cremers kwam met recht ter gichte en hij belooft Marten Wintmolders van zijn voor gesteld onderpand, volgens de condities, altijd te indemniseren (schadeloos stellen).

 

1614, 20 maart. Folio 177

Anna Moens releveert in naam van Catrijn Coppens het versterf dat haar is aangekomen na de dood van Jan Coppens, haar halfbroer. Het gaat om huis en hof in Coorsel gelegen en alle goederen die hier sorteren volgens het testament. Anna Moens kwam in de naam van haar dochter Catrijn ter gichte.

 

1614, 20 maart. Folio 177

Mr. Frans Weddingen, uit kracht van procuratie op 28 juni 1613 aan hem gegeven door Cecilia Rausschaerts achtergelatene van heer Baltis Van Weseren en heer Willem Van Weseren den Jong,e in beide rechten licentiaat zoon van heer Balthasar voorschreven, zowel voor hem als voor joufr. Cecilia Van Weseren, zijn zuster, heeft opgedragen tot behoef van Frans Convents de helft van een stuk land genaamd "die Roten", volgens de onderstaande condities. De procuratie werd geschreven door notaris Vreven.

Conditie. De licentiaat Weseren, zoon van heer Balthasar Weseren in zijn leven schepen van de stad Sint-Truiden zaliger, voor zichzelf en voor zijn consorten en met instemming van zijn moeder Cecilia Rausschaerts heeft tot proclamatie gesteld een beemd, de helft van de "Lange Roten" gelegen onder Schuelen in het land van Lumpmen. Hij is momenteel verhuurd aan de weduwe van Jan Alenus zaliger. Hij is enkel belast met grondcijns.

Degene die de beemd verkrijgt, zal voor de gichte 400 gulden Brabants moeten betalen en de rest op datum van verjaren. Als hij dan niet betaalt, zal hij rente moeten bekennen tegen den penninck 16 en de rente betalen.

Als het goed toevalt aan iemand die de conditie niet kan voldoen, zal deze een pene (boete) krijgen van 5 roosenobels: 1 voor de Armen van Herck, 1 voor de justitie en 3 voor de verkoper. (vervolg van condities op folio 179v) De kaars zal dan opnieuw ontstoken worden tot last van degene die in gebreke bleef. Bij een kleinere opbrengst is het verschil tevens voor diens rekening. Degene die de koop heeft, zal voor zijn kloek bod van de palmslag 3 roosenobels krijgen, tot last van de uiteindelijke koper van de beemd. Ieder hoogsel zal zijn een pont groot waarvan het derdedeel voor de verkoper is en 2/3 delen voor de koper. Godstpenninck aan de armen 3 gulden. Lijcop nae landtcoop. Alle kosten zijn voor de koper. De palmslag werd gegeven aan Frans Convents voor 750 gulden en hij zette daarbij 25 hogen. Ondertekend door beide partijen binnen Sint-Truiden op 26 juni 1613. Notaris Struijmen(?) ondertekende met de partijen. Op 7 november bleef het goed aan Frans Convents bij het uitgaan van de kaars. Dit is voldaan zoals blijkt op 6 september 1618.

 

1614, 20 maart. Folio 179

Jacop Beckers releveert het versterf dat hem is aangekomen na de dood van Jan Coppens, op dezelfde manier als Jan Beckers deze hiervoor releveerde. Jacobus kwam met recht ter gichte. (F. 175)

 

1614, 10 april. Folio 180v

Peeter Leijsen, uit kracht van procuratie aan hem verleend door de E.H. prelaat van Diligum op 28 november 1613 en ondertekend door dominus Martinus Heckius en met een zegel in rode was op het spatum, heeft opgedragen tot behoef van Mathijs Hoetsmans een stuk land in Coorsel gelegen, genaamd Swevers Driessch. Het grenst tsheeren straet in twee zijden en Peeter Smeets aan de overige twee zijden. Voor 237,5 rinsgulden Brabants eens. Lijcop nae landtcoop, Godts penninck een eik voor de kerk van Koorsel. Mathijs Hoetsmans kwam met recht ter gichte.

 

1614, 24 april. Folio 183

Peeter Leijsen, als geconstitueerde van de abt van Diligum, draagt op tot behoef van Geert Claes een vat land gelegen in Coorsel achter die thiende schuer, grenzend Geert Claes aan twee zijden, Bernaerdt Ceysens 3) en Jan Beckers 4). Draagt nog een stuk land op gelegen aan "den Konijns Gracht", palend mr. Jan Winters 1), Geert Claes 2), Jan Beckers 3) en "die Paelmans Hoeffve" 4). Hij draagt hem nog een eussel op aan "den Hoigen Bossch", Huybrecht Hauben 1), tsheeren aerdt aan twee zijden, Bertholomees Smeets 4). Het eussel is belast aan Mathijs Huets met 3 rinsgulden. Verkocht boven deze last voor 50 rinsgulden. Lycop nae landtcoop, Godtspenninck "een kerre kalck voor die kerck". Geert Claes kwam ter gichte.

 

1614, 15 mei. Folio 185v

Jan Hueveners draagt op tot behoef van Jan Luijten 5 rinsgulden Brabants jaarlijk staande op panden van Jan Vander Eycken, zoals hij verkregen heeft op 17 december 1598. Hij ruilt ze met een andere rente van 6 rinsgulden jaarlijks, staande op panden van Loich Stapperts met zijn consorten. De rente kwam tot stand volgens een akkoord gemaakt op 22 juni 1600. Jan Luijten draagt deze laatste rente op tot behoef van Jan Hueveners. Beide partijen kwamen ter gichte.

 

1614, 15 mei. Folio 186

Jan Luijten draagt op en kwijt de panden van Jan Vander Eijcken van de voorschreven 5 rinsgulden jaarlijks die hij vandaag verkregen heeft van Jan Hueveners. Hij is voldaan van de hooftpenninck en de verlopen.

 

1614, 15 mei. Folio 186v

Ambrosius, Henrick, Joris en Jan Vander Eijcken dragen op tot behoef van Aerdt Vandereijcken twee rinsgulden jaarlijks staande op panden van Quinten Hueveners der jonge, voor 45 gulden Brabants eens. Godtspenninck 1 stuiver.

 

1614, 15 mei. Folio 187

Jan Clerx draagt op tot behoef van Jan Luijten der alde een stuk broek op "den Huijven Beempt" gelegen, grenzend de Laeck 1), Jan Vander Eijcken 2), Lenaerdt Van Swartebroeck 3) en de erfgenamen van mr. Jan Alen 4). Voor 175 rinsgulden Brabants op datum van gichten te betalen. Enkel belast met tsheeren chijns. Godtspenninck een halve reael, lycop nae landtcoop. Jan Luijten kwam met recht ter gichte.

 

1614, 15 mei. Folio 188v

Peeter Leijsen, uit kracht van procuratie aan hem gegeven vanwege het godshuis van Diligum, draagt op tot behoef van Mathijs Claes een beemd in Oversel gelegen, genaamd "den Peersen Beempt". Hij grenst Jan Van Postel 1), Jaspar Smeets 2), de beek 3). Voor 200 rinsgulden in contant geld. Godtspenninck voor de kerk van Coorsel een kar kalk. Lijcop nae landtcoop.

 

1614, 15 mei. Folio 189

Mathijs Claes draagt op tot behoef van zijn broer Jan Claes en zijn kinderen verwekt bij zijn eerste huisvrouw Maria Hueveners de beemd in de gicht voorschreven in pure mangeling erf om erf op een beemd in Oversel gelegen, genaamd "den Cobbaert", sorterend in de Brabantse bank. Jan belooft daar gicht te doen aan Mathijs. Godtspenninck 5 stuivers voor de kerk van Koersel. Jan Claes kwam met recht ter gichte.

 

1614, 26 juni. Folio 192

Jaspar Van Schoenbeeck draagt op tot behoef van Peeter Menten een perceel broek genaamd "het Sluijsken", groot omtrent een half boender. Het hoorde vroeger toe aan de kinderen van Jan Alen en Catlijn Van Dornick. Jaspar heeft het via proclamatie verkregen tegen Lambrecht Swinnen en zijn huisvrouw Maria Stapparts. Het grenst de erfgenamen Jan Alenis 1), Jan Hueveners 2), "die Nieu Vloet" 3) en die Laeck 4). Draagt het op als pand voor 4 rinsgulden jaarlijks kwijtrente. Jaspar belooft om voor competente rechters, indien daartoe verzocht, onderpand te stellen voor Lambrecht Swinnen en Maria Stappaerts, zijn huisvrouw, dat in Herk sorteert. Dit staat nog als onderpand voor 8 gulden in twee verschillende kopen gekocht. Deze rente van 4 gulden heeft als valdag Joannes Baptisten dach in juni eerstkomend, dus in 1615. Voor die 4 gulden ontving Jaspar 60 gulden Brabants. Lijcop 12 stuivers, godtspenninck 1 stuiver. In de toekomst zullen deze 4 gulden enkel met de voorschreven 8 gulden samen mogen afgelegd worden, dus 12 gulden in ťťn keer en in gevalueerd geld, "volgende die leste valuatie voir den tiijt van redemptien lest gepubliceert ende niet nae het opdringen van particulier personen des gelts". Deze 12 gulden mogen afgekweten worden met 15 gulden BB, de gulden als voorschreven is. Indien Jaspar of zijn nakomelingen het pand zouden verhandelen of verkopen, zullen ze altijd moeten conditioneren bij hun koopman dat de hootpenningen van de rente van Peeter Menten met alle kosten van recht in diverse gichten geschied en met alle achterstallen volgens verloop van tijd, pontgeld, lijcop, godtspenninck zullen samen vooraf betaald moeten worden als zij het pand tot behoef van iemand anders opdragen. Jaspar staat ervoor garant dat het pand enkel nog belast is aan de kerk van Herck met 2 gulden en met cijns en doet garantschap op have en erf voor een goede gicht. Indien Jaspar of de zijnen de betaling zouden staken, dat de koper Peeter Menten of zijn erfgenamen met een conde van 15 dagen zullen mogen komen tot geleijt, gicht en rissch van de panden. Deze rente is betaalbaar ten woonhuize van Peeter Menten of zijn erfgenamen, kosteloos en schadeloos van alle impositien en ongeld. Peeter Menten kwam met recht ter gichte.

 

1614, 03 juli. Folio 195

Jacob Coppens draagt op tot behoef van Willem Hermans een stuk land in de Geijtelinge genaamd "den Popeler", groot omtrent 4 vat saeijens. Het grenst tsheeren straet aan 3 zijden, Aerdt van Postel 4). Draagt het op tot pand voor 3 rinsgulden jaarlijks met valdag op 2 juli en voor het eerst in 1615. Te kwijten met 50 rinsgulden lopend geld zoals ten tijde van de afkwijting zal gangbaar zijn. In het afkwijten mag de rentgelder geen kleiner geld gebruiken dan een copstuck, maar wel daar boven. Tevens rente afbetalen naar verloop van de tijd. Willem Hermans kwam met recht ter gichte en hij betaalde het pontgeld en de hofrechten.

Op de laatste april 1620 heeft Jan Seeus Jan Coppens en zijn panden gekweten van deze 3 rinsgulden jaarlijks. Hij is zowel van kapitaal als van de verlopen voldaan.

 

1614, 10 juli. Folio 195v

Goris Wellens, als momber van zijn huisvrouw Margriet Keeskens, lauderend door haar geconstitueerde Henric Witters op zijn persoon gegeven voor schepenen van Exel op 5 juli 1614 ondertekend door secretaris Petrus Nicolaij; Jan Schuijlens die hiervoor de laatste juni heeft gelaudeerd voor Jan Prels en Henric Kenens onze medeschepenen, dragen samen en elk apart op tot behoef van de kinderen van Henrick Keeskens een perceel of deel broek in Oversel gelegen. Het andere derdedeel behoort aan de voorschreven kinderen. Het stuk broek genaamd "den Quinten" grenst Joannes Slangen, Aerdt Huybens en de beek. Het andere, genaamd "het Cuijlken" grenst Lemmens Witters en die Roeij Beeck. Een ander genaamd "het Torffbroeck" paalt Jan den Raeijmaecker, Goris Wellens en die Maelbeeck. Nog een perceeltje genaamd "het Dunxken", grenzend Henric Crompvoets in twee zijden, tsheeren aerdt 3). Voor 232,5 rinsgulden boven alle uitgaande lasten. Goris en Jan Schuijlens voorschreven hebben het geld ontvangen. Jan Huijbens kwam als momber van de voorschreven kinderen ter gichte met recht.

 

1614, 10 juli. Folio 196

Willem en Aleth Vreijsers releveren na de dood van Maria Vreijsers, hun moeder, een derdendeel van een perceel broek gelegen in Oversel, grenzend Jan den raeijmaecker 1), Reijnder Wouters aan de andere zijden. Willem en Aleth kwamen met recht ter gichte.

 

1614, 10 juli. Folio 196v

Peeter Van Meuwen, in naam van zijn huisvrouw Maria Gatis, heeft ontvangen na de dood van de ouders van zijn huisvrouw huis en hof in Schuelen opt Schuermans Eijnde gelegen. Nog eeen hof op de Manen Straet, een bos opt Prets Eijnde, de helft van een beemd op de Laeck.

 

1614, 16 oktober. Folio 200v

Michiel tsGreven, met instemming van zijn aanwezige en instemmende vrouw, draagt op tot behoef van Jan Reynders een stuk land in Coorsel gelegen, genaamd "het Leulen", grenzend Heijloff Dillen 1), de erfgenamen Elisabeth Dillen 2). Voor 56 rinsgulden eens en 20 stuivers voor een kermis voor de huisvrouw van Michiel. Lycop nae landtcoop, godtspenninck een halve reael. Michiel staat er garant voor dat het goed enkel met cijns belast is en hij draagt daar als borg een stuk broek voor op genaamd "die Rieten", dat hij gekocht heeft van Jan Geenen. Conditie is dat Jan Reijnders 1 ort cijns bijleggen zal aan de erfgenamen van Lijsken Dillen. Op dezelfde dag verscheen Jan Bosmans als naaste bloedverwant. Hij namptiseert geld om de koop te vernaderen en Jan Reijnders staat aan Jan Bosmans de gicht toe. Deze laatste kwam met recht ter gichte.

 

1614, 16 oktober. Folio 201

Jan Bosmans heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijnders een stuk gelegen in Coorsel, genaamd "het Leulen", grenzend Heijloff Dillen 1), Lijsken Dillen aan de andere zijde, tot pand voor 4 rinsgulden 7 stuivers met valdag op Simonis et Judea dach. Te leggen met 70 gulden rinsgulden Brabants geld. Bosmans draagt nog een stuk broek op voor het geval dat het voorschreven goed niet sterk genoeg zou zijn voor het kapitaal: het broek genaamd "den Achelmans Beempt", grenzend Lijsken Dillen, Jan Van Postel, Marten Kenens en tsheeren straet. Jan Reijnders kwam ter gichte en heeft het pontgeld en de hoefrechten betaald.

 

1614, 13 november. Folio 204

Geleyt genomen door de officier op goederen opgedragen tot behoef van Servaes Joupen.

Nadat de officier geprocedeerd had op goederen opgedragen door Peeter Teggers tot behoef van Servaes Joupen omdat Servaes Joupen deze gicht langer dan 6 weken "hadde laten staen in des heeren handt sonder die daer uut te halen" zoals de procedure luidt, was er zover geprocedeerd dat de schepenen de zaak oud genoeg van genachte wezen en de partijen bedagen tot het geleijt. Op de voorziene dag van geleijt verzocht de meier verder recht. Jan Vande Biesemen, gezworen bode, attesteerde dat hij Servaes Joupen bedaagd had zowel tot de eerste aanspraak als op deze tot het geleyt. Er verscheen niemand om het goed te beschudden en daarop werden aan de meier nomine officij in teken van eigendom hout en risch geleverd en hij werd in het besproken erf gegicht met recht.

Op 5 december 1614 verscheen Niclaes Cotereels die te kennen gaf dat hij genamptiseerd had om dit voorschreven goed te approximeren (vernaderen) en hij verzoekt dat de officier hem zal admitteren tot purgement ervan, mits hij alle kosten, pontpenningen en boeten op zich neemt. Hij zal tevens aan Joupen terugbetalen wat deze onder eed verklaart voor dit goed betaald te hebben. De officier draagt tot behoef van Cotereels het voorschreven geŽvinceerd goed op mits hij alles betaalt wat hierboven staat. Niclaes Cotereels betaalt en komt ter gichte. Solvit van kosten en boeten 5 rinsgulden 13,5 stuivers zonder de pontpenningen.

 

1614, 31 december. Folio 205v

Caerl Buelens met zijn consorten, als momber van zijn huisvrouw Elisabeth van Elecum, Waluwijn Germees momber van zijn huisvrouw Anna Van Elecum, Aerdt Van Elecum, Frans Rubens momber van zijn vrouw Maria van Elecum releveren het versterf dat hen is aangekomen na de dood van Mechtelt Sekers en waar onlangs Jan Vanden Nuffel als tochter is uitgestorven. Het betreft een stuk land gelegen aan Sint-Joris Huijsken, grenzend mr. Henric Alen 1), de heerbaen 2), de erfgenamen Jan Alenus 3); een stuk broek genaamd "den Haseren Beempt", palend Niclaes Windelen erfgenamen 1), de straat 2); een goed in Worp genaamd "den Bossinx"(? Bossch). Ze kwamen met recht ter gichte.

 

1615, 08 januari. Folio 206v

Peeter Jans draagt op tot behoef van Ambrosius Bellens een hoeffve in Coorsel gelegen, genaamd "die Lichters Hoeffve", grenzend tsheeren aerdt aan 3 zijden en Michiel Dillen 4). Voor 150 gulden eens en een dobbele philips voor de huisvrouw van de verkoper boven 53 stuivers jaarlijks die de armen van Coorsel daarop trekken. Godtspenninck 3 stuivers, lijcop nae landtcoop. Ambrosius Bellens kwam met recht ter gichte. Het goed is half Brabants, daarom wordt hier slechts 3 gulden 17 stuivers pontgeld betaald.

 

1615, 08 januari. Folio 206v

Jan en Maria Gatis releveren na de dood van hun ouders huis en hof in Rue gelegen, grenzend de straat 1), de zusters van Hasselt 2), Philips Vander Leucken 3) en al wat hier nog sorteert.

 

1615, 05 maart. Folio 214

Huybrecht Van Recum van Worm heeft gereleveerd na de dood van Johanna van Worm oft Recum het goed waar Henrick Everaerts onlangs als tochter is uitgestorven: huis en hof in Schuelen met al wat hier sorteert.

 

1615, 07 maart. Folio 214

Jan Scabben der alde draagt op tot behoef van Lenaerdt Vander Eijcken der jongen huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend tsheeren straet 1), de erfgenamen mr. Jan Neven 2), de erfgenamen joncker Laurens van Aernhem 3) en Mathijs Peeters 4), tot pand voor 30 stuivers jaarlijks met valdag half maart. Te kwijten door Jan Scabben of zijn erfgenamen met 27 rinsgulden lopende paeij. Lijcop 12 stuivers, godtspenninck 1 stuiver. Margareta Otten, de huisvrouw van Jan, heeft deze gicht gelaudeerd. Lenaerdt Vander Eijcken der alden kwam als momber van Lenaerdt Vander Eijcken der Jonge met recht ter gichte.

 

1615, 02 april. Folio 215v

Jan Valentijns releveert na de dood van zijn ouders 1) een halster land met een dachmael broek in Haexelaer gelegen, grenzend Lenaerdt Stas, tsheeren straet en mr. Sacharias Hultemans; 2) anderhalf dachmael broek in Gestel, regenoten de erfgenamen Peeter Kijffers, Aerdt tSraeijen cum suis aan twee zijden. Jan kwam ter gichte.

 

1615, 08 april. Folio 218v

Gielis en Huijbrecht Van Recum dragen op, uit kracht van procuratie aan hen door hun vader Huijbrecht van Recum gegeven, tot behoef van Jan Hueveners het versterf dat hun vader enigszins mocht toekomen na de dood van Johanne Van Recum en waar Henrick Everaerts onlangs als tochter is uitgestorven. Het gaat om huis en hof en alles anders, zonder uitzondering. Voor 910 rinsgulden los en vrij boven alle uitgaande lasten, "calaengien oft molestatien". In deze overdracht zijn niet inbegrepen enige roerende goederen of juwelen die aan Huijbrecht of zijn huisvrouw als een gedenkenis werden gelaten door Johanna Van Recum. Godtspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Conditie: Jan Hueveners zal 400 rinsgulden betalen en voor de resterende 500 rinsgulden zal hij jaarlijks 30 rinsgulden gelden, die hij hierbij hypothekeert op deze goederen. Het kapitaal kan in 3 keer afgelegd worden. Jan Hueveners is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 08 april. Folio 219

Jan Hueveners draagt op tot behoef van Huijbrecht Van Recum huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend tsheeren straet aan twee zijden, Geert Cannaerts 3) en alle andere goederen die hij hier via gicht ontvangen heeft (gicht hierboven) tot pand voor 30 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Jorisdach. Terugbetaalbaar in 3 keer. Gielis en Huijbrecht van Recum kwamen in naam van hun vader Hijbrecht van Recum met recht ter gichte. Op 24 april 1616 heeft Jan Hueveners aan Aerdt Hermans de naderschap bekend van alle goederen die hij van Huijbrecht van Recum had verkregen. Aerdt moet hem alles teruggeven wat hij heeft uitgegeven, met de kosten en daarbij nog 100 rinsgulden eens voor een kermis. Jan Hueveners stelt Aerdt in zijn plaats en gerechtigheid. Aerdt Hermans kwam ter gichte. Solvit 25 gulden als pontgeld.

Op 24 november 1616 hebben Guillaen en Johenna Van Recum aan Aerdt Hermans 12 rinsgulden jaarlijks gekweten. Er blijven jaarlijks nog 18 rinsgulden aan staan.

Guillaen van Recum kwijt op 9 juli 1620 Aerdt Hermans en zijn panden van 12 gulden jaarlijks.

 

1615, 08 april. Folio 219v

Procuratie aan Gielis en Huijbrecht Van Recum, voorschreven vermeld. Voor maistre Henrij van Lancvelt, scholtets van de stad Borchworm, en voor Guillaen van Lancvelt "baillu", Henricus Banix, Jan Gram, Fastraert van Hericoourt en Raes van Lismont, allen schepenen van het gericht van de voorschreven stad, verscheen Catharina Vanden Bossche de huisvrouw van Huijbrecht van Recum. Ze verzoekt dat de heren naar haar huis komen om te luisteren naar wat haar zieke man te zeggen heeft. De schepenen zijn gegaan en bevonden dat Huijbrecht nog goed bij zijn verstand was. Hij machtigde in handen van schepenen hun wettige kinderen Gielis en Huijbrecht van Recum om in zijn naam voor competente rechters te verschijnen en daar te doen transporteren tot behoef van Jan Hueveners de goederen die hem na de dood van Johanna Van Recum en Henric Everaerts aangestorven zijn, waar ook gelegen. Ze moeten de overdracht van de goederen doen conform de notariŽle akte beschreven door de notaris op 6 april 1615 en ondertekend door secretaris mr. Henric Alen.

Onder dit document stond: "ita est Raes Van Lysmont h..el schepen van de stad Borchwarm".

 

1615, 15 april. Folio 220v

Jofr. Maria Box alias Meukens draagt op tot behoef van Henric en Maria Meukens, haar kinderen, haar tocht van een bos gelegen in Schuelen genaamd "den Gruijter", grenzend die Custers Stege 1), Claes Swinnen 2), Maria Geerts 3) en Lenaerdt Van Swartebroeck 4). Henrick en Maria Meukens zijn ter gichte gekomen.

Nu tocht en eigendom samen zijn, dragen Henrick en Maria Meukens tot behoef van Jan Courthouts het voorschreven stuk bos op voor 80 rinsgulden Brabants eens. De partijen hebben deze som ontvangen boven alle uitgaande lasten die er momenteel opstaan. Maria Meukens met haar man Cristiaen van Haneff, aanwezig, heeft deze gichte gelaudeerd. Godtspenninck een halve reael, lijcop nae landtcoop. Jan Corthouts kwam met recht ter gichte.

 

1615, 30 april. Folio 221v

Willem Broecmans, als man en momber van Catrijn Wellens, releveert 1) een rente van 6 rinsgulden jaarlijks staande op een beemd in Coorsel toebehorend aan Jaspar Tielmans; 2) 3 rinsgulden jaarlijks op panden van Pouls Fransens te Genebossch, namelijk huis en hof; 3) 30 stuivers jaarlijks op panden van Joris Van Obbel en al wat hier sorteert. Willem is in de naam van zijn huisvrouw ter gichte gekomen.

 

1615, 30 april. Folio 222

Peeter Aerdts, uit kracht van procuratie aan hem gegeven door Elisabeth Pastenaex gepasseerd voor burgemeester, raad en schepenen van de Stad Diest op 24 april 1615 ondertekend door Coels en bezgeld met een groot zegel in groene was, draagt op en kwijt de panden van Frans Convents, Valentijn Claes, Mathijs Ceijsens en de erfgenamen van Jan Hultemans van een mud rogge erfelijk. Hij is in de naam als boven voldaan van kapitaal en verlopen.

 

1615, 14 mei. Folio 223

De kinderen Henric, Michiel, Cecilia en Maria Alen hebben ontvangen na de dood van hun ouders een stuk broek onder Schuelen gelegen, genaamd "den Doutsaert", grenzend Dierick Palmaerts 1), de Herck 2) en de Zeelbeempden 3) en al wat hier sorteert. Ze kwamen ter gichte.

 

1615, 14 mei. Folio 223v

Lenaerdt Tillen met zijn huisvrouw Heijloff Crompvoets, instemmend zoals blijkt uit een akte gepasseerd op 13 mei 1615 voor notaris Wouter Muijskens, dragen op tot behoef van Ruth Rubens van Ecxsel een stuk broek in Oversel gelegen, genaamd "den Lijneman". Het grenst Marten Guntens W, Jacop Van Vlasmaer N. Voor 100 rinsgulden. Het goed is enkel belast met cijns. Ruth Rubens kwam ter gichte.

 

1615, 04 juni. Folio 225

Maria Stevens draagt op tot behoef van Aerdt Witters, haar zoon, twee stukken gelegen in "den Stevens Hoeck" in Stal. Ze grenzen Aerdt Convents 1), Nijs Stevens erfgenamen 2) en tsheeren straet 3). Aerdt is ter gichte gekomen. Tocht en eigendom zijn nu in dezelfde handen en daarop draagt Aerdt Witters het goed op tot behoef van Peeter Knapen voor 150 rinsgulden Brabants en een dobbele ducaet als "spelgelt" , zowel Loons als Braants samen in ťťn koop. Godtspenninck een halve reael, lijcop naer gelieven. Boven alle lasten. Peeter Knapen kwam ter gichte. Pontgeld 2 gulden 15 stuivers.

 

1615, 04 juni. Folio 225v

Aerdt Witters draagt op tot behoef van Peeter Knapen een half dachmael broek in Oversel gelegen, grenzend de prelaat van Sint-Truiden 1), Peeter van Ham 2) en Lambrecht Witters aan de andere twee zijden. Voor 100 rinsgulden Brabants eens en een dobbel philips voor een kermis. Godtspenninck een halve reael. Peeter Knapen is ter gichte gekomen met recht.

 

1615, 09 juli. Folio 226v

Huijbrecht Nobels alias Coppens met zijn metgeringen releveert na de dood van hun ouders een beemd in Coorsel gelegen, grenzend Crijn Crijns 1), de Roeijbeeck 2), de gemeijnen aard 3); een dachmael daar omtrent gelegen, grenzend Henric Crompvoets en Henrick Keeskens. Huybrecht Nobels is voor hem en voor zijn metgeringen ter gichte gekomen.

 

1615, 09 juli. Folio 227v

Servaes Scuppen draagt op tot behoef van Reynder Eldermans een heijthoeffve in Overslach gelegen, grenzend tsheeren straet aan drie zijden, Jan Noop 4). Voor 15 rinsgulden Brabants die Servaes bekent ontvangen te hebben. Enkel belast met cijns. Godstpenninck 14 stuivers, lijcop nae landtcoop. Reijnder Eldermans is ter gichte gekomen.

 

1615, 09 juli. Folio 228

Geertruijt Valentijns releveert na de dood van haar ouders een stuk land in Coorsel, groot 5 halster, waar Servaes Vanden Eerdewech de wederhelft van heeft; een stuk broek genaamd "die Dijcken", grenzend "den Heijligeest Beempt" 1), "den Molen Beempt" 2), de beek 3). Niclaes Valentijns is in de naam van Geertruijt Valentijns ter gichte gekomen.

 

1615, 17 augustus. Folio 230v

Lenaerd Jansen, met instemming van zijn huisvrouw Margriet Vanden Put, voor een helft en Bernaerdt Ceijsens als gemachtigd door joufr. Cristina Van Udesem, waarvan hij de machtging belooft in te brengen om te registreren, dragen op tot behoef van Jaspar Smeets een stuk land in Coorsel gelegen, genaamd "het Boven Bloeck", grenzend Sebastiaen Van Houdt 1), Oriaen Oriaens 2) en de sheeren straet 3); voor 300 rinsgulden Brabants eens en een dobbele philips als kermis en nog 10 hogen van 2 gulden Brabants. Enkel belast met cijns. Lijcop nae landtcoop, godtspenninck voor de kerk van Coorsel 2 rinsgulden. Jaspar Smeets is ter gichte gekomen.

 

1615, 17 augustus. Folio 231

Jaspar Smeets draagt op tot behoef van joffr. Cristina Van Udesem en haar metgeringen het voorschreven stuk land genaamd "het Boven Bloeck" als pand voor 7 rinsgulden 15 stuivers jaarlijks. Te kwijten met 100 rinsgulden lopend geld tegen 5%. en met volle cijns. Er zijn condities gemaakt. Deze zullen ze inbrengen om te registreren. Bernaert Seijsens kwam in de naam van jofr. Cristina voorgenoemd met haar metgeringen ter gichte.

 

1615, 17 augustus. Folio 231

Lenaerdt Jansen, met instemming van zijn vrouw Margriet Vande Put, en Bernaerd Ceijsens uit kracht van de voorgenoemde procuratie aan hem gegeven door jofr. Cristina Van Udesem dragen op tot behoef van Henrick Put een stuk broekn gelegen in Coorsel, genaamd "die Stuck", grenzend Huybrecht Maechs erfgenamen 1), Jaspar Tielmans en Jaspar Ceijsens aan de andere en "Onser Liver Vrouwen boender" N. Voor 170 rinsgulden Brabants en 1 dobbele philips voor een kermis en 12 rinsgulden van hogen. Lijcop nae landtcoop, godts penninck voor de kerk van Coorsel 30 stuivers. Goed is enkel belast met cijns. De condities van deze verkoop zullen de partijen binnen brengen om te registreren. Henrick Puts is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 17 augustus. Folio 232

Henrick Put draagt het voorschreven stuk broek genaamd "die Stuck" op tot behoef van Cristina Van Udesem en haar metgeringen tot pand voor 4 rinsgulden 8 stuivers jaarlijks. Te kwijten tegen 5%. Bernaerd Ceijsens kwam in de naam van jofr. Cristina en haar kinderen met recht ter gichte..

 

1615, 08 oktober. Folio 233v

Laureijs Clerx kwijt Mees Smeets van 3,5 rinsgulden jaarlijks. Het gaat om de helft van 7 rinsgulden jaarlijks staande in Coorsel aan "den Breevens Beempt". Laureijs is voldaan van kapitaal en verlopen. De andere 3,5 rinsgulden trekken de kinderen van Claes Vanden Bogaert.

 

1615, 08 oktober. Folio 234

Vincent Spralans brengt een gichte aan van 24 juli 1615 gepasseerd voor de justitie van Hasselt tussen hem en Cornelis Verhaijck. Hij verzoekt hier de realisatie en approbatie met registratie omdat Cornelis ze hier trekt op panden van Cornelis Coex in Schuelen genaamd "het Liebens Velt", namelijk 8 rinsgulden 13 stuivers jaarlijks. Deze rente viel nu aan Spralans wegens die gichte.

24 juli 1615 verscheen voor het gericht van binnen en buiten Hasselt Cornelis Verhaijck borger van Hasselt die 6 rinsgulden jaarlijks heeft opgedragen en ze gicht op huis en aanhang waarin hij tegenwoordig woont. Het grenst Mijnken Gorre 1), tsheeren straet 2) en 3). Vestigt ze nog op zijn hof buiten de Cueringer Poort in de Wijer Straet gelegen. Hij draagt deze rente op tot behoef van Vincent Spralans die ter gichte kwam voor 100 gulden Brabants. De rente kan steeds gekweten worden, het eerste jaar met volle cijns (intrest) en vervolgens met cijns naar verloop van tijd in gangbaar geld. Cornelis staat met zijn vrouw garant met alle roerende en onroerende goederen. Valdag van deze rente voor het eerst St.-Marien Magdaleenen dach anno 1616. Verhaijck stemt erin toe dat Spralans en zijn erfgenamen met een open conde van 15 dagen tot het saisien mogen komen en geleijtenisse van de panden bij achterstal van betaling. Godtspenninck 3 stuivers, lijcop 30 stuivers Brabants. Getekend H. Gielkens, secretaris.

 

1615, 20 oktober. Folio 235

Cornelis Verhaijck borger van Hasselt draagt 9 gulden Brabants jaarlijkse rente op zoals hij gelden heeft op panden van Gielis Coex onder Schuelen, die Gielis van Cornelis en zijn metgeringen kocht. Valdag half maart. Opgedragen tot behoef van mr. Marten Dekens voor 170 gulden Brabants eens. Cornelis ontving het geld van Marten op 27 juni laatstleden. Mr. Marten stemt erin toe om de rente eventueel binnen het jaar terug over te gichten aan Cornelis en dan alleen het kapitaal te geven met de kosten, geen intrest. Mr. Marten Dekens werd in de rente gegicht met recht. Godtspenninck 3 stuivers.

 

1615, 22 oktober. Folio 235v

Henrick Reijmen draagt op tot behoef van Govaert Loots 5 halsters koren zoals hij jaarlijks trekt op panden van Jan Mercdens oft Wagemans. Ze staan op een stuk land op de Stap gelegen. Voor 61 rinsgulden 5 stuivers. Henrix huisvrouw krijgt 30 stuivers voor een kermis. Lijcop nae landtcoop en Govaert Loots kwam met recht ter gichte. Maria Hamers, huisvrouw van Henric, heeft deze gichte gelaudeerd.

 

1615, 19 november. Folio 238

Andries Seijsens releveert na de dood van Wouter Roesbooms, zijn oom, twee stukken land in Coorsel gelegen. Het ene grenst Jan Van Ham, Mathijs Seijsens en Henric Valentijns kinderen aan de derde zijde. Het andere grenst Henrick Kenens, Frans Convents en die Broeckstraet. Releveert nog 12 rinsgulden jaarlijks op panden van Jan Claes en verder al wat hier sorteert.

 

1615, 15 december. Folio 241

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel, met voorgaande afpaling door beide de heren, dragen op tot behoef van Bernaert Ceijsens een stuk heide gelegen in die Scrick Heij naast de Paelmans Hoeffve, grenzend Jaspar Smeets 1), tsheeren aerdt aan de overige 3 zijden. Voor 100 rinsgulden Brabants eens en 30 stuivers voor de kerk van Coorsel, lijcop 2,5 rinsgulden . Te betalen binnen 6 weken. Bernaert moet hiervoor op Remigii aan sijn Genaden 6 penningen cijns betalen en aan hare Hoicheden 2 denier (in marge: 6 denier cijns). Bernaert Seijsens is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 241

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel, met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Bernaert Seijsens voorschreven een plaats naast de Helder Beeck, grenzend Mathijs Claes 1), de beek 2), Bernaert voorschreven 3) en den gemeijnen aerdt 4), "streckende lancxt den broeck cant soe verre sijns Bernaerts wijer raect" (raakt?) . Conditie: hij mag de wijer opgraven als zijn eigen goed.

Ze dragen hem nog een cleijn wijerke op gelegen tussen de laatste en de middelste Lemmens Wijer bij Jacob Beckers Wijer. Voor 100 rinsgulden Brabants eens, godtspenninck 10 stuivers, lijcop 2,5 rinsgulden. Hiervoor moet hij jaarlijks op Remigius aan zijn Genade 6 penningen geven en aan hare Hoicheden 2 penningen (in marge: 6 d. cijns. Dat afkortingsteken staat dus voor "penningen" ipv voor "denier"). Bernaerdt is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 241v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Henric Kenens een stuk broek bij de Witters Winninge. Het is omtrent twee halsters groot en grenst zijn eigen erf 1), Jan Noop 2), de gemeijnen aerdt 3). Voor 56 rinsgulden Brabants eens. Godspenninck 10 stuivers, lijcoop 35 stuivers. Jaarlijks aan de graaf 4 penningen cijns betalen en aan "hare hoicheden" 2 penningen, altijd Remigii. Henrick Kenens is ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 242

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel, met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Bernaert Seijsens een stuk vroente in Stal gelegen, grenzend Peeter Jans 1), Michiel Beckers 2), de gemeijnen aerdt 3) en Peeter Bluex 4). Nog een stukje vroente genaamd "den Meerlemans Berch", grenzend Bernaerdt voorschreven 1), "den Convents Wijer" 2) en de gemeijnten 3) en 4). Samen voor 75 rinsgulden. Goidtspenninck 10 stuivers, lijcoop 37,5 stuiver. Bernaerdt zal op Sint-Remigius aan de graaf 5 penningen betalen en van de Meelemans Berch 1,5 penninck. Zijne hoogheid een halve penninck. Bernaerdt kwam ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 242v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel, met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Peeter Jans een stuk vroente gepaald voor "die Vrints Hage", grenzend zijn eigen erf 1), Pouls Laukens 2), Bernaert Ceijsens 3) en de gemeijnen aerdt 4). Voor 50 rinsgulden te betalen binnen 6 weken. Goidtspenninck 10 stuivers, lijcop 25 stuivers. Conditie: degenen die over "het selve uutweg" zullen hun gewone weg hebben en geen gebruik voor het weiden. Te betalen 6 penningen cijns op Remigii aan de graaf en 2 penningen aan de hoogheden. Peeter Jans kwam ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 242v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Jaspar Tielmans een stuk erffven op den Eerdewech, grenzend hun eigen erf 1) en de gemeijne aerdt met de gemeijn straet. Voor 125 rinsgulden Brabants te betalen binnen 6 weken. Jaarlijks aan de graaf op Remigii 9 penningen cijns geven en aan de hoogheden 3 penningen. Lijcop 3 rinsgulden, godtspenninck 20 stuivers. Jaspar kwam met recht ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 243

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Daneel Put een stu vroente voor "den Eussel Beempt", grenzend zijn eigen erf 1), Peeter Jans 2), Michiel Beckers 3) en tsheeren straet 4). Voor 50 rinsgulden Brabants eens en 4 penningen cijns Remigii te betalen aan de graaf en 2 denier (penningen?) aan "hare hoicheden". Godtspenninck 10 stuivers, lijcop 25 stuivers. Daneel Put kwam met recht ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 243

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Pouls Cruijsberchs een stuk vroente gepaald tussen Peeter Knapen en Peeter Nijs, grenzend Jan Ceijsens erfgenamen 1) en de gemeijnen aerdt in 3 zijden. Voor 83 rinsgulden en jaarlijks aan de graaf 6 penningen cijns betalen en aan "hare hoicheden" 2 penningen, altijd Remigii. Godtspenninck 10 stuivers, lijcop 38 stuivers. Pouwels Cruijsberch is ter gichte gekomen met recht.

 

1615, 15 december. Folio 243v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Peeter Keijers een stuk vroente gepaald naast zijn hof, grenzend tsheeren aerdt aan 3 zijden en zijn eigen erf aan de vierde zijde. Voor 43 rinsgulden en jaarlijks op Sint-Remigius aan de graaf 3 penningen cijns betalen en aan "hare hoicheden" 1 penninck. Godtspenninck 10 stuivers. Peeter kwam met recht ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 243v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Jan Knapen een stuk vroente op de Cleijn Heij gelegen, tsheeren aerdt aan drie zijden en Jan Claes 4). Voor 60 rinsgulden en jaarlijks aan de graaf 4 penningen betalen op Sint-Remigius en aan de hertog 2 penningen. Goidtspenninck 10 stuivers, lijcop 28 stuivers. Jan Knapen is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 244

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Jan Hoecx alias Convents een stuk vroente gelegen op de Cleijn Heij, grenzend Peeter Bluex 1) en tsheeren aerdt aan drie zijden. Voor 25 rinsgulden Brabants en nog jaarlijks 3 penningen cijns betalen op Sint-Remigius aan de graaf en 1 penninck aan "hare hoicheden". Godtspenninck 10 stuivers, lijcop 2,5 stuivers. Jan kwam ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 244

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Jan Noop een stuk vroente achter "den Berchman" gelegen, palend "den Berchman" 1), en tsheeren aerdt aan 3 zijden. Voor 100 rinsgulden te betalen binnen 6 weken en op Remigii 6 penningen aan "Sijne Genaden" en 2 penningen aan hare hoogheden. Goidts penninck 10 stuivers, lijcop 2,5 rinsgulden. Jan is ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 244v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Jan Mentens een stuk erf voor zijn eigen erf gelegen, genaamd "die Mentens Hoeffve", grenzend tsheeren aerdt aan twee zijden en zijn eigen erf aan de andere twee zijden. Voor 8 rinsgulden en altijd op Sint-Remigius aan zijne genade 1,5 penninck cijns betalen en aan hare hoicheden een halve penninck. Jan Mentens is ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 244v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Servaes Struijvens een stuk erf in den Postelmans Hoeck gelegen, grenzend Bartholomees Smeets 1) en tsheeren aerdt aan drie zijden. Voor 118 rinsgulden binnen 6 weken te betalen boven 6 penningen cijns aan sijne genaden en aan hare hoicheden op Remigii 2 penningen. Goidtspenninck 10 stuivers, lijcop 2,5 rinsgulden. Servaes kwam ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 244v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Peeter Neelens een stuk erf op "de Breedonck" , grenzend Huijbrecht Huijben en de schans 1), Korst Scepers 2) en de Breedonck aan de twee andere zijden. Voor 300 rinsgulden Brabants eens binnen 6 weken te betalen. Jaarlijks geven op Sint-Remigius aan zijne genaden 9 penningen en aan hare hoicheden 3 penningen. Goidtsgeld 10 stuivers,lijcop 7,5 rinsgulden. Peeter Neelens is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 245

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Goris Goris een stuk vroenten op "de Scrick Heij" geegen, grenzend "die Smeets Hoeffve" 1), Marten de Wever 2), die Scrick Heij aan de resterende twee zijden. Voor 21,5 rinsgulden en jaarlijks op Sint-Remigius 1,5 penningen cijns betalen aan de graaf en aan de hertog van Brabant een halve penninck. Goris Goris is met recht ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 245

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Lambrecht Witters een stuk vroenten gelegen voor Henrick Bluex, grenzend Henrick Bluex 1) en die heerbaen aan de resterende 3 zijden. Voor 42 rinsgulden te betalen binnen 6 weken. Jaarlijks op Sint-Remigius 2 penningen cijns aan de graaf en 1 penninck aan de hertog. Godtspenninck 10 stuivers, lijcop 22 stuivers. Lambrecht Witters is ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 245v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Jan Knapen een stuk vroente gelegen voor zijn erf, zover als het erf van Jan Knapen strekt en zo verder van de nieuwe paalsteen tot op de oude steen daar liggend. Voor 24 rinsgulden en jaarlijks op Remigii 3 penningen aan de graaf en 1 penninck aan de hertog. Jan Knapen is ter gichte gekomen.

 

1615, 15 december. Folio 245v

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Lambrecht Witters een stuk vroente voor zijn erf gelegen aan de oostzijde, grenzend zijn eigen erf 1) en de gemeijne aard rondom. Dit goed was gebleven aan Peeter Knapen, maar Lambrecht heeft het "gemijnt" voor 56 rinsgulden en jaarlijks 3 penningen cijns aan de graaf en 2 aan de hertog als cijns op Remigii.

Ze dragen hem nog een stuk erf op, gepaald als voor, genaamd "die Berge", grenzend den Lochtenberch 1), tsheeren aerdt in twee zijden en zijn eigen erf 4). Voor 14 rinsgulden. Jaarlijks aan de graaf 1,5 penninck cijns betalen en aan "hare hoicheden" een halve penninck. Lambrecht Witters werd erin gegicht met recht.

 

1615, 15 december. Folio 246

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, hebben aan Peeter Jans toegestaan dat hij zijn goed mag "bevrijen" volgens de palen reenende tegen het erf van Daneel Put, hierna volgend. Hij moet daarvoor aan de gemeente eens 6 gulden en 6 stuivers geven.

 

1615, 15 december. Folio 246

Peeter Beckers, Blasarius Van Houdt en Mathijs van Ham als burgemeesters van Coorsel met instemming van de gemeijnten, met voorgaande afpaling vanwege beide de heren, dragen op tot behoef van Daneel Put een venneke gelegen voor Jan Foex' huis, grenzend Jan Foex 1), Daneel zover zijn erf strekt 2) en 's heeren aerdt aan de overige twee zijden. Conditie: Jan Foex zal zijn weg hebben "ter heijden uut" door het venne, zoals Daneel Put en Jan Knapen maken zullen, breed 20 voeten om gemakkelijk uit en in te varen. Voor 40 rinsgulden binnen 6 weken te betalen. Daneel zal het erf mogen opgraven en "vrije halden" als zijn eigen erf. Hij moet er jaarijks aan sijne genaden 1,5 penninck voor geven op Remigius en aan "hare hoicheden" een halve penninck. Daneel Put kwam met recht ter gichte.

 

1615, 15 december. Folio 246v

Henric Kenens handelt uit kracht van procuratie aan hem gegeven, voor de wet van Exel op 18 november 1615 ondertekend door Petrus Nicolai, door Marten Folders in naam van zijn kinderen verwekt bij Maria Teggers, door Heijn Mommen momber van zijn huisvrouw Lijs Teggers en door Thonis Teggers. Hij kwijt in hun naam Reijnder Teggers en zijn panden aangaande hun kindsgedeelte en ze beloven daar niets meer op te zoeken. Is in hoede gekeerd.

 

1615, 15 december. Folio 247

Reynder Teggers, door zijn gemachtigde Henric Kenens, draagt op tot behoef van Ruth Wellens, zijn zwager, 125 rinsgulden kapitaal die Reynder staan heeft aan panden van Meewis Lekens. Dit moet dienen als supplement en voldoening van het kindsgedeelte van Ruttens huisvrouw vervallen na de dood van Metten Teggers, tochtster. Ruth doet afstand van zijn aanspraken op het kindsgedeelte van zijn vrouw, voor zover ze hier sorteren, met uitzondering van het kapitaal van 125 gulden hiervoor. Anna Teggers heeft hetgeen voorschreven is gelaudeerd op 7 oktober van dit jaar. Ruth Wellens kwam met recht ter gichte. De constitutie was ondertekend door secretaris Petrus Nicolaij.

 

1615, 17 december. Folio 247v

Jan Bastens alias Bastiaens releveert na de dood van de moeder van zijn huisvrouw, genaamd Catharina Huijbens, een beemd in Overslach gelegen, grenzend Jan Nobels 1), Mees Lekens 2), den Hoigen Bossch 3), Jan Huijbens en Jan Claes 4); de helft van een wijer daar omtrent gelegen, grenzend die gemeijn heijde en de gemeijne beeke. Jan Bastens is ter gichte gekomen.

 

1616, 07 januari. Folio 248v

Jan Hueveners draagt op tot behoef van Joorden Joordens een half zille broek gelegen opt Ruijer Broeck, grenzend de vrouwe van Lauwe 1), Gielis Coex met de wederhelft 2), de erfgenamen Joris Gatis 3). Voor 52 rinsgulden Brabants eens. Het goed is enkel belast met cijns. Godtspenninck 2 stuivers; lijcop nae landtcoop. Joorden kwam met recht ter gichte.

 

1616, 07 januari. Folio 248v

Vincent Lijnen, uit kracht van procuratie aan hem gegeven door Jan De Croeije met instemming van zijn huisvrouw Anna Lambrechts gepasseerd voor Peeter Aerdts als notaris, draagt op tot behoef van Jaspar Poelmans het derdedeel van de Cuijpers Beempt, waarvan Jaspar ook een derdedeel heeft en het resterende derde deel is van de erfgenamen Augustijn Baerdemackers, gelegen op de Laeck naast "het Bossch Boender". Voor 10 rinsgulden eens, godtspenninck 1 stuiver, lijcop 6 stuivers. Jaspar Poelmans is met recht ter gichte gekomen.

 

1616, 07 januari. Folio 249

Heer Willem Daniels, vicarius in Lumpmen, en Mathijs Ceijsens als kerkmeester van Coorsel kwijten de panden van Anna Beckers van 3 rinsgulden 5 stuivers jaarlijks zoals aan de anniversarien is gemaakt door mr. Jan Neven zaliger. Ze hebben daarvoor uit handen van Peeter Beckers en Jan Bosmans als mombers van Anna Beckers 50 rinsgulden en 16 stuivers Brabants ontvangen. Is in hoede gekeerd.

Dit geld werd opnieuw belegd aan panden van Adam Cluijskens zoals blijkt in het schepenregister van de vrijheid.

 

1616, 07 januari. Folio 249

Peeter Beckers en Jan Bosmans, als momber van Anna Beckers, dragen op tot behoef van Mathijs Vande Poel een stuk land in Coorsel gelegen, grenzend Joris Scepers 1), Jan Beckers 2), tsheeren straet 3) en Geert Claes 4). Tot pand voor 17,5 stuivers jaarlijks met valdag op Drije Coningen dach, los en vrij van alle belastingen. Terugbetaalbaar met 17,5 rinsgulden in geld zoals in de tijd van de afbetaling gangbaar zal zijn en met rente naar verloop van tijd. Dit geld werd gebruikt om een rente van 3 gulden 5 stuivers jaarlijks af te leggen aan de anniversarien van Lumpmen en Coorsel en daarbij nog 40 rinsgulden gegeven aan dezelfde rente die Mathijs Vande Poel met zijn metgeringen de kinderen schuldig was. Mathijs Vande Poel kwam met recht ter gichte.

 

1616, 18 februari. Folio 253

Aerdt Pelsers als momber van zijn huisvrouw Margriet Custers releveert na de dood van haar ouders een stuk broek genaamd "den Woumans Driessch"; een stuk land op de Stap gelegen, genaamd "die Roomsche Heij" en al wat hier nog sorteert. Aerdt kwam in de naam van zijn vrouw ter gichte.

 

1616, 18 februari. Folio 253

Catharina, Peeter Jan en Dimpna Elen hebben ontvangen na de dood van hun ouders een stuk broek in Oversel genaamd "het Wouters Broeck"; een stuk broek daar genaamd "het Houe Broeck"(Hove?). Ze kwamen ter gichte.

 

1616, 10 maart. Folio 255v

Silvester Stercken draagt op tot behoef van Lenaerdt Vander Eijcken twee rinsgulden jaarlijks zoals hij trekt op panden van Geertruijt Pontmans: huis en hof in Schuelen gelegen. Voor 30 rinsgulden BB, die Silvester ontvangen heeft. Silvester zal zijn echtgenote Maria Gatis brengen om deze gicht te lauderen. Godtspenninck 1 stuiver. Lenaerdt kwam met recht ter gichte.

 

1616, 28 maart. Folio 257v

Geert Meijnen draagt op tot behoef van Daneel Happaert een beemdje genaamd "het Eechtken", grenzend die Krieckels Laeck 1), Goris Coenens 2) en "het Willems Broeck" 3), tot pand voor 3 rinsgulden jaarlijks met valdag op paasdag en voor het eerst in 1617. Terugbetaalbaar met 42 rinsgulden lopend geld zoals ten tijde van de kwijting hier zal gangbaar zijn en met rente volgens het verloop van de tijd. Geert belooft dat hij zijn huisvrouw deze gichte zal komen laten goedkeuren. Godtspenninck een halve stuiver. Daneel Happaert is met recht ter gichte gekomen en Geert heeft de pontpenningen betaald en de rechten van vandaag zullen de partijen half en half betalen.

Op 2 maart 1618 hebben Jan Hueveners en Jan Prels, onze medeschepenen, aangedragen dat Elisabeth Smeets, huisvrouw van Geert Meijnen deze gicht heeft gelaudeerd.

 

1616, 14 april. Folio 259

Joris, Catharina en Elisabeth Vanden Broeck releveren na de dood van hun ouders huis en hof in Schuelen op de Stap gelegen, grenzend de straat aan twee zijden, de erfgenamen Baltis Smeets 3); een stuk land op t Hueffken gelegen, grenzend Herman Hoelsteens 1), Jan Rutten "Krieckel" 2), de erfgenamen Frans Loens 3).

 

1616, 27 april. Folio 263

Jan Beckers van Coorsel releveert na de dood van zijn ouders huis en hof in Haexelaer gelegen, grenzend de straat aan twee zijden, Margriet Swelden 3), die Vaes Hoeffve 4); drie beemden bij elkaar gelegen. De ene heet "den Gielis Beeempt" en de andere "die Varen Beempden"; "den Vorsten Beempt" in Haexelaer; "het Lanck Eussel" aan de hoeffve met al wat hier sorteert.

 

1616, 27 april. Folio 263

Jan Groumans draagt op en kwijt Jan Beckers en zijn panden van 54 gulden, zoals hij voordien heeft verschoten bij het afkwijten van een jaarrente op panden van Jan Beckers. Hij is van alles voldaan.

 

1616, 27 april. Folio 264v

Scheiding en deling tussen Mathees Frerix en zijn metgeringen 1) en Gielis Mommen met zijn consorten 2) aangaande de samen verkregen goederen van Goris Mommen en Elisabeth Frerix.

Gielis Mommen en consorten: 1) een stuk erf genaamd "den Berch"; 2) "het hueffken" bij Stijn Claes; 3) "het Silleken"; 4) "den Moffen Beempt" gelegen aan de noordzijde; 5) 6 rinsgulden jaarlijks op panden van Huijbrecht Maechs in Coorsel.

Het deel voor Mathees Frerix cum suis: 1) "het Lanck Stuck"; 2) "den Moffen Beempt" bij het Lanck Stuck gelegen op de "noen sonne"(zuid). Deze beemd moeten beide partijen samen helpen schieten en elk moet zijn cijns daarop dragen.

Nog niet verdeelde goederen: een halve bos onder Pael aan het Houteren Velt, een halve hof aan de Broecstraet in Genhout. Deze zullen ze samen verkopen.

Ieder staat zijn rechten op het part van de andere partij af. Eventuele bijkomende lasten zullen ze samen dragen.

 

1616, 27 april. Folio 266

Jan Vande Laer als gemachtigde van jonker Jan van Gelmen, gebleken volgens akte gepasseerd voor de schepenen van Herck, draagt op tot behoef van mr. Wouter Taelmans een stuk erffve zowel weide als land, omtrent anderhalf boender, genaamd "den Hanxt"(? Hanpt?) gedeeltelijke hier en gedeeltelijk onder de schepenen van Herck vallend. Het grenst de erfgenamen mr. Jan Alenus 1), "het Bruijninx Velt" 2), de heren van Sint-Plissis van Diest 3), Peeter Bogaerts 4) en de Cleijn Herck 5). Voor 900 gulden Brabants lopend geld. Mr. Wouter Taelmans heeft dit geld bij de gicht in Herck betaald aan joncker Jan van Gelmen op 15 september 1615, ondertekend door Henricus Alenus secretaris, en daarbij 22,5 voor pontpenningen "die welcke sijn Genaden vader (vander?) den voirscreven Gelmen schijnt gesconcken te hebben" boven alle lasten. Lasten: aan Nicolaes de Voecht met 8 rinsgulden jaarlijks, twee vat en een half en een half verdellinc koren aan de H. Geest van Herck en een half vat koren cijns in Lumpmen of Schuelen "dominica prima quadragesima" (eerste zondag in de veertigdagentijd). Wouter Neven kwam in de naam van mr. Wouter Taelmans met recht ter gichte.

 

1616, 05 mei. Folio 268

Anthonius Witters, Henrick Loixs momber van zijn vrouw Maria Teggers, Henrick Berben momber van zijn vrouw Cunigunda Teggers releveren na de dood van hun vader Peeter Teggers een stuk broek in Oversel genaamd "den Mesmaecker", een stuk broek genaamd "het Achterste Broeck". Ze kwamen met recht ter giichte.

 

1616, 05 mei. Folio 268v

De kinderen mr. Henrick Alen.

Jan Vanden Kerckhoff momber van zijn vrouw Cecilia Alen, voor zichzelf en voor zijn metgeringen, releveert het versterf dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: een stuk broek gelegen op de Demer onder Schuelen; Sint-Joris Hoff; een stuk broek int Frasebroeck; twee rinsgulden jaarlijks aan Geertruijt Pontmans en al wat hier sorteert. Ze kwamen ter gichte.

 

1616, 05 mei. Folio 268v

Johanna Van Blockum weduwe van Niclaes Swinnen heeft, uit kracht van het testament van haar man dat hier geproefd is, opgedragen tot behoef van Henrick Lauers het goed dat hem bleef na het uitgaan van de brandende kaars als meestbiedende. Het betreft een stuk broek genaamd "den Deijnsbampt", grenzend Henric Swijns 1), de straat 2), Geert Cannaerts erfgenamen 3); een bos van een half boender groot, grenzend tsheeren straet 1), Huijbrecht Wouters 2) en Jan Corthouts 3). Voor 158 rinsgulden, waarin de hogen begrepen zijn. Het goed is enkel met cijns belast. Godtspenninck 3 stuivers, lijcop nae landtcoop, boven kosten. Na het opdragen van Johanna Van Blockum met haar geassumeerde momber Peeter Neven is Henrick Lauers op 19 mei met recht ter gichte gekomen.

 

1616, 19 mei. Folio 270v

Dierick Palmaerts, met instemming van zijn huisvrouw Catharina Convents, draagt op tot behoef van Jan Van Hame een mud rogge jaarlijks zoals hij trekt op panden van Gielis Seijsens: huis en hof grenzend Jan Claes erfgenamen, Henric Kenens Z, de straat O. Voor 125 rinsgulden Brabants geld in specie van cruijsdaelders, het stuk voor 48 stuivers. Dierick is voldaan. Godtspenninck 6 stuivers, lijcop 5 rinsgulden en 8 stuivers. Jan Van Ham kwam ter gichte.

 

1616, 26 mei. Folio 271

Pouls Vander Biesemen draagt op tot behoef van Jan en Geert Vander Biesen, zijn kinderen, zijn tocht van 3 zillen land in Schuelen gelegen, grenzend "den Witsaert" toebehorend aan de erfgenamen mr. Jan Alenus 1), Jan Scabben aan twee zijden, "den Claes Bossch" 4). Voor hun portie van hun kindsgedeelte. Maria Vande Biesemen zal na de dood van de opdrager huis en hof hebben gelegen in Schuelen, grenzend Aerdt Hermans 1), Geert Kanaerts 2). Conditie is dat Jan en Geert bij het verkopen van het goed aan hun vader eens 33 rinsgulden zullen geven en twee vat koren en hun zuster Maria 10 rinsgulden. Ze hebben dit geld ontvangen van koper Charles Hacken. Geert en Jan kwamen tot "tocht ende erffdom".

Nu vruchtgebruik en eigendom samen zijn, dragen Jan en Geert Vande Biesemen het voorschreven goed op tot behoef van Charles Hacken voor 300 rinsgulden en 3 vat koren eens, hierin zijn de bovengenoemde geldsommen inbegrepen. De broers spreken tevens voor hun zuster, die aanwezig is en instemt. Godtspenninck 3 stuivers, lijcop nae landtcoop. Charles Hacken is met recht ter gichte gekomen.

 

1616, 16 juni. Folio 272

Wouter en Mathijs Blueckmans hebben ontvangen na de dood van Henrick Blueckmans, hun halfbroeder, huis en hof groot 5 halsters saeijens; een beemd op "den Heijnsen Padt" gelegen, 2,5 dachmael groot; 5 halsters land bij Witters gelegen; "Swevers Driessch" groot 3 vat; 1 halster land in Haexelaer gelegen; 1 dachmael broek naast Henrick Kenens' "Waterschap" gelegen; een eewit groot 1,5 dachmael met nog een heijeussel; 1 dachmael broek aan het huis, genaamd "het Venne". Ze kwamen ter gichte.

 

1616, 16 juni. Folio 272v

Vincent Spralans releveert in naam van het begijnhof van Hasselt het legaat dat hen gemaakt is door Catharina Paesmans zaliger, namelijk 8 rinsgulden jaarlijks op panden van Lenaerdt Van Swartebroeck. Verder nog 12 rinsgulden; 1 rinsgulden uit een grotere rente van 14 rinsgulden 17 stuivers; 3,5 rinsgulden aan panden van Maria Smeets in Schuelen. Vincent Spralans kwam in naam van het begijnhof ter gichte.

 

1616, 16 juni. Folio 272v

Vincent Spralans, in naam van heer Herman Vander Rijst pastoor van het begijnhof van Hasselt, releveert het legaat dat Catharina Paesmans aan deze pastoor gemaakt heeft: 30 stuivers jaarlijks op panden van Jan Baens en Jan Vander Linden; 36 stuivers jaarlijks op panden van Jan Lemmens in Schuelen; 25 stuivers jaarlijks op panden van Anna Puts in Meldelaer. Vincent is in naam van heer Herman Vander Rijst ter gichte gekomen.

 

1616, 07 juli. Folio 274

Jan Boelaerts draagt op tot behoef van Jan Elens, zijn neef, een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Aerdt Witters kinderen 1), "die Roeij Beeck" 2), Jan Wellens 3) en Jan Bastens 4). Voor 225 rinsgulden. Enkel belast met de helft van een halve braspenninck cijns en met de weg. Godspenninck 1 stuiver. Jan Elens is met recht ter gichte gekomen.

 

1616, 07 juli. Folio 274v

Mr. Sebastiaen Bathen, in naam van het klooster van Mariendael binnen Diest, releveert een rente van 15 rinsgilden jaarlijks zoals aan het klooster is toegekomen via testament van Catharina Paesmans, staande op panden van Lenaerdt Van Swartebroeck in Schuelen, daarvoor Cornelis Leuckens volgens register op 30 oktober 1603, spruitend uit een grotere rente van 25,5 rinsgulden.

 

1616, 07 juli. Folio 275

Catlijn Paesmans, Lijsbeth, Maria en Agnees Paesmans, Lenaerdt Van Swartebroeck releveren na de dood van Catharina Paesmans, hun nicht, 11 vat koren jaarlijks staande op panden van Jacob Mees in Laren; 16 stuivers jaarlijks op panden van Aerdt Vande Gaer in Molem; 4 rinsgulden staande op "t Huijven Beemptken" in Schuelen.

 

1616, 07 juli. Folio 275

Lenaerdt Van Swartebroeck voorschreven releveert 2,5 (derdalven) rinsgulden jaarijks zoals Catharina Paesmans hem gelegateerd heeft, staande op zijn huis en hof in Schuelen aan de kerk gelegen. Lenaerdt is ter gichte gekomen.

 

1616, 15 september. Folio 275v

Henrick Berben, door zijn huisvrouw Coen Teggers, heeft geratificeerd hetgeen hiervoor gepasseerd is voor schepenen van Exel, zodat het hier in het register kan gesteld worden, mits betalende aan de heer zijn pontpenningen en alle hofrechten. De gichte gepasseerd voor de schepenen van Exel luidt als volgt.

Extract uit het schepenregister van Exel betreffende de overeenkomst tussen Peeter Teggers en zijn kinderen en hun mombers op 20 januari 1606. Peeter Teggers heeft zijn tochtgoederen opgedragen tot behoef van zijn kinderen en hun echtgenoten: Henrick Berben als man van Coenen dochter van Peeter Teggers, Thonis Witters als man en momber van Grietten Teggers en ook tot behoef van Henrick Loets van Beverloe wettige man van Meriken Teggers. Dezen hebben de goederen "opgehalden" en ze zijn "ter opheldinge comen". Nu tocht en eigendom samen zijn, heeft Thonis Witters met zijn instemmende huisvrouw het kindsgedeelte overgegicht en gegoed waar ook gelegen aan Henrick Berben voorgenoemd. In ruil laat Henrick aan Anthonis een bempt volgen gelegen in Oversel, genaamd "den Mesmaker", grenzend Jan Boelaerts, Jacop Slangen en Goordt Moens. Daarbij nog een beemd genaamd "die Bollis" aan die vonder op den Hornick gelegen, grenzend Peeter Stijnen, Aerdt Lenaerdts, Elen Tummermans' bampt en Simon Dries. Daarnaast biedt hij nog 200 rinsgulden te betalen na de dood van Peeter Teggers in geld gangbaar in het land van Loen. De huisvrouw van Anthonis krijgt nog voor een kermis 16 gulden en hij zal de cijns bijleggen, zolang als Peeter leeft maar daarna niet meer, 2 gulden jaarlijks.

Daarna heeft Henrick Loets met instemming van zijn huisvrouw Marike het kindsgedeelte van zijn huisvrouw overgegicht en gegoed aan Heynen Berben voorschreven voor 600 gulden Brabants eens. Van dit geld moet "te schaertijt" eerstkomend 150 gulden betaald worden en de op verjaardag van deze gichte nog 150 gulden. De rest, 300 gulden, zal Henrick betalen na de dood van Peeter Teggers, tochtenaar. Henrick Berben en zijn vrouw kwamen ter gichte in de erfgoederen en Peeter Teggers werd weer in zijn tocht gesteld zoals ervoor. Getekend door de secretaris.

Er werd 15 gulden 15 stuivers pontgeld betaald.

Op 12 november van hetzelfde jaar heeft Maria Teggers deze gicht gelaudeerd. Op 13 november heeft Henrick Loets met zijn huisvrouw deze gicht nogmaals gelaudeerd mits Henrick Berben hem nog 100 rinsgulden gegeven heeft. Pontpenningen van dit en nog van het voorgaande: 10 gulden.

 

1616, 15 september. Folio 277v

Henrick Scepers met instemming van zijn huisvrouw draagt op tot behoef van Peeter Brouwers een beempt in Oversel gelegen, grenzend Joris Beerten 1), Jan Wellens 2), Jan Ermen 3), die gemeijn beeck 4), tot pand voor 11 rinsgulden jaarlijks met valdag op deze datum. Te kwijten met 200 rinsgulden lopend geld bij de afkwijting hier gangbaar. De verkoper heeft ermee ingestemd dat de koper voor deze rente het pand zolang jaarlijks zal mogen gebruiken als hem belieft met die beperking dat de verkoper de afkwijting drie maanden van tevoren moet mededelen. Peeter Brouwers is met recht ter gichte gekomen.

 

1616, 26 oktober. Folio 280

Philips Vander Leucken draagt op tot behoef van Anthonis Lieffkens als momber van zijn huisvrouw Agneta Ruelens huis en hof in Rue gelegen, grenzend de zusters van Hasselt 1), tsheeren straet 2), de Laeck 3; nog een bluexken achter Jan Gatis gelegen, grenzend de zusters van Hasselt 1), des heeren straet 2), Jan Gatis 3); nog een heijke genaamd "die Wolffs Kele", palend Jan Swinnen 1), tsheeren straet 2) en de zusters van Hasselt 3); nog een beemd aan het voorschreven huis gelegen, grenzend de Laeck 1), de Broeck Stege 2), de zusters van Hasselt 3); nog een bluexken in Zourle gelegen, grenzend Jan Corthouts 1), Catlijn Baers 2) en tsheeren straet 3). Philips draagt deze goederen op opdat Anthonis hem zijn leven lang kost, drank en kleren zal geven en hem zijn leven lang houden in ziekte en gezondheid van al hetgeen hij zal nodig hebben, zonder uitzondering. Anthoen zal tevreden zijn met de huur ervan volgens de condities die Philips hiervoor heeft gemaakt met huurder Aerdt Lambrechs en zijn huisvrouw Catlijn Baers. Anthonis Lieffkens is met recht ter gichte komen.

 

1616, 10 november. Folio 282v

Pouls Vanderbiesemen draagt op tot behoef van Maria Vander Biesemen zijn tocht van een huis met een moeshof in Schuelen gelegen, grenzend Geert Kannaerts aan twee zijden, tsheeren straet 3) en Aerdt Hermans 4). Maria Vander Biesemen kwam ter gichte.

Nu tocht en eigendom in dezelfde handen zijn, draagt Maria Vander Biesemen met haar door het recht geleverde momber Jan Wagemans dit goed op tot behoef van Jan Loens voor 9 rinsgulden 10 stuivers jaarlijks kwijtbare rente tegen den penninck twintich (5%). Alle lasten zullen daaraan korten. Jan Loens belooft onderpand te stellen. Godtspenninck 2 stuivers, lijcop nae landtcoop.

 

1616, 10 november. Folio 283

Jan Loens draagt op tot behoef van Maria Vander Biesemen het voorschreven huis en hof tot pand voor 9 rinsgulden 10 stuivers jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten tegen 5%. Maria kwam met recht ter gichte. Dit goed sorteert gedeeltelijk onder Herck en daarom wordt hetgeen hier sorteert genomen op 100 rinsgulden.

 

1616, 10 november. Folio 284

Jacop Coppens draagt op tot behoef van Willem Hermans een bloeck aan de Geijtelinge gelegen, grenzend tsheeren straet aan 3 zijden en Aerdt Van Postel 4), tot pand voor 3 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Martensdach en voor het eerst op Martini 1617. Te leggen met 50 gulden lopend geld waarvan de kleinste munt 10 stuivers is. Willem kwijt Jacop de koop van eiken die hij tevoren gedaan heeft, staande op de goederen van Jacop. Willem Hermans kwam met recht ter gichte en heeft alle hoeffrechten betaald.

1620 de laatste april heeft Jan Seeus aan Jan Coppens en zijn panden deze 3 gulden jaarlijks gekweten en bekent dat hij van alles voldaan is.

 

1616, 10 november. Folio 284

Voor Aerdt Hermans werd een erf gepaald in Schuelen met instemming van de naburen aan zijn panis omdat bij gerechtelijke visitatie was gebleken dat het panis "overgetummert" was op de straat door Henrick Everaerts zaliger. Het werd gepaald met 3 stenen: twee op elke hoek aan de oostzijde en de derde westwaarts aan de hoek van de moeshof. Conditie: Aerdt en zijn nakomelingen zullen jaarlijks voor het paanhuis en voor het huis en hof op Remigius 10 stuivers grondcijns betalen. Aerdt werd in de paling gegicht met recht.

 

1616, 15 december. Folio 286v

Aerdt Tijs of Scabben releveert het versterf dat hem na de dood van zijn oom Aerdt Tijs is aangekomen: een stuk land in Schuelen gelegen, genaamd "die Mier"; 1 zille broek int Frasebroeck, grenzend de erfgenamen Willem Vanden Roeij 1), het klooster van Herckenroeij aan de andere zijden. Aerdt is met recht ter gichte gekomen.

 

1616, 15 december. Folio 287

Henrick Convents momber van zijn vrouw Maria Joris releveert na de dood van haar vader Dionijs Jeuris een blook in "Voertken" boven de molen gelegen, grenzend de oude beek 1), Huijbrecht Maechs 2), Geert Claes 3) en Jan Inde Savel erfgenamen 4).

 

1617, 12 januari. Folio 290

Lambrecht Witters draagt op tot behoef van Michael Matheij een stuk broek in Stal gelegen int Waterbroeck, grenzend de erfgenamen Peeter Van Ham 1), de erfgenamen Huijbrecht Maechs 2), de prelaat van Everbode 3) en Peeter Knapen 4); 2 eussels daaraan gelegen, grenzend de prelaat van Everbode 1), Peeter Knapen 2), Aerdt Dierix 3) en Peeter Van Ham 4). Draagt deze goederen op als pand voor 12 rinsgulden jaarijks met valdag op Epifanie, los en vrij van alle belastingen te betalen. Te kwijten met 200 rinsgulden lopend geld en met volle pacht. Het goed is enkel met cijns belast. Godtspenninck 1 blanck. Michiel Mathei kwam ter gichte en betaalde de hofrechten.

1627 op 20 mei heeft Aerdt Vanden Berghe, uit kracht van constitutie aan hem gegeven door Machiel Mattei voor de schepenen van Beringen op 8 mei 1627 en ondertekend door secretaris Henrick Cogen, aan Peeter Cnapen, nu erfman en houder van deze panden, deze 12 rinsgulden jaarlijks gekweten. Kapitaal en alle verlopen werden betaald.

 

1617, 09 februari. Folio 295

Peeter Weerts draagt op tot behoef van Peeter Pinxten een stuk broek in Castel gelegen, grenzend Mathijs Van Ham 1), Jan(?) Hueveners 2), Jacob Roesbooms erfgenamen 3) en de beek 4). Voor 175 gulden en 5 gulden voor verkopers huisvrouw als kermis. Het is belast met 14 stuivers aan de armen van Beringen en met cijns. De koper moet 5,5 rinsgulden jaarlijks afleggen zoals Bernaerts Ceijsens en anderen op dat goed trekken. Lijcop 15 stuivers, godtspenninck 10 stuivers. Peeter Pinxten is met recht ter gichte gekomen.

Bernaerdt Ceijsens heeft in naam van Andries Ceijsens Peeter Pinxten gekweten van de voorschreven 5,5 rinsgulden jaarlijks. Hij heeft ervoor 100 gulden kapitaal ontvangen, 5 gulden van pontgeld en rente naar verloop van tijd.

 

1617, 25 februari. Folio 297

Jan Reijnders van Coorsel, als momber van zijn huisvrouw Margriet Cremers, en Jan Noop momber van zijn vrouw Margriet Knapen, mede ook in naam van zijn zwager Jan Knapen, releveren het versterf dat hen is verstorven na de dood van Anna Joachims alias Vanden Put, waar Sebastiaen Van Houdt onlangs als tochter is uitgestorven: een stuk land genaamd "het Leulen", grenzend Heijloff Dillen 1), Jaspar Tielens 2), tsheeren aerdt of die Scrick Heijde 3); een stuk broek genaamd "die Bogaerden", grenzend Henric Jans erfgenamen 1), Heijloff Dillen 2), Jan Reijnders 3). Ze kwamen met recht ter gichte.

 

1617, 09 maart. Folio 297v

Heer Frans Smeets, pater van de Bogaerden van Diest, kwijt Aerdt Geuris en zijn panden van 2 rinsgulden en 10 stuivers jaarlijks. Hij heeft ervoor 45 rinsgulden ontvangen. Heer Frans zal dit geld weer tot profijt van het klooster beleggen. Kapitaal en alle verlopen werden voldaan.

Op 28 augustus 1617 hebben Reijnder en Margriet Domen opgedragen tot behoef van de Bogaerden van Diest "in Weijens Hoff" 2,5 gulden op huis en hof, groot 5 zillen, in Geneberge gelegen, waar dit geld werd herbelegd. De akte werd hier getoond.

 

1617, 09 maart. Folio 297v

Gielis Cornelis draagt op tot behoef van Mathijs Bluexs een stuk land in Castel onder Coorsel gelegen, grenzend Mathijs Weerts aan drie zijden en de straat 4); nog een beempt daarachter gelegen, palend Valentijn Convents erfgenamen 1), Mathijs Weerts aan de andere zijden. Voor 400 rinsgulden Brabants eens en 8 gulden voor een kermis voor verkopers huisvrouw boven de uitgaande lasten. Voor deze 400 rinsgulden zal Mathijs Bluexs jaarlijks aan dit goed 20 rinsgulden blijven gelden met valdag op Sint-Egidius en voor het eerst in 1617. Te kwijten in twee termijnen van telkens 200 rinsgulden lopend geld en daarmee 10 rinsgulden jaarlijks kwijten. Mathijs moet nog voldoende onderpand stellen. Mathijs Bleuxs is met recht ter gichte gekomen; lijcop nae landtcoop, godtspenninck 4,5 stuivers.

 

1617, 09 maart. Folio 298

Mathijs Bluexs draagt op tot behoef van Gielis Cornelis het voorschreven goed uit de vorige gicht tot pand gesteld voor 20 rinsgulden jaarlijks met valdag op Sint-Gielisdach en voor het eerst in 1617. Te leggen met 400 rinsgulden lopend geld in twee termijnen. Mathijs draagt als onderpand huis en hof op in Stal gelegen, grenzend Mathijs Van Ham 1), Catharina Vogelers 2) en Peeter Pinxten 3). Eventueel kunnen Gielis Cornelis of zijn nakomelingen hieraan hun verhaal hebben. Gielis kwam ter gichte.

 

1617, 09 maart. Folio 298v

Geert Claes draagt op tot behoef van Jan Hueveners anderhalf halster land int Grootvelt in Coorsel gelegen, grenzend mr. Jan Wouters aan twee zijden, Bernaert Ceijsens 3); een stuk land van 2 halsters sorterend in de Brabantse bank, voor 320 gulden en een rosenobel voor een kermis. Enkel belast met cijns, godtspenninck 1 reael, lijcop nae landtcoop. Jan Hueveners kwam ter gichte. Hetgene hier sorteert is geschat op 120 gulden.

 

1617, 09 maart. Folio 300

Mathees Van Pael draagt op tot behoef van Jan Paep een rente van 5 gulden en 1 braspenninck, of volgens de gichte luidt, met alle verlopen ervan tot datum van vandaag gevallen, staande op panden van de erfgenamen Henrick Everaerts in Schuelen. Voor 80 rinsgulden Brabants eens. Deze verkoop werd 25 jaar geleden gedaan en betaald. Het geld ervan werd onder andere geappliceerd tot afkwijting van een rente van 9 gulden jaarlijks die Michiel Scoenmakers trok op een beemd gelegen onder Peer. Jan Paep is met recht ter gichte gekomen.

 

1617, 09 maart. Folio 300

Peeter en Laureijs Tijs hebben ontvangen na de dood van Sebastiaen Van Houdt als tochtenaar en zijn huisvrouw Anna Joachims een stuk land in Coorsel genaamd "het Leulen"; nog een stuk broek genaamd "die Bogarden" en al wat hier sorteert.

 

1617, 15 maart. Folio 301

Peeter Teggers, uit kracht van procuratie aan hem gegeven door Peeter Swinnen en Jan Grieten als momber van zijn vrouw Heijloff Swinnen, present en instemmend, op 3 maart 1617 voor het gerecht vander Houeijcken en ondertekend door Jheronimus Windelen secretaris, draagt op tot behoef van Jan Reijnders een stuk erf van omtrent anderhalf boender gelegen in den Hoigen Bossch. Het grenst de erfgenamen Huijbrecht Maechs O, Jan Houben W. Niet belast dan met cijns aan de heer en schattingen. Voor 15 gulden eens. Lijcop nae landtcoop, godtspenninck nihil. De verkopers verklaren dat ze het hout op het goed voor deze datum aan Jan Reijnders gegeven hebben en als het goed "beschudt" wordt, dan zal Jan Reijnders het schaarhout volgen en niet de bescudder (naderling). De verkopers staan garant voor een goede gicht met hun goederen onder der Houecjken en Beringen gelegen. Jan Reijnders kwam met recht ter gichte.

 

1617, 06 april. Folio 302

Niclaes Briers, met instemming van zijn huisvrouw Maria Teewis alias Bijnens, draagt op tot behoef van Peeter Aerdts 6 rinsgulden jaarlijks staande op huis en hof van Peeter Lemmens in Laren sinds 16 januari 1614 als Margriet Corthours aan Maria Teewis 6 gulden jaarlijks gichte. Draagt nog met zijn huisvrouw op 5 gulden jaarlijks staande op panden van Lenaerdt Vander Eijcken in Schuelen sinds 22 oktober 1613. Hiervoor kwijt Peeter Aerdts Niclaes en zijn panden van 7 rinsgulden jaarlijks zoals hij op diens huis en hof in Laren trok. Deze 7 rinsgulden waren zwaar geld en daarom heeft Peeter aan Niclaes nog 66 rinsgulden 15 stuivers toegegeven en een halster koren. Lycop 10 stuivers. De partijen zijn ter gichte gekomen.

 

1617, 06 april. Folio 302v

Tielman Henrix alias Crompvoets releveert het versterf dat hem vanwege zijn linagie als naaste erfgenamen van Anna Vande Put is aangekomen: een stuk land achter Bernaert Ceijsens hof, grenzend Oriaen Oriaens 1), Peeter Van Houdt 2), Bernaert Ceijsens 3) en Peeter Leijsen 4); een beempt met twee eusselen genaamd "de Laeck Beempt" , palend Jan Van Soerloeck 1), Valentijn Claes 2), Wouter Vrancken 3), die Breedonck 4). Tielman is met recht ter gichte gekomen.

 

1617, 06 april. Folio 302v

Peeter Van Houdt releveert het versterf dat hem via testament gemaakt is door Anna Put: een stuk land naast "die Huesden Straet" gelegen, grenzend Bernaert Ceijsens 1), Peeter Leijsen 2), de Huesden Straet 3) en Peeter voorschreven 4).

 

1617, 10 april. Folio 308

Jan Reijnders en Jan Noop als momber van zijn huisvrouw Maria Knapen releveren het versterf dat hen is aangekomen na de dood van Anna Joachims of Vande Put, waar Sebastiaen Van Houdt als tochtenaar is uitgestorven: een beempt genaamd "den Laeckbeempt", grenzend Jan Van Soerloeck, Valentijn Claes, Wouter Vrancken en de beek; een stuk land achter Bernaert Ceijsens hof, grenzend Oriaen Oriaens, Peeter Van Houdt, Peeter Leijsen en Bernaert Ceijsens. Releveren alles wat hier sorteert en ze kwamen ter gichte.

 

1617, 20 april. Folio 310

Huijbrecht Wouters draagt op tot behoef van Lenaerdt Vander Eijcken een stuk land van omtrent "vierdalff"( 3,5) vat saeijens in Schuelen gelegen, genaamd "die Helle", regenoten mr. Jan Neven erfgenamen 1), Beckers Velt 2), "het Hellen Bosken" 3) en de straat 4), als pand voor 6 rinsgulden en 10 stuivers jaarlijks met valdag op Sint-Jorisdach en voor het eerst 1618. Af te kwijten met 100 gulden lopend geld, de helft in philips daelders en de andere helft in cruijsdaelders, met rente naar tijdsverloop. Godtspenninck 3 stuivers, lijcop 30 stuivers. Huybrecht staat garant voor een goede gicht en Lenaerdt Vander Eijcken is met recht ter gichte gekomen.

 

1617, 24 april. Folio 312v

Michiel Nijns, in de naam van Henrick Van Nerum als momber van zijn vrouw Catharina Heijns, releveert het versterf dat haar is aangekomen na de dood van Agneta Gielis waar Gielis Mentens als tochter is uitgestorven: "den Gielis Beempt" in Coorsel gelegen, grenzend Jan Smeets erfgenamen 1), Bartholomees Tielens 2), de beek 3) en al wat hier sorteert.

 

1617, 24 april. Folio 312v

Marten Beerten als vader en momber van Mathees, Maria, Catharina en Elisabeth Beerten releveert het versterf dat hen na de dood van hun nicht Maria Van Heerle is aangekomen en waar Geert Vanden Bossch als tochter is uitgestorven: een goed onder Schuelen in "die Gijskens Hoeffe" gelegen. Marten kwam in de naam van zijn kinderen ter gichte.

 

1617, 24 april. Folio 312v

Jan Aerdts als momber van zijn huisvrouw Dimpna Van Heerle en ook voor haar andere zusters en broers Mathees, Jan, Henrick, Willem, Aerdt, Maria, Elisabeth en Catharina Van Heerle heeft het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun nicht Maria Van Heerle is aangekomen en waar Geert Vanden Bossch als tochter is uitgestorven: een erf onder Schuelen in "die Gijskens Hueffve" gelegen.

 

1617, 08 juni. Folio 314

Jan Van Elsrack, met instemming van zijn echtgenote Agnees Jans wettige dochter Philips Jans, heeft opgedragen voor de schepenen en voor meier en laten van de hof van Malepeerdt 10 rinsgulden Brabants jaarlijks die hij assigneert op een erf onder Schuelen gelegen, genaamd "den Padden Poel" met "het Smisse Veldeken", grenzend Gielis Coex aan twee zijden, Geert Cremers 3) en de straat 4). Tot behoef van het convent van Everbode voor 200 rinsgulden Brabants eens. Hij heeft het geld ontvangen uit handen van mr. Jan Winters in naam van het convent. Valdag jaarlijks Servatij en voor het eerst in 1618. Los en vrij van alle belastingen en te kwijten met geld dat bij de afkwijting zal gangbaar zijn volgens de valuatie van Hasselt. Jan Van Elsrack staat garant met al zijn andere goederen. Lijcop 20 stuivers, godtsgeld 3 stuivers. Mr. Jan Winters is in de naam van het klooster van Averbode ter gichte gekomen en de verkoper heeft de pontpenningen betaald en de koper de hofrechten belopende op 38 stuivers.

 

1617, 08 juni. Folio 315

Frans Braems en Elisabeth Bosmans releveren na de dood van hun nicht Anna Mutsen een bloexken in Coorsel gelegen, genaamd "het Mutsen Hoeffken", grenzend die Scrick Heij aan twee zijden, de erfgenamen Andries Moens 3). Ze kwamen ter gichte.

 

1617, 08 juni. Folio 316

Scheiding en deling tussen Jan en Maria Gathuijs, broer en zuster.

Deling voor Jan Gathuijs: 1) huis en hof in Rue, groot omtrent 11 vat saeijens, grenzend tsheeren straet, de zusters van Hasselt, Aerdt Lambrechts en Peeter Stessens. Belast met 18 rinsgulden jaarlijks waarvan Maria voor haar gedeelte 7 gulden moet afnemen en betalen; 2) een boender broek palend Servaes Joupen, Peeter Stessens, de zusters van Hasselt en de Laeck; 3) een stuk erf genaamd "den Driessch", palend de Laeck, Quirijn Opde Beeck, Lenaerdt Vander Eijcken; 4) een sille broek grenzend Servaes Joupen, Jan Weijens en die stege; 5) 5 gulden jaarlijks staande op panden van Jan Bremers; 6) "den Lummen Driessch" grenzend Servaes Joupen en des heeren straet.

Het deel voor Maria Gathis: 1) een sille broek aan de Donck gelegen, grenzend Gielis Coex, Jacop Smeets en Ambrosius Vander Eijcken; 2) een stuk erf genaamd "die Bempdekens", palend Jan Lemmens, de zusters van Hasselt; 3) "die Mier" grenzend de Kerckstege, Jan Verneijen; 4) een stuk erf genaamd "den Voetpadt" onder Berbroeck gelegen, grenzend Peeter Jans, Jan Swinnen; 5) een stuk erf genaamd "die Heijde", palend de straat, Servaes Joupen, joncker Jan van Gelmen, dat Maria als pand stelt voor de voorschreven vernoemde 7 gulden die ze haar broer afneemt van zijn deel; 6) een huis staande op de schans in Schuelen. Maria zal nog 6 van de beste eiken op het gedeelte van Jan mogen houwen.

Op 8 juni 1617 verschenen Jan Gatis en zijn zuster Maria Gatis met haar momber Gielis Coex, door het recht verleend, en ze hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel.

 

1617, 05 juli. Folio 319v

Aerdt Dierix, in naam van de Armen van Coersel, releveert het legaat dat aan de armen werd gemaakt door Anna Mutsen, de huisvrouw van Sebastiaen Van Houdt: een mud rogge en een vat "eerten" jaarlijks staande op een stuk land genaamd "het Wierix Velt", palend Peeter Leijten 1), Bernaert Ceijsens 2), "die Huesden Straet" 3); nog op een stuk broek genaamd "den Laeckbeempt", palend Valentijn Claes, de Laeck en Jan Van Soerlick. Aerdt kwam in de naam van de armen ter gichte.

 

1617, 05 juli. Folio 321v

Peeter Leijsen, in naam van de burgemeesters van Coorsel, draagt op tot behoef van Marten Aechten een stuk erf uit de gemeijnte opgenomen aan "de Hommelaeck", grenzend "de Hommelaeck" 1), de straat 2), Peeter Leijsen 3) en Houb Houben 4), voor 32 gulden eens. Godtspenninck voor de kerk van Coorsel 20 stuivers. Marten Aechten is ter gichte gekomen.

 

1617, 05 juli. Folio 321v

Jan en Peeter Vanden Hove releveren na de dood van hun ouders een stuk land in Coorsel gelegen genaamd "het Kercken Bloeck" met al hetgeen hier nog sorteert.

 

1617, 05 juli. Folio 321v

Jan Vanden Hove en Servaes Moens als mombers voor de kinderen Cornelis, Servaes, Maria en Catlijn Moens releveren na de dood van de ouders van deze kinderen huis en hof in Molem gelegen, grenzend Henrick Spuens 1), de erfgenamen Heijloff Huets 2), de straat 3) en al wat hier verder sorteert.

 

1617, 05 juli. Folio 322

Jan Vander Biesemen draagt op tot behoef van Lambrecht Claes een stuk erf gelegen in zijn moeshof te Schuelen, zoals de partijen het afgetekend hebben. Lambrecht zal tussenin een doornenhaag zetten. Voor 7 rinsgulden Brabants jaarlijks, te kwijten tegen den penninck twintich (5%) met valdag op Sint-Maartens voor het eerst in 1608, te betalen aan Maria Vander Biesemen de zuster van Jan voorschreven. Jaarlijks tevens een capuin herencijns betaen in Lumpmen. Lambrecht zal binnen de drie eerstvolgende jaren een huis daarop timmeren voor een onderpand en Lambrecht zal drie jaren mogen wonen in de kamer van Jan Vander Biesemen met ingang van half maart 1618 mits jaarlijks daarvoor 2 rinsgulden te geven. Lambrecht moet nog geven aan de huisvrouw van de verkoper voor een kermis 2 rinsgulden eens. Godtspenninck 21 groot, lijcop 3 gulden. Lambrecht Claes kwam met recht ter gichte.

1618 op 3 juli heeft Lambrecht Claes de naderschap bekend van deze koop aan Jan Verneijen en bekend dat hij zijn geld terugkreeg. Jan Verneijen is ter gichte gekomen.

 

1617, 05 september. Folio 324v

Willem Reeberchs als man en momber van zijn vrouw Margriet Buelens (Reeberchs) releveert het legaat dat haar is gelaten door Ursula Buelens: 10 stuivers jaarlijks staande op panden van Gielis Coex, genaamd "den Stap Hoff". Willem kwam in de naam van zijn huisvrouw ter gichte.

 

1617, 05 september. Folio 324v

Willem Buelens met zijn voorgenoemde (vorige gichte) huisvrouw kwijt Gielis Coecx en zijn panden van de voorschreven 10 stuivers jaarlijks. Ze zijn van alles voldaan.

 

1617, 05 oktober. Folio 326

Peeter Van Meuwen draagt op tot behoef van de kerk van Lumpmen een stuk broek onder Schuelen gelegen, genaamd "die Kroler Zille", palend de Laeck aan twee zijden, "het Robijns Broeck" 3); een stuk broek genaamd "den Bullens Bampt", palend Joris Vander Eijcken 1), de Laeck 2), "den Huijven Beempt" 3). Enkel belast met cijns. Opgedragen als pand voor 6 gulden jaarlijks met valdag op Remigii en voor het eerst in 1618. Terugbetalen met 100 gulden geld zoals ten tijde van de kwijting gangbaar is en met rente naar verloop van tijd. Peeter heeft pontgeld en hofrechten betaald en Henrick Hagels is als kerkmeester ter gichte gekomen. Het geld komt van een blook door Heijloff Huets aan de kerk gemaakt en door Marten Mees gekocht.

 

1617, 19 oktober. Folio 327

Henrick Kenens draagt op tot behoef van Peeter Pinxten een stuk erf in Castel gelegen, grenzend de Heerbaen 1), Mathijs Van Ham 2), de Veltstraet 3). Voor 100 gulden eens en 2 gulden voor een kermis in gereed geld (contant) te betalen. Voor die 100 gulden zal Peeter jaarlijks aan het goed 6 gulden gelden met valdag op Allerheiligen en voor het eerst in 1618. Terugbetaalbaar met 100 gulden in lopend geld. Peeter draagt als onderpand op een stuk broek int Sluijs Broeck gelegen, grenzend Thijs Van Ham 1), de beek 2) en de erfgenamen van Kerst Roesboems 3). Godtspenninck 2 blancken, lijcop 3 gulden. De partijen kwamen wederzijds ter gichte. Peeter betaalde alle hofrechten.

Op 21 februari 1621 heeft Henrick Kenens aan Peeter Pinxten deze rente gekweten. Hij is zowel van kapitaal als van verlopen intrest voldaan.

 

1617, 19 oktober. Folio 327v

Peeter Tummermans, met instemming van zijn huisvrouw Margriet Hueveners, draagt op tot behoef van Mathees Hueveners 20 stuivers jaarlijks zoals ze jaarlijks trekken op panden van Peeter Van Meuwen, voorheen Loich Gatis in Schuelen. Voor 18 gulden Brabants eens die hij ontvangen heeft. Godtspenninck 1 oord.

 

1617, 19 oktober. Folio 327v

Quinten Hueveners, met zijn momber Lenaerdt Van Swartebroeck, draagt op tot behoef van Mathees Hueveners 20 stuivers jaarlijks, die de wederhelft zijn van 20 stuivers jaarlijks uit de voorgaande gichte, voor 18 gulden eens. Quinten staat aan zijn schoonzoon Willem Cuepers toe om die 18 gulden te ontvangen op conditie dat hij een stenen schouw zal "leggen" in het huis dat Quinten gaat toekomen. Mathees is ter gichte gekomen.

 

1617, 19 oktober. Folio 330

Philips Vande Laer draagt op tot behoef van Jan Corthours een stuk erf in Schuelen achter zijn schuur gelegen, palend de straat 1), Herman Roelandts 2), de erfgenamen Jan Van Buijlen 3), Jan Wagemans 4) en Jan Corthouts voorschreven 5); nog een bos op de "Heroens Straet"(?) in Schuelen gelegen, grenzend de straat 1), de erfgenamen Geert Swinnen 2), Willem Oeijen 3) en Mathees Hueveners 4), voor 250 rinsgulden. Het goed is belast met cijns en 2 blancken brantschadt. Godtspenninck 6 stuivers, lijcop nae landtcoop.