RAH Schepenbank Lummen nr. 73

Gichten Loons recht buiten vrijheid

april 1566 - juli 1573

 

1566, 04 april. Folio 01

Goris en Jan Coex, broers, spreken ook in naam van hun broer Lieben en hun zuster Cristijn Coex. Ze geven in erfcijns uit aan Aerd Stramparts wettige man en momber van hun nicht Marie de goederen die ze onder Schuelen liggen hebben. Dat gaat om de schuur, stallingen, mesthof, land, bos en beemden die hen in deling gevallen zijn na de dood van hun ouders. Aert Stramparts heeft daarvan de wederhelft als momber van zijn huisvrouw voorschreven. Het goed grenst 'die Custers Straet' 1), Marie Zentens 2), meester Govaert Vanden Roije 3) en Aert Stramparts 4), op voorwaarde dat Aert Stramparts aan Goris en Jan met hun megeringen jaarlijks en erfelijk voor de voorschreven goederen, hun kindsgedeelte, betalen zal 22 rinsgulden Brabants. Hieraan zullen in mindering komen de uitgaande lasten: de helft van alle vernoemde lasten 'int gross' op 22 gulden Brabants die Aerdt als momber van de goederen van zijn huisvrouw en van de goederen van de verkopers schuldig is 'all haerdt deen bij den anderen gelegen'. Het gaat om huis en hof, de gehele beemd met het bos en 'cleijn hoeffken' aan elkaar klevend en bij de andere gelegen. Belopen de lasten van de verkopers meer dan 11 gulden Brabants dan zullen die Aerd dienen. Mochten ze minder dan 11 gulden zijn, dan zal het de verkopers dienen. Aan de uitgaande lasten zal de grondcijns niet korten noch het 'herberch coeren'. Tevens is voorwaarde dat de verkopers de overschot jaarlijks zullen trekken boven de uitgaande lasten. Aerdt zal die mogen assigneren in andere renten of andere goede panden.

De verkopers gichten hun gerechtigheid aan Aerd voorschreven van een beemdje geheten 'den Plass', grenzend Nijs Alen 1) en Henrick Van Nedercosen erfgenamen 2), voor de lasten die jaarlijks aan het beemdje uitgaan. Maar indien Aerdt de verkopers hun jaarlijks overschot niet assigneert in andere renten, zoals voorschreven is, zal hij hen goed onderpand stellen op het kindsgedeelte van zijn huisvrouw. De verkopers stellen hun jaarlijkse overschot garant voor hun broer en zuster, die nog onmondig zijn, tot de tijd dat ze oud genoeg zijn om met de voorgaande gicht in te stemmen. De verkopers hebben hulp gevraagd van familieleden en buren Willem Vanden Roije, Jan Schuermans en Jan Zwalen en daarom betaalt Aert aan hen het gelach van 32,5 stuivers Brabants, die hij in mindering zal brengen van de eerste rente die aan de verkopers zal vallen. Deze goederen zijn verhuurd aan Henrick Wouters 'den wenne'. Voorwaarde is dat de verkopers de goederen zullen vrij maken van alle jaarlijkse lasten die al gevallen zijn of vallen zullen half maart eerstkomend, dus over een jaar, als ze aan de koper de goederen kunnen leveren. De vruchten zijn er dan af en dan zal Aerd de rente betalen. Aerdt Strampaerts is met recht tot de gichte gekomen volgens de bovenstaande voorwaarden. Tevens zijn Goris en Jan Coex voor hen en voor hun megeringen voorschreven tot de gichte gekomen aangaande de jaarlijkse rente voorschreven.

In 1568 heeft Lieben Coex bekend dat hij ten volle betaald is door Aerdt Strampaerts van de 11 rinsgulden jaarlijks voorschreven.

Op 12 juni 1572 heeft Maria Snijers de voorschreven gicht goedgekeurd.

 

1566, 04 april. Folio 02

Reijner Wouters alias Blesers heeft, volgens de getoonde niet-herroepbare procuratie, opgedragen tot behoef van Dimpna Vleminx een beemd onder Schuelen gelegen, geheten 'dat Groot Roest', omtrent 1,5 boender, grenzend 'den Huijven Beempt' 1), de Laeck 2), Jannes Meukens 3) en Bartholomeus Claes erfgenamen 4); nog een stuk land van omtrent 4 halsters zaaiens, grenzend de erfgenamen van Herman Claes 1), Maria Claes 2), 'het Lanck Velt' 3), de erfgenamen van meester Jan Van Gelmen 4), samen als een pand voor 11 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. De rente moet kosteloos en schadeloos, vrij van alle schattingen, betaald worden. Maria Claes of haar nakomelingen mogen de last aflossen met 16 rinsgulden Brabants per gulden eens in een keer en met rente volgens het verloop van de tijd. Reyner Wouters heeft met zijn huisvrouw Katherijn Droechmans als bijpand gesteld haar kindsgedeelte in Schuelen gelegen. Dat gaat om huis en hof met al haar andere goederen die erbij gelegen zijn. Willem Bouwens is in de naam van Dimpna Vleminx met recht tot de gichte gekomen. Reijner staat een gezegelde brief toe. Dimpna heeft het pontgelt met de andere hofrechten betaald, die samen belopen op 9 rinsgulden 13,5 stuivers.

Hierna volgt de procuratie. De burgemeesters, schepenen en de raad van de stad Diest verklaren dat voor hen Marike Claes alias Van Schuelen dochter van wijlen Jannes is verschenen. Ze stelt in haar plaats en geeft volkomen macht en vaardigt af, onherroepelijk, mits deze akte Reijnder Wouters alias Blesers haar schoonzoon om in haar naam te belasten een beemd geheten 'det Groet Roest', omtrent 1,5 boender groot; nog een stuk land van 4 halsters zaaiens. Beide percelen zijn in Schuelen gelegen. Hij mag ze belasten met een beetje meer dan 11 rinsgulden erfelijke rente. Hij mag geld ontvangen en kwijting geven voor alle hoven waar nodig. De erfrenten mogen gekweten worden tegen den pennnck zestien en met volle rente. Hij moet er een rekening van maken. Ze staat met al haar roerende en onroerende goederen garant voor hetgeen hij zal doen. Het stadsbestuur heeft het stadszegel van Diest aan deze oorkonde gehangen op 29 maart 1536, stijl van Luik. Getekend Oeteren.

 

1566, 20 april. Jaergedinge nae beloeken Paesschen. Folio 07v

Maria Van Cuelen met haar verleende momber Willem Roeselers heeft opgedragen aan haar zoon Peter Blueckmans haar tocht van een stuk land in Castell gelegen, grenzend Thonis Voegelers 1), Thijs en Jan Opte Bluecke voorschreven 2) en Jan Blueckmans de Jonge 3). Peter Blueckmans is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Peter Blueckmans opgedragen tot behoef van Thijs en Jan Opte Bluecke het bovengeschreven stuk land in ruil voor 2 andere stukken land onder de Brabantse bank en ook onder Beringen sorterend. Thijs en Jan geven nog 50 rinsgulden Brabants eens toe. Thijs en Jan zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 20 april. Jaergedinge nae beloeken Paesschen. Folio 08

Geertruijt Lenaerts heeft ontvangen na de dood van haar ouders 29 stuivers jaarlijks staande op panden van Peter Beerten in Oversel gelegen. Geertruyt Lenaerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 20 april. Jaergedinge nae beloeken Paesschen. Folio 08v

Henrick Meijen heeft ontvangen voor Jan, Sebastiaen en Jan Vaes het versterf dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: een uutfanck voor Sebastiaen Wijnen gelegen en nog een stuk erf op de 'Scrick Heijde' gelegen. Henrick is in de naam van de voorschreven personen met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 02 mei. Folio 08v

Jannes Meukens met zijn momber Henrick Windelen heeft opgedragen tot behoef van Gielis IJliaes een beemd onder Schuelen gelegen, geheten 'Meukens Roest', grenzend 'die Krieckels Laeck' 1), Aerdt Pijls 2), Peter Alen 3) en de erfgenamen van Sijmon Druechmans 4), als een pand voor 12 vaten rogge rogge jaarlijks 'Hesselts' maten met valdag op Sinte Gielisdag en voor het eerst in 1567 en daarbij nog 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met dezelfde valdag. Deze lasten mogen Jannes of zijn nakomelingen aflossen met 100 rinsgulden Brabants geld, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 2 rinsgulden. Gielis IJliaes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 09 mei. Folio 09

Maria Smans met haar verleende momber Willem Gueris heeft opgedragen aan haar zoon Jan Thewis haar tocht van huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Wouter Coex 1), 'het Lanck Velt' 2), 'die stege' 3); nog van een beemd 'opt Lutkensoer' gelegen, grenzend 'den Duijtsschen Bampt' 1), Aert Vanden Dwee 2); nog van een heike in 'Roijen' gelegen, grenzend 'den Lummens Driessch' 1), sheeren straet 2). Jan Thewis is tot de gichte gekomen met recht.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Jan Thewis opgedragen tot behoef van Peter Zwijns de bovenstaande stukken als een pand voor 1 rinsgulden Brabants jaarlijks en erfelijk. Die kan nooit afgelegd worden. Valdag op datum van gichten. Verkocht voor 20 rinsgulden eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Peter Zwijns is met recht tot de gichte gekomen.

Jan Thewis voorschreven heeft zijn moeder Maria Smans weer in haar tocht gesteld. Marie is tot de gichte gekomen met recht.

 

1566, 09 mei. Folio 09v

Wouter Srijcken heeft opgedragen tot behoef van Juliaen Gebelen 1 rinsgulden jaarlijks die hij gelden heeft op panden van Henrick Hoetzelen in Groelaren gelegen en nog 1 rinsgulden jaarlijks staande op panden van Peter Dillen onder Coerssel gelegen, alles volgens de inhoud van onze registers. Verkocht voor 35 rinsgulden Brabants eens. Juliaen is met recht tot de gichte gekomen. Wouter zal zijn huisvrouw Johanna Boijen brengen om met het voorgaande in te stemmen. Dat deed ze op 8 juli 1566.

 

1566, 09 mei. Folio 09v

Loijch Vander Vliet heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Leijsens een stukje broek gelegen in Eversell aan de vroende, geheten 'het Vranck Euwt', grenzend de vroende voorschreven 1), Thewis Jannes 2) en Jan Gathis 3), voor 40 rinsgulden Brabants eens boven de lasten. Alles is betaald 'in Brabants paijment' of 'bescheiden philipsdaelders'. Godspenninck een halve stuiver en lycoep nae lantcoep. Het voorschreven eussel is met nog ander goed hovend onder 'der Houeijcken' (Heusden) verkocht. Ffrans Leijsens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 09 mei. Folio 11

Jan Kenens alias Witters heeft opgedragen tot behoef van Henrick Houtmans en Laureijs Coppens, kwijtend hun panden van de 2 rinsgulden jaarlijks die hij daar op gelden heeft. Jan kreeg zowel het kapitaal als alle restanten betaald. Hiervoor heeft Laureijs in de naam van Aert Rijcken en nu de kinderen van zijn huisvrouw in hulp voor het kapitaal 7,5 rinsgulden eens gegeven. Omdat Jan Kenens nu maar vruchtgebruiker is van de rente van 2 rinsgulden jaarlijks heeft hij al zijn Loonse goederen opgedragen als een borg voor het geval dat Henrick Houtmans en Laureijs Coppens in de toekomst hierom problemen zouden krijgen. Henrick en Laureijs zijn tot de gichte gekomen. De eerste gicht van de 2 rinsgulden jaarlijks voorschreven zal men vinden op 21 februari 1482.

 

1566, 30 mei. Folio 12v

Jan Huben heeft opgedragen aan Peter Van Houte als momber van zijn huisvrouw Maria Huben zijn tocht van een stuk land gelegen int Groet Bloeck, grenzend Jeronijmus Huben aan 2 zijden, Hubrecht Opt Straet 3) en Jaspar Tielmans 4). Peter Van Houte is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Peter Van Houte opgedragen tot behoef van Jeronijmus Huben het voorschreven stuk land met nog een ander stuk land ook Int Groet Bloeck gelegen, grenzend de kinderen van Henrick Wijnen 1), Peter Neven 2), de pastoor van Coersel 3) en sheeren aert 4), voor ander goed sorterend onder de Brabantse bank. Voor de meerwaarde van dit goed geeft Jeronijmus nog 40 rinsgulden Brabants eens toe. De huisvrouw van Jeronijmus Huben is tot behoef van Jeronijmus met recht tot de gichte gekomen. Maria Huben, de huisvrouw van Peter Van Houte, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1566, 30 mei. Folio 13

Mathijs, Aert, Crijn en Anna Pouwels hebben ontvangen na de dood van hun zuster Dingen Pouwels huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden en Wilboerdt Gielis 3). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 30 mei. Folio 14v

Matheeus Tummermans met zijn huisvrouw Dingen Witters heeft opgedragen tot behoef van Aert Witters een stuk land onder Coersel tGenenstalle gelegen, grenzend de kinderen van Peter Willens 1) en Aert voorschreven rondom. Verkocht voor 50 rinsgulden Brabants eens boven de grondcijns. Aert Witters is tot de gichte gekomen.

 

1566, 30 mei. Folio 15

Henrick Vaes met zijn huisvrouw Maria Huesdemans heeft opgedragen tot behoef van Cornelis Cornelis de helft van 30 stuivers jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden van de erfgenamen van Jacop Mewis in Laren gelegen, volgens de inhoud van het register. Voor 11 rinsgulden en 5 stuivers eens op voorwaarde dat indien de 30 stuivers, in dit geval de helft daarvan, hoger te kwijten staan, dat Cornelis zal bijleggen. Staan ze minder dan 12,5 (men heeft vergeten dit bedrag aan te passen) rinsgulden dan zal Henrick toeleggen. Mochten er problemen komen in de toekomst betreffende de helft van deze 30 stuivers jaarlijks dan belooft Henrick borg te stellen onder de bank van Zuijlre. Cornelis is tot de gichte gekomen met recht.

 

1566, 30 mei. Folio 15

Reijner Wouters als momber van zijn huisvrouw Katherijn Droechmans en Willem Droechmans hebben het versterf ontvangen na de dood van hun ouders. Ze zijn tot de gichte gekomen van huis en hof in Schuelen gelegen met de 'vorste Bossch' bijeen gelegen, grenzend Herman Claes, sheeren straet, meester Jan Van Gelmen erfgenamen en Aert Vanden Dwee; nog een beemd geheten 'het Groet Roest' palend de Laeck, 'den Huven Bampt' en Jannes Meuckens; nog 'het Cleijn Roest' grenzend 'het Groet Roest' en de Laeck en nog al hetgeen hier nog sorteert.

 

1566, 30 mei. Folio 15v

Mathijs Clerx als H. Geestmeester van Beringen heeft de goederen ontvangen die deze H. Geest onder deze schepenbank heeft sorteren. Jannes Wijmans, sterfelijke gichtdrager van deze H. Geest, is gestorven en daarom heeft Mathijs Clerx voorschreven in zijn plaats gesteld als sterfelijke gichtdrager meester Claes Kalen alias Cremers wonend in Beringen.

 

1566, 15 juni. Folio 16

Jan Hoets en Jan Dingenen als momber van zijn huis vrouw Heijloff Hoets hebben het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van Aert Hoets alias Claes en zijn huisvrouw Dingen Pouwels zaliger. Dat gaat om huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet W en N, Wilboerdt Gielis Z en verder al wat hier sorteert. Jan Hoets en Jan Dingenen als momber van zijn huisvrouw zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 18

Cornelis Vanden Burch heeft opgedragen tot behoef van Willem Stapparts de 2 ringulden jaarlijks die hij gelden heeft op panden van Ffrans Stapparts, volgens de inhoud van de registers, voor 36 rinsgulden Brabants geld, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 26 stuivers Brabants. Willem Stapparts is tot de gichte gekomen met recht.

 

1566, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 18v

Willem Paelmans met zijn huisvrouw Ida Bruijnen heeft opgedragen tot behoef van Valentijn Convents een stuk broek gelegen 'int Sluijs Broeck' in Castel, grenzend 'den Copis Beempt' 1), de beek 2), Jan Bruijnen 3) en Wilboerdt Bruijnen 4). Verkocht voor 210 rinsgulden Brabants eens. Het goed is enkel belast met 1/3 van 1 penninck grondcijns. Godspenninck 3 stuivers en lijcoep nae lantcoepe. Valentijn Convents is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 19

Heijloff Berchmans heeft met haar verleende momber Willem Geerts opgedragen tot behoef van haar zoon Heer Goeswijn Berchmans haar tocht van 1/6 van een stuk broek gelegen aan 'dechterste moelen' in Castel, grenzend de Maelbeeck 1) en 'die Auwe Beeck' 2). Heer Goeswijn is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft heer Goeswijn Berchmans met zijn geleverde momber Peter Vanden Briele opgedragen tot behoef van Wouter Vanden Hove het voorschreven 1/6 gedeelte voor 35 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Wouter Vanden Hove is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 20v

Geert Corvers heeft ontvangen als 'Onser Liever Vrouwen meester' van Beringen de goederen die hier onder de bank sorteren. Hij stelde Jacop Munters als een sterfelijke gichtdrager.

 

1566, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 21

Henrick Winters heeft ontvangen na de dood van zijn ouders een huis tGeeneijcken gelegen, geheten 'den Liebaert'; nog een bloeck geheten 'het Stert Bloeck', grenzend de veldstraat 1), Joachim Lambrechts 2) en Thonis Cornelis kinderen 3); nog een stuk land geheten 'de Rue'; nog een stuk land geheten 'het Vorste Wildernisse'; nog een land 'het Echtersten Wildernisse'; nog een stuk land 'dAuwe Euwt'; nog 'dat Doerns Bloeck'; nog een stuk broek 'die Liesdonck'; nog een stuk land in Schuelen gelegen, geheten 'de Meer'; 'dat Haexbrouck'; 'dat Suijlremans Bloexken', 'dat Haspegouwe'; nog 30 stuivers jaarlijks aan panden van Jan Ginder Achter en al wat hier nog onder deze bank sorteert. Henrick Winters is tot de gichte gekomen met recht.

 

1566, 29 juli. Folio 21v

Voor Aerdt Vanden Dwee werd door het gerecht een stukje van de straat gepaald voor zijn huis in Schuelen gelegen, langs zijn erf. Het grenst Aert voorschreven N, sheeren straet aan de andere drie zijden. Voor 2 penninck grondcijns met valdag op Remigii. Aert is tot de gichte gekomen.

 

1566, 19 augustus. Folio 21v

Jan Kimps alias Zmeets met zijn huisvrouw Katherijn Zmeets heeft opgedragen, voor medeschepenen Willem Geerts en Jan Kenens, 3 rinsgulden Brabants jaarlijks staand op en aan een beemd onder Coersel gelegen bij 'de Breedonck', geheten 'den Langen Beempt'. Deze grenst Jeronijmus Hogen 1), Thomas Meijntens 2), Jan Leijsen 3). Deze 3 rinsgulden staan te kwijten met 50 rinsgulden Brabants eens. Op 5 september daarna is Peter Martens tot de gichte gekomen. Peter betaalde het pontgelt.

In 1570 op 23 februari heeft Peter Martens aan de panden van de kinderen van Thijs Hueveners de 3 rinsgulden jaarlijks gekweten op voorwaarde dat deze kinderen het testament dat gemaakt werd door Jan Kimps en zijn huisvrouw onderhouden en de voorwaarden niet breken.

 

1566, 05 september. Folio 22v

Jacop Svroijen met zijn huisvrouw Lijssbeth Bogaerts heeft opgedragen tot behoef van Anna Vernijen huis en hof 'opte Sappe' in Schuelen gelegen, grenzend Reijner Schuermans 1), Peter Otten 2) en sheeren straet 3). Belast met 2 rinsgulden en 5 stuivers jaarlijks en met 2 penninck grondcijns. Boven deze last zal Anna voorschreven nog 4 rinsgulden jaarlijks gichten, zoals hierna volgt. Anna is tot de gichte gekomen met recht.
Anna Vernijen met haar verleende momber Marten Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Jacop Svroijen als momber van zijn huisvrouw het voorschreven huis en hof en daarbij nog een stukje broek op de Laeck gelegen, geheten 'de Croekers Zille', grenzend 'het Grietken Broexken' toebehorend aan Nijs Kelberchs 1), 'het Robijns Broeck' 2) en 'die Krieckels Laeck' 3), als een pand en onderpand voor 4 rinsgulden jaarlijks. Anna of haar nakomelingen mogen deze 4 rinsgulden jaarlijks aflossen met 80 rinsgulden en met 1 rinsgulden jaarlijks per keer met 20 rinsgulden eens. Mochten Anna of haar nakomelingen problemen ondervinden betreffende dit goed, dan mogen ze dit in mindering brengen aan de 4 rinsgulden jaarlijks. De huurder mag huis en hof gebruiken tot half maart eerstkomend en Jacop zal de huur trekken. Daarom moet Jacop ook de lasten van dit jaar betalen. Jacop is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen. Anna heeft het pontgelt betaald met alle andere hofrechten zowel aangaande huis en hof als van de 4 rinsgulden jaarlijks. Godspenninck een halve braspenninck en lijcoep 2 rinsgulden.

 

1566, 19 september. Folio 24v

Ffrans Van Gelmen heeft opgedragen tot behoef van Peter Vanden Briele een half boender broek 'opt Roeijer Broeck' gelegen, grenzend Jannes Weijmans erfgenamen 1), Jan Spunx kinderen 2) en Michiel Alen 3); nog 19,5 stuivers Brabants jaarlijks staan op pand van de erfgenamen van Jheronimus Coppens. Dat gaat om huis en hof in Meldelaer gelegen. Deze goederen worden opgedragen als een ruil gedaan tussen Ffrans en Peter op ander goed gelegen onder Herck, sorterend in een laathof geheten 'Amoris Hoeff'. Peter Vanden Briele is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 03 oktober. Folio 24v

Melchior Laureten heeft opgedragen tot behoef van Joerden Ulselinx, burgemeester van de stad Hasselt, 3 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van Lenaerdt Lompen onder Schuelen gelegen, volgens de inhoud van het register, voor 50 rinsgulden Brabants geld. Jannes Otten is in de naam van Joerden Ulselinx met recht tot de gichte gekomen. De eerste gicht van deze 3 rinsgulden zal men vinden op 22 september 1558.

 

1566, 03 oktober. Folio 25v

Wouter Hoeffmans als kerkmeester van de kerk van Coerssel heeft opgedragen tot behoef van Henrick Gielis, nadat er in de kerk van 15 dagen tot 15 dagen drie zondagen geroepen was dat het met hogen en met de brandende kaars zou verkocht worden, een stuk broek onder Coerssel gelegen aan 'den Stock Wijer', grenzend Henrick Gielis voorschreven 1), Henrick Opt Straet erfgenamen 2), Loijch Beckers 3) en sheeren aert 4). Degene die het meeste ervoor zou geven, zou de naaste zijn. Met uitgaan van de kaars bleef de koop aan Henrick Gielis voor 136 rinsgulden Brabants eens boven de lasten, een halve stuiver als godspenninck, lijcoep nae lantcoep. Hiervan zal Henrick in contant geld 36 rinsgulden geven en de resterende 100 rinsgulden binnen het jaar en daarbij een rente van 6 rinsgulden eens. Henrick Gielis is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 17 oktober. Folio 26v

Jan Stapparts heeft ontvangen de 10 stuivers jaarlijks die hem verstorven zijn na de dood van zijn ouders, staande op panden van Quinten Hueveners opte Stappe onder Schuelen gelegen. Jan is tot de gichte gekomen.

 

1566, 21 november. Folio 27

Jan Geerts heeft opgedragen tot behoef van Berthel Bullekens als momber van zijn huisvrouw Christijn Geerts zijn tocht van de helft van een beemd onder Coersel gelegen, geheten 'den Echtersten Exels Beempt', waarvan de wederhelft toebehoort aan Jan Geerts voorschreven als tochter. De beemd grenst Valentijn Vaes 1), Jan Reijners 2) en de beek 3). Berthel is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

Nu tocht en erf samen zijn, heeft Berthel Bullkens met zijn huisvrouw Christijn Geerts deze helft opgedragen tot behoef van Aert Nelens voor 206 rinsgulden Brabants eens. De beemd is enkel met 2 penninck grondcijns belast. Godspenninck 1 stuiver en lycoep nae lantcoep. Aerdt Neelens is tot de gichte gekomen met recht. Berthel en zijn huisvrouw hebben alle goederen die ze nu hebben en later mogen bekomen opgedragen als een borg voor het geval dat het broek zwaarder belast zou zijn.

In1567 op 3 november heeft Aert Neelens naderschap bekend aan Henrick Geerts zoon van Jan van de voorschreven koop. Henrick Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 21 november. Folio 27v

Geert Jaenen heeft opgedragen tot behoef van Andries Huben een stuk boek onder Coerssel gelegen, geheten 'den Exels Beempt', grenzend Peter Neven 1), Jan Reijners 2), de beek 3) en de kinderen van Jan Beckers 4), voor een ander erf onder Houthalen gelegen. Ze geven elkaar niets toe. Andries Huben is met recht tot de gichte gekomen.

1566, 21 november. Folio 27v

Andries Huben voorschreven heeft opgedragen tot behoef van Jan Van Postel de voorschreven 'Exels Beempt' die hij van Geert Jaenen ontvangen heeft. Hij is enkel belast met 2 penninck grondcijns. Verkocht voor 157 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Jan Van Postel is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 21 november. Folio 28

Wouter Croechs heeft ontvangen 1 rinsgulden jaarlijks die hem verstorven is na de dood van zijn neef Jan Pouwels. Die staat gevestigd op panden van Anna Vernijen onder Schuelen gelegen. Wouter Croechs is tot de gichte gekomen met recht.

 

1566, 12 december. Folio 28v

Jeronijmus Vrancken met zijn huisvrouw Katherijn Jans en Wouter Stapparts hebben opgedragen tot behoef van Jan Stapparts hun gedeelte van 30 stuivers jaarlijks zoals ze die gelden hebben op panden van Quinten Hueveners onder Schuelen opt Stappe gelegen. De eerste gicht hiervan kan men vinden op 12 juni 1561. Verkocht voor 18 rinsgulden eens. Jan Stapparts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1566, 19 december. Folio 29

Aert Stramparts met zijn huisvrouw Maria Snijers heeft opgedragen tot behoef van Aert Vanden Bogaerde alias Gueris een stukje broek onder Schuelen gelegen, geheten 'die Plessen', grenzend Peter Frederix 1), de erfgenamen van Nijs Kelberchs 2), voor 18 stuivers Brabants eens boven alle uitgaande lasten, lijcoep 5 stuivers. Aert Vanden Bogaerde is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 09 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 29v

Jan Van Houte als momber van zijn huisvrouw Barbara Houtmans heeft het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: een stuk broek in Oversel gelegen; de hof aan 'den aensel' gelegen; nog een stuk erf geheten 'die Hoeven' en nog 'het Torff Broexken' bij 'den Goesens Wijer' gelegen. Jan is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen met recht.

 

1567, 23 januari. Folio 31

Wouter Loijchs als gemachtigde van Dierick Coeninxs, die momenteel in Antwerpen woont, heeft opgedragen aan Christiaen Clerx een mudde rogge en 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij gelden heeft op panden van de erfgenamen van Jan Clockluijers in Laren en daar in de buurt gelegen. De gicht zal men vinden op 22 mei 1539, voor 43 rinsgulden Brabants. Matheeus Frederix is voor Christiaen Clerx tot de gichte gekomen met recht.

1567, 23 januari. Folio 31

De onweerlegbare procuratie waarover in de bovenstaande gichte gesproken wordt, dateert van 4 januari 1564 en is geschreven volgens de 'costuyme' in de hof van Brabant.

Dierick Conincx anders Honichmans, zoon van wijlen Jan Coninx die men Honichmans heette, en waarvan de moeder zaliger Marie 'Inde Sterre' werd geheten, heeft uit vrije wil aan de notaris de opdracht gegeven om te machtigen mits deze akte aan Wouter Lodewijchs, rentmeester van het godshuis van Sinte Salvator bij en buiten de stad Diest gelegen, om in zijn naam alle schulden, pachten en rente te ontvangen die hem in Diest en daar in de buurt toebehoren. Hij mag er kwijting van geven, processen over voeren voor alle hoven waar dat nodig is. Lodewijchx mag tevens alle kopers gichten die hij zal kunnen vinden voor de renten. Deze goederen zijn aan Conincx verstorven na de dood van wijlen zijn voorschreven vader en moeder en aan hem via deling gelaten. Lodewijchs mag de kopers ook gichten en het geld ontvangen. Hij moet ervan een rekening kunnen voorleggen aan Conincx. Deze akte werd opgemaakt in Brussel in het huis van wijlen 'heeren Maximiliaens Transselvanij Ridders' staande bij de Savel Kercke binnen die stad. Getuigen: Wouter Creijten rentmeester en 'casteleijns van tslot van Bouchout' toebehorend aan de weduwe van wijlen heer Maximiliaen voorschreven en Hans Lauwer, knaap of dienaar, met vrouwe de weduwe van wijlen Geraert van Veltwijck Ridders. Ondertekend door Gielis Appelman notaris in Brussel, die aanwezig was toen deze akte werd opgesteld.

Wouter Loijchs heeft beloofd dat hij Dierick Coenincx voor het recht zal brengen binnen 1 of 2 jaar om in te stemmen met hetgeen hij heeft gedaan.

In 1570 op 12 januari heeft Dierick Conincks voorschreven de bovenstaande gichte van macht gehouden.

 

1567, 23 januari. Folio 32v

Maria weduwe van wijlen Geert Coex met haar verleende momber Ffrans Inden Bossch, heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Wouter Coex haar tocht van huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Aert Vanden Dwee 2) en Thewis Int Waelpot 3). Wouter Coex is met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, heeft Wouter Coex opgedragen tot behoef van Jan Vanden Venne het voorschreven huis en hof als een pand voor 3 rinsgulden Brabants met valdag op datum van gichten. Deze 3 rinsgulden jaarlijks kunnen afgelegd worden met 50 rinsgulden Brabants gevalueerd geld, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 10 stuivers. Wouter betaalde het pontgelt. Bij de afbetaling moet de rente worden opgelegd volgens verloop van de tijd. Jan Vanden Venne is met recht tot de gichte gekomen. De meier ontving voor het pontgelt van Wouter 47,5 stuivers. Het geld voor deze lening is gekomen van Jan Lochtermans in Stockroede en hier weer aangelegd vermits Jan Vanden Venne maar tochtenaar ervan is.

1567, 23 januari. Folio 33

Wouter Coex, hiervoor genoemd, heeft weer opgedragen tot behoef van zijn moeder Marie Coex het voorgenoemde huis en hof, stellend haar weer in haar tocht. Ze is met recht tot de gichte gekomen.

In 1595 op 9 februari heeft Magriet Vanden Venne met haar momber Aert Van Eerdewech deze rente voorschreven opgedragen tot behoef van Magriet Spuncx en haar erfgenamen. Ze kwijt hun panden en bekent dat ze de hoetpenningen en alle verlopen renten ontving.

 

1567, 01 februari. Folio 33v

Maria Geerts weduwe van Jan Beckers heeft opgedragen de goederen die haar door het testament van haar man werden gelaten om schulden te betalen. Dat testament werd hier voldoende geproefd op 23 januari laatstleden. Maria Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 01 februari. Folio 33v

Maria Geerts met haar verleende momber Willem Geerts, haar broer, heeft opgedragen volgens het testament gemaakt door haar man Jan Beckers aan Peter Dillen 2 stukken erf onder Coersel gelegen. Het ene heet 'die Nuwe Hoeve opden Nuwen Wech' gelegen, grenzend sheeren aerdt aan 3 zijden en Peter Dillen 4). Het ander heet 'het Hemelrijck' en paalt 'den Joerdens Berch' 1), Pouls Geerts 2) en sheeren aerdt 3) en 4). Maria draagt deze twee stukken op in ruil voor een ander stuk land onder Brabant sorterend. Peter geeft 25 rinsgulden Brabants eens toe, die binnen 3 jaren moeten betaald worden. Tot de betaling daarvan moet hij elk jaar 30 stuivers rente geven. Peter Dillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 04 maart. Folio 37v

Maria Geerts weduwe van Jan Beckers met haar verleende momber Willem Geerts, haar broer, heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen Querijn, Henrick, Katharijn, Anna, Maria en Brigida Beckers haar tocht van de halve 'Gielis Beempt' oostwaarts, gelegen onder Coersel. Hij grenst de wederhelft van de voorschreven 'Gielis Beempt' W toebehorend aan Marie Geerts voorschreven, de erfgenamen van Jan Leijsen 2) en Peter Neven 3), Jan Van Postel en Jan Reijners 4). De kinderen zijn met recht tot de gichte gekomen.

Nadat de bode in de kerk van Coersel geroepen had van 15 dagen tot 15 dagen dat men in presentie van het gerecht met uitgaan van de brandende kaars de halve 'Gielis Beempt' aan de hoogstbiedende zou verkopen, werd op de afgesproken dag 4 maart de kaars ontstoken zoals voorschreven. Bij het uitgaan van de kaars bleef deze helft aan Michiel Heijns voor de onderstaande som.

Nu tocht en erf samen zijn, hebben Querijn, Henrick en Katherijn Beckers met haar verleende momber Willem Geerts en eveneens Willlem Geerts, Servaes Kenens en Loijch Beckers als omen en momber voor de onmondige Anna, Maria en Brigida Beckers, de voorschreven halve 'Gielis Beempt' opgedragen tot behoef van Michiel Heijns. Deze helft is belast met 4 mudden rogge of 8 rinsgulden jaarlijks en met grondcijns, maar meer niet. In contant geld geeft de koper hierboven nog 100 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 10 stuivers en lijcoep nae lantcoepe. Mochten Michiel of zijn nakomelingen enige hinder ondervinden vanwege deze koop, dan hebben Maria Geerts met haar kinderen en de mombers voorgenoemd daarvoor al hun goederen als borg gezet. Henrick Heijns is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 06 maart. Folio 39

Geert Cremers heeft opgedragen tot behoef van Peter Wellens een eussel in Oversel gelegen, geheten 'Onser Vrouwen Donck', grenzend 'het Ketelken' 1), Eelken Hubens 'Wijer' 2), Henrick Thijs en Thewis Rutten 4), voor een ander goed onder Beringen gelegen. Peter geeft nog 15 rinsgulden eens toe. Het eussel is los en vrij, niet belast. Peter Wellens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 06 maart. Folio 40

Claes Oems alias Meijnen heeft opgedragen tot behoef van Peter Beerten een stuk broek gelegen in Oversel, grenzend 'het Hoender Boemken' 1), 'Pelsers Beempt' 2), Claes Meijnen voorschreven 3), de beek 4), als een pand voor 2 rinsgulden en 15 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op 'Sint Sijmons en Jude dach'. Die staan af te leggen met 46 rinsgulden Brabants geld zoals ten tijde van de afkwijting in Brabant zijn loop en koers zal hebben. Peter Beerten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 06 maart. Folio 41

Scheiding en deling tussen Crijn Bloemaerts en Henrick Reijners als momber van zijn huisvrouw.

Crijn kreeg het huis met de hof in Laeren gelegen, grenzend sheeren straet, Aert Van Zonhoven, 'het Smoeninx Bloeck' en de kinderen van Henrick Convents; nog 'den Kets Driessch' in Laeren gelegen, grenzend Geert Claes, Aert Van Zonhoven en de straat aan 2 zijden.

Aan Henrick Reijners als momber van zijn huisvrouw Aleijdt Bloemaerts viel 'den Clockluijers Hoff' in Laren gelegen, grenzend Willem Valentijns, Crijn voorschreven en de kinderen van Mewis Van Heerle; nog 'dat Ossen Eussel' aan 'den Alcker Wech' gelegen, grenzend Joachim Lambrechts , 'dat goet van Vlaenderen' en sheeren straet; nog 'dat Nuwe Bloeck' in Laren gelegen, grenzend Geert Claes, Aert Reijnders, de Veltstraet' en Lambrechts Kenens.

Ze kwamen overeen dat Crijn en Henrick alle lasten die aan beide delen staan, samen zullen betalen, met uitzondering van de 3 rinsgulden jaarlijks die Crijn vooruit zal moeten betalen. Henrick moet wel Crijn ter hulp komen als Crijn de 3 rinsgulden jaarlijks voorschreven wil afleggen 'of affquijten seven rinsgulden Brabants eens'.

Crijn Bloemaerts en Henrick Reijners voorgenoemd hebben bekend dat ze aan hun moeder hun heel kindsgedeelte voorschreven hebben opgedragen als een pand voor 2 mudde rogge en 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint Jans Baptist: elk gedeelte een mud rogge en 30 stuivers Brabants jaarlijks zolang hun moeder zal leven. Als er niet betaald wordt, mag hun moeder de vruchten, die zich op de goederen van de wanbetaler bevinden, tot zich nemen. Op die voorwaarde heeft ze haar vruchtgebruik afgestaan. Crijn en Henrick bekennen haar tevens de helft van het schaarhout op al de voorschreven goederen, met de helft van 'den oefte' (het fruit) op deze goederen zolang ze leeft. De moeder zal tevens mogen wonen in het voorschreven huis zoals haar belieft zolang ze leeft. Crijn mag ook in datzelfde huis wonen.

Crijn Bloemaerts en Henrik Reijners als momber van zijn huisvrouw hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel en ze zullen deze deling voor vast en onverbrekelijk houden.

 

1567, 20 maart. Folio 43

Katherijn Smeets heeft opgedragen tot behoef van haar dochter Brigida Smeets haar tocht van een boek onder Coerssel gelegen, geheten 'het Groet Broeck' met 'de Ruijsschen Beempde', grenzend Bartholomeeus Tielens 1), Jan Convents 2), Jan Leijsen 3) en Thomas Mentens 4). Christiaen Coelen van Buel is als man en momber van zijn huisvrouw Brigida Smeetz tot de gichte gekomen.

1567, 06 maart. Folio 43v

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, heeft Christiaen Coelen van Buel met zijn huisvrouw Brigida Zmeets opgedragen tot behoef van Peter Martens het voorschreven broek voor 440 rinsgulden. Aan deze som komen deze lasten in mindering: van de 'Ruijsschen Beempde' voor het deel van Christiaen 50 rinsgulden eens; nog aan Mariken Zmeets, natuurlijk, 33 rinsgulden 6 stuivers 16 groot eens; nog het derdedeel van 13 rinsgulden jaarlijks belopend op het derdedeel van de hoetpenningen op 72 rinsgulden 13 stuivers 8 groot. Het hele kapitaal van de lasten hierop komt op 156 rinsgulden. Peter Martens moet dus nog 284 rinsgulden betalen. Hiervan moeten 125 rinsgulden betaald worden in contant geld en de rest zal er blijven aanstaan tot na de dood van Katherijne Smeets, de moeder van Christiaens huisvrouw. Voorwaarde is dat indien het testament gemaakt door Jannes Smeets, 'honnen sweer' (schoonvader), niet goedgekeurd wordt en dat zijn kinderen de goederen moeten herverdelen en er aan Christiaen een beter deel toevalt, dan zal Peter Martens moeten bijleggen. Mocht het anders uitvallen en Christiaen een slechter deel toevallen, dan zal Christiaen dit aan Martens in mindering brengen. Hetzelfde zal gebeuren met de berekening van de lasten. Goedspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Peter Martens is met recht tot de gichte gekomen. De pontpenningen belopen op 14 rinsgulden 4 stuivers.

1567, 06 maart. Folio 44

Peter Martens voorgenoemd heeft Katherijn Zmeets, de moeder van zijn huisvrouw, weer in haar tocht gesteld voor zolang ze zal leven en Willem Geerts is voor haar met recht tot de gichte gekomen.

Op 9 juni daarna heeft Katherijn Smeets met haar verleende momber Valentijn Vaes de voorschreven gichte gelaudeerd en van waarde gehouden.

Op 24 oktober 1572(?) heeft Christiaen Coelen met zijn huisvrouw Brigida Smeets bekend dat hij alles betaald kreeg.

 

1567, 20 maart. Folio 44

Maria Luijten met haar verleende en wettige momber Aert Van Reeck heeft opgedragen tot behoef van heer Govaert Wouters de 3 rinsgulden Brabants jaarlijks en erfelijk zoals Marie voor haar kindsgedeelte zijn toegewezen aan panden die nu haar broer Jan Luyten in zijn bezit heeft. Dat gaat om huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet W, Ffrans Van Gelmen Z.

Maria draagt dit op in ruil voor huis en hof in Lumpmen 'achter die schoele binnen der vrijheyt gelegen', volgens het schepenregister binnen vrijheid. Cornelis Moens is in de naam van en tot behoef van Heer Govaert Wouters met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 10 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 46

Jan Schuijlens heeft in de naam van Jan, Jacob, Marie en Coen Dillen na de dood van hun ouders een stuk broek ontvangen in Oversell gelegen, grenzend 'den Ginttis Beempt' 1), 'de Roije Beeck' 2). Jan Schuijlens is voor hen tot de gichte gekomen.

 

1567, 24 april. Folio 47v

Gielis Cilien heeft opgedragen tot behoef van Maria weduwe van Geert Coex een heide geheten 'die Wolffs Kele', grenzend Marten Van Diepenrijt 1), Geert Schats 2) en Reijner Schuermans 3), voor 12 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op Pinksteren en voor het eerst in 1568. Af te leggen met 12 rinsgulden Brabants. Maria Coex is met recht tot de gichte gekomen.

Maria Coex heeft met haar verleende momber Peter Vanden Briele opgedragen tot behoef van Geert Cilien de voorschreven heide als een pand voor de 12 stuivers jaarlijks voorschreven. Gielis is tot de gichte gekomen.

 

1567, 24 april. Folio 47v

Jan Bruijen heeft opgedragen tot behoef van Gielis Wouters een beemd 'int Sluijs Broeck' gelegen, grenzend Wilboert Bruijnen O, 'den Copis Beempt' W, 'den Vogels Berch' Z, voor 222 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver, lijcoep 6 rinsgulden. Voorwaarde is dat de weg zal blijven en verder op alle condities zoals in de deling is overeengekomen. Deze deling is in Beringen geregistreerd. Gielis Wouters is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 24 april. Folio 48

Adriaen, Jan, Cristijn en Heijloff Houtmans met hun verleende mombers Adriaen en Jan Houtmans, Willem Geerts en Jan Kenens hebben afstand gedaan tot behoef van Pouwels Van Hout van het kindsgedeelte van hun vader Thonis Houtmans zaliger en op al hetgeen dat Adriaen, Jan, Cristijn en Heijloff Houtmans voorscheven verstorven is na de dood van hun vader voorschreven. Ze bekennen dat ze er geen recht meer op hebben. Is in hoede gekeerd.

 

1567, 15 mei. Folio 49v

Jan Van Halle heeft opgedragen tot behoef van Mathijs Van Soerloeck huis en hof met de beempden, landen en heijthoven, zo groot en klein als ze zijn, gelegen aan de heijde, gedeeltelijk onder Beringen en gedeeltelijk onder Lumpmen. Verkocht voor 940 rinsgulden Brabants, 20 stuivers voor elke rinsgulden gerekend, boven alle hofrechten, lijcoep, pontgelt en cijnsen die aan deze goederen staan. Op de dag van gichte moet 55 rinsgulden betaald worden en de rest op de dag van verjaren. Aan de koopsom zullen alle uitgaande lasten in mindering gebracht worden. De kwijtbare renten zullen gerekend worden volgens ze beschreven werden en de erfelijke renten zullen geteld worden aan 20 gulden eens voor de gulden jaarlijks (5%). Mathijs zal boven de 55 gulden, te betalen op dag van gichten en zonder dat ze van de koopsom afgaan, 6 gulden Brabants eens voor zowel Mathijs Clerx huisvrouw als voor de huisvrouw van Jannes geven. Jan moet alle lasten betalen die gevallen zijn voor de datum van gichten. Die daarna zijn voor Mathijs. Mathijs zal het broek dadelijk aanvaarden en het land bij de oogst. Van de 'wenne' (de huurder) die momenteel het land bezaaid heeft, zal hij de huur trekken. Godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Mathijs Van Soerloeck is tot de gichte gekomen.

Omdat het grootste gedeelte van het goed onder Beringen sorteert, wordt de koopsom voor hetgeen hier sorteert gerekend aan 225 rinsgulden eens boven alle lasten.

Hetgeen hier sorteert, gaat om de volgende stukken: een beemd, geheten 'den Spieckert', grenzend 'die Groes' en 'de Laeck; nog twee beemdjes bijeen gelegen, geheten 'die Stucke', grenzend 'die Groes' en de Laeck; nog een stuk geheten 'die Cuijlen', grenzend Wouter Zwalen, Theeus Oliviers en de Laeck; nog 'het Gelenberchs Eussel'; nog een heithoefke grenzend 'het Roesbeempdeken' en 'die Groes'.

Op 4 november 1567 heeft Lijssbeth van Hamel, de huisvrouw van Jan Van Halle voorschreven, deze gicht gelaudeerd.

 

1567, 15 mei. Folio 50

Jannes Meukens met zijn momber Peter Vanden Briele heeft opgedragen tot behoef van Gielis IJliaes een beemd onder Schuelen gelegen, genaamd 'Meukens Roest', grenzend 'die Krieckels Laeck' 1), Aert Pijls 2), Peter Alen 3) en Sijmon Droechmans kinderen 4), voor 200 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Indien Gielis en zijn huisvrouw aflijvig worden zonder wettige geboorte achter te laten, moet de helft van de voorschreven beemd versterven op Jannes Meukens als hij dan nog leeft, en anders niet. Gielis IJliaes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 15 mei. Folio 50v

Marten Typoets wonend in Diest heeft gekweten aan panden van Aert Mewis de 3 rinsgulden Brabants jaarlijks die hij daaraan gelden heeft. Hij werd volledig betaald en Aert Mewis is tot de gichte gekomen met recht. De eerste gicht van deze 3 rinsgulden jaarlijks zal men vinden op 21 november 1555.

 

1567, 15 mei. Folio 51v

Aert Hulshagen alias Cuijpers heeft met zijn huisvrouw Katherijn Vanden Bogaerde opgedragen tot behoef van Henrick Windelen 28 stuivers Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van Jan Luijten alias der Weuwen onder Schuelen gelegen; nog een stuk land opt Hueffken gelegen, grenzend Quinten Hoelsteens erfgenamen O, Hubrecht Van Scaffen Z en Ffrans Neven N. Dit is belast aan de H. Geest van Lumpmen met 10 stuivers jaarlijks. Verkocht voor 40 rinsgulden Brabants eens. Henrick Windelen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 17 juni. Folio 52

Maria Borgelinx heeft met haar verleende momber Aert van Stapel opgedragen tot behoef van Jan Alen als momber van zijn huisvrouw haar tocht van een zille broek onder Schuelen gelegen, grenzend de Laeck 1), Joris Vanden Poele 2) en Ffrans Scepers 3). Jan Alen is als momber van zijn huisvrouw met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu vruchtgebruik en erf samen zijn, heeft Jan Alen voorschreven opgedragen tot behoef van Ffrans Scepers (de aangrenzende eigenaar hiervoor) het voorschreven broek voor 50 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Ffrans Scepers is tot de gichte gekomen.

Maria Cannarts, huisvrouw van Jan Alen voorschreven, heeft op 26 juni daarna met deze gicht ingestemd.

 

1567, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 56

Heijloff Vander Moelen met haar wettige man en momber Philips Joes heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen haar tocht van 14 stuivers Brabants jaarlijks die ze gelden heeft aan panden van Aerdt Van Heyloven. Hubrecht Opt Straet en Peter Wouters zijn als momber en in de naam van de kinderen voorgenoemd tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, hebben de voorschreven mombers in de naam van de kinderen opgedragen tot behoef van Aerdt Heijloven, kwijtend hem zijn panden van de 14 stuivers jaarlijks voorschreven. Aert is tot de gichte gekomen. Het geld werd volgens mededeling van de partijen weer aangelegd aan panden van heer Gielis Van Mettecoven hovend in 'sproefs van Sint Truijen Hoff' onder Herck gelegen.

 

1567, 27 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 56v

Heer Marten van Nedercoesen heeft opgedragen met zijn verleende momber Peter Vanden Briele tot behoef van Jan Willems 2,5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft op panden van Jan Schuermans onder Schuelen gelegen, zoals men hiervoor op 1 juli 1541 zal vinden. Voor 40 rinsgulden Brabants eens. Jan Willems is daarna op 10 juli met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 10 juli. Folio 57

Peter Nielis heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'dAuwe Groeve', grenzend Valentijn Vaes 1), Anthonis Leijsens 2), sheeren straet 3) en 4), als een pand voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op 'Onser Liever Vrouwen Visitatien Dach'. Deze 6 rinsgulden Brabants jaarlijks mogen Peter Mielis of zijn nakomelingen aflossen met 100 rinsgulden in geld zoals dan in Brabants zijn loop en koers zal hebben. Peter stemde in met een gezegelde brief. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen. Maria Cremers, huisvrouw van Peter, heeft met deze gicht ingestemd. Peter betaalde het pontgelt hiervan.

 

1567, 07 augustus. Folio 58

Thijs Vanden Bossche, in de naam en tot behoef van zijn dochter Lijssbeth Vanden Bossche heeft het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van Marie Hoets zaliger, haar nicht. Dat gaat om een bosje bij Laren gelegen, grenzend Beatrix Thijs 1), Aert Heijnen 2) en Juliaen Corvers erfgenamen 3); nog een halve rinsgulden jaarlijks, staande op panden van Ffrans Van Gelmen onder Schuelen gelegen.

Marcelis Wolffs als momber van zijn huisvrouw Maria Vanden Bossche en Rombout Vanden Bossche hebben tevens het voorgaande bosje ontvangen met de halve rinsgulden jaarlijks aan panden van Ffrans van Gelmen voorschreven; nog een mudde rogge jaarlijks staande op panden van Lambrecht Hagels in Laren gelegen. De voorgenoemde personen zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 04 september. Folio 58v

Katharijn Vander Heirstraten met haar verleende momber Jaspar Cornelis heeft opgedragen tot behoef van Jan en Bartholomeeus Claes, haar kinderen, haar tocht van al haar goederen onder deze bank sorterend, voor zover het kindsgedeelte van Jan en Bartholomeeus reikt. Jan en Bartholomeeus Claes zijn met recht tot tocht en erf gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, hebben Jan en Bartholomeeus Claes samen opgedragen tot behoef van Baltazar Zmeets een stuk erf onder Schuelen gelegen, grenzend Jan Tummermans 1), sheeren straet 2), Herman Pijpen 3), voor 35 rinsgulden Brabants, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 1 rinsgulden. Het voorschreven goed is enkel met grondcijns belast. Baltazar Smeets is met recht tot de gichte gekomen.

Daarna hebben Jan en Bartholomeeus Claes opgedragen tot behoef van Baltazar Smeets als een borg hun hele kindsgedeelte en ze beloven dat ze hun andere broers en zusters voor het recht zullen brengen als ze mondig geworden zijn om hiermee in te stemmen.

 

1567, 18 september. Folio 59v

Jan Vanden Boeck heeft opgedragen tot behoef van Bartholomeeus Van Buijlen een bloexke onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Lenaert Lompen aan de overige 3 zijden, voor 15 rinsgulden Brabants eens boven de volgende lasten: 2,5 halster rogge jaarlijks aan Marten van Diepenrijt; 12 stuivers jaarlijks waarvoor Jan Vanden Boeck voorschreven dit bloeckske heeft ingewonnen en met 2 penninck grondcijns. Godspenninck 1 blanck en lijcoep nae lantcoep. Bartholomeeus Van Buijlen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 18 september. Folio 60

Henrick Berten heeft opgedragen tot behoef van Jan Swinnen alias Basten een stuk broek in Oversell gelegen, grenzend de voorschreven Jan Zwinnen aan 2 zijden, Geert Leeuws 3) en Willem Geerts 4), in ruil voor land in Hechtel 'int Kercken Velt' gelegen, zonder dat de ene de andere iets toegeeft. Jan Swinnen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 02 oktober. Folio 60v

Anna Meijen met haar verleende mombers Willem Geerts en Jan Kenens heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Willem Meijen alias Cremers haar tocht van een stukje erf in Oversel gelegen, geheten 'Onser Vrouwen Donck', de helft ervan, grenzend 'het Ketelken' 1), Peter Wellens 2), den gemeijnen aerdt 3) en Theeus Cremers 4). Willem is met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, kwam Willem Meijen alias Cremers en hij heeft opgedragen tot behoef van Peter Wellens de helft van het voorschreven stukje erf, genaamd 'Onser Vrouwen Donck'. Het is niet belast. Verkocht voor 2 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lycoep 10 stuivers. Peter Wellens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 02 oktober. Folio 60v

Wouterus Vanden Venne verkoopt, volgens een octrooi 'geoctorizeert' door de Koning en het voluntair vonnis in de Raad van Brabant gewezen, die hij hier heeft getoond. Tevens is er een conditie en voorwaarde waarop de hierna volgende renten en pachten verkocht zijn. Hij draagt op tot behoef van Jan Van Craijewinckel, meier in Halen, 1,5 mudde rogge en 20 stuivers jaarlijks staande op panden in Laren gelegen van de erfgenamen van Lucas Bogaerts. De eerste gicht van het half mudde rogge en de 10 stuivers jaarlijks is gepasseerd op 6 oktober 1547. De eerste gicht van het mudde rogge en de 10 stuivers jaarlijks is gepasseerd op 12 april 1548. Hij draagt nog een mudde rogge jaarlijks op staande op panden van Steven Hemelers in Genenbossch gelegen, zoals men zal vinden op 1 maart 1554. Verkoopt nog 30 stuivers jaarlijks staande op panden van Jan Beckers erfgenamen onder Schuelen gelegen. Verkocht voor 59 rinsgulden en 10 stuivers Brabants eens. Jan Van Craijewinckel is met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 16 oktober. Folio 64v

Pouwels Geerts had op 8 oktober laatstleden voor de medeschepenen Henrick Windelen en Peter Neven aangebracht dat hij tot behoef van Servaes Kenens verkocht een stuk land in Coerssel gelegen, geheten 'den Muggen Berch', met een driesje ernaast gelegen, grenzend Geert de Schepers erfgenamen, Christiaen Kenens kinderen, Peter Neven, de kinderen van Jan Beckers, Pouwels Geerts voorschreven en een Brabantse uutfanck, voor 50 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Servaes Geerts kwam op 16 oktober daarna met recht tot de gichte.

 

1567, 16 oktober. Folio 65v

Jan tCeels heeft opgedragen tot behoef van Sebastiaen Buelinxs een bloeck in Schuelen omtrent 'den Balcx Wijer' gelegen, groot omtrent een half boender, grenzend 'die Roesen Straet' 1), Marten Swilden 2), 'die Coenkens Bosschen' 3), voor 27 rinsgulden Brabants eens boven de lasten, godspenninck een halve braspenninck, lijcoep nae lantcoep. Sebastiaen is op 13 november daarna met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 12 november. Folio 66

Aert Neelens heeft in de naam van en voor Jan en Geertruijt Neelens het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk erf aan 'honnen aensel' gelegen, grenzend hun eigen erf en de gemeijnte; nog een eussel in Oversell gelegen, grenzend de beek en de gemeijnen aerdt. Aert Nelens is tot behoef van Jan en Geertruijt met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 27 november. Folio 68v

Henrick Geerts zoon van Jan heeft opgedragen tot behoef van Henrick Vanden Valgaijer een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'den Echtersten Exels Beempt', grenzend Valentijn Vaes 1), Jan Reijners 2), Servaes Kenens 3) en de beek 4), en verder al zijn andere Loonse goederen die hij nu heeft of zal krijgen samen als een onderpand voor 10 mudde rogge jaarlijks waarvan de hoofdgicht gepasseerd is voor de Brabantse bank op 13 november laatstleden. Adriaen Vander Hoeven is in de naam en tot behoef van Henrick Vanden Valgayer met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 11 december. Folio 70

Bartholomeeus Schuermans alias Van Exell heeft opgedragen aan de armen van Berbroeck een stuk broek gelegen omtrent Eversel, geheten 'het Roesbroeck'. Het is enkel belast met 1 penninck grondcijns en grenst Mathijs Van Soerloeck aan 2 zijden en de Laeck 3). Schuermans zet het in pand voor 4 halster rogge jaarlijks Diester maat met valdag op Sint-Andriesavond. De pacht staat te kwijten met 19 rinsgulden Brabants. De 4 halster rogge zullen elk jaar 'gespint' (gespendeerd) moeten worden aan de armen van Berbroeck binnen de kerk op 'den heijligen kerssavondt' in brood en ze moeten elk jaar op het rekeningenboek gebracht worden. Matheeus Vreven is als momber en in naam van de Armen van Berbroeck met recht tot de gichte gekomen.

Als Bartholomeeus voorschreven of zijn nakomelingen deze pacht willen afleggen, moet dat gebeuren met een ongevallen pacht. Godspenninck 1 oert Brabants en lycoep 10 stuivers, pontgelt 19 stuivers en 5 stuivers Brabants voor de andere hofrechten. Het geld hiervoor is gekomen van een half mudde rogge jaarlijks dat werd afgelegd aan de armen door Ambrosius Vander Eijcken met 20 rinsgulden eens en het geld werd hier dus weer aangelegd.

Op 11 januari 1601 heeft heer Lambrecht van Tiewinckel, pastoor in Berbroeck, geassisteerd door H. Geestmeester Aerdt Smolders van Berbroeck aan Peeter Aerdts en zijn panden de vier vat koren voorschreven. Ze bekennen dat ze zowel de hoetpenningen als de verlopen ontvangen hebben. Ze zullen het geld weer aanleggen voor de armen. Peter is tot de gichte gekomen.

 

1567, 11 december. Folio 70v

Wouterus Vanden Venne heeft, in navolging van zijn commissie en octrooi verleend door de koning door vonnis in de Raad van Brabant gewezen, opgedragen tot behoef van het godshuis van Sint Annen Daele binnen de stad Diest 7 rinsguden Brabants jaarlijkse rente staande op panden van Augustijn Sjonckeren onder Linchout gelegen. De eerste gicht is gepasseerd op 21 maart 1555. Deze 7 rinsgulden jaarlijks zijn samen verkocht met een mudde rogge en 1 rinsgulden jaarlijks onder Zeelem hovend, daarom zijn de 7 rinsgulden die hier hoven omwille van het pontgelt gerekend aan 82 rinsgulden Brabants eens. Willem Bouwens is in de naam van en voor het godshuis voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 11 december. Folio 71

Wouterus Vanden Venne voorschreven heeft, in navolging van zijn commissie en octrooi verleend door de koning en door vonnis in de Raad van Brabant gewezen, opgedragen tot behoef van het godshuis van Sint Annen daele binnen Diest 2 rinsgulden Brabants en 1 mudde rogge jaarlijks, staande op panden van de erfgenamen van Mathijs Schijven, volgens de inhoud van het register, voor 47 rinsgulden Brabants eens. Willem Bouwens is in de naam van en voor het godshuis voorgenoemd met recht tot de gichte gekomen.

 

1567, 11 december. Folio 72v

Wouterus Vanden Venne voorschreven heeft, in navolging van zijn commissie en octrooi verleend door de koning en door vonnis in de Raad van Brabant gewezen, de panden van Jan Convents als momber van zijn huisvrouw gekweten van de helft van 10,5 rinsgulden jaarlijks. Hij kreeg zowel de hoetpenningen als alle verlopen betaald van de helft van de rente. Jan Convents is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

 

1567, 11 december. Folio 73v

Willem Geerts heeft voor hem als momber van zijn huisvrouw Brigida Vanden Hove en voor zijn megeringen Heer Mathijs, Jan, Jeronijmus, Lijssbeth en Anna Vanden Hove en voor de kinderen van Maria Vanden Hove het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk broek onder Coersel gelegen bij 'die echterste moelen te Castel', grenzend 'die Maelbeeck' en 'die Auwe Beeck'; nog een stuk broek en eusel geheten 'die Schrick', grenzend Reijner Smeets erfgenamen W, Geert Swinnen erfgenamen O, 'den Eertwech' 3); nog een beemd 'int Lanck Hout' gelegen, grenzend Jan Smeets kinderen 'Langen Beempt', Anna Tielmans, de kinderen van Jan Van Ham, Jannes Opt Straet erfgenamen en de H. Geest van Coersel; nog een gedeelte 'inden Hoegen Bossch' gelegen, grenzend de beek 1), de 'BosschWijer' van de heer van Lumpmen en de erfgenamen van Jan Slangen.

 

1568, 22 januari. Folio 76

Wouter Scepers heeft opgedragen tot behoef van zijn kinderen Thijs, Marie, Margriet, Kathrijn en Lijssbeth Scepers zijn tocht van de helft van een beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'den Exels Beempt', waarvan de wederhelft toebehoort aan Jan van Postel. De beemd grenst Peter Neven 1), Jan Reijners 2), de beek 3) en Jan Van Postel voorschreven 4). De kinderen zijn hiermee met recht tot tocht en erfelijkheid gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, hebben Thijs Scepers, Maria Scepers met haar wettige momber Peter Zwinnen, Margriet en Kathrijn Scepers met hun verleende mombers hun vader Wouter Scepers en Aert Van Stapel en Lijssbeth Scepers met haar wettige man en momber Jeronijmus Shoegen opgedragen tot behoef van Jan Van Postel de voorschreven 'Exels Beempt' voor 137,5 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 4 rinsgulden. Jan Van Postel is tot de gichte gekomen.

 

1568, 22 januari. Folio 76v

Jan Vanden Boeck heeft opgedragen tot behoef van Marten IJliaes huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Jan Luijten 2), 'het Luijten Velt' 3), als een pand voor 15 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met 15 rinsgulden Brabants. Marten is met recht in de rente ter gichte gekomen.

 

1568, 05 februari. Folio 78

Scheiding en deling tussen de kinderen van Henrick Peters alias Lemmens, namelijk Jan, Henrick en Maria Peters.

De oudste zoon Jan kreeg voor zijn portie en kindsgedeelte: 'den meesten aenseel' met de gehele hof en met het halve veld in Gestel gelegen; het geheel driesje tegenover de deur gelegen; 2 wijers; de halve beemd tEversel gelegen, de zijde westwaarts gelegen; de half 'Rue' met 'het Driessch Bosschken' en met 'het Vosselen'. Hierop zal zijn broer Henrick een eik mogen afhouwen en twee of drie elzen staande op het 'Driesschke' hierboven.

Aan Henrick, de jongste zoon, komt voor zijn kindsgedeelte de plaats aan de 'bije halle' gelegen, met de beemd tegenover de deur en het half 'Velt'; nog 'het Wellens Beempdeken' en 'die Driesschen'; nog 'den Rue Bossch' en 'tGroet Stock'. Henrick zal de keus hebben aangaande het veld 'tinden Jan voirschreven dat gesat sal hebben'. Degene die dan het stuk het dichtstbij het huis zal vallen, zal het bosje hebben achter het veld gelegen. Hij krijgt nog 1 rinsgulden jaarlijks onder 'der Houeijcken' gelegen, staande op panden van Cornelis Joris.

Voor Maria is voor haar deel 'den aenseel daer Huijsman innen woent' met de hof en met 'het Nuwen Bloeck', de halve beemd aan de oostzijde in Eversel gelegen; nog het gehele broek opt Gemeijn Broeck gelegen; de helft van 'der Rue' en het bosje tGeen Hout gelegen; nog 'den Eijckmans Driessch'; de 'Onderhalff Zille' en 1 rinsgulden jaarlijks onder de bank van 'der Houeijcken', staande op panden van Cornelis Joris.

Jan Peters, Henrick en Maria Peters, beiden met hun verleende mombers Jan Huijmans en Claes Morren hun omen, Aert Vanden Bogaerde en Juliaen Gebelen hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel. Elk van deze drie gedeelten zal jaarlijks aan verscheidene personen 6 rinsgulden en een half mudde rogge betalen.

 

1568, 19 februari. Folio 80

Jan Stapparts heeft ontvangen na de dood van zijn zuster Iken Stapparts, waar Jan Baelgie als tochter is uitgestorven: een stuk broek onder Schuelen gelegen, grenzend Geert Coex erfgenamen 1) en de erfgenamen van Geert Pijls 2). Jan Stapparts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 19 februari. Folio 80v

Jan Hoesen heeft opgedragen tot behoef van Thijs Lekens een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'het Jaex Lant', grenzend Peter Hoets 1), Servaes Kenens 2), Aert Nelens 3); nog een stuk broek ook onder Coerssel gelegen in Oversell, geheten 'den Boven Beempt', grenzend Andries Seijsens 1), Maria Dillen 2), sheeren aerdt 3) en de beek 4), voor 175 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Van deze som moet in contant geld 100 rinsgulden betaald worden en de rest binnen 3 jaren. Godspenninck 1 stuiver en lijcoep 10 stuivers. Thijs Lekens is met recht tot de gichte gekomen. Anna Moens, de huisvrouw van Jan Hoesen, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1568, 19 februari. Folio 81

Thijs Lekens heeft met zijn huisvrouw Lijssbeth Moens alias Hoets opgedragen tot behoef van Jan Diericx het 'Jaex Lant' en 'de Boven Beempt' beschreven in de voorgaande gichte als een pand voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sinte Petersdag, die men noemt Cathedra. Deze kan met 100 rinsgulden Brabants gekweten worden (philipsdaelders gerekend aan 35 stuivers Brabants voor 75 rinsgulden en de rest zoals het geld zijn koers en loop heeft). Thijs Lekens betaalde het pontgelt. Jan Dierix is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 26 februari. Folio 81v

Wouter Moers heeft als momber van zijn huisvrouw Margriet Mewis en voor Henrick Moers als momber van zijn huisvrouw Katharijn Mewis 3 rinsgulden jaarlijks ontvangen, staande op panden van Henrick Coex gelegen onder Schuelen, die hen verstorven zijn na de dood van hun broer Aelbrecht Mewis. Wouter is voor hem en voor zijn consoorten met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 04 maart. Folio 82v

Peter IJliaes met zijn huisvrouw Maria Van Hamme heeft opgedragen tot behoef van meester Dierick de Wuest een stuk erf bij de molen in Herck gelegen, waarvan het grootste gedeelte sorteert onder 'Schelen Hoff'. Het goed grenst de Herck 1), 'den steenwech' 2), 'die Cleijn Herck' 3) en de Cathuijsers van Ruremunde 4),. Geruild voor 5 rinsgulden jaarlijks, zoals meester Dierick die gelden heeft op panden van de erfgenamen van Jan Vanden Kerckhoff. Het gedeelte dat hier sorteert, wordt geschat op 11 rinsgulden 5 stuivers. Meester Dierick de Wuest is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 18 maart. Folio 83v

Lambrecht Joes heeft opgedragen tot behoef van Jan Maes van Houthalen een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'het Custers Velt', grenzend 'die Swart Beeck' 1), Goris Snijers 2) en de straat aan de andere zijden, als een pand voor 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Lichtmis en voor het eerst in 1569. Ze staan af te leggen met 24 rinsgulden Brabants. Jan Maes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 01 april. Folio 85

Jan Juechmans als momber van zijn huisvrouw Maria Wagemans en Bartholomeeus Van Buijlen als momber van zijn vrouw Cristijn Wagemans hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend meester Govaert Vanden Roije aan 2 zijden en sheeren straet 3); nog een zille land in de voorschreven hof gelegen en nog een hof geheten 'den Aelbrecht'. Jan en Bartholomeeus zijn als mombers van hun huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 01 april. Folio 85

Reyner Minten heeft het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn neef Jan Minten en waar Maria Couttereels alias Zentens als tochtster uitgestorven is: huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend meester Govaert Vanden Roije aan 2 zijden en sheeren straet 3). Reijner Minten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 01 april. Folio 85v

Peter Van Lamijns heeft in de naam van en voor Jan en Maria Vanden Bossche het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van heer Marten Vanden Bossche, hun vader. Het gaat om 8 rinsgulden jaarlijks, staande op panden van de erfgenamen van Jacob Cannarts onder Schuelen gelegen. Peter is voor Jan en Maria tot de gichte gekomen met recht.

 

1568, 01 april. Folio 86

Jan Gathis heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Willem Bijssmans, namelijk Peter, Willem en Claes Bijsmans de helft van 14,5 stuivers jaarlijks, staande op het 'Voert Euwt' van Jan Sroijen in Geeneijcken gelegen en nog zijn gedeelte in 'den Wouters Bossch' gelegen, in ruil voor 3 of 4 roijen land onder Westherck gelegen, hovend onder de 'hoff van Waenroede'. Ze geven elkaar niets toe. Willem Bijsmans is in de naam van en voor zijn kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 01 april. Folio 87

Jan Rutten alias Ffranssen heeft opgedragen tot behoef van Jan Kenens huis en hof met een stuk land in Stall onder Coerssel gelegen, grenzend de straat 1), Henrick Convents kinderen 2), Jan Kenens voorschreven 3) en Jan Roesboems 4), voor 400 rinsgulden Brabants eens boven de volgende lasten. Deze lasten zijn: 3,5 rinsgulden jaarlijks aan Vranck Stalmans die te kwijten zijn met 58, valdag in juli; 3 rinsgulden jaarlijks aan Jan Baten te kwijten met 50 rinsgulden en nog 2,5 rinsgulden jaarlijks aan Geert Reijners die staan te kwijten met 45 rinsgulden. Van de som van 400 rinsgulden zaal Jan Kenens in contant geld 200 rinsgulden eens betalen en de andere 200 rinsgulden moet hij binnen het jaar betalen of daarvoor 12 rinsgulden jaarlijks gichten indien de koper dit verkiest. Deze 200 gulden kunnen dan in twee keer worden afgelegd: telkens 6 rinsgulden jaarlijks met 100 rinsgulden. Lijcoep nae lantcoep en godspenninck 9 stuivers. De verkoper moet alle verlopen lasten betalen tot de gichte toe. Jan Kenens is met recht tot de gichte gekomen. Hetgeen hier sorteert, is boven de lasten geschat op 200 rinsgulden eens.

Op 26 mei 1569 heeft Jan Rutten bekend dat hij al zijn geld ontvangen heeft.

 

1568, 01 april. Folio 88

Thomas Van Leuwe met zijn huisvrouw Lijssbeth Naelden heeft opgedragen tot behoef van Jan Maes van Houthalen huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Aert Hoets erfgenamen 1), de kinderen van Jan Vernijen 2), de erfgenamen van Wouter Alen 3) en sheeren straet 4), als een pand voor een half mudde rogge jaarlijks met valdag op 'Liechtmisse' eerstkomend. Af te leggen met 17 rinsgulden Brabants (de philipsdaelder voor 35 stuivers) en de pacht volgens het verloop van de tijd. Jan Maes is met recht tot de gichte gekomen.

Op 22 oktober 1573 heeft Jan Maes voorschreven deze panden gekweten. Hij kreeg alles betaald en Melchior Van Schoenbeeck is tot de gichte gekomen.

 

1568, 05 april. Folio 89v

Henrick Moers met zijn huisvrouw Katherijn Mewis en Wouter Moers met zijn huisvrouw Margriet Mewis hebben gelijk opgedragen tot behoef van Jan Maes van Thienwinckel de 3 rinsgulden Brabants jaarlijks die ze gelden hebben op panden van Henrick Coex onder Schuelen gelegen. Ze zijn hen aangestorven na de dood van hun broer Aelbrecht Mewis zaliger. Verkocht voor 50 rinsgulden Brabants eens. De verkopers betalen het pontgelt. Jan Maes is tot de gichte gekomen met recht.

 

1568, 29 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 94

Willem Claes heeft opgedragen tot behoef van Maria Coex en haar zoon Wouter Coex een bos onder Schuelen gelegen aan de 'Wolffs Kele', grenzend sheeren straet 1), de erfgenamen van Jan Gathis 2) en Thijs Thijs erfgenamen 3), voor 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op 1 mei. Deze staat te kwijten zoals in de volgende gicht vermeld staat. Verder is het goed enkel met grondcijns belast. Godspenninck een halve stuiver. Maria Coex en haar zoon Wouter zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 29 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 94

Maria Coex met haar momber Wouter Coex, zoon van Gielis, heeft opgedragen tot behoef van haar zoon Wouter Coex haar tocht van huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend de erfgenamen van Aert Vanden Dwee 1), de erfgenamen van Maria Claes 2) en Thewis Vernijen 3). Wouter Coex is hiermee tot tocht en erf gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erf samen zijn, hebben Wouter Coex voorschreven en ook Maria Coex met haar voorschreven momber samen opgedragen tot behoef van Willem Claes het bos vermeld in de voorgaande gichte en daarbij nog het voorschreven huis en hof samen als een pand en onderpand voor 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag zoals voorschreven is. Deze 4,5 rinsgulden jaarlijks staan af te leggen met 70 rinsgulden Brabants. Willem Claes is tot de gichte gekomen

Daarna heeft Wouter Coex zijn moeder Maria Coex weer in haar tocht gesteld. Ze is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 29 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 94v

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van Servaes Kenens een half boender land onder Coerssel gelegen, grenzend Peter Neven 1), Servaes Kenens voorschreven 2), Geert Inden Savel 3) en de kinderen van Joris Scepers 4), voor 45 rinsgulden Brabants eens boven een half halster rogge jaarlijks aan de H. Geest van Coerssel. Servaes Kenens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 20 mei. Folio 95

Op 6 mei hebben Aert en Crijn Pouwels opgedragen tot behoef van Jan Hoets het vierendeel van huis en hof in Schuelen gelegen, dat hen na de dood van hun zuster Dingen Pouwels is aangestorven. Het grenst sheeren straet aan 2 zijden, Wilboert Gielis 3) en Thomas van Leuwe 4). Verkocht voor 26 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jan Hoets is op 20 mei met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 20 mei. Folio 95

Henrick Baeten van Hechtel heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners een halve beemd in Oversell gelegen, grenzend Dimpna Eelen 1), Mathijs Baeten 2), Anthonis Leijsen 3) en Henrick Thijs 4), voor 228 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Van deze som moet Jan in contant geld 153 rinsgulden geven en de rest binnen het jaar. Henrick staat ervoor garant dat de halve beemd niet hoger belast is dan met 2 halster rogge jaarlijks aan Maria Vanden Briele en met een halve penninck grondcijns. Godspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoepe. Jan Reijners is tot de gichte gekomen. Jan heeft uit zijn beurs voor 100 rinsgulden aan philipsdaelders gehaald, die het stuk 35 stuivers waard zijn.

 

1568, 03 juni. Folio 96v

Anthonis Svreen als momber van zijn huisvrouw Heijloff Steecken heeft opgedragen tot behoef van Barbara Palmaerts zijn tocht van zijn gedeelte van een stuk broek 'opte Zeelbeempde' gelegen, grenzend de kinderen van Loijchs van Halbeeck 1), Jan Juechmans 2), Jan Schuermans 3) en meester Govaert Vanden Roije 4). Wilboerdt Vander Schommen is met recht tot de gichte gekomen in de naam van en voor Barbara Palmarts voorgenoemd.

Dadelijk daarna heeft Wilboerdt Vander Schommen als 'curatuere' en momber van Barbara Palmaerts opgedragen tot behoef van Willem Vanden Roije het voorschreven stuk broek en tevens heeft Peter Zannen als momber van zijn huisvrouw Cristijne Palmaerts ook opgedragen tot behoef van Willem voorschreven zijn gedeelte van het voorschreven stuk broek, samen voor 80 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten en kosten. Godspenninck 1 stuiver een lijcoep nae lantcoepe. Willem Vanden Roije is met recht tot de gichte gekomen.

1568, 03 juni. Folio 97

Daarna volgt de aanstelling van Wilboert Vander Schommen als curator en voogd.

Op 6 februari 1561 werden Aerdt Christiaens en Wilbort Vander Schommen gekozen als curators en mombers voor het minderjarige kind Barbara Poelmans, dochter van Pouwels Palmarts zaliger, die hij verwekt ('geprocreert') had bij zijn wettige huisvrouw Heijlwich Steecken. De mombers hebben de eed afgelegd in handen van meester Pauwels Kimps 'meijer der heeren van Sartroysen in hunnen hove gelegen tot Zelck' en in aanwezigheid van Gijsbrecht Drossaten, meester Henrick Hozen, Claes Wijnters, Jan Vanden Zaevel, Jan Breskens, Henrick Luijtgaerden en Jan van Zurpel, schepenen in Zelck. In presentie van en ondertekend door Jeronijmus Vanden Berghe schepenklerk van de bank van Zelcke voorschreven.

1568, 03 juni. Folio 97v

Kopie van een machtiging door Heijlwich Steecken.

Voor de schepenen van Halen verscheen Heijlwich Steecken de Jonge met haar wettige man en momber Anthonis en ze heeft haar man gemachtigd, mits deze akte, om haar 'tocht ende bladinge' af te gaan van de helft van 12 roijen broek, 'weijwas' of beemd gelegen 'int gemeijn broeck' geheten 'die Zeelbeempden' bij Schuelen, voor hof en heer waaronder de grond valt. Hij mag alles doen wat nodig is om haar dochter Barbara Palmarts, die ze van haar eerste man Pauwels Palmarts zaliger heeft behouden, de tocht en de eigendom van de helft van deze 12 roijen land te bezorgen zodat haar mombers de kopers van de grond kunnen gichten en kwijting geven. De mombers moeten het geld dat daarvan komt uitzetten, maar de opbrengst daarvan komt zolang de moeder leeft aan haar toe. Opgemaakt binnen de stad Halen in presentie van Wouter Lanen en Jan Robijns, schepenen, en van secretaris Henrick Hozen, die ondertekent op 29 maart 1567 Brabantse stijl.

1568, 03 juni. Folio 98

Op 1 april verscheen Cristijn Palmarts bij notaris heer Gielis Lenaerts. Ze machtigt haar man Peter Zannen als haar wettige momber om de verkoop te regelen van een stuk beemd gelegen op de 'Zeijlbeempde' onder Schuelen. Dat broek is gekomen van de zijde van de ouders van Cristijn. Ze geeft macht aan haar man om alles te regelen alsof ze tegenwoordig was. Getuigen: Claes Winters en Jan Peters.

 

1568, 03 juni. Folio 99

Lucas Cuijpers heeft opgedragen tot behoef van Melchior Van Schoenbeeck 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van Jan Vanden Boeck onder Schuelen gelegen, voor 15 rinsgulden eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 10 stuivers. Melchior is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 01 juli. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 100

Henrick Vanden Bossche van Zeelem heeft aan panden van meester Govaert Vanden Roije de 5 stuivers jaarlijks gekweten die hij erop gelden had. Hij bekent dat hij ervoor 4 rinsgulden eens heeft ontvangen. Jan Juechmans is in de naam van en voor meester Govaert met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 23 september. Folio 103v

Meester Dierick de Wuest gicht Melchior Van Schoenbeeck in 10 stuivers jaarlijks, zoals hij die gelden heeft op panden van Jan Vander Linden, voor 7 rinsgulden Brabants eens. Melchior Van Schoenbeeck is ter gichte gekomen.

 

1568, 24 oktober. Folio 104v

Henrick IJliaes heeft opgedragen tot behoef van Govaert Rommen zijn gedeelte van een stuk broek geheten 'die Cleijn Roeten', waarvan de heer van Lumpmen het derdedeel heeft, grenzend 'die Coelen Herck' Z, de heer van Lumpmen 'Groet Roeten' O en Thijs van Ham W, als een onderpand voor 3,5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals Henrick IJliaes aan Govaert Rommen heeft gegicht onder Herck. Govaert is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 18 november. Folio 105

Wouter Coex heeft opgedragen tot behoef van Henrick Vanden Inde een hof in Schuelen gelegen, geheten 'den Stap Hoff', grenzend Jan Scheers aan 2 zijden, sheeren straet verder rondom, als een pand voor 2 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze staan te kwijten met 32 rinsgulden Brabants. Henrick Vanden Inde is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 18 november. Folio 105v

Jan Wevers alias Mantels heeft opgedragen tot behoef van Jan Leuwkens wonend in Diest de 4 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Henrick Dingenen alias Moelenbroex, zoals men zal beschreven vinden op 25 april 1566. Verkocht voor 70,5 rinsgulden Brabants. Jan Leuwkens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1568, 16 december. Folio 106

Willem Vanden Roije heeft opgedragen tot behoef van Matheeus Wilsens een stuk broek op de 'Zeelbeempde' gelegen, zoals hij dat met gichte verkregen heeft op 3 juni laatstleden van Anthonis Svreen met zijn megeringen. Willem bekent aan Matheeus de naderschap daarvan. Matheeus Wilsens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 11 januari. Folio 108

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Willem Vanden Roije het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn broer Willem Van Nedercosen: een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Woumans Driessch'; nog een stuk erf geheten 'het Hemelrijck', ook onder Schuelen gelegen. Peter is in de naam van Willem Vanden Roije tot de gichte gekomen.

 

1569, 11 januari. Folio 108

Peter Vanden Briel heeft ook in de naam van Anthonis Zwinnen als momber van zijn huisvrouw Beatrix Vanden Roije het versterf ontvangen dat hem als momber van zijn vrouw verstorven is na de dood van haar broer Willem Van Nedercosen: een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'die Cauwe Eijcken'. Peter Vanden Briele is voor Anthonis als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 13 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 108v

Aerdt Vanden Bogaerde alias Gueris heeft opgedragen tot behoef van Wouter Busselkens een heide onder Schuelen gelegen, grenzend Ffrans Van Gelmen 1), de kerk of 'ons Lieff Vrouwe van Lumpmen' 2), de erfgenamen van Henrick Meukens 3), voor 38 rinsgulden Brabants eens. In contant geld moet 18 rinsgulden betaald worden en voor de resterende 20 rinsgulden Brabants zal Wouter Busselkens jaarlijks 1 rinsgulden Brabants geven. Deze staat dus met 20 rinsgulden af te leggen. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Wouter heeft 1 stuiver gegeven als godspenninck. Lijcoep nae lantcoep. Wouter is met recht tot de gichte gekomen. Wouter heeft de voorschreven heide opgedragen als een pand voor de voorschreven rinsgulden jaarlijks. Aert Vanden Bogaerde is met recht tot de gichte gekomen. Op 26 april 1571 is de rinsgulden jaarlijks gekweten door Aerd Vanden Bogaerde, zoals hierna op die datum staat.

 

1569, 13 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 109

Claes Oems alias Meijnen heeft voor hem en voor Henrick en Marie Oems alias Meijen het versterf ontvangen dat hen verstorven en door testament gelaten werd door Claes Meijnen, hun oom: een stuk broek gelegen in Oversell, grenzend Reijner Pelsers en Peter Dillen. Claes is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 13 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 112

Geleytenisse genomen door de meier van Malepeerts Hoff op goederen van Jannes Creyten en van Henrick Coex als momber van zijn huisvrouww.

De meier en de laten van het Laethoff van Malepeert hebben voor deze schepenen aangebracht dat de meier van het hof geklaagd had, volgens de conde die gedaan was op Jannes Creyten en Henrick Coex als momber van zijn huisvrouw Iken Coex, op gronden van erven omdat ze niet gereleveerd hebben binnen de 40 dagen na de dood van Geert Creyten, hun broer, de helft van een stuk land onder Schuelen opden Belick gelegen, grenzend meester Govaert Vanden Roije 1), Joncker Kaerl Van Rijckel 2), meester Geert van Velpen 3) en het klooster van Herckenroede 4). Er was zover geprocedeerd dat de zaak door de laten gewezen werd oud genoeg van genachte te zijn en om de wederpartij de conde tegen het aanbrengen van deze om het geleijt zien te nemen. De meier verklaarde dat hij de conde had gedaan tegen de dag van vandaag aan Jannes en aan Henrick als momber van zijn huisvrouw. Ze waren ingeŽist, maar zeiden niets. Daarop wezen de schepenen van deze schepenbank om de partijen door de gezworen bode de conde te doen of ze er iets tegen zouden inbrengen. Daarna 'opten gesteken dach' 27 januari 1569 verzocht de meier van het laathof voorschreven verder recht en hij verzocht om tot de gronden geleid te worden. Gezworen bode Quinten Hoelsteens verklaarde op zijn eed dat hij de conde had gedaan tegen het geleyt aan Jannes Creyten en Henrick Coex als momber van zijn huisvrouw Iken Coex. Deze partijen zeiden niets. Daarop werd aan Jan Swijsen als meier van het voorschreven laathof hout en rissch geleverd volgens recht in een teken van eigendom.

 

1569, 10 februari. Folio 114v

Marten Cortovelen heeft als momber van zijn huisvrouw Katherijn Van Nedercosen het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van Willem Van Nedercosen, haar neef. Dat gaat om een beemdje onder Schuelen gelegen, grenzend 'die Plesse' 1), sheeren sraet 2) en Nijs Kelbrechs erfgenamen 3). Marten is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen met recht.

 

1569, 25 februari. Folio 115v

Willem Paelmans heeft als momber van zijn huisvrouw Ida Bruijnen en ook voor Jan Bruijnen het versterf ontvangen dat hen na de dood van Wilboert Bruijnen is verstorven. Dat gaat om een stuk broek onder Coerssel gelegen, omtrent 4 dachmael groot, grenzend Gielis Laukens 1), de kinderen van Henrick Convents alias Inde Moelen 2). Willem is als momber van zijn huisvrouw en ook voor Jan Bruijnen met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 03 maart. Folio 117

Pouwels Hoeffmans heeft opgedragen tot behoef van Andries Goesens een stuk land 'in de Paelmans Hoeve' onder Coersel gelegen, groot omtrent 3 halster zaaiens, grenzend Loijch Beckers 1), sheeren aerdt 2), de erfgenamen van Henrick Opt Straet 3) en Hubrecht Opt Straet 4). Het was al belast met 4,5 halster rogge jaarlijks en nog met 4 halster rogge jaarlijks. Boven deze lasten moet 15,5 rinsgulden Brabants eens betaald worden, godspenninck 1,5 stuivers en lijcoep 7 stuivers. Andries Goesens is tot de gichte gekomen.

 

1569, 17 maart. Folio 118

Jan Schepers heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Henrick Convents, namelijk Peter, Valentijn, Aert en Christijn Convents, de helft van een stuk broek bij de molen van Castel gelegen, waarvan de voorschreven kinderen de wederhelft hebben, grenzend deze kinderen 1), Thewis Hueveners 2), de beek 3) en Peter Melis 4). Het is enkel belast met sheeren grondcijns, voor 215 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1,5 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Peter is voor hem en voor zijn megeringen tot de gichte gekomen met recht.

 

1569, 03 maart. Folio 119

Henrick Meijen heeft voor de kinderen van Heijloff Aerdts, namelijk Kathrijn en Maria, een euwsel ontvangen onder Coersel gelegen, geheten 'het Buetschot', dat aan hen na de dood van hun ouders verstorven is. Henrick is voor de voorschreven kinderen ter gichte gekomen.

 

1569, 03 maart. Folio 119

Jan Hosen heeft ontvangen na de dood van zijn nicht Heijloff Lueckemans een stuk land in Castel gelegen, grenzend Peter Bullekens 1), Thijs Seijsens 2) en de straat 3). Jan Hoesen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 21 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 120

Jan Gaermans heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Stas de helft van een huis met een stuk land in Coersel gelegen, grenzend sheeren straet aan 3 zijden en Jan voorschreven 4). Het goed is nog verkocht met een goed sorterend onder Brabant in een koop. Hetgeen hier sorteert, wordt gerekend op 60 rinsgulden eens boven de lasten. Ffrans Stas is met recht tot de gichte gekomen.

1569, 21 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 120v

Ffrans Stas heeft weer opgedragen tot behoef van Jan Gaermans het voorschreven goed als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze som moet altijd kosteloos en schadeloos betaald worden. Af te leggen met 50 rinsgulden Brabants. Ffrans belooft onderpand te stellen onder de Brabantse bank. Jan is met recht tot de gichte gekomen. In 1572 op 3 maart kwijt Jan Gaermans aan Ffrans Stas en zijn panden de 3 rinsgulden jaarlijks. Ffrans is op 17 april tot de gichte gekomen.

 

1569, 21 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 123

Gielis Gathoffs als momber van zijn huisvrouw Margriet Van Obbel heeft het versterf ontvangen dat haar aangestorven is na de dood van Marie, haar zuster: een stuk land gelegen 'int Cleijn Velt' onder Coersel, grenzend Peter Op Straet 1), Sijmon Beckers 2). Gielis is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen met recht.

 

1569, 05 mei. Folio 125

Willem Claes heeft opgedragen tot behoef van heer Thomas Heusius van Moll, deken van Sint-Jan binnen Diest, 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft op panden van Marie Coex onder Schuelen gelegen, volgens de inhoud van het register. Verkocht voor 70 rinsgulden Brabants. Heer Thomas is met recht tot de gichte gekomen. Willem stemt in met een gezegelde brief hiervan.

 

1569, 05 mei. Folio 125v

Peter Vanden Briele heeft ontvangen in de naam van heer Jan Van Hamme, rector van het H. Geestaltaar in Herck, een stuk broek op de Herck gelegen, geheten 'den Galeas', waar heer Jan Joes als sterfelijke gichtdrager uitgestorven is. Heer Jan Van Hamme is als rector voorschreven als sterfelijke gichtdrager gesteld van 'de Galeas'.

 

1569, 05 mei. Folio 126v

Henrick Meukens heeft als momber van zijn huisvrouw Kathrijn Leijskens ermee ingestemd dat zijn oom Peter Matheeus mag verkopen of lenen voor 100 daelders, zoals het testament dat Agatha Hultemans gemaakt had, op gronden bij Hagelsteen gelegen: een eussel geheten 'het Muijsdonck' en nog op gronden onder Schuelen gelegen. Is in hoede gekeerd.

 

1569, 26 mei. Folio 127

Peter Mathewis en Henrick Meukens als momber van zijn huisvrouw Katherijn Leijskens hebben opgedragen tot behoef van Jan Rutten een eussel geheten 'het Muijsdonck', grenzend de heide 1), 'het goet van Hagelsteen' 2), 'den Papenbeempt' 3) en meester Claes Kalen 4); nog een beemd onder Schuelen op de Herck gelegen en nog een bloeck genaamd 'die Tiegelrije'. Deze erfgronden zijn verkregen door Jannes Wijmans en zijn huisvrouw Dingen Hultemans zaliger. Ze dienen als pand van 12 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op de feestdag van Pinxten.Van deze 12 rinsgulden sorteren er 4 rinsgulden jaarlijks onder de Brabantse bank. Ze moeten los en vrij betaald worden. Ze staan af te kwijten met 150 rinsgulden Brabants. Omdat er 4 rinsgulden onder Brabant sorteren, is hier voor het pontgeld 5 rinsgulden betaald door Peter Matheeus. Jan Rutten is tot de gichte gekomen met recht. Henrick belooft om zijn huisvrouw hier te brengen om hiermee in te stemmen. Peter Mathewis belooft om onderpand te stellen voor de rente in Beringen ten 'Luijcksen recht'.

 

1569, 26 mei. Folio 127v

Jan Convents heeft opgedragen tot behoef van Willem Geerts een stuk land met een beemdje onder Coersel gelegen, geheten 'den Jaex Hoff', grenzend Willem voorschreven aan 2 zijden, Michiel Heyns 3) en sheeren straet 4), voor een ander erf onder de laethoff van Everboede sorterend. Ze geven elkaar niets toe. Willem Geerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 26 mei. Folio 128v

Peter Hoets gicht aan Peter Cloesters een stuk broek in Oversell gelegen, geheten 'den Peerre Beempt', grenzend Thijs Moens 1), de kinderen van Aert Van Ham 2), sheeren straet 3) en Andries Beerickens 4), voor een half mudde rogge erfelijk onder Beringen sorterend, staand op panden van Thewis Willems. Daar boven moet nog 167 rinsgulden Brabants eens betaald worden in contant geld. Godspenninck 2 stuivers en lijcoep 36 stuivers. Peter Cloesters is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 26 mei. Folio 129

Thijs Vanden Biesemen heeft voor Kerst en Marie Wilsens het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun broer Jan Wilsens: 3 rinsgulden jaarlijks staande op panden van Wouter Coex in Schuelen gelegen. Thijs is voor Kerst en Marie Wilsens met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 26 mei. Folio 132

Thijs Pouwels heeft opgedragen tot behoef van Jan Hoets zijn gedeelte van huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet, Wilboert Gielis en Melchior Van Schoenbeeck, voor 14 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep. Jan Hoets is op 30 juni met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 10 juni. Folio 132v

Willem Vanden Roye en Anthonis Zwinnen als momber van zijn huisvrouw Beatrix Vanden Roije hebben ontvangen het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 16 juni. Folio 133v

Hubrecht Beckers als momber van zijn huisvrouw, Henrick, Jan en Katherijn Vaes hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk land gelegen achter 'den Assberch' onder Coersel, grenzend 'die Schriex Heijde' en 'den Assberch' voorschreven; nog een stuk broek geheten 'den Grammart', grenzend Servaes Vaes, Elen Mewis van Hechtel en Jan Pouwels; nog 'den Exelssche Beempt' grenzend Servaes Kenens, Jan Geerts en Jan Beckers; nog een stuk land geheten 'den Hogperre', grenzend de straat aan 2 zijden en Servaes Vaes 3); nog een stuk broek achter 'de Breedonck' gelegen, grenzend 'de Broeck Straet', Bartholomeus Tielens en Peter Op Straet. Hubrecht Beckers, Henrick, Jan en Kathlijn Vaes zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 16 juni. Folio 133v

Matheeus Prijs heeft ontvangen het versterf dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders; een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'die Lang Weije', grenzend Aert Vanden Kerchoff erfgenamen en Lambrecht Zekers; nog een bloeck grenzend Aert Vanden Kerchoff erfgenamen, meester Govaert Vanden Roye; nog een half boender land geheten 'het Bossken', grenzend Aert Vanden Kerchoff erfgenamen aan 2 zijden en Peter Otten 3); nog een bosje 'opte Herestrate' gelegen, grenzend 'die straet' 1) en Cornelis Hermans 2) en verder al hetgeen onder deze bank sorteert. Matheeus Prijs is tot de gichte gekomen.

 

1569, 16 juni. Folio 134v

Katharijn Creyten, huisvrouw van Wouter Stapparts, heeft ingestemd met de kwijtschelding die haar man Wouter Stapparts gedaan heeft van een half mudde rogge jaarlijks staande op een stuk erf toebehorend aan Reijner Stessens, geheten 'den Billen Hoeck', dat vroeger Katharijn Vanden Venne gekocht had.

De gichte van het half mud rogge voorschreven zal men vinden op 7 maart 1567.

 

1569, 16 juni. Folio 134v

Ffrans Scepers heeft opgedragen tot behoef van Peter Vanden Briele 9 rinsgulden Brabants jaarlijks waarvan de 6 rinsgulden jaarlijks staan op panden van Jacop Van Kaerle in Meldelaer gelegen, zoals te vinden is op 20 december 1565. De 3 rinsgulden jaarlijks staan op panden van Wouter Coex onder Scuelen gelegen, zoals men vinden zal op 29 april 1557. Peter geeft voor die 9 rinsgulden jaarlijks 148 rinsgulden Brabants eens. Hieraan komt het pontgelt in mindering. Peter Vanden Briele is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 30 juni. Jaergedinge nae Sint Jan Baptisten dach. Folio 136

Jan Rutten heeft opgedragen tot behoef van Jan Witters een stukje broek in Oversel gelegen, rondom in Jan Witters voorschreven erf; nog een stukje land van omtrent 1 halster zaaiens, grenzend sheeren straet en Jan Witters voorschreven, voor 15 rinsgulden Brabants eens, 1 ort als godspenninck en lycoep 20 stuivers. Jan Witters is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 30 juni. Jaergedinge nae Sint Jan Baptisten dach. Folio 136v

Scheiding en deling tussen de kinderen en erfgenamen van Thomas Bossmans.

Aan Vincent Bosmans als oudste zoon viel voor zijn deel het huis met de halve hof noord gelegen, zoals die gedeeld is met de halve mesthofff, met de stal aan het voorschreven huis gelegen, de warmoeshof en de put om samen met het volgende part te gebruiken; nog een beemd in Genenbossch gelegen, geheten 'den Mangen Beempt', grenzend 'het Gasthuijs Goet' van Diest O, Willem Gueris W; nog de helft van een euwt in Boeckt gelegen, geheten 'het Droege Euwt'; nog de helft van een bosje bij het 'Droege Euwt' gelegen; nog een bloexke gelegen achter Jaspar Raijemekers; nog het derde deel van het gemeijne broeck belast met 4 stuivers jaarlijks en nog met 2 vaten roggen jaarlijks. Omdat het gedeelte van Vincent nog belast is met 4 rinsgulden jaarlijks, die aan de volgende kavel zijn toebedeeld, mogen hij en zijn nakomelingen de kosten halen op 'het Ossen Beempdeke' dat aan de dochter van Jan Bosmans is gevallen.

Maria, de dochter van Jan Bossmans, kreeg voor haar kindsgedeelte de schuur tGenenbossch met de halve hof waarvan Vincent voorschreven de wederhelft kreeg, met de schaapstallen; nog met een beemdje geheten 'het Ossen Beempdeken'; nog een euwt tGeeneijcken gelegen, grenzend Servaes Cuijpers O, de erfgenamen van meester Wilboert van Eversell W en Z; nog een bloexke in Boeckt gelegen achter Vincent Hermans; nog een stuk land geheten 'het Bremen Lant', grenzend Aert Inden Plas W, Michiel Opt Inde O; nog het derdedeel van het gemeijn broeck, belast met 2 vaten rogge jaarlijks.

De derde kavel is voor Lijssbeth Schepers, de dochter van Wouter Schepers en Eelen Bossmans voor haar kindsgedeelte: 'den Aenseel' met de hof in Boeckt gelegen; nog een bloexke daar omtrent gelegen achter Reijner Bernaerts; nog een beemd gelegen in Boeckt, geheten 'den Hobbeempt', grenzend Claes de Vilter O en Aert Leijs W; nog de helft van 'den Droegen Euwt' in Boeckt gelegen, met het half bosje en het derde deel van het gemeijn broeck. De helft van 'den Droegen Euwt' is belast met 4 stuivers jaarlijks; het hele deel is belast met 2 vaten rogge jaarlijks.

Vincent Bossmans voor hemzelf, Jan Pouwels en Geert Reyners als mombers van Jan Bossmans dochter Maria, Jan Schepers en Henrick Vreven als mombers van Lijssbeth Schepers dochter van Wouter Schepers en Eelen Bossmans hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel en ze houden de deling voor vast en onverbrekelijk op een 'pandoen oft pene' (boete) van 50 carolusgulden Brabants: 1/3 voor de kerk van Lumpmen, 1/3 voor de heer en 1/3 voor de partij die aan de deling vasthoudt.

 

1569, 16 augustus. Folio 141

Lambrecht Schepers met zijn huisvrouw Lijssbeth Vaes heeft opgedragen tot behoef van Jan Reijners 6 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sinte Gielisdag op en aan een stuk land in Coerssel gelegen achter zijn 'aenseel', grenzend de kinderen van Maria Dillen 1), Jaspar Kenens 2), de pastoor van Coerssel 3) en Lambrecht voorschreven 4). Af te leggen met 100 rinsgulden in geld zoals in de tijd van de afkwijting in Diest zijn koers en loop zal hebben. Jan Reijners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 01 september. Folio 141v

Gielis Gaethoffs heeft opgedragen tot behoef van Sijmon Beckers een stuk land in Coerssel 'int Hulenteren Bloeck' gelegen, grenzend Sijmon voorschreven W en N, de erfgenamen van Peter Jans O en de erfgenamen van Henrick Opt Straet Z, voor 65 rinsgulden Brabants eens. Het is enkel met 1 penninck grondcijns belast. Godspenninck 1 stuiver en lycoep nae lantcoep. Sijmon Beckers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 01 september. Folio 142

Jan Witters heeft opgedragen tot behoef van Henrick Witters een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend 'die Maelbeeck' 1), sheeren aerdt 2) en Peter Beerten 3), voor 48 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver. Henrick Witters is met recht tot de gichte gekomen. Margriet Berben, huisvrouw van Jan, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1569, 01 september. Folio 143

Peter Vanden Briele heeft in de naam en tot behoef van Aerdt Vanden Borne, inwoner van de stad Mechelen, het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn zuster Geertruijt Vanden Borne en Jan Moens zaliger: een stuk broek in Gestel geheten 'den Groeten Beempt', grenzend 'den Hummeler' 1), Juliaen Corvers en de erfgenamen van Jan Baten 2) en al hetgeen onder deze bank nog sorteert. Peter Vanden Briele is in de naam van Aert voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 01 september. Folio 143

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Heer Goeswijns Berchmans, rector van het 'Sint Aechten ende Sint Annen altaer' in de kerk van Westherck 21 rinsgulden jaarlijks opgedragen, staande op panden van Peter Vanden Laer en verder al hetgeen onder deze bank sorteert en waar Hugo Zwinnen als sterfelijke gichtdrager uitgestorven is. Heer Goeswijn Berchmans is als rector als sterfelijke gichtdrager gesteld voor de voorschreven goederen.

 

1569, 15 september. Folio 144

Peter Hoets heeft opgedragen tot behoef van Peter Dillen huis en hof met een boomgaard onder Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Servaes Kenens 3) en Jaspar Zmeets 4), voor 248 rinsgulden. Dit goed sorteert gedeeltelijk onder de Brabantse bank en daarom wordt hetgeen hier sorteert gerekend aan 140 rinsgulden, godspenninck 2 stuivers. Peter Dillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 03 november. Folio 150

Peter Teggers heeft na de dood van zijn ouders 2 beemden ontvangen, gelegen in Oversell. Het ene heet 'het Wouters Broeck' en grenst Jan Witters 1), Matheeus Eelen 2). Het ander stuk broek heet 'den Mesmekeer' en grenst Matheeus Beckers 1), Aert Witten 2) en Jan Slangen 3). Peter Teggers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 03 november. Folio 150

Ida Svroijen alias Coppens heeft ontvangen na de dood van haar zuster Margriet Svroijen de helft van huis en hof aan 'de Scrick Heijde' onder Coerssel gelegen, grenzend sheeren straet 1), Loijch Op Scrick aan de overige 3 zijden; nog de helft van een eussel ook aan 'die Scrick Heyde' gelegen, grenzend Lambrecht Bossche 1), Jan Vanden Hove 2) en Thijs Van Ham 3). Ida Svroijen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 03 november. Folio 150

Ida Svroijen anders Coppens voorschreven heeft met haar verleende momber Michiel Stueters opgedragen tot behoef van Jan Neesen de helft van het voorschreven huis en hof met de helft van het voorschreven eussel, zoals hiervoor genoemd met de aangrenzende eigenaars, voor 10 rinsgulden Brabants eens boven de aanstaande lasten. Godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jan Nesen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 24 november. Folio 151v

Ffrans Leijsens en Geert Opt Inde, beiden als H. Geestmeester van Huesden, hebben aan de panden van Jaspar Hillen de 7 stuivers Brabants jaarlijks gekweten die de H. Geest daarop gelden had. Ze kregen de hoetpenningen en alle restanten betaald. Jaspar Hillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1569, 15 december. Folio 154v

Wouter Winters met zijn huisvrouw Lijssbeth Geerts heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Van Schoenbeeck een beemd onder Schuelen gelegen, grenzend meester Liebrecht Meerhouts 1), Peter Alen 2), 'de Cleijn Herck' 3) en 'die Groet Herck' 4), voor 316 rinsgulden Brabants eens boven sheeren grondcijns (20 stuivers Brabants voor de rinsgulden gerekend), te betalen op Liechtmisse eerstkomend. Godspenninck 2 stuivers en lijcoep nae lantcoepe en los en vrij te betalen. Indien mocht blijken dat de beemd meer belast was dan voorschreven staat, dan zal Wouter dat aan Lambrecht vergoeden. Omdat de beemd sorteert onder het leenhof van de heer van Lumpmen en ook onder Schelen Hoff, is hetgeen hier sorteert gerekend aan de derde part. Voor pontgelt werd 5 rinsgulden 5 stuivers 8 groet betaald. Lambrecht is met recht tot de gichte gekomen. Lijssbeth Geerts heeft de voorschreven gichte gelaudeerd (ermee ingestemd) op conditie dat deze 316 rinsgulden weer zullen aangelegd worden. Indien Lijsbeth zou sterven zonder wettige geboorte achter te laten, moet het versterven op de naaste levende erfgenamen van Lijssbeth van de zijde waarvan het goed gekomen is.

 

1569, 15 december. Folio 155v

Maria Peters met haar verleende momber Peter Vanden Briele heeft opgedragen tot behoef van haar twee kinderen Joris en Christijn Vernijen haar tocht van huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend de straat 1), Thomas Van Leuwe 2) en Michiel Alen 3). Joris en Christijn zijn met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en goed samen zijn, hebben Joris en Christijn Vernijen met haar verleende momber Matheeus Van Doerne, haar oom, gelijk opgedragen tot hehoef van Henrick IJliaens het bovengeschreven huis en hof als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Te kwijten met 50 rinsgulden Brabants jaarlijks. Peter IJliaes is in de naam en tot behoef van zijn zoon Henrick met recht tot de gichte gekomen. Godspenninck een halve stuiver en lijcoep 30 stuivers.

Dadelijk daarna hebben Joris en Christijn Vernijen met haar geleverde momber Matheeus Van Doerne hun moeder Marie Peters weer in haar tocht gesteld. Ze is ter gichte gekomen met recht. Conditie is dat mocht Maria Peters zich verbeteren en dat God haar de macht verleende, dat ze de panden weer zal lossen van de 3 rinsgulden jaarlijks voorschreven.

Op 4 mei 1628 hebben Cornelis en Aerdt Cuepers aan Jan Vande Biesemen deze rente gekweten, zoals in het register op die datum te zien is.

 

1570, 12 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 163v

De meier en de laten van het hof genaamd 'Malepeerts Hoff' hebben aangebracht dat voor hen een gichte is gepasseerd tussen de mombers van Sint-Joris in Schuelen 1) en de Eerw. Heeren van 'Onser Liever Vrouwen tot Maestriecht' 2). Deze luidt als volgt. Op 1 juli 1569 hebben Wouter Croechs en Matheus Stapparts, beiden als mombers van de kerk of Sint-Joris van Schuelen, opgedragen tot behoef van de eerwaarde heren van 'Onser Liever Vrouwen tot Maestriecht' huis en hof in Schuelen gelegen, volgens de proclamatie vermelt, grenzend Michiel Alen 1), 'den Zwanen Hoff' 2), Loijch Stapparts 3) en sheeren straet 4), voor 6 rinsgulden en 8 stuivers Brabants jaarlijks. Op 7 januari 1570 is meester Jan Van Lamijns in de naam van en tot behoef van de voorschreven Heren tot de gichte gekomen met recht. Meester Jan Van Lamijns heeft, uit kracht van zijn constitutie die hierna volgt, hetzelfde huis en hof weer opgedragen tot behoef van de kerk of Sint-Joris van Schuelen als een pand voor 6 rinsgulden en 8 stuivers Brabants jaarlijks. Hij belooft een stukje erf met een bos bij 'den Berbossch' gelegen als onderpand te stellen, volgens de inhoud van de proclamatie. Matheeus Stapparts is in de naam van en voor de kerk of Sint-Joris met recht tot de gichte gekomen.

1570, 12 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 164

De inhoud van de constitutie, waarover hiervoor sprake is. Op 16 november 1569, in tegenwoordigheid van notaris en getuigen, verklaarden in hun 'capittelhuijs' de eerwaarde heren deken en het kapittel van de collegiale kerk van 'onsser Liever Vrouwen tot Maestriecht' dat ze machtig maken de eerw. heer Michiel Boesmans 'verdiener' van de kerk van Schuelen en meester Johan Lamijns in Wuestherck wonend als hun mombers en 'voergangers' en elk van hen apart om in hun naam voor het recht van het laethof van Schuelen te verschijnen om daar huis en hof bij de kerk van Schuelen gelegen, geheten 'Sint-Joris Hoeffken', te ontvangen en er bezit van te nemen. De Heren hebben het als meestbiedende verkregen uit kracht van de proclamatiebrief voor de eerwaarde heer Officiaal van Luijck. Ze geven kracht aan hun gevolmachtigden om voor het voorschreven huis en hof als onderpand te stellen een bos geheten 'der Heeren van Onsser Liever Vrouwen Boschken' in Schuelen gelegen, grenzend 'den Berbosch' 1), de erfgenamen van Nijs Kelberchs 2), Henrick Vernijen erfgenamen 3) en Jan Gathis 4) en om een akkoord te maken betreffende traktement en kosten met de mombers Ze mogen alles regelen. Getuigen: meester Johan Foss en Peter Vanden Dijck. Ondertekend door Michiel Van Hamont notaris.

1570, 12 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 165

Heer Michiel Boesmans met zijn verleende momber Jacob Minten heeft, volgens de voorschreven constitutie, opgedragen tot behoef van de kerk van Schuelen een bos onder Schuelen gelegen, geheten 'der Heeren van Onser Liever Vrouwen Bosschken', grenzend 'den Berbossch' 1), Nijs Kelberchs erfgenamen 2), Henrick Vernijen erfgenamen 3) en Jan Gathis 4), als een onderpand voor 6 rinsgulden en 8 stuivers Brabants jaarlijks zoals de afgevaardigde van de Heren van O.L.Vrouwe van Maastricht in hun naam aan de kerk van Schuelen in de hoff van Malepeert gegicht hebben. Matheus Stapparts is als momber van de kerk van Schuelen met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 23 februari. Folio 171

Katharijn Smeets, weduwe van Jan Kimps, heeft met haar verleende momber Willem Geerts opgedragen tot behoef van haar kinderen haar tocht van al de goederen waarvan ze het vruchtgebruik bezit na de dood van haar man zaliger. De kinderen zijn tot tocht en erfelijkheid gekomen.

1570, 23 februari. Folio 171

Scheiding en deling tussen de wettige kinderen van Jan Kimps en zijn huisvrouw Katharijne Zmeets, opgemaakt toen beide ouders nog in leven waren, om problemen in de toekomst te vermijden. De kinderen zijn Maria en Brigida Smeetz en de weeskinderen van Appollonia Zmeets zaliger.

Jan Kimps en zijn huisvrouw Katharijn geven aan hun dochter Maria 'den aenseel metten hove' daaraan gelegen bij de kerk van Coerssel; nog het half 'Kercken Bloeck', grenzend Mathijs Schepers O en Lucas Smeets W; nog 'dat Vorsten Gesuere' voor aan 'die Breedonck' gelegen. Voorwaarde is dat Maria Kimps alias Zmeets aan haar natuurlijke zoon Jan na hun beider dood 100 ringulden geeft, die Jan en Katherijn hem in aalmoes hebben gelaten of 6 rinsguldeen jaarlijks en dat aan 'dat Vorste Gesuere'.

Voor Brigida kozen de ouders de twee 'Ruijsschen Beemden' met het 'Cleijn Beemdeken' daarvoor gelegen.

Voorwaarde is dat Maria en Brigida alle lasten aan het goed van Jan en Katharijn zullen betalen.

De weeskinderen van Appollonia, namelijk Joannes, Maria, Katharijn, Adriaen en Anna, krijgen voor hun deel 'den Langen Beempt', grenzend Jeronijmus Huben O en Thomas Mentens W; nog de helft van 'den Kercken Bloeck' voorschreven en al de schulden die de kinderen aan hun grootvader en grootmoeder Jan en Katharijn hebben, worden hun kwijtgescholden. De kinderen zullen deze percelen onbelast krijgen, op de grondcijns die eraan staat na. Peter Martens zal hen kwijten van de 3 rinsgulden jaarlijks die aan de voorschreven 'Langen Beempt' staan (zie op 5 september 1566).

Aan de voorschreven drie kavels hebben Jan Kimps en zijn huisvrouw Katharijn gelaten en gemaakt aan de natuurlijke dochter van Anna Zmeets, Maria genaamd, 100 rinsgulden eens in aalmoes na hun beider dood. Ze zullen dit gelijk moeten geven uit hun kavels.

Peter Martens als man en momber van Maria Smeets en Christiaen Coelen als man en momber van Brigida Zmeets en de voorschreven weeskinderen van Mathijs Hueveners en Appollonia zijn huisvrouw, met hun geleverde mombers Pouwels Hueveners en Jaspar Smeets, kwamen overeen dat Peter Martens hun moeder Katharijn Zmeets eerlijks zal onderhouden van kost en kleren zolang ze leeft. Daarvoor zal hij van de weeskinderen het half 'Kercken Bloeck' gebruiken zolang Katharijn Zmeets leven zal. De kinderen kunnen dadelijk 'de Langen Beempt' aanvaarden en gebruiken ofwel zal Peter Martens hen voor de 'Langen Beempt' jaarlijks 7 rinsgulden Brabants geven, los en vrij. De weeskinderen zullen hun vrije in- en uitgang hebben in 'den aenseel' zolang ze ongehuwd zijn, 'te weten ten viere ende ten heerde te gaen, sonder Peters voerder costen'.

Christiaen Coelen heeft als momber van zijn huisvrouw Brigida Smeets afstand gedaan van zijn kavel omdat Peter Martens hem heeft uitgeekocht, zoals verder in het schepenregister blijkt.

Alle partijen doen afstand van hun rechten op elkaars deel van de deling, die eerlijk verlopen is. Jan Smeets, zoon van wijlen Appollonia Smeets, heeft zelf een brief geschreven en hij wil die hier geregistreerd hebben. Ik neem letterlijk over.

'Uwer Lieden sal weten hoe dat ick verstaen hebbe dat ghij overcoemen sijt met der deijlingen der kinderen gelijck ons groet vader saliger die geconfirmeert hadde nae zijn best goetduncken ende gelijck zijn testament dat uutwijst, het welck ick begheere wel te onderhouden ende nijet anders gelijck ghij dat overcoemen zijt in teghenwoirdicheit der mombers ende meer andere goede mannen met der deijlingen, het welck mij zeer goet dunckt ende om dit beter te geloeven, zoe schrijff ick hier mijnen naem onder. Aldus ondertekent Ita est Johannes Smeets Anno 1570.'

De andere kinderen van Mathijs Hueveners hebben ingestemd met hetgeen hun mombers Pouwels Hueveners en Jaspar Zmeets voorgenoemd aangaande deze deling gedaan hebben.

De voorgenoemde kinderen hebben hun moeder Katharijn Smeetz weer in haar tocht gesteld.

 

1570, 23 februari. Folio 173v

Pouwels Hoemans heeft met zijn huisvrouw Maria Opt Straet opgedragen tot behoef van Hubrecht Dillen een stukje broek gelegen 'int ast'(Kastel?)), grenzend Peter Opt Straet 1), de kinderen van Valentijn Vaes 2) en Peter Martens 3), voor 102,5 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 10 stuivers. De koopsom moet binnen het jaar betaald worden. De verkoper heeft 12,5 rinsgulden ervan ontvangen. Indien de koper de resterende 90 rinsgulden niet voldoet binnen het jaar, mag hij daarvoor 6 rinsgulden jaarlijks gichten. Hubrecht Dillen is met recht tot de gichte gekomen op 25 juni 1573.

 

1570, 23 februari. Folio 174

Barbara Nesen heeft met haar verleende momber Willem Geerts opgedragen tot behoef van haar zoon Jan Nesen haar tocht van een wijerke aan 'de Schrick Heijde' gelegen, grenzend de gemeijnte rondom. Jan Nesen is hiermee tot tocht en erf gekomen met recht.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfdom samen zijn, heeft Jan Nesen het wijerke voorschreven verkocht aan Jaspar Hillen voor 17 rinsgulden 2 stuivers Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jaspar is met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 23 februari. Folio 174

Mathijs Lekens heeft opgedragen tot behoef van Jan Dierix 30 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op 'derthienmisse' (Driekoningen). Af te lossen met 25 rinsgulden Brabants (de philipsdaelder voor 36 stuivers Brabants gerekend). Pand: een stuk broek in Oversell gelegen, genaamd 'den Boven Beempt', grenzend Jan Vanden Putte 1), Hubrecht Dillen 2) en Aerdt 3); nog aan een stuk land onder Coersel gelegen, geheten 'het Jaex Lant', grenzend Peter Oriaens 1), Servaes Kenens 2) en Aert Nelens 3). Jan Dierix is met recht tot de gichte gekomen. Mathijs Lekens heeft het pontgelt betaald.

 

1570, 09 maart. Folio 179v

Geert Coex heeft opgedragen tot behoef van Quinten Volders een stuk broek achter de slagmolen gelegen, geheten 'den Cornelis Bossch', grenzend Aert Vreven 1), de beek 2) en 'den Slachmoelen Wijer' 3) en daarbij nog al zijn andere goederen hier sorterend als een onderpand voor de jaarlijkse rente en pacht zoals Geert aan Quinten gicht in de laethoff van Hamel. Quinten Volders is tot de gichte gekomen.

 

1570, 09 maart. Folio 179v

Jacob Poelmans kwijt de panden van Jan Eeckermans van de rinsgulden jaarlijks die hij er als momber van zijn huisvrouw op gelden heeft. Hij kreeg alles betaald en Jan Eeckermans is tot de gichte gekomen.

Jacob Poelmans belooft aan Jan Eeckermans waarborg te stellen op zijn goederen onder Donck gelegen voor het geval dat Jacob of zijn nakomelingen problemen zouden krijgen hiervan.

 

1570, 16 maart. Folio 180

Jan Meukens heeft opgedragen tot behoef van Goesen Lenaerts de 3 rinsgulden jaarlijks zoals hij gelden heeft op panden van Peter Geerts alias Pick voor 50 rinsgulden Brabants. Goesen Lenaerts is daarna op 20 april met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 06 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 180v

Jan Schepers met zijn verleende momber Willem Rouben heeft opgedragen tot behoef van Peter Otten 1,5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft aan panden onder Schuelen gelegen te Worpe, toebehorend aan Jan Vanden Kerckhoff. Het gaat om een zille broek, grenzend Jan Vanden Kerchoff aan 2 zijden, Peter Otten 3) en 'die Groet Herck' 4). Valdag half maart. Peter Otten betaalde 27 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 stuiver. Willem Rouben is tot behoef van Peter Otten met recht tot de gichte gekomen. Jan Schepers belooft om zijn huisvrouw te brengen om hiermee in te stemmen.

 

1570, 06 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 181

Jan Vander Pauwen wonend in 'Sint Truden' heeft opgedragen tot behoef van Jan Vanden Kerchoff alias Vanden Nuijt een stuk beemd gelegen bij het huis van Jan Vanden Kerchoff voorschreven bij West Herck. Hij grenst Jan aan drie zijden en de Herck 4). Verkocht voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Kerstmis. Steeds staat elke rinsgulden af te leggen met 20 rinsgulden Brabants. Godspenninck 1 stuiver en lijcoep 2 rinsgulden. Jan Vanden Kerckhof is met recht tot de gichte gekomen.

Jan Vanden Kerchoff heeft opgedragen tot behoef van Jan Vander Pauwen voorschreven hetzelfde stuk beemd van hierboven als een pand voor de voorgenoemde 6 rinsgulden jaarlijks. Jan Vander Pauwen is tot de gichte gekomen met recht.

Deze jaarlijkse rente van 6 rinsgulden jaarlijks is veronderpand met huis en hof en 2 zillen land hovend in Schelenhoff op deze datum beschreven.

Jan Vanden Kerchoff betaalde het pontgelt met alle andere hofrechten.

 

1570, 06 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 183

Lambrecht Schepers anders Peters heeft opgedragen tot behoef van Peter Maechs een stukje broek gelegen in Oversel in 'den Quaijen Beempt'. Het is enkel belast met 2,5 penninck grondcijns en het grenst Lambrecht voorschreven 1), Willem Geerts 2), Thijs Blueckmans 3) en 'de Roije Beeck' 4), voor 30 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 5 stuivers. Peter Maechs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 06 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 183v

Vincent Rapaerts heeft opgedragen tot behoef van Henrick Geerts een stuk broek onder Coerssel gelegen, geheten 'den Bruijnbeempt', grenzend Willem Geerts aan 2 zijden, Henrick Kenens 3), Henrick en Hubrecht Opt Straet 4). Het is enkel belast met 4 penninck grondcijns. Verkocht voor 275,5 rinsgulden Brabants eens. Van deze som moet Henrick in contant geld, 'oft andere waeren' zoals ze zijn overeengekomen, 75,5 rinsgulden betalen en voor de overige 200 rinsgulden zal Henrick Geerts jaarlijks 10 rinsgulden Brabants blijven gelden. Voorwaarde is dat indien Vincent het kapitaal van de 10 rinsgulden jaarlijks zou willen afgelegd hebben, dus de 200 rinsgulden, dan zal hij Henrick daarvan 3 maanden vooraf moeten aankondigen. Betaalt Henrick niet, dan zal Vincent zijn verhaal hebben op alle andere goederen van Henrick, waar ook gelegen. Henrick verbindt die goederen daarvoor. Henrick is tot de gichte gekomen.

Tevens werd Vincent in deze 10 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht. Cuen Van Postel, de huisvrouw van Vincent, heeft met deze gicht ingestemd, zo verklaarden medeschepenen Willem Geerts en Jan Kenens hier, op voorwaarde dat na de dood van haar man en na haar dood het geld zal gaan naar de zijden vanwaar ze gekomen zijn.

Op 19 oktober 1570 heeft Cuen Van Postel met haar wettige momber voorgenoemd hetgeen voorschreven is 'gerevoceert' Ingetrokken, nietig verklaard.). Ze kreeg haar geld en kwijt Henrick voorschreven. Ze garanderen dat het goed verder enkel met grondcijns aan de heer is belast.

 

1570, 20 april. Folio 186

Adriaen Leijsen heeft opgedragen tot behoef van Thijs Zwinnen zijn recht op een gedeelte van een stuk land onder Coerssel gelegen, geheten 'den Bolaert', grenzend Matheeus de Roije kinderen 1), de kinderen van Henrick Convents 2) en 'die Veltstraet' 3), voor 25 rinsgulden Brabants eens, los en vrij. Godspenninck een halve stuiver. Thijs Zwinnen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 20 april. Folio 186v

Jan en Peter Baten hebben opgedragen tot behoef van Thijs Baten een stukje broek in Oversel gelegen, geheten 'den Keesken', grenzend 'den Hoegen Bossch', Crijn Kenens kinderen en Henrick Lenaerts. Verkocht voor 88,5 rinsgulden eens boven alle lasten, godspenninck 1 stuiver. Thijs Baten is tot de gichte gekomen met recht.

 

1570, 11 mei. Folio 191

Ambrosius Wijgaerts heeft met zijn huisvrouw Anna Snijers opgedragen tot behoef van Jan Juechmans een bos onder Schuelen gelegen, geheten 'den Mier Bossche', grenzend meester Geert Van Velpen 1), Willem Vanden Roije 2) en 'die Morttelmans Bussche' 3), voor 127,5 rinsgulden Brabants boven alle lasten, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jan Juechmans is met recht tot de gichte gekomen. Indien Ambrosius en zijn huisvrouw sterven zonder wettige geboorte achter te laten, dan zal het goed of het geld gaan naar de naaste bloedverwant van de zijde waarvan het gekomen is. Deze verkoop is vernaderd door Willem Vanden Roije, zoals hierna op de laatste dag van mei 1571 is te zien. (Deze verwijzing is niet correct.)

 

1570, 11 mei. Folio 191v

Ambrosius Wijgaerts heeft met zijn huisvrouw Anna Snijers opgedragen tot behoef van Aert Stramparts een stuk land onder Schuelen gelegen, genaamd 'het Cornelis Velt', grenzend de straat aan 2 zijden, Jacob Cannarts erfgenamen 3) en Ambrosius Wijgaerts voorschreven 4). Verkocht voor 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks. Elke rinsgulden kan afgelost worden met 20 rinsgulden Brabants eens. Godspenninck 1 stuiver. Aert Stramparts is tot de gichte gekomen met recht.

1570, 11 mei. Folio 192

Aert Stramparts heeft opgedragen tot behoef van Ambrosius Wijgaerts als momber van zijn huisvrouw voorschreven het voorschreven 'Cornelis Velt' als een pand voor 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Af te leggen zoals hiervoor staat. Ambrosius Wijgaerts is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen. Mochten Ambrosius en zijn huisvrouw sterven zonder achterlating van wettige kinderen, dan zullen deze 4,5 rinsgulden jaarlijks versterven op de naaste levenden van de zijde waarvan ze gekomen zijn.

Op 7 februari 1577 heeft Ambrosius voorgenoemd het vierendeel van deze rente gekweten. Hij kreeg de hoetpenningen betaald en Jan Struijven is tot de gichte gekomen.

1595 op 16 februari heeft Philips Philips met zijn huisvrouw Anna Snijers aan Johan Neven en zijn panden de 3 gulden 7,5 stuivers jaarlijks gekweten. Hij kreeg de hoetpenningen en alle verlopen betaald. Johan Neven is tot de gichte gekomen.

 

1570, 11 mei. Folio 192

Philips Schabben heeft opgedragen tot behoef van Matheeus Vernijen zijn tocht van huis en hof onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend de straat 1), Reijner Schuermans 2) en Jan Luijten 3); nog een bloexke op de Herck gelegen, grenzend Willem Thijs 1), meester Jan Van Gelmen erfgenamen 2) en Henrick Cannarts 3); nog een stukje broek, grenzend de Laeck aan 2 zijden en 'het Robijns Broeck' 3); nog een gedeelte in 'den Bullen Beempt' gelegen, grenzend sheeren vloet aan 2 zijden en Geert Pijls erfgenamen 3); nog een gedeelte in 'den Huven Bampt' gelegen, grenzend Tielman Van Schoenbeeck 1), 'de Cleijn Laeck' 2) en de kinderen van Jan Alen 3), voor 25 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver. Matheeus Vernijen is met recht tot de gichte gekomen. Hiervan zijn maar halve pontpenningen betaald, namelijk 12,5 stuivers, vermits het tochtgoed betreft.

Matheeus voorgenoemd heeft op 1 februari 1571 de naderschap bekend aan Marten Stapparts en Henrick Vernijen, die tot de gichte gekomen zijn, behalve van het bloexke op de Herck gelegen waarvan Matheeus zich niet heeft ontgicht.

 

1570, 11 mei. Folio 192v

Matheeus Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Reijner Schuermans 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Hij staat af te leggen met 17 rinsgulden Brabants. Pand: huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend de erfgenamen van Geert Coex 1), Thijs Jacobs 2) en sheeren straet 3). Reijner Schuermans is tot de gicht gekomen. Isabella, de huisvrouw van Matheeus voorschreven, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1570, 11 mei. Folio 193

Liebrecht Van Suetendale heeft opgedragen met zijn huisvrouw Katharyn Hueveners 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van Joris Gathis erfgenamen onder Schuelen gelegen, voor 15 rinsgulden, godspenninck een halve stuiver, lycoep 10 stuivers.

Op 1 juni 1570 is Willem Stapparts met recht tot de gichte gekomen. Liebrecht belooft dat eventuele kosten betreffende deze rinsgulden op hem en op zijn goederen kunnen gehaald worden.

31 mei 1571 heeft Willem Stapparts deze rinsgulden jaarlijks opgedragen tot behoef van Joris Gathis, bekennend hem de naderschap. Joris is tot de gichte gekomen.

 

1570, 01 juni. Folio 195v

Gielis Drossaten heeft in de naam van Jan en Henrick Poelmans het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: 2,5 rinsgulden jaarlijks staande op panden van de erfgenamen van Jacob Cannarts onder Schuelen gelegen. Gielis is voor Jan en Henrick tot de gichte gekomen met recht.

 

1570, 01 juni. Folio 195v

Ambrosius Wijgaerts heeft met zijn huisvrouw Anna Snijers opgedragen tot behoef van Balthis Smeetz een beemd op de Laeck gelegen, geheten 'den Caetsen Beempt', grenzend Peter Vanden Briele O, Ffrans Van Gelmen W en 'die Laeck' Z, voor 200 rinsgulden Brabants eens boven de last, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Deze som moet binnen het jaar betaald worden en daarom heeft Balthis al zijn goederen opgedragen als een borg zodat Ambrosius daaraan eventuele kosten kan halen. Balthis is met recht tot de gichte gekomen. Balthis heeft deze beemd ook als borg gesteld voor de voorschreven som. Mochten Ambrosius of zijn huisvrouw sterven voor het geld betaald is, dan zal het geld belegd worden om na hun beider dood te komen op de naaste familie. Omdat deze beemd gedeeltelijk sorteert onder de hof vanden Dijck, is voor het pontgelt 6,5 rinsgulden betaald.

Op 25 januari 1572 heeft Ambrosius voorschreven bekend dat hij alles betaald kreeg en hij ontslaat de borg.

 

1570, 01 juni. Folio 196v

Jan Van Brugge en Loych Wynen als momber van Maria, kind van Sebastiaen Vaes, hebben opgedragen tot behoef van Peter Vande Houte een uutfanck te Voertken voor 'den aenseel' gelegen, grenzend 'den aenseel' O, de straat N en hun eigen erf Z. Dit goed werd verkocht na 'kercken gebotten' in de kerk van Coerssel gedaan en de koop was aan Peter gebleven bij het uitgaan van de brandende kaars als hoogste bieder. Dit goed is verkocht met nog andere goederen sorterend onder Brabant en daarom wordt hetgeen hier sorteert gerekend op 10 rinsgulden. Peter Vanden Houte is tot de gichte gekomen.

 

1570, 01 juni. Folio 197

Jan Pouwels heeft ontvangen voor de kinderen van meester Wilboerdt Mathei van Eversel, namelijk Katharijn, Anna, Erardt, Christijn en Lijsbeth, het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een beemd bij Eversel gelegen, grenzend 'die Dunge' 1), 'den Moens Beempt' 2) en 'dat Weenren Beempdeken' 3); nog een stuk broek en eussels bij Eversel gelegen, grenzend'die Stevens Beempt' en 'dat Gaethuijs Maes Broeck'. Jan Pouwels is voor de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 03 juni. Folio 202

Geleijtenisse genomen door Joris Steijnen Huijs op panden van Peter Zwinnen, aangebracht door de schout en de schepenen van de stad Herck.

Evictie door Joris Steijnenhuijs gedaan op panden toebehorend aan Peter Zwinnen voor scholtet en schepenen van de stad Herck 'als gerichtsluijden' in de hof van Gulick ten Loons recht.

Op 20 februari 1570 heeft Joris Steijnenhuijs zijn eerste genachten gehouden op panden van Peter Zwinnen. Op 3 april daarna klaagde Joris Steijnenhuijs op zijn tweede genachte op huis en hof toebehorend aan Peter Zwinnen, gelegen 'opt Hoelken', eisend daarop 2 gulden Brabants gevallen. De derde genachten dateert van 17 april 1570 en hij werd gewezen naar het 4de genachte. Op 8 mei 1570 verzocht Joris tegen de panden van Peter Zwinnen verder recht gewezen te worden tot geleijtenissse. Werd gewezen oud genoeg van genachten te zijn en conde tegen het aanbrengen. Extract ondertekend door Dierick de Wuest schepen en secretaris op 1 juni 1570.

De schout en de schepenen van de stad Herck hebben deze procedure aangebracht voor deze schepenen. Scholtet Hubrecht van Paele attesteert dat hij de konde gedaan had aan Peter Zwinnen tegen deze dag. Peter werd ingeŽist, maar verscheen niet. De schepenen wezen aan Peter een konde te doen tegen het gelijt.

Op de afgesproken dag, 3 juni, kwam Steynenhuys voorschreven en hij verzocht verder recht. Peter Zwinnen presenteerde te purgeren en de kosten en de lasten te betalen en de achterstallige renten. Joris stemde hiermee in. Peter beloofde om alles op volgende maandag te voldoen 'op boet ende op uutpendinge'. Aan Peter Zwinnen werd hout en risch geleverd in een teken van eigendom volgens recht.

 

1570, 15 juni. Folio 205v

Reijner Stessens heeft het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: huis en hof onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, Maria Bruijninx 3) en de erfgenamen van Jannes Wijmans 4); nog een stuk land ook opte Stappe gelegen, grenzend de erfgenamen van Jannes Wijmans 1), Henrick Van Reppel 2), de erfgenamen van meester Philips Vanden Laer 3) en sheeren straet 4). Reijner Stessens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 06 juli. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 210

Peter Neven heeft opgedragen tot behoef van Hubrecht Dillen een stuk broek onder Coerssel gelegen, geheten 'den Meijtsen Beempt', grenzend de beek 1), Jaspar Kenens 2) en Jeronijmus Huben 3); nog een stuk land onder Coerssel gelegen 'int Groet Bloeck', grenzend Jeronijmus Huben 1), Jeronijmus Vanden Hove 2) en 'die Scrick Heijde' 3), voor 332 rinsgulden Brabants eens. Hubrecht zal hiervoor jaarlijks 12 rinsgulden Brabants blijven gelden, die met de som van 200 rinsgulden te kwijten staat. Hubrecht Dillen is tot de gichte gekomen.

Hubrecht heeft het voorschreven goed opgedragen als een pand en daarbij nog een beemd geheten 'den Baten Beempt', grenzend Peter Dillen 1), de beek 2), als een onderpand voor de voorschreven rente van 12 rinsgulden jaarlijks. Peter Neven is tot de gichte gekomen.

Op 28 juni 1571 heeft Lijssbeth Windelen, de huisvrouw van Peter, met deze gichte ingestemd. Op dezelfde dag werden de panden ook gekweten door Peter, zoals men zal vinden op die dag.

 

1570, 06 juli. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 211

Willem Geerts heeft in de naam van Peter Van Cuelen als momber van zijn huisvrouw Lijsbeth Jans ontvangen het versterf dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: een beemd onder Coerssel boven de molen gelegen, grenzend Peter Reijners 1), Willem Meijen 2) en de beek 3). Willem Geerts is in de naam van Peter als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 06 juli. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 213

Geert Cromphals heeft voor hem en voor zijn megeringen ontvangen het versterf dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: een beemd in Oversell gelegen, grenzend Lenaert Cautsmeetz, Crijn Kenens en sheeren aerdt. Geert is voor hem en voor zijn consorten met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 30 augustus. Folio 215v

Meester Augustijn van Gheele heeft, volgens de onderstaande condities, gekweten aan de panden van Willem Vanden Roye. Op 17 april 1570 werd een akkoord gesloten ten huize Dierick de Wuest tussen Wilhem Vanden Roye en meester Augustijn Van Gheele met zijn huisvrouw aangaande een mudde koren jaarlijks dat meester Augustijn als momber van zijn huisvrouw pretendeerde te trekken aan Wilhem voorschreven. Omdat het onduidelijk is wie de rechten heeft op dit mudde koren, is door bemiddeling van Philips Clingers, Govaert Vanden Roije en meester Dierick de Wuest van weerszijden als akkoord gekozen dat Wilhem aan meester Augustijn voor de onzekere gerechtigheid betalen zal 34 gulden Brabants eens op Sint Jansmisse eerstkomend, op genachten in Lummen of in Herck volgens keuze van Willem. Als deze conditie dan niet voldaan is en de betaling niet gebeurd, dan moet Wilhem aan meester Augustijn een mudde koren erfelijk gichten. In ruil doet meester Augustijn afstand van zijn rechten op de verlopen die aan hem of zijn huisvrouw mochten gevallen zijn. Willem moet daar boven voor de arbitruers en het goed gezelschap 4 gulden eens geven. De partijen gingen hiermee akkoord. De overeenkomst werd ondertekend door Philips Clingers, Godefridus Vanden Roije die het bovenstaande schreef, Dirick de Wuest Heesius, Augustinus Ghelensis, Willem Vanden Roije. Godefridus Vanden Roye tekende nog eens voor de kopie.

Nog een akte van de hand van Godefridus Vanden Roije, gedateerd op 4 juli 1570, in het Latijn. In presentie van Hubertus van Pael en Cornelius Neven als getuigen verschenen meester Augustinus Van Gheel en Wilhelmus Vanden Roije. De redemptie van de rente is nog niet gebeurd. Op het feest van O.-L.-Vrouw Hemelvaart volgen verdere afspraken. Opgemaakt in het huis van Hubert van Pael in Wuestherck en ondertekend door Godefridus Vanden Roije als notaris.

18 augustus 1570 meester Augustinus en Wilhelmus voorschreven zullen verschijnen voor de bank van Lumpmen om het akkoord te voldoen. Zelfde plaats met getuigen Hubertus van Pael en meester Andreas Clingermans.Ondertekend door dezelfde notaris. Zeer onder voorbehoud. Te lezen door iemand met kennis van de taal.

 

1570, 30 augustus. Folio 217v

Thewis Eelen heeft voor hem en voor zijn megeringen Maria en Lucia Eelen en voor de kinderen van Geert Eelen de nalatenschap ontvangen na de dood van hun ouders op hen verstorven. Het betreft een stuk broek in Oversell gelegen, geheten 'het Wouters Broeck', grenzend Peter Knaep 1), Peter Teggers 2); nog 'het Hoeven Broeck' ook in Oversell gelegen, grenzend 'Peter Gijbels 1), Jan Reijners 2); nog een heide voor Oversell gelegen. Thewis Eelen is voor hem en voor zijn consoorten met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 14 september. Folio 218v

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Gielis Vanden Venne het versterf ontvangen dat hem is verstorven na de dood van zijn ouders: 2 rinsgulden jaarlijks aan huis en hof van Tielman Van Schoenbeeck in Schuelen gelegen, grenzend Jan Vanden Venne 1), Henrick Cannarts 2), sheeren straet 3) en 4); nog aan 6 roijen beemd die aan Tielman toebehoren, gelegen op 'den Huijven Beempt', grenzend de erfgenamen van Henrick Vanden Morttel en 'die vorste Laeck'; nog 1 rinsgulden jaarlijks aan panden van Quinten Hoelsteens, grenzend Henrick Cannarts, Willem Claes, Jan Vernijen en de straat; nog 10 stuivers jaarlijks aan huis en hof van Henrick Vernijen, grenzend Jan Gathis, meester Geert Van Velpen en sheeren straet. Peter Vanden Briele is voor Gielis tot de gichte gekomen.

 

1570, 14 september. Folio 219

Lambrecht Boenen heeft als man en momber van zijn huisvrouw opgedragen tot behoef van Ffrans Croonaerts 6 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Katharijn Putte onder Coerssel gelegen - volgens de inhoud van het register - voor 90 rinsgulden. Ffrans Croenaerts is met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 15 oktober. Jaergedinge nae Sinte Remeijs dach. Folio 222v

Henrick IJliaes heeft verklaard dat hij aan meester Dierick de Wuest een stuk broek genaamd 'het Lanck Roet', grenzend Thijs Van Ham W, de heer van Lumpmen O en 'die Coelen Herck' Z, heeft verkocht voor 17 rinsgulden 10 stuivers Brabants erfelijk met valdag op half maart. Conditie is dat de uitgaande lasten, 2 rinsgulden Brabants in Hasselt, zullen in mindering komen aan de jaarlijkse som van 17,5 ringulden Brabants erfelijk voorschreven. In afkorting van deze som zal Henrick overnemen van meester Dierick de 12 rinsgulden Brabants erfelijk die hij trekt aan panden van Willem Vander Masen. Henrick bekent dat hij die van mr. Dierick heeft ontvangen in de Hof van Waenroede. Tevens bekent Henrick dat hij vroeger 'als het recht alhier vaceerde te weten inden jaer XVCLXIX omtrent meert voir het wettich hoeft tot Vliedermael' voldaan heeft aan meester Dierick de Wuest volgens de conditie voorschreven. En hij behoudt aan het stuk broek dus niet meer dan 3,5 rinsgulden Brabants jaarlijks erfelijk. Die draagt hij nu op tot behoef van mr. Dierick voorschreven voor 60 rinsgulden Brabants eens. Mr. Dierick belooft die te betalen. Er zijn ook nog andere panden onder Herck ressorterend en samen als pand en onderpand verbonden; ze zijn daar te vinden. Hij werd betaald van deze rente van 12 gulden erfelijk en van alle andere panden daarbij verbonden en verkocht aan mr. Dierick zonder er nog enige rechten op te behouden.

 

1570, 09 november. Folio 226

Willem Droechmans heeft opgedragen tot behoef van de kerk van Schuelen zijn hele kindsgedeelte dat hem is aangekomen na de dood van zijn ouders en al hetgeen wat hij nog mag verwerven als een pand voor 6 rinsgulden Brabants vallend op Sint-Maartensdag. Willem of zijn nakomelingen mogen deze rente steeds afleggen met 106 rinsgulden Brabants en met een ongevallen rente, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 30 stuivers. Matheeus Stappartz en Jan Luyten zijn als mombers van de kerk voorschreven met recht tot de gichte gekomen. De mombers hebben het pontgelt met de hofrechten ook betaald, belopend op 5 rinsgulden 16 stuivers Brabants.

 

1570, 09 november. Folio 226v

Matheeus Reijners van Huesden heeft opgedragen tot behoef van Michiel Briers 4 rinsgulden Brabants jaarlijks kwijtrente (20 stuivers voor de rinsgulden gerekend), aan en op 2 beemden gelegen 'op Kieselvoert', grenzend 'Jan Boonen Broeck' 1), 'Cornelis Joris Bossch' 2), de beek of de gemeijn straat 3) oost en 'Nijs Hegelers Broeck' W. Het goed is enkel nog belast met 4 rinsgulden Brabants aan een vrouw wonend in Hasselt in het klooster. Valdag op Allerheiligen. De rente moet los en vrij betaald worden van alle belastingen, beden enz. Michiel Briers is met recht tot de gichte gekomen. Matheeus of zijn nakomelingen zullen deze rente mogen afleggen met 60 rinsgulden Brabants en met een ongevallen rente, lijcoep 12 stuivers, godspenninck 1 stuiver nadat alle gevallen renten betaald werden met alle onkosten, hofrechten. Als Matheeus slecht betaalt, zullen Michiel of zijn erfgenamen op het pand mogen procederen en met een konde van 15 dagen komen tot het geleyt van de panden. Matheeus transporteert aan Michiel en zijn erfgenamen de waterloop van 'die Kieselvoerts Wijers' te mogen gebruiken en leiden door 'des selven Thewis huelden der voirschreven beempden' gelegen bij Jan Boonen Broeck of tussen hetzelfde broek. Michiel en zijn erfgenamen zullen hem eens per jaar helpen vegen. Mocht het pand zwaarder belast zijn dan voorschreven is, dan staat Matheeus toch garant met al zijn goederen. Voor pontgelt werd 30 stuivers betaald, mits de helft van deze rente onder Brabant gegicht is.

Op 5 maart 1573 heeft Michiel Briers deze panden gekweten van de 4 rinsgulden jaarlijks voorschreven. Hij kreeg alles betaald. Jan Reijners is tot de gichte gekomen. De waterloop blijft zoals hiervoor beschreven is.

 

1570, 09 november. Folio 227v

Henrick Slegers heeft opgedragen tot behoef van Aert Van Zonhoven een beemd op de Herck gelegen, omtrent 3 zillen groot, grenzend 'den Herck Dijck' 1), Jan Gielis O, Henrick Van Reppel erfgenamen W en de Demer N. Verkocht voor 170 rinsgulden Brabants. Henrick moet hiervoor de beemd los maken binnen een jaar van een mudde rogge jaarlijks dat Peter Van Hinnesdale daarop gelden heeft. Dat is te kwijten met 50 rinsgulden. Henrick moet er alle verlopen lasten van betalen en ook alle andere eventuele lasten eraf nemen. Aert zal van de koopsom 100 rinsgulden betalen op dag van gichten en de rest binen het jaar, godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Aert Van Zonhoven is tot de gichte gekomen met recht. Hiervan is voor pontgelt 6 rinsgulden betaald mits de lasten die aan het goed staan 50 rinsgulden belopen en die moeten aan de koopsom in mindering komen.

 

1570, 09 november. Folio 229v

Ffrans Schepers heeft opgedragen tot behoef van Peter Vanden Briele op 3 november laatstleden de helft van een beemd omtrent de korenmolen gelegen, waarvan de wederhelft toebehoort aan Peter Vanden Briele met zijn megeringen. De hele beemd grenst Anna Geerts 1), Hendrick Van Mewen erfgenamen 2). Verkocht voor 156 rinsgulden Brabants (de bourgoensche daelder aan 32 stuivers Brabants), godspenninck 2,5 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Hij is enkel met de grondcijns belast. Peter Vanden Briele is met recht tot de gichte gekomen. Ffrans heeft een stuk broek opgedragen genaamd 'den Helchterman', grenzend de Demer N, Ffrans Neven en zijn megeringen 2), als een borg voor het geval dat Peter of zijn nakomelingen enige hinder overkwam hierom. Ffrans bekent dat hij betaald werd.

 

1570, 23 november. Folio 233

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van meester Peter Kenens 'licentiaet' een stuk broek in Oversell gelegen, genaamd 'den Boven Beempt', grenzend Peter Dillen en Jan Gielis 1), Peter Dillen alias Lichten 2), Peter Dillen 3) en de beek 4), als een pand voor 12 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sinte Katharijnen dach. Deze 12 rinsgulden jaarlijks mogen Pouwels Geerts of zijn nakomelingen altijd afleggen met 200 rinsgulden Brabants: 29,5 hornse daelders het stuk voor 30 stuivers, 19 Nimminssche daelders het stuk ook voor 30 stuivers, 14,5 daelders van Thoren voor 30 stuivers het stuk, 7 daelders van Reeckem het stuk ook voor 30 stuivers, 20 golde Leuwen het stuk voor 2 rinsgulden 12,5 stuivers, 20 philippusgulden het stuk voor 28 stuivers, 12 Gelderssche rijders het stuk voor 24 stuivers, allemaal goed van goud en 'swaer van gewichte', en een dobbele stuiver Brabants. Samen maken ze 200 gulden. Indien Pouwels Geerts of zijn nakomelingen deze rente willen afleggen, dan moeten ze dit een half jaar vooraf laten weten. De rente van 12 rinsgulden jaarlijks moet volledig los en vrij van alle schattingen en beden betaald worden. Pouwels heeft het pontgelt betaald. Servaes Kenens is in de naam van en voor meester Peter voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1570, 23 november. Folio 233v

Pouwels Geerts heeft opgedragen tot behoef van Servaes Kenens de voorschreven beemd in Oversel gelegen, zie vorige gichte, als een borg voor het geval dat Servaes Kenens of zijn nakomelingen ooit hinder ondervonden betreffende 5 rinsgulden jaarlijks zoals Jan Jacobs of zijn erfgenamen gelden hebben aan een stuk erf onder Coerssel gelegen, genaamd 'den Muggen Berch', dat Servaes Kenens onlangs verkregen heeft van Pouwels Geerts voorschreven. Als versterking voor de borgtocht heeft Willem Geerts al zijn goederen, have en erven opgedragen voor het geval dat de borg van Pouwels onvoldoende zou zijn.

 

1570, 07 december. Folio 235

Geert Pijls heeft met zijn verleende momber meester Dierick de Wuest opgedragen tot behoef van Andries Creijten 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van Quinten Hoelsteens onder Schuelen gelegen, voor 14 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 oert en lijcoep 20 stuivers. De koper krijgt nog de rente die in 1570 gevallen is of vallen zal. Geert kreeg alles betaald. Andries Creijten is tot de gichte gekomen.

 

1571, 01 februari. Folio 239

Matheeus Vernijen heeft opgedragen tot behoef van Marten Stapparts en Henrick Vernijen, bekennend hen de naderschap van de koop die hij gedaan heeft van Philips Schabben, zoals blijkt op 11 mei 1570. Voorwaarde: Matheeus Vernijen reserveert zich nog een bloexke op de Herck gelegen, grenzend Willem Thijs 1), meester Jan Van Gelmen erfgenamen 2). Marten Stapparts werd gegicht in 'de Stappe'; nog in het gedeelte in 'den Bullens Bampt' en nog in het gedeelte in 'die Zille'. Henrick Vernijen werd gegicht in 'die Croeckers Zille'. Marten en Henrick werden elk in hun deel gegicht en gegoed met recht.

 

1571, 01 februari. Folio 239v

Jan Boelaerts heeft opgedragen tot behoef van Henrick Nobels de helft van een stuk boek in Oversel gelegen, geheten 'die Schuijlen', grenzend Laureijs Dillen kinderen 1), de beek verder rondom, voor een stuk land onder Hechtel gelegen volgens hun condities. Henrick geeft erop 25 rinsgulden Brabants eens toe. Henrick Nobels is met recht tot de gichte gekomen. Coen Nobels, de huisvrouw van Jan Boelaerts, heeft met deze gichte ingestemd.

 

1571, 01 februari. Folio 239v

Henrick Nobels gicht Jacob Beerten in het voorschreven stuk broek uit de voorgaande gichte in ruil voor een stuk land onder Beverloe gelegen. Ze geven elkaar niets toe met uitzondering dat Henrick aan de huisvrouw van Jacob eens 10 halster rogge geeft. Jacob Beerten is tot de gichte gekomen met recht. Jan Boelaerts heeft al zijn goederen opgedragen als een borg voor het geval dat Jacob Beerten of zijn nakomelingen enige problemen zouden ondervinden betreffende dit stuk broek.

 

1571, 15 februari. Folio 241v

Adriaen Leijsens heeft opgedragen tot behoef van Thijs Zwinnen zijn gedeelte in 'den Bolaert' in Castel gelegen, grenzend Jan Kenens 1), Andries Valentijns 2) en 'die Broeck Strate' 3), voor 12 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver. Thijs Zwinnen is tot de gichte gekomen met recht.

 

1571, 15 februari. Folio 242

Lambrecht Valentijns heeft opgedragen tot behoef van Peter Hoets een stuk land in Castel gelegen, grenzend de straat aan 2 zijden, Peter Hoets voorschreven W en Geert Valentijns N, als een pand voor 6 rinsgulden Brabants jaarlijks, met valdag op Sinte Mathijs dach apostel. Te kwijten met 100 rinsgulden Brabants, in twee keer. Telkens 3 rinsgulden jaarlijks af te lossen met 50 rinsgulden. Peter Hoets is met recht tot de gichte gekomen. Lambrecht betaalde het pontgelt en Peter Hoets de andere hofrechten.

 

1571, 15 februari. Folio 243

Ffrans Aerts en Thewis Beerten hebben in de naam van Andries, Gielis, Lijsbeth en Katharijn Moens het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: huis en hof achter de kerk in Coerssel gelegen, grenzend Hubrecht Dillen 1), de 'Kercken Straet' 2); nog 'den Paelmans Beempt', palend Peter Martens 1), 'die Breeddonck 2); nog 'den Sporcken Beempt', grenzend 'die personagie van Coerssel' 1), de kinderen van Lijsbeth Mentens 2); nog een bloeck over de straat gelegen, grenzend Henrick Kenens O en Henrick Boss W; nog een stuk land geheten 'den Roechter', grenzend Thomas Mentens O, de kinderen van Katharijn Van Heijst W. De voorschreven Ffrans Aerts en Thewis Beerten zijn voor de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 15 februari. Folio 243

Marten Stappartz heeft ontvangen na de dood van zijn zuster Margriet Stapparts een heike onder Schuelen gelegen, of haar gedeelte daarvan, grenzend 'die Stappen Heijde' aan 2 zijden, de kinderen van Loijch Croenen 3) en Quinten Hueveners 4). Marten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 01 maart. Folio 243v

Henrick Keeskens heeft na de dood van zijn ouders een zille broek ontvangen in Oversel gelegen, grenzend Henrick Crompvoets 1), de kinderen van Peter Baten 2) en 'den Hoegen Bossch' 3). Henrick Keeskens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 01 maart. Folio 246

Geert Naelden met zijn huisvrouw Maria Beerten heeft opgedragen tot behoef van Peter Maechs zijn gedeelte van een stuk broek onder Coersel gelegen, geheten 'die Stucke'. De gehele 'Stucke' is belast met 2 rinsgulden jaarlijks. Het geheel stuk grenst Ffrans Aerts O, Peter Cremers alias Put W en O.-L.-Vrouwenaltaar van Coersel N. Verkocht voor 96 rinsgulden Brabants eens boven de voorschreven last en aan de huisvrouw van Geert Naelden voor een kermis 1 rinsgulden, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 20 stuivers. Peter Maechs is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 01 maart. Folio 246v

Anna Wellens heeft zich vermomberd met Willem Geerts en Jan Kenens, die haar met recht verleend zijn. Vervolgens heeft Anna Wellens met haar mombers op gedragen tot behoef van haar zoon Reijner haar tocht van al haar goederen hier sorterend in Coersel gelegen: het vierendeel van een stuk land geheten 'het Stal Bloeck', grenzend Laureijs Wouters O, Matheeus Hueveners W en 'de Veltstraet' 3); nog het gedeelte op haar verstorven na de dood van haar zoon Henrick van een beemd geheten 'den Cranen Goer'. Reyner is met recht tot tocht en erfdom gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfdom samn zijn, heeft Reijner opgedragen tot behoef van zijn zwager Valentijn Meyen al de voorschreven goederen gespecificeerd in de voorgaande gichte omwille van de trouwe dienst en vriendschap door Valentijn aan hem gedaan en die hij nog doen zal want hij heeft toegezegd om hem levenslang de kost te geven. Mocht Valentijn sterven voor Reijner, dan mag Reijner de goederen weer aanslaan om ervan te leven. Na zijn dood moeten de goederen dan wel komen aan de kinderen van Valentijn voorschreven, maar hij mag ze niet belasten of verkopen. Valentijn Meijen is met recht tot de gichte gekomen.

Daarna heeft Valentijn Meijen deze goederen weer opgedragen tot behoef van Anna Wellens, stellend haar weer in haar tocht om de goederen haar leven lang te gebruiken. Anna is tot de gichte gekomen.

 

1571, 15 februari. Folio 250v

Philips Vander Luecken heeft in de naam van de kinderen van Herman Pijpen, namelijk Iken en Geertruijt, het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: huis en hof onder Schuelen gelegen, grenzend de zusters van Hasselt 1), sheeren straet 2) en 'die Laeck' 3); nog 2 stukken broek bij het voorschreven goed gelegen; nog een stuk land palend Govaert Vander Hoeven erfgenamen 1), sheeren straet 2) en Wouter Drossaten 3); nog een bloeck grenzend Jan Gathis erfgenamen 1), de zusters van Hasselt 2) en sheeren straet 3). Philips is tot behoef van de voorschreven kinderen tot de gichte gekomen.

 

1571, 26 april. Jaergedinge nae beloeken paesschen. Folio 252

Lambrecht Schepers heeft opgedragen tot behoef van Jan Binnemans 3 rinsgulden jaarlijks vallend op Sint-Jorisdag aan en op een stuk land onder Coerssel gelegen, genaamd 'het Loelen', grenzend Lambrecht Schepers voorschreven O, Peter Dillen W. Af te lossen met 50 rinsgulden Brabants geld zoals bij de aflossing in Brabant gangbaar zal zijn en tegen die koers. Eventueel zal Lambrecht het pand versterken. Godspenninck een halve stuiver en lijcoep 31 stuivers. Lambrecht heeft het pontgelt betaald. Jan Binnemans is tot de gichte gekomen.

 

1571, 10 mei. Folio 255v

Jan Vanden Broeck heeft, in navolging van een niet-herroepbare procuratie gegeven door Peter Ross wonend in Dendermonde, opgedragen tot behoef van Bartholomeeus Doubach en zijn nakomelingen 5 halster rogge en 2 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van de erfgenamen van Henrick Wijnen in Haexelaer gelegen, volgens de inhoud van deze registers, voor 50 rinsgulden Brabants. Bartholomeeus Doubach is met recht tot de gichte gekomen, volgens de getoonde procuratie gedateerd op 20 maart 1571, Luikse stijl. Deze werd ondertekend door Henrick de Bona Domo (Van Goedenhuijse), notaris in Brabant op 4 maart 1563.

 

1571, 10 mei. Folio 255v

Maria Goris heeft met haar verleende momber Jan Kenens opgedragen tot behoef van Claes zoon van Goris Oems, haar broer, haar rechten van een zille broek in Oversel gelegen, grenzend Claes voorschreven 1), de beek 2) en de erfgenamen van Reijner Pelsers 3), voor 16 rinsgulden Brabants eens. Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 10 mei. Folio 256

Claes, Goris Oems zoon, voorschreven heeft opgedragen tot behoef van Peter Beerten zijn rechten van de zille vermeld in de voorgaande gichte en daarbij nog al zijn andere goederen onder deze bank sorterend als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op 'Sinte Sijmons ende Jude dach' eerstkomend. Af te lossen met 50 rinsgulden Brabants geld zoals ten tijde van de afbetaling in Brabant zijn loop zal hebben. Claes betaalde het pontgelt met alle andere hofrechten. Peter Beerten is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 10 mei. Folio 256v

Jan Willems heeft opgedragen tot behoef van het godshuijse van Sint Annen dale binnen de stad Diest 2,5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden toebehorend aan Jan Schuermans onder Schuelen gelegen, volgens de inhoud van het register.Hij moest deze rente overgichten omwille van een contract dat Jan maakte met het godshuis omwille van een som van 45 rinsgulden eens die Jan beloofd had te geven.Willen Bouwens is in de naam van en voor het godshuis met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 21 mei. Folio 258

Henrick Pijls, Claes Pijls en Henrick Van Alcken als momber van de kinderen van Gijsbrecht Pijls, namelijk Jan, Ida en Maria Pijls, en tevens heeft ook Geert Pijls op 23 mei opgedragen met zijn verleende momber Henrick Van Rumunde, tot behoef van Adam Pijls een half boender broek 'int Fraese Broeck' gelegen op de Laeck, grenzend (niet aangevuld) in ruil voor een ander erf onder Donck sorterend. Dat goed hebben Henrick en Claes Pijls met hun megeringen hier boven geschreven in de plaats van het half boender broek gekregen.Henrick Pijls spreekt tevens voor zijn zuster Christijn Pijls. Adam Pijls is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 21 mei. Folio 258

Adam Pijls heeft met zijn geleverde mombers Henrick Van Rumunde en Ffrans Scepers opgedragen tot behoef van Sebastiaen Buelinxs het boven geschreven half boender broek, beschreven in de vorige gichte, voor 6,5 rinsgulden jaarlijks of erfelijk. De koper moet bij de gichte in afkorting van de 6,5 rinsgulden jaarlijks voor een onderpand 50 rinsgulden eens betalen. Bovendien zal het half boender broek pand blijven voor 4 rinsgulden jaarlijks die te kwijten zijn met 80 rinsgulden Brabants eens. Sebastiaen Buelinxs is op 31 mei daarna met recht tot de gichte gekomen. Godspenninck een halve stuiver en lijcoep nae lantcoep.

 

1571, 31 mei. Folio 259v

Lambrecht Joes heeft opgedragen tot behoef van Gielis Cilien en Jan Luijten als momber van zijn huisvrouw Dingen Cilien zijn tocht van een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'het Custers Velt', grenzend meester Jan Van Gelmen erfgenamen 1), Aert Stramparts 2) en sheeren straet 3). Gielis Cilien en Jan Luijten als momber van zijn huisvrouw zijn met recht tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, hebben Gielis Cilien en Jan Luijten en tevens Lambrecht Joes gelijk opgedragen tot behoef van Jan Juechmans het voorschreven Custers Velt voor 156,5 carolusgulden Brabants, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoepe. Jan Juechmans is tot de gichte gekomen met recht.

 

1571, 31 mei. Folio 260

Thijs Witters heeft het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'die Roije Beeck', grenzend Lenaert Bolaerts 1), Willem Geerts 2) en Jan Jannes 3); nog een stukje erf ook in Oversel gelegen, geheten 'die Donck', palend 'die Maelbeeck', sheeren aert en Geert Cromphals. Thijs Witters is tot de gichte gekomen.

 

1571, 28 juni. Folio 268v

Mathijs Baten heeft opgedragen tot behoef van Jaspar Tielmans een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Reijners 1), Henrick Thijs de Jonge 2) en 'den Hoegen Bossch' 3). Belast met 2 halster rogge jaarlijks aan de erfgenamen van Marie Vanden Briele en met grondcijns, meer niet. Verkocht voor 261 rinsgulden Brabants eens boven de voorschreven last, godspenninck 5 stuivers en lijcoep 1 croen. Jaspar Tielmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1571, 28 juni. Folio 269

Henrick Vreven wonend in Herck heeft opgedragen tot behoef van Peter Slegers zijn kindsgedeelte, namelijk het huis met een halve 'hove' onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend sheeren straet 1), 'het Luijten Velt' 2) en Jan Vander Linden 3), voor 3,5 rinsgulden Brabants jaarlijks vallend half maart. Af te lossen met 70 rinsgulden. Peter Slegers is tot de gichte gekomen. Peter Zwijns belooft dat hij zijn zwager Joris Luyten voor het recht zal brengen om in te stemmen.

Peter Slegers heeft opgedragen tot behoef van Henrick Vreven voorgenoemd het voorschreven huis met de hele hof vermeld in de voorgaande gichte als een pand en onderpand voor de voorschreven 3,5 rinsgulden jaarlijks. Henrick Vreven is tot de gichte gekomen.

 

1571, 28 juni. Folio 271

Geert Herien alias Bervoets heeft opgedragen tot behoef van de kerk van Lumpmen een stuk broek 'int Schuelens Broeck' gelegen, grenzend Michiel Alen 1), 'de Nieuwe Herck' 2) en 'die Coenaerts Langdonck' 3); nog een stuk bos in Linchout 'inden Goer' gelegen, grenzend Henrick Bervoets 1), Thijs Minbiers de Jonge 2), als een pand voor een mudde rogge jaarlijks vallend op 'Sint Jans Baptisten geboerten dach'. Af te leggen met 29 rinsgulden Brabants geld en daarbij 29 stuivers Brabants voor het pontgelt. Peter Vanden Briele is in de naam van de kerk van Lumpmen tot de gichte gekomen met recht. Het geld is gekomen van een mudde rogge jaarlijks dat afgelegd is door Hubrecht Spunx, zoals men kan vinden op 31 mei laatstleden.

 

1571, 13 september. Folio 275

Ambrosius Wijgaerts met zijn huisvrouw Anna Snijers heeft opgedragen aan Jan Juechmans een stuk land onder Schuelen gelegen, geheten 'die Heijde', grenzend sheeren straet 1), Aert Stramparts 2), Jacob Cannarts erfgenamen 3) en Willem Vanden Roije 4). Het land is belast met 2 rinsgulden jaarlijks aan Sint Joris van Schuelen en met sheeren grondcijns. Boven deze last moet nog 220 rinsgulden Brabants eens betaald worden, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Indien Ambrosius en zijn huisvrouw sterven zonder wettige geboorte achter te laten, zal het geld of hetgeen ze met dit geld verkregen hebben, toekomen aan de naaste erfgenamen van Anna Snyers voorgenoemd. Jan Juechmans is hierna op 10 april 1572 met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 07 januari. Folio 275v

Thomas Van Leuwe anders Corvers heeft met zijn huisvrouw Lijssbeth Naelden opgedragen huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Jan Vernijen 1), Wilboert Gielis 2), Jan Hoets 3) en sheeren straet 4), tot behoef van Melchior Van Schoenbeeck in ruil voor 30 stuivers Brabants jaarlijks staande aan panden van Jan Vanden Boecke en daar boven nog 128 rinsgulden Brabants en 24 vaten koren eens boven alle uitgaande lasten in volgende termijnen. Bij de gichte moeten 20 rinsgulden betaald worden, op 'Sinxen' (Pinksteren) 70 rinsgulden en de rest van het geld en daarbij 8 vaten koren op de dag van verjaren, een jaar daarna nog 8 vaten koren en nog een jaar daarna de rest van het koren. De uitgaande lasten van deze koop belopen op 6 rinsgulden 6 stuivers jaarlijks Brabants en 4 vaten koren. Mochten er nog lasten gevonden worden, dan zal de verkoper ze afleggen of in mindering brengen aan de koopsom. De verkoper moet de gevallen lasten en die nog vallen tot de oogst eerstkomend betalen. Godspenninck een halve stuiver. Melchior kwam op 10 april 1572 tot de gichte.

Voorwaarde is nog dat Thomas en zijn huisvrouw voorschreven hun wonen en schuilen zullen hebben in het huis opt Schuermans Inde gelegen, dat toebehoort aan koper Melchior Van Schoenbeeck, zolang als Lijsbeth Naelden, de huisvrouw van Thomas Van Leuwe, zal leven maar niet langer. Het pontgelt komt samen op 7 rinsgulden.

 

1572, 08 februari. Folio 277v

Jan Vander Meer heeft met zijn huisvrouw Iken Bogaerts alias Van Homborch opgedragen tot behoef van Bonaventura Binnemans 6,5 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals zij gelden heeft aan panden van Govaert Goyens onder Coerssel gelegen. De eerste gicht hiervan dateert van 23 september 1540. Verkocht voor 117 rinsgulden Brabants eens. De koper heeft de laatst gevallen rente. Godspenninck 1 stuiver en lijcoep 3 rinsgulden. Mocht de koper last ondervinden vanwege deze rente, dan belooft Jan Vander Meer met zijn huisvrouw deze last op hen te nemen. Bonaventura Binnemans is op 17 april 1572 met recht tot de gichte gekomen.

Jan Vander Meer en zijn huisvrouw bekenden dat ze betaald werden.

 

1572, 21 februari. Folio 278v

Michiel Wijnen heeft opgedragen tot behoef van Cornelis Cornelis een stuk broek in Coerssel gelegen, geheten 'het Lanck Hout', grenzend 'sHeylichs Geest Beempt' van Coersel 1), Jaspar Tielmans 2), Thijs Van Ham 3) en 'den Esselen Bossch' 4), als een pand voor 3,5 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sinte Anthonis dach. Te kwijten en af te leggen met 50 rinsgulden Brabants. Cornelis Cornelis is op 17 april 1572 met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 27 maart. Folio 283v

Peter Dillen heeft opgedragen tot behoef van Mathijs Bossmans als momber van zijn huisvrouw Lijssbeth Dillen zijn tocht van de halve 'Baten Beempt' in Oversell gelegen, grenzend de kinderen van Claes Neelens 1), sheeren aerdt 2) en Thijs Moens 3). Mathijs Bossmans is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen met recht.

 

1572, 27 maart. Folio 283v

Mathijs Bossmans heeft opgedragen tot behoef van Lucas Huben de helft van de voorgenoemde halve 'Baten Beempt', grenzend sheeren straet 1), Thijs Moens 2), de kinderen van Claes Nelens 3) en Mathijs Bosmans voorschreven 4), die enkel belast is met 1/3 van 10 penninck grondcijns, voor 100 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver. Lucas Huben is met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 27 maart. Folio 285v

Lenaert Swarts heeft in de naam van Ffranschoijs en Aleijdt van Tulden ontvangen het versterf dat hen is verstorven na de dood van hun ouders: een stuk broek over de Herck gelegen, genaamd 'de Ffautte Poele', grenzend 'dat Meerle Broeck' en 'de Sperveldonck'. Lenaert Swarts is voor de voorschreven personen tot de gichte gekomen met recht.

 

1572, 27 maart. Folio 285v

Berthel, Mathijs, Anna en Maria Bullekens hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is aangekomen: een eussel grenzend de erfgenamen van Henrick Wijnen, sheeren straet en Jan Hoefmans; nog een stuk erf in Castel gelegen, grenzend de kinderen van Thijs Seysens, sheeren straet en de kinderen van Matheeus Roije; nog een bloeck aan 'de Moelen Straet' gelegen, grenzend Willem Meijen, sheeren straet en Peter Neven; nog een stuk broek geheten 'den Meijers Beempt', grenzend Jan Vanden Hove, de 'Broeck Straet' en de kinderen van Jacob Tielens; nog 2 stukken broek in Gestel gelegen 'opt gemeijn broeck', grenzend de kerk van Beringen, en verder alles wat nog onder deze bank sorteert. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1572, 27 maart. Folio 286

Peter Vanden Briele heeft ontvangen voor Jan Alen als momber van zijn huisvrouw Maria Cannarts het versterf dat hen verstorven is na de dood van haar ouders: 15 stuivers jaarlijks aan panden van de erfgenamen van Aert Vanden Gaijer; aan panden van Geert Mertens een half mudde rogge jaarlijks; aan Jan Scheers panden 36 stuivers jaarlijks; aan panden van Aert Thijs in Schuelen 4 rinsgulden jaarlijks; aan panden van Jan Vinmans in Schuelen 20 stuivers jaarlijks; aan panden van de erfgenamen van Margriet Otten 2 halster rogge jaarlijks; aan panden van Reyner Hermans in Meldelaer 25 stuivers sjaars; aan panden van Stas Van Balen 26 stuivers 1 ort jaarlijks; aan panden van Anna Smeetz 3 rinsgulden sjaars; aan Peter Kenens alias Peters panden in Groelaren gelegen 3 rinsgulden jaarlijks en verder alle andere goederen sorterend onder deze bank. Peter Vanden Briele is voor Jan als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

 

1572, 10 april. Folio 288v

Reijner Schuermans heeft een schriftelijke gichte ingebracht gepasseerd voor de schepenen van de hogere bank Vliedermael. Deze luidt zoals volgt. Op 15 januari 1572 kwamen voor het gerecht, scholtus en schepenen van de hoger bank Vliedermael ('gemerct die banck van Lumpmen ten Luenschen recht nu ter tijt vacerende en nijet gancbaer en is') Johan Van Oppum, Marten Daniels, Tielman van Zonhoven en Jan Ouwerx als momber van zijn huisvrouw Marie Swennen en ze verzoeken te ontvangen na de dood van hun ouders een stuk beemd gelegen onder Schuelen, grenzend 'die Crieckels Laeck' 1), 'der Moelen Wech' 2), 'die Hoegaerts Brueck' 3) en Reijner Peters 4). Deze personen werden in de beemd gegicht en gegoed met ban en vrede volgens het recht van de bank en volgens het Loons landrecht.

Vervolgens hebben de voorschreven personen Jan Van oppum, Marten Daniels, Tielman van Zonhoven en Jan Ouwerx als momber van zijn huisvrouw samen de voorschreven beemd weer opgedragen aan Reijner Schuermans alias Peters voor 100 rinsgulden los en vrij boven alle uitgaande lasten die aan de beemd staan, lijcoep nae lancoep en een halve stuiver Brabants als godspenninck. Koopsom voldaan. Jan Ouwerx belooft om binnen 40 dagen zijn huisvrouw te brengen om met deze gicht in te stemmen. Reijner Schuermans alias Peters werd in de beemd gegicht en gegoed met recht. Ondertekend door Andries Vaes, secretaris.

 

1572, 10 april. Folio 289v

Willem Geerts en Jan Kenens, medeschepenen, hebben aangebracht dat Jan Vaes de dag na Sinte Martens dag 1570 voor hen heeft opgedragen tot behoef van Matheeus Tummermans 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden had aan panden onder Coersel gelegen van de erfgenamen van Aert Vaes. Voor 18,5 rinsgilden eens. Matheeus Tummermans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 10 april. Folio 291

Ffrans Tummermans heeft opgedragen tot behoef van Aert Tummermans 1/3 van een eussel bij Eversel 'opde palen' gelegen, geheten 'den Loer', waarvan een deel hooft onder de bank vander Houeijcken, grenzend Aert voorschreven 1), 'het Hoech Bloeck' 2) en Cornelis Jannis kinderen aan de andere twee zijden. Verkocht voor 40 rinsgulden Brabants eens. De helft moet betaald worden op dag van gichten en de andere helft op Pinksteren ('Pinxten') eerstkomend, 1 stuiver als godspenninck en als lijcoep 35 stuivers. Aert is tot de gichte gekomen met recht. Een gedeelte van dit eussel hooft onder de bank van 'der Houeijcken' en daarom zijn de pontpenningen berekend aan 20 stuivers.

 

1572, 10 april. Folio 291v

Ffrans Wijnen heeft als momber van zijn huisvrouw Katharijn Van Eerdenwech het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders: 2 stukken broek onder Coerssel gelegen. Het ene heet 'het Meerlemans Euwt' bij de Breedonck gelegen en het ander heet 'het Torff Broexken'. Dit laatste grenst Lambrecht Ruijtinx en sheeren straet. Ffrans is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 10 april. Folio 291v

Willem Geerts, medeschepen, heeft geattesteerd dat op 11 maart laatstleden in zijn aanwezigheid Jan Rogiers als momber van zijn huisvrouw Maria Scrix voor scholtus en schepenen van de hoger bank Vliedermael - mits de bank hier was vacerende - ontvangen heeft een stuk land onder Coersel gelegen 'opde Scrick', grenzend Jan Nesen 1), Jan Reijners 2) en sheeren straet 3), dat hem als momber van zijn huisvrouw verstorven is na de dood van haar ouders. Hij is met recht tot de gichte gekomen.

Jan Rogiers heeft als momber van zijn huisvrouw opgedragen tot behoef van Jan Reijners het stuk land hierboven voor 24,5 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Jan Reijners is tot de gichte gekomen. Op 10 april daarna heeft Maria Scrix, de huisvrouw van Jan Rogiers, ingestemd met deze gichte.

 

1572, 10 april. Folio 292

Liebrecht Hueveners als momber van zijn huisvrouw Ursula Scrix en Michiel Scrix hebben na de dood van hun ouders een stukje land opde Scrieck Heijde gelegen ontvangen, grenzend Jan Reijners 1), Jan Nesen 2); nog een stukje land palend Reijner Cremers 1), sheeren straet 2) en 'die Smeets hoeve' 3). Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 17 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 294

Peter Vanden Laer heeft opgedragen tot behoef van Lenaert Lompen een stuk erf, gedeeltelijk bos en gedeeltelijk weide, onder Schuelen gelegen opte Stappe, grenzend sheeren straet, Jan Cronen, Jan Alen, Geert Bruyninx en Joris Luyten, voor 6 rinsgulden Brabants erfelijk met valdag half april. Voorwaarde is dat Lenaert in de plaats van onderpand binnen het jaar 2 van de 6 rinsgulden zal afleggen met 40 rinsgulden Brabants eens. Indien hij dat niet doet, is deze gichte teniet en Lenaert zal de lycoep verliezen die hij hierbij heeft gegeven en bovendien moet hij als het jaar om is 6 rinsgulden betalen voor een jaarhuur. Indien hij de 40 rinsgulden gegeven heeft, zal hij van de twee rinsgulden geen rente geven. Als lijcoep werd 6 rinsgulden betaald. Omdat de 2 rinsgulden kwijtbaar zijn met 40 rinsgulden, heeft Lenaert voor het pontgelt betaald 2 rinsgulden. Lenaert Lompen werd in het goed gegicht en gegoed met recht. Peter Vanden Laer werd in de rente van 6 rinsgulden jaarlijks gegicht en gegoed.

 

1572, 17 april. Jaergedinge nae beloecken paesschen. Folio 295v

Jan Brants de Jonge heeft als momber van zijn huisvrouw Erme Poelmans ontvangen na de dood van haar vader Peter Poelmans 4 rinsgulden jaarlijks staande op panden van de erfgenamen van Jacob Cannarts onder Schuelen gelegen. Jan Brants is als momber met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 24 april. Folio 297v

Willem Minneclix kwijt de panden van Quinten Hueveners van 1 philipsgulden jaarlijks. Hij kreeg zowel de hoetpenningen als alle restanten betaald. Quinten is tot de gichte gekomen.

Maria Crijters, huisvrouw van Willem voorschreven, heeft deze kwijting goedgekeurd.

 

1572, 24 april. Folio 297v

Willem Minneclix heeft opgedragen tot behoef van Quinten Hueveners 1 philipsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Aert Heyloven onder Schuelen gelegen, voor 17,5 rinsgulden Brabants eens. Willem behoudt zich de verlopen rente voor. Godspenninck 1 stuiver. Quinten Hueveners is met recht tot de gichte gekomen. Deze gicht keurde de vrouw van Willem ook goed.

 

1572, 24 april. Folio 297v

Heer Hubrecht Boeden heeft in de naam van Heijloff van Boerckell de 4,5 rinsgulden jaarlijks ontvangen die haar door heer Thomas Huesius deken van Sint-Jan Baptist binnen Diest gemaakt en gelaten zijn, staande op panden van Marie Coex onder Schuelen gelegen. Heer Hubrecht is tot behoef van Heijloff van Borckell met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 08 mei. Folio 298v

Lambrecht Geerts heeft voor hem en voor Aert, Odilia, Lijssbeth, Maria en Anna Geerts na de dood van hun ouders ontvangen 11 rinsgulden jaarlijks staande op panden in Meldelaer van Willem Opte Heijde; nog aan de erfgenamen van Jan Beckers panden in Coersel 7 rinsgulden; nog aan panden van Aert Baens 4 rinsgulden jaarlijks; nog aan panden van Aert Marien 4 rinsgulden jaarlijks en verder al hetgeen nog onder deze bank sorteert. Lambrecht is voor hem en voor Aert, Odilia, Lijsbeth, Maria en Anna Geerts met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 08 mei. Folio 299v

Lucas Huben heeft opgedragen tot behoef van Peter Van Eertwech een stuk broek geheten 'die Schrick' gelegen 'opden eerdenwech', grenzend Jan Vanden Hove 1), sheeren straet 2), Peter Bullekens 3) en Jaspar Hillen 4). Enkel met grondcijns belast. Verkocht voor 110 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 20 stuivers. Peter Van Eertwech is met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 08 mei. Folio 300

Marten en Henrick Stapparts hebben opgedragen tot behoef van Aert Van Heerle hun gedeelte van een stuk erf onder Schuelen gelegen opte Stappe, dat hen is verstorven na de dood van hun zuster. Het grenst 'die Stappen Heyde' aan 2 zijden, Ffrans Van Gelmen 3) en Quinten Hueveners 4), voor 8 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 6 stuivers. Aert Van Heerle is tot de gichte gekomen.

 

1572, 08 mei. Folio 300v

Gielis Martens gicht Thonis Aerts in 2 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Gielisdag aan en op zijn gedeelte van een hof in Castel gelegen, grenzend de kinderen van Matheeus De Roije 1), Wilboerdt Tielens 2) en sheeren straet met de Brabantse uutfanck 3). Ze staan af te leggen met 32 rinsgulden Brabants. Thonis Aerdts is met recht tot de gichte gekomen.

Op 20 oktober 1580 heeft Thonis Aerts dit pand gekweten van de twee rinsgulden jaarlijks voorschreven. Hij kreeg alles betaald en Gielis voorschreven is tot de gichte gekomen.

 

1572, 08 mei. Folio 301

Peter Willems heeft met zijn huisvrouw Margriet Witters opgedragen tot behoef van Aert Neelens huis en hof in Coerssel gelegen, grenzend Pouwels Knaep 1), Michiel Maechs kinderen 2), 'het Luelen' 3); nog een stuk land ook in Coersel gelegen, grenzend Jan Kenens 1), Michiel Maechs kinderen 2) en sheeren aerdt 3); nog een beemdje gelegen 'int Lanck Vunderken' genaamd 'het Mommen Beempdeken', grenzend Servaes Vaes 1), Michiel Maechs kinderen 2) en Jan Putte 3). Deze goederen zijn met nog andere sorterend onder Brabant verkocht voor een totaal van 600 rinsgulden Brabants eens. Het goed is enkel met de grondcijns belast. Godspenninck 10 stuivers en lijcoep 15 rinsgulden. In contant geld moet 200 rinsgulden betaald worden en de rest binnen het jaar. Kan de koper dit geld niet binnen het jaar betalen, dan mag hij van 50 rinsgulden eens jaarlijks 3 rinsgulden geven (6%). Aert Nelens is met recht tot de gichte gekomen. Hetgeen onder deze bank sorteert, is gerekend aan 400 rinsgulden.

Op 2 april 1573 heeft Aert voorschreven alles opgedragen tot behoef van Pouwels Knaep en Henrick Cremers als momber van zijn huisvrouw, bekennend hen de naderschap. Ze zijn tot de gichte gekomen.

 

1572, 22 mei. Folio 303

Andries Van Laer heeft met zijn huisvrouw Maria Kerstens aan Reyner Pouwels een stukje land gegicht onder Coersel gelegen, grenzend de kinderen van Joris Schepers 1), Jan Pouwels 2) en Reijner Pouwels voorschreven 3), los en vrij van lasten met uitzondering van de grondcijns aan de heer. Verkocht voor 44 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1,5 stuivers en lycoep nae lantcoep. Reyner Pouwels is tot de gichte gekomen.

 

1572, 22 mei. Folio 304

Sebastiaen Bruggen heeft opgedragen tot behoef van Peter Teggers en Jan Slangen, gelijk, een stuk broek in Oversell gelegen, geheten 'den Mesmeker', grenzend de beek aan 2 zijden, Peter Teggers voorgenoemd 3) en Jan Slagen voorschreven 4), voor 100 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver. Peter Teggers en Jan Slangen zijn met recht tot de gichte gekomen. Peter Teggers zal jaarlijks van zijn helft 1,5 penninck grondcijns betalen en Jan Slangen van de wederhelft 1 penninck, zoals ze zijn overeengekomen.

 

1572, 22 mei. Folio 304v

Jan Zwinnen heeft met zijn huisvrouw Geertruijt Meijen opgedragen tot behoef van meester Jan Van Doernick een beemdje omtrent 'der groeten coeren moelen' gelegen, grenzend Ffrans Schepers 1), 'die Voert' 2), Marten Deckers 3) en 'den Vijffeijcken Beempt' 4). Was al belast met 2 philipsgulden jaarlijks aan een persoon van Sint Truden; nog met 1 alde groeten jaarlijks aan de anniversarien van Lumpmen en met een halve penninck grondcijns. Boven de last moet de koper 85 rinsgulden Brabants eens betalen en voor de vrouw een paar 'soelen', godspenninck 1 stuiver en lycoep nae lantcoepe. De verkoper is nog kwijt het schoolgeld van zijn zoon Andries zolang als hij al heeft naar school gegaan en zolang als hij nog zal gaan en de koper schoolmeester zal zijn. Alle verlopen lasten moet Jan betalen tot de gichte toe. Mocht blijken dat het verkochte goed zwaarder belast is dan hiervoor geschreven, dan mag meester Jan zijn geld halen aan al de andere goederen van Jan Zwinnen. Meester Jan is met recht tot de gichte gekomen.

Het pontgelt is met instemming van de meier aan het goed blijven staan tot Sint-Gielismisse.

 

1572, 12 juni. Folio 310

De meier en laten van Copis Hoff hebben een gichte aangebracht die voor hen is gepasseerd, luidend als volgt. Op 22 mei 1572 verscheen voor meier en laten in het Copis Laethoff in Lumpmen ten Loons recht meester Nicolaes Pijls van Sint Truden en hij heeft opgedragen in handen van de meier tot behoef van het begijnhof binnen de stad Diest 18 gulden Brabants jaarlijkse kwijtrente. Iedere gulden jaarlijks kan afgelegd worden met 20 gulden Brabants. Deze 18 rinsgulden voorschreven wil mr. Nicolaes afsplijten van 40 gulden Brabants en 5 stuivers zoals mr. Claes met gichte wettelijk heeft verkregen van zijn zuster Ida Pijls, staande bevestigd aan de patrimoniumgoederen zoals die verkocht en begeven zijn met proclamatie en brandende kaars in 1570 door mr. Claes met zijn megeringen voor het gerecht van Steijvordt. De voorwaarden hiervan werden bij de laten binnen gebracht en geregistreerd. Van deze goederen heeft Matheeus Bouten op 22 maart 1571 sommige percelen verkregen in erfkoop en met gichte ontvangen van Adam Pijls. Een voorwaarde is dat het gaat om legbare renten: iedere gulden jaarlijks af te leggen met 20 gulden Brabants, telkens 5 gulden jaarlijks te kwijten met 100 gulden Brabants per keer en niet minder. Matheeus Bouten is momenteel erfgenaam van deze goederen waarop deze jaarlijkse renten bevestigd zijn: huis en hof, landen en weiden met alle toebehoren, grenzend 'die personagie' van Berbroeck 1), Peter Geerts 2), 'die gemeijn steghe' 3); nog een stuk broek gelegen onder Schuelen, geheten 'den Bullens Beempt', grenzend 'dat Cuecken' op een zijde en 'dat Bullens Bemptken' aan de andere zijden. Mr. Claes heeft afstand gedaan van deze 18 rinsgulden jaarlijks voorschreven op voorwaarde dat Willem Bouwens, rentmeester van het voorschreven begijnhof, aan mr. Claes hiervoor 300 gulden Brabants geeft. Mr. Claes ontving het geld. Willem Bouwens, rentmeester van het begijnhof, is in de naam van het begijnhof van Diest tot de gichte gekomen 'met ban ende vrede naeden lantrecht, behalven den heeren ende den hoff zijn recht en mallix goet recht'. Mr. Claes stelt als onderpand de resterende rente (40 - deze 18 rinsgulden jaarlijks). De rentmeester staat aan mr. Claes of zijn erfgenamen toe om bij de afbetaling het pontgelt te trekken van de verkochte 18 rinsgulden Brabants, omdat hij dat zelf heeft betaald. Godspenninck 1 stuiver, lijcoep 2 gulden. Mathijs Minbiers als momber van de voorschreven meester Claes heeft hetgeen voorschreven is gelaudeerd (goedgekeurd).

 

1572, 19 juni. Folio 311v

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Ffrans Stapparts, zoon van Peter, het versterf ontvangen dat hem na de dood van zijn oom Jan Swalen is verstorven: 30 stuivers jaarlijks staande op panden van Katharijn Bruijninx erfgenamen onder Schuelen gelegen. Peter Vanden Briele is voor Ffrans tot de gichte gekomen.

 

1572, 26 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 312v

Peter Reijners heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van zijn zoon Jan Reijners, namelijk Peter Maechs als momber van zijn huisvrouw Marie Reyners, Peter en Jan Reyners een stuk erf onder Coerssel gelegen, geheten 'den uutfanck', grenzend Jan Nesen 1), Thijs van Hamme 2) en Blasius Daems 3); nog 2 stukken erf op 'de Schrick' gelegen, geheten 'die Hoeven', grenzend sheeren straet 1), Jan Nesen 2) en 3) en Thijs Van Hamme 4), in goede gichte (zonder betalen). Maar de kinderen moeten hun grootvader Peter Reijners onderhouden 'van pottagien ende met hon ten heerde uut ende in gaen' zolang hij zal leven. Peter Maechs is als momber van zijn huisvrouw en voor Peter en Jan Reijners met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 26 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 313

Henrick Thijs heeft met zijn huisvrouw Heijloff Wouters opgedragen tot behoef van Henrick Ermen een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'die Cuijle', palend Jaspar Tielmans 1), Claes Ermen 2), 'den Hoegen Bossch' 3) en Henrick Thijs 4), voor 231 rinsgulden eens. Enkel belast met 2 penninck grondcijns, godspenninck 2 stuivers en lijcoep 2 rinsgulden. Voorwaarde is dat Henrick Thijs dit jaar alleen nog het erf mag gebruiken, zowel van houtwas als anders. Henrick Ermen is met recht tot de gichte gekomen.

Op 11 juni daarna heeft Henrick Ermen de naderschap bekend aan Claes Thijs. Henrick kreeg zijn geld terug en Claes is met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 26 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 315v

Jacob Dries heeft als momber van zijn huisvrouw Geertruijt Willems het versterf ontvangen dat haar na de dood van haar moeder Maria Van Swartenbroeck is aangekomen en waar Jan Zwalen onlangs als tochter is uitgestorven: een stuk land met een schuur en andere onder Schuelen gelegen, grenzend sheeren straat 1), Lambrecht Joes 2) en Gielis Cilien 3). Jacob is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

 

1572, 26 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 316

Michiel Heijns heeft als momber van zijn huisvrouw Katlijn Geerts voor hem en voor zijn megeringen Henrick Geerts en de kinderen van Christijn Geerts het versterf ontvangen dat hen na de dood van heer Henrick Cornelis zaliger, hun oom, is verstorven. Hij had hen via testament gelaten een stuk broek 'het Waterschap' in Stalle onder Coerssel gelegen, grenzend Jan Kenens. Michiel is voor hem als momber van zijn vrouw en voor zijn consorten met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 26 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 316

Jan Philips heeft in de naam van en voor Katharijn Bossmans de nalatenschap ontvangen die haar verstorven is na de dood van haar ouders: huis en hof onder Schuelen opte Stappe gelegen, grenzend Henrick Doermans 1), Aert Van Heerle 2), Michiel Alen 3) en sheeren straet 4). Jan is voor Katharijn Bosmans met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 26 juni. Jaergedinge nae Sint Jans Baptisten dach. Folio 316

Henrick Bogaerts heeft aan Jan Kenens zijn borg ontslagen die hij gesteld had voor lasten die Jan van Henrick Bogaerts afgenomen had van zijn andere goederen vanwege een erfkoop van een hof in Laren gelegen van Henrick. De gicht ervan is gepasseerd op 27 maart laatstleden en ze werd vandaag door Mewis Mewis vernaderd. In plaats van de borg van Jan Kenens heeft Mewis Mewis als borg gesteld de voorschreven hof in Laren gelegen, grenzend sheeren straet, Kijn Mewis, Jan Swarts en 'het Hellen Bloeck'; nog huis en hof in Laren gelegen, grenzend de straat aan 3 zijden en Mewis Mewis zoon van Jacob 4), voor het geval dat Henrick Bogaerts enige hinder zou hebben betreffende de in de gichte vernoemde lasten.

 

1572, 26 juni. Folio 316v

De meier en de laten van Copis Laethoff hebben een gichte aangebracht die voor hen is gepasseerd, luidend als volgt. Jan Pijls zoon van Gijsbrecht Pyls van Sint Truden verscheen op 31 maart 1571 voor de meier en de laten van Copis Laethoff, gelegen in Lummen. Jan Pyls heeft opgedragen 26 gulden Brabants jaarlijkse rente staande op al de goederen die nu toebehoren aan Henrick Cremers en die ressorteren in diverse plaatsen. Deze goederen heeft Henrick Cremers verkregen met voorwaarden en proclamatie en brandende kaars voor het gerecht van Steijvordt. Deze rente kreeg Jan Pijls voor een derde deel voor zijn kindsgedeelte met nog andere goederen. Jan draagt de rente op tot behoef van Baldewijn Zuerinx, die met ban en vrede tot de gichte is gekomen volgens het landrecht. Voorwaarde is dat Baldewijn aan Jan een huis met zijn toebehoren zal opdragen binnen de stad van Sint Truden voor 16 gulden Brabants jaarlijks boven alle lasten die eraan staan en nog 10 gulden Brabants jaarlijks waarvan iedere gulden kan afgelegd worden met 20 gulden Brabants. Jan belooft aan Baldewijn garantie.

 

1572, 16 september. Folio 317v

Adam Pijls van Sint Truden heeft opgedragen tot behoef van Jan IJen de 4 rinsgulden jaarlijks die hij gelden heeft aan panden van Sebastiaen Buelinx, namelijk aan een half boender broek, volgens de eerste gichte daterend van 21 mei 1571. Adam kreeg alles betaald, namelijk 80 rinsgulden. Jan IJen is op 11 december daarna met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 30 oktober. Folio 317v

Jan, Aert en Thonis Jans hebben het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: 2 stukken broek in Oversel gelegen. Het ene grenst Elen Hubens en Henrick Thijs en het ander paalt Thijs Witters en Pouwels Baerts. Peter Vanden Briele is voor Jan, Aert en Thonis met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 30 oktober. Folio 318

Andries en Wouter Hueveners hebben na de dood van hun ouders ontvangen 16 stuivers jaarlijks staande op panden van Jan Gielis alias der Tummerman onder Schuelen gelegen. Andries en Wouter zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 30 oktober. Folio 318

Jan Knaep heeft voor hem en voor zijn megeringen Margriet Knaep en Peter Cornelis als momber van zijn huisvrouw het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een stuk broek achter de molen in Castel gelegen, geheten 'den Bakeman'; nog een gedeelte van een stuk land geheten 'het Rueken'; nog een beemd geheten 'het Wouters Broeck'; nog 'die Schoermans hoeve' en al wat nog onder deze bank valt. Jan knaep kwam voor hem en voor zijn consorten tot de gichte.

 

1572, 30 oktober. Folio 318v

Jan Van Oppom heeft voor hem en voor Jan Cleersnijders als momber van zijn huisvrouw Maria Van Oppom, Marten Daniels als momber van zijn huisvrouw Katharijn Van Oppom, Tielman Van Zonhoven en Jan Ouwerx als momber van zijn huisvrouw Maria Zwinnen het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun grootvader Tielman Vanden Wulpe is verstorven. Dat gaat om 3 rinsgulden jaarlijks staande op panden onder Schuelen gelegen die toebehoren aan de erfgenamen van Henrick Van Nedercosen en Dingen Joes, geheten 'den Langen Beempt'. Jan Van Oppom is voor hem en voor zijn consorten tot de gichte gekomen.

 

1572, 30 oktober. Folio 319

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Jaspar Hillen ontvangen na de dood van zijn ouders een stuk land te Castel gelegen, geheten 'het Rueken', grenzend sheeren straet aan 2 zijden. Peter Vanden Briele is voor Jaspar tot de gichte gekomen.

 

1572, 30 oktober. Folio 319v

Peter Vanden Briel heeft ontvangen in de naam van de erfgenamen van Henrick Van Heerle, namelijk Geert Vanden Bossch als momber van zijn huisvrouw Maria Van Heerle en Kathlijn van Heerle en de kinderen van Thewis Van Heerle het versterf dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: een half boender bos 'opde Stappe' gelegen, grenzend 'die gemeijnstraet' en 'die Swart Beeck'; nog een stuk erf geheten 'die Ghijskens Hoeve', grenzend sheeren straet en de erfgenamen van Lambrecht Opde Hoeve; nog een stuk erf geheten 'het Cleijn Roesken', grenzend tgemeijn broeck, de erfgenamen van Henrick Meukens en 'het Huben Bemptken' en al hetgeen nog onder deze bank sorteert. Peter is voor de voorschreven personen tot de gichte gekomen.

 

1572, 13 november. Folio 320v

Peter Vanden Briele heeft in de naam van Aert Meerhouts en Crijn Opte Beeck als momber van zijn huisvrouw Dingen Meerhouts het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van hun ouders: 1,5 rinsgulden jaarlijks aan panden van Peter Slegers onder Schuelen gelegen; nog 2 rinsgulden jaarlijks staand op panden van de erfgenamen van Herman Pijpen ook onder Schuelen gelegen. Peter Vanden Briele is voor de voorschreven personen tot de gichte gekomen.

 

1572, 13 november. Folio 322

Matheeus Reijners heeft opgedragen tot behoef van zijn broer Jan Reijners een beemd op 'Kieselvoert' gelegen, geheten 'den Kieselvoert Beempt', grenzend sheeren straet O, Matheeus Reijners voorschreven W, Thijs Seijsens 3) en Jan Bonen 4), op voorwaarde dat Matheeus Reijnders over deze beemd altijd een erfweg zal hebben komend van de beemd die aan Matheeus toebehoort, gelegen aan de westerzijde van de voorgenoemde 'Kieselvoert Beempde' langs Thys Seysens heijthoeve. Hij zal fatsoenlijk mogen varen en drijven. 'Het hoele' met de gracht langs de voorschreven 'Kieselvoert Beempt' zal toebehoren aan Jan Reyners en 'het aldt hoele' aan Thijs Seijsens erf met de weg of steeg zal Matheeus Reijners erf blijven. Matheeus zal voortaan alleen de 4 rinsgulden jaarlijks blijven gelden die zij dus lang samen hebben moeten betalen ('gegouden hebben'). Matheeus heeft ervoor een beemdje verbonden vlak naast het voorschreven erf gelegen aan de westerzijde. Boven alle lasten heeft Jan Reyners 40 rinsgulden betaald die Matheeus bekende ontvangen te hebben. De partijen verklaarden dat de voorschreven beemd half Brabants is, daarop is het pontgelt 'geslagen' op 20 stuivers. Jan Reyners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 14 november. Folio 325v

Katharijn Van Nedercosen weduwe van Marten Cortovelen heeft met haar verleende momber Joerden van Herck opgedragen tot behoef van haar zoon Michiel Cortouelen haar tocht van de erfgoederen en jaarlijkse rente waarover onlangs voor deze schepenen twist en 'gedings handelinge' is geweest tussen Marten Cortovelen zaliger 1) en Willem Vanden Roije en Anthonis Zwinnen als momber van zijn huisvrouw 2). Michiel is met recht tot tocht en erfdom gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfdom samen zijn, heeft Michiel Cortovelen opgedragen tot behoef van Willem Vanden Roije en Anthonis Zwinnen als momber van zijn huisvrouw Beatrix Vanden Roije al de voorschreven erfgoederen en renten mits de conditie en voldoening van de voorwaarden die tussen de partijen werden gemaakt.

Michiel Cortovelen bekende dat hij van Willem Vanden Roije aangaande de eerste termijn voldaan is en hij stemde ermee in dat hem de gichte zal volgen, maar hij moet nog voldaan worden volgens de voorwaarden. Willem voorgenoemd is alleen tot de gichte gekomen.

 

1572, 14 november. Folio 326

Jaspar Inde Herberge met zijn huisvrouw Katharijn Woutens heeft opgedragen aan de kinderen van Peter Woutens, namelijk Claes en Maria Woutens, haar tocht van 4 halster rogge jaarlijks die ze gelden heeft op panden van Willem Geerts onder Coerssel gelegen, met al hun gerechtigheid van verlopen achterstallige pachten. Jan Thonis is in de naam van en voor de kinderen met recht tot tocht en erfdom gekomen.

 

1572, 14 november. Folio 328

Geleyt genomen door Jan Luijten als kerkmeester van Schuelen op panden van Willem Droechmans.

Willem Droechmans had beloofd om te betalen aan Jan Luyten, die vroeger kerkmeester van de kerk van Schuelen is geweest, 6 rinsgulden volgens de 'reformatien' (herziening, hoger beroep) op sheeren boet en op geleijt van zijn panden, volgens de belofte gedaan op 22 mei laatstleden. Op 30 oktober daarna heeft Jan Luijten als kerkmeester recht verzocht omwille van deze belofte en de schepenen wezen omdat de gezworen bode Hubrecht Beckers reeds de conde had gedaan dat de 'heer zijn soude een heer' en de tegenpartij conde tegen het geleijt. Jan Luyten verzocht een aangeduide dag om tot de panden geleid te worden. De meier stelde de dag op het volgende genachte, dat op 13 november volgde. Jan Luyten verzocht in de naam van de kerk volgens het vonnis verder recht. Hubrecht Beckers had conde en dach gedaan tegen deze dag, verklaarde hij op zijn eed, aan Willem Droechmans met de vraag of hij iets tegen het gelijt wou zeggen, dat door Jan Luyten voor de kerk was verzocht. Willem zei niets. De meier zette het geleijt op het volgende genachte. Op het volgende genachte, 27 november, verzocht Jan Luyten in naam van de kerk verder recht: betaling of geleid worden tot de panden. Willem zei nog niets en daarop werd aan Jan Luyten in de naam van de kerk van Schuelen hout en rissch geleverd in een teken van 'possessie'. Jan Luyten werd ook in de naam zoals voor in de panden gegicht en gegoed met recht.

Op 11 juni 1573 heeft Jan Luijten als kerkmeester voorschreven het goed weer opgedragen tot behoef van Willem voorgenoemd, bekennend dat hij werd betaald. Willem is tot de gichte gekomen.

 

1572, 06 december. Folio 330

Lambrecht, Peter en Anna Beerten en Jan Aerts als momber van zijn huisvrouw Geertruijt Beerten hebben het versterf ontvangen dat hen na de dood van hun ouders is verstorven: huis en hof in Coersel gelegen, grenzend sheeren straet en Wouter Moens; nog een stuk broek aan 'den Hoegen Bossch' gelegen, geheten 'den Clerck'; nog een stukje broek ook aan 'den Hoegen Bossch' gelegen, grenzend de beek en Willem Geerts; nog een stuk erf, zowel land als broek, aan 'den Esselen Bossch' gelegen, grenzend dit bos en sheeren straet; nog een hof geheten 'den Gerits Hoff'; nog 'het Wijghaerts Bloeck'; nog een stuk heide in 'den Hoegen Bossch' gelegen. Ze zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1572, 06 december. Folio 333

Geleijt genomen door meester Vranck Maechs als rentmeester van het kapittel van Sint-Jan binnen Diest op panden toebehorend aan Anna Wevers en Katharijn Muijkens.

Anna Wevers weduwe van Jan Wevers en Katharijn weduwe van Jan Muijkens hadden beloofd om aan het voorschreven kapittel 10 halster rogge te betalen voor Sint-Gielismisse, die van twee jaren gevallen waren, op sheeren boet en op geleijt. Dat hadden ze op 17 april laatstleden beloofd, maar ze betaalden niet. De procedure werd gevolgd op dezelfde manier als in de vorige gichte. Op de dag van geleijt zeiden geen van beide vrouwen iets. Daarop werd aan mr. Vranck Maechs als rentmeester van het kapittel ris en hout geleverd in een teken van 'possessie' en hij kwam voor het kapittel tot de gichte.

 

1573, 08 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 336v

Mathijs Kalen heeft voor hem en voor zijn megeringen Jan en Maria Kalen het versterf ontvangen dat hen is aangekomen na de dood van hun ouders: een stuk broek bij Eversel gelegen, genaamd 'die Stucke'. Mathijs Kalen is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 08 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 337v

Henrick Oijen heeft opgedragen tot behoef van Jan Neelens de 4 halster rogge en 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij gelden heeft op panden van Jan Van Heijst onder Coerssel gelegen, voor 28 rinsgulden Brabants eens. Jan Neelens is met recht tot de gichte gekomen. Dingen Biermans, de huisvrouw van Henrick Oijen voorschreven, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1573, 08 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 337v

Henrick Witters heeft opgedragen tot behoef van Jan Neelens een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend Jan Beerten 1), Henrick Iden 2) en de heide 3), als een pand voor 36 stuivers Brabants jaarlijks met valdag op 'Onser Liever Vrouwen geboerten dach' in september. Af te lossen met 30 rinsgulden Brabants eens. Jan Neelens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 08 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 338

Christiaen Henricx heeft opgedragen tot behoef van Aert Hemelers huis en hof 'te Venre Bossch' gelegen, grenzend Peter Knapen 1), Thonis Van Obbel 2), Goris Vanden Gracht 3) en de straat 4), als een pand voor 2 rinsgulden Brabants jaarlijks vallend op 'derthienmisse' (Driekoningen). Af te lossen met 32 rinsgulden Brabants. Aert Hemelers is met recht tot de gichte gekomen. Naschrift: de ene rinsgulden is gekweten.

 

1573, 08 januari. Jaergedinge nae derthien dach. Folio 338

Pouwels Van Ham als momber van zijn huisvrouw, Kerst van Ham en Maria Beckers hebben het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun nicht Anna Bolaerts: een dries geheten 'den Bolaerts Driessch' onder Coerssel gelegen, grenzend Matheeus de Roije kinderen 1), de kinderen van Henrick Convents 2). Deze personen zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 22 januari. Folio 338v

Jan Binnemans wonend onder Huesden heeft opgedragen tot behoef van de kinderen van Dionijs Martens van Huesden, namelijk Michiel en Dimpna Martens, de 3 rinsgulden jaarlijks die hij gelden heeft op panden van Lambrecht Schepers onder Coerssel gelegen, voor 50 rinsgulden Brabants, lycoep 30 stuivers. Peter Binnemans kwam in de naam van en voor de kinderen Michiel en Dimpna Martens met recht tot de gichte.

 

1573, 22 januari. Folio 339

Mathijs Van Ham heeft met zijn huisvrouw Brigida opgedragen tot behoef van Querijn Beckers een stukje broek 'int Lanck Hout' gelegen, grenzend Peter Van Houte 1), dezelfde Mathijs van Ham aan de andere zijden, voor 150 rinsgulden Brabants eens. Querijn Beckers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 22 januari. Folio 339

Mathijs Van Ham heeft met zijn huisvrouw Brigida opgedragen tot behoef van Mathijs Schepers een eussel onder Coerssel gelegen, geheten 'den Schrick', grenzend Jan Nesen 1), Peter Reyners erfgenamen 2) en Jaspar Hillen 3), voor 110 rinsgulden Brabants, godspenninck 2 stuivers, lijcoep 1 daelder, en nog 3 ellen laken als een kermis voor de huisvrouw van Mathijs van Ham. Elke el kost 35 stuivers, dus samen gaat het om 5 rinsgulden 5 stuivers. Mathijs Schepers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 22 januari. Folio 339v

Heer Michiel Vanden Morttel met zijn verleende momber Peter Vanden Briele, Lijssbeth en Katharijn Vanden Morttel met hun verleende momber Thijs Minbiers, Henrick van Boeckhout met zijn huisvrouw Sophia Vanden Morttel hebben gelijk opgedragen tot behoef van Thijs Van Ham een stuk land in Schuelen opden Belick gelegen, grenzend Thijs voorgenoemd 1), meester Geert van Velpen 2), mr. Govaert Vanden Roije 3) en Jan Juechmans 4), voor 54 rinsgulden Brabants eens. Het land is enkel belast met 1 penninck grondcijns. Godspenninck een halve stuiver en lycoep 1 gulden. Thijs van Ham is met recht tot de gichte gekomen.

Op 5 november 1573 heeft Thijs van Ham het goed opgedragen tot behoef van Willem Vanden Roye als momber van zijn huisvrouw, bekennend hem de naderschap. Willem is met recht tot de gichte gekomen. Willem heeft de naderschap bekend aan heer Jan Van Ham, zoals hierna blijkt.

 

1573, 22 januari. Folio 340

Jan Reijners heeft voor hem en voor zijn megeringen Peter Reijners en de kinderen van Jan Reyners, namelijk Peter, Jan en Maria Reyners, het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de aflijvigheid van hun ouders: een stuk broek onder Coerssel gelegen, genaamd 'het Venne', palend Peter Melis 1), Jan Reijners voorschreven 2); nog een uutfanck aan 'de Schrick Heije' gelegen, grenzend Jan Nesen 1), Thijs Van Ham aan de andere zijden. Jan Reijners is voor hem en voor zijn consorten met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 22 januari. Folio 340

Geert Naelden heeft in de naam van Jan Daems als momber van zijn huisvrouw Katharijn Hillen het versterf ontvangen dat hen verstorven is na de dood van haar ouders: een stuk land onder Coersel 'opde Schrick' gelegen, grenzend sheeren straet 1), en Peter Reijners aan de andere zijden. Geert Naelden is voor en in de naam van Jan Daems als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 februari. Folio 342v

Jacob Smeets heeft ontvangen het versterf dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend Tielman Van Schoenbeeck 1), Henrick Cannarts 2) en de straat 3); Jacob Zmeets is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 februari. Folio 342v

Willem Zmeets heeft het versterf ontvangen dat hem verstorven is na de dood van zijn ouders: 3 rinsgulden jaarlijks staande op panden van de erfgenamen van Geert Coex onder Schuelen gelegen. Willem is tot de gichte gekomen met recht.

 

1573, 05 februari. Folio 345

Op 1 september 1569 heeft Henrick Witters opgedragen tot behoef van Willem Geerts zijn tocht van een dries met een eussel daar achter gelegen, geheten 'den Bolaert', grenzend 'die Broeck Straet', Jan Kenens, Andries Valentijns en de kinderen van Henrick Convents, voor 50 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Lasten: 1 rinsgulden erfelijk en een half mudde rogge jaarlijks. Henrick heeft daarbij tevens opgedragen 1 rinsgulden erfelijk die hij verkregen had aan die panden van Bartholomeeus Opde Heyde voor 20 rinsgulden eens, volgens de registers. Henrick bekent dat hij het geld van de tocht en van de rinsgulden erfelijk aangelegd heeft tot profijt van zijn eerste kinderen. Indien Willem hiervan enige hinder zou ondervinden, heeft Henrick al zijn Loonse goederen verbonden als een borg. Op deze dag, 05.02.1573, is Willem ter gichte gekomen.

 

1573, 19 februari. Folio 346v

Lambrecht Valentijns heeft opgedragen aan Vincent Seijsens een stuk land in Castel onder Coerssel gelegen, grenzend 'den Moelen Wech' 1), Peter Hoets 2) en Geert Valentijns 3), voor 150 rinsgulden Brabants boven de lasten, godspenninck 2 stuivers en lijcoep 3 rinsgulden. Vincent Seijsens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 19 februari. Folio 347

Willem Geerts heeft opgedragen tot behoef van Mathijs Zwinnen als momber van zijn huisvrouw Catharijn Leys zowel zijn tocht die hij heeft van een stuk erf onder Coerssel gelegen, geheten 'den Bolaert', als ook een rente van 1 rinsgulden jaarlijks en een mudde rogge jaarlijks afgekweten aan deze 'Bolaert' voor 100 rinsgulden Brabants eens. De 'Bolaert' grenst Jan Witters O, sheeren straet aan de andere zijden. Willem zal dit geld ontvangen uit handen van Geert Claes, koper van dit goed. Mathijs Zwinnen is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

1573, 19 februari. Folio 347v

Nu tocht en erf samen zijn, heeft Mathijs Zwinnen voorschreven met zijn huisvrouw 'den Bolaert' voorschreven opgedragen tot behoef van Geert Claes, zoals Mathijs dat met gichte ontvangen heeft van Willem Geerts, voor 200 rinsgulden Brabants eens. Geert Claes is met recht tot de gichte gekomen.

Adrien Leys, broer van de huisvrouw van Mathijs Zwinnen, belooft aan Geert Claes een goede borg te stellen waar hij woonachtig is voor eventuele molestatie in de toekomst. Willem Geerts heeft als een borg opgedragen aan Geert Claes al zijn Loonse goederen, maar hij reserveert zijn betaling van de 100 rinsgulden.

Als godspenninck werd 5 stuivers betaald en lijcoep 12 rinsgulden. Mathijs bekent dat hij van Geert als afkorting 70 rinsgulden ontving en nog 5 halster rogge eens voor een kermis voor de huisvrouw van Mathijs.

 

1573, 26 februari. Folio 348

Matheeus Schepers met zijn huisvrouw Pinxt Schoepen weduwe van Jan Loijens van Kermpt heeft opgedragen een beemdje genaamd 'het Kermpter Beemdeken' gelegen onder Schuelen, grenzend Willem Vanden Roye en zijn megeringen 1), als een pand voor 8 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Deze zijn af te lossen met 100 rinsgulden Brabants ('den bourgoensschen ende den Rijcksen daelder' voor 32 stuivers gerekend) en rente volgens verloop van de tijd, godspenninck 1 stuiver en lijcoep 30 stuivers Brabants en 5 rinsgulden voor het pontgelt. Het goed is enkel met grondcijns belast. Ffrans Loijens is voor zijn moeder Maria Couttereels ter gichte gekomen. Blijkt dat dit goed sorteert onder de laethoff vander Heijligheijt, dus hier geen pontgelt ontvangen.

 

1573, 05 maart. Folio 348v

Jan Schuermans heeft voor hem en voor zijn megeringen Peter, Henrick, Christijn, Lijssbeth en Maria Schuermans het versterf ontvangen na de dood van hun ouders: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend de straat 1), mr. Jan Van Gelmen erfgenamen 2) en Jacob Dries 3); nog huis en hof genaamd 'de Helle', grenzend Willem Vanden Roije aan 2 zijden en de straat 3); nog het 'Backhuys Velt', grenzend mr. Liebrecht Meerthoutz 1), 'de Wijen' 2); nog 'het Hellen Bossken', grenzend Iken Coex 1), Jan Shanen 2) en de erfgenamen van Jan Van Nedercoesen 3); nog een stuk erf geheten 'die Roemssche Heye', palend Ffrans Meukens 1), Wouter Coex aan de andere zijden; nog 6 roijen beemd op de Zeelbeempde gelegen, grenzend 'die Cathuijsers van Rumunde' 1), mr. Govaert Vanden Roye 2); nog een zille heide 'opt Dreyers Inde' gelegen, grenzend mr. Liebrecht Meerhouts 1), Jacob Cannarts erfgenamen 2) en sheeren straet 3); nog 2 rinsgulden jaarlijks staande op panden van de erfgenamen van Silvester Eyckmans en al wat nog onder deze bank sorteert. Jan Schuermans is voor hem en voor zijn megeringen met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 maart. Folio 349

Jan Moens heeft in naam van zijn nicht Johanna Moens het versterf ontvangen dat haar verstorven is na de dood van haar ouders zaliger: een beemd onder Coerssel gelegen, genaamd 'den Orenvaren', grenzend het gemeijn broeck 1), Ffrans Aerts 2) en 'die Stucke' 3) en al wat nog onder deze bank sorteert. Jan is voor zijn nicht met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 maart. Folio 349v

Thomas Van Leuwe heeft opgedragen tot behoef van Marten IJliaes 30 stuivers Brabants jaarlijks zoals hij gelden heeft op panden van Jan Vanden Boeck onder Schuelen gelegen, volgens de inhoud van dit register, voor 30 rinsgulden Brabants eens, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 20 stuivers. Marten IJliaes is tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 maart. Folio 350

Lambrecht Schepers heeft opgedragen tot behoef van Peter Goijens een stuk broek in Oversel gelegen, geheten 'het Torfbroeck', grenzend Henrick Beert kinderen 1), Sijmon Beckers 2), sheeren straet 3) en de beek 4), als een pand voor 30 stuivers Brabants jaarlijks vallend voor het eerst op Sint-Jacobsdag in juli. Af te leggen met 25 rinsgulden Brabants. Jacob Goijens is voor zijn zoon Peter Goijens tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 maart. Folio 350v

Thijs Van Ham heeft opgedragen tot behoef van Jaspar Tielmans een stuk broek onder Coerssel gelegen 'int Lanck Hout', grenzend Jan Hoemans 1), Crijn Beckers 2), de beek 3) en Michiel Wijnen 4). Enkel belast met 7 penninck grondcijns. Verkocht voor 450 rinsgulden Brabants, godspenninck 20 stuivers en lijcoep 6 rinsgulden. Jaspar Tielmans is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 05 maart. Folio 352v

Servaes Kenens heeft opgedragen tot behoef van Peter Pouwels een stukje land onder Coerssel gelegen, grenzend 'den Muggen Berch' 1), Peter Pouwels voorschreven aan de andere zijden. Het is belast aan Jan Dierix met 2 rinsgulden jaarlijks, nog met een half vat rogge aan de H. Geest van Coersel en met sheeren grondcijns. Boven deze lasten moet Peter nog 50 rinsgulden Brabants eens betalen. Peter is tot de gichte gekomen. Voorwaarde is nog dat dit land zijn weg niet zal hebben over het erf van Servaes Kenens. Godspenninck 2 stuiver en lycoep 30 stuivers.

 

1573, 05 maart. Folio 352v

Jannes Lemmens heeft opgedragen tot behoef van Henrick Wellens zijn gerechtigheid van 3 stukken broek onder Schuelen gelegen, die enkel met de grondcijns belast zijn. Het ene stuk 'den Bullens Bampt' grenst Matheeus Bouten 1), de Laeck 2), 'de Huyven Bampt' 3). Het tweede stuk broek is gelegen naast de Bullens Bampt, een zille gemeijn broeck op de voorschreven 'Huijven Bampt', grenzend Tielman Van Schoenbeeck 1), de Laeck 2) en Heer Andries Alen 3); het derde stuk is ook gelegen op 'den Huijven Bampt', omtrent een halve zille groot, en grenst heer Andries Alen 1), de kinderen van Aert Vanden Dwee 2). Verkocht voor 86 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 ort en lijcoep nae lantcoep. Henrick Wellens is tot de gichte gekomen met recht. Maria Berinx, de huisvrouw van Jannes, heeft met deze gicht ingestemd.

Henrick Wellens heeft opgedragen tot behoef van Jannes Lemmens voorschreven de voorschreven drie stukken broek als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks in afkorting van de koopsom. Hij kan die afleggen met 54 rinsgulden in twee keer, telkens 1,5 rinsgulden jaarlijks met 27 rinsgulden. Henrick beloofde om onderpand te stellen een boender land gelegen op 'het Wauwen Inde', dat enkel belast is met een mudde koren en 4,5 rinsgulden Brabants jaarlijks. Jan Lemmens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 06 maart. Folio 353

Claes Cleijnwerts met zijn huisvrouw Anna Fabri heeft opgedragen tot behoef van Jan Alen als momber van zijn huisvrouw Maria Cannarts haar tocht van al de goederen, renten en pachten verkregen door Herman Borgelinx, haar wettige man zaliger, tijdens hun huwelijk. Jan Alen is als momber van zijn huisvrouw met recht tot tocht en erfdom gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfdom samen zijn, heeft Jan Alen met zijn huisvrouw Maria Cannarts hun gedeelte opgedragen van alle goederen, Loons of Brabants waar zij ook sorteren, die Herman Borgelinx, grootvader van de huisvrouw van Jan Alen, tijdens zijn huwelijk met Anna Fabri verkregen heeft voor 150 rinsgulden Brabants eens. Conditie is dat de 3 rinsgulden jaarlijks die Jan Alen als momber van zijn huisvrouw aan de voorschreven goederen trekt ook dood en teniet zullen zijn. Daarom kwijt Jan Alen met zijn huisvrouw de panden van deze 3 rinsgulden jaarlijks (1 rinsgulden jaarlijks sorteert onder de Brabantse bank en 2 rinsgulden onder deze bank). Godspenninck 1 stuiver en lycoep nae lantcoep. Jan Alen staat garant voor deze verkoop. Claes Cleijnwerts is met recht tot de gichte gekomen. Hiervan is voor pontgelt van hetgeen hier sorteert 3 rinsgulden en 12 stuivers betaald.

In deze verkoop is tevens inbegrepen het legaat dat door het testament van Herman Borgelinx zaliger werd gemaakt aan Willem, de zoon van Herman en Anna Fabri, die nu aflijvig is geworden. Het testament is van 1560, 26 april.

 

1573, 02 april. Jaergedinge nae bloeken paesschen. Folio 354

Jannes Lemmens heeft opgedragen tot behoef van Henrick Schabben 3 rinsgulden Brabants jaarlijks zoals hij die gelden heeft aan panden van Henrick Wellens onder Schuelen gelegen, zoals blijkt bij de eerste gichte daterend van 5 maart laatstleden, voor 54 rinsgulden Brabants, godspenninck een halve stuiver. Henrick Schabben is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 02 april. Jaergedinge nae bloeken paesschen. Folio 354

Geert Vanden Bossch met zijn huisvrouw Maria Van Heerle heeft opgedragen tot behoef van Aert Pijls een dries in Heerle gelegen, geheten 'Sprincens Driessch', grenzend Lambrecht Vander Hoeven erfgenamen 1), Henrick Doermaels 2), Aert Pijls voorschreven 3) en sheeren straet 4). Was al belast aan Andries Zwinnen met 2 vaten rogge jaarlijks en met 2 penninck grondcijns. Verkocht voor 120 rinsgulden Brabants eens boven de lasten, godspenninck 1 stuiver en lijcoep nae lantcoep. Aert Pijls is tot de gichte gekomen met recht.

 

1573, 02 april. Jaergedinge nae bloeken paesschen. Folio 354v

Geert Coex heeft voor hem en voor zijn zusters Maria en Christijn Coex ontvangen het versterf op hen verstorven na de dood van hun ouders: huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet 1), Willem Thijs 2); nog 'het Hellen Bosschken', grenzend de kinderen van Jan Schuermans 1), mr. Geert van Velpen 2); nog 1 rinsgulden jaarlijks staande op panden van Gielis Zwinnen. Geert is voor hem en voor zijn consorten voorschreven met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 02 april. Jaergedinge nae bloeken paesschen. Folio 356

Henrick Moers heeft met zijn wettig huisvrouw Lijssbeth Eelens opgedragen tot behoef van Jan Moens alias van Coerssel een eussel aan 'den Voerslach' gelegen, grenzend deze Voerslach 1), Henrick Alen erfgenamen 2) en Aert Truijens 3) en verder al zijn andere goederen onder deze bank sorterend als een pand voor 2 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Af te lossen met 27 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 ort en lijcoep 5 stuivers. Jan Moens is tot de gichte gekomen.

 

1573, 02 april. Jaergedinge nae bloeken paesschen. Folio 359

Op 28 maart 1572 bracht Crijn Kenens voor de medeschepenen Willem Geerts en Jan Kenens aan, zoals ze verklaarden, dat hij heeft opgedragen tot behoef van Sebastiaen Crijns alias Kenens zijn tocht van al de goederen waarvan hij de tocht bezit, zowel gelegen onder Exell als onder Coeerssel, op voorwaarde dat Sebastiaen aan zijn oude vader Crijn Kenens jaarlijks na dit jaar zijn leven lang 32 rinsgulden Brabants zal geven en 2 mudde rogge in 4 termijnen, elk kwartaal (vierendeel jaers) 8 rinsgulden en 4 vaet rogge. Sebastiaen belooft dat 'op beleijtenisse' van 2 beemden gelegen tegenover 'den Hoegen Bossch'. Sebastiaen is op 2 april met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 16 april. Folio 359v

Mathijs Schepers heeft opgedragen tot behoef van Peter Pouwels een stuk land onder Coerssel gelegen aan 'den heirgracht', geheten 'het Halff Boender', grenzend Peter voorschreven 1), de kinderen van Catharijn Put 2), Jan Leys 3), voor 79 rinsgulden Brabants eens boven sheeren grondcijns, godspenninck 2 stuivers en lijcoep 30 stuivers. Peter Pouwels is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 16 april. Folio 359v

Lambrecht Schepers heeft ontvangen na de dood van zijn broer Jan Schepers een stukje broek in Oversel gelegen, grenzend Peter Melis, de kinderen van Christijn Vaes en sheeren straet. Lambrecht is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 16 april. Folio 360

Willem Geerts heeft in de naam van Anna, de dochter van Berthel Bullekens, na de dood van haar ouders ontvangen: een eussel onder Coerssel gelegen, grenzend Jeronijmus Shoegen 1), de kinderen van Anna Wijnen 2). Willem is voor Anna Bullekens met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 16 april. Folio 360v

Mathijs Bosmans heeft opgedragen aan Lucas Huben een stuk broek in Oversel gelegen, genaamd 'den Baten Beempt', grenzend Thijs Moens 1), de kinderen van Claes Nelens 2) en Lucas Huben voorschreven 3), voor 175 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1 stuiver. Lucas Huben is tot de gichte gekomen.

Lijsbeth Dillen, de huisvrouw van Mathijs Bosmans, heeft met deze gicht ingestemd.

 

1573, 16 april. Folio 362

Michiel Cortovelen heeft ontvangen voor hem en voor zijn megeringen Jan, Marten, Maria en Anna Cortovelen, Gielis Loijchs als momber van zijn huisvrouw Iken Cortovelen en Jan Jacobs als momber van zijn huisvrouw Margriet Cortovelen na de dood van hun ouders een stukje broek onder Schuelen gelegen, geheten 'die Plesse', grenzend Nijs Kelberchs erfgenamen 1), sheeren straet aan de overige drie zijden. Michiel is voor hem en zijn megeringen ter gichte gekomen.

 

1573, 16 april. Folio 363

Michiel Cortovelen, Maria en Anna Cortovelen beiden met hun verleende mombers Gielis Loijchs en Jan Jacobs, Gielis Loijchs met zijn huisvrouw Iken Cortovelen en Jan Jacobs met zijn huisvrouw Margriet Cortovelen hebben gelijk opgedragen tot behoef van Willem Vanden Roije het stukje land in de gichte hiervoor beschreven omwille van een contract en 'peijs' gemaakt tussen de voorschreven partijen. Het wordt gewaardeerd op 30 rinsgulden eens. Godspenninck een halve stuiver. Willem is tot de gichte gekomen. (Jan Cortovelen wordt hier niet vernoemd.)

 

1573, 07 mei. Folio 364v

Scheiding en deling tussen Jan Wellens als momber van zijn huisvrouw Barbara Binnemans en Jan Binnemans.

Jan Binnemans kreeg voor zijn kindsdeel huis, hof, broek en eussel en al hetgeen dat onder Coerssel gelegen is. Het goed grenst Thijs Martens kinderen 1), sheeren straet 2), 'Blueckmans Goet' 3) en 'die Boilaerts Straet' 4). Jan Binnemans zal van zijn gedeelte aan zijn zwager Jan Wellens 200 rinsgulden Brabants eens moeten geven: 100 rinsgulden contant en de andere 100 tussen nu en nu Pinksteren over twee jaar. Als de twee jaar om zijn, mag Jan de keuze hebben: contant betalen of een rente aanleggen van 6 rinsgulden jaarlijks.

Voor Jan Wellens als momber van zijn huisvrouw Barbara Binnemans zijn voor haar kindsgedeelte al de andere goederen bestemd die niet onder het bewind van Coerssel gelegen zijn, zoals land, broek, pachten en andere waar ze ook mogen gelegen zijn, behalve onder Coerssel. Dit deel krijgt nog 200 rinsgulden zoals voorschreven is.

De partijen hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel van de deling en ze beloven de deling onverbrekelijk te houden.

 

1573, 07 mei. Folio 365

Jan Binnemans heeft opgedragen tot behoef van Peter Willems zijn bovengeschreven kindsdeel als een pand voor 6,5 rinsgulden Brabants jaarlijks vallend op Sint-Jorisdag. Af te lossen met 100 rinsgulden Brabants. Jan betaalde het pontgelt en alle andere hofrechten. Peter Willems is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 07 mei. Folio 367

Jan Sroijen heeft met zijn huisvrouw Maria Zwinnen opgedragen tot behoef van Henrick Vaes een stuk erf, zowel broek als land, onder Coersel gelegen. Het vervolg van deze gicht is te vinden op 9 juli hierna.

 

1573, 07 mei. Folio 367

Ffrans Schepers heeft opgedragen tot behoef van Peter Neven 9 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van Reyner Wouters onder Schuelen gelegen, voor 143 rinsgulden Brabants. Peter is hierna op 27 juni 1573 met recht tot de gichte gekomen. De eerste gicht hiervan zal men vinden op 23 november 1570.

 

1573, 11 mei. Folio 368

Jan Juechmans met zijn huisvrouw Maria Couttereels heeft opgedragen tot behoef van meester Jan en Peter Neven, broers, huis en hof in Schuelen gelegen, grenzend sheeren straet aan 2 zijden, meester Govaert Vanden Roije 3) en Goris Snijers erfgenamen 4), als een pand voor 3 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten. Af te lossen met 45 rinsgulden Brabants (7 bourgoenssche daelders en 4 rycksche dalders het stuk voor 32 stuivers Brabants, 6 philipsdaelders het stuk voor 36 stuivers Brabants, 2 testoenen (zilveren Franse of Italiaanse munt) het stuk voor 10 stuivers Brabants en verder in Brabantse pasmunt). Mr. Jan en Peter Neven zijn met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 369v

Aert Pouwels heeft opgedragen tot behoef van Joris Gathis een stuk erf genaamd 'het Put Velt' zoals dat gelegen is in de buurt van 'den Ruijer Heijeken', grenzend sheeren straet 1), de erfgenamen van mr. Jan van Gelmen 2) en 'Marie Leppers Heijeken' 3), voor 110 rinsgulden Brabants boven alle lasten. De koopsom moet binnen het jaar voldaan worden en nu op datum van gichten al 35 rinsgulden in afkorting. Godspenninck een halve stuiver een lycoep nae lantcoepe. Aert zal de huur van dit jaar nog trekken van Margriet Dijckmans. Wordt het goed binnen het jaar vernaderd, dan moet Aert de hele koopsom krijgen. Joris Gathis is tot de gichte gekomen. Op 26 januari 1576 bekende Aert Pouwels dat hij van deze verkoop voldaan is.

 

1573, 28 mei. Folio 369v

Christijn Van Ham met haar verleende momber Jan Kenens heeft opgedragen aan haar zoon Kerst Van Ham haar tocht van een stuk broek gelegen onder Coerssel 'int Lanck Hout', grenzend Jaspar Hillen 1), Thomas Meijntens 2), de kinderen van Peter Joris 3) en 'dAuwe Beeck' 4). Kerst van Ham is tot tocht en erfdom gekomen met recht.

Nu tocht en erfdom samen zijn, heeft Kerst Van Ham opgedragen tot behoef van Lambrecht Ouwercx de beemd hiervoor voor 197 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 blanck en lijcoep 9 rinsgulden. Voorwaarde is dat indien de koper enige problemen zou krijgen 'vanden wege aengaende der voeren' of ook betreffende de weg die de pastoor van Coersel daarover pretendeert te hebben, zal Kerst dat op zijn last moeten verantwoorden. Lambrecht Ouwercx is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 370

Matheeus Hueveners heeft opgedragen tot behoef van Peter Opt Straet een beemd in Oversel gelegen, geheten 'den Peerre Beempt', grenzend Lijssbeth Zentens kinderen 1), Christijn Joris 2), 'dAuwe Beeck' 3) en de kinderen van Aert Van Ham 4), in ruil voor een andere beemd onder Stall gelegen, die ook hier sorteert. Deze heet 'den Vrancken Beempt' en grenst Jan Kenens 1), de beek 2), Vranck Valentijns 3) en 4). Peter Opt Straet is tot de gichte gekomen.

1573, 28 mei. Folio 370

Peter Opt Straet heeft, volgens de ruil hiervoor beschreven, opgedragen tot behoef van Matheeus Hueveners de voorschreven 'Vrancken Beempt'. Ze geven elkaar niets toe. Matheeus Hueveners is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 370v

Ffrans Wynen heeft opgedragen tot behoef van Michiel Maech een stukje broek bij 'den Goesens Wijer' gelegen, grenzend Nelis Claes 1), Lambrecht Schepers 2) en sheeren straet 3), voor 34 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 3 stuivers en lycoep 5 stuivers. Hubrecht Maech is ter gichte gekomen. Katharijn Vanden Eerdenwech, de huisvrouw van Ffrans Wijnen, heeft ingestemd met deze gicht. Bovenaan werd 'Hubrecht' boven 'Michiel' geschreven, maar 'Michiel' werd niet doorstreept.

 

1573, 28 mei. Folio 370v

Aert Pouwels heeft in de naam van Mechtelt Zekers het versterf ontvangen dat haar is verstorven na de dood van haar ouders: een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Hazeren Bampt', grenzend Peter Schepers en Jan Bijnens; nog een stuk erf geheten 'Sint Joris Hoff', grenzend Peter Alen en de H. Geest van Spalbeeck; nog een stuk erf genaamd 'den Bossch', grenzend Thijs Van Ham en Matheeus Prijs. Aert Pouwels is voor Mechtelt Zekers met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 370v

Liebrecht Zwinnen alias Minten heeft als momber van zijn huisvrouw Margriet Vanden Venne ontvangen het versterf dat hem verstorven is na de dood van haar ouders, waar Tielman Van Schoenbeeck als tochter uitgestorven is: 6 roijen beemd 'opden Huijven Beempt' gelegen, grenzend 'die Laeck', Marten Stapparts en de erfgenamen van HenrickVanden Morttel; nog 1 rinsgulden jaarlijks staande op panden van Jan Luijten in Schuelen en nog 1 rinsgulden jaarlijks staande op panden van Peter Slegers. Liebrecht Zwinnen is als momber van zijn huisvrouw met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 371v

Jaspar Hillen heeft het versterf ontvangen dat hem is verstorven na de dood van zijn vader en moeder Goris Hillen en Maria Van Houte zaliger. Tevens heeft hij ook de goederen ontvangen die in enige Loonse laathoven sorteren, bekennend hen hun recht. Jaspar Hillen is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 371v

Peter Neven, die rentmeester is geweest van de heer van Lumpmen, heeft opgedragen tot behoef van Lambrecht Schepers een venneken gelegen onder Coerssel 'op de Schrick Heyde', vroeger door Peter Neven in naam van de heer wegens niet-betaling van de grondcijns uitgewonnen. Dat behoorde eerder toe aan Jacob Mutssen. Voorwaarde is dat Lambrecht jaarlijks de grondcijns zal betalen die erop staat volgens het cijnsregister. Lambrecht Schepers is tot de gichte gekomen.

 

1573, 28 mei. Folio 372v

Geert en Christijn Coex met haar verleende mombers Jan Stapparts en Peter Schuermans en Joris Gathis als momber van zijn huisvrouw Maria Coex hebben afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel van hun deling en ze zullen deze deling onverbrekelijk houden. De delen werden als volgt samengesteld.

Aan Geert Coex viel als oudste zoon voor zijn kindsgedeelte huis en hof in Schuelen gelegen met de aanhang, grenzend sheeren straet, Willem Thijs en Wouter Coex. Het is belast met 'brantschettinge' en 'weije coeren', nog met 32 alde groet jaarlijks aan O.-L.-Vrouwenaltaar in Schuelen (aan de anniversariŽn daar); nog aan Thomas IJliaes met 8,5 rinsgulden jaarlijks; aan Jan Maes met 3 rinsgulden jaarlijks. Dit deel moet aan elk van de twee volgende delen 1 rinsgulden jaarlijks geven met valdag op half maart en te kwijten met 18 rinsgulden eens. Verder kreeg hij nog een stuk broek 'tot Soerl' gelegen, grenzend Jan Vanden Hoeve, Peter Jans en de erfgenamen van Peter Fransens; nog een bos gelegen bij 'den Meer Bossch', grenzend meester Geert van Velpen, Henrick Vernijen erfgenamen en Henrick Schuermans.

Aan Joris Gathis als momber van zijn huisvrouw Marie Coex viel voor het kindsgedeelte een stuk land in Berbroeck gelegen groot 5 vaten zaaiens, 'opwerts' gelegen, boven alle uitgaande lasten. Dit is gedeeld met Christijn Coex zoals hierna volgt. Het land grenst joncker Jacob van Diest, Wouter Drossaten aan 2 zijden en Christijn Coex voorgenoemd beneden; nog 4 rinsgulden jaarlijks aan panden van Jan Cremers; nog 3,5 rinsgulden op 'Margriet Vernijen Bampt' op de Laeck gelegen; nog aan panden van Reijner Stoten 10 stuivers jaarlijks; nog 1 rinsgulden jaarlijks te trekken op de deling van Geert zoals voorschreven is.

Aan Christijn Coex viel voor haar kindsgedeelte het wedergedeelte van het stuk land in Berbroeck gelegen 'onderwerts', 3 vaten zaaiens groot, grenzend Joris Gathis voorschreven, Jan Staparts en Wouter Drossaten aan 2 zijden; nog een stuk land op 'de Auwe Hoeve' gelegen, groot 2 vaten zaaiens, grenzend joncker Jacob van Diest aan 3 zijden; nog 7 rinsgulden jaarlijks in Rummen aan panden 'Rolwagen'; nog 1 rinsgulden jaarlijks aan Gielis Cilien panden; nog 1 rinsgulden jaarlijks aan het eerste kindsdeel van Geert Coex voorschreven.

Bij onbekende lasten of als er goederen worden afgenomen, zullen ze elkaars kosten helpen dragen.

 

1573, 11 juni. Folio 374

Jacob Vanden Briele heeft opgedragen tot behoef van Gijssbrecht Schepers 4,5 rinsgulden jaarlijks met valdag op datum van gichten. Af te leggen met 65 rinsgulden Brabants. Pand: een stuk broek onder Coersel gelegen, genaamd 'den Langen Beempt', grenzend Jan Huben 1), Thomas Meijntens 2), Jan Leijsen 3) en Peter Putte 4). De rente moet los en vrij betaald worden. Gyssbrecht Schepers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 11 juni. Folio 374

Ffrans Zwinnen heeft met zijn huisvrouw Catharijn Van Eertwech opgedragen tot behoef van Henrick Vanden Bossche 7 rinsgulden Brabants jaarlijks, los en vrij te betalen, met valdag op datum van gichten. Af te lossen met 100 rinsgulden Brabants. Ffrans betaalde het pontgelt. Pand: een beemd onder Coerssel gelegen, geheten 'Mellemans Euwt', grenzend Reyner Svoechs 1), Mewis Tielens 2), sheeren straet 3) en Katharijn Moens kinderen 4). Henrick Vanden Bossch is met recht tot de gichte gekomen. Indien de rente binnen het jaar wordt afgekweten, zal Henrick toch een volle rente krijgen.

Op 23 januari 1578 heeft Henrick Vanden Bossch ermee ingestemd dat er voor de 7 rinsgulden jaarlijks voortaan maar 6 rinsgulden jaarlijks zullen betaald worden.

 

1573, 11 juni. Folio 374v

Matheeus Van Dorne heeft met zijn huisvrouw Ida Vernijen opgedragen tot behoef van Henrick Moens 1 rinsgulden Brabants jaarlijks met valdag op datum van gichten; af te leggen met 15 rinsgulden Brabants, godspenninck een halve stuiver en lijcoep 10 stuivers. Pand: huis en hof in Schuelen gelegen, palend Wouter Coex 1), sheeren straet 2) en Thijs Hermans 3). Henrick Moens is ter gichte gekomen.

 

1573, 11 juni. Folio 374v

Peter Schepers heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Ffrans Schepers zijn tocht van een stuk erf onder Schuelen gelegen, geheten 'den Boedem', grenzend sheeren straet, Henrick Cannarts, Gielis Bruijninx en Lambrecht Zekers erfgenamen. Frans Schepers is tot tocht en erfdom gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfdom samen zijn, heeft Ffrans Schepers opgedragen tot behoef van Gielis IJliaes het voorgeschreven stuk voor 10 rinsgulden en 5 stuivers Brabants jaarlijkse rente. Elke rinsgulden jaarlijks staat te kwijten met 18 rinsgulden (den penninck XVIII). Het goed is enkel belast met 6 penninck grondcijns. Ffrans bekent dat hij de hoetpenningen van 4 rinsgulden en 5 stuivers heeft ontvangen in afkorting van de 10 rinsgulden 5 stuivers jaarlijks. Gielis moet dus jaarlijks nog 6 rinsgulden Brabants betalen. Ffrans heeft het pontgellt betaald. Gielis is ter gichte gekomen.

Ffrans Schepers bekent aan zijn vader de tocht van de 6 rinsgulden jaarlijks voorschreven.

Hiervan werden 2 rinsgulden jaarlijks gekweten op 25 juni hierna. Peter Schepers kweet nog 1,5 rinsgulden jaarlijks zoals blijkt op 3 december van dit jaar.

 

1573, 11 juni. Folio 375

Willem Droechmans heeft opgedragen tot behoef van Ffrans Schepers zoon van Peter een half mudde rogge jaarlijks vallend op datum van gichten. Af te leggen met 24 rinsgulden Brabants, godspenninck 1 stuiver en als lycoep 20 stuivers. Pand: 2 zillen land in Schuelen gelegen achter Maria Claes' 'gelege', grenzend Willem voorschreven 1), Reyner Wouters 2) en de kinderen van Aert Vanden Dwee 3). De partijen betalen het pontgelt half en half. Ffrans Schepers is tot de gichte gekomen en hij bekent dat zijn vader hierin zijn leven lang zijn tocht zal hebben.

 

1573, 11 juni. Folio 375v

'Die borssen gefundeert bij her Thomas Heusius van Moll'.

Heer Hubrecht Boeden heeft ontvangen in de naam van en tot behoef van de voorschreven beurs de 4,5 rinsgulden jaarlijks die heer Heusius voorgenoemd aan deze beurs gelaten had en waar Heijloff van Bockell als sterfelijk gichtdrager uitgestorven is. In de plaats van Heijloff stelt heer Hubrecht als sterfelijke gichtdrager Govaert Tijpoets zoon van Govaert. Heer Hubrecht is voor deze beurs tot de gichte gekomen.

 

1573, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 376v

Michiel Alen met zijn huisvrouw Anna Jacops heeft opgedragen tot behoef van Mathijs Tielens en zijn nakinderen een half mudde rogge Diesters, waarvan elke halster te betalen is met 6 stuivers Brabants. Dat half mud is aan Anna Jacobs verstorven na de dood van Peter Mechelmans en Lijsbeth Claes. Dit half mudde rogge heeft Mathijs Tielens voorgenoemd afgekweten en gelost van panden toebehorend aan de kinderen van zijn huisvrouw Aleydt Vander Eijcken alias Vernijen. Mathijs heeft dit geld bekomen van zijn patrimoniumgoed, daarom willen hij en zijn huisvrouw Aleydt dat na hun beider dood deze pacht van een half mudde rogge aan hun beider kinderen zal komen. Deze pacht staat aan panden van de erfgenamen van Dionijs Kelbrechts. Joris Vander Eijcken is in de naam van Mathijs voorschreven en van zijn kinderen tot de gichte gekomen. Voorwaarde is nochtans dat Mathijs en zijn huisvrouw met deze pacht hun vrije wil zullen mogen doen.

1573, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 379

Lambrecht van Schoenbeeck heeft in de naam van de kinderen van Henrick Opt Straet, namelijk Reijner, Pouwels, Henrick en Jan Opt Straet, het versterf ontvangen dat hen is verstorven na de dood van hun grootvader en grootmoeder: huis en hof in Coerssel gelegen, grenzend Aert Nelens, Hubrecht Opt Straet en sheeren straet; nog een stuk broek in Oversel gelegen, grenzend de beek, 'den Hasaert'; nog een beemd genaamd 'den Baten Beempt', regenoten Henrick Gielis en de kinderen van Maria Dillen; nog 'het Groet Bloeck', grenzend Peter Vanden Putte en Sijmon Beckers; nog een stuk land geheten 'die Paelmans Hoeve', grenzend Peter Opt Straet en Hubrecht Opt Straet; nog een stuk erf 'opden Hoegen Bossch' gelegen, grenzend de kinderen van Henrick Inden Boss, de beek en de kinderen van Thonis Leysens; nog een stuk broek geheten 'het Buetschot', grenzend Sebastiaen Crijns en Hubrecht Opt Straet; nog 2 beemden te 'Voertken' gelegen, geheten 'het Lanck Bloeck', grenzend de erfgenamen van Peter Van Cuelen en Anna Jans kinderen; nog een stukje land geheten 'het Martens lant', grenzend Jeronymus Huben en de kinderen van Anna Jans. Lambrecht van Schoenbeeck is voor de voorschreven kinderen met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 25 juni. Jaergedinge nae Sint Jans baptisten dach. Folio 379v

Peter Schepers heeft opgedragen tot behoef van zijn zoon Ffrans Schepers zijn tocht van 2 rinsgulden jaarlijks, afgetrokken van 6 rinsgulden zoals hij gelden had op panden van Gielis IJliaes, zoals blijkt uit de eerste gichte van 11 juni laatstleden. Ffrans Schepers is tot de gichte gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfelijkheid samen zijn, heeft Ffrans Schepers opgedragen tot behoef van Gielis IJliaes de voorschreven 2 rinsgulden jaarlijks, kwijtend hem en zijn panden ervan. Gielis is tot de gichte gekomen.

 

1573, 30 juni. Folio 380

Anna Jans met haar wettige momber Lenaert Scricx heeft opgedragen tot behoef van haar kinderen Peter, Henrick, Sijmon, Jaspar, Maria en Heijloff Jans haar tocht van een stuk land 'int Groet Bloeck' gelegen, grenzend Hubrecht Opt Straet, Sijmon Beckers en sheeren aerdt; nog een stukje broek geheten 'het Reijners Broeck', grenzend Sijmon Beckers, sheeren aerdt, de beek en Pouwels Knaep. De voorgenoemde kinderen zijn hiermee tot tocht en erfdom gekomen.

Dadelijk daarna, nu tocht en erfdom samen zijn, hebben Peter, Henric, Symon en Jaspar Jans en Maria Jans met haar wettige momber Aert Sraijen en Heijloff Jans met haar verleende momber Jan Kenens de voorschreven goederen gelijk opgedragen tot behoef van Symon Beckers voor 272 rinsgulden Brabants eens. De helft hiervan moet betaald worden op Lichtmis en de andere helft op Pinksteren daarna. Godspenninck 5 stuivers en lycoep 5 rinsgulden 5 stuivers. Symon Beckers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 30 juni. Folio 380v

Op 12 juni heeft Pouwels Geerts opgedragen tot behoef van Servaes Kenens en Henrick Geerts 2 stukken broek in Oversel gelegen, grenzend Pouwels voorschreven in het midden en het ander stuk broek is geheten 'den Middelsten Beempt'. De hele beemd grenst Peter Dillen aan 2 zijden, de beek 3) en Peter Dillen van Houthalen 4). Verkocht voor 136 rinsgulden Brabants eens boven alle lasten. Servaes Kenens voor hem en Willem Geerts in de naam van Henrick Geerts zijn tot de gichte gekomen.

 

1573, 30 juni. Folio 380v

Op 7 juli 1570 heeft Laureijs Wouters met zijn huisvrouw Katlijn Geerts opgedragen tot behoef van Pouwels Geerts een stuk broek in Oversel gelegen, zoals de medeschepenen Willem Geerts en Jan Kenens aanbrachten. Het goed grenst Pouwels Geerts aan 2 zijden, Peter Dillen aan de resterende 2 zijden. Voorwaarde is dat Pouwels Geerts van Laureijs een last van 12 rinsgulden jaarlijks van zijn 'Riet Beemptí zal afnemen, die Cornelis Cornelis daarop gelden heeft. Deze staan af te lossen met 200 rinsgulden. Laureijs heeft aan Pouwels nog bijgelegd 25 rinsgulden eens. Op 13 juni 1573 is Willem Geerts voor Pauwels Geerts tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 380v

Claes Van Wyck heeft als momber van zijn huisvrouw Barbara Buijsen ontvangen huis en hof van omtrent een half boender groot, grenzend Peter Martens, Jan Nesen, sheeren straet, dat haar is verstorven na de dood van haar zuster Geertruijt Buijsen. Claes is als momber van zijn huisvrouw tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 381

Thomas Meijntens heeft in de naam van de kinderen van Claes Corvers en Lijsbeth Meyntens, namelijk Jan, Maria, Catharijn, Anna en Brigida ontvangen na de dood van hun ouders huis en hof in Coersel gelegen, grenzend Thomas Meijntens, de pastoor van Coerssel en de Brabantse 'uutfanck'. Thomas Meyntens kwam voor de voorschreven kinderen tot de gichte.

 

1573, 09 juli. Folio 381v

Jan Svroijen heeft met zijn huisvrouw Maria Zwinnen aan Henrick Vaes gegicht een stuk land geheten 'den Jueten Hoff' met een beemd daaraan gelegen in Coerssel, grenzend 'die Breedonck' 1), Thomas Meijntens 2), sheeren straet 3), de kinderen van Jan Putmans 4) en Servaes Kenens 5), voor 500 rinsgulden Brabants boven alle lasten. Op de gicht moet 100 rinsgulden betaald worden -waarvan Jan bekend 96 rinsgulden ontvangen te hebben- en 300 rinsgulden binnen het jaar. Kan hij het vijfde honderd rinsgulden dan niet betalen, dan mag hij daarvoor 6 rinsgulden jaarlijks bekennen die met de 100 rinsgulden af te lossen zijn. Henrick zal de huur ervan van dit jaar trekken. Henrick kan het goed pas aanvaarden nu op Coersel kermis eerstkomend. Godspenninck 1 stuiver en lycoep nae lantcoep. Henrick Vaes is tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 382

Jan Gathis heeft opgedragen tot behoef van Maria, dochter van Bartholomeeus van Buijlen, 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij die gelden heeft op panden van de erfgenamen van Jan Vernijen onder Schuelen gelegen. Hij staat af te lossen met 15 rinsgulden. Hier zijn 3 jaren verloop inbegrepen. Jan Gathis moet nog 5 rinsgulden eens bij geven. Daarmee is de schuld betreffende het ongeluk van de ogen van Maria voorschreven beslecht. Bartholomeeus Van Buijlen kwijt Jan Gathis in de naam van zijn dochter. Bartholomeeus is in de naam van zijn dochter voorschreven tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 382

Peter Melis heeft gegicht aan Lambrecht Schepers een stuk erf onder Coerssel gelegen, geheten 'die Heijthove', grenzend Jan Jacobs, de erfgenamen van Jan Van Postel, Jan Convents en de straat, voor 116 rinsgulden Brabants boven alle lasten, godspenninck 1 stuiver. Lambrecht Schepers is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 382v

Margriet Stapparts weduwe van Gielis Cilien heeft de goederen ontvangen die haar door haar man in zijn testament zijn gelaten voor het betalen van schulden. Dat testament werd vandaag voor deze schepenen bewezen volkomen geproefd te zijn. De weduwe is tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 382

Margriet Stapparts heeft nu de goederen ontvangen die haar gemaakt werden door het bovenstaande testament. Vervolgens draagt Margriet met haar verleende momber Wouter Coex op aan Reijner Stessens een bosje onder Schuelen gelegen, grenzend de erfgenamen van Catharijn Bruijninx 1), Reijner Stessens voorschreven 2) en Jan Gielis alias der Tummerman 3); nog een stuk erf geheten 'die Roet Heijde', grenzend Wouter Croechs 1), Reijner Schuermans erfgenamen 2) en Balthis Smeets 3), voor 100 rinsgulden Brabants eens, godspenninck 1,5 stuivers en lijcoep nae lantcoep. Reyner Stessens is met recht tot de gichte gekomen.

 

1573, 09 juli. Folio 383v

Henrick Vernijen doet afstand van zijn rechten op het deel van de deling, die vroeger gemaakt is tussen hem en Matheeus Van Doerne als momber van zijn huisvrouw Isabel Vernijen, aan deze laatsten. Hij zal deze deling vast en onverbrekelijk houden.

Vervolgens heeft Matheeus Van Doerne met zijn huisvrouw Isabel Vernijen opgedragen tot behoef van Marten Stapparts het 7de deel in 'den Bullens Beempt' gelegen, grenzend Matheeus de Raymeker, de Laeck en Lieben Minten en nog het 7de deel van een zille broek gelegen naast de voorschreven 'Bullens Bampt', grenzend de Laeck en de kinderen van Jan Alen. Opgedragen als ruil voor goed en rente hierna volgend. Marten Stapparts is tot de gichte gekomen.

Marten Stapparts heeft opgedragen tot behoef van Matheeus Van Doerne zijn gedeelte in 'den Huijven Bampt' gelegen naast 'Sint Joris Zille', grenzend 'Sint Joris Zille', de kinderen van Jan Alen en Henrick Cannarts. Marten kwijt tevens aan Matheeus van Doerne en zijn panden 1 rinsgulden jaarlijks zoals hij op het kindsgedeelte van Matheeus jaarlijks trekt.

Conditie is verder dat, vermits Marten voorschreven jaarlijks van zijn goederen aan Jacob Svroijen alias Daems 3 rinsgulden jaarlijks geldt en nog andere renten volgens het register, en waarvoor Henrick Vernijen zijn erf 'die Croeckers Zille' als onderpand heeft gesteld, heeft Matheeus Van Doerne in de plaats van dit onderpand een bloexke gesteld op de Herck gelegen, genaamd 'het Hercksken', grenzend de erfgenamen van mr. Jan van Gelmen, 'den Kenen', Willem Thijs en Henrick Cannarts. De partijen zijn allemaal tot de gichte gekomen. Hiermee is de onenigheid beslecht tussen Matheeus en Marten voorschreven betreffende zowel de 5 rinsgulden eens als andere waarover twist was geweest. Maar Matheeus moet aan Marten nog wel eens geven 26 stuivers, 6 stuivers en 16 groot.

 

Afgewerkt op 27 juni 2021.