Oorsprong van de kuddebewaker

 

 


De Tibetaanse Mastiff of Do-Khyi is vaak abusievelijk aangezien als de voorouder van de hedendaagse kuddebewaker. Deze opvatting is achterhaald omdat we nu weten dat de Yaks als werkgever van de Tibethond ongeveer 3000 jaar geleden gedomesticeerd werden, het schaap en de geit daarentegen werden al veel eerder, namelijk meer dan 10000 jaar geleden gedomesticeerd. Als de herders 7000 jaar zonder kuddebewaker konden functioneren, waarom zijn ze er dan toe overgegaan om nog een mond om te voeden erbij te nemen?

 
 


Tibetaanse Mastiff

 
 

Tevens kunnen we deze theorie ondersteunen door de kleurvererving erop los te laten.

De wildkleur is uit het Aguti gen afkomstig, door mutatie wegens naaste verwantschap in de eerste domesticatie generaties moeten er overige genen uit deze bron ontstaan zijn, of wat waarschijnlijker is bij de Tibetaan op non actief gezet zijn. De A-serie ziet er als volgt uit:

1. A(s) = zwart
2. A(y) = geel, rood…
3. A = Aguti = Wildkleur
4. a(sa) = zadeltekening
5. a(tan) = zwart met roodbruine aftekening
6. a = non-aguti = het A gen is niet werkzaam.

Een hond die zwart met tan is kan zijn kleur alleen, (in tegenstelling met een puur zwarte hond) doorzetten als hij het terugwijkende allel dubbel heeft. Hij moet de formule a(tan) a(tan) hebben.
Hij heeft daarmee alle andere kleurmogelijkheden verloren.

Daar het gebruik van de kuddebewaker op ongeveer 10.000 jaar word geschat, kan het Aguti-gen
tot nu aan toe geen kans van overleven gehad hebben. Het is dan ook duidelijk dat de Tibetaan niet als voorouder van de kuddebewaker in aanmerking komt. De Tibetaan is erfelijk a(tan) a(tan) gestructureerd (De Yak is donkerbruin tot zwart) en van uit a(tan) a(tan) is er geen terugkeer naar de andere kleuren van het A-gen mogelijk. Dus zou de enorme variatie aan kleuren die bij de kuddebewaker aangetroffen worden niet mogelijk zijn. De Yak komt niet alleen voor bij de Tibetaanse stammen in Nepal, maar is ook aangetroffen bij Turkse stammen in Afghanistan. Daarmee word tevens duidelijk hoe de verspreiding vanuit het centrum van domesticatie naar oostelijke richting verliep. En tevens word daarmee de waarschijnlijkheid nog groter dat de Tibetaan van de kuddebewakers in centraal Azië afstamt (Centraal Aziaat - Turkmenistan en koochi - Afghanistan).

 
 
Colour genetics

The genes :

B /b Black / braun (the black is dominant to the braun)
E /e Extension /non-extension ("e" is epistatic on Aguti hipostatic genes, inhibit their action)
A ( As, Ay, At ) Aguti alel line in order of their dominance: 

As- aguti solid-black, 

Ay- aguti yellow 

at- aguti tan

S /s  (si,sp, sw, ) Self -not white/ not self (si- irish= more to 80% pigment - is not accepted at ECS; sp-piebald= 20-80% pigment -the tipical 2 coloured ECS, sw-white= less then 20% pigment - white dogs) 
T /t Ticking/ not-ticking. The "T" gene is dominant on white : sw, sp

* L/ l - are genes for hair lenght. L= short hair, l= long hair. Of course at all ECS are "ll"

 

The ECS colour varieties and the genotype:  

Phenotype (colour) Genotype
BLACK As-B-E-llS-
BLACK & WHITE  As-B-E-llsP-tt
BLUE ROAN As-B-E-llsP-T-
BLACK & TAN atatB-E-llS-
BLACK & WHITE with tan points (tricolour) atatB-E-llsP-tt
BLUE ROAN with tan points (tricolour) atatB-E-llsP-T
   
LIVER As-bbE-llS-
LIVER & WHITE As-bbE-llsP-tt
LIVER ROAN As-bbE-llsP-T-
LIVER & TAN atatbbE-llS-
LIVER & WHITE with tan points (tricolour) atatbbE-llsP-tt
LIVER ROAN with tan points (tricoulour) atatbbE-llsP-T-
   
YELLOW (black non-extension yellow) -B-eellS-   (AsB-eellS-)
YELLOW & WHITE -B-eellsP-tt
YELLOW ROAN -B-eellsP-T-
YELLOW with liver nose -bbeellS-
YELLOW & WHITE with liver nose -bbeellsP-tt
YELLOW ROAN with liver nose -bbeellsP-T-
SHADED SABLE  (or just "sable") Ay-B-E-llS-  (+ "umbrous" factors)
SABLE (aguti yellow) Ay-B-E-llS- 
WHITE -B-eell(sPsP, sW-, sPsP) 

-bbeell(sPsP, sW-, sPsP)

-TERUG-<<<

 

1