Er worden bij het snowboarden drie onderdelen afgewerkt: parallel reuzenslalom, halfpipe en de boardercross. Bij de reuzenslalom werken de deelnemers eerst een kwalificatierace af, waarbij de tijd wordt gemeten. Daarna strijden de beste 16 twee-aan-twee tegen elkaar in een parallel-afdaling. De boards zijn wat langer dan in de halfpipe, omdat de nadruk meer op snelheid ligt. De schoen is ook wat stijver dan de schoen die in de halfpipe wordt gebruikt. In de halfpipe gaat het erom zoveel mogelijk sprongen en trucs te laten zien in één afdaling. Daarbij krijgen de deelnemers punten voor de hoogte van de sprong, het aantal rotaties, de moeilijkheidsgraad en de landing. In de halfpipe worden wat kortere boards gebruikt dan op de parallel reuzenslalom, waar de nadruk meer op snelheid ligt. De schoenen zijn in de halfpipe dan ook wat flexibeler.
Boardercross staat in Turijn voor het eerst op het Olympisch programma. De wedstrijdpiste lijkt een beetje op een motorcrosscircuit, waar de deelnemers over hobbels en wasborden, door geulen en kruipbochten via slalompalen zo snel mogelijk moeten afdalen. Uitstekende reflexen zijn daarbij essentieel. De wedstrijd begint met twee kwalificatieruns, waarin de snowboarders individueel uitkomen. De 32 atleten met de snelste totaaltijd over beide runs gaan door naar de finaleronden. In de finalewedstrijden komen de rijders steeds met vier tegelijk uit. De twee rijders die het eerst over de finishlijn komen, gaan door naar de volgende fase, totdat de uiteindelijke finale en kleine finale de medaillewinnaars en de eindrangschikking bepalen.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||