Bij het schansspringen maken de deelnemers twee sprongen. Daarbij is behalve de afstand ook de stijl belangrijk (vluchthouding, landing). Juryleden bepalen de punten voor de stijl. Die worden opgeteld bij het puntenaantal dat bij de gesprongen afstand hoort. De winnaar is degene met de meeste punten na twee sprongen. Skispringen is ook een onderdeel van de noordse combinatie (samen met langlaufen). Er zijn twee schansen, de 90 meter schans en de 120 meter schans. De getallen staan hier voor de afstand tussen het afzetpunt (de tafel) van de schans en het kritische punt. Wie op het kritische punt landt, krijgt voor de afstand 60 punten. Elke meter meer of minder levert 2 punten meer of minder op (1,8 punten op de 120 meter schans). De vijf juryleden geven een score tot 20 punten, waarbij het hoogste en laagste getal niet meetellen. Bij het landennummer (alleen op de 120 meter schans) springer vier deelnemers per team.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||