Biatlete Pileva betrapt op doping

De Russische biatlete Olga Pileva, winnares van olympisch zilver op de 15 kilometer, is betrapt op doping. In de A-test werden bij haar sporen van een verboden middel aangetroffen, meldde de Duitser Thomas Bach, vicevoorzitter van het IOC donderdag. De contra-expertise bevestigde de A-test.

Een woordvoerder van het IOC meldde donderdagmiddag dat de contra-expertise het positieve resultaat heeft bevestigd. Pileva (30) wordt donderdagmiddag al verhoord tijdens een zitting van de tuchtcommissie van het IOC. Als Pileva (30) haar plak kwijtraakt, krijgt de Duitse Martina Glagow het zilver en komt de Russin Albina Atsjatova op het podium voor het brons. Zij werd maandag vierde in de wedstrijd. Pileva is in afwachting van de hoorzitting voorlopig geschorst.

Ze zou carfedon hebben gebruikt, een in Rusland ontwikkeld pepmiddel dat een sporter meer uithoudingsvermogen bezorgt, evenals een verhoogde weerstand tegen kou. Pileva, die het medicament zou hebben gebruikt om een voetblessure te genezen, meldde zich donderdagmorgen al af voor de 7,5 kilometer sprint. Ze won vier jaar geleden in Salt Lake City goud op de 10 kilometer achtervolging en brons in de estafette (4x 7,5 km).

Het is het eerste dopinggeval van de Spelen van Turijn, officieel het veertiende in twintig edities van de Winterspelen. De Braziliaanse bobsleeër Armando dos Santos moest eerder deze week Turijn wegens een dopingovertreding weliswaar verlaten, maar hij had in januari al gezondigd. Dos Santos was ook nog niet in actie geweest in Turijn.

Vier jaar geleden werden in Salt Lake City zeven personen betrapt. Onder hen waren vijf skilopers, een ijshockeyer en een alpineskiër. In Turijn kregen eind vorige week twaalf skilopers een startverbod omdat de hemoglobinewaarde in hun bloed te hoog was. Het startverbod wordt gegeven om gezondheidsredenen, aangezien een sporter met dergelijke waarden risico loopt.

Het wereldantidopingbureau WADA drong er woensdag echter op aan dergelijke gevallen voortaan als dopingovertredingen te beschouwen. WADA-chef Dick Pound was een dag later duidelijk in zijn beschouwingen over de twaalf: „Het is te toevallig als twaalf sporters met een extreem hoog hemoglobinegehalte kampen, zo vlak voor de Spelen.” Een bewijs voor bloeddoping vormt dat echter niet. Een te hoge waarde kan ook worden veroorzaakt door een langdurig verblijf op grote hoogte. Pound gelooft daar echter niet in. „Ik denk dat we met doping te maken hebben.”

De internationale skifederatie FIS, die het startverbod uitdeelde, gaat uit van hoogtetraining als oorzaak van de hoge hemoglobinewaarden. Bij elf van de twaalf skilopers was deze week de waarde weer tot onder de kritieke grens gedaald, alleen de Wit-Rus Sergei Dolidovitsj kreeg een vernieuwd startverbod.
(bron: Telegraaf; 16-2-2006)