| Weinig
vooruitgang in 'kleine' sporten De Nederlandse ploeg voor de Winter Spelen telt 35 atleten, inclusief reservebobbers. In vergelijking met vier jaar geleden in Salt Lake City zijn er buiten het langebaanschaatsen twee shorttrackers en een snowboardster bijgekomen. Een minieme winst, die eigenlijk achterblijft bij de mooie woorden van vier jaar geleden. Bij de evaluatie van de Winter Spelen in Salt Lake City werd er hardop geroepen dat Nederland in Turijn in meer sporttakken actief moest zijn. Zoals vanouds domineren de langebaanschaatsers met in totaal twintig sporters de vaderlandse afvaardiging, het Nederlandse bobsleeën consolideerde de status van vier jaar geleden met de deelname van de teams van Arend Glas, Eline Jurg en Ilse Broeders (in totaal tien sporters). Shorttracker Cees Juffermans en snowboardster Nicolien Sauerbreij krijgen na hun debuut in Salt Lake City nu gezelschap van Liesbeth Mau-Asam, Niels Kerstholt (beiden shorttrack) en Cheryl Maas (snowboard). Vier jaar investeren in tal van sporttakken heeft dus op het eerste gezicht weinig opgeleverd. Het Nederlandse shorttracken lag na Salt Lake City twee jaar op zijn gat. De inspanningen in de laatste twee jaar onder de bevlogen coach Jan Herman Mogendorff resulteerde niet in de beoogde deelname van twee complete (aflossings)ploegen. De kwalificatierace van skeletonner Peter van Wees strandde uiteindelijk in Altenberg, zijn maat Dirk Matschenz voldeed wel aan de eisen maar mist Turijn, omdat hij geen Nederlands paspoort heeft. Snowboarder Luc van Ommen zag zijn jacht op een Olympisch ticket deels mislukken door lang blessureleed, waardoor hij dit seizoen de opgelopen achterstand niet meer kon inlopen. De ijshockeyers bleven al in de eerste kwalificatieronde steken. Skiër Rogier Oosterbaan, twintigste op de slalom tijdens het WK, besloot een punt achter zijn loopbaan te zetten. Kunstrijdsters Karen Venhuizen en Martine Zuiderwijk misten het niveau voor een doorbraak op het grote podium. Curling heeft inmiddels wel een eigen accommodatie in Nederland, maar is nog wel even bezig de internationale achterstand in te lopen en de schansspringers zijn na een mislukt project voor Salt lake City helemaal opnieuw begonnen. "We zullen in de toekomst slagvaardiger en daadkrachtiger keuzen moeten maken om meer Nederlanders in de diverse wintersporten op de Olympische Winter Spelen te krijgen", kijkt Marcel Sturkenboom van NOC*NSF naar de toekomst. Hij erkent dat er vooral op het gebied van talentontwikkeling de laatste twee, drie jaar veel is blijven liggen. "Sport heeft de laatste jaren natuurlijk wel klappen gehad van de overheid, maar met steun van VWS gaan we talentontwikkeling een nieuwe impuls geven. Het is een speerpunt voor iedereen." In de ogen van Sturkenboom moeten sportbonden ook kritischer naar het eigen programma kijken. "Keuzes durven maken", noemt hij dat. "En dat geldt dan ook voor NOC*NSF. Ook wij moeten kritisch naar onszelf kijken. Het is duidelijk dat we tussen Salt Lake City en Turijn niet echt stappen vooruit hebben gezet. Het is altijd een samenspel van bonden en NOC*NSF. Daar zijn we de afgelopen twee, drie jaar misschien te weinig aan toe gekomen. Nu zijn veel zaken in beweging gezet." Binnen de diverse sportbonden wordt wel gekeken hoe het gat naar de top verkleind kan worden. Dat dat moeilijk is in sporten waarin Nederland eigenlijk geen cultuur heeft, wordt door iedereen beaamd. "Talentontwikkeling bij de Nederlandse Skivereniging is beperkt door de financiële middelen. De bond steekt er zelf veel geld en energie in, maar als je onderaan instapt ben je altijd afhankelijk van tijd", zegt Marcel Looze, topsportcoördinator binnen de Skivereniging. In zijn ogen is het geen utopie dat er in de toekomst een Nederlandse skiër aan de Winterspelen deelneemt. "Het proces verloopt met heel kleine stappen. En dan mag er niet ineens iemand stoppen. Er zijn er maar weinig die de echte stap naar de top kunnen maken. Valt zo'n sporter onverhoopt weg, dan hebben we in Nederland een probleem. We hebben nu eenmaal geen grote groep met internationale potentie." Volgens
Wiltfried Ydema, vice-voorzitter van de Bob- en Sleebond Nederland, liggen de plannen om
meer Nederlanders dan alleen schaatsers op de Winterspelen te krijgen vooral in de kast
bij iedereen. "Vier jaar na Salt Lake City constateer ik dat we zijn blijven
stilstaan. Enerzijds omdat NOC*NSF teveel bezig is met de procedurele kant, anderzijds
omdat er tussen de sportbonden onderling te weinig samenwerking is. De betrokken bonden
moeten na Turijn zo snel mogelijk bij elkaar gaan zitten. We kunnen van elkaar leren, maar
dan moet iedereen dat wel willen." |