Bij de aerials mogen de deelnemers zelf bepalen hoe lang hun aanloop is en welke schans ze nemen. De score van de sprong wordt bepaald door vier factoren: De vorm (5 punten), de lengte van de sprong (2 punten) en de landing (3 punten). Op dit totaal wordt een vermenigvuldingsfactor toegepast die overeenkomt met de moeilijkheidsgraad van de sprong. Bij het andere onderdeel gaan de deelnemers zo snel mogelijk over de moguls (buckels) naar beneden en maken onderweg twee sprongen. De schansen liggen op 50 meter van de start en 50 meter van de finish. De skiërs krijgen punten voor de stijl waarmee ze afdalen (ski's bij elkaar en continu in aanraking met de sneeuw, 5 punten), de sprongen (moeilijkheid, afstand, 2,5 punten) en de snelheid (2,5 punten). Er zijn verschillende typen sprongen: spread eagle, daffy, twister, back-scratcher, helicopter, kosak.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||