Verhalen van Leo
Bouwen
Hieronder het verhaal van Leo Bouwen:
Hallo,
Mijn naam
is Leo Bouwen, ik kwam bij toeval op deze site, het haalt onmiddellijk
herinneringen op, zou graag wat meer namen van bewoners, leerkrachten
willen zien of foto's.
Ik heb
jaren gedacht dat ik er in '64 zat maar ik kon mij open het dorp
herinneren waar wij in Losser nog geld voor hebben opgehaald en dat
bleek '62 te zijn
Ik
kan er wel
iets van vertellen:
Toen ik
aankwam in september, geloof ik, gebracht door mevr van der Sterren, zag
ik een oude villa staan met een rieten dak aan de achterzijde stond een
vlag. In de keuken hingen vliegenvangers met een kleefpasta erop vol
vliegen en het rook er naar een kombuis van een schip met veel
kookgeuren de omgeving was sluitend aan de naam van de villa, De
Zandbergen.
Mijn
kleding werd naar boven in een slaapzaal gebracht en ik kreeg een bed
toegewezen. Ik was 8 jaar en helemaal alleen. De tranen stonden in mijn
ogen mijn ouders waren tot aan Rotterdam centraal station meegegaan. Het
was al een verschrikking je moeder voorlopig niet meer te zien. Het zou
6 weken duren en daar moest ik weer aan denken. Ik kreeg verschillende
kleding en met een voetbalshirt werd ik naar het sportveld gebracht waar
ik schamper begroet werd door een groep voetballende jongens. Een kwam
er naar mij toe gaf me een hand, mijn eerste vriend daar nou ja vriend,
het bleek de grootste bedplasser van het kamp te zijn en dat vonden
sommigen vies. Ik heb 4 weken naast hem gelegen hij plaste eens zoveel
dat hij zijn pantoffels naast zijn bed bevuilde. Er was wel een regel:
Tot 22.00 uur mocht je niet naar het toilet en om het af te leren je
mocht dan ook niet meer drinken, maar ja wat niet mag….!
Er werden
wat regels uitgelegd, toiletbezoek heette pinkelen en ponkelen geloof
ik. Ook mocht ik geen brood met melk of thee weg spoelen, want dan
verteerde mijn eten niet goed. Het waren de eerste macrobiotische ideeën
waarschijnlijk. In de ochtend was er eerst appel bij de vlag dan
pas eten. S'ochtends altijd havermout heerlijk! Alleen als de vaste kok
vrij was kregen we Brinta. Dat vond ik minder want dat at ik thuis ook.
Je mocht niet vloeken en je moeder was heilig dus als je iemand wilde
pesten was dat het onderwerp van spot.
Ik werd in
een groep geplaatst: de Groene. Wij presteerden het minst in de
confrontaties, want er was competitie in spel en sport en wij waren de
mindere. Er werd veel gesport en handenarbeid verricht. Er waren ook
clubs: de Brandweerclub, Knutselclub, de Zwervers etc. Een jongen zei:
Kom bij de Zwervers dan ben je vrij. Als ik had geweten dat dit inhield
dat je elke week een middag ging wandelen had ik het nooit gedaan.
Ruilen mocht niet. Ik heb nog steeds een schurft aan wandelen.
Een stukje
verder waren ze aan het bouwen en dat bleken de nieuwe barrakken te zijn
voor ons. Geschikt voor een kind of 10/12 met een doucheruimte
slaapkamer en een speelkamer. Eten deed je in de grote bungalow op de
heuvel. Ik dacht dat het hoger lag. Op foto's lijkt alles kleiner.
Na het
openingsfeest waar wij tussen volwassen genodigden om en om zaten, kreeg
ik voor het eerst in mijn leven slagroom met ananas en werden wij de
eerste bewoners van De Ravenhorst.
Het eten
was ook iets aparts. Er werd gebeden voor en met iedereen ongeacht je
overtuiging. De CAP (zo werd het hoofd genoemd) of zijn plaatsvervanger
gingen dan voor in gebed. Tijdens dit gebed zag ik diverse jongens de
kapjes van het brood bij hun stapel leggen! Waarvoor? Het bleek dat je
met mes en vork moest eten en alleen de kapjes mocht je met je handen
eten. Ik kreeg ze eerst zelden te pakken totdat we stiekem naar de
eetzaal gingen voor de bel en overal de kapjes pikte voor op onze tafel.
Op dinsdag
gingen we brieven schrijven. Er waren er genoeg met heimwee dus schreven
we dat we weg wilden en of onze ouders ons kwamen ophalen. Niet dus. Eer
was censuur en we moeten een nieuwe brief schrijven hoe fantastisch het
er was!
Ik heb ik
er ook slechte herinneringen aan. Ik was traumatisch en huilde wel eens.
Dan werd er door een enkeling gelachen en werd het vechten, wat ik
meestal verloor en dat maakte het alleen erger.
Ik zat er
omdat ik in Rotterdam Kralingen een meisje zelfmoord hadden zien plegen.
Terwijl wij liftje wilde piepen (in die dagen was een lift iets
bijzonders voor ons) en via de noodtrap naar boven wilde lopen zagen we
haar eerst zitten op de reling van de 10 etage toen hangen. Wij renden
naar boven en ze viel vlak achter ons neer. Ze was helemaal uiteen
gescheurd ik was perplex. Ik heb daar 2 uur gestaan na dat politie was
weggegaan. Toen was er nog geen slachtofferhulp en ik kwam bij
psychiaters terecht. Mijn jeugd was kapot kon niet meer leren de eerste
jaren.
Vreemd
genoeg zijn er hele gaten in mijn jeugd. Pas toen ik een jaar of 18 was
heeft mijn moeder verteld wat er met me gebeurd was en kon ik dingen
plaatsen, maar ik had het toen nog niet verwerkt. Dat gebeurde pas bij
het zien van dodelijke aanrijding met een metro in 1996. Ik was de
bestuurder. Op het andere spoor en zag een omaatje oversteken en naar
mij kijken want dat rode licht was voor mij en ik stond toch nog stil.
Niet dus. 16 maanden ben ik uit de roulatie geweest, en nu ben ik er
overheen.
Maar
sorry terug naar losser.
De
restanten van de villa “de Zandbergen'' lagen er nog en wij maakte
hutten van het oude rieten dak, maar we kregen weer eens gezamenlijk
straf. De kranen van de douche ruimte waren er afgedraaid en onze barak
stond vol met water en niemand had het gedaan. We werden uren lang in
een schoollokaal vastgehouden. Het was al donker en het werd laat. Ze
lieten ons alleen zitten en wij wilden weg. Durfden we weg te lopen? Ja!
Op een na
liepen we weg de nacht in, maar waar naar toe? We waren al een keer
opgepakt toen we via Losser weg wilden en langs de rivier de Dinkel de
verkeerde kant opgingen, dus waar dan naar toe? De hutten ja, daar vindt
niemand ons.
We
hadden het koud en maakten een vuurtje maar sommigen van ons (er liepen
ook criminelen jongeren en opvoedgestoorden) wilden alles aan steken en
dat gebeurde. Het liep uit de hand. Er was misschien wel 30 kuub riet.
De vlammen laaiden hoog op en uit de bosjes kwamen ineens de
leraren. (ze heten anders maar dat weet ik niet meer) Er werd heel hard
geslagen en sommigen waren helemaal blauw maar we hebben het geweten:
Niet zwemmen in Oldenzaal. Ik vond ik niet zo erg. Ik kon toen nog niet
zwemmen.
Sommigen
kregen elke week pakjes (grote en kleine kartonnen dozen) met snoep,
foto's spellen etc gevuld. Ik heb het maar een keer gehad. Mijn ouders
waren niet vermogend genoeg in die dagen.
Speldjes
sparen was een rage toen ik had er 20 toen ik weg ging en 125 toen ik
terug kwam. Mijn moeder had overal fabrieken aangeschreven en als ze er
weer een had schreef ze het in de brieven die ik elke week kreeg. Zelf
schreef ik heel weinig. Als ik terug kijk begrijp ik niet waarom.
Of het
kamp een positieve werking om me heeft gehad weet ik niet. Ik denk het
niet. Een ding viel iedereen op in positieve zin: Ik kon zo netjes met
mes en vork eten.
Met
vriendelijke groet
Leo