Gedicht van H.J.

 

 

 

 

kompas

 

Ik zweef  ik loop ik vlieg ik rijd

en toch ben ik de weg soms kwijt

mijn kompas geeft mij richting aan

haar naald welke kant ik moet gaan

 

Ik ga vooruit en kijk toch achterom

Het kronkelspoor wat ik ooit begon

alle gevoel van richting ben ik kwijt

in het landschap van de oneindigheid

 

ik kom mijn eigen voetafdrukken tegen

ik bewandel soms weer oude wegen

maar ik moet verder naar vooruit

tot ik op een nieuwe wereld stuit

 

ik wil op ongerepte paden lopen

ik wil weer bidden,werken, hopen

gewoon inademen de schone lucht

zoals vogels in hun ochtendvlucht

 

ik glimlach om de vele hindernissen

of zou ik mij zo sterk vergissen

ooit staat mijn kompasnaald stil

dan ben ik daar waar ik wezen wil