Proef bodemleven

Voor deze proef gaan we graven en boren in de grond. De monsters die we hierbij nemen bekijken we. Zo stellen we vast welk leven erin voorkomt.

Onderzoeksvraag
Wat voor bodemleven komt er in de grond voor?

Benodigdheden
Het gereedschap en de apparatuur die gebruikt zijn bij deze proef:

  • spade
  • grondboor
  • plasticzakjes
  • viltstift
  • water
  • preparaatglaasje
  • dekglaasje
  • microscoop

Werkplan
We nemen in verschillende gebieden in de omgeving monsters. Hierbij gebruiken we een spade om de oppervlaktegrond om te leggen en zo de diertjes als bij 'Bodemorganismen' te kunnen beschrijven en tellen. De boor wordt gebruikt om dieper in de grond te komen. We nemen dus monsters van oppervlaktegrond en van grond dieper in de bodem. De genomen monsters worden in plasticzakjes gedaan en met een stift voorzien van de plaats waar ze vandaan komen. De gevonden diertjes kunnen ter plekke beschreven en geteld worden. De grondmonsters waar de mogelijke micro-organismen in zitten, worden mee naar school genomen. Aan deze grondmonsters wordt water toegevoegd. Dit water wordt afgefiltreerd en van dit filtraat worden preparaten gemaakt, die weer gemicroscopiseerd kunnen worden.

Hiernaast zie je een foto van de omgeving waar de proef is uitgevoerd.

Uitvoering
Het was de bedoeling om in verschillende gebieden grondmonsters te nemen, zoals in het werkplan staat. Door de vorst hebben we dit niet kunnen doen en dus hebben we ons op één plek gericht. Het kostte namelijk enorm veel kracht en inspanning om al op één plek op ongeveer vijftig centimeter diepte te boren. De spade hebben we gebruikt voor oppervlakkig graafwerk op die plek. De genomen monsters hebben we in plasticzakjes gedaan, en daarop is geschreven waar de grond vandaan kwam. Ter plekke zijn de kleine diertjes beschreven en geteld. De grondmonsters hebben we mee naar school genomen. Daar hebben we water bij de grond gedaan, en deze later weer afgefiltreerd. Van het filtraat hebben we preparaten gemaakt om onder de microscoop te bekijken.

Resultaten
De enige kleine diertjes die we zijn tegengekomen waren regenwormen. Deze waren uiteenlopend van lengte (2 tot 16 cm). De preparaten die we gemaakt hadden leverde ook niet veel op. Er waren wel degelijk micro-organismen, alleen waren die zo klein dat we geen scherp beeld van ze kregen onder de microscoop op school. We namen dus wel vage, bewegende 'dingen' waar.

Conclusies
Bodemproeven moeten niet gedaan worden als er vorst in de grond is! Het geeft op deze manier weinig resultaten in de zin van bodemleven. Verder kunnen we concluderen dat er dus ook in de winter bodemleven aantoonbaar kan worden gemaakt. Het is hierbij wel handig om een microscoop te hebben die zeer sterk vergrotend is.

Discussie
Nadat we deze proef gedaan hebben, weten we in ieder geval hoe het niet moet. :-)