Op 20-09-1825 werd in Langen in Vorarlberg,
Oostenrijk een tweeling geboren. Johannes volgde zijn vader op
als boer, Wendelin werd priester.
28-07-1850 Priesterwijding. Wendelin wilde graag
missionaris worden, maar zijn gezondheid was te slecht.
Na 12 jaar , 9 daarvan in Haselstauden-Dorbin en 3
in Agram (Zagreb) in Croatië als rector in een zustersklooster,
treedt hij in bij de Trappisten in Mariawald in de Eifel, Duitsland,
om zich voor te bereiden op zijn dood. Hij ontvangt de kloosternaam
Franziskus. Zijn gezondheid herstelt zich en al gauw kan hij in
Tre Fontane bij Rome pionierswerk verrichten.
Van daaruit reist hij naar Bosnië om daar het
nieuwe Trappistenklooster "Maria Stern" in Banja Luka
op te bouwen.
In 1879 zou hij bij het Generale Kapittel van
de Trappisten als Abt van de nieuwe stichting worden benoemd.
Maar een bisschop zoekt monniken voor Zuid Afrika en hij volgt
die oproep: "Als niemand gaat, ga ik."
In 1880 komt hij met 30 monniken van "Maria
Stern" aan in Zuid Afrika en sticht in 1882 na een
moeilijk begin het Trappistenklooster "Mariannhill".
In 1885 wordt hij Abt. In ditzelfde jaar sticht hij de
"Missiezusters van het Kostbaar Bloed", ook "Missiezusters
van Mariannhill" genoemd.
De spanning tussen het zwijgende leven van de monniken
en de missieplannen van de abt spitst zich toe. Misverstanden
ontstaan, en in 1892 wordt Abt Fanz voor een jaar van zijn
ambt ontheven. Ieder contact met de zusters wordt hem verboden.
In 1893 volgt de vrijwillige resignatie van
Abt Franz. Hij trekt zich terug in de eenzaamheid in Emaus, een
afgelegen missiestatie in Zuid Afrika. Hij blijft zich inzetten
voor de zelfstandigheid van de zusters, en zijn missionaire ijver
strekt zich uit over de hele wereld.
In 1906 werden de constituties van de Missiezusters
van het Kostbaar Bloed door paus Pius X goedgekeurd.
In 1909 splitst de Paus Mariannhill af van de
Trappisten. Zo ontstaat de Congregatie van de Missionarissen van
Mariannhill.
Hij sterft op 24-05-1909 en wordt op het kerkhof
van Mariannhill begraven.