BASTUBA

bastuba De bastuba in het orkest heeft een zich sterk verwijdende conische boring, geleidelijk overgaand in een grote klankbeker. Hij heeft een diep ketelmondstuk en is voorzien van drie, vier of vijf ventielen, die resp. 1, Ż en 1Ż toon verlagen; het vierde ventiel is een kwartventiel, terwijl het vijfde een correctieventiel is voor lage tonen. De klank is zeer doordringend. Bij de trombonegroep is de tuba vaak de bas. Ondanks de stemmingen (Es, F en Bes) is de tuba geen transponerend instrument. In het symfonieorkest wordt veel de C-tuba gebruikt, maar in harmonie- en fanfare-orkest worden de Es- (ook bombardon of tuba I genoemd) en de Besbas (of tuba II) geprefereerd. De notatie is verschillend in verscheidene Europese landen. De enorme buislengte (Estuba 4,03 m, Bestuba 5,53 m) en de wijde mensuur eisen meer dan enig ander blaasinstrument een fysiek geschikte bespeler. Wagner en Bruckner pasten de bastuba veelvuldig toe (niet te verwarren met de Wagnertuba's, die de typerende boring van de tuba mist). De Bestuba is eigenlijk een contrabastuba. Door de zware en massieve klank in het forte en fortissimo wordt deze tuba meer in harmonie- en fanfare-orkesten gebruikt dan in het symfonieorkest. De bastuba is ontstaan uit de ophicle´de. W. Wieprecht en J.G. Moritz ontwikkelden (ca. 1835) met toepassing van ventielen de eerste bastuba. Omstreeks 1845 werkte Adolphe Sax aan verbeteringen van de koperen blaasinstrumenten, waardoor de saxhoornfamilie ontstond en dit had weer invloed op de ontwikkeling van de bastuba.

Klassieke muziek met een hoofdrol voor de bastuba

Concerto for bass tuba en orchestra in F minor Ralph Vaughan Williams (1872 - 1958)
Ode aan een vette kip (met pianobeleiding) Gerard Boedijn
Symphony Fantastique (Dies irae) Hector Berlioz (1803 - 1869)

 

HaFaBra muziek met een hoofdrol voor de bastuba

The farmers fair
Tyrolyan tuba's Maurice Clark
Capriccio E. Mast