|
In het droge hart van het Centraal Plateau is veel grasland. Tegen de flanken van uitgedoofde
vulkanen, zoals de Kara Dag en de Erciyas Dagi, waarvan de hogere hellingen vaak bebost zijn,
komen steppen voor, evenals op de plateaus van Oost-Turkije tussen de gebergten. Op de hellingen
van de Taurus en de Antitaurus komt in lente en zomer een weelderige grasgroei tot stand. Eeuwen
van houthakken en grazen hebben de bossen uitgedund en teruggedrongen (van 70% tot 26% van de
oppervlakte) en hebben zelfs hun samenstelling veranderd. Door het aanhoudend grazen van geiten
in de westelijke kustgebergten overheerst daar het struikgewas. De dichtste bossen van Turkije
liggen in het noorden, op de noordelijke hellingen van het Pontisch Gebergte bij de Zwarte Zee.
Bruine beer, wolf, wild zwijn en panter komen hier en daar nog voor; de tijger is uitgeroeid,
de leeuw is al heel lang geleden verdwenen. Voor de vogelwereld is Turkije een belangrijke
passeerplaats in de trek; de Bosporus is bekend om de grote standplaats van trekvogels in
herfst en voorjaar. Veel roofvogels, aalscholvers en pelikanen broeden in Turkije; de
kaalkopibis is een uitstervende broedvogel. Een bekend reservaat is o.a. het Manyasmeer in
westelijk Aziatisch Turkije, een belangrijke broed- en overwinteringplaats voor vogels.
Het zeewater wordt bevolkt door makrelen, zeebaarzen, dolfijnen, sardines, tonijnen, moeralen,
palingen en inktvissen. Grote zeeschildpadden leggen in het zand langs de zuidkust hun eieren.
|