|
|
De oudste sporen van bewoning zijn in Turkije gevonden aan de Middellandse Zeekust ; in grotten
bij Antalya werden 100.000 jaar oude werktuigen gevonden. Rond 2000 v. Chr. trok vanuit Centraal
Azië een stam het huidige Turkije binnen; de Hettieten. Zij slaagden erin een groot deel van
Klein Azië in handen te krijgen. In de 9e eeuw v. Chr. namen de Oerartiërs de macht van de
Hettieten over en bestuurden een gebied dat zich uitstrekte over het gebied van het huidige
Armenië, Irak en Turkije.
Rond 1100 v. Chr. kwam in het westen de kolonisatie vanuit het vasteland van Griekenland op
gang. Uit de combinatie van de Griekse cultuur en invloeden van de oorspronkelijke bewoners
ontstond de hoogstaande Ionische cultuur. In de 6e eeuw v.Chr. veroverden de Perzen het
Oerartische rijk, alleen de Griekse kuststeden behielden hun onafhankelijkheid. Na Alexander
de Grote die in de 4e eeuw v. Chr. de hele "beschaafde" wereld veroverde, veroverden de
Romeinen in de 2e eeuw v. Chr. grote delen van Klein Azië.
In de 2e eeuw na Chr. verplaatst keizer Constantijn zijn hoofdstad van Rome naar de Griekse
kolonie Byzantium aan de Bosporus. De stad wordt bekend als Constantinopel, de stad van Constantijn.
Hoewel het westelijke deel van het Romeinse rijk werd veroverd door Germaanse volken werd
Constantinopel het centrum van het Byzantijnse rijk, dat nog bijna 1000 jaar zou bestaan.
Rond 1300 stichtte Osman I een dynastie die, na gewonnen oorlogen met o.a. Mongolen en Hongaren,
zou uitgroeien tot het machtige Osmaanse rijk.
In 1571 verloren de Turken de Slag bij Lepanto tegen de Spanjaarden en de Venetianen. Dit was het
begin van de ondergang van het Osmaanse rijk. Langzaam brokkelde het Osmaanse rijk af tot na de
Krimoorlog de Vrede van Parijs getekend werd. De Turken konden hun onafhankelijkheid nog wel
behouden maar hadden verder weinig macht meer over. In de 1e WO kozen de Turken de kant van de
Duitsers, maar na aanvankelijke successen werd het Osmaanse rijk definitief onder de voet gelopen.
De geallieerden verdeelden na de oorlog het Turkse grondgebied. De belangrijkste aantasting van de
Turkse eer was het feit dat de Grieken de hele Egeïsche kust en een groot deel van het achterland
kregen toebedeeld.
De man die verantwoordelijk was voor de aanvankelijke successen in de 1e WO speelde ook een hoofdrol
bij het Turkse verzet tegen de Grieken ; Mustafa Kemal Atatürk.
In 1922 dreven de Turken de Grieken letterlijk de zee in en kwam er een bloedig einde aan de
onafhankelijkheidsoorlog. Na onderhandelingen werden in 1923 de grenzen van de huidige republiek
Turkije grotendeels vastgelegd. De jaren tussen 1923 en 1938 stonden geheel in het teken van
Atatürk. Hij bouwde een staat op naar westers voorbeeld. In 1928 werd de islam als staatsgodsdienst
afgeschaft ; de "layiklik" werd ingevoerd, de absolute scheiding tussen moskee en staat. De dood
van Atatürk op 10 november 1938 was een grote schok voor Turkije.
In de 2e WO wist Turkije tot enkele weken voor het einde van de oorlog neutraal te blijven. Sinds de
jaren '50 werd Turkije voortdurend heen en weer geslingerd tussen democratie en dictatuur en hebben
er diverse staatsgrepen plaatsgevonden die gepaard gingen met veel politiek geweld.
In 1980 pleegde generaal Evren een staatsgreep. De rust werd hersteld en het terrorisme op bloedige
wijze aangepakt. De democratie werd buiten werking gesteld.
Na het aannemen van een nieuwe grondwet werden er in 1983 weer verkiezingen gehouden, waarbij de
Moederlandpartij van Özal de meerderheid behaalde. Deze partij besteedde veel aandacht aan het
stimuleren van buitenlandse investeringen. Hiervan profiteerde ook het toerisme sinds het midden
van de jaren '80.
Na de dood van Özal in 1993 werd Demirel tot president gekozen en opgevolgd door Tansu Çiller, de
eerste vrouwelijke minister-president. Na de verkiezingen in 1995 werd Erbakan de eerste islamitische
premier sinds de stichting van de Turkse republiek. Onder druk van het leger werd Erbakan in 1997 tot
aftreden gedwongen. Naar aanleiding van deze kwestie is de discussie weer opgelaaid over de overheersende
rol van het leger in de Turkse politiek.
Hoewel Turkije zich sinds de jaren '80 heeft ontwikkeld tot een moderne staat naar westers model, bestaan
er nog steeds een aantal problemen.
Een ervan is de Koerdische kwestie. De Koerden mogen nauwelijks uiting geven aan hun eigen cultuur. In het
oosten van het land os de PKK actief, die streeft naar een autonome Koerdische staat. Sinds 1984 probeert
de PKK dit te bereiken met veel geweld. De Turkse overheid beantwoordt het optreden van de Koerden op
even gewelddadige wijze. In 1999 werd de Koerdische leider Öcalan gevangen gezet en ter dood veroordeeld.
Ook de mensenrechtensituatie is nog weinig bemoedigend. Nog steeds vinden er martelpraktijken plaats op
politiebureaus en in gevangenissen. Deze situatie staat ook het zeer gewenste lidmaatschap van de
EU in de weg.