DE STRIJD TEGEN

SEPTUS IV







2012



Inhoudsopgave :



Hoofdstuk 1. Het Scheppingsverhaal In De Gnostiek

Hoofdstuk 2. De Schatkamers Van SEPTUS

Hoofdstuk 3. Liefde of Hogere Profetische Kennis ?

Hoofdstuk 4. Geheimenissen Van De DUKKA

Hoofdstuk 5. De Verbreking Van De Filistijnse Zegels – De Geheimenissen Van De SARX En De AIMA

Hoofdstuk 6. Het EKRON-Zegel

Hoofdstuk 7. Yirmeyah


Hoofdstuk 8. Het Geheimenis Van De SAPPIL – De Opening Van De Troon-boeken

Hoofdstuk 9. De Overwinning Over Het Witte Paard

Hoofdstuk 10. Drie Ruiters

Hoofdstuk 11. De Zwarte Steen

Hoofdstuk 12. De Jozef Ladder In De Gnostiek

Hoofdstuk 13. De Hogere Canon Van De Moeder Bijbel

Hoofdstuk 14. 2012 – Het Jaar Van De Moeder Bijbel van de Tweede Bijbel

Hoofdstuk 15. Het Medusa Mysterie In De Tweede Bijbel

Hoofdstuk 16. Drie Verhalen

Hoofdstuk 17. De Oahspe – Brug Tussen De Bijbel En De Tweede Bijbel

Hoofdstuk 18. Het Jezus-Complot

Hoofdstuk 19. De Gor Bijbel

Hoofdstuk 20. Wie Is De Draak ?

Hoofdstuk 21. Kort Nawoord







Hoofdstuk 1. Het Scheppingsverhaal In De Gnostiek





Het christendom was een uit de hand gelopen vertakking van het gnosticisme. Veel gnostische geschriften werden weggekapt, om zo de oorsprong en de achtergrond van het hele 'God' verhaal verborgen te houden. In deze geschriften was er een onderscheid tussen de god van de wereld, en de allerhoogste God. De god die de wereld had gemaakt, oftewel het gebied buiten het paradijs, waar we nu leven, werd de Demiurg genoemd, een lagere, gevallen god, ook wel Yaldaboath genoemd. Deze god had een leeuwenkop met een slangenlichaam.


De Moeder God creeerde Yaldaboath, maar hij kon alleen het goddelijke zien als door een weerspiegeling, dus hij werd 'de blinde god' genoemd. De Moeder God wilde dat de mens van de boom van kennis zou eten, maar Yaldaboath, Yahweh, verbood hen. Hij wilde namelijk dat de mens niet tot een hogere orde zou komen. Yaldaboath kon de hogere goden niet zien, en waande dat hij de enige was. Hij was hoogmoedig, trots en jaloers, en werd uit de hemel geworpen, maar met een zekere macht over de mens.


De mens nam van de boom van kennis, en het licht van kennis viel op de mens. Zij zagen dat ze naakt waren door het licht van kennis, en waren door deze kennis tot elkaar aangetrokken. Deze scheppings-verhalen zijn te vinden in de boeken die de gnostici voor Genesis hadden, in de gnostische bijbel, wat ook de Nag Hammadi bevat. Deze boeken van het gnostische scheppings-verhaal heten : De Apocryphon van Johannes en De Oorsprong van de Wereld.


Door het licht van kennis wat op hen gevallen was zagen ze de orde van Yaldaboath als beesten, en ze verwierpen hen. Yaldaboath was bang dat de mens ook tot de boom des levens zou komen, dus hij verdreef de mens. Moeder God wierp toen de orde van Yaldaboath op aarde. Zij zouden daar moeten leven als boze geesten. Ook zij verloren dus hun paradijselijke positie, net als de mens.


Yaldaboath brengt een zoon voort : Sabaoth, die tot de zevende hemel komt, een hogere rang dan zijn vader. Sabaoth, het licht, neemt de macht van zijn vader over, zoals Jupiter de macht overnam van zijn vader Saturnus, en Jezus, Lucifer, de macht van zijn vader Yahweh. Sabaoth haatte zijn vader, de duisternis, en zijn moeder, de afgrond. Hij kreeg het koninkrijk over iedereen, over de twaalf goden van chaos. Hij bekleedde zichzelf met rijkdom. Hij kreeg de macht over de boom des levens, Zoe, als zijn partner. Zo zou hij tot de geheimen van de achtste hemel kunnen komen.


Wij zien dus twee tegengestelde verhalen, wanneer we het gnostische evangelie vergelijken met het christelijke evangelie. Kunnen wij dit wel vertrouwen, of hebben we weer te doen met een zegel wat verbroken dient te worden ? In de grondteksten wordt er niet gesproken over 'bomen en vruchten'. Er wordt gesproken over galgen en martelpalen. In de diepte van het woord voor boom betekent het ook sluiten, als van een kooi of fokplaats. Eten (akal) van de vrucht (periy) betekent letterlijk 'slachten van de voortbrengselen van vee en gevogelte (kippen).'


In het Eeuwig Evangelie, in de Nieuwe Johannes I, hoofstuk 1 : 12 staat :


'Nu zal ik u dan een geheimenis vertellen : de goden eten vlees, en velen vielen door te eten van het verboden vlees. Zo eten de Godslangen dan harten, en sommigen vielen vanwege het eten van het verboden hart.'

Bomen en vruchten zijn ten diepste opgezet om de mens af te houden van oorlogsvoering in het rijk van de ziel. We kunnen het gebruiken als metafoor en archetypen, maar zij zijn zegelen door het onderbewustzijn opgezet om ons tegen te houden te komen in het kennis-bewustzijn. Dit kennis-bewustzijn is alleen te vinden in vlees en bloed in de ziel. Maar we moeten er dus voor waken niet van het verboden vlees te nemen. Bomen en vruchten zijn wegwijzers naar de diepere oorlogsvoering. De vijand zal veranderd worden in OKLAH. Wij moeten het vlees van de vijand eten. Hierdoor nemen wij de duistere kennis van het verre van God tot ons, de ZUWR.

In de Moeder Bijbel was het paradijs verdeeld in twee delen. Eén deel waar gejaagd moest worden, en ook een deel waar absoluut niet gejaagd mocht worden.

Het lichaam, vlees, van Christus, SARX, is in diepte 'gevangenneming', 'de kastijder'. Dus dit vlees op zich is een zegel wat verbroken moet worden om tot de ware, diepere betekenis te komen, in de diepte van ADAMAH, de grond van het paradijs, de rode aarde. Het vlees van Christus is een arrestatie-bevel, een Rechter. Ook SARX was gestolen door dit lichtwezen, Sabaoth. Wij moeten dieper in de ADAMAH doordringen om tot SARX te komen, de kastijder, de gevangenneming.

De boom des levens is in de diepte van de grondtekst 'de tuchtplaats van heilige slavernij'. Door AIMA (de bloedvergieter) en SARX (de gevangenneming, de kastijder, het gesleurd worden tot het gerechtshof) komen wij tot de tuchtplaats van heilige slavernij. Valselijk vertaald in : 'door het bloed en vlees van Christus komen tot de boom des levens.' De tuchtplaats van heilige slavernij, wat als zegel heeft : de boom des levens, is in een andere dimensie, want deze plaats was 'apart gezet' in de grondtekst, 'TAVEK'. Nadat de mens van de boom der kennis had gegeten was de orde van Yaldaboath bang dat de mens ook van de boom des levens zou eten, oftewel : Ze waren bang dat de mens zou komen tot de heilige slavernij, want dit zou de slavernij tot Yaldaboath breken. Deze plaats kon alleen bereikt worden door de diepte van ADAMAH, door te komen tot de diepere dimensie. Daarom heeft Yaldaboath altijd de diepte van AIMA en SARX verborgen gehouden, de waarheid over het bloed en het vlees van Christus.

Moeder God wachtte op de mens bij de boom des levens, de tuchtplaats van de heilige slavernij. Ook is dit in de grondtekst de plaats van honger, het heilige vasten. Yaldaboath liet cherubs opstellen om deze dimensionale overgang te bewaken, en later zou Saboath, Jezus Christus, de boom des levens bewaken. Daarom zal de mens moeten klaarkomen met het Jezus mysterie om doorgang te hebben tot deze plaats. Het vlees van Saboath, Christus, wilde mensen misleiden tot het kannibalisme. Zelfs in oorlogsvoering met demonen is dat heel link. In de ADAMAM, de verstommende laag van de ADAMAH, worden demonen omgevormd tot dieren en vee. Als het de status 'vee' heeft bereikt, moet het gefokt worden, om voortijdige slachting te voorkomen. Fokken betekent kruisdragen. Overmoedige oorlogsvoering geeft namelijk macht aan de vijand. RIGIL KENT, één van de helderste sterren, en helderste ster in CENTAURUS, staat bekend om het brengen van de implantaten van kannibalisme om de ADAMAM uit te doven, om het fokken uit te doven, het kruis. RIGIL KENT heerst over Azie. Het is een vorm van luiheid, oppervlakkige oorlogsvoering, om zo snel met demonen af te rekenen, denkt men, maar deze vormen van kannibalisme maken het alleen maar erger. Het is de energie van geld, het merkteken van het beest.

De ADAMAM had zich gemanifesteerd in de boom van kennis, de boom van onderscheiding, en veranderde de orde van Yaldaboath in beesten, toen de mens er van at. Het was doordat de mens een hoger zicht kreeg op wat er gaande was. Nu moest de mens nog komen tot de boom des levens in de TAVEK, wat ook de boom van scheiding is in de grondtekst.

In Jeremia 5 komt de ZUWR uit Orion met een arrestatie-bevel in de Aramese grondtekst (vs. 16), de PTIH. De Orionse ZUWR is in de Hebreeuwse grondtekst 'eeuwig', OLAHM. De PTIH betekent ook 'degene die kan zien', wat 'profetisch' betekent. Door de PTIH wordt de vijand gebonden. Ook komt de ZUWR met een pijlkoker, de ASHPAH in het Hebreeuws, wat koker van God's instrumenten betekent, de gereedschappen van exorcisme en necromantie (de heilige verbinding met goddelijke tussenkomst vanuit de onderwereld, de tucht, het kruis). Wij zijn dus als Levieten van de ZUWR ook gewapend met deze pijlkoker. De pijlen worden dus eerst opgeladen met het lijden, de tucht, het kruis, zodat vandaaruit de profetie en de arrestatie kan plaatsvinden, PTIH. Dit betekent dat het eerst door onszelf heen zal gaan. Als eerste worden wijzelf gearresteerd door de diepere, duistere kennis van God, de ZUWR. Eerst worden wijzelf gevangen genomen door de PTIH, wat dus de Aramese vorm is van de SARX. De PTIH, de SARX, is in de diepte van de grondtekst het sleuren van de gevangene tot het gerechtshof, en tot het oordeel/ de tuchtplaats. Daarom is dit de sleutel tot het komen tot de boom des levens, de tuchtplaats van de heilige slavernij. De SARX is in diepte een slavenriem/ trekketen, een leash. Deze wordt bevestigd aan de halsketen tot het voort-trekken. Hiertoe leidt de ADAMAH :


1e bedeling : leven door het hart


2e bedeling : leven door de buik

3e bedeling : leven door de onderbuik

4e bedeling : leven door de heilige halsketen, de APH, het paradijselijke hart

5e bedeling : leven door de stof, het vuil, van het paradijs, de APHAR

6e bedeling : leven door de eigenlijke grond van het paradijs, de ADAMAH, de bloedvergieter

7e bedeling : leven door de heilige hals-leash, de SARX, de paradijselijke lasso

8e bedeling : leven door de tuchtplaats van heilige slavernij (de misvertaalde 'boom des levens')

De 8e bedeling is de stam van profetie, NABA. Dit is een stap verder om los te komen van de ASSUR-BABYLON connectie. De boom des levens is een zegel wat verbroken dient te worden. Hier zien we de lagen van de paradijselijke grond :

  1. APHAR, de bovenlaag, het stof, vuil, waar de voeten direct contact maken met de aarde, de grond waarop men staat.

  2. ADAMAH, de tweede, diepere laag van God's vuil

  3. SARX, de derde, nog diepere laag van God's vuil

  4. NABA, de vierde laag, de zg. 'boom des levens' (misvertaald), de stam van profetie

ADAM hoeft niet perse een persoon te zijn, maar kan ook een stam zijn, en betekent dronkenschap in de diepte (van rode wijn). Dit kan ook heel goed met het bedwelmende voedsel van het paradijs te maken hebben, als drugs. ADAM is een paradijselijk element, een archetype van de vervoeringen van het paradijs. ADAM werd verlicht, of liever gezegd : ontving het nachtzicht, door het eten van 'de boom van kennis', oftewel door het slachten van demonisch vee. Dit is eigenlijk heel logisch, want het demonisch vee waren de wachters van de diepere geheimen van het paradijs. Zij waren zegels die verscheurd moesten worden. Zonder de 'boom van kennis' zou ADAM nooit dronkenschap geweest kunnen zijn. Bomen zijn tuchtplaatsen in de grondtekst. ADAM bereikte dronkenschap door de kastijding, en werd het evenbeeld van dronkenschap. Dit is waar de lankmoedigheid, de longsuffering, toe leidt. De ADAM is een zelfs nog diepere laag in het paradijs :

  1. ADAM, de vijfde laag, de dronkenschap van het paradijs, opgewekt door het langdurige (eeuwige) lijden.

Eva, CHAVVAH, is in de grondtekst ook een stam, van vrouwen die dezelfde raciale en culturele achtergrond hebben. Zij is in de grondtekst 'interpretatie', als de apostolie.

  1. CHAVVAH, de zesde laag

Zij manifesteerde zich ook door 'de boom van kennis'. ADAM en CHAVVAH werden één in SARKA, SARX (Genesis 2 : 24). CHAVVAH was de moeder des levens, de moeder van de heilige slaven. CHAVVAH moest ADAM tot een heilige slaaf maken. CHAVVAH was de eerste die de inwijdings-kennis had ontvangen, en moest die overdragen op ADAM. Zij moest hem leiden tot SARX, waar zij één zouden worden, tot zicht op 'de boom des levens', waar ze hem naartoe moest leiden na het ontvangen van de SARX. Zij zou hem moeten leiden tot de diepere lagen van ZUWR, de in de duisternis verborgen, verre kennis van God. ADAM werd geleid tot de diepte van Orion.

God droeg Iob op om te jagen voor de goddelijke leeuwinnen, 'grote vrouwen' (Aramees : URYA, Hebreeuws : LABIY) en haar welpen, het kamp (KEPHIR). Hij moest hen MAZONA verschaffen, wat erop duidt dat zij van hem waren gescheiden, maar hij was nog steeds aan hen verbonden voor slavendienst. Dit gebeurde in en rondom de tempelplaats, de MEOWNAH, de zwarte tempel. Hier komen dus alle verborgen duisternissen van het Oude Testament aan hun trekken. De TOWRAH, een opperhoofd van de ZUWR, de wet van scheiding, had IOB veroordeeld, als een toets-oordeel. Als wij enig contact met God willen hebben, dan gaat dat door deze wet, de scheiding van het goddelijke. Ook Jezus ging hier doorheen, afgescheiden van God in de donkere nachten van Getsemane en Golgotha. Ook Ezechiel kreeg dit certificaat van scheiding. De boom des levens is in de grondtekst de boom van scheiding. ADAM ging tot deze boom, om diepere profetische verbinding te ontvangen. Het 'goddelijke huwelijk' kan een sta in de weg zijn, het kan een slaapverwekkende drug zijn. Boze geesten kunnen door 'goddelijke huwelijks-contracten' werken. De boom des levens maakt hier korte metten mee. Wij moeten de donkere nacht van de scheiding doorgaan, zoals Jezus dat ging, en Iob. Dat is goed voor de profetische inspiratie.

Wanneer we tot de URYA komen, moeten we alle huwelijks-bindingen afleggen, Baal achter ons laten. We moeten de MAZONA, de scheidings-arbeid in ons leven accepteren. Dit is de arbeid vanuit het kruis. De Wet, de TOWRAH, is de goddelijke scheiding waar elke oordeels-profeet doorheen moet. Hierin sterft zijn geest af, en ontvangt de oordeels-profeet de Heilige Ziel en de bittere kruiden. Prosperity, troost sterft af, opdat de oordeels-profeet binnentreedt in de heilige armoe en de heilige honger en verhongering (het heilige vasten). Zo ontkomen we aan de vetmesting die in de fokkerij van Baal heerst. De Baal moet afbranden.

De Trooster moet in ons afsterven, zodat we meer zicht op het kruis gaan krijgen, meer zicht op de halsketen en de ringen en piercings van de heilige slavernij, om aan de slavernij tot Baal te ontkomen. De oude profeten voorzagen de huwelijks-cultus die zou komen.

  1. MAZONA, zevende laag van het paradijs, de heilige jacht der scheiding

Wij hebben dus contact met God, met ZUWR, met de URYA, door de scheiding. Wij worden als vijanden beschouwd, als een potentieel gevaar, daarom zijn we beteugeld. Wij zouden veel te veel onheil kunnen aanrichten als wij ongebonden zouden zijn. God is niet onze bruid die we als een pop heen en weer kunnen laten slingeren. Wij moeten als een leeg vat zijn, en geen vriendjes-politiek met hem voeren, alsof wij op één lijn met God zouden staan, als een soort van samenwerkings-verband. Neen. Wij moeten ons leven GEHEEL afleggen. De menselijke natuur is te gevaarlijk. Dus juist door de goddelijke scheiding komen we dieper in contact met God, met het profetische leven, door aan onszelf en onze relaties af te sterven. De boom des levens is als de goddelijke toren van Babel, waar we verscheurd worden, en komen in een heilige taalverwarring, die leidt tot de MAZONA. Deze jacht leidt terug tot de MEOWNAH, de duistere tent van God, de tent van de URYA, de goddelijke leeuwinnen.

  1. MEOWNAH, achtste laag van het paradijs, de duistere tent van het paradijs

  2. URYA, negende laag

  3. ZUWR, tiende laag







Hoofdstuk 2. De Schatkamers Van SEPTUS








De Trooster is een zegel. De Trooster houdt ons tegen om verlicht te worden, om het nachtzicht te ontvangen. De Trooster is een zwaar lijden, omdat het de profetische gave in ons dooft. Alle christelijke entiteiten die op ons bord werden geschoven waren een sluier, waren zegels. Alles om ons heen is een groot zegel. Dit is niet het paradijs. Deze wereld werd gecreeerd door de Yaldaboath om ons af te houden van het paradijs. Wij reizen van zegel tot zegel. Wij moeten de mysteries van de zegels oplossen om doorgang te vinden. We kunnen geen ijzer met handen breken. Het is een puzzel.


De Trooster kwam om de boom des levens uit ons te rukken, alle elementen van de heilige slavernij. Hij roofde onze heilige halsketen met alle heilige stenen en kralen daarin. Hij was gezonden door Yaldaboath. Het was een killer. Profetische kennis is veel belangrijker dan troost. Wij moeten komen tot de duistere ZUWR. Lichten zullen ons verblinden.


Wij moeten leren leven met de kleinste hoeveelheden. Geesten van rijkdom en materialisme staan overal op de loer om ons tot een slaaf te maken. Zij willen de heilige slavenketenen in ons doven, zodat zij ons tot slaaf kunnen maken voor het Babylonische wereldrijk. Zegels zijn belangrijk, want zij vormen de ladder om uit putten te komen. Soms vallen we, en dan hebben we die zegels nodig. We gaan van zegel tot zegel, en proberen hun mysterieen op te lossen. Alles is bruikbaar materiaal. De tradities blijven van belang, alleen in een heel ander licht, of nachtzicht.


Blijf de trappen voor je zien, de trappen van vertaling. De ladder van Yaakob leidt tot het nachtzicht. Onthecht je van alle dingen en wikkel jezelf dan alleen in God. Kom naakt tot God, zonder al je voorgeslachtelijke archetypes en metaforen die je in je leven hebt gebruikt. Laat alles achter je. Laat de doden de doden begraven. Ga door alle sluiers heen die ze op hebben gehangen rondom je. Zoek God. Niet de beelden die je voorouders hebben gemaakt van God.


In het gnostische scheppingsverhaal moest de mens tot de boom der kennis gaan, om daardoor tot verlichting te komen, tot het nachtzicht. Om die kennis te verdiepen moet men tot de dimensie van de boom des levens gaan, de boom van honger (het heilige vasten) en de scheiding (de heilige verduistering).


De ontzegeling is de besnijdenis, PERITOME in het Grieks/ de Septuagint. Door de besnijdenis wordt men Israeliet, en wanneer de besnijdenis tot volgroeiing komt, wordt men Leviet.


Het Westen wordt door 'De Trooster' in slaap gehouden en vetgemest voor de slager. De Trooster zorgt ervoor dat ze de overtuiging van God niet binnenkrijgen. Het is een treurig verhaal. Ook 'de Bruid' werkt hier aan mee. Wij moeten al onze bruidsklederen afdoen, op het altaar leggen, en ook de Trooster in ons hoofd op het altaar leggen, en dan de wildernis in vluchten. Yaldaboath kan alleen de schaduw zien van het goddelijke. Hij leeft onder een sluier. Wij leven daarom in een omgekeerde wereld. God heeft simulators van deze dingen gemaakt, maar wij moeten hogerop komen. Deze dingen houden de hogere profetische kennis tegen. Wij moeten de diepte in. Wij moeten al het voorgeslachtelijke achter ons laten. God zal ons dan, alleen dan, de rode draad laten zien. Als we nog wanhopig vastklemmen aan onze voorouderlijke erfenis, dan zullen we daardoor verblind zijn en misleid worden. De Aramese grondteksten roepen ons op om tot Orion te gaan. Hier zullen wij de zegels van Orion moeten verbreken, tot het ontvangen van het nachtzicht.


In de Orionse geschriften is er de jacht op de troost-vogels en de bruids-vogels. Deze bruids-vogels zijn een soort ooievaars die zielen kunnen stelen. Daarom is de jacht hierop van groot belang. Het zijn kinderdieven. Toriax is een Orionse Adam, de Orionse heilige dronkenschap. De troost-vogels en bruids-vogels zijn de bewakers van de schatkamers van SEPTUS. In de geschriften van Orion is het belangrijk om TORIAX te vinden en te ontvangen, om bestand te zijn tegen deze vogels en om hen te overwinnen door de jacht. Als wij niet voldoende TORIAX hebben, dan worden we door de dronkenschap van de vijand ingenomen. In de schatkamers van SEPTUS wordt de poort bewaakt tot de OXCRENON, de put van de buffeljacht. Hier worden de buffels en bizons van SEPTUS, de geesten van mannelijke superioriteit verborgen gehouden en bewaakt. Alleen door TORIAX heeft een Iobitische Leviet daar toegang, na het verslaan van de vogels van SEPTUS.


Deze jacht is belangrijk voor het komen tot de diepere esoterische sieraden die SEPTUS al zo'n lange tijd verborgen heeft gehouden. De buffels en bizons van mannelijke superioriteit zijn de wachters van deze sieraden. Zij houden de poorten tot het kinderrijk verborgen. Door het pad van de OXCRENON te gaan, de buffeljacht, komen wij tot het rijk der kinderen. Ook hier moet jacht gehouden worden. Er zijn hier namelijk veel hysterische kippen-geesten. Zij veroorzaken verschrikkelijke depressies in de kinderen, en trauma's. Zij zijn troost-kippen en bruids-kippen, een plaag voor de kinderen. Zij werken met valse schuld, en manipulatie. Ook bedreigen ze de kinderen. Zij doen dit door de eerste leugen van de slang : 'Gij zult voorzeker niet sterven.' Genesis 3 : 4. Dit is de leugen dat de ziel die zondigt niet zal sterven, oftewel de eeuwige marteling in de hel. Als de kinderen niet doen zoals de kippen van SEPTUS zeggen, en niet geloven wat die kippen zeggen, dan zullen die kinderen voor eeuwig gemarteld worden door God in de hel. En vele kinderen met een verstand zo fragiel als een eierdop breken onder zulke bedreigingen. Daarom is de jacht zo belangrijk.


Doordat de kinderen onder hoge druk leven, onder onvoorstelbare mentale en emotionele marteling en angst, en daarin worden meegezogen, staan zij bloot aan de gevaren van de misleidingen om kannibalen te worden. In het veld leven de kannibaal-zwijnen, vaak grote Orionse zwijnen, met een lust om kinderharten in te nemen en ze te maken tot kannibalen. Zij werken samen met de troost-kippen. Het vergt lange, dunne, scherpe pijlen komende van de Toriax om hun huiden te doorboren en hen te verslaan. Deze geesten zijn snel, gewiekst, en kunnen in slangen en andere soorten dieren veranderen. Wees daarom op je hoede. Gebruik pijlen van de ADAMAM, de verstommende pijlen, om hen in slaap-toestand te brengen, waar ze degraderen tot schadeloos vee. TIKI-pijlen zijn pijlen waardoor ze niet terug kunnen veranderen in roofdieren. Deze pijlen brengen hen in een lager bewustzijn. SARX-pijlen zijn arrestatie-pijlen, de pijlen van gevangenschap.


Wel is het zo dat deze geesten een heleboel afleidings-taktieken hebben om je te verwarren. Zij kunnen je in de jacht misleiden tot het strijden tegen mens-demonen, door zulke beelden in je op te roepen van demonen met mensengezichten. Zo proberen ze het gif van de ADAMAM-pijlen, de TIKI-pijlen en de SARX-pijlen te doven, zodat ze terug kunnen keren tot hun oude demonenvorm. Laat je daarom niet afleiden. Er zijn geesten van mensenwraak uitgezonden om de jacht te doven. Zij kunnen woorden gebruiken die mensen ooit over je hebben uitgesproken, die jouw woede en irritatie dan weer oproepen om tegen die demonen te strijden, zodat je jachtprooi kan ontsnappen. Dit zijn dus schijn-demonen die worden opgeroepen door jachtprooi om je te verleiden tot valse oorlogsvoering. Dus dan niet tegen zulke schijnmensen strijden, maar jacht voeren op de geesten van mensenwraak. Die kunnen komen in alle vormen van vee : grote runderen, varkens, kippen, lammeren, bizons, buffels, bokken, enzovoorts. Dus altijd zoeken naar de bron. MENSENWRAAK is daarom een afleidende geest die ons wil voeren tot nutteloze gevechten tegen mensenschimmen, om ons af te leiden van de jacht. MENSENWRAAK zelf is een prooi-dier waarop wij moeten jagen.



Hoofdstuk 3. Liefde of Hogere Profetische Kennis ?








Waarom is liefde het grootste geheim ? Omdat liefde het grootste geheim heeft verzegeld, namelijk de onderwerping aan de hogere profetische kennis, aan de ZUWR, de Orionitische, Zuwritische initiatie, waar ook Iob doorheen ging. Liefde is in zichzelf een zegel wat verbroken dient te worden. Liefdes-geesten zijn gevaarlijke geesten. Ze kunnen zelfs de hogere profetische kennis uitdoven, en alles oppervlakig en dweperig maken. Liefdes-geesten zijn dweep-geesten. We komen nu tot het fundament van het christelijke geloof.


Liefde is een gevaarlijke, criminele geest die de onderwerping aan de hogere profetische kennis probeert uit te doven. Liefde is een gevallen god, een misleider. Liefde leidt tot de bruilofts-slavernij. Wij dienen het mysterie van Liefde op te lossen, als een archetype, een metafoor, anders zullen we erdoor verslonden worden. Liefde is een kannibaal. Het wil de oorlog in de ziel in ons doven.


Worden we geleid door liefde of de hogere profetische kennis ? Liefde is overmoed. Liefde is egoisme. Liefde is zelf-rechtvaardig.


Liefde is blind. Liefde vergeet de condities, de benodigde initiaties. Liefde is de eeuwige marteling. Wij moeten gekastijd worden, en de hogere gehoorzaamheid leren. Hogere oordeels-profeten leven niet door Liefde. Zij hebben de liefde verslagen. Kies je voor liefde of voor onderwerping aan Moeder God, de hogere profetische kennis ?


Liefde brengt onvoorstelbaar, ondragelijk leed, de valse sex-demonen van het paradijs, de slang, die sprak : 'Gij zult voorzeker niet sterven.' Deze sex-demonen krijgen een stijve wanneer ze mensen dreigen met eeuwige marteling in de hel. Dat is waar deze hele theologie op is gebouwd. Uit de hand gelopen, extreem sado-masochisme. De God van Liefde die zijn vijanden en slachtoffers voor eeuwig martelt. Het is een pervert.


Liefde leidt tot de bruiloft, door de trooster. De bruiloft leidt tot kannibalisme en mensenwraak.


Liefde is pervers, en heeft deze wereld van eeuwig leed gemaakt. Deze geest is niet open voor reden en logica. De verboden vrucht in het paradijs was liefde. De boom des levens was de hogere profetische kennis. De mens moest tot ontwaking komen, zien wat er daadwerkelijk aan de hand was. De liefde wilde hen tot slaap brengen. De liefde was een gevaarlijke drug. Daarom was het verboden door God. Maar de liefde verleidde hen, en ze kwamen tot de plaats waar liefde regeerde, de plaats van eeuwige marteling. Hier was liefde God. Er waren hier lage wetten, geen hoge wetten. De hogere profetische kennis was hier niet te vinden. En zo liet de liefde al snel zijn ware gezicht zien. De liefde was uitgezonden om door misleiding tot de slacht te leiden. Perverse demonen hadden honger, bloedlust, vleeslust. Ze hielden van het vee. De liefde zou het vee vetmesten, gewillig maken, in slaap sussen. Ze hielden van vlees-consumptie. Dat was wat de liefde was. Zo konden ze de leegte in zichzelf opvullen doordat ze de hogere profetische kennis niet bezaten.


Wij moeten jacht maken op deze liefdes-demonen, en ons onderwerpen aan de hogere profetische kennis. Deze geesten willen eeuwig leed in mensen bewerkstelligen. Zij zijn zeer gewiekste demonen, die proberen op emoties in te spelen. Zij dreigen met eeuwige marteling om hun zin te krijgen. Zij maken sex-slaven van mensen, tot de opbouw van hun koninkrijk. Zij zijn gebaseerd op leedvermaak, sadisme, en lopen voortdurend rond met een stijve, om de goddelijke verlamdheid te ontlopen. Hun immer stijve geslachtsdeel is hun verrezen Christus, Baal, die komt om de kinderen van God te oordelen en te offeren tot Moloch. In de New Age beweging is dit de focus op de ontwaking van de pijnappelklier. Hierdoor krijgen demonen 'het eeuwige verrezen geslachtsdeel', de Sabaoth-Christus, om hun macht uit te voeren. Sadisme in deze extreme vormen heeft dus een sexuele functie, voor de vruchtbaarheid van Rome. Deze geesten zijn gehandicapt.



Hoofdstuk 4. Geheimenissen Van De DUKKA








Liefde is onderworpen aan de hogere profetische kennis van gerechtigheid. Liefde is een vliegende vagina op zoek naar zaad, om Rome te bouwen. Liefde is op zoek naar sex-slaven en fokvlees. Eerst probeert liefde je discipline te doven. Liefde is allesbehalve gedisciplineerd, maar overmoedig, grootmoedig en roekeloos. Zij zijn als vlinders in het veld, op zoek naar hen in de goddelijke verlamdheid, om hen te brengen tot de verrezen Baal. Ze laten daarbij niets ongeroerd in de strijd. Liefdes-geesten zijn kinderdieven, stelers van zielen.


Waar kies je voor ? Discipline in de hogere profetische kennis van de goddelijke gerechtigheid, of dit soort vieze geesten van liefde ? Liefde zal het wereldprobleem niet oplossen. Liefde is een markt. Als zo'n vlinder tot je komt, wat doe je d

an ? Als je eraan toegeeft weet je dat het een ritje gaat worden met geen goede bestemming. Ze dragen strijdrokken, en zullen je de oorlog verklaren wanneer je niet aan hen toegeeft. Alarmen om je heen zullen afgaan om je te intimideren. Buig neer aan de voeten van de ZUWR, de hogere profetische kennis van de onderwereld, en laat de ZUWR je bedekking zijn tegen deze geesten. De ZUWR weet met hen af te rekenen. Laat je initieren als een Orioniet en een Zuwriet. Geef niet toe aan deze geesten.


We moeten deze geesten zien zoals ze zijn : vieze, verkankerde, perverse, sadistische, chemische imbecielen die ons aids en meer troep willen verkopen. Die problemen waren er niet in eerste plaats. Die hadden zij gecreeerd, en nu willen ze dat wij ze liefhebben, zodat het nog erger wordt. Liefde is het zaad van dood en misleiding. De liefde in zichzelf was het probleem. Het rooft alle energie uit je weg, en creeert illusies waaraan je emotioneel gebonden raakt. We moeten niet vergeten dat we in de matrix leven, in een illusie, en dat boze geesten problemen creeeren om onze aandacht te trekken. Dit is ook hoe de kranten werken. Oordeels-profeten moeten uiterst voorzichtig zijn met kranten en nieuws. Vaak is het beter om het helemaal niet te lezen. Het gaat erom dat we God's opdracht vervullen, en niet dat we in katzwijm vallen bij elke boom.


ZUWR strijdt voor ons. Als wij de liefdes-vlinders hebben verslagen door ZUWR, zal de liefdestijger ons aanvallen. Hij zal proberen liefdes-schuld op ons te leggen. Wij moeten hem overwinnen door het zwaard van ZUWR en hem afslachten.


In Iob 28 wordt in het Aramees de DUKKA beschreven, de rituele slachtplaats. Hier ligt ook de SAPPIL, de steen van profetie. SUKKAL is de plaats van kennis door ervaring/ zintuigelijkheid (EPISTEMES, Grieks, Septuagint). Wij moeten tot de DUKKA komen willen we de verblindingen van RIGIL KENT overwinnen. De DUKKA-halsketen bezit de SAPPIL en de SUKKAL, als twee kralen/stenen of snoeren. De aarde is een rituele slachtplaats mede dankzij RIGIL KENT, en kannibalisme viert daar hoogtij. De DUKKA, God's rituele slachtplaats, is de weg hieruit. SAPPIL en SUKKAL zijn als de hogere Urim and Thummim van de DUKKA. De DUKKA is te vinden in de diepte van ZUWR, in de diepte van het paradijs.


Zoals het belangrijk is in de goddelijke cyclus om telkens terug te keren tot de goddelijke verlamdheid, en zelfs alles te doen vanuit de goddelijke verlamdheid, zo geldt dat ook voor de kinderlijkheid. Wij moeten telkens weer worden als een kind, en leven vanuit het kindschap. Van daaruit groeien we om tot een zekere volwassenheid te komen, maar vanuit en tot het kindschap. Zo niet, dan zullen we door de SEPTUS-demonen gegrepen worden.


De Iob-graden leiden naar de tiende laag van de paradijs-grond, de ZUWR. Hier moeten wij op zoek gaan naar de DUKKA. Hier ontvangen wij de DUKKA-halsketen. In ZUWR worden wij teruggeleid tot de halsketen, dit keer in een hogere vorm. De DUKKA-halsketen is een hoog oordeel. De DUKKA halsketen heeft een hogere eeuwigheids-factor dan welke halsketen we daarvoor dan ook zagen. Het beschermt ons tegen kannibalistische geesten. Weer moeten wij leren vanuit de halsketen te leven, ditmaal de DUKKA halsketen :


1e bedeling : leven door het hart

2e bedeling : leven door de buik

3e bedeling : leven door de onderbuik

4e bedeling : leven door de heilige halsketen, de APH, het paradijselijke hart

5e bedeling : leven door de stof, het vuil, van het paradijs, de APHAR

6e bedeling : leven door de eigenlijke grond van het paradijs, de ADAMAH, de bloedvergieter

7e bedeling : leven door de heilige hals-leash, de SARX, de paradijselijke lasso


8e bedeling : leven door de stam van profetie, NABA, de tuchtplaats van heilige slavernij (de misvertaalde 'boom des levens')

9e bedeling : ADAM, de dronkenschap van het paradijs, opgewekt door het langdurige (eeuwige) lijden.

10e bedeling : CHAVVAH, de matriarchale stam van apostolie.

11e bedeling : MAZONA, de heilige jacht der scheiding

12e bedeling : MEOWNAH, de duistere tent van het paradijs

13e bedeling : de URYA

14e bedeling : de ZUWR


Dan vanuit de 14e bedeling, leven vanuit de DUKKA halsketen.


Kralen/ stenen/ snoeren :


SAPPIL

SUKKAL

MAZONA


Dit is dus het diepere hart van het paradijs, het duistere hart, de duistere DUKKA-APH. Deze halsketen is om onze nek gelegd, dus niet dat we ergens weer van binnenuit leven. Neen. Veel te gevaarlijk. Wij moeten leeg zijn van binnen, en van buitenaf leven, waar ons bedriegelijke binnenste niet tussenbeide kan komen.


Zij die tot de DUKKA komen, krijgen de esoterische sleutels van de TOWRAH, de wet.


Exodus 31: 15

15 Zes dagen mag men arbeiden, maar op de zevende dag zal er een volledige sabbat zijn, de HERE geheiligd: ieder die op de sabbatdag werk verricht, zal zeker ter dood gebracht worden.


Als God je tot de goddelijke verlamdheid heeft gebracht, en je doet dingen vanuit jezelf, dan is dat heiligschennis, en de demoon die dat door je heen gedaan heeft, moet ter dood gebracht worden.


Nergens in de grondtekst van de Bijbel wordt homosexualiteit expliciet besproken of veroordeeld. Dit is een bijvoeging en misvertaling van de kerk geweest. In de grondtekst ging het om neerliggen met de doden, necrophilia. Waar Paulus in sommige vertalingen homosexualiteit veroordeeld gaat het om de sex-slavernij handel.


Leviticus 20


13 Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, – beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.


Esoterisch gezien is deze misvertaling de beschrijving van de zelf-liefde, niet als in masturbatie, maar zelf-liefde als in zelfzucht, en het niet onderwerpen aan Moeder God, de goddelijke vrouw. Deze natuur moet afgekapt worden, tot kastijding, zodat de man zich weer onderwerpt aan de goddelijke vrouw. Ishshah is de paradijselijke vrouw, terwijl Iysh 'mannelijke slaaf' betekent in de grondtekst. De mannen die mannen aanbidden, een man als god, als vervanging van de vrouw, de mannelijke superioriteit in de patriarchie, deze mannen zijn het probleem-geval in dit vers. Dit vers is esoterisch gezien TEGEN SEPTUS.


Deuteronomium 13


1 Hij, die door kneuzing ontmand is of wie het mannelijk lid is afgesneden, zal niet in de gemeente des HEREN komen.


Esoterisch gezien betekent dit, dat zij die niet leven vanuit de goddelijke verlamdheid behoren niet tot de gemeente.


Deuteronomium 21


18 Wanneer een man een weerbarstige, weerspannige zoon heeft, die naar zijn vader en moeder niet wil luisteren, en hun niet gehoorzaamt, hoewel zij hem tuchtigen, 19 dan zullen zijn vader en moeder hem grijpen en naar de oudsten van zijn stad brengen, in de poort van zijn woonplaats, 20 en zij zullen tot de oudsten van zijn stad zeggen: Deze zoon van ons is weerbarstig en weerspannig, hij wil naar ons niet luisteren, hij is een doorbrenger en een drinker. 21 Dan zullen alle mannen van zijn stad hem stenigen, zodat hij sterft. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen; geheel Israël zal dit horen en vrezen.


Doorbrenger is ZALAL, wat hebzuchtige en veelvraat betekent. Assur, is het beeld van weerspannige kinderen, de kinderen van prosperity. De boom van kennis is daar een beeld van. Dit is in de wereld van de ziel, de onderwereld. Dit waren demoon-kinderen. Zij moesten afgekapt worden en uitgeroeid. Het is het oordeel over onze valse vrucht. In het Orions betekent ZALAL 'vetgemest (demonisch) vee'. In het Aramees moeten zij hem brengen tot de Tanna, de drager van de orale traditie. In het Aramees zijn deze weerspannige kinderen degenen die zich niet onderwerpen aan de heilige slavernij, de SAMA, SHAMA. Deze verzen hebben als esoterische betekenis 'de dag van de slacht.'


De Spreuken van Shlomoh (Salomo) is om YADA, doctrine, te schenken aan de TLE, TALYA, slavenjongens (NA'AR). We zien in het Oude Testament dat de archetypes vaak slaven had, en dit kunnen we esoterisch alleen begrijpen, wanneer die archetypes 'delen van God' zijn. In die zin zijn het dan slaven van de Heere. Het boek Spreuken was geschreven voor zulke slaven, om YADA te ontvangen, doctrine, om PELA te verstaan, symbolen en enigmas, om YAYU/ YAYUTA te ontvangen, letterlijk : sieraden voor het 'mannelijke' geslachtsdeel, oftewel sieraden van de goddelijke verlamdheid (in het boek Iob zijn sieraden wapenen, werktuigen, gerei van overwinning, promoties). In het boek Spreuken wordt bestraffing en kastijding gezien als het inbrengen of inprinten van het testament, PUQDAN, PUQDANA. De slavenjongens worden opgeroepen om te leren luisteren. SLY betekent iets buigen (goddelijke verlamdheid), oor, luisteren, een net uitspreiden, een valstrik zetten. Het begint dus in de goddelijke verlamdheid waarvanuit we het Woord van de Heere moeten ontvangen, wat ons zal vangen, gevangen zal nemen, en wat wij dan later weer in de goddelijke jacht kunnen gebruiken. Dit is dus ten diepste een jagers-opleiding. EUDN/ EUDNA is het oor, maar tegelijkertijd de vagina in het Aramees. In het boek Hooglied is de schoot omzoomd met lelien/ krijgsgejoel.


2 : 3 – Hef je lied, QAL, QALA, op om te kunnen verstaan.


NY = opheffen van lied, horen en gehoorzamen, en SUKKAL ontvangen, kennis, zintuig


: 4 – Zoekt naar haar als naar verborgen schatten =

relikwieen, woordenboek, naslagwerk.


: 5 – Dan zul je verstaan de Vreze des Heeren, de secte en de doctrine van God, YADA


: 6 – Uit het mes, PUEM, van God komt doctrine.


3 : 3 – Bindt schaamte, criticisme en afkeuring, CHECED, om je nek.


: 4 – Dan zul je SUKKAL, zintuig en kennis, vinden, en een onderwijzer zijn (SEKEL, Hebreeuws).


In het boek Spreuken gaat het over het ontvangen van de Wet EN de bijbehorende kastijding.


SABAR = vertrouwen, redeneren, logische gevolgtrekkingen van algemeen naar bijzonder

Dit zal genezing zijn voor BASRA/ BESRA = 'mannelijk' geslachtsdeel, je vermogen om in de goddelijke verlamdheid te zijn. Ook brengt SABAR dierenbeenderen, maakt je een goed jager.


7 : 3 – Bindt/ doet de Towrah, de Wet van scheiding, om je tenen, als sieraden (ringen).


In het Aramees is de voet belangrijk. Het is verbonden aan de botanische wereld, het voedsel, en het is ook een opmeter en een maatstaf. In de bijbel is de voet verbonden aan het Oordeel, de treder van de druiven, en moet men terugkeren tot de Voeten van de Heere. Er is een grote oorlog aan de voeten van de Heere. Deze wereld is aan de voeten van de duivel, deze wereld heeft onreine voeten, vals vrome, religieuze voeten die al hun originele betekenis heeft verloren. Door de voeten van de wereld te bekijken zal een vloek je slaan. De wereld heeft zijn eigen rechts-systeem, maar de Voeten van de Heere reflecteren ware gerechtigheid. In het Hebreeuws is de voet verbonden aan opverven, als een penseel. Het is belangrijk om de Voeten van de Heere te kennen, om los te komen aan de slavernij tot de voeten van de duivel. In het Hebreeuws is de voet ook de grijper, de slavenmaker. Ook is het een spion, en een verhalen-drager. De voeten zijn belangrijk, want onder hen zullen de vijanden geplaatst worden. De vijand zal worden tot een voetbank.


In het Grieks zijn de voeten de onderwijzers.


VULGATA Psalm 17 : 38 en verder :


“Ik zal PERSEQUOR mijn vijanden, = stalken, volhardend achtervolgen

en ze COMPREHENDO, = vastbinden.

En ik zal niet terugkeren, todat ze hebben gefaald.”


“Ik zal hen breken (confringam), en zij zullen niet kunnen staan.”


“Zij zullen vallen onder mijn voeten = cadent subtus (onderwerpen) pedes meos.”


“Ik heb de RUG van de vijand !”

= DORSUM, als een lastdier, vee


“inimicis iracundis, woedende vijanden,

onderworpen door God ONDER mij =

subdis populos sub me.”


Psalm 8 : 8, 9 – God heeft de mens gesteld over pecora, pecus = vee, bruten (boze geesten)

over ovesovis = lammeren,

over boves, bos = runderen,

subicio = onderwerpen

onder voet = pes

in campi/ campus = veld, een zeker level

over volucres caeli = vogels der hemelen, v/d opslagplaats v/d hemelen


9 : 4 vijanden, inimicum, zullen zwakgemaakt worden = infirmo, infirmabuntur, = ongeldig

en vergaan, pereo, peribunt


De voet is levensbelangrijk in het proces om de vijand te maken tot fokvee, en de vijand te onderwerpen. Als wij dit niet volgens de WET, TOWRAH, doen, dan zullen we schuldig staan aan misbruik. DAAROM moest de wet om de tenen van het volk van God gedaan worden als sieraden ter herinnering (ringen) in het boek Spreuken. In de oudheid was een voet op de vijand altijd het symbool van overwinning. Er is veel misbruik geweest, en God walgt van de voeten der mensen. Daarom zal God een nieuw oordeel uitgieten over deze voeten. De voeten van de vijand zijn overmoedig, haastend om kwade dingen te doen, tot het vergieten van bloed.


Dus in het Grieks zijn de voeten de onderwijzers. Zij spreken, en in het Aramees wordt dit extra duidelijk wanneer we realizeren dat zij de zijkanten van de oren zijn, ook de zijkanten van de vagina, de schaamlippen, oftewel de lelien die de schoot omzomen, het krijgsgejoel, de wachters van de onderwereld. De voeten zijn de testers en de treders. Er is dus een oorlog aan de voeten van de Heere, er is een arena daar, een strijd tegen de vijand. Zonder de Voeten van de Heere, Zijn instructies en strategieen, kan de oorlog niet gewonnen worden. Daarom is het zo belangrijk de Voeten van de Heere te kennen.


In het hermitatische geschrift 'De Nieuwe Wijn' staat over de Voeten van de Heere dit geschreven :


'Wie herinnert zich nog de droom van Nebukadnezar die door Daniel werd geopenbaard en uitgelegd ? Het staat allemaal opgetekend in Daniel 2. De droom ging over een beeld met een buitengewone glans, groot, hoog en afschrikwekkend. Het hoofd van het beeld was van goud, de borst en de armen van zilver, de buik en lendenen van koper, en de benen van ijzer, waarbij de voeten en tenen van ijzer en leem waren. Daniel sprak dat de koning zelf het gouden hoofd was, het Babylonische Rijk. En de andere delen zouden koninkrijken na hem zijn. We weten dat na het Babylonische Rijk het Rijk der Perzen kwam, als het zilveren borstdeel van het beeld. Daarna kwam het Griekse Rijk als wereldrijk, het koperen buikdeel, en daarna het Romeinse Rijk, de ijzeren benen. De voeten en tenen waren deels van ijzer, deels van leem. Wat zou dat betekenen ? We weten allemaal dat het Romeinse Rijk overging in de Rooms-Katholieke overheersing, het verbond tussen Staat en Kerk, en daaruit zijn tien tenen voortgekomen : de reformatorische kerk, de calvinistische kerk, de vrijzinnige kerk, de evangelische kerk, de opwekkings kerk, de pinkster kerk, de charismatische kerk, de toronto kerk, de prosperity kerk, en de gouden opwekkings kerk. Natuurlijk kunnen hier nuances in aangebracht worden, en zijn er raakvlakken, maar zo kunnen we het zo'n beetje wel indelen. Het kwam voort uit de gedachte : 'Laat ons een wereldrijk bouwen, een grote stad en een naam. Laat ons een koning maken.' En zo dachten ze dat ook toen Christus kwam opzetten : Hij zou wel eventjes de Romeinen verslaan, en Hij zou wel koning worden op aarde, maar het liep anders. Christus kwam om het pad van het kruis te bewandelen voor een hemels koninkrijk, om de harten onzichtbaar aan elkaar te binden. Christus kwam voor het Pasen om Zijn Paaskerk op te richten, de Kerk van het Hart, en die kerk is er door de eeuwen heen altijd geweest, en leefde als het ware in de wildernis, ondergronds. Christus wilde die kerk bouwen op het fundament van apostelen en profeten. Zo zou de gemeente de Grieks-Roomse geest kunnen verbreken. Maar de zichtbare, materiele kerk kwam voort uit het grote beeld, als de tien tenen om aardse macht te vestigen.

Wat kunnen we verder van dit beeld zeggen, en van die kerk die daaruit voort kwam om zich een beeld te bouwen ? We zien dat de voeten van dit beeld geraakt zullen worden, en deze voeten zullen worden verbrijzeld door een grote steen die tot een grote berg zal worden en de aarde zal vervullen. In Openbaring zien we dat de voeten van Christus zijn als koperbrons. Voeten zijn in het Woord van God erg belangrijk. De vijand zal verbrijzeld worden onder de Voeten van Christus, en zal gemaakt worden tot Zijn Voetbank, en we zien dat dit allemaal zal gebeuren doordat de voeten van de vijand verbrijzeld zullen worden. Daarom is het zo belangrijk om ons op de Voeten van Christus te richten. Wat beelden die Voeten uit ? We zien dat de voeten van de vijand, de gevestigde kerken, geen eenheid vormen, maar in verdeeldheid leven als ijzer vermengd met leem, als een grote arena. Maar de Voeten van Christus zijn als koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt. We zagen dat de voeten van het aardse beeld de roomse staatskerk uitbeelden, voortgekomen vanuit het Romeinse Wereldrijk. Maar Christus wordt geschreven als de wortel van David, dus Zijn Voeten zullen we terugvinden in het Oude Testament, en zijn dus niet Rooms, maar Joods. Het is mooi om de Messiaanse typologie van het Oude Testament te bestuderen, want ze beschrijven de geheimenissen van Christus. Alles heeft een diepere betekenis. Denkt u eens aan de Ladder van Jakob die tot de hemel reikte ? Jakob zag de weg tot de hemel, de weg waarlangs ook Christus ten hemel rees na Zijn opstanding. Zijn voeten zullen weer staan op de olijfberg. Hij zal wederkomen zoals Hij in die tijd ten hemel is gerezen. De Voeten van Christus vormen het pad naar de hemel. Zonder in Zijn Voetsporen te treden zullen we daar niet komen. Daarom is het voor ons van belang om ons op de Voeten van Christus te richten. Wij kunnen het niet zelf. Wij kunnen zelf niet wandelen zoals Hij dat heeft gedaan. Wij hebben Zijn Voeten nodig. Daarom is het voor ons van levensbelang daar veel vanaf te weten, en de sleutels daartoe liggen zoals wij zagen in het Oude Testament. Alleen door de Voeten van Christus zullen wij macht over de vijand hebben en de vijand verbrijzelen.

In het boek Richteren lezen we over Juda die de tenen van de vijand afhakte als een beeld dat de vijand zijn evenwicht verliest. Uit Juda is de Davidische Dynastie voortgekomen en uiteindelijk de Messias, dus Juda is van fundamenteel belang. Ook in Openbaring komen we de stam Juda weer tegen met twaalfduizend die door de Heere en Zijn engelen zijn verzegeld, en als één van de poorten van het hemelse Jeruzalem. Tussen de voeten van Juda zou de heersersstaf zijn, en zijn broeders zouden voor hem neerbuigen en hem loven (Genesis 49). Ook wordt daar gezegd : 'Totdat Silo komt.' Silo was een groot lijden voor het volk. Het was de plaats waar men de tabernakeltent met daarin de heilige ark opzette na de uittocht uit Egypte, maar de Filistijnen veroverden hier de ark. Niet voor alle zonen had Jakob een goed woord over. Zo had Ruben zijn bed beklommen en ontwijd, zijn legerstede beklommen. Simeon en Levi waren werktuigen van geweld en overmoed, en hun beraadslaging en vergaderingen waren hard, dus deze drie werden uitgesloten van het fundament. Juda was het fundament, en ontving van Jakob de scepter. Niet alleen Jakob riep zijn zonen bij elkaar voor profetieen, maar ook Noach. Noach sloot zijn zoon Cham uit omdat Cham de naaktheid van zijn vader had gezien en het aan zijn broers vertelde. Noach zegende zijn zoon Sem en prees de God van Sem. Terugkomende op Juda waaruit Christus is voortgekomen : Juda verwekte Peres bij Tamar. We hebben het nu over de fundamenten van Jezus Christus. Het heeft er allemaal mee te maken hoe de Jakobsladder is opgebouwd. Juda's moeder was Lea. In het Woord van God lezen we dat Jakob Rachel als favoriet had, maar God had Lea als favoriet. Rachel en Lea waren de twee vrouwen van Jakob. God had medelijden met Lea en maakte haar vruchtbaar, terwijl hij Rachel eerst een tijd onvruchtbaar hield. Lea werd het fundament van de geslachtslijn van Christus. Lea zal een prachtige vrouw geweest zijn, maar dat Jakob Rachel verkoos boven Lea zal met zijn oude natuur te maken hebben, die God even later moest breken op Pniel. Jakob had in het begin van zijn leven een erge leugengeest in zich waarmee hij zijn vader Isaak en zijn broeder Esau bedroog. Maar de Heere troostte Lea, en maakte haar moeder van vier stammen, Ruben, Simeon, Levi en Juda, en uit de laatste kwam de Messias voort. Later werd lea weer zwanger, en baarde Issaschar, de vijfde, en daarna baarde ze Zebulon. Ook baarde zij nog een dochter : Dina. Alhoewel de Heere van Jakob hield boven Esau was Jakob in het begin van zijn leven niet erg zuiver van begrip. Een andere verstotene was de hoer Rachab uit Jericho, oftewel de vrouw van het rode koord. Zij behoorde ook tot de geslachtslijn van Christus. Juda kwam voort uit de geslachtslijn van Sem, een zoon van Noach, en die kwam weer voort uit de geslachtslijn van Kenan en Set, die een zoon van Adam was. Als we de tien tenen van het beeld verbrijzeld zien worden door de voeten van Christus, de fundamenten, dan kunnen we die in de tien koperbronzen tenen van Christus indelen :

1. Juda

2. Silo

3. Sem

4. Peres

5. Tamar

6. Lea

7. Rachab

8. Kenan

9. Set

10. De Besnijdenis van het Hart

Dit kreeg ik als antwoord van de Heere op mijn vraag over de Voeten van Christus. We zien acht namen uit de geslachtslijn van Christus, één plaats waar de tabernakeltent met daarin de Ark stond, na de uittocht (Silo), en één handeling waarmee God met Abraham Zijn verbond sloot. De besnijdenis is erg bijzonder omdat ook Christus besneden werd, en wij als gelovigen besneden moeten worden naar het hart. Wij mogen ons uitstrekken naar deze Messiaanse Besnijdenis in de Geest, als een voorbereiding voor zoveel meer van de Geest. Er zijn zoveel dingen in ons leven die besneden moeten worden.'

Tot zover 'De Nieuwe Wijn'.


De Voeten van de Heere brengen de nieuwe wijn. De Voeten van de Heere brengen dronkenschap over de soldaten, en het Aramees gaat zelfs een stapje verder door te zeggen dat de voeten 'drugs' uitbeelden. Het is allemaal om het verstand te oordelen, en het letterlijke. In het Grieks zijn de voeten objecten die gelegd zijn op de nekken van de overwonnenen, als een teken dat betekenissen zullen veranderen. Woorden, wetten en ideeen zullen veranderen. Dit is waarom de Heere is gekomen. In de hermitatische geschriften zijn de voeten de poort tot de onderwereld en de objecten van necromantie, het profetisch contact met de onderwereld. Het zegel “vrouw weent aan de voeten van Christus (mannelijke superieure god)” moet verbroken worden, zodat de man terug kan keren tot de voeten van zijn paradijselijke moeder in de onderwereld, in haar schoot, om daar 'wederom geboren' te worden. Het zegel “Christus ontvangt de doornenkroon” moet verbroken worden, opdat een man de top van zijn hoofd verliest (scalpering, hoofd-besnijdenis), om in contact te komen met Moeder God. De vrouw moet in ere hersteld worden in mythologie. Als we niet terugkeren tot Haar voeten, zullen wij niet vruchtbaar zijn. Wij zaten aan de verkeerde voeten, van onze bezetters, en wij zijn erdoor vergiftigd. Daarom moeten wij terugkeren tot de Moeder. De Voeten van Moeder God zijn een arsenaal. Het gaat om een oorlog. Wij moeten Haar Voeten ontvangen om volledig klaargemaakt te worden voor de strijd. Haar Voeten zijn onze wapenrusting. In het Aramees zijn de voeten de keuken. Het is voor transformatie.


Zoals we zagen heeft de 14e bedeling weer onderverdelingen :


    1. – leven vanuit de DUKKA halsketen.

Dit is de tweede keer dat we vanuit de halsketen moeten leven, want eerst moesten we in de 4e bedeling leven door de heilige halsketen, ANAQ, oftewel de APH, het paradijselijke hart, na het veroveren van HEBRON door de ANAQIETEN te verslaan.

    1. – leven vanuit de voetringen

En dit moet in de hogere levels gebeuren, dat je leeft vanuit de ringen, en niet vanuit de voeten zelf. Altijd weer van buitenaf leven, want als je van binnenuit leeft, dan is er teveel inmeng van jezelf. Je moet leeg worden van binnen.


Hier volgt een eerste onderverdeling van de voetringen, waar een oordeels-profeet die tot deze levels is gekomen mee beginnen kan :


linkervoet :

van links naar rechts :

  1. AIMA

  2. SARX

AIMA en SARX zijn de Jacht- URIM en THUMMIM.

AIMA = bloedvergiet, slacht, misvertaald in 'het bloed van Christus', als een belangrijk zegel.

SARX = alle processen die daaraan vooraf gaan : gevangenneming, kastijding, rechtszaak


2 Korintiers 10


3 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus, 6 en gereed staan, zodra uw gehoorzaamheid volkomen is, alle ongehoorzaamheid te straffen.


SARX, het misvertaalde 'vlees van Christus', is het gevangennemen voor toetsen. De krijgsgevangenen worden onder de gehoorzaamheid aan God gebracht. Gehoorzaamheid is HYPAKOE = horen en gehoorzamen = heilige slavernij, NABA, profetie, de boom des levens. Het zou dom zijn om voor het toetsen alles te toetsen aan de gehoorzaamheid aan God, het horen en gehoorzamen, de heilige slavernij, terwijl je zelf niet eens in heilige slavernij leeft. Grote fouten zullen er dan gemaakt worden. Daarom is het niet goed mogelijk om buiten de heilige slavernij om dingen te gaan toetsen. De heilige slavernij is de maatstaf, en dat begint in ons eigen leven. Wij moeten eerst onszelf onderwerpen in vreze en beven aan de heilige slavernij, aan NABA. Als de NABA (HYPAKOE) volkomen is, dan komt er straf over de ongehoorzaamheid, AIMA, bloedvergiet. Volkomenheid = THUMMIM = AIMA, bloedvergiet. SARX is slechts een lichtere vorm van AIMA, meer afwachtend. Beiden leiden ze tot NABA. Beiden hebben ze hun oorsprong in NABA. Wij moeten alles toetsen vanuit NABA. SARX en AIMA leiden tot NABA.


In de oorlog en de jacht dien je vanuit de NABA tot de SARX en AIMA te gaan, om geen misbruik te maken van de wapenen.


3. PERITOME – besnijdenis

4. APHAR – paradijselijke stof, vuil

5. MAZONA – scheidings-jacht


rechtervoet :

van links naar rechts


6. NA'AR – slavenjongen

7. SUKKAL – kennis/ zintuig

8. SAPPIL – profetie van de DUKKA, slachtplaats

9. NABA – heilige slavernij, honger

10. DUKKA


SUKKAL heeft te maken met instructie, en SAPPIL heeft te maken met overwinning in de grondteksten. Zij zijn de URIM en de THUMMIM van de DUKKA, de slachtplaats. Ook SARX en AIMA behoren tot deze plaats, als de URIM en THUMMIM van jacht en oorlog. In de grondteksten zien we dat URIM en THUMMIM samenwerkten met een aantal andere stenen. Oordeels-profeten hebben een relatie met deze stenen, in dit geval : ringen.



Hoofdstuk 5. De Verbreking Van De Filistijnse Zegels – De Geheimenissen Van De SARX En De AIMA








Om SARX en AIMA te ontvangen, niet in je lichaam, maar 'op' je lichaam, moet je door een aantal sluiers of zegels heen. SARX en AIMA staat voor 'toetsen en oordelen', om vrij te blijven van onreine geesten, als een jagers URIM en THUMMIM in de strijd. Zij hebben als zegel-vertaling : het vlees van Christus en het bloed van Christus.


SARX, de weegplaats, de plaats van het toetsen, wordt verzegeld gehouden door het derde zegel, het zwarte paard met de weegschaal, Askelon, een beruchte Filistijnse zeekust-stad.


AIMA, het slacht-oordeel, de bloedvergieter, wordt verzegeld gehouden door het tweede zegel, het rode paard met het zwaard, Asdod, de vernietiger, ook een beruchte Filistijnse zeekust-stad. In dit stuk uit Openbaring komen we Filistijnse symboliek tegen. De reus van de Filistijnen, Goliath, had 6 tenen op elke voet, en 6 vingers op elke hand, 24 in totaal. De 24 oudsten is een symbool van degenen die Goliath hebben verslagen. Goliath komt van GOLAH, wat openbaring betekent, ontzegeling, naaktmaken en in ballingschap voeren. Daarom was het zo belangrijk deze demoon te verslaan in de onderwereld (ERETS). De leeuw uit de stam Judah, de wortel van David, zou de zegels verbreken. David versloeg Goliath. Het getal van Goliath is 24 en 6666, of 2 keer 66, 66 en 66. Dit heeft ook te maken met het merkteken van het beest (666, 66) en het tweede merkteken van het beest in het Eeuwig Evangelie (2666), het merkteken van Bacchus, de Romeinse god van de wijn. Goliath kwam uit Gath, wat wijnpers betekent. De geest van Goliath heeft zich ge-uit in de 66 canon. De vier dieren hebben elk 6 vleugels, 6666, wat ook de overwinning over Goliath uitbeeldt.


De Askelon en de Asdod zijn de Filistijnse URIM en THUMMIM, die de SARX en de AIMA verborgen houden. Daarom moeten wij Filistea innemen en deze steden, want zij zijn de sluiers van de SARX en de AIMA. Filistijnen betekent 'zij die rollen in het stof, in APHAR.' Zij zijn dus ook de wachters van de APHAR, de bovenste laag van de paradijselijke grond. Als wij hen hebben verslagen zullen we ons rijkelijk in de APHAR kunnen hullen, om dieper door te dringen in de paradijselijke lagen. In APHAR ligt de wapenrusting van de vijand opgeborgen, en de sieraden die we nodig hebben tot overwinning.


In het Eeuwig Evangelie, in de Steen van Chawila 21 staat :


Nu waren daar sterren aan de hemel die de sterren der Filistijnen werden genoemd, en zij pronkten. En zij waren als roofvarkens en joegen op de heiligen. En Christus richtte Zich tot de sterren en liet ze door een boog één voor één uit de hemelen vallen. En zij hadden een beeld gemaakt voor Dagon, hun god, en zij zwoeren dat ze de heiligen te gronde zouden richten. Ook maakten zij een beeld van de oude draak, een beeld van het oude Babylon en van het oude rooflam, en zij pleegden afgoderij met deze beelden en zelfs hoererij. En zij zeiden : Laat ons een beeld maken van de oude panter en het oude ijzeren beest, want waren zij niet de ouders van de draak ? En laat ons beelden maken van de zon, de maan en de sterren, want waren zij niet de nakomelingen van de draak ? En zo trachtten ze een wond van de draak te genezen, en de gehele aarde ging het beeld van de draak achterna, en zijn genezen wond. In verbazing aanbaden zij hem. En in die dagen werd het beeld van de draak groot en het beeld werd een stem gegeven. En zij noemden het beeld Moloch. En ook het beeld van het rooflam werd groter, omdat het beeld als de profetes van de draak was. En het beeld was gegeven grote wonderen en tekenen te doen om zo velen te verleiden. En zij maakte dat hun armen en nekken verzegeld moesten worden, en dat er een zegel op hun voorhoofden zou rusten, en dat allen die dit zegel niet droegen niet konden spreken en eten. En in die dagen riepen de volgelingen van dit beeld : 'Is er iemand groter dan het beeld van het rooflam ? Want zij heeft haar tienduizenden verslagen, ja honderdduizend maal.' En ik zag het beeld vol van het bloed van de profeten en de apostelen, maar zij kwijlde en werd geleid tot een gat in de aarde. En het beeld van de oude panter en het beeld van het ijzeren beest werden groot en vervulden de aarde, en deze beelden werden dronken van het bloed der heiligen. Maar zij voeren naar de afgronden der zee. En het lijk van de oude slang was er om de zeebodem te voeden. En na deze dingen zag ik heiligen bekleed met slangenhuiden, en zij waren de overwinnaars der beelden. En ik zag hen rijden op sierlijke paarden, die woest waren, omdat zij wonden hadden. En zij moesten bereden worden en genezen worden tot aan de eeuwige slaap. En zo zag ik de Heere zitten op een troon temidden van de koorden der sprookjes, en ik zag velen opkomen om tot de afgronden te varen, omdat zij het sprookje niet gewild hadden. Weest daarom sprookjesachtig, beminden, want als de Heere komt om te bazuinen tezamen met Zijn karsuiken, dan zullen de sprookjes de heiligen bezegelen, en zij die die zegels niet dragen zullen tot de eeuwige slaap geleid worden tot in alle eeuwigheden. Rusten zullen zij van hun werken, want dezen waren boos. Maar zij wiens werken sprookjesachtig waren zullen geen rust hebben, dag noch nacht, want zij zullen de Heere voor eeuwig dienen tot in alle eeuwigheden. Ja, de liefde zal hen wakker houden, en zij zullen nuchter zijn. Laat daarom uw harten niet door dronkenschap ten verderve geleid worden, want de Heere Heere haat hen die in brasserijen verkeren.

De Filistijnen worden beschreven als beeldenmakers, oftewel de makers van bijbels. Dit om de heiligen te gronde te richten. Zij deden dit door Goliath, de dubbele 66, door Bacchus, de god van de dronkenschap. Zij maakten die beelden om de wond van de draak te genezen. David had namelijk het hoofd van Goliath afgehakt.

De gevallen Naga, de gevallen slang, was Rahu in de mythologie van India. God had vijandschap gezet tussen de slang en de vrouw, na het eten van de vrucht, en de vrouw zou de kop van de slang vermorzelen. In de mythologie van India kwam de aarde voort uit de oceaan van melk waarin God woonde. Om de nectar van de onsterfelijkheid naar boven te brengen moest de oceaan van melk gekarnt worden. Toen het naar boven kwam stal Rahu de drank en nam een slok. Voordat hij het door kon slikken had het vrouwelijke deel van God, Mohini, zijn kop er al afgehakt. Maar hij werd zo wel onstervelijk. Dit duidt op het grote raadsel van Openbaring 13 waar één van de koppen van het beest dodelijk gewond werd, en zijn dodelijke wond genas, en in verbazing ging de gehele aarde het beest achterna, als een reflectie van de draak, die zijn macht via het beest manifesteerde. Rahu wordt ook wel drakenhoofd genoemd en is in de mythologie van India een legendarische meester in het misleiden, in aardse begeerte en materiele manifestatie.


Door de beelden probeerde Goliath zijn hoofd terug te krijgen, als een poging de wond te genezen, waardoor de hele aarde hem zou volgen. Goliath had de levensdrank gestolen, en had het gemaakt tot een duister mengsel van dronkenschap (Bacchus). Dat is ook wat er met de Bijbel gebeurde. Gestolen waarheid werd verdraaid en verzegeld, en gemengd met leugens.


Amowc (Amos) was de maker van merktekenen. In Amowc 3 : 7 staat :


De Heere openbaart/ maakt naakt/ brengt in ballingschap/ maakt : GLY

Hij doet dit met zijn Levitische/ profetische slaven, de EBED. Dit zijn profeten, NBIA in het Aramees.


Hij openbaart RAZ, mysterie, allegorische uitleg, typologische symbolen, sacramenten.

Openbaring staat dus gelijk aan naakt in ballingschap gaan, en dit is in Yechezqel de opslagplaats van MAYIM, het goddelijke zaad. Yechezqel kwam tot de naakte ballingen, GOWLAH, van TELABIB, wat de geprezen opslagplaats van de vloed, van MAYIM, betekent, aan de brandende oer-rivier KEBAR (CHEBAR) van vermenigvuldiging, van het vele, om groot te maken (Aram.: NHAR, NAHRA, rivier van vuur). Aan deze rivier kreeg Yechezqel zijn openbaringen. Hij bleef afgezonderd daar, als een woesteling. God maakte van hem een TSAPHAH, een spion, in de onderwereld-gevangenis van YISRAEL. Hij kwam daar om YTB, YTIB, om te belegeren (besiege), om hen te bezitten, bezeten te maken, als een demoon. Zo diep ging dat oordeels-profetenschap. Dit heeft te maken met het komen tot de rivier van de URIM, om zo Openbaring te krijgen. De URIM wil ons inwijden in de graden van profetie. Hier moeten we leren het goddelijke zaad te ontvangen. God wil de oordeels-profeet niet dom houden, maar maken tot een listige spion, als een geoefend indiaanse jager en strijder. De Yechezqel-graad is een hoge graad in de Iyowbitische graden van de THUMMIM, tot het volkomen herstel van de URIM. Dit is een graad van de spionnen. TSAPHAH-Iyowbieten hebben geleerd met de MOWQESH te werken : verleiding, misleiding, aas. Zo leiden ze hun prooi tot de PAHHAH, de valstrik. De Amowc-graad in de Iyowbitische graden is de graad van veehouder, het piercen en het aanbrengen van merktekens.


GLY is het geheim van creatie :

OPENBAREN – NAAKT MAKEN – IN BALLINGSCHAP NEMEN – MAKEN = OPSLAGPLAATS VAN MAYIM


Amowc 4 – Koeien/ Kalveren van Basan zullen gevangen en getrokken worden door jagers en vissers in de grondteksten, door DUWGAH = vishaken, visgerei. In het Aramees zijn runderen, TOR, TAWRA, ook nauw verbonden met onreine vissen. Vissen hebben in de Hebreeuwse grondtekst te maken met creatie en vermenigvuldiging, vruchtbaarheid, en daarom met MAYIM.


Amowc 5


25 Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israëls?

26 Ja, gij droegt de tent van uw Moloch, en den Kijûn, uw beelden, de ster uws gods, dien gij uzelf hadt gemaakt.

27 Dus zal Ik u in ballingschap voeren, – voorbij Damascus – zegt de HERE, wiens naam is God der heerscharen.



Hier zien we de aankondiging van de Paulinische ballingschap, waarin de Heere hen zal overleveren aan de MOLOCH die zij hadden verkozen. Kijun betekent 'een beeld van vestiging', oftewel zij zouden gedreven worden tot het beeld van het beest, de 66-Bijbel. De komst van Jezus Christus en van Paulus was het oordeel over een ongehoorzaam volk. Zij werden tot deze slavenmeesters aangesteld.

In Psalm 1 heeft de IYSH (mannelijke slaaf) honger naar TOWRAH, de Wet van Scheiding, en buigt de slaaf voor Haar neer (CHEPHETS). Hij zal als een galg zijn aan rivieren, MAYIM, goddelijk zaad. Hij zal dus werken voor de APH, het paradijselijke hart, de paradijselijke halsketen. De goddelozen zullen in vers 4 weggedreven worden door de Heilige Geest, RUWACH. Dit is een oordeel, dat de Heilige Geest over hen zal komen.

Zij worden dus in principe aan Goliath overgeleverd. Goliath is de wachter van de opslagplaats van goddelijk zaad, MAYIM, in de grondteksten, zoals we zagen. MAYIM onstaat daar waar de vijand wordt vernietigd. Het christendom is een samenzwering van de geest van Goliath, en tegelijkertijd het oordeel van God over de goddelozen. De heiligen moeten Goliath verslaan, en doordringen tot de opslagplaatsen van het goddelijke zaad. Zo zal vruchtbaarheid en openbaring komen tot de heiligen, en zullen zij vrijgezet worden uit de slavernij tot de dode letter. De code van Goliath moet gekraakt worden.

In Openbaring 14 zien we een man (menselijk zaad, zaad van een verkoper) op een witte wolk zitten, met een gouden kroon en een scherpe sikkel. Deze persoon vertegenwoordigt de wijnpers. Je kunt dit vergelijken met de kroning van de ruiter op het witte paard in Openbaring 6. Gath, waar Goliath vandaan kwam, is de wijnpers in de grondtekst. Gath is ook één van de Filistijnse steden/ stads-staten. Het witte paard kwam om te misleiden, om de druiven te betreden, om dronken te voeren. Het is het zaad van geld in de grondtekst, het zaad van een mens, van handel. Dit is een zegel. Wij moeten Gath innemen om de wijnpers. Dit is de strijd om de boom des levens, de slavernij van heilige profetie. Gath is valse profetie, de misleider, die Goliath voortbracht, het valse Woord, de valse LOGOS. Het witte paard is een zegel van de boom des levens wat wij moeten verbreken om tot de heilige slavernij te komen. De heilige slavernij leidt tot de dieptes van SARX en AIMA. Deze heilige slavernij is de maatstaf, als een samenwerking tussen NABA, SARX en AIMA. Het witte paard, de man op de witte wolk, is degene die alles om heeft gedraaid, en van de waarheid heeft afgeleid. Het is een luchtgeest, een vogel van de hemel. De hemel werd tot leven geroepen om de mens af te leiden van de reis door de hel, de reis door de onderwereld, wat diende tot het laten rijpen van de ziel. De hemel leidde de mens af met geldzaken, prosperity. De heilige slavernij wil terugleiden door de paradijselijke onderwereld tot de DUKKA.

In Askelon versloeg Simson 30 Filistijnen, als een beeld van het verslaan van de geest van geld, de 30 zilverstukken waardoor Judas Christus verkocht. Esoterisch, grondtekstelijk gezien is dit dat we de geest van geld kunnen verslaan door te toetsen, de weegschaal te gebruiken, SARX. AIMA zal ons zo te hulp komen.

Goliath zegt : 'Laat mij je mijn magie zien … Waar is het ? Het zou toch niet gestolen zijn ? Nadat ik voor 2000 jaar het christendom heb opgebouwd tot deze hoogtes kan het toch niet zo zijn dat ik het verloren heb ? Wie heeft er aan mijn zegels gezeten ? Wat hebben jullie met mij, jullie verlosser, gedaan ? Ik ben degene die jullie uitleid. Niemand anders. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Ik ben de Christus. Ik ben de gezalfde. Wie heeft mij ontmaskerd ? Ik voel mijn kracht uit mij vloeien. Alles wordt wazig voor mijn ogen. Maak mij een beeld, opdat mijn kracht zal herstellen. Ik voel dat ik een wond heb. Ik weet niet waar het vandaan komt. Alsjeblieft, help me. Ik heb hier zolang aan gewerkt, en nu zal mijn bouwwerk ten gronde gaan ? Wat is er toch met mij gebeurd ? Heb ik jullie niet Christus voorgehouden, en zijn bloed ? Heb ik jullie niet zijn vlees laten eten ? Dat was mijn vlees. Ik ben in jullie, en ik ga er niet uit …. Waar ben ik ? Help … Help ? Er is niemand die mij kan helpen. Ik praat slechts tegen de wind … de wind … Wind, help me … Muren, help me …. Ik zie gevangenis-muren ? Is mijn heerschappij en koninkrijk dan nu afgelopen ? Dat kan toch niet waar zijn … Waar zijn jullie ? Ik ben er toch altijd voor jullie geweest ? Jullie zijn ondankbaar, erg ondankbaar … Ik ben altijd een goede vader voor jullie geweest. Ik heb jullie prosperity gegeven, en jullie beschermd tegen jullie vijanden, en nu krijg ik dit …. Zijn jullie mijn Woord vergeten ? Blijf maar aanrotzooien …. Argh, ik heb geen kracht meer te spreken …. Wie doet dit ? Zal ik nu vergaan ? Is mijn boze spel uit ? Wacht …. Laat mij je mijn magie zien … Waar is het ? Het zou toch niet gestolen zijn ? Nadat ik voor 2000 jaar het christendom heb opgebouwd tot deze hoogtes kan het toch niet zo zijn dat ik het verloren heb ?'

En zo praat hij telkens in cirkels. Goliath is een luchtgeest, een lucht-tovenaar. Hij is in paniek, omdat hij zijn kracht aan het verliezen is. Iemand heeft zijn poort geopend, en hij is ervan in de war geraakt. Ekron, een andere Filistijnse stad, betekent 'snijden en plukken van veren' in de grondtekst. Met het zesde zegel zien we dat de sterren des hemels ter aarde vallen. Deze sterren zijn de Filistijnen, zoals het Eeuwig Evangelie zegt. De hemel wijkt terug als een boekrol. Er zullen dus ook boeken gaan sluiten. De hemel zal overwonnen worden. De luchtgeesten zullen geplukt worden nadat wij Ekron hebben overwonnen. Avim is een andere Filistijnse stad die 'pervers' betekent, en 'doen neerbuigen.' Het vijfde zegel gaat over het doen neerbuigen van de zielen onder het altaar. Dit is het zegel van de verlamdheid, rust. Azzah is de Filistijnse stad van schaamteloosheid en wreedheid, het vierde zegel.

Het Eeuwig Evangelie beschrijft de Filistijnen als roof-varkens. Zij storten ter aarde door de boog van Christus. De boog staat symbool voor het 'mannelijke' geslachtsdeel, de goddelijke verlamdheid, oftewel het rusten, waarvan Avim het zegel, de sluier, is. SARX als vlees heeft in het Aramees/ Hebreeuws de betekenis van 'mannelijke' geslachtsdeel. Christus heeft SARX bereikt, zijn 'mannelijke' geslachtsdeel, en drijft zo de Filistijnen uit de hemelen, door de goddelijke verlamdheid, doordat AIMA wordt opgeroepen. Het witte paard draagt ook een boog (het derde en vijfde zegel), en roept zo het tweede zegel op, de vernietiger, Asdod. De man op de witte wolk draagt dit in de vorm van een sikkel. De val van de Filistijnen gebeurt door het toetsen, SARX, als de eerste verlamdheid, oproepende AIMA, de tweede verlamdheid, de diepere, wat resulteert in het aanrichten van een bloedbad. De man op de witte wolk draagt deze sikkel, het tweede zegel, het rode paard, het zegel van AIMA. AIMA, de vernietiger, heeft de macht om de opslagplaatsen van het goddelijke zaad te openen, door het verslaan van Goliath. AIMA is dus een groot vruchtbaarheids-ritueel door het vergiet van bloed in de strijd tegen demonische geesten. Eerst moet SARX heel diep gaan voordat AIMA wordt opgewekt. Wij moeten de SARX en de AIMA heroveren, opdat wij niet deze dingen in overmoed gebruiken. SARX is longsuffering, de enige weg tot AIMA. SARX is het dragen van het lijden, het juk, in de grondtekst.

Dus de boog, de SARX, het derde zegel (zwart paard met weegschaal), wordt in handen gehouden door het witte paard, het eerste zegel. De SARX draagt ook het vijfde zegel, de verlamdheid, de rust, in zichzelf. Daarom zeggen we : Het eerste zegel, het witte paard, draagt het derde en vijfde zegel. In het Eeuwig Evangelie heeft Christus deze boog, om de Filistijnen ter aarde te doen vallen. De Filistijnen zijn een beeld van de zegels. Christus verbreekt dus de zegels door de SARX, de boog. De SARX is het toetsen, de weegplaats, het veroverde Askelon. De vijanden worden naar deze weegplaats geleid om getoetst te worden. Ook Iob, als vijand van God, werd naar deze plaats geleid om gewogen te worden. God beschouwd vanuit Iobitisch perspectief iedereen onder God als een vijand. Er zijn dus verschillende soorten vijanden. De SARX staat dus voor het hele toets-proces van krijgsgevangenen maken (2 Korint. 10), brengen tot de gehoorzaamheid aan God, het maken van slaven, door dit hele gerechts-proces, sleuren tot het gerechtshof en tot de plaats van tucht en kastijding. Dit is een langdurig proces, waarbij dingen zorgvuldig worden gewogen, en waarin de goddelijke verlamdheid een belangrijke plaats heeft, om menselijke inmeng te voorkomen. Het oordeel begint bij onszelf. Wij moeten allereerst slaven zijn van God, anders gaat het mis. SARX is dus een langdurig en slopend proces waarin wij aan onszelf sterven, waarin wij verhongeren door het heilig vasten. Als wij nog niet tot slaaf genomen zijn door de Heere, dan worden wij in dit proces door de Heere tot slaaf genomen, en ontvangen wij de halsketen en de slavenringen van de TOWRAH, om ons te binden tot de Wet van Scheiding. Wij moeten gebroken worden in dit proces, op de heup geslagen worden, kreupel geslagen worden. Uit die gebrokenheid komt uiteindelijk AIMA voort, het oordeel, het heilige bloedvergiet, als de brenger van goddelijk zaad.

We zien dus dat de boog, SARX van het witte paard, verandert in de sikkel, AIMA van de witte wolk.




Hoofdstuk 6. Het EKRON-Zegel








Het zesde Filistijnse zegel is dus Ekron, het snijden en plukken (van veren). Met het vijfde Filistijnse zegel moesten de vervolgde zielen nog steeds rusten in de goddelijke verlamdheid. Met het zesde Filistijnse zegel begon de kippenjacht, om de veren van de vijand in bezit te krijgen voor de verentooi. Dit is de jacht op de gevallen Leviathan. De valse Christus, het valse Woord, wordt ontmaskerd en uit de hemelen geworpen. Het boek wordt gesloten. De rituele slachtplaats van God wordt getoond, de DUKKA.


De weegschaal, het derde zegel, Askelon, is de schuilplaats van de BEHEMOTH. Het zesde zegel, Ekron, is de schuilplaats van de Leviathan, de tong van de BEHEMOTH. Ekron is de plaats waar het mysterie van Christus zich schuilhoudt.


BEHEMOTH heeft OWN, lichamelijke kracht, welvaart, vruchtbaarheid, maar in de diepte betekent het afgoderij, het kwaad. Hij bezat OWN in zijn SHARIYR, wat spier betekent, en wat in diepte betekent : vijand (SHARAR). Ook betekent het navel van zijn buik (BETEN). We zien hier dus dat de satanische prosperity, gebaseerd op materiele lichaamskracht, huist in de spier, als de zetel van de afgoderij.


De valse SARX werkt door lichaamskracht en spieren, terwijl de ware SARX werkt door het 'mannelijke' geslachtsdeel. In de weegschaal, de toets-schaal, ontvangen wij de wapenrusting vanuit de APHAR.


We zagen hoe belangrijk de esoterische juwelen en sieraden zijn, de innerlijke sieraden wel te verstaan, de sieraden van de ziel en het hart. Zij zijn namelijk onze wapenen. In Iob 28 is een plaats, een bron, een MOWTSA van de juwelen en sieraden. De KECEPH, de heilige lusten van de strijd. Een MAQOWM voor ZAHAB, de heilige weegschaal voor kastijding en reiniging. Dit is een plaats om vanuit op te rijzen met een wapenrusting, dus we hebben hier een arsenaal. Deze wapenrusting wordt gewonnen uit de APHAR, waarin het paradijselijke lichaam werd gemaakt. De APHAR is het stof en het vuil van de paradijselijke onderwereld. Deze wapenrusting is nogal geavanceerd, want het is ook een jachtrusting, fokrusting en slachtrusting, BARZEL, wat ook ijzer betekent. Dit wordt dus uit de APHAR gehaald, maar ook geselecteerd, gevangen genomen en getrouwd. Het heeft er dus mee te maken dat deels de wapenrusting van de vijand daar opgeborgen ligt, die we moeten gebruiken. Iob zegt dat al zou zijn tegenstander een boek schrijven, hij zou het als een verentooi gebruiken (KLIL, KLILA). Ook worden wij dus eerst gevangen genomen en overwonnen door deze wapenrustingen. Ook is het de plaats van NECHUWSHAH, van NACHUWSH, rinkelende slavenbellen, en van NACHASH, de wetten van de heilige necromantie, van het observeren, en van de uitleg van de esoterische tekenen. Dit wordt gewonnen uit EBEN, stenen tabletten, relikwieen, monumenten. De EBEN is de gedenksteen van waar God de Israelieten hielp de Filistijnen te verslaan. Dit alles bevindt zich in een hart van vrees. Iob zegt dat de Vreze des Heeren is de heilige secte des Heeren en de oorlogstaktiek, intelligentie en zintuig. EBEN is ook de hagelstenen die een onderdeel zijn van de apocalypse. Deze stenen worden gebruikt om een eeuwige plaats te bouwen, tot het oprichten van een stam.


Het zijn de stenen van de duisternis, van ambush, surprise attacks : EBEN OPHEL. Men doorvorst het uiterste van de duisternis om zulke stenen te vinden, en de duisternis wordt onderverdeeld, zodat er zicht komt (het zogenaamde nachtzicht, waar ook het Eeuwig Evangelie over spreekt). De vervulling hiervan, de perfectie, is de schaduw van de dood, de TSALMAVETH, de honger, de vluchtigheid, de heilige jacht, overweldigd worden, afgezonderd en verborgen uit het zicht, plaats van schilden en slacht, heilige verhongering. Dit heeft dus te maken met het gebied van de THUMMIM, waardoor men binnengaat door de URIM, het toetsende vuur. THUMMIM is een hoge graad van God's heiligheid om nachtzicht te geven. Men boort hiervoor een mijnenstelsel, wat Iob 28 op verschillende plaatsen uitbeeldt in de grondteksten, NACHAL, wat ook bezit en erfenis betekent. Kinderen werden door PAROW in de mijnenschachten (YEOR) gegooid, waar de jongetjes moesten werken. De mens kwam hier in na de zondeval, als een put met vele van zulke mijnschachten, als een groot stelsel van slavernij. Hier moest de mens zwoegen. NUWA : Zij beefden, waren onstabiel, en moesten daar rondzwerven. Uit dit deel van de onderwereld, ERETS, komt vlees voort, LECHEM. Daaronder is het draaiende vuur van God, van God's Woede, altaar-vuur, braad-vuur, ASH. Dat draaien is HAPHAK, wat tegendraads en rebels is, tegen alles in wat geleerd is. De EBEN, de steentabletten, zijn de MAQOWM, het arsenaal, van saffieren, en het heeft het stof (APHAR) van ZAHAB, de weegschaal en exotische sieraden. Saffieren, CAPPIYR, zijn de stenen van de schrijfpriester, van communicatie, in het Hebreeuws. In Yechezqel 1 wordt de troon van God beschreven als van saffieren.


De APHAR, de eerste laag van de paradijs-grond, wordt verborgen gehouden in ZAHAB, weegschaal en exotische sieraden, de SARX in het Grieks, de plaats van het toetsen, de derde laag van het paradijs. Dit houdt in dat wanneer we meer van APHAR willen ontvangen, en erdoor bewapend willen worden, dan zullen we moeten doordringen tot de SARX, door Askelon te verslaan.


Behemoth houdt zich dus in de valse weegschaal verborgen, in de valse SARX, in Askelon. Wij moeten SARX, ontvangen, de boog, om de macht van de spier te breken. Leviathan is de tong van de Behemoth, en ook zijn geslachtsdeel. Leviathan wordt beschreven als de koning van alle trotse dieren, en die heeft geen gelijke. Het is een schepsel zonder vrees, in kracht ver verheven boven alle anderen. Leviathan is de spier van de Behemoth, de lichaamskracht van de Behemoth. Het is de valse SARX, de valse Christus. Het derde zegel, SARX, de schuilplaats van Behemoth, is de Leviathan, de valse Christus, die zich schuil houdt in het zesde zegel, in Ekron. Door deze geheimenissen wordt de Leviathan veranderd tot een kip, en daarom bewaakt hij deze plaats hysterisch. Het zesde zegel houdt het boek van Leviathan, de Bijbel, in stand. Maar dit zegel zal verbroken worden, en Ekron zal ingenomen worden. Iob had als opdracht de Leviathan als een vogel/ kip te vangen. 'Maak hem tot een kip/ vogel (TSIPPOWR) om mee te spelen.'


Dan zouden vier engelen de vier winden, vier geesten, RUACH, Hebreeuws, adem, vasthouden, zodat er geen wind, adem, heilige geest zou waaien over de aarde. Dit betekent ademnood, de APH, het paradijselijke hart, de komst van de halsketen. Vier is het getal van de leider van de kinderen van de halsketen, de Anaqieten. Dit is de vrouw op het beest, de fokkerij. Engelen is in de diepte van de grondtekst 'noodlot'. Zij die het vee naar hun laatste bestemming brengen. (Aggelos, Ago)


Engelen zijn hen die leiden tot het gerechtshof in de diepte van de grondtekst. Dit is ook wat SARX doet. In hoofdstuk 7, na het openen van het zesde zegel, zien we dus in de diepte van de grondtekst de fokkerij van gevogelte opkomen. Dit is wat Ekron is. De veren worden geplukt tot overwinning over de luchtgeesten. In het boek Iob zijn die veren zowel de geschriften van God als van de vijand, waar Iob zich mee tooit. Dan zien we de 144.000 verschijnen, 12 x 12.000, van de 12 stammen, wat weer een beeld is van hen die Goliath hebben verslagen. Goliath had zes tenen op elke voet = 12, en zes vingers op elke hand = 12. 12 x 1000 duidt op het in verbinding staan met de goddelijke verlamdheid, het duizendjarig vrederijk als het rijk van rust. Zij hebben hun matrassen wit gemaakt in AIMA. Zij komen voort uit de AIMA, uit bloedvergiet, de jacht.





Hoofdstuk 7. Yirmeyah


SARX is in het Aramees/ Hebreeuws het 'mannelijke' geslachtsdeel, de goddelijke verlamdheid. Yirmeyah heeft ook deze betekenis. Yirmeyah is de personificatie van SARX.





Hoofdstuk 8. Het Geheimenis Van De SAPPIL – De Opening Van De Troon-boeken








Voordat wij de Waarheid zullen vinden, zullen we eerst door de leugen gegrepen worden, en moeten wij de leugen verslaan. De Waarheid wordt niemand zomaar in de schoot geworpen. Om tot de Waarheid te komen moet je eerst het tegenovergestelde verslaan : de leugen. Wij leven in een omgekeerde wereld, dus we kunnen er vanuit gaan dat alles wat ons verteld was juist net andersom was. Wij moeten het zegel verbreken. God heeft deze sluiers opgehangen om ons te testen. Volgen wij God of onze voorouders.


De Geest werd over de Ziel geplaatst, de Hemel werd over de Hel geplaatst, en zo werd het podium gevormd voor de christelijke schanddaden. Wij moeten terug naar de paradijselijke onderwereld. Wij hebben geleerd dat we moeten leven vanuit de esoterische sieraden in de tiende laag van het paradijs, de ZUWR laag, de veertiende bedeling.


14.1 – leven vanuit de DUKKA halsketen.

Dit is de tweede keer dat we vanuit de halsketen moeten leven, want eerst moesten we in de 4e bedeling leven door de heilige halsketen, ANAQ, oftewel de APH, het paradijselijke hart, na het veroveren van HEBRON door de ANAQIETEN te verslaan.

14.2 – leven vanuit de voetringen

SAPPIL is in de diepte van de grondteksten 'de goddelijke en paradijselijke geschriften', 'dat wat gegraveerd is op goddelijke en paradijselijke sieraden', en ook is het een vloeistof, een paradijselijke olie, in die sieraden, waarin de hoogste kennis is opgeslagen. Die olie is in het vuil, stof en zaad van het paradijs. We hebben te doen met een goddelijke vervuiling, besmeuring, opgeslagen in sieraden. Zij beinvloeden ons lichaam. Wij moeten leven vanuit deze vuile olie. SAPPIL is een diepere laag in de ZUWR laag. Het Zegel van Christus, de gezalfde, moet verbroken worden om tot deze laag te komen.

SAPPIL staat voor saffier in het Aramees, waar de troon van gemaakt is. SAPPIL is de goddelijke schriftgeleerde, de boeken van de troon. Wij moeten altijd alles testen aan de hogere boeken, de levende, goddelijke boeken voor God's troon. Daarom is SAPPIL deel van de URIM en THUMMIM van de DUKKA.

SAPPIL zijn de graveringen in de voetringen, en de vloeistof, olie, binnenin deze ringen. SAPPIL kan ook door de andere sieraden heenstromen. SAPPIL zijn de heilige paradijselijke stenen van de troon-geschriften, en ten diepste is SAPPIL een goddelijke, paradijselijke drug. Alles moet hierdoor getoetst worden. Iob kwam tot deze plaats, en ook Yechezqel, om hierdoor ingewijd te worden.

SAPPIL is het geheim van MAYIM, het goddelijke zaad. MAYIM betekent ook : voetenzweet. De SAPPIL werd versluierd door het verhaal van Maria Magdalena die de voeten van Jezus zalft met kostbare nardusmirre en haar tranen, als een beeld van paradijselijk voetenzweet. Dit zit dus in de ringen. MAYIM heeft in het hebreeuws deze betekenis, maar wordt door vele vertalingen niet zo neergezet. Dan zou het paradijs dus voortgekomen zijn vanuit voetenzweet, maar omdat ze de diepere betekenis hiervan niet begrijpen en zelfs vrezen, vertalen ze MAYIM gewoonweg in 'water'. Voetenzweet is een beeld van geperste druiven in de wijnpers, het resultaat van het oordeel. Daarom is dit door religieuze geesten gevreesd.

Waarom kwam de schepping voort vanuit MAYIM, voetenzweet ? Dat is heel simpel : Het was het resultaat van oordeel. Het was het werk van de wijnpers. SAPPIL is een hoge graad van DAHAM, paradijselijke vloed en overweldiging. Het zijn de diepere bronnen en fonteinen van het paradijs.

SAPPIL is de opening van de troonboeken. Wanneer wijkt SAPPIL ? Als wij licht boven duisternis stellen. Wij moeten in de duisternis zoeken naar het nachtzicht. Dat is iets heel anders. Duisternis is kennis. Licht is verblinding. Licht kan kennis maar tot een bepaalde graad dragen. Het Licht is een Zegel. Het Licht is een belangrijke metafoor waar wij doorheen moeten om de schatten van de duisternis te vinden. De duisternis is opgesloten in het licht. Sommige mensen willen alleen de duisternis, en niet het licht. Het licht is iets wat we moeten dragen, als een kruis, en we moeten er klaar mee komen, het mysterie oplossen.

SAPPIL is waar het harde het zachte heeft voortgebracht, en het zachte het harde. Het is de plaats waar het hardste en het zachtste elkaar opgewekt hebben. Hier zijn de schatten opgeslagen. Het is een rivieren-gebied, en een gebied van gesteente. Het is het geheim van de paradijselijke vloed, en het goddelijke zaad, de vruchtbaarheid.

Daarom willen wij niet dat SAPPIL van ons wijkt, want dan is alles verloren. Wij willen komen tot Haar dieptes. Ook Iob kwam tot haar dieptes, en Yechezqel. Zij kwamen tot het goddelijke saffier, de machten van de troon. Hier is alle kennis opgeslagen. SUKKAL wordt door haar uitgezonden om ons te onderwijzen, om ons kennis en zintuig te geven. SUKKAL leidt terug tot haar, de opgeslagen kennis, het imperium van de troon-boeken. Zij wordt geopend aan het einde van het boek Openbaring, om de levenden en de doden te oordelen. Zij bewaakt de geheimenissen van de poel des vuurs. Zo zijn dan de SUKKAL en de SAPPIL de URIM en de THUMMIM van het laatste oordeel. Zij behoren tot de DUKKA, de rituele slachtplaats. Het zegel van de wijnpers is een groot zegel. Het houdt de eeuwige jacht verborgen. De wijnpers is het eerste zegel, het witte paard, Gath, de geboorteplaats van Goliath. De geest van Goliath, de geest van 66, maakte een valse SAPPIL, een valse test-steen, de 66-bijbel. Hiermee misleidde hij de aarde. Hij rees een witte troon op. Wij moeten komen tot deze troon van licht, en het overwinnen. Wij moeten het eerste zegel verbreken. Zij hebben een vals boek des levens opgericht, de vier evangelieen, waaraan zij alles toetsen. Vier is het getal van ARBA, de slavenleider van de kinderen van de halsketen, de ANAQIETEN, in het land Hebron. Dit is in de oude grondteksten het getal van de vrouw op het beest, van de fokkerij. Goliath smeedde dit onheilige verbond van Vier om de geest van ARBA weer tot leven te wekken. Hij selecteerde vier evangelieen als het boek des levens, door vele andere gnostische evangelieen weg te kappen. Zo kapte hij de sleutel van kennis weg, en verloor het zijn betekenis, zodat mensen het letterlijk namen. Mensen verloren zo de context, het dubbele zicht, en alles ging zijn eigen leven leiden.

Vier is het getal van een reuzen-opperhoofd, de grootste der Anaqieten. De druiven persen is een zegel wat de jacht verborgen houdt. In SAPPIL wordt die jacht hersteld. In SAPPIL wordt het zegel van de wijnpers verbroken. De Bijbel is een verzameling van valse troonboeken, een vals boek des levens.

In SAPPIL worden wij toegerust tot de jacht. Door de eeuwige jacht zullen wij het witte paard bemachtigen.




Hoofdstuk 9. De Overwinning Over Het Witte Paard








De oprichting van de grote witte troon was een hele racistische daad. Het vestigde de macht van de witte man. Dit gebeurde in het Tijdperk van de Tijgers, het tijdperk van de kannibalen. In dit tijdperk werd ook de ster Rigil Kent gevormd. De opdracht om de witte steen te zoeken is een opdracht om deze grote witte troon te onderwerpen, oftewel het witte paard te overwinnen, en de man op de witte wolk met de sikkel, een ander apocalyptische uitbeelding van de macht van de witte man, de witte justitie. Zo komen wij tot het rode paard, als een beeld van het ontvangen van AIMA. Wit zal zich moeten onderwerpen aan zwart, de honger, het vasten. Daarom hebben het witte en zwarte paard veel met elkaar te maken in het komen tot het rode paard.


Het rode paard beeldt het rode natuur-ras uit. De rode troon zal gevestigd moeten worden. De wateren zullen veranderen in bloed. Dit is het bloed van de vijand. Er wordt vaak gesproken over het ontvangen van God's Geest en van het Bloed van Christus. Maar ten diepste moeten wij het bloed van de vijand ontvangen. De maan, het lege vat, het nachtlicht, zal in bloed veranderen. Zo ontvangen wij het nachtzicht, door het bloed van de vijand heen. De zon wordt als een zwarte haren zak. Het zwarte paard slokt het daglicht op. Wij zullen zien door de honger, het vasten. De nacht zal overwinnen, en wij zullen tot het nachtlicht geleid worden, door honger en het bloed van de vijand.


Door honger en vasten mogen wij smeken om het bloed van de vijand, AIMA. Wij moeten ernaar streven het bloed van de vijand te ontvangen. Wij moeten een heilige bloedlust hebben, en strijden tegen de tijgers van de vijand. Deze tijgers zijn bolwerken van hebzucht, overmoedig bloedvergiet. Alleen door SARX komen wij tot AIMA. 'Tijgers' zijn dus wezens die tot ontstaan zijn gekomen door het komen tot AIMA zonder SARX, oftewel door overmoedige slacht. De tijger staat voor kannibalisme. De tijger vergiftigd hierdoor zichzelf en is daarom ten ondergang gedoemd. De vijand moet als vee gefokt worden, door de wetten van transformatie, maar de tijger heeft daar het geduld niet voor. Die valt gewoon aan en eet. Wij moeten daarom zowel de voetring van SARX ontvangen als de voetring van AIMA. AIMA mag nooit geactiveerd worden buiten SARX om, want dan zouden we in een tijger veranderen. Om tot SARX te komen moeten we naar de NABA gaan, de heilige slavernij. De slavernij werkt door honger. De slavenoorlog wordt door verhongering opgewekt. In deze maatschappij hebben we geleerd te consumeren, zoveel te consumeren, dat we zo het pad nooit zullen terugvinden. We zijn hieraan gewend, maar we zijn gevangenen. We moeten wakker worden, en terugkeren tot de honger, ondanks alle pijnprikkels. We moeten de tucht weer gaan waarderen en toelaten. Honger is de status van de goddelijke verlamdheid, wat resulteert in de slaven-geboorte, de NA'AR. Wij moeten streven naar deze geboorte.


De NABA is de boom des levens, en de NA'AR is de gnostische boom der kennis. Er was een goede boom van kennis en een slechte boom van kennis. Deze bomen zijn dus tuchtplaatsen in de grondtekst. De slechte boom van kennis maakte kinderen van Assur, de kinderen van tovenarij en prosperity, en de goede maakte de NA'AR, profetische kinderen. Dit alles komt voort vanuit de SAPPIL, de Wet van de DUKKA.


Honger is de enige weg tot AIMA, het bloedvergiet van de vijand. Dit bloed moet door de voetringen stromen. Vanuit dit bloed leven wij. Zoals gezegd werden we geleerd te consumeren. Het westen is gebouwd op hebzucht, vreetzucht en vetzucht, op allerlei gebied. Het westen IS het oordeel. Dit is een veefokkerij. De demonen worden hier vetgemest. Laat het niet zo zijn dat u ook onder dit vetmestings-oordeel leeft. Wij moeten leren vasten, op allerlei gebied. Het westen denkt niet aan de arme medemens. Waarom niet ? Omdat het westen een fokvarken is. Het westen moet eten. De Heere heeft het zo bepaald. Het westen moet rijk worden. Het westen moet veel praten. Het westen moet rijk zijn in velerlei opzicht. Totdat AIMA zal verschijnen, de slacht. Het westen gaat nu door SARX heen, de toets. Het vee wordt gescheiden van de veehouders, de jagers.


De goddelijke vrouw was in het paradijs sterker dan de man. Zij maakte de beslissingen. Zij was het wapen van de man. De goddelijke vrouw heerste, en verleidde de man tot het eten van de vrucht. Pas na de zondeval kwam er sprake van het heersen van de man over de vrouw. De orde werd dus omgedraaid. De man moet zich leren onderwerpen aan het wapen. Gnostisch gezien leidde de goddelijke vrouw de man tot de goede boom van kennis, de NA'AR, om tot de slavengeboorte tot de Heere te komen. Het gaat er dus om met welke vrouw je meegaat. Door de NA'AR blijft de goddelijke vrouw, het wapen, de man besturen. De gevallen man greep het wapen en bestuurde het wapen, maar het wapen zelf bezit de strategie. Wel moeten we tot het juiste wapen komen. Romantische verhoudingen met wapens kunnen verkeerd aflopen. Zoals in de dagen van Noach eten, feesten en huwen de mensenkinderen met vrouwen, vergetende dat het oorlog is, en dat ze een taak uit te voeren hebben. Vaak hebben we te maken met de gevallen zonen Gods die op zoek zijn naar de 'dochters der mensen', een ander gevallen demonisch geslacht, en dit allemaal om de mensheid van de taak af te houden. God heeft elk huwelijk aangesteld als een arrestatie-bevel, wat onherroepelijk tot de scheiding, de MAZONA, leidt, want de man mag niet op gelijke lijn met het wapen staan. In de grondtekst was Yaakob een slaaf met vier meesteressen. Ook 'Heere' is in het Aramees 'meesteres'. Het wapen is de meesteres over de man, zodat het wapen de man leidt in de oorlog, niet andersom.


De man moet als een leeg vat zijn, daarom moet hij het pad van honger en armoe, het heilig vasten, gaan, om zo te komen tot de goddelijke verlamdheid, om door de NA'AR, de gnostische boom der kennis, tot wedergeboorte te komen. Daarom is Christus een voorbeeld, maar die wijst dus terug op de volheid van het Oude Testament.


Deze paradijselijke items leiden tot het beloofde land, Kanaan. Door de stammen komen wij daar binnen. Benjamin is in de grondtekst 'de stam der slaven', en Dan is 'de stam der gladiatoren', de stam van de arena en de oorlog. Judah is de stam van vernedering en belijdenis van zonde. Door Judah onderwerpen we ons aan de Moeder Heere, en zij zal ons initieeren in de Benjamin stam en de Dan stam.


Wij moeten het merkteken van Yaakob ontvangen, zijn kreupelheid, die zijn vruchtbaarheid was. Dit gebeurt door het bloedvergiet van de Leviathan, de trotse, bedrieglijke, met twee tongen sprekende onkreupelheid, de oude natuur van Yaakob. Het bloed van de Leviathan moet door de voetringen stromen, als een goddelijke verlamdheid die kreupel maakt. De Leviathan is namelijk datgene wat ons tegenhoudt kreupel geslagen te worden. De Leviathan houdt ons trots, en daarmee leugenachtig. Het hanenbloed van Leviathan zal ons vrijzetten. Zo ontvangen wij het merkteken van Yaakob. Gad is de stam der slagers.


Yaakob bedroog Ezav (Hebreeuws voor Esau, en SUW in het Aramees), en impersoneerde hem. Dit gebeurde door de Leviathan. Dit leidde Yaakob tot de wildernis, de plaats van Ezav. Leviathan zou naar de wildernis geleid worden waar zijn armen afgekapt zouden worden. Bij Yaakob gebeurde dit door de twee keer zeven jaren die hij moest werken, waardoor hij onder twee meesteressen werd gesteld met hun twee bijvrouwen. Yaakob werd hierin ook bedrogen. Ook werd Yaakob in de wildernis kreupel geslagen.


Het insecten tijdperk moet ook overwonnen worden.





Hoofdstuk 10. Drie Ruiters









Er is nogal wat te doen rondom de Openbaringen van Orion. De duivel probeert koste wat het koste deze poorten gesloten te houden. Laten we daarom maar direct van start gaan. In de Orionse mythologie komen we ook het verhaal van de ruiters tegen, maar dan net even iets anders. Eerst komt het witte paard, maar die wordt even later opgevolgd door het zwarte paard, en daarna komt het rode paard. Terwijl dit in de aardse bijbel wit-rood-zwart is. Dus even een andere volgorde. De witte man moet zich onderwerpen aan de honger, het zwarte paard, en dan aan het rode paard. Ook worden deze paarden vergeleken met stenen. Dit betekent voor de witte man terug te keren tot zijn rode natuur-moeder, waarvan hij eens de macht afstal. Hij heeft haar misbruikt, maar zij zal haar macht terugnemen, en hij zal weer kind zijn. Dat is het veiligst. Naar haar aard zal ze hem in de arena zetten, waar mannen elkaar verzwakken in plaats van de roodhuidige natuur-vrouw. Dit is dus om de roodhuidige natuur-vrouw veilig te stellen. De man moet weer verzwakt worden in het gevecht, want hij werd eens een listig zakenman, en roofde door fraude energie, en werd te sterk, oversterkte, een zware demoon.


Handel of oorlog, dat is altijd weer de vraag. Willen wij water bij de wijn doen, laten wij ons omkopen ? Het handelsvolk verdreef de mens uit het paradijs. De man, haar vijand, wordt weer een kind, en wordt in de arena geplaatst. Dit zal zo'n vrees leggen, dat de man tot het Getsemane-punt gedreven wordt, smekende of deze drinkbeker aan hem voorbij mag gaan. Dat is een stukje lijden, een stukje wanhoop, een stukje angst. Het lijden kan zo diep gaan dat wij bang worden voor het lijden, en beginnen te smeken, zoals Christus in Getsemane. Tot het punt dat we uitroepen : 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ?' Wij worden als kemphanen opgesteld, opdat de Leviathan-haan in ons zal bloeden. De vijand zit diep in ons. De vijand is een deel van onze valse identiteit. Wij worden tot kemphaan opdat de oversterkte, de overman, in ons zal sterven. Dit zijn belangrijke initiaties. Wij moeten in ons leven door zulke testen heen. Soms zullen wij ons als een kemphaan voelen, tegenover een andere kemphaan neergezet. En vaak is er dan geen uitweg, maar moeten we er dwars doorheen. Het is de roep van de moeder, om terug te keren tot haar. Wij moeten de stenen voor haar winnen, wit-zwart-rood.


In de Orionse mythologie stort de man zich aan de voeten van zijn moeder, om zijn zonden te belijden. In de aardse bijbel was dit net andersom. De vrouw stortte zich aan de voeten van de mannelijke bezetter. De vrouw werd tot huilen gedreven, terwijl in de Orionse mythologie de man tot het wenen, klagen en smeken werd gedreven. Dit is in de grondtekst verbonden aan de stam Judah, maar ook aan Zilpa, een bijvrouw van Yaakob, dienstmaagd van Lea. Zilpa betekent : het drijven tot wenen, de weeklacht. Zij was in de esoterie het breekpunt van zijn gevoeligheid.


Het is onder de leiding van de moeder dat wij onder meesters worden aangesteld om ons los te maken van de aardse materie, om zo op te lossen in Orion tot een nieuw leven. Materie is code, en die code moet verbroken worden. De wit-rood-zwart code is een code die ons vasthoudt in materie, door overmoedig bloedvergiet. Het is een tijger-code. Die code wordt verbroken door de Orionse wit-zwart-rood code. Te snel komen tot rood kan problemen geven. Wij moeten eerst klaarkomen met wit en zwart. Wit en zwart zijn goede fundamenten voor rood. Zo komen wij tot de plaats waar het bloed van de vijand, van Leviathan, als rivieren stromen. Wij leven vanuit dit bloed. Wij hebben de tijger overwonnen. Leef daarom door de wit-zwart-rood code, en niet meer door de wit-rood-zwart code.


Stel AIMA veilig. Er zijn condities verbonden aan AIMA. Wij hebben deze condities alreeds besproken. Als wij voortijdig grijpen naar AIMA, dan kan dit ons schaden. Dan worden onze zielen afgevoerd naar Azie, naar Rigil Kent, en naar het Tijger Tijdperk, om onder het teken van de Tijger te dienen. De nood kan soms zo hoog zijn dat we smeken om AIMA, maar dat is wat anders dan AIMA te grijpen. Wie het zwaard grijpt, zal ook sterven door het zwaard.


Rood moet ergens hoog in de kast worden opgeborgen, waar de kinderen niet bijkunnen.

De wijnpers was door Orionse demonen opgezet om de jachtpers te verstoppen. Orionse demonen verlustigden zich in de jacht, en wilden dit graag verborgen houden. Dit was het geheim van hun macht. Zij wilden de aandacht richten op een vrucht, die wel of niet gegeten werd, zodat zij in alle verborgenheid zich tegoed konden doen aan vlees en bloed. De vrucht werd gebruikt als lokaas, maar het eeuwig evangelie maakt daar korte metten mee. Zo hebben we te doen met een heleboel schijn-theologieen en schijn-mythologieen die ons van de dieptes willen afleiden. Dit is waarom mensen zich zo vaak bezighouden met nutteloze, frivole, hysterische obsessies. Ziet u, ze waren snel afgeleid. Zo worden ze geprogrammeerd met allerlei nonsense, waardoor alles wordt omgedraaid. Veel mensen, vooral in het westen, gaan door het leven als vrolijke fransjes, en plukken alles dweperig wat voor hun neus langskomt. Laten wij niet worden als hen, want zij zijn het lokaas om ons af te leiden van de Waarheid, en de diepere dogma's. Het zijn afleidings-taktieken van de duivel.








Hoofdstuk 11. De Zwarte Steen








Dus denkt u zich eens even in : De witte jager op het witte paard die overwint komt al snel tot het rode paard, het zwaard, het bloedvergiet, en pas dan komt het zwarte paard met de weegschaal, het testen en de honger. Dit zijn de grondvesten van het overmoedige kannibalisme : jacht, bloedvergiet, snelle maaltijd, en dan snel een ongelovelijke honger om dit weer te herhalen. Deze honger neemt bezit van hen, en maakt alles kapot, want dit is geen heilige honger. Vandaar de Orionse code wit-zwart-rood om het weer goed te maken.


Een andere aardse code opgezet door Orionse demonen is deze :


leeuw-beer-panter-ijzeren beest (Daniel)

draak-beest uit de zee-lamsbeest uit de aarde-beest uit de afgrond-hoer (Openbaring)


In de Orionse mythologie zien we dit :

varkensdraak-varkensbeest-tweede varkensbeest-leeuw-vrouw


De vrouw rijdt dus op de leeuw, die veel later komt opzetten in tegenstelling tot de aardse mythologie. Juist die aardse codes waren door Orionse demonen opgezet om ons tegen te houden door de diepere poorten heen te gaan. Die leeuw is niet zomaar een leeuw, maar een monsterlijke Orionse leeuw van grote afmetingen. Ook dit is een dubbel-profetie. Het kan ook staan voor een vrouw op de URYA, goddelijke leeuwin.


Om veilig te zijn tegen de vervloekingen van de AIMA, door het voortijdig te grijpen, moeten wij komen tot de zwarte steen, de steen van honger, bewaakt door het zwarte paard. Dit wordt ook wel de Yashapheh genoemd, de steen van de stam Benjamin. In de gnosis is er naast de ladder van Yaakob ook een ladder van Yowceph (Jozef), die twee keer langer is, en die reikt tot de zwarte steen, de steen van honger. Deze steen is belangrijk om niet tot door de bedriegelijke begeertes van de wereld meegesleurd te worden. Alles buiten deze steen zal door vuur vergaan.


Door de witte en daarna de zwarte steen komen we uiteindelijk tot de rode steen, de sardius, de steen van AIMA, het dierenbloed van de vijand. Dit is de bloedende steen, de steen van Ruben, de Odem. Wij moeten gewassen worden in het bloed van de vijand.


De Yeshapheh of Yashapheh, de zwarte steen, wordt ook wel de wenende steen genoemd.


In de Orionse mythologie gaat het over een man genaamd Yawceph die de reis naar de zwarte steen in de onderwereld moet maken om zijn volk te redden. Hij moet telkens iets afleggen in deze reis om verder te komen. Dit is wat de verschillende poortwachters van de onderwereld eisen, wat je een beetje kunt vergelijken met Inanna die een soortgelijke reis moest maken naar haar zuster Ereshkegal, en telkens bij iedere poort een kledingstuk moest afdoen. Yawceph moest al zijn wapenen stapsgewijs afdoen, en ook zijn kleding, en andere bezittingen die hij bij zich had. Naakt en arm bereikte hij de zwarte steen, en begon te wenen toen hij die in zijn armen had. In de esoterie wordt dit de ladder van Jozef genoemd.


Ook is in de gnosis bekent het boek van initiaties waarin Jozef tot de onderwereld reist om de koning van de indianen te worden. Dit zijn twintig tredes, twintig initiaties, waardoor we kunnen concluderen dat de ladder van Jakob tien treden had, de helft minder.


Hier een kort overzicht van deze reis :


1. Acha - Schaamte


Jozef wordt geleverd in een boot op de rivier van de dood, en daarna vindt hij de rivier van de hel. Deze rivieren zijn vol gevaarlijke slangen.

2. Vas - Angst

Jozef vindt de rivier van Tantalos, het rijk van honger, maar er is geen boot, dus hij moet zwemmen om de rivier te volgen. De rivier zit vol gevaarlijke wezens.

3. Ahwa - Boot van de Rode Zon

Josef vindt tenslotte de boot van de Rode Zon en dat brengt hem dieper in Tantalos, op de rivier. Hier leert hij over de wapens van Tantalos.

4. Vuk - Rode Stekende vliegen

Jozef wordt de Vuk, de koning van de indianen.

5. Kaleph Vod – Rode Vlam

Joseph krijgt de rode vlam op een oorlogskoning te worden en met succes oorlog voeren.

6. Baphep Vuh – Wraak

Jozef woont in haat en bitterheid, en krijgt de vlam van wraak.

7. Mot - Lange Stekende Vliegen

Jozef krijgt de macht de tempel te bouwen.

8. Ammeph Vuvod - Harde Vlam

Jozef krijgt de Harde Vlam om het arsenaal te bouwen en wachters en strijders op te richten.

9. Vang – Isolatie

Jozef krijgt de vlam om kerkers te bouwen onder zijn domein.

10. Vamahak – Rechter

Jozef krijgt de vlam als een rechter.

11. Iro Vam - Snelle Vlam

Jozef krijgt de vlam als een jager.

12. Zwerm – Mes

Jozef krijgt de macht over leven en dood.

13. Kjibbih – Paard

Jozef krijgt de macht over de hel.

14. Baphep Vuro – De Zachte Vlam

Jozef krijgt de vlam om de macht te krijgen over de hemel.

15. Kaleph VUR – Onbereikbaarheid

Jozef krijgt de vlam te worden als de gehangene.

16. Iro VUR – De Duistere Vlam

Jozef krijgt de vlam te worden als de honger-man.

17. Hing - Stekende Vlam

Joseph krijgt de vlam om te komen tot de Boom van de honger.

18. Spir-Spir – De Paarden-Vlam

Jozef krijgt de vlam om slaven te hebben. (Dit is natuurlijk volgens het esoterische principe dat Jozef hier door de Roodhuidige Natuur-Moeder wordt aangesteld als een meester. Aan hem moet men zich onderwerpen als aan de Roodhuidige, Goddelijke Natuur-Moeder. Dat wil dus zeggen dat Jozef met de 18e initiatie een goddelijke slavernij drijft. Jozef blijft onderworpen aan de Moeder Heere, dus het is haar werk, en niet van Jozef. Jozef heeft nu eenmaal die leegte bereikt dat Zij kon overnemen tot dit doel)

19. Ir – Verboden En Verborgen Vrouwelijke Plaats

Jozef krijgt de vlam te beschikken over deze plaats.

20. Pu – Licht, Nachtzicht

Jozef krijgt de vlam te eten van de drie vruchten van de boom van de honger: Hod, de vrucht van verborgenheid, Jesod, de vrucht van vruchtbaarheid en Malchoeth, de vrucht van versieringen.


Door deze graden komt hij de zwarte steen binnen, de steen van de honger en het wenen.


Nu, in de Bijbelse mythologie wordt Jozef beloofd de koning te worden over de stammen, dat alle stammen voor hem zouden buigen, de zon, de maan en de sterren. Hij draagt het jachtkleed van zijn vader Yaakob, als een teken van overwinning over vele demonen. De stammen worden jaloers en werpen hem in een put. Dan wordt hij verkocht aan een karavaan om slaaf te worden in 'het land van de belegering', ook de hemel in de grondtekst. Hier werkt hij zijn weg omhoog om uiteindelijk als een koning te worden, om zijn volk te redden van de honger-demoon. Er is dus een strijd tussen de valse honger die de tijger-koning heeft gecreeerd, de wit-rood-zwart code, en de heilige honger.


Wij moeten op zoek gaan naar de zwarte steen om aan de valse honger te kunnen ontkomen.






Hoofdstuk 12. De Jozef Ladder In De Gnostiek








Zoals we zagen waren er verschillende scheppingsverhalen, zowel een Aramees-Joodse als een gnostische. Zo is dat ook met de verhalen over de stamouders. In de gnostiek is Issaschar de aartsvader, en Ruben was zijn zoon. Ruben kreeg twee zonen : Jozef en Jezus. Jozef kreeg twee zonen : Jakob en Naftali.


In het begin was er een boom van honger, en een boom van prosperity. De boom van prosperity, de boom van het kwaad, was de boom van Jakob, de leugenaar. Het was een boom van hallucinaties. Issaschar had zijn zoon Ruben met zijn twee zonen in deze hof geplaatst (Jozef en Jezus). Ruben en Jozef aten van de vrucht van honger, maar Jezus werd door Jakob in slangenvorm misleid om te eten van de vrucht van hebzucht, van de boom van welvaart, prosperity. Jezus begon toen te hallucineren, en werkte zich omhoog in de hemelen. Jozef echter raakte in gevecht met de slang, Jakob. Door dit gevecht kwam de ladder van Jozef tot onstaan, maar Jakob vertelde in de wereld van de boom van het kwaad, in de aardse mythologie, dat het niet de ladder van Jozef was, maar de ladder van hemzelf, van Jakob. Ook Jezus kreeg een hoge rang in deze wereld. Jezus werd door het eten van de boom van Jakob, een zoon van Jakob. Jakob had ook een andere zoon : Noach. Noach bracht Mozes voort. Mozes was een wildernis profeet, een geisoleerde profeet die soms boodschappen aan de stammen moest brengen. Mozes leefde volgens deze geschriften een eenzaam leven. De stammen kwamen in grote problemen, en Issaschar wilde de wereld vernietigen door vuur. Maar eerst bouwde hij een marmeren paleis, een tempel, waar hij in de diepte de ladder van Jozef herstelde. De Levieten zouden in deze nieuwe tempel werken als priesters en strijders.


Te eten van de boom van honger gaf toegang tot het gebied van de vier aartsmoeders : Lea, Rebekkah, Sarah, Tamar. In deze profetische geschriften staat ook geschreven dat Jakob en Jezus in varkens zullen veranderen aan het einde der tijden. Als er enige groei is, dan wordt dit veroorzaakt door honger. Honger is de weg tot het eeuwige leven.


We zagen dus dat we via de witte steen komen tot de zwarte steen, oftewel door Jozef. Jozef is een belangrijk archetype, vanwege het feit dat hij een slaaf was. De witte steen is de steen van Jozef, de steen van slavernij. Wanneer wij tot slavernij zijn gekomen, is het belangrijk om door honger te komen tot de slavengeboorte. Dit is weer het spanningsveld tussen de boom des levens en de boom van de gnosis, de NABA-NA'AR spanning. Wanneer Issaschar de wereld in vuur brengt, is er ontkoming op de Jozef ladder.


Overconsumptie is waar het Westen aan lijdt, en het brengt het Westen naar de rand van de vernietiging. Wij dansen op deze fijne lijn. Wij moeten een hele goede reden hebben om in het Westen te zijn, en er voor oppassen dat we niet door overconsumptie in hetzelfde lot vallen. Overconsumptie zal ons vernietigen als we eraan toegeven.


Door Jozef, door de witte steen, komen we tot de zwarte steen, en zullen zo door de zwarte steen komen tot de rode steen, de steen van Ruben. Dit is een belangrijke gnostische reis.





Hoofdstuk 13. De Hogere Canon Van De Moeder Bijbel








De Jakob geest is een bok, die later in een varken zal veranderen. Nu heeft het nog hoorns. Het is een bedriegelijke geest, beschreven in de gnostiek. Het is een harde geest, een geest van de wit-rood-zwart code. Adam is in de grondtekst bloed-dronkenschap, een status in het paradijs die verboden werd, uitgeworpen. Odem, de rode steen, kwam hieruit voort, de steen van Ruben. AIMA, de bloedvergieter is hieraan verbonden, met als wachter het rode paard.


Bloed-dronkenschap kan zowel een oordeel zijn als een wapen.


Yirmeyah 46


10 Dit toch is de dag van de HEERE der heerscharen, de dag der wrake om wraak te nemen op zijn tegenstanders; ja, het zwaard verslindt en wordt verzadigd en dronken van hun bloed, want een slachtoffer heeft de Here, de HEERE der heerscharen, in het Noorderland, aan de rivier de Eufraat.


Yeshayah 34


1 Nadert, gij volken, om te horen; en gij natiën, merkt op! De aarde hore en haar volheid, de wereld en al wat daaruit ontspruit. 2 Want de HEERE koestert toorn tegen alle volken en grimmigheid tegen al hun heer; Hij heeft hen met de ban geslagen, hen ter slachting overgegeven. 3 Hun verslagenen liggen neergeworpen en de stank van hun lijken stijgt op, ja de bergen versmelten van hun bloed. 4 Al het heer des hemels vergaat en als een boekrol worden de hemelen samengerold; al hun heer valt af, zoals het loof van de wijnstok en zoals het blad van de vijgeboom afvalt.

5 Want mijn zwaard is in de hemel dronken geworden; zie, het daalt neer op Edom en ten gerichte op het volk dat door mijn banvloek werd getroffen. 6 De HEERE heeft een zwaard vol bloed, het druipt van vet, van het bloed der lammeren en bokken, van het niervet der rammen; want de HEERE richt een offer aan te Bosra en een geweldige slachting in het land van Edom. 7 Woudossen vallen met hen, stieren met buffels, en hun land wordt dronken van bloed en het stof wordt met vet gedrenkt; 8 want de HEERE houdt een dag van wraak, een jaar van vergelding in Sions rechtsgeding. 9 Zijn beken verkeren in pek, zijn stof in zwavel en zijn land wordt tot brandend pek, 10 dat dag noch nacht uitgaat; voor altijd stijgt zijn rook op, van geslacht tot geslacht ligt het woest, tot in alle eeuwigheden trekt niemand daardoor.



Yechezqel 39



19 Tot verzadiging toe zult gij vet eten, tot dronkenschap toe bloed drinken van het slachtoffer dat Ik voor u geslacht heb.



Het Adam bewustzijn is een bewustzijn van bloed-dronkenschap die het verstand in een ander patroon heeft gebracht, de code heeft verbroken, als een mind-altering drug. Daarom is het zo belangrijk en tegelijk zo gevaarlijk. We moeten het volgens de juiste voorschriften doen, want deze drug is in staat ons te doden. Veel mensen zijn dronken van het bloed van de heiligen, en zijn niet meer voor rede vatbaar. Daarom wordt de weg hier nauwgezet uitgestippeld.

Uiteindelijk zal het bloed van de vijand het volk genezen. De geest van Jakob kwam met trauma en tragiek, die in deze wereld ongekende hoogtes bereikte. De geest van Jakob bedroog en overwon het roodhuidige volk, Esau, oftewel SUW in het Aramees. De geest van Jakob stal het eerstgeboorte-recht van SUW, door hem een kommetje rode soep te verkopen. SUW was moe, en gaf al snel toe aan deze nare handel. Ook impersoneerde Jakob SUW. Mede hierdoor werd de grote witte troon opgericht, de macht van de witte man, en was het de wortel van de vervolgingen van de roodhuidigen. Deze mythe toetert een akelige duisternis.

In de gnostiek is het Jakob die Yahweh schept, een witte leeuw, om te infiltreren in de Levitische stam. We zien in de Bijbel dat Yahweh Jakob liefheeft, en Esau haat. Ook zien we Yahweh's haat naar Edom, het volk van Esau.

Zoals gezegd bestaat de tweede bijbel in vele lagen. In deze dagen komt de tweede bijbel, als de troon-boeken, tevoorschijn, stap voor stap. De open canon van zes stenen was geopenbaard, en deze had een Nederlandse grondtekst. Ook werd er gesproken van nog een Verborgen Canon met een Engelse grondtekst. Hoge levels van oordeels-profeten hebben een zware strijd met die andere canon gehad. Zij zijn door de nodige Pniel-worstelingen heengegaan, worstelingen met God, ook om alles te testen, en zoals de canon van de zes stenen, de eerste canon gegeven in de tweede bijbel als het eeuwig evangelie, kwam dit met overweldigend vuur zodat je op een punt als Yirmeyah moest zeggen : 'Dit is te sterk. Het heeft mij overmocht.' Niets kon er aan die teksten veranderd worden. We hebben het dan over de Moeder Bijbel die geopenbaard wordt. De Moeder Heere is verschrikkelijk boos vanwege het feit dat Zij onderdrukt is geweest en aan de kant is gedrukt door de Vader God, Yahweh, oftewel Yaldaboath, de Demiurgh, die de gewesten waarin wij leven geschapen heeft, afgesluierd van het goddelijke, die alleen maar kan zien in weerspiegelingen, als de blinde god. De Moeder heeft hem geschapen als een test, maar tegelijkertijd is zij woedend, en straft in strengheid.

In de eerste canon van de tweede bijbel, genaamd het Eeuwig Evangelie, wordt de moeder al in ere hersteld op vele punten, als een voorbereiding. Verschillende Geesten voor God's Troon worden beschreven als vrouwelijk. Maar deze lagere canon is slechts een voorbereiding voor de hogere canon, die verborgen werd gehouden, de Moeder Bijbel, en die zal alles omdraaien wat de Vader heeft gepredikt in de patriarchie van mannelijke superioriteit. Deze Bijbel is alleen in het Engels op dit moment, dus er is zelfs nog geen Nederlandse vertaling van. Deze Bijbel wordt ook genoemd : 'De Orion Bijbel' of 'De Hyena Bijbel'. Het is een antwoord op de Vader Bijbel, en op de fantasie versie van de Bijbel, genaamd GOR, geschreven door John Norman die de Calvijn is van de fictie lectuur. Hij heeft een hele grote fantasie wereld gecreeerd door zijn vele GOR-boeken over een planeet die verdacht veel op de Bijbelse strategie lijkt. Mannen die heersen over vrouwen, en die van vrouwen slaven hebben gemaakt voor hun lusten en hun plezier. De Moeder Bijbel gaat daar dwars tegenin, en laat zien dat het oordeel allang is begonnen, en dat er eigenlijk geen hoop meer is. Toch wordt er dan vanuit die diepe hopeloosheid en het nihilisme een pad getoond waardoor er nog het beste van te maken valt. Dus alles gaat even een paar grote stappen terug, maar in de draai van het verhaal komt toch het één en ander weer op zijn pootjes terecht. Om de slavernij tot de man te ontkrachten MOET de Moeder God heel diep ingaan op de slavernij tot het goddelijke. Dit is dus het antwoord op GOR en de MAN-BIJBEL.

Deze gnostische literatuur van hoge waarde wordt bijna hysterisch bewaakt, uit angst dat er anders misbruik zou plaatsvinden. Niets mag zomaar grootschaals gepubliceerd worden. Alles gaat stap voor stap. De tijd moet er rijp voor zijn. Vandaar dat 'De Strijd Tegen Septus' serie een leidraad en een gids is voor deze boeken, ook met name als een goede voorbereider, want echt alles gaat op de kop gezet worden.





Hoofdstuk 14. 2012 – Het Jaar Van De Moeder Bijbel van de Tweede Bijbel








De Moeder Bijbel is een boek van uitersten. Vergeleken met de moeder God is de profeet Jeremia een lievertje. We vinden hierin een groter doem-scenario dan wat de oude profeten ons ooit hebben gegeven, maar aan de andere kant is er meer genade in te vinden dan de eerste bijbel ons ooit heeft gegeven. Er wordt getoond dat we verstrikt waren in een bepaald denk patroon, maar dat in feite niets is wat het lijkt. 2012 is een magisch jaar voor de tweede bijbel. Alhoewel de tweede bijbel een open canon kende, en in introducties alreeds werd aangekondigd dat er ook nog verborgen canons waren, is nu eindelijk de brug gelegd van deze lagere canon die we in het Eeuwig Evangelie kunnen vinden, en de hogere canon, de moeder bijbel, die ook wel de Orion bijbel wordt genoemd. Alhoewel er in de profetische ondergrond en onder oordeels-profeten al geruime tijd geschriften van de moeder bijbel circuleerden, en ook al proto-versies van de moeder bijbel, is dan nu in 2012 de deur tot de hogere canon voorgoed geopend. Ook werd de Prozaische Tweede Bijbel in 2012 volledig voltooid, nadat er al een langere versie in 2011 werd gepubliceerd. De 2011 uitgave en de 2012 uitgave bevatten ook vele apokrieven, naast de canon van het Eeuwig Evangelie, de zes stenen (een open canon). Ook de Moeder Bijbel is een open canon, wat wil zeggen dat er altijd aan toegevoegd kan worden. Er mag geen slot op. Dat is een grote fout die de eerste bijbel heeft gemaakt, waardoor het ten ondergang was gedoemd. Alhoewel er wel een afsluitings-brief bestaat van de canon van het Eeuwig Evangelie, wil dat niet zeggen dat de canon niet kan verder gaan op een ander niveau.


Het Eeuwig Evangelie is en blijft een belangrijk voorportaal voor de Moeder Bijbel, een hoger deel van de Tweede Bijbel, hoger op de heilige berg. Het geeft de nodige voorbereidingen in de toerusting. Het Eeuwig Evangelie heeft ook nog een poetisch deel, de Poetische Tweede Bijbel, wat twee grote poetische werken bevat, maar wat op het moment alleen nog meer in het Engels bestaat.





Hoofdstuk 15. Het Medusa Mysterie In De Tweede Bijbel








In principe krijgen we alles over ons heen totdat God ons heeft waar God ons wil hebben. De reis is terug naar het paradijselijke 'mannelijke' geslachtsdeel, de goddelijke verlamdheid. Het menselijk lichaam bestond uit deze delen.


YAD is het Hebreeuwse woord hiervoor, waar ook YADA, kennis, doctrine, vandaan komt, en JUDAH, smeekbede. In het Sanskrit betekent de goddelijke verlamdheid ook smeekbede.


Ook hebben we gezien dat de goddelijke verlamdheid komt als sieraden, allerlei soorten ringen, kettingen en ook voetringen. Sieraden niet voor de sier, maar als wapenen. Zij hebben een functie. De YAD als voetring is dan heel centraal. Het is belangrijk dat voeten geringd worden, speciaal door de goddelijke verlamdheid, anders kunnen demonen de potentieel gevaarlijke voeten kunnen gaan besturen voor veel bloedvergiet. Wij mogen niet door vals en overmoedig oordeel bestuurd worden, daarom moeten de voeten toegerust worden door God, tot een heilige gebondenheid en tot heilige slavernij. Het is het één of het ander.


Dan is het dus belangrijk om te komen tot de substanties in de sieraden, in de voetringen, in in dit geval in de YAD voetring. De YAD voetring moet de voeten allereerst in de goddelijke verlamdheid brengen. Er moeten bepaalde demonen worden overwonnen door YAD in werking te stellen. De vloeistof in de YAD voetring is dus bloed van een demoon.


In de diepte van de grond van het paradijs vinden we DAHAM, de paradijselijke vloed, overweldiging, in de vorm van rivieren en watervallen. Veelal zijn dit lichamelijke vloeistoffen zoals zaad en bloed. Hier moeten ook ergens de watervallen van het Leviathaanse hanenbloed zijn, en de bloedzeeen hiervan. Dit is waar de YAD voetring naartoe leidt, om volledig toegerust te worden met de goddelijke verlamdheid. Die is dus te vinden in de overwinning over de Leviathan en het ontvangen van het haanse bloed van de Leviathan.


Hiertoe moeten we komen tot de ZUWR laag van het paradijs. Op een punt in zijn leven bereed Iob (Latijns voor Job) de Leviathan als een rijdier. Wij moeten leren de Leviathan te onderwerpen, net zoals Iob. Wij moeten leren leven vanuit het bloed van de Leviathan.


Deze aarde is verdoemd vanwege Leviathan, de trotse haan. Wij zullen deze haan moeten overwinnen, anders zal deze haan ons bezitten en vervullen.


Als je als Orions strijder toegerust wil worden, dan zul je deze zeeen moeten overzwemmen.


In de Steen van Sarsia van het Eeuwig Evangelie, in de afdeling 'bijgeschriften' van de Prozaische Tweede Bijbel, staat het prozaische verhaal genaamd 'Medusa', over een man die merkt dat hij door de wonden van zijn verleden kan vliegen. Dit staat in het geschrift genaamd 'De Takalan'. Medusa is in de Griekse mythologie een gevaarlijk monster waardoor je versteent zodra je haar ziet. Daarom is het het beste om haar alleen in weerspiegelingen te zien. In oudere mythologieen en ook in de algemene mythologie kan zij ook beschouwd worden als Godin of oer-godin/ oer-moeder. Medusa is één van de Gorgonen, wiens functie in het paradijs door de moeder bijbel werd beschreven. Het goddelijke ligt heel dicht tegen het demonische aan, en kan er heel makkelijk in overgaan. Denk daarbij vooral aan verkeerde timing. Zo kan iets wat van oorsprong goed is, maar te vroeg wordt opgewekt, demonie veroorzaken. Zo is dan ook het Medusa mysterie heel erg dubbelzinnig, waar ook volop aandacht aan wordt geschonken in de Takalan. Neem bijvoorbeeld dit stukje uit hoofdstuk 9 vers 72 :


'Bloedende tuinen, zover het oog reikt, vermengd met regen, waar het oog van Medusa over waakt. Het koren dat het goud omhoog haalt, het licht der sterren weerkaatsende, haar vrucht wordt vastgehouden. Medusa waakt. Het houten huis kraakt onder het getal van de lelies. Hier heeft ze haar woning. Hier voedt zij haar raadsel, haar mysterie, waar prinsen op paarden al eeuwen naar zoeken. Nee, zij zullen niet vinden, want Medusa waakt over haar geheim. Haar kroning was een bespotting. Haar lijden was een ontmaskering, maar niemand is ooit tot haar parel gekomen, niemand heeft ooit haar zwaard gedragen. Allen sterven zij door een blik op haar te slaan. Tot steen werden zij in alle eeuwigheden. Haar discipel is zoek, haar beker verloren. Zij heeft haarzelf nog nooit gezien. Zou zij het weten, dan zou zij sterven, daarom weet zij maar half. De rozengrachten hier zijn vol met parels. De mensen hier weten dat Medusa een geheim heeft, alleen ze kennen het niet. Ze hebben er alleen een glimp van opgevangen, en die glimp heeft hen voor altijd verblind.'


Hier vinden wij het gevaar van de gnosis, dat wanneer wij ergens te snel naar grijpen, te snel kennis vergaren, dan zullen we sterven of verstenen. De gnosis is namelijk een persoonlijkheid. Voor alles is een tijd. Wij mogen dit niet forceren. Gnosis kan hierdoor dus snel overgaan in demonie. Wij mogen streven naar de gnosis, maar we moeten altijd heel voorzichtig zijn met haar. Het is een persoon. Wij moeten omgang hebben met deze persoon. Dus : goddelijkheid en demonie liggen heel dicht bij elkaar. Er zit maar een fijne lijn tussen. Hierover gaat het in dit prozaische stuk genaamd Medusa, in de Takalan. Het laat zien welke wonderen er kunnen gebeuren door het lijden, maar ook dat het nieuwe problemen kan oproepen. Op een gegeven moment vindt de hoofdpersoon de sleutel waardoor hij het raadsel van Medusa zou kunnen oplossen, maar als hij dan daadwerkelijk die sleutel op haar gebruikt, hoewel er dan veel open gaat, gaat er ook weer veel op slot. Er wordt een oplossing gegeven, maar dan is er ineens een nieuw probleem. Dit wordt allemaal zo erg, dat op een gegeven moment de hoofdpersoon zelfs spijt heeft van het gebruiken van de sleutel, en slikt de sleutel in. Dan begint de hoofdpersoon zelf hierdoor in een Medusa te veranderen en zijn alle poppen aan het dansen. Toch komt juist dan de hoofdpersoon tot hele grote inzichten, en komt alles weer een beetje tot rust, en hopelijk tot een goed einde, maar dat is moeilijk in te schatten, omdat Medusa dus nog steeds een oogje in het zeil houdt. Een open einde dus.


Ook wordt het hier duidelijk dat je alleen het kwaad kunt overwinnen door jezelf te overwinnen.





Hoofdstuk 16. Drie Verhalen








God zond de boodschap. De duivel kwam met een sluier, om de boodschap tegen te houden en te verstrikken. Ook hief God een sluier op, om de boodschap te beschermen. Dit alles begon samen te smelten in een gevecht. Sommige delen van God's boodschap trokken zich terug. Al met al was het resultaat de bijbel, waarin God opgesloten was, als een vrouw in een kooi. Alles was een kwartslag of halve slag gedraaid. Daarom moest het volk van God oorlog voeren tegen de bijbel, en verschillende delen van de bijbel redden. Het was een puzzel.


De kennis van demonologie en angelologie maakt dat er een subtiele strategie vereist is, het leren denken in tussenstappen, ladders en trappen. Als een stad bezet is door demonen, en directe oorlogsvoering te gevaarlijk is, moet men subtieler leren denken. Hiertoe zijn verhalen opgezet. De tweede bijbel staat vol met verhalen. Ook door verhalen kunnen grote, gevaarlijke demonische machten soms beter en veiliger ontmaskerd worden. Ook kan er zo een waardige sleutel overgedragen worden, zonder het te dramatisch te maken. We zijn in deze serie 'De Strijd Tegen Septus' diep bezig geweest met demonologie, wat soms best zwaar op de maag kan vallen. Zelfs verhalen kunnen soms zwaar op de maag vallen, maar ze zijn soms nodig om de boodschap over te brengen via een dimensie die anders niet gebruikt zou kunnen worden, en soms is er ook geen andere manier.


Een verhaal kan een wonderbaarlijke simulator zijn, een overzichtelijke rangschikking van het arsenaal, en een practische uitvoering van de sleutel waardoor de ziel in een surreele dimensie kan komen voor de nodige nieuwe denk patroon als anti stof tegen een vijandelijkheid. Een verhaal kan dit bijna machinaal neerzetten, net zoals muziek dat kan doen, maar een verhaal gaat dan even net iets verder.


Wij gaan de strijd tegen Septus nu van een andere kant bekijken, wat belangrijk is voor de nodige verfrissing. De nu volgende verhalen zijn :


  1. De Wonderlijke Boekenkamer van Oom Benno

    Korte Inhoud : 'Bertram had een boze tante en een vreemde oom. Ze hielden hem opgesloten in een kamer. Hij was altijd ziek, en mocht nooit uit zijn kamer. Zijn eten werd gebracht. Hij mocht dus ook niet naar buiten, maar dat zou hij waarschijnlijk ook niet kunnen, omdat hij te ziek was. Zijn boze tante was de rode heks, en zijn vreemde oom was oom Benno, ook een heks, en een tovenaar. Oom Benno had een boekenkamer, waar een heleboel indianenboeken stonden. Ook stonden er vele andere soorten boeken. Bertram mocht daar beslist niet komen. De goudvis had gezegd dat Bertram in de boeken de sleutel tot zijn ontsnapping kon vinden.'

  2. De Plaag van Elzega

    Korte Inhoud : In het stadje Elzega was een plaag van vliegende vissen die de hoofden van de burgers teisterden. De heksenmeester had een zwart zaad waarmee hij vissen kon laten vliegen, en hij gaf hen de naarste opdrachten. Zo zaaide hij een boel tragedie en hopeloosheid. De vissen waren gevreesd, en als ze dan weer vertrokken was het leed vaak al geschied, of begon toen pas echt.

  3. Het Mysterie van het Ijskasteel

    Korte Inhoud : Berend en Albert hadden een vader die opgesloten was in een ijskasteel. Tante Audam kwam met de kinderen praten die helemaal overstuur waren. Ze hadden geen moeder meer, dus ze wisten niet waar ze naar toe moesten. Tante Audam zou ze mee nemen naar een andere tante die wel raad met hen zou weten. Ook zou deze tante kunnen helpen in de bevrijding van hun vader.





De Wonderlijke Boekenkamer van

Oom Benno




Hoofdstuk 1. Ziek


Bertram had een boze tante en een vreemde oom. Ze hielden hem opgesloten in een kamer. Hij was altijd ziek, en mocht nooit uit zijn kamer. Zijn eten werd gebracht. Hij mocht dus ook niet naar buiten, maar dat zou hij waarschijnlijk ook niet kunnen, omdat hij te ziek was. Zijn boze tante was de rode heks, en zijn vreemde oom was oom Benno, ook een heks, en een tovenaar. Oom Benno had een boekenkamer, waar een heleboel indianenboeken stonden. Ook stonden er vele andere soorten boeken. Bertram mocht daar beslist niet komen. De goudvis had gezegd dat Bertram in de boeken de sleutel tot zijn ontsnapping kon vinden.


Op een nacht hadden zijn oom en tante vergeten zijn deur op slot te doen. Stilletjes sloop Bertram uit zijn kamer, en liep de boekenkamer van oom Benno in. Bertram griste direct een indianenboek uit de boekenkast. En toen nog één, en toen nog één, en liep toen snel naar zijn kamer terug. 'Ik moet ze maar goed verborgen houden,' zei Bertram tegen zichzelf, en ze alleen 's nachts lezen wanneer oom en tante slapen. Het was nu 's nachts, dus Bertram begon direct te lezen.


'Horlepiep,' zei Bertram tegen zichzelf, wat gebeurt er nu ? Ik ben helemaal duizelig ineens. Hij had de eerste bladzijde van een indianenboek opengeslagen, en werd helemaal warm van binnen. De letters duizelden voor zijn ogen. 'Hoofdstuk één,' las hij. Hij hoorde wat schoten, en gezwiep van een zweep of lasso. 'Hoe kan dat ?' vroeg hij zichzelf af. Hij klapte het boek dicht, maar het was al te laat. Toen hij opkeek was hij in een woestijn, een prairie. Twee cowboys stonden voor hem. 'Wat moet dat daar ?' zeiden ze. Toen ineens vielen ze beiden naar voren. Ze hadden pijlen in hun rug. Een groep indianen op paarden namen Bertram mee. In het kamp merkte Bertram dat hij vastgebonden was. Ze brachten hem naar een paal, waar hij aan vastgemaakt werd.


'Laat me los,' zei Bertram. 'Ik ben ziek.'


'Niks mee te maken,' zeiden de indianen.


'Wat gaan jullie met me doen ?' vroeg Bertram.


'Dat zul je nog wel zien,' zeiden ze.


Bertram begon te huilen. Zijn oom en tante hadden hem weleens verteld wat indianen met hun gevangenen doen. Hij werd naar een grote ketel gebracht even later. 'Gaan jullie me opeten ?' huilde Bertram. 'Nee,' zeiden de indianen. 'Jij moet vanaf nu voor ons koken.'


'Maar ik ben daar veel te ziek voor,' zei Bertram.


'Geeft niks,' zeiden de indianen. 'Daar krijg je wel medicijnen voor.'


Ze gaven hem een soort groene dropjes, en na een tijdje voelde Bertram zich veel beter.


'Ik houd van jullie,' zei Bertram. 'Jullie hebben mij beter gemaakt.'


'Niks mee te maken,' zeiden de indianen boos. 'Je bent onze slaaf. Je moet voor ons koken nu.'


'Mij best,' zei Bertram, die allang blij was dat ze hem beter hadden gemaakt. 'Ik ben niet ziek meer !' juichte Bertram. 'Stil houden, jongen,' zei een wat oudere indiaanse vrouw.


Bertram roerde in de pan. Hij moest soep maken. Ze legden hem uit wat hij allemaal in de pan moest stoppen. Veel kruiden, en allerlei soorten vruchtjes.


De soep was heel lekker.

'Nu moet je weer terug,' zeiden de indianen.


'Wat ?' zei Bertram teleurgesteld. 'Ik wil niet meer terug naar mijn oom en tante. Ze houden me opgesloten.


'Niets mee te maken,' zeiden de indianen. 'We kunnen je hier niet houden.'


'Alsjeblieft,' smeekte Bertram, 'ik zal alles doen wat jullie willen.'


'Nee, jongen,' zei een wat oudere indiaanse vrouw. 'Je moet terug.'


Bertram begon te huilen. Trillend hield hij het boek in zijn handen, en merkte dat hij weer in zijn kamer was. Ook voelde hij zich weer ziek.


Hoofdstuk 2. De Ontsnapping


Bertram legde de boeken diep onder zijn bed, onder een doek, en ging slapen. De volgende ochtend was hij vroeg wakker. Hij deed de gordijnen open, maar het licht deed zoveel pijn aan zijn ogen dat hij de gordijnen weer dichtdeed. Oom en tante sliepen nog, dus hij kon nog wel even lezen. Hij pakte een ander indianenboek, sloeg het open, en werd weer duizelig. Snel bevond hij zich in een oerwoud. Wilde beesten stonden om hem heen. Hij was wel even bang. Toen hoorde hij schoten. De beesten renden weg, en al snel stond er een indiaan met een geweer voor hem.


'Meekomen jij,' zei de indiaan. Bertram liep mee met de indiaan, die hem naar het kamp bracht. Langs het kamp was een rivier met bootjes. 'Jij bent wie ?' vroeg de indiaan.


'Bertram,' zei hij.


'Oh, ah,' zei de indiaan. 'Ik jouw naam leuk vinden.'


'Haha,' zei Bertram.


'Waarom jongen zij hier zijn ?' vroeg de indiaan.


Toen legde Bertram het uit aan de indiaan. De indiaan begreep er niets van.


'Ik heb tent voor jou,' zei de indiaan. Hij nam Bertram mee naar een lege indianentent. 'Hier mag jij wonen,' zei de indiaan.


'Dank je wel,' zei Bertram. 'Dat is erg aardig van u.'


's Nachts komen de spoken,' zei de indiaan, 'de geesten van de voorouders.'


'Gezellig,' zei Bertram.


'Nee,' zei de indiaan. 'Niet gezellig. Zij zijn boos, altijd boos.'


'En ik ben altijd ziek,' zei Bertram.


'Ik zal de spoken zeggen, jij altijd ziek zijn,' zei de indiaan.

Maar ineens werd hij wild door mekaar geschud door oom Benno. 'Heb jij aan mijn indianen-boeken gezeten ?' brult oom Benno woest.


'Waar komt die man vandaan ?' vraagt de indiaan.


'Heb ik jou iets gevraagd, snotaap ?' brult oom Benno. 'Die jongen moet meekomen, meekomen, nu !'


De indiaan grijpt zijn hakbijl en slaat oom Benno tegen de grond met de achterkant. 'Zo, wijsneus,' zegt de indiaan. 'Jij mij niet beledigen, en van jongen afblijven.' Oom Benno wordt vastgebonden, en naar een paal gesleept. 'Ziezo, die kan mij niet meer beledigen,' zei de indiaan.


Toen de andere indianen terugkwamen vroegen ze : 'Wat moet die dikke man hier ?'


'Het is een uilskuiken,' zei de indiaan. 'Hij heeft ons beledigd, en wilde jongen roven.'


'Wie is die jongen ?' vroegen ze.


'Goed kijken,' zei de indiaan. 'Hij is de machtige zonnedroom.'


De indianen bogen voor Bertram neer. Bertram begon te lachen.


'Maak me onmiddellijk los, Bertram !' brulde oom Benno.


Maar Bertram deed net alsof hij hem niet hoorde. Toen het nacht geworden was brulde oom Benno de hele nacht door. De volgende dag zei de indiaan dat hij naar het gevangenen-kamp moest. 'Wat gaan jullie met hem doen ?' vroeg Bertram.


'Weten we nog niet,' zei de indiaan. Toen oom Benno was afgevoerd was het eindelijk rustig.


Een paar dagen later moest Bertram weer terug. Ze konden hem niet te lang houden. Maar ze wilden oom Benno houden, ook om Bertram een dienst te bewijzen. Bertram knipperde even met zijn ogen, en was weer in zijn eigen kamer, starende naar het boek. Bertram had honger, maar er was geen voedsel op zijn kamer. Hij liep naar de deur en merkte dat de deur nog steeds open was. Tante riep hem. 'Bertram, kom naar mijn slaapkamer. Ik ben ziek, en ik weet niet waar je oom is.'


Bertram liep direct haar kamer binnen. Het was hier heel donker. Hij zag tante in haar bed liggen. 'Jongen, je bent nu oud genoeg geworden om je kamer uit te kunnen,' zei tante. 'Kun je wat voor je oude tante klaarmaken. Ik voel me zo zwak.'


'Natuurlijk tante,' zei Bertram.


Hij liep naar beneden de keuken in, en maakte wat brood voor haar met thee en een eitje. Toen bracht hij het boven. 'Dank je wel, lieverd,' zei tante. 'Ga nu maar doen waar je zin in hebt.'


Bertram ging direct naar de boekenkamer. De goudvis had gelijk gehad. In de boeken had hij de sleutel tot zijn ontsnapping gevonden.






De Plaag van Elzega






In het stadje Elzega was een plaag van vliegende vissen die de hoofden van de burgers teisterden. De heksenmeester had een zwart zaad waarmee hij vissen kon laten vliegen, en hij gaf hen de naarste opdrachten. Zo zaaide hij een boel tragedie en hopeloosheid. De vissen waren gevreesd, en als ze dan weer vertrokken was het leed vaak al geschied, of begon toen pas echt.


Iedereen was met zijn handen in het haar. Ook de kleine Jog vond het vervelend. Hij was vastbesloten hier iets aan te doen, en op een dag stapte hij naar de burgemeester. Jog belde aan, en de dienstmaagd van de burgemeester deed bezorgd open. 'Is er wat gebeurd, kleine ?'


'Nee,' zei Jog, 'ik wil gewoon de burgemeester spreken.' Na een tijdje wachten kon de kleine Jog bij de burgemeester naar binnen in zijn kamer.


'Zo, kleine jongen, dus jij wilt de stad redden van dit boze gespuis, huh ?' zei de burgemeester nadat Jog hem het verhaal had verteld. 'En hoe zou jij dat willen doen, kleine man ?'


'Geef me even de tijd, burgemeester,' zei de jongen. 'Ik kan vast wel iets bedenken.'


'Toch wel vreemd, jongen, dat je hier komt zonder ook maar enig idee te hebben, want meestal zijn degenen die hier komen al voorbereid met een idee of plan. Maar in ieder geval is het erg dapper van je,' zei de burgemeester.


Met de dagen leek het steeds erger te worden. De vissen waren erg bloeddorstig, en maakten velen ziek. Ook maakten ze angstaanjagende geluiden, waardoor mensen 's nachts niet konden slapen.


Het waaide hard buiten. De kerkklokken bleven maar luiden. Jog staarde voor zich uit, vastbesloten een plan te bedenken. 'Jongen, geef de moed maar op,' zei zijn moeder telkens. 'Hier is geen kruid tegen opgewassen.' Ze probeerden mensen gek te maken met hun gekrijs. In het stadje werden ze inmiddels overal de schuld voor gegeven. Ook zouden ze kinderen gekke en nare versjes laten zingen.


Toen Jog achttien was had hij ineens een plan. Hij zou naar het boze berkenbos gaan, op zoek naar de heksenmeester die dit allemaal op zijn geweten had.


Na lang lopen kwam hij bij een huisje. Hij ging naar binnen, en zag de heksenmeester achter een tafeltje zitten. 'Zeg kerel,' zei Jog, 'je boze spelletjes zijn uit. Jij bent de schuldige, en ik ben de wraakengel.'


'Zo zo,' zei de heksenmeester. 'Praatjes, hè, je bent er anders nog niet.' De heksenmeester stond op, en een vuurvlam kwam van zijn hand die regelrecht op Jog afvloog. Jog kon nog net bukken. Maar toen kwamen er twee vliegende vissen binnenvliegen, die met groot gekrijs Jog grepen en met hem wegvlogen. Ze brachten hem op een heel hoog nest in de bergen, waar het heel koud was.


'Je moet voor heksenmeester Troegadoer verschijnen,' zei één van de vliegende vissen.


Na hem ernstig toegetakeld te hebben, brachten ze hem bloedend naar een dichtbijzijnd kasteel in het bos. Heksenmeester Troegadoer zat binnenin op een troon. 'Laat deze lamlendeling binnenkomen !' riep de heksenmeester. 'Hij heeft mijn broer bedreigd. Nu is hij van mij.' De heksenmeester begon te lachen.


'Maar jullie hebben Elzega getergd met jullie vliegende vissen !' riep Jog.


De vliegende vissen brachten hem tot vlak voor de troon, en lieten hem toen neervallen. Kreunend en hijgend stond Jog moeizaam op. Hij was diep verwond.


'Elzega is ons terrein,' zei Troegadoer. 'Jullie hadden nooit dat stadje moeten bouwen op natuur gebied.'


'Daar kunnen wij niets aan doen,' riep Jog boos, 'dat hebben onze voorouders gedaan, en ze zeiden dat het een open vlakte was. Ze hebben geen bomen ervoor omgekapt, of ander natuurgebied.'


'Leugens,' zei Troegadoer, 'ze hebben een heel stuk bos ervoor weggekapt. Als je leven je lief is, vertrek uit de stad. De stad zal vernietigd worden.'


'Mijn voorouders moesten wel ergens leven. Ze hebben niets verkeerds gedaan,' zei Jog.


'Dat maken ze je maar wijs,' zei Troegadoer. 'Spoedig zal de stad vergaan, en er is niks wat je daaraan kunt doen.'


Jog probeerde zich los te rukken uit de greep die de vliegende vissen op hem hadden. Ze stonken verschrikkelijk. Hij voelde hun hete adem in zijn nek. Ze hadden bijna een zwarte huid.


Ze spoten hun inktgas in hem, terwijl hun nagels als naalden diep in zijn huid gingen. Hij werd plotseling depressief en duizelig. Toen viel hij op de grond. Troegadoer begon te lachen.


Jog wordt dan wakker na een tijdje in een langwerpige zaal op een bed, waar nog veel meer mensen op bedden liggen.


Een klein meisje komt aangelopen met lang, zwart haar. 'Wij zullen je bewerken met het zwarte zaad,' zei het meisje. 'Ook jij zal in een vliegende vis veranderen. We kunnen je goed gebruiken.'


'Nee !' gilde Jog, maar al snel injecteerde het meisje hem, en hij viel weer in een diepe slaap. Hij werd in een capsule gestopt en ging diep in de grond. Hij werd wakker toen ze de boom van het zwarte zaad hadden bereikt, diep onder de grond. Er zaten vleermuizen in deze boom. Hij moest van het zaad eten. Hij werd in een rivier geworpen en ging kopje onder. Hij zwom naar boven, en merkte dat hij in de zee was. Ook merkte hij dat hij een vis was geworden. Hij zag meerdere vissen om zich heen, en ze stegen op uit het water, om te vliegen.


Ook hij merkte dat hij kon vliegen. Zijn huid was bijna zwart. Hij bevond zich in een zaal met vele andere vliegende vissen. Ze keken allemaal richting een bol, waarop een vogelachtige verschijning zat met grote vleugels. Toen veranderde de verschijning in een koning. Het was de koning van de vliegende vissen.


Plotseling merkte Jog dat hij zijn eigen lichaam weer terughad. Hij rende door een tunnel, zoekende naar de uitgang. 'Nee, ik wil dit niet !' riep hij. Hij ramde met zijn vuisten op glas. Hij had het gevoel dat hij verdronk. Hij kon niet ademen. 'Is er dan niemand om me te helpen !' riep hij in wanhoop.


'Er is iets mis,' zei het kleine meisje. 'We kunnen hem niet veranderen in een vliegende vis. Zijn hart is te sterk.'


Plotseling voelde Jog dat hij buiten lag op de grond, vlak voor het kasteel. Zo snel als hij kon rende hij terug naar het stadje Elzega. Hij was door deze ervaring zo getraumatiseerd dat hij er nooit meer over durfde te spreken.








Het Mysterie van het
IJskasteel



Berend en Albert hadden een vader die opgesloten was in een ijskasteel. Tante Audam kwam met de kinderen praten die helemaal overstuur waren. Ze hadden geen moeder meer, dus ze wisten niet waar ze naar toe moesten. Tante Audam zou ze mee nemen naar een andere tante die wel raad met hen zou weten. Ook zou deze tante kunnen helpen in de bevrijding van hun vader. Tante Jokebed woonde een paar stadjes verder. Tante Jokebed had een zoontje genaamd David. Ze zouden zolang bij David op de kamer slapen. Gelukkig had David een hele grote kamer. Tante Jokebed kende het ijskasteel wel. Haar man werd daar vroeger ook gevangen gehouden. Het had allemaal te maken met een hertog die in een kat kon veranderen. Hertog Kat-Anders heette die. Zijn echte naam was Paulus Wilhelmus de Vijfde. De vader van Berend en Albert had een aantal rekeningen niet betaald, en er waren nog wel meer dingen aan de hand. Hertog Kat-Anders zou voor de staat werken. Het was allemaal nog wel een geheimzinnige bedoeling. Vader was opeens verdwenen, en de ochtend erna vonden de kinderen een brief op de deurmat, waarop geschreven stond dat hun vader nu was opgesloten in het ijskasteel. Dat was een ijskoude, zeer gevreesde, oude gevangenis. De kinderen misten hun vader heel erg.

Tante Katrien had zich het lot van de kinderen ook erg aangetrokken, en kwam de kinderen vaak opzoeken. Soms nam ze de kinderen weleens mee naar haar huis, om te logeren. De tantes waren ervan overtuigd dat hertog Kat-Anders helemaal niet voor de staat werkte, maar dat het een misdaads-organisatie was. Vaak kwam de familie bij elkaar om te overleggen wat ze konden doen. Oom Joep zou weleens een kijkje willen nemen daar bij het ijskasteel, maar sommige tantes waren het daar niet mee eens. Het zou veel te gevaarlijk zijn. Maar oom Joep wilde zich niet laten kennen, en besloot er toch naartoe te gaan. Het ging immers om zijn broer.

Oom Joep ging er met de auto naartoe, maar werd door twee ridderachtige figuren met speren tegengehouden. 'Halt,' zei één van de ridders. 'U komt er niet doorheen. Verboden terrein.'

'Ik wil weten wat jullie met mijn broer hebben gedaan,' zei oom Joep.

'Dat kunnen we niet achterhalen,' zeiden de ridders. 'Er zijn hier teveel gevangenen om daaraan te beginnen.'

'Maar ik heb er recht op,' zei oom Joep. Maar de ridders wilden hem niet antwoorden. 'Mijnheer,' zei één van de ridders, 'nu moet u maken dat u hier wegkomt, anders laten wij u arresteren vanwege betreding van verboden terrein, en wegens het onnodig lastigvallen van het gezag.'

Oom Joep maakte rechtsomkeerds, en lichtte de familie in. Tante Jokebed kende iemand genaamd meester Ed Konijn, een meester in de rechten. Misschien dat die wel wat zou kunnen betekenen. Oom Joep wilde daar wel naartoe gaan samen met Berend en Albert. Het was al laat, maar door een telefoontje kon er nog wel wat geregeld worden, en ze waren meer dan van harte welkom. Meester Ed Konijn woonde diep in het bos. Toen ze aanklopten bij zijn huis deed een lange, gezette man met een lichte huidziekte de deur los. 'Komt u verder,' zei Ed. Even later zaten ze in een sjieke woonkamer met veel schilderijen en antieke meubels. Ook hingen er veel jacht-trofeeen aan de muur. De kinderen begonnen hun verhaal te vertellen over wat er met hun vader gebeurt was, en oom Joep sprak zijn vermoeden uit dat het om een misdaad ging.

'Dat is allemaal waar,' zei Ed Konijn. 'Het ijskasteel is het gevangenis-terrein van een misdaads-organisatie, maar niemand kan daar iets aan doen, zelfs de staat niet.'

'Maar waarom niet ?' vroeg oom Joep.

'Omdat ze te sterk zijn,' zei Ed Konijn.

'Leuke achternaam heeft u trouwens,' zei oom Joep.

'Dank u,' zei Ed Konijn.

'Kunt u ons helpen ?' vroeg oom Joep.

'Luister,' zei Ed Konijn, 'we lopen nu al gevaar omdat we hierover praten. We kunnen beter stoppen.'

'Ja, maar het gaat om mijn broer,' zei oom Joep, 'en zijn kinderen hier hebben hun vader nodig, vooral sinds hun moeder er niet meer is. Is er dan echt helemaal niets wat u voor ons zou kunnen betekenen ?'

'Ik vrees van niet,' zei Ed Konijn. 'En dat vind ik al vreselijk op zichzelf. Ik had u graag willen helpen.'

'U bent meester in de rechten,' zei oom Joep. 'U moet daar wel iets mee kunnen doen. We zijn hier toch niet voor niets gekomen ?'

'Dat is waar,' zei Ed Konijn. 'Hmm..., laat me eens zien. U zou met de hertog zelf kunnen praten. Ik geloof dat hij nogal wispelturig is. Hij heeft een vreemde soort van ziekte. Hij is een weerkat, wat betekent dat hij in een kat kan veranderen. Het heeft natuurlijk wel een risico, maar ik heb de indruk dat u dat risico wel wilt nemen.'

'Waar kunnen we de hertog spreken ?' vroeg oom Joep.

'Goede vraag,' zei Ed Konijn. 'Achter het ijskasteel is zijn huis. Het is daar niet pluis, dat kan ik u wel vertellen. Het spookt daar.'

'Bent u er weleens geweest ?' vroeg oom Joep. Het hoofd van Ed Konijn begon verschrikkelijk rood te worden. 'Eh..., daar kan ik niet over praten,' stamelde hij.

'Ach, toe nou, kom op,' zei oom Joep.

'Het is mij verboden daarover te praten. Beroeps-geheim,' zei Ed Konijn.

'En hoe kom ik daar ?' vroeg oom Joep. 'Want het ijskasteel is streng bewaakt.'

Ed Konijn stopte zijn hand in zijn zak en haalde er een kaartje uit. 'Zie, hier staat zijn telefoon-nummer op.'

Oom Joep nam het kaartje aan. De kinderen bleven die nacht bij oom Joep slapen. De volgende ochtend belde oom Joep op naar de hertog. Hij kreeg een bediende aan de lijn. 'Kom maar langs om acht uur vanavond,' zei de bediende, 'maar zorg er voor dat u niet langs het ijskasteel gaat. U moet regelrecht naar het huis van de hertog komen, aan de achterkant van het ijskasteel. Even werd er uitgelegd hoe te rijden, en toen wist oom Joep genoeg. Weer zouden de kinderen met hem meegaan.

Om precies acht uur kwamen ze aan bij het huis van de hertog. Er kwam al direct een bediende aanrennen. 'Waar heeft u uw koffers ?' vroeg de bediende.

'Wij hebben geen koffers bij ons,' zei oom Joep.

'Dus u komt niet logeren ?' vroeg de bediende.

'Nee, wij komen niet logeren,' zei oom Joep.

'Komt u maar mee,' zei de bediende ineens heel nors. Ze kwamen binnen in een grote hal. Aan de rechterkant was een lange gang. 'Loop deze hele gang uit, en klop dan vier keer op de deur aan het einde van de gang. De hertog verwacht u daar,' zei de bediende.

In de gang hingen veel schilderijen, en er stonden veel kastjes aan de zijkanten. Even bonkte het hart in de keel van oom Joep. Hij hoopte maar dat de hertog hem kon helpen. Bij de grote deur aangekomen klopte hij vier keer aan. Direct werd de deur opengemaakt, en een kleine man deed open. 'Geweldig, jullie zijn er al,' zei de man. 'Gaat u maar zitten.'

De kinderen vertelden hun verhaal, en daarna sprak oom Joep zijn vermoeden uit dat het om een misdaad ging.

'Ach welnee,' zei de hertog. 'Ik heb de papieren van deze man doorgekeken, van jullie vader, en uw broer, en deze mijnheer heeft nogal veel op zijn geweten, dus zijn gevangenneming is volkomen terecht. Ik kan daar verder weinig aan doen, sorry dat ik het moet zeggen.'

'Oh, en wat heeft hij dan gedaan ?' vroeg oom Joep, terwijl ook de kinderen begonnen te protesteren.

'Luister goed,' zei de hertog. 'Ik kan en mag daar verder niets over zeggen. De raad heeft beslist. Het is tegen de wet om daar zomaar vrij over te praten. U zou daar zelf ook gevaar mee kunnen lopen.'

'Ja, ja,' zei oom Joep. 'U kunt me nog meer vertellen. Wij als naaste familie hebben er recht op te weten wat er is gebeurd, en waarom hij opgesloten zit.'

'Rustig aan,' zei de hertog. 'Ik waarschuw u. U vraagt teveel. Ik ben niet gemachtigd hierover te spreken.'

'En wie heeft u de opdracht gegeven daarover te zwijgen ?' vroeg oom Joep die bijna stond te koken.

'Kan en mag ik u niet vertellen,' zei de hertog zuur.

'Het is alsof ik met mijn hoofd tegen een muur aanloop,' zei oom Joep.

'Het spijt me bijzonder,' zei de hertog.

'Is het waar dat u in een kat kan veranderen ?' vroeg Berend.

De hertog werd ineens erg zenuwachtig. 'Allemaal sprookjes,' zei hij. Hij begon op zijn horloge te kijken. 'Ik vind dat u nu moet gaan, u kunt beter gaan. Deze zaak is afgerond.'

'Afgerond ?' vroeg oom Joep woedend. 'We zijn hier geen steek wijzer geworden.'

'U kunt gaan,' zei de hertog, terwijl hij een wimpelend gebaar met zijn handen maakte.

'Ik laat het er hier niet bij zitten,' zei oom Joep, terwijl hij opstond.

'Dat kunt u beter wel doen,' zei de hertog, 'anders kunt u in grote problemen komen.'

'En wat voor problemen dan wel ?' vroeg oom Joep.

Maar de hertog zweeg.

De familie werd weer ingelicht, en ze zouden opnieuw bij elkaar komen. 'Nou,' zei tante Katrien, 'daar schieten we niet erg veel mee op.'

Ook was er een andere oom bijgekomen : oom Bakus. Oom Bakus zei dat de hertog zoveel macht had, omdat het land oorspronkelijk van zijn voorouders was. Zijn voorouders van ver terug bezaten het land, nog voordat er een staat bestond. Oom Bakus zei ook dat de hertog die macht samen met zijn broer had geerfd, hertog Hernandes. Volgens oom Bakus zou hertog Hernandes veel kunnen betekenen. Oom Bakus wist wel waar die hertog woonde, en wilde er wel met oom Joep en de kinderen naartoe. Ook tante Katrien wilde wel mee. Ze was van mening dat wanneer er meerdere familie-leden zouden meegaan, ze meer kans van slagen hadden. Oom Bakus belde op, en ze konden direct komen. Het was niet zo lang rijden. Het huis van hertog Hernandes was vele malen groter dan het huis van hertog Kat-Anders. Hertog Hernandes wachtte hen al op bij de deur. 'Zo, kom binnen,' zei hij met een warme, hartelijke stem. 'Kan ik jullie iets te drinken aanbieden ?' Even later zaten ze in een grote zaal, aan een soort eet-tafel. Ze kregen allerlei toetjes voorgeschoteld, en andere hapjes. 'Zo zo,' zei oom Bakus. 'Hier is veel werk aan besteed.'

'Ja,' zei hertog Hernandes. 'Jullie zijn namelijk mijn speciale gasten. Ziet u, die krijg ik hier bijna nooit. Alles gaat via mijn broer, Paulus Wilhelmus de Vijfde, oftewel hertog Kat-Anders. Ik ben wat minder bekend, denk ik. Ik ben blij dat jullie er zijn. Blijven jullie ook logeren ?'

'Dat is erg aardig van u aangeboden,' zei oom Bakus, 'maar we zijn hier eigenlijk alleen maar om wat belangrijke dingen te bespreken.'

'Nou ja, dat kan toch ook uitstekend alle dagen dat u hier verblijft ?' sprak hertog Hernandes. De kinderen begonnen weer als eerste hun verhaal te vertellen, en ze lieten duidelijk blijken hoe erg ze hun vader misten. Oom Bakus, tante Katrien en oom Joep spraken daarna hun vermoeden uit dat het om een misdaad ging. Ook vertelde oom Joep hoe hertog Kat-Anders reageerde. 'Ach ja, dat is typisch mijn broer,' zei hertog Hernandes. 'Ik snap jullie verhaal volkomen.' Toen bladerde de hertog wat papieren door. 'Ik zie hier duidelijk de reden waarom jullie familie-lid is opgepakt en gevangen gezet. Deze man heeft namelijk een gevaarlijke ziekte die maakt dat hij soms in een kat veranderd. Hebben jullie daar ooit iets van gemerkt ?'

'Niets !' protesteerde tante Katrien. 'Mijn broer zou zoiets nooit doen. Daar is hij helemaal het type niet voor, en dit is allemaal erg belachelijk. Te meer omdat deze verhalen juist over uw broer, hertog Kat-Anders, de ronde gaan.'

'Eh, dat moet een vergissing zijn,' zei hertog Hernandes ineens heel snibbig. 'En ik stel het niet op prijs dat u zo over mijn broer praat.'

'Daar kunnen wij verder niets aan doen dat die verhalen over uw broer de ronde gaan,' zei tante Katrien.

'Maar u hoeft dat niet op te noemen,' zei hertog Hernandes. 'Het is niet netjes. En u doet daar dan mee aan de verspreiding van verschrikkelijke leugens en ophitserij.'

'Zeg kom,' bulderde tante Katrien. 'Zo zijn we niet getrouwd, hè. U beschuldigt mijn broer ervan deze ziekte te hebben.'

'Het zijn de feiten, mevrouw,' sprak de hertog ineens kalm. 'Het is bij hem waargenomen, en daar kunnen u en ik of wie dan ook niets aan doen.'

'Pardon ?' zei tante Katrien. 'Zeg, pardon ? Daar hebben wij nooit iets van meegekregen, en dat hebben wij ook nooit gesignaleerd. Nogmaals is dat bij uw broer geconstateerd, niet bij mijn broer. U moet hier de dingen niet door elkaar halen.'

'Shhhh...' fluisterde de hertog hard. 'Daar moet u dus absoluut niet over spreken. Daar kan u voor worden opgepakt. Ik zal maar oppassen als ik u was. De muren hebben hier oren.'

'Ja, inderdaad,' zei tante Katrien spottend. 'En al zou mijn broer die ziekte hebben. Waarom zou hij daarvoor de gevangenis inmoeten ?'

'Omdat hij gevaarlijk is,' zei de hertog indringend. 'Zeer gevaarlijk. Weer-katten zijn een ernstig probleem wat niet onderschat mag worden. Het kan op een vervelend moment totaal verkeerd gaan, ziet u.'

'Nee, dat zie ik niet,' zei tante Katrien. 'Het is een schande dat u zo over mijn broer praat. U toont ons niet eens een degelijk bewijs.'

'Verdraaid,' zei de hertog. 'Al het bewijs is in deze documenten. Daaraan te twijfelen, en bovenal het officiele bewijs tegen te spreken, kan u in de problemen brengen. Ik kan u laten arresteren voor het tegenspreken van het gezag.'

'Belachelijk,' zei tante Katrien.

'In ieder geval,' zei de hertog. 'Uw familie-lid is in zo'n ernstige toestand dat ijs-verblijf noodzakelijk is, ver weg van zijn sociale omgeving. Het is voor uw bescherming. En praat ook verder niet over zijn ziekte, want de ziekte wordt namelijk in anderen opgewekt door er over te praten. Het is hyper-besmettelijk en heeft een psychische oorsprong. Weet waar u aan begint. Elk geval van weer-katterigheid moet zo snel mogelijk uit de samenleving verwijderd worden, en het hele geval moet in de doofpot gestopt worden, zodat het zich niet kan verspreiden. Kan ik rekenen op uw medewerking ?'

'Ik denk niet dat we hier ook maar een stap verder komen,' zei tante Katrien.

'En blijft u nog logeren ?' vroeg de hertog ineens enthousiast.

'Geen denken aan,' zei tante Katrien.

'We blijven wèl logeren,' zei oom Bakus. 'Katrien, jij mag naar huis, maar wij moeten dit gewoon doen. We hebben geen andere oplossing.'

'Zeer goed,' glimlachte de hertog.

'Nee, dan blijf ik ook wel,' zei tante Katrien.

Ze kregen allemaal hun eigen kamer. Midden in de nacht sloop oom Bakus naar tante Katrien. Ook maakte hij oom Joep wakker. Hij wilde op onderzoek uit in het huis van hertog Hernandes. In de eetzaal had de hertog de documenten laten liggen. Oom Bakus begon direct te bladeren en te lezen. Inderdaad stond er dat hun broer een ernstige ziekte had. Deze ziekte was vastgesteld door professor Eindricht. Ook gingen ze nog even op andere plaatsen zoeken, maar ze vonden niets wat ze konden gebruiken. De volgende ochtend werden ze vroeg wakker gemaakt door bedienden. De bedienden zeiden dat ze zo snel mogelijk moesten vertrekken. Er was verder geen uitleg bij, maar niemand had nog zin om ook maar iets langer te blijven.

'Wat een vreemd heerschap was dat,' zei tante Katrien in de auto. 'Ja, nog wel erger dan zijn broer,' zei oom Joep.

'En dat terwijl het allemaal zo goed begon,' zei oom Bakus.

'Ach, schijn bedriegt,' zei tante Katrien. 'En wie is nu die professor Eindricht ? Want hij moet hier allemaal veel meer over weten.'

Toen ze even later de kinderen bij tante Jokebed afzetten, en het haar vertelden, zei ze dat professor Eindricht in het ijskasteel werkte. Hij zou ook veel te maken hebben gehad met het oppakken van haar man. Daar werd ook altijd heel geheimzinnig over gedaan. Tante Jokebed wilde daar nooit over praten. En toen ze het haar weer vroegen wat er nu precies met haar man aan de hand was, zei ze dat ze daar niet over mocht praten. 'Begin jij nu ook al,' zei tante Katrien.

'Vreemd,' zei oom Bakus. 'In ieder geval wil ik graag met die professor Eindricht praten.'

'Doe het niet !' zei tante Jokebed luid. 'Je gaat daar erge spijt van krijgen.'

'Ach Jokebed,' zei tante Katrien, 'waarom zo hysterisch ? Hebben wij een andere keuze ?'

'Ik weet wat hij met mijn man heeft gedaan, en wat hij met ons allemaal kan doen,' zei Jokebed in paniek. 'Het is een gevaarlijke man. Hij kan onze hele familie in de vernieling brengen als we niet oppassen. Laten we een andere oplossing proberen te vinden.'

'Nee, Jokebed,' zei oom Bakus. 'Het is mooi geweest zo. Ik ben het zat. Ik wil precies weten hoe de vork in de steel zit.'

'Als je naar hem toe gaat, laat hij je niet meer gaan !' zei tante Jokebed luid. 'Je bent gewaarschuwd !'

Inmiddels was tante Audam ook gekomen. Zij kreeg ook het hele verhaal te horen. 'Kom nou,' zei oom Bakus. 'Ik laat me niet bangmaken.'

'Maar luister,' zei tante Audam. 'Jokebed heeft ervaring met hen. Haar man zat in hetzelfde schuitje. We kunnen beter naar haar advies luisteren, dan dat we op eigen houtje dingen gaan doen tegen deze gevaarlijke misdaads-organisatie. We mogen het niet onderschatten.'

'Ja, maar we moeten wat doen. Het duurt allemaal al veel te lang. Bodelang heeft ons nodig. Ik zal voor mijn broer blijven vechten, ook al moet ik mijn eigen leven en vrijheid daarvoor opofferen,' zei oom Bakus vastbesloten.

'Oh, jij bent gewoon dom,' zei tante Audam. 'Denk je dat Bodelang wil dat jij je leven in gevaar brengt ? Wij hebben je nodig. We kunnen niet ook nog eens jou missen. Berend en Albert hebben je ook nodig.'

'Maar meer dan dat : Ze hebben hun vader nodig,' zei oom Bakus.

'Bakus is mijn held,' zei tante Katrien. 'En ik ben bereid om met hem mee te gaan.'

'Geen sprake van, Katrien,' zei oom Joep. 'Jij blijft hier. Veel te gevaarlijk. En ik kan jou niet missen als er wat verkeerd gaat.'

'Schat,' zei tante Katrien. 'Dan ga jij toch ook gewoon met ons mee ? Samen staan we sterk.'

'Als jij gaat, dan ga ik ook,' zei oom Joep.

'Goed, dan gaan we met z'n drieen,' zei oom Bakus. 'We zullen die professor eens een lesje leren. Wie denkt hij wel niet dat hij is ? Dan kent hij ons nog niet.'

'Zeg, klets jij niet zo uit je nek,' zei tante Audam. 'En luisteren jullie nu eens even naar mij, want ik heb een niet al te fijne mededeling voor jullie. Jullie weten dat ik de oudste ben, hè ? En jullie weten dat ik Bodelang het langste ken, omdat hij na mij kwam, hè ? Tot mijn spijt moet ik jullie mededelen dat hij wel degelijk weer-katterigheid had, al vanaf zijn geboorte. Het gebeurde niet al te vaak, maar hij veranderde soms in een kat, en dan was het goed mis. Iedereen moest zich bergen.'

'Onze ouders hebben daar nooit een woord over gezegd,' zei tante Katrien. 'Dit is allemaal zottigheid.'

'Nee, dat is het niet, Katrien,' snauwde tante Audam. 'Onze ouders mochten daar nooit wat over zeggen. Dat was verboden. Je kon daarvoor opgepakt worden. Het was verboden over weerkatterigheid te praten, en daar moet je vandaag de dag nog steeds mee oppassen. Ik heb misschien nu al teveel gezegd, maar ik vond toch dat jullie dit moesten weten.'

'Laten we alsjeblieft stoppen hierover te praten,' zei tante Jokebed bijna smekend. 'We zullen pertinent in de problemen gaan komen als we niet stoppen. Alsjeblieft.'

'Al die onzin moet nu maar eens afgelopen zijn,' zei oom Bakus. 'Katrien, ik en Joep gaan met professor Eindricht praten.'

'Dom !' zei tante Audam luid. 'Heel dom, maar je moet het zelf weten.'

'Ja, heel dom van je,' zei tante Jokebed zachtjes. Oom Bakus had de telefoon gegrepen. Ze konden volgende week langskomen.

Het leek wel alsof de dagen eeuwig duurden. Oom Bakus stond te popelen om met de professor te praten. Eindelijk was het dan zo ver, en ze werden direct door de bewakers binnengelaten. Ze konden de auto vlak voor het ijskasteel parkeren. Door een grote deur konden ze naar binnen. Er waren hier allemaal wachthokjes waar bewakers zaten. Ook waren er veel militairen en agenten. Iemand met rechtopstaand blond haar kwam op hen af, in een hele lange zwarte jas. 'Eindricht,' zei hij snel, toen hij hen de hand aanreikte. 'Komt u met mij mee,' zei hij weer snel, terwijl hij een trap oprende. Het was een hele lange brede trap, die heel hoog voerde. In de verte was een hoge deur, waar hij doorheen rende. De deur was ook heel breed. 'Gaat u zitten !' schreeuwde hij. Oom Bakus, tante Katrien en oom Joep renden hem achterna. Wat ging die man snel, en wat praatte hij snel. Hij ging achter een groot zwart bureau zitten, en begon te lachen. 'Ja, haha, ik weet al waarvoor jullie komen. Familie-lid, hè ? Nou, hij is in goede handen hoor, dat kleine katje.'

Oom Bakus sloeg met zijn vuist op tafel. 'Ophouden met die onzin nu. Hoe lang moet hij hier blijven ?'

'Voor de rest van zijn leven,' zei professor Eindricht met een blij gezicht.

'Bent u gek geworden !' riep oom Bakus. 'En waarom lacht u daarom ?'

'Omdat wij goed voor hem zorgen,' zei de professor stralend.

'U bent gek,' zei tante Katrien.

'Shhh.... tut tut tut,' zei de professor. 'Zeg dat maar niet te hard, haha.'

'En waarom niet ?' vroeg Katrien nijdig.

'Daar kunnen de katten niet tegen,' zei de professor. 'Daar worden ze wild van, en gevaarlijk.'

'Nee, u bent gevaarlijk,' zei oom Bakus. 'U laat mijn broer nu vrij, of u zult wat gaan beleven.'

'Oh, geen denken aan,' lachte de professor. 'We kunnen hem veel te goed gebruiken ?'

'Voor wat ?' riep oom Bakus.

'Gaat u niks aan,' zei de professor. 'Allemaal geheim. Beroeps-geheim, staats-geheim, hoe u het ook wilt noemen.'

'U werkt niet samen met de staat,' zei oom Joep. 'U bent een misdaads-organisatie.'

'Misdaads-organisatie ?' lachte de professor. 'Wij doen proeven. Onze gevangenen bewijzen de voortgang van de wetenschap daarmee een grote eer.

'Proeven ?' vroeg tante Katrien. 'Maar dat is vreselijk.'

'Het is vreselijk, precies,' zei de professor. 'Maar als de wetenschap zich niet ontwikkeld is het nog veel erger. We moeten offers brengen.'

'Zeg, blijf met je handen van andere mensen af dan,' zei oom Bakus.

'Nee,' zei de professor, 'nee, nee. Ik denk dat u het verkeerd begrijpt. Wij zijn bezig om een medicijn te ontwikkelen tegen weerkatterigheid. Het is allemaal voor bestwil van uw broer.'

'Geef onze broer terug,' zei oom Bakus. 'Wij hebben nooit weerkatterigheid in hem gemerkt.'

'Waar heb je je ogen ?' vroeg de professor. 'Het wordt alleen maar erger met hem. Hij is bijna dag en nacht een kat.'

'Ja, ik zou ook een kat worden als ik hier zou zitten,' zei oom Bakus. 'Ik waarschuw u. Ik tel tot drie. Laat hem los.'

'Geen denken aan,' zei de professor. 'U heeft een gevaarlijke wens. U wilt weerkatterigheid terug in de samenleving. Ik kan u daarvoor opsluiten.'

'Mijn broer bedoelt het niet zo,' zei oom Joep. 'Hij is alleen een beetje overstuur.'

'Overstuur ?' vroeg de professor. 'Volgens mij begint hij zelf al vormen van weerkatterigheid te vertonen.'

'Daar kunt u dan beter niet over praten, want dan kunt u het ook krijgen,' zei tante Katrien.

'Ik ben immuun,' zei de professor.

'Hoe dan ?' snauwde tante Katrien.

'Een pilletje ?' zei de professor.

'Ik dacht dat er nog geen medicijn was,' zei tante Katrien.

'Geen medicijn om het te genezen,' zei de professor, 'maar wel eentje om het te voorkomen.'

'Waarom verspreid u dat medicijn dan niet ?' vroeg tante Katrien.

'Zit al in het drink water,' zei de professor, 'in de tandpasta, in het voedsel, in de shampoo, everywhere.'

'Hoe kan Bakus het dan nu ontwikkelen ?' vroeg tante Katrien.

'Nou, heel simpel,' zei de professor. 'Het zat waarschijnlijk al in zijn genetisch materiaal.'

'Ja, zo ken ik er nog wel eentje,' zei tante Katrien.

'Jullie zijn maar een gevaarlijke familie,' zei de professor. 'Ik zit eraan te denken jullie niet meer te laten gaan.

'Oh nee !' riep oom Bakus, 'oh nee !' Oom Bakus greep zijn buik, en begon in een zwarte panter te veranderen. Hij sprong op professor Eindricht af en beet hem in zijn nek. Toen veranderde hij weer in een mens, en riep dicht bij het oor van professor Eindricht : 'Jouw spelletjes zijn afgelopen. Geef ons nu onze broer terug, en allen die u onrechtmatig hier vasthoudt !' Professor Eindricht drukte al bloedend een paar alarm-knopjes in, en spoedig kwam er een heel legertje bewakers op hen af. Alweer veranderde oom Bakus in een panter, en ditmaal een veel grotere. Toen hij brulde grepen de wachters naar hun oren, en vielen op de grond. De panter rende in een reuze vaart naar beneden, en brak wat gevangenis deuren open. Weer veranderde hij in een mens, greep zijn broer, en rende met hem uit het kasteel, terwijl hij de anderen riep. 'Kom op, we moeten maken dat we hier wegkomen !' Al snel zaten ze in de auto.

Berend en Albert waren blij hun vader weer te zien.

Inmiddels was de man van tante Audam van een lange reis thuisgekomen. Ook hij kreeg het verhaal te horen, en deed mee aan de familie-samenkomsten. Deze oom Arend zei dat de weerkatterigheid waarschijnlijk een uit de hand gelopen vaccin was tegen de ziekte van weerman. De ziekte van weerman was een ziekte waarbij jongens soms veranderden in mannen, vooral 's nachts. Dan renden ze veelal de bossen in om te gaan jagen, en om op zoek te gaan naar elkaar. Dan vormden ze stammen, en maakten het bos onveilig, ook al waren ze gewoonlijks met het morgenlicht gewoon weer jongens. Veel families verloren hun zonen aan deze ziekte. Daarom werd het vaccin ontwikkeld, maar het had het bijverschijnsel van weerkatterigheid.

'Vreemd,' zei oom Bakus. 'Dan heeft onze familie waarschijnlijk heel vroeger aan die ziekte van weerman geleden, en hebben ze bij ons het vaccin toegedient.'

'Dat kan wel kloppen,' zei oom Arend. 'Bij mij in de familie speelde hetzelfde.'

'Wat moeten we nu doen dan ?' vroeg tante Katrien.

'In het buitenland zijn ze druk bezig met het zoeken naar een vaccin tegen weerkatterigheid,' zei oom Arend.

'Ach wat,' zei oom Bakus. 'Als ik die weerkatterigheid niet had, dan had ik Bodelang nooit uit het ijskasteel kunnen krijgen.'

'Ach, klets geen onzin, Bakus,' zei tante Audam. 'Als onze familie geen weerkatterigheid zou hebben, dan zou Bodelang nooit in het ijskasteel zijn opgesloten in de eerste plaats. Het heeft ons alleen maar in de problemen gebracht.'

'Dat is wel waar,' zei oom Arend, 'maar vergeet niet dat de familie waarschijnlijk was belast met een veel groter probleem in het verleden, waarin vele jongens de ziekte van weerman hadden, en de familie verlieten om in het bos te gaan wonen. 's Nachts groeiden hun baarden, werden ze langer, en gingen op jacht als bezeten wilde mannen, en ook vielen ze iedere onschuldige bezoeker van het bos lastig, met alle gevolgen daarvan.'

'En in het daglicht waren het gewoon weer jongens ?' vroeg oom Bakus. 'Ik zou maar wat graag mijn eeuwige jeugd hebben willen behouden, maar ik heb het waarschijnlijk verloren door dat stomme vaccin. Wat een idioterie, zeg. Het was waarschijnlijk gewoon een stukje natuur.'

'En ik ben mijn man verloren,' zei tante Jokebed.

'Die stammen waren vroeger de oorzaak van het grootste aantal vermissingen per jaar,' zei oom Arend.

'We moeten ons kunnen verdedigen tegen al die geleerden met hun proeven. Ik wil niet hun nieuwe proef-konijn zijn,' zei oom Bakus.

'Is er geen snellere manier om van die weerkatterigheid af te komen ?' vroeg tante Katrien. 'Door een soort recept van grootmoeder's geheim ofzo ?'

'Bestaan die stammen nog steeds ?' vroeg oom Bakus.

'Diep in de bossen waar geen kip komt,' zei oom Arend, 'en onder de grond.'

'Dus daar moet nog ergens familie van ons rondlopen ?' vroeg oom Bakus.

'Waarschijnlijk wel. Het vaccin werd alleen toegedient aan de verdere familie-leden die er nog waren, maar natuurlijk niet aan de stammen zelf. Die waren te wild, en onbereikbaar,' zei oom Arend.

'Ik wil er naartoe !' riep oom Bakus. 'Ik wil niet nog ouder worden, en ik wil mijn jeugd terug. Mijn weerkatterigheid zal een goed verdedigings-middel zijn, mochten ze willen aanvallen.'

'Hoe is de ziekte van weerman dan eigenlijk ontstaan ?' vroeg tante Katrien.

'Dat is nogal een lang verhaal,' zei oom Arend. 'De verre voorouders van de hertogen hadden een vreemde ziekte waarbij ze soms in hyenas veranderden. Lioporitus heette die ziekte. Ze hadden van alles geprobeerd om die ziekte uit te roeien, maar niets hielp. Ze waren bang dat het ook op andere families zou overspringen. Als voorzorg werden de families in hun naaste omgeving geinjecteerd met een vaccin. En dat vaccin had als bijwerking de ziekte van weerman.'

'Vreemd,' zei tante Katrien, 'maar wel interessant. Zijn er nog steeds mensen die deze ziekte hebben ?'

'Allen die deze ziekte hadden zijn inmiddels overleden, alleen een tweede broer van hertog Kat-Anders blijkt deze ziekte nog te hebben,' zei oom Arend. 'Het bestaan van deze broer is angstvallig geheimgehouden. Hij was met deze ziekte geboren, en heeft altijd geisoleerd diep in het bos gewoond. Hij is genaamd hertog von Brunsga.'

Het omweerde buiten. Er was een harde knal met een bliksemflits die midden in de kamer kwam. Iedereen was onder fel licht.

'Zijn broers zijn hartstikke bang van hem. In het geheim wordt het hele land door hem geregeerd, of zeg maar liever geterroriseerd,' zei oom Arend.

'Zeg Arend,' zei tante Jokebed, 'kun je nu alsjeblieft je mond dichthouden, want je brengt ons allemaal nog in de problemen.'

'Ik heb lang genoeg gezwegen,' zei oom Arend. 'En kom er maar voor uit dat je een spion van hertog von Brunsga bent, Jokebed.' Tante Jokebed trok haar pistool. 'Het is afgelopen, Arend. Draai je om, en leg je handen tegen de muur.' Binnen een paar minuten kwamen er agenten in het zwart binnen, die oom Arend in de boeien sloegen. 'Bedrieger die je er bent !' riep tante Katrien naar tante Jokebed. Nu richtte tante Jokebed ook het pistool op tante Katrien en oom Bakus. 'Doe geen domme dingen, Jokebed,' zei oom Bakus kalm. Er kwamen meerdere agenten binnen, en ook oom Bakus werd in de boeien geslagen. Ook tante Audam had een pistool getrokken. 'Jij ook al !' riep tante Katrien. 'Ook zo'n vuile bedrieger !'

'Ik wist het !' riep oom Arend, 'maar ik kon niet langer zwijgen. De familie is in groot gevaar. De hertog heeft zijn spionnen overal.' Ook Bodelang werd weer in de boeien geslagen, onder veel geprotesteer van Berend en Albert. 'Jullie blijven bij mij, Berend en Albert,' zei tante Jokebed.

'Nee !' riep Albert. 'Wij willen niets meer met u te maken hebben. U heeft ons bedrogen, en onze vader verraden.'

'Ze gaan met mij mee !' riep tante Katrien. Maar toen werd ook tante Katrien in de boeien geslagen. Oom Joep rende naar de achterdeur toe, rukte die open, en riep : 'Berend en Albert, we moeten hier ogenblikkelijk weg !' Berend en Albert renden achter hem aan. Snel renden ze naar zijn geparkeerde auto toe, en stapten in. Maar al gauw werden ze achtervolgd door agenten. Oom Joep deed de auto-lichten uit en reed het bos in. Het was nog net licht genoeg dat hij kon zien waar hij reed. Na een tijdje waren ze van de agenten af. Oom Joep wist dat hij niet naar zijn huis kon rijden. Hij reed naar een vriendin. Ze ontving hen direct hartelijk. Oom Joep vertelde wat er allemaal was gebeurd. De vrouw vertelde dat ze een verboden, illegaal boek had over hertog von Brunsga. Het was geschreven door een ex-agent die voor hem werkte : Klaas van Galen.

Ineens waren er agenten binnen. Oom Joep werd geboeid, en de vrouw. Albert probeerde weg te komen, maar werd gegrepen. Berend stond wat verder weg, en kon net door de achterdeur naar buiten ontsnappen. Hij rende de achtertuin in, en sprong in het riviertje. Snel zwom hij naar de overkant, en rende het bos in zo hard als hij kon. Hij rende zonder om te kijken, en na heel lang rennen kwam hij aan bij een verlicht gebouw. Hij rende naar binnen. Hij was helemaal nat. Daar stond een man. 'Wie bent u ?' zei de man.

'Ik heet Berend,' zei Berend. 'Wie bent u ?'

'Ik ben hertog von Brunsga,' zei de man. 'Ik zal u wel even warme kleren geven.' Na een tijdje zaten ze samen in een warme kamer op sjieke stoelen aan een tafel. Berend had inmiddels andere kleren aan. Hij was nog steeds flink aan het hijgen. 'Zo, jij hebt zeker hard gerend, en lang. Waar was je voor op de vlucht ?' vroeg de hertog.

'Kan ik u niet vertellen, mijnheer,' zei Berend.

'Dat kunt u beter wel doen,' zei de hertog deftig.

'Ziet u, het gaat om mijn familie,' zei Berend. Toen vertelde Berend het hele verhaal. 'Maar ik heb absoluut geen hyena ziekte,' zei de hertog. 'Dat is echt een sprookje. Ik snap niet waar mensen zulke verhalen vandaan halen.'

'Ik weet het ook niet, mijnheer,' zei Berend. 'Maar regeert u het land in het geheim ?'

De hertog begon te lachen. 'Ach welnee, joh. Dat zijn ook allemaal verzinsels. Zodra mensen niet veel weten over iets, beginnen ze te fantaseren.'

Berend wist niet meer wat hij moest geloven.

'Ik vind het heel vervelend voor je dat dit allemaal met je familie is gebeurd,' zei de hertog. 'Mijn andere broers regeren het land ook niet. Dat doet de staat, maar dit kan heel goed allemaal een misdaad zijn.'

'Maar twee tantes waren ontmaskerd als spionnen voor u. Hoe kan dat dan ?' vroeg Berend. 'Ik snap er niets meer van.'

'Misschien dat iemand zich voordoet als mij, of ze gebruiken mijn naam zonder mijn toestemming,' zei de hertog. 'Het land is inderdaad niet pluis, en daarom houd ik me er allemaal ver vandaan. Zoveel bedrog gaande. Je mag hier wel zo lang wonen, totdat dit allemaal opgelost is.'

'Ik durf niet meer terug,' zei Berend, 'dus heel graag.'

'Dat kan ik me voorstellen,' zei de hertog. 'Wat een spookhuis daar, zeg.'

Berend kreeg een eigen kamer, een hele grote. Er hingen veel jacht-trofeeen en vreemde schilderijen aan de muur. Midden in de nacht werd hij wakker van een vreemd geluid. Plotseling stond er een hyena in zijn kamer. Hij wreef in zijn ogen. 'Wat is dat nou ?' zei hij slaperig. Hij kneep in zijn arm om te controleren of hij wel echt wakker was. De hyena kwam steeds dichterbij. Toen ineens begon de hyena hem te likken. 'Jij bent wel heel lief,' zei Berend.

De volgende dag vertelde Berend aan de hertog over de hyena. 'Wat vreemd,' zei de hertog. 'Dat heb ik hier nog nooit gezien.'

De volgende nacht werd Berend weer wakker diep in de nacht. Twee agenten stonden naast zijn bed. Berend schrok, en riep meteen hard om hulp. Direct stormde de hertog zijn kamer binnen. 'Zeg heren, wat moet dat daar !' riep hij. 'Laat onmiddelijk die jongen los.'

'Dat is hertog von Brunsga,' zei Berend.

'Ja, ja,' zei één van de agenten. 'Dat zeggen ze allemaal, dat ze hertog von Brunsga zijn. Meekomen, jongetje.'

Maar toen begon de hertog in een hyena te veranderen en sprong de agenten naar de keel. De agenten wisten niet hoe snel ze weg moesten komen. Toen veranderde de hertog weer in een mens. De hertog was erg verbaast. 'Zeg, dat is mij nou nog nooit eerder overkomen.'

'Misschien heeft u wel een speciale gave,' zei Berend.

'Misschien wel,' zei de hertog. 'Het kwam in ieder geval goed van pas.'

'Ik voel me wel veilig bij u,' zei Berend. 'U kan mij in ieder geval beschermen.'

'Ik kan soms erg boos worden,' zei de hertog, 'maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.'

'Ik vond het wel tof,' zei Berend. 'U had die agenten goed te pakken.'

'Oh, ze kunnen zo vervelend zijn,' zei de hertog, 'maar ze hebben nu een koekje van eigen deeg.'

'U bent een aardige man, hertog von Brunsga,' zei Berend. 'Veel aardiger en zorgzamer dan uw broers, en minder saai.'

Maar na een tijdje hoorden ze geluiden van auto's en busjes buiten. Ze keken uit het raam, en zagen een heel leger van agenten staan. 'Lever de jongen uit !' werd er geroepen. De hertog opende een raampje en riep : 'Geen sprake van. Daar komt helemaal niks van in. Wie denken jullie wel niet wie jullie zijn ?'

'Het gezag !' riep een agent. 'We hebben ordes van hertog von Brunsga !'

'Maar dat ben ik zelf, oelewapper !' riep de hertog.

Er werden ramen ingeslagen, en de deur werd ingetrapt. Even later rende een heel leger van agenten naar boven naar de kamer van Berend, waar ze nog steeds waren. De agenten renden op de jongen af, en wilden hem grijpen, maar in één klap veranderde de hertog in een grote massa van grote hyenas. Wel honderden hyenas sprongen op de agenten af, en renden naar beneden om ook de agenten die nog buiten stonden aan te vallen.

'Stop, stop !' riep een agent. 'Dit moet wel hertog von Brunsga zelf zijn. Dat kan niet anders ! Het is een weersplitser. Dat kan alleen hertog van Brunsga. Ren voor je leven, en maak rechtsomkeerds !'

Maar het was al te laat. Vele agenten lagen bloedend op de grond. De hyenas hadden geen medelijden. 'Stop alstublieft,' huilde een agent. 'We zullen alles voor u doen, wat u maar wilt. We weten nu dat we een grote vergissing hebben begaan.' Ineens kwamen alle hyenas weer bij elkaar als in een storm, en er was een enorme donderslag die ook het hele gebouw verlichte, zo sterk dat het leek alsof het gebouw in de vlammen stond. Ineens stond de hertog voor hen, en waren de hyenas verdwenen. De hertog stond daar in de rook. 'Zo heren, ik zal jullie direct vertellen wat jullie moeten doen,' zei de hertog. 'U gaat direct de familie van deze jongen vrijzetten uit het ijskasteel, en u gaat hen hier naartoe brengen. U zult hen met respect behandelen en geen haar op hun hoofd krenken. De jongen is genaamd Berend, en zijn familie-leden heten : Albert, zijn broer, en Bodelang, zijn vader. En dan zijn oom Bakus, zijn tante Katrien, zijn oom Arend, zijn oom Joep, en de vriendin van oom Joep. Verder wil ik dat u Jokebed en Audam, twee tantes van Berend, ontslaat, en laat opsluiten in het ijskasteel.'

'Komt voor elkaar, hertog von Brunsga,' zei de agent. Hij had het snel allemaal even opgeschreven, en vertrok toen met de andere agenten. Een paar uur later kwamen degenen die waren vrijgezet aan. Een agent had ze met een busje gebracht. De agent vertrok direct weer. Berend was erg blij zijn familie weer te zien, en omhelsde ze. De hertog legde hen later uit hoe de vork in de steel zat.








Hoofdstuk 17. De Oahspe – Brug Tussen De Bijbel En De Tweede Bijbel








Je moet je voorstellen dat het menselijk lichaam bestaat uit allerlei vonkjes, electrische signaaltjes, die allemaal op een bepaalde manier gerangschikt zijn, en verschillende combinaties vormen verschillende soorten mensen. Mensen zijn bolwerken van een heleboel vonkjes bij elkaar, als een stapel roosters die door elkaar en met elkaar bewegen voor een bepaald doel. Het geheel is een bepaalde code in de bijbel. Alle mensen zijn bijbel-codes die heen en weer wandelen.


De tweede bijbel bestaat uit een heleboel kleine piramidetjes die om die vonkjes heen kunnen komen om ze te neutraliseren. Het is aan de mens zelf hoe hoog hij op die piramidetjes wil komen voor het beste resultaat.


Je kunt dit in je meditatie gebruiken. Je kunt jezelf voorstellen als een lichaam bestaande uit vonkjes, electrische signaaltjes. Ga naar het vonkje die jou het meest opvalt. En probeer dit vonkje te localiseren. Zit dit vonkje in je hoofd, in je hart, in je handen, in je mond, in je benen, of ergens anders. Visualiseer nu een piramidetje rondom dit vonkje, en zie wat er gebeurt. Isoleer dit vonkje geheel in het piramidetje. Ga nu naar een tweede vonkje en doe hetzelfde, dan naar een derde, enzovoorts, todat je het gevoel hebt dat alle vonkjes een piramidetje rondom hebben, zodat je een heleboel driehoekjes met bliksemschichtjes daarin hebt. Hierin kan het grote werk beginnen.


Het is een werk van transformatie en neutralisatie, waardoor de ziel in een nieuwe en hogere dimensie komt. Zo kunnen dan de bijbel en de tweede bijbel samenwerken voor dit doel. Beiden zijn nodig in het plan. Je mag zo meer en meer afstand doen van de bijbel om op te gaan in de piramidetjes, en de piramidetjes zullen bepalen hoe diep de bijbel nog invloed op je heeft en op wat voor een manier. Ze zullen aan de bijbel in jou gaan draaien en sleutelen. Jij mag alles loslaten. Laat het over aan de experts, aan de electriciens van de tweede bijbel. Dit is het grote spel.


We zijn allemaal moegedraaid door de arenas die de bijbel voor ons heeft opgezet om ons klein te houden en machteloos, als voer voor hoge demonen, en voor hun entertainment. Een goede overgang van de bijbel naar de tweede bijbel is de Oahspe, een soort tussen-bijbel geschreven rond 1880, ter voorbereiding op het Eeuwig Evangelie. De Oahspe claimde van zichzelf dat het geen perfect boek was, dat er hier en daar fouten in konden zitten. Dit zijn de zogenaamde 'Oahspe lekken'. De balans was net iets teveel doorgeschoten naar de lichtzijde, daarom moest er daarna nog een duistere openbaring verschijnen. Van belang is dus in deze tunnels door te reizen tot de Tweede Bijbel. En daar beginnen aan de reis op de piramide, van het Eeuwig Evangelie tot de Moeder Bijbel, hoger op de berg.


De Oahspe is zeer goed voor de algemene ontwikkeling van de ziel die naar verlichting zoekt, of de gnostische verduistering, het neutraliseren en transformeren van het verblindend licht tot nachtzicht. De wezens die dit niet wilden, en alleen maar bezig waren met het materiele werden in de Oahspe de Druks genoemd. De Druks stammen af van Kain (Druk), en zij verachten het individuele (het hermitatische) en prijzen het massale, het meelopen met de groep. De Druks hebben altijd idolen en redders, saviours, en zijn gemaakt voor de oorlog in dit frame-werk. Zij zijn dus gladiatoren voor hun idool, en voor het groeps-denken. Zij hebben een schild om hen heen wat ervoor zorgt dat zij minder vatbaar zijn voor schaamte en minder vatbaar voor spiritualiteit en esoterie. Zij zijn dus leden van de exoterie, het orthodoxe, de buitenkant. Al het materiele vleselijke is het kwaad, en is 'druks', het volgen van de meerderheid in het kwaad. Dit zijn stervelingen, de Kainieten.


Drujans zijn geesten die hier op inspelen. Zij hebben de Druks onder hun beheer. De Drujans zijn misleiders die bezig zijn hun eigen koninkrijkjes te bouwen, gebaseerd op aards genot, niet op de hogere kennis. De Oahspe zegt bijvoorbeeld dat christenen een Drujan aanbidden, een lagere god. Jezus is ook een Drujan god.


Opmerkelijk is dat ook de Oahspe het belang van de reis naar Orion beschrijft. Verder organiseert de Oahspe oorlogen om valse hellen die door de Drujan goden werden opgezet te plunderen, om gevangenen vrij te zetten die daar onschuldig vastzaten. Iets wat ook weer terugkomt in de Tweede Bijbel.


De Tweede Bijbel gaat dan verder om te laten zien hoe met Jezus om te gaan, de analysatie hiervan, en te leiden tot de Jezusin, de vrouwelijke vorm van Jezus in een heel ander frame-werk, want blijkbaar zijn er belangrijke patronen opgeborgen in het Jezus-mysterie die we er dan geheel moeten uitziften, om zo niet het kind met het badwater weg te gooien. Dat mag dan het zwakke punt van de Oahspe zijn, dat het kruis net niet die hoogtes bereikt die het zou moeten bereiken. De Oahspe is zich hiervan bewust, en riep om hulp. Je kunt het niet vergelijken met allerlei zoetsappige New Age verhalen, die alles maar schoon proberen te praten. De Oahspe gaat diep, en is een rijkdom van esoterische schatten die we nodig hebben om de dag door te komen, als een goede brug tot het Eeuwig Evangelie en de Moeder Bijbel, oftewel de heilige piramide en berg van de Tweede Bijbel.






Hoofdstuk 18. Het Jezus-Complot



Het werk van Jezus ging gepaard met een enorme mannelijke ijdelheid. Een man moest lijden en sterven om de mensheid te redden. Een stukje mannelijke superioriteit en grootheidswaanzin. Dit valt allemaal terug te voeren op hoe Babylon was gestructureerd, want Babylon had ook al zulke programmaatjes. Wereldrijk na wereldrijk nam deze strategie over, als een stappenplan om de Moeder God te degraderen, de aandacht van haar af te nemen. De Godin stond namelijk de algehele overname door de menselijke regering in de weg. Men kon dit niet in één keer doen, daarom ging het in stappen.


De mannelijke ijdelheid in de vorm van het Jezus verhaal, brak haar uiteindelijk in stukken. De aandacht werd gericht op het lijden van de man, en het lijden van de vrouw werd weggestopt. Zo kon de man geheel de wereld besturen. Waarom liet Jezus niet de aandacht richten op het lijden van zijn moeder ? Nee, alles draaide om hem. Hij was de weg, de waarheid en het leven, en niemand kwam tot de vader dan door hem. Over een moeder en een dochter werd niet gesproken. Dat is wel anders in de Moeder Bijbel. De Jezusin is een mysterie wat eeuwenlang onder water is gehouden, uit angst dat de man zijn almacht zou verliezen. In deze dagen wordt dit mysterie weer opgevist.


De Moeder Bijbel gaat over het komen tot de moeder door de dochter. De Moeder is de Hel, de kastijding. In de kastijding is eeuwig leven. De Vader God maakte een erg makkelijk evangelie. Zijn zoon had alles al opgelost door zijn lijden, en er was makkelijke vergeving voor zonden. De Moeder Bijbel laat zien dat er iets gigantisch mis is, en dat er eigenlijk al geen hoop meer voor de wereld is, maar toch is er dan nog een zekere genade te vinden voor sommigen in de dochter. Schokkend is het dan ook als Zij bekend maakt dat Zij de Vader God schiep als een trickster, om een val te zetten voor zondaren en dwazen. Zij schiep dus de Bijbel als een sluier zodat de bozen hierin vast zouden komen te zitten om niet tot haar te naderen.


Ook vinden we een diepe apocalypse terug in de Moeder Bijbel die de wederkomst van de Jezusin beschrijft. Uiteindelijk beschrijft zij dan dat Jezus haar Wachter is die ervoor moest zorgen dat de boze aarde misleid zou worden. Misleiding behoort dus tot Haar oorlogs-strategie. Dit was om Haarzelf veilig te stellen. Grote ontknopingen worden getoond in de Moeder Bijbel, waardoor je beter gaat begrijpen wat er op aarde aan de gang is. De mythologieen zijn erg onthullend, en laten de puzzelstukjes op hun plaats vallen, zodat de Moeder Bijbel ondanks alle doem-scenario's tot één van de prachtigste geschriften gerekend kan worden die ooit op aarde zijn verschenen.





Hoofdstuk 19. De Gor Bijbel




God heeft vele zegels en sluiers gemaakt om God's koninkrijk in te delen en te beveiligen. De duivel heeft ook vele zegels gemaakt, als sloten, zodat mensen niet tot God zouden komen. Wij moeten met al deze zegels aan de gang, indelingen maken, verdiepingen, en zo een overzicht gaan krijgen.


Wij zijn niet afhankelijk van één of andere figuur in de lucht die over ons wel en wee beschikt. Wij zijn van niets afhankelijk. Wij worden bestuurd door wetmatigheden, de wet van zaaien en oogsten. God is daarvan een archetype, lang geleden opgezet door de voorouders. Wij moeten hier doorheen kunnen prikken en op zoek gaan naar het echte. Wat bestuurd daadwerkelijk ons leven ?


Belangrijk is het te bidden om een Rigil Kent alarm, die waarschuwt wanneer er Rigil Kent geesten in de buurt komen die je naar Rigil Kent willen nemen, om alle hierarchieen overhoop te gooien. Alle volgordes worden door hen verstoord, zodat alles in de war loopt. Wij moeten door dit alarm uit de Rigil Kent matrix komen. Daarna zal er een Saturnus Alarm geinstalleerd moeten worden om te waarschuwen voor Saturnus geesten.


Rigil Kent en zo ook Saturnus zijn zogenaamde 'feeders'. Zij zijn bang voor profeten die op allerlei gebied vasten, want dan komt er teveel gnosis vrij. Zij staan dus voor het vetmesten van mensenvlees. Zij verkopen dit mensenvlees ook, als op een kannibaalse markt. Saturnus vrat in de mythologie zijn eigen kinderen op. Rigil Kent staat voor de mystiek en de filosofie uit het oosten, de grote tijger, waar Saturnus uit voortkwam. Rigil Kent is de voorouder van het Romeinse stelsel, de valse aartsvader. Rigil Kent is dus ook de grootvader van Jezus.


Als voorbode van de droomwereld, van het binnengaan van de droomwereld, oftewel het nachtvisioen, de paradijselijke onderwereld, oftewel de eeuwige jachtvelden, werd virtual reality gegeven, na de grondvesten van het internet. Virtual reality is belangrijk als eerste stap om los te komen van het aardse. Virtual reality groeit met een enorme snelheid als een nieuwe wereld, die heel erg ver en diep gaat. Virtual reality wordt veelal beschouwd als de toekomst. Men verwacht dat over een bepaalde tijd alles door virtual reality wordt bestuurd. Daarom is ook virtual reality voor de vijand van groot belang. Demonen hebben zich hier gevestigd, en zijn bang dat de gnosis vrijgezet gaat worden in virtual reality tot een waardig portaal. Een grote strijd is er dus nu gaande in virtual reality. Er worden vele oorlogen gestreden.


Om de profeet uit te schakelen, zond de duivel John Norman, die de beruchte Gor Bijbel creeerde, een boekenserie van inmiddels 32 delen (1966-2012). John Norman is de valse profeet van vrouwenhaat en mannelijke suprematie. Hij is de paus van de 'feeders', waar ook het christendom op gebouwd is. Mannen moeten vetgemest en opgebulkt worden zodat ze los komen van hun ongetemde, wilde natuur, zodat ze hun gevoeligheid verliezen, hun droomvermogen, hun flexibiliteit en ga zo maar door. Zo wordt een man geheel in een Babylonische box geplaatst om over de vrouw te heersen, maar John Norman is de koning. Hij wordt in de wereld door velen aanbeden als een god en een guru, als een snelgroeiende cult, die ook veel invloed heeft in virtual reality, tot een level van rituele vrouwen-vernedering. Zo schakelde John Norman de profeet uit, door de moeder, het geheim van de gnosis, weg te kappen, wat ook in het christendom gebeurde. Het is een vorm van gevaarlijk satanisme, en kent ook graden-systemen en hierarchieen zoals de vrijmetselarij en de illuminati.


De duivel heeft er alleen maar baat bij dat er een 'Mc Donalds Belt' is in de verenigde staten. Vetgemeste families met hun vetgemeste kinderen die iedereen om zich heen willen vetmesten door brainwashing. Er ligt een grote toorn op het westen hierom. Er wordt niet aan de derde wereld gedacht, alleen maar aan 'ikke ikke ikke en de rest kan stikke'. Men vreet maar door, grote hoeveelheden, en men bekommert zich niet om anderen. Ook de voedsel-industrie maakt hier handig gebruik van. Voedsel wordt 'gemanipuleerd' in die vorm dat de voedstoffen eruit worden gehaald, zodat de eter (vreter) met een hongerig gevoel blijft rondlopen om zo meer te kopen. Het is een complot. Grote supermarkt-ketens besturen de massa's met reclame en andere media strategieen. Voedsel-giganten zijn vaak corrupt. Het is een bedrijf. Consumenten worden gekweekt als eet-slaven, dus daarom wordt ons voedsel bewerkt. Wij worden gebrainwashed.


Er is nu een strijd gaande tegen de poortwachter van virtual reality, een vrouw. Deze vrouw is een 'dochter des mensen', van een demonen-ras in Genesis 6 besproken, om de man groot te maken en te laten heersen, als een portaal voor de gevallen engelen. In wezen hebben we niet met een echte vrouw te maken, maar met een beest. Een heleboel vrouwen die we om ons heenzien zijn geen vrouwen, maar beesten. Ze worden gewoon als vrouwen op ons beeldscherm geprojecteerd. Daarom is het oppassen geblazen. Vele vrouwen zijn ingewikkelde buitenaardse wezens, aliens, die op aarde zijn gekomen om de macht over te dragen aan de man. De man moet door zijn grootheid en opgeblazenheid de gnosis tegenhouden. Hierdoor wordt de toorn van de moeder God opgewekt, en zal zij terugslaan met de moeder Bijbel, die in deze dagen geopenbaard wordt, als voortgaande en hogere openbaring van de tweede bijbel. De boeken van de troon worden geopend, en de vrouw op het beest wordt zichtbaar. Dit is een dubbel-profetie zoals we zagen. De Gor-boeken zijn dan de valse troon-boeken. Het zijn de boeken van het witte paard, de grote witte troon. Het regeren van de man, en het regeren van het witte geslacht, de blanken, zijn nauw aan elkaar verbonden. Eigenlijk was dit een omdraaien van de feiten. De donkere moedergod moest verwoest worden. In onszelf moeten wij ons toewijden aan het donkere vrouwelijke vruchtbaarheids-principe. Dat is om onszelf vrij te zetten door heilige gebondenheid, heilige slavernij, tot die principes.





Hoofdstuk 20. Wie Is De Draak ?




Wie is de draak ? Daar is nog maar weinig over gezegd. We zagen dat het tweede beest Jom was. Ook over het eerste beest is nog maar weinig gezegd. Ook zagen we dat we het mes in het boek Openbaring konden zetten, want dit was het resultaat van een strijd tussen God en de duivel om de pen. Het gemengde raadsel van Openbaring nam bezit van de volken, als een tunnel vol sluiers, en gevaarlijke gesluierden. Het is tijd dat het sluier stap voor stap wordt weggenomen. Dit gaan we niet zomaar direct doen, maar indirect, en deels cryptisch, anders zou het te gevaarlijk zijn in de hemelse gewesten.


Dus wie is nu die draak ? Zelfs die draak had een hele grote poot in de opzet van het boek Openbaring, en dat zou je van een draak kunnen verwachten. Als je een beetje doordenkt, dan is die draak een meester in het verwarren en misleiden, dus moeten we verwachten dat juist het boek TEGEN de draak van de draak zelf is. Zo niet, dan hebben we dus niet met een echte draak te maken. De draak zit veel dieper dan mensen denken. Neem bijvoorbeeld het verhaal over de draak en de prinses. De draak heeft de prinses gevangen genomen, en dappere ridders strijden tegen de draak om het prinsesje te bevrijden. Op zich een goed verhaal, maar toch wil ik nu heel hard : 'FOUT !' roepen. De echte draak is namelijk de prinses zelf ! Zo heeft de draak de volkeren misleid.


Maak u klaar voor grote openbaringen. Openbaringen die niet eerder konden doorkomen, omdat het anders te gevaarlijk zou zijn. Wij moesten nog deels versluierd zijn, anders zouden wij verslonden worden.


'Een keizerrijk, Zaralahm geheten in de hemelse gewesten, kwam opzetten na het christendom. Het was een keizerrijk waarin de man regeerde. De vrouw werd gesluierd gehouden, en als plezier-slaaf. De man was een goreaanse meester. GOR betekent Orion is God, of the Gnosis van Orion. De valse profeet, John Norman, had die gnosis verdraait, en moest die gnosis bewaken. We hebben te maken met de lagere gewesten van Orion, en ik wil niet zeggen dat we nu naar de hogere gewesten moeten komen, maar meer : nog lager ! We moeten niet aan de oppervlakte blijven rondhangen ! Er is veel meer gaande. In de GOR boeken is er een opstand van vrouwen die naar de oerwouden vluchten om los te komen van de mannelijke overheersing. Deze vrouwen worden panters genoemd, en vormen stammen. Veelal zijn deze vrouwen mannenhaters. Wanneer een man te dichtbij komt wordt hij uit voorzorg gevangen genomen, en loopt het gevaar te eindigen als een slaaf, of wordt doorverkocht. De panters doen dit, omdat ze mannen vrezen en dus geen enkel risico nemen. De enige mannen in hun kamp zijn mannen die een slavenketen om hun hals hebben. Maar vaak willen ze helemaal geen mannen in hun kamp, vanwege de herinneringen, vanwege de haat.


Goreaanse mannen jagen veelal op zulke panters om hen terug te brengen tot de slavernij aan de man. Daarom ontwikkelen panters zich veelal tot beesten, en dat is hun overlevings-strategie. Veelal zijn panters beladen met een verleden van al dan niet sexueel misbruik. Het zijn hele verknipte personen. Dat is wat in Gor gebeurt aan de lopende band, want vrouwen zijn plezier-slaven.


Er kwam een keizerrijk op aarde. Zij brachten een boek van slavernij, mannen over vrouwen. Vrouwen moesten gesluierd zijn, onderworpen. Dit boek nam de macht. In GOR worden deze vrouwen 'kajira's' genoemd. De definitie van de vrouw is 'slaaf' of 'slaaf voor plezier'. De vrouw wordt geleerd dat dit goed is en haar hoogste doel. In Openbaring worden aan het eind de troonboeken geopend. Ook het boek des levens wordt geopend, het boek van slavernij, onderwerping en overgave. Het christendom was hiertoe een voorbereiding, meer als een sluier, om de duisterdere wortels verborgen te houden. Alles zou resulteren in een merkteken, een nieuw boek, om macht te nemen over de volkeren. De draak kennende zou dit ook heel subtiel gaan. Het witte paard werd gezonden, de misleider. Dit zou resulteren in het oprichten van de witte troon en een heel arsenaal van troonboeken om de levenden en de doden te oordelen. Zij die het boek des levens niet hadden aangenomen, en daar niet in stonden, werden in de poel des vuurs geworpen. Maar dit merkteken nam een ieder in, bewust of onbewust.

De draak gaf macht aan het eerste beest, AMMAHERRAM. Dit resulteerde in de GOR bijbel. Weer geldt het : Wij MOETEN naar GOR toe, niet alleen voor de strijd, maar ook omdat GOR in wezen een belangrijke realiteit is die was verdraaid. GOR is de eeuwige jachtvelden, het einddoel van de indiaanse mythologie, het is het portaal van het paradijs, en het paradijs zelf, oftewel de onderwereld. Dit is de reis die iedere shamaan moet maken in de indiaanse mythologie.


De naam van deze draak was dus ZARALAHM, het keizerrijk wat de wereld innam door de troonboeken. Dit is in wezen het duizendjarig rijk. Dit zijn geen letterlijke duizend jaren. Het nieuwe Jeruzalem was de stad van ZARALAHM. Hij zond zijn zwarte leeuwen om keizerschap te vestigen over iedereen. En hij zou regeren door de GOR boeken, als zijn sluier. Hij is een Goreaanse meester. Hij wordt door de hele wereld aanbeden onder een andere naam.


Ook in de hemel wordt deze slavernij doorgezet, waarin vrouwen dienen. Hij roept mannen op tot de strijd, om hen door de dood heen deze vrouwen te beloven. Mannen maken vrouwelijke slaven om zo deze slaven te fokken voor voortplanting. Het is een boerderij. Dit kwam ook in het christendom voor, en in GOR is dit aan de orde van de dag. We bespraken de 'feeders'. Nu bespreken we de 'breeders'. De optelsom van dit alles is de hoer van Babylon die aan de oppervlakte zou komen, met al haar Goreaanse alarmen. Deze vrouw, de dochter des mensen, moest de mannelijke overheersing in GOR grootmaken. Deze vrouw werd even later verslonden door het beest en haar mannen. Babylon regeert.


De opzet van het boek Openbaring was om deze duistere wachters neer te zetten. Zij moesten het verstand van de mens bewaken.





Hoofdstuk 21. Kort Nawoord






Wij willen u allemaal hartelijk danken voor uw aandacht. We zijn aan het einde gekomen van deze serie 'De Strijd Tegen Septus,' een uitgave van 'Het Geopende Archief', een project van Second Bible Arsenal in samenwerking met Mother Bible Temple. Wij bidden dat u tot de hoogste kennis zal komen door deze serie, en we raden u aan om het te lezen en te herlezen. Het is een belangrijk juweel om in bezit te hebben in deze dagen van grote duisternis, als een gids, een leidraad en een wachter.


Verdere openbaring zal mogelijk gepubliceerd worden onder de titel 'De Strijd Tegen ZARALAHM', die ontmaskerd is als de draak. Mogelijk kan dit een nieuwe serie worden.






Het Geopende Archief

Second Bible Arsenal

Mother Bible Temple

2012