KERSTHERINNERINGEN.

't Werd winter, de bomen waren kaal en ik veegde de laatste blade­ren uit de tuin.
'k Zag mijn overbuurvrouw, ze bukte zich wat moeilijk: nam even stok en tas in één hand, zodat ze de andere vrij had en raapte een aardappel, die aan de aandacht van de pas weggereden groentman was ontsnapt, uit de goot.
Ze keek op en zei, haast veront­schuldigend. "Als je de oorlog hebt meegemaakt, al is dat nóg zo lang geleden, kun je dat toch niet laten liggen, zeg nou zelf? Nóg een wonder, dat ik geen takken meer opraap, dat heb ik nog gedaan tot we gasverwarming kregen."
"'k Wou net koffie zetten, hebt u trek in een kopje?" nodigde ik uit. Ze had er wel oren naar en even later zat ze gezellig babbelend bij mij in de kamer.
"Dat is zo langzamerhand vloei­baar goud!" constateerde ze, zichtbaar genietend van elk slokje. "U komt maar eens een bakje terughalen, hoor! Wat dronken we 50 jaar geleden eigenlijk voor troep?" kwam ze weer op de oorlog terug.
"Een of ander surrogaat! En mijn moeder trakteerde met de Kerstda­gen op gebakjes erbij van bieten­pulp met iets erop wat op slagroom leek. Je moest het wel vlug opeten, anders was het verdwenen, opge­lost!! Albumona heette dat spul, geloof ik. "
"Mijn broertje van 10 kwam vlak voor de Kerst thuis met z'n armen vol houtblokken. Hij had even 'meegeholpen' ze tussen de trarails uil te slopen, vertelde hij trots. Niet te geloven! lag het wegdek er nog en zó was het ver­dwenen! Gelukkig was de politie net te laat! De meeste houtdieven wisten overigens niet eens dat het plaveisel daar op de Rozengracht, want daar woonden we toen in de buurt, van hout wás! En goed dat die blokken brandden!!"
Méér herinneringen kwamen boven, we hadden er geen enkele moeite mee. Met al die oorlogsel­lende in de wereld zie je op de TV de laatste jaren regelmatig taferlen uit b.v. Sarajewo, waar bewo­ners proberen nog wal hout te sprokkelen, brandhout om hun schaarse maaltijden op te koken en de kou wat te verdrijven.
Inmiddels zijn hele parken omge­hakt en straten boomloos gemaakt! Maar 50 jaar geleden was het bij ons niet veel beter!
"'k Zal nooit vergeten", schoot mij te binnen, "hoe in onze straat in één dag alle bomen verdwenen waren. Die bij ons voor de deur stond, hebben we eerlijk met de buren gedeeld. We hadden er later , 2x warmte van: lx bij het in stuken zagen en 1x in de kachel! De kleinere takjes stapelden we in bosjes in de kamer, om bij toer­beurt achter de kachel te drogen. Mijn moeder en ik gingen vaak, zodra het donker was, met een pannetje eten en een warmwater­stoof naar zieke, ondervoede vrienden van haar (Oom en Tante noemde ik ze). Hun dochtertje bracht de koude stoof 's morgens dan weer terug en kreeg een bosje takjes mee. Vergeleken bij hen hadden wij het nog redelijk goed, wij waren fysiek nog in staat om op de fiets, desnoods zo op de velgen, "de boer op" te gaan... Ik verveel u toch hoop ik niet?"
"Nee hoor, ga maar door, 't klinkt allemaal bekend, of ik hel zélf heb meegemaakt. Wij hadden eens de hele veranda vol takken liggen, de kamer was half verduisterd." "Op Kerstavond bij een plantsoen, waar in het donker druk gezaagd werd, struikelden we haast over een grote tak. Hoewel we onze handen vol hadden met pan en hete stoof, sleepten we hem achter ons aan. We konden hem toch niet laten liggen!! Maar hij bleek veel en veel groter dan we dachten: stoep op, stoep af ging nog wel, maar bij Oom en Tante met dat vrachtje door de voordeur en dan 3 trappen omhoog in het stikdonker was een inspannend karwei.
Met veel hilariteit leverden we ons "kerstcadeautje" bij hen in de woonkeuken af, waar we het ge­vaarte met moeite tussen rafel en stoelen doorwurmden en toen ergens afgepeigerd neerploften. Oom zocht op de tast naar een zaag in de, door een brillantindrijvertje zeer spaarzaam verlichte keuken, om de tak die hier binnen de afmeting van een boom had aangenomen, tot wat handzamer stukjes te verkleinen. We kregen een kopje surrogaat waar we onze handen aan warmden en slurpten het hete vocht naar binnen, we hadden haast, 8 uur was spertijd, dan mocht je niet meer op straat. En toen zei tante, wat wij zelf ook al hadden geconstateerd: "wal hangt hier een vieze lucht!" en voor de grap legen mij: "je hebt het toch hoop ik niet in je broek gedaan?
"Wilt U nog een kopje koffie?" vroeg ik Mevrouw Custers.
"Nee, dank u, geen koffie meer, maar ik ben wél benieuwd hoe hel afliep?"
"Nou, pas de volgende dag hoor­den we, dat we de lak kennelijk door een wel zéér grote hoop hondepoep hadden meegesleurd .. De sporen zaten in het hele trap­portaal ...
Oom had in de donkere keuken, onder een klein waterstraaltje, zonder zeep (want dat had niemand meer), z'n handen proberen te wassen: hij had er middenin ge­graaid!
En aan de klagende buren gaven we als compensatie voor het schoonmaken elk een bosje takjes. Maar nog héél lang kwam de stank ons bij de voordeur tegemoet ...
Nu stondbuurvrouw Custers op: "Ha, ha, zo kunnen we nog wel uren doorgaan. Wordt vervolgd! volgende keer bij mij!"
Ik liet haar uit en zette juist de koffiekopjes in elkaar toen er gebeld werd.
Om de hoek van de deur reikte mevrouw Custers me een paar takjes aan: "Uit de goot! Maar ze zijn schoon hoor! Bedankt voor de koffie!"

CLAZIEN