EEN KWESTIE VAN MENTALITEIT.

Toen ik de buitendeur opende, reed de bus, op weg naar de halte, net voorbij, jammer!! dat werd minstens tien minuten wachten. Enfin, ik had de tijd en er kwam wel wéér een.
In het wachthuisje zat één vrouw in het midden van het bank­je, haar tas naast zich. Ze maakte geen aanstalten wat op te schuiven - dat moest ik eerst vragen - en met een stuurs ge­zicht nam ze haar tas op schoot, ging wat opzij en brandde los:
"Hij is nèt weg! Ik had hem nog kunnen halen, als die vent even had gewacht. Hij zàg me hollen, maar nee hoor, meneer had haast, had bij 't beginpunt natuurlijk te lang zitten kwekken. Chauffeurs!! Je zou ze!!"
!!Nou!!, sprak'" ik voorzichtig tegen, "er zijn ook best aardige, sociaal voelende bij hoor!"
"Zo, vind U! Nou, die zijn dan wel een uitzondering! Ik maak ze zelden mee!"
Na deze uitwisseling van gegevens stokte het gesprek. Ik keek naar het flatgebouw aan de overkant van de straat. Tien minuten waren hier meestal vrij snel om, je hoefde je niet te vervelen, er was genoeg te zien. Ook nu: uit een paar ramen hing bedde­goed te luchten, iemand sloeg een stofdoek uit, ergens anders was een vrouw levensgevaarlijk de ramen aan het lappen. Ik ver­wonderde me voor de zoveelste keer over de grote verscheiden­heid aan vitrage, rolgordijnen en luxaflex in -allerlei kleuren en begon het aantal soorten eens te tellen.
Je zal hier maar wonen!!! heropende m'n buurvrouw-van-het­bankje het gesprek.
!!Hoezo?" ik had er nog nooit iets negatiefs over gehoord.
"Oeh, alle flats zijn toch hetzelfde, iedereen leeft langs elkaar heen, niemand kent elkaar en ze laten je gewoon stikken".
Ik had geen flat-ervaring en opperde, dat daar óók wel ver­schil in zou zijn, dat lag toch grotendeels aan de bewoners en die waren niet overal gelijk.
"Nou, ik kan wel merken, dat U niet in een flat woont", schaperde ze, "neemt U nou maar van mij aan, dat het overal één
pot nat is. De mensen hebben nergens meer iets voor elkaar over en er komen steeds meer buitenlanders in te wonen en daar hoef je helemaal niets van te verwachten! ... Mijn man en ik hadden laatst beiden griep", vervolgde ze, dacht U dat er iemand van de buren is wezen kijken, of ze iets voor ons konden doen?"
"Ze wisten het misschien niet", veronderstelde ik.

"Och wat! Iedereen loopt met oogkleppen ~ of ze waren bang zelf griep te krijgen! En dan nòg wat: ik heb twee katten, die eten gekookte vis- dat zijn ze zo gewend, óók dáár moest ik al­leen voor zorgen. Eén buurvrouw kwam een keer met een blikje kattevoer aanzetten en was beledigd, toen ik zei, dat ze die troep niet lustten; gelukkig bracht de visman af en toe wat, maar verder heeft niemand een hand uitgestoken. Ja, één keer nog vroeg iemand of ze iets voor me mee moest nemen van de markt, daar ging ze tóch heen. Maar ik ben geen marktmens,ik heb m'n vaste groenteman, maar daar wou ze niet naar toe. Die groenteman heb ik nu trouwens niet meer, want die was te beroerd om wat thuis te bezorgen!"
Ik zuchtte en keek eens op m'n horloge, er waren bijna 10 minuten om. Via het kunststof bankje trok de kou langzaam op naar boven. Van mij mocht die bus komen, ik was het zàt en wou dat die zeur haar mond hield.
"Maar mijn man en ik hebben ons in laten schrijven voor een woongemeenschap voor ouderen", ging ze onvermoeibaar verder.
"Daar moet U toch óók maar afwachten, wie Uw buren worden!" trachtte ik haar enthousiasme te temperen, vast van plan verder m'n mond te houden.
"Wel nee!" argumenteerde ze vol overtuiging, "er is een se­lectie-commissie die beoordeelt alle gegadigden en kijkt of ze
de juiste mentaliteit hebben, of ze in het gehéél passen, begrijpt U, want anders komen ze er niet in! Dat weet ik, want er zitten vrienden van ons in. Er komen overigens steeds meer van die vormen van groepswonen van de grond. 'k Kan 't U aanbevelen!
U bent toch óók niet meer zo piep ...
Met elkaar, voor elkaar, zeg ik altijd maar. Waar blijft die bus ... 't is nou toch wel z'n tijd! Ze zullen wel weer koffie zitten te drinken aan het beginpunt en wij maar wachten!!"
"Dat had U eerder moeten zeggen!" kwam ik opgelucht overeind, want de bus reed net de bocht om.
Met nog enkele anderen, die inmiddels op de halte stonden, stapten we in en ik vroeg me onderweg af, of die selectie-com­missie haar in het geheel vond passen ... misschien die vrienden ... of kenden die haar te goed?

CLAZIEN.