_L_E_E_F_T_I_J_D_.

Terug van de Röntgenafdeling besloot ze, eerst iets te gaan drin­ken. Ze was nu al twee uren in het ziekenhuis en was er wel aan toe. Uit de automaat tegenover de afsprakenbali goochelde ze, met behulp van de gebruiksaanwijzing, een gloeiend heet bekertje chocola en liep er voorzichtig mee naar het enige tafeltje dat in de hal stond.
"Dat is heet!" constateerde een man die daar al zat, terwijl ze 't bekertje neerzette. Hij was kennelijk aan gezelschap toe, schoof met z'n voet een stoel bij en nodigde: "Ga zitten, daar kan een mens aan toe zijn, hè? Dat is best te drinken uit die auto­maat, meestal komt er bocht uit, maar dit is goed spul; maar ja, dat mag dan ook wel voor een gulden. Ik heb de mijne al op, maar ik zit hier dan ook al een tijdje. Moet U hier voor U zelf zijn?"
En toen ze over haar bekertje heen knikte, ging hij meteen door: "ik ben hier met m'n vrouw, we zijn al naar de specialist geweest en nu doen ze 't onderzoek meteen achter elkaar, , dat is prac­tisch, dan hoef je niet zo vaak terug te komen. Ze kwam net langs met een broeder en zei: "'t duurt nog wel even, hoor!". Ik ken onder de hand alle ziekenhuizen van binnen en van buiten".
"Dat is in de regel geen best teken", opperde de vrouw tussen een paar slokjes door.
"Ja, maar ik kom niet voor mezelf, ik ben zo gezond als een vis. Hoe oud denkt U dat ik ben?"
Ze keek hem schattend aan: "65?" vroeg ze voorzichtig.
Hij glunderde. "Ha! Dat denken ze allemaal! Ik ben 84 en nog nooit bij een dokter geweest! Ja, één keer, met een gat in m'n hoofd, dat moest gehecht, maar dat tel ik niet mee."
"Vierentachtig?? Nou, daar ziet U niet naar uit!", gaf ze hem de eer, die hij verwachtte.
"Ja, en ik rijd nog auto, òòk met dit weer hoor! Dat beetje sneeuw doet me niks. Ik ben 't gewend. 'k Heb vòòr m'n pensionering altijd voor m'n werk gereden en rijd nu voor jan en alleman. Naar de dokter, naar het ziekenhuis. enz. 't Is haast elke week:
"Ome Kees, ik moet daar en daar naar toe, weet jij daar raad op? Och, weet U, m'n vrouw en ik wonen al bijna 40 jaar op dezelfde woning. We kennen de hele buurt en iedereen kent ons. We hebben overigens al velen om ons heen zien wegvallen en dan blijft zo'n vrouwtje alleen over en maakt er niks van en dan springen we zo'n beetje bij, hè? Of een man komt alleen te staan en dan zegt m'n vrouw: "Breng je was maar hier, die doe ik wel even mee.
We hebben de sleutel van de buurvrouw boven en van daarnaast en van dààrnaast. Zeg ik verveel U toch niet?" viel hij zichzelf in de rede en toen ze even met haar hoofd schudde ging hij onmiddellijk verder: "Wij waren thuis met 5 broers, ik heb één onder mij en de andere 3 zijn ouder dan ik; we zijn er allemaal nog. We zijn kenne­lijk van een sterk geslacht, m'n vader is ook vijfennegentig geworden.
Maar m'n vrouw is de laatste tijd wat aan de sukkel, d'r maag en d'r darmen, enfin, dat wordt nu uitgezocht.
Maar erger is, dat ze af en toe niet meer bij de tijd is. Ziet U, dat ze slap en moe en ziek is, dat is natuurlijk wel erg, maar dan zeg ik: "Ach meid, blijf maar lekker zitten, ik ga wel naar de bakker en de groenteman, daar moet ik voor de buren toch ook heen,"
Maar dat koppetje hè , dat moet wel helder blijven... enfin ze is nu bij een goeie dokter, die zal er wel wat op weten.
We zijn volgend jaar 60 jaar getrouwd en dat gààn we toch vieren! Ze hebben 't er in de buurt nou al over!"
Hij lachte stralend. "Geef maar", zei hij en pakte het inmiddels lege bekertje van de vrouw tegenover hem aan en gooide 't in de prullenmand.
"Ha, daar is ze", zei de man, veerde overeind en nam een bont­jasje van de leuning van een stoel.
"Daar zijn we weer", zei de broeder, die haar begeleidde: een klein, broodmager vrouwtje met uitgebluste oogjes in een vaal ge­zichtje, waar even wat leven in kwam toen ze haar man zag.
"Hè Kees, wat doe jij hier? Moet jij òòk naar de dokter?" vroeg ze verwonderd.
De vrouw aan het tafeltje zàg de reactie van de man. Maar nu leek hij ècht vierentachtig ...

********************* CLAZIEN